16 november 2015

Handleiding voor het islamdebat (10): Wat te doen


 






 

 

 


 
(’t Pallieterke, 11 november 2015)


“Ken de waarheid, en de waarheid zal u vrij maken.” Op het eerste gezicht is dat vanzelfsprekend, in de praktijk zijn er echter wat bezwaren. In waarheid leven, dat brengt je in botsing met gevestigde machten. Daarom hoort men beweren dat de waarheid soms onnodig kwetsend is, en dat een passend leugentje meer welslagen oplevert.

 

Spotliedjes

De meeste mensen bepalen hun standpunt niet naar zijn waarheidsgehalte maar naar het resulterende gezelschap. Wie over de islam de ware toedracht verkondigt, wordt met de verwerpelijke islamofobie geassocieerd, terwijl wie daarover liegt, nog steeds welkom is in de betere kringen. Niets brengt mensen zozeer samen als een gemeenschappelijke vijand, dus gezamenlijk spotten met en schimpen op de islamofoben, dat geeft een lekker warm gevoel van erbij te horen.

Maar politici zeggen dat “we nu eenmaal met de moslims moeten leven” (in plaats van te eisen dat zij met ons leren leven). Om diplomatieke redenen zou dat leugentjes om bestwil vergen.

Zelf geloof ik daar niets van. De katholieken hebben leren leven met spotliedjes en kritieken doordat die een onontkoombaar deel van onze leefomgeving werden. Laat de moslimse kruidjes-roer-mij-niet ook maar tegen een stootje leren kunnen. In het begin zal dat veel tegenstand wekken, maar de aanhouder wint. Hadden de verenigde media na de Deense Mohammed-cartoons pal front gevormd en hun Deense collega’s door dik en dus gesteund, dan zou de islam in Europa al een stuk minder arrogant geworden zijn dan vandaag het geval is. Dan zou men nu al de grote voordelen op lange termijn van onverschrokken waarheidsliefde beginnen plukken, ondanks de kleine nadelen op korte termijn.

Anderzijds, ik wil politici niet voorschrijven hoe ze hun métier moeten beoefenen. Geleerden die smoesjes uitkramen, verdienen om veracht te worden. Maar mogelijk gelden voor politici, wier beleidsdaden allerlei concrete gevolgen hebben, wel andere normen. Goed, als zij dan toch vinden dat zij moeten liegen, dan wil ik hun wel gratis raad geven over welke soort leugens de voorkeur verdient.

   

Leren van Verhofstadt

Toen de collectivisering de Chinese landbouw ontwrichtte, ging de maoïstische propaganda in een hogere versnelling. Hoe groter de concrete mislukking, hoe nijpender de nood aan een compensatie op politiek en propagandistisch niveau. Dus lanceerde men een campagne onder het motto: “Inzake landbouw: leer van Dazhai”, een voorbeeldige landbouwcommune (1963-76). Nu we steeds meer in revolutionaire omstandigheden komen te verkeren, kunnen we best ons licht opsteken bij de Grote Roerganger. We focusen dus op een alleszeggend inspirerend voorbeeld.   

Voor de meningvorming over de islam nemen politici best de leuze in acht: “Inzake liegen: leer van Guy Verhofstadt.” Die man heeft zich een ferme reputatie van opperleugenaar verworven, maar hij liegt wel op een gezonde manier.

De meeste leugenaars schamen zich wanneer ze een leugen over hun eigen lippen horen rollen. Ze gaan zichzelf datgene inprenten wat ze ook zouden bezweren aan een gesprekspartner die hun leugentje betwist. Ze gaan argumenten verzinnen waarom hun leugenversie wél waar is, en op de duur gaan ze hun eigen leugen geloven.

Niets daarvan bij Verhofstadt: hij lacht je uit waar je bij staat terwijl hij je met een leugen afscheept. Hij spuit geen mist over de tegenstelling tussen zijn eigen woorden en de waarheid. Terwijl hij liegt, houdt hij van binnen helder de ware toedracht voor ogen. In hem is er ruimte genoeg voor de tegenstelling tussen de geuite leugen en de besefte waarheid.

Wel, als je echt meent te moeten liegen over de islam, doe het dan op die manier. Neem gerust alle protocol in acht terwijl je het staatsbezoek van de Turkse premier regisseert, maar besef op elk ogenblik dat hij het boegbeeld is van een kwaadaardige en in de kern onzinnige levensbeschouwing. Je beleid wordt immers niet bepaald door wat je bij gelegenheid zegt, maar door wat je denkt.

Het probleem met de islamvriendelijke uitspraken van bv. ministers Geert Bourgeois en Liesbeth Homans (die in “meer islam” de oplossing van de radicalisering zien) is minder de uitspraak zelf, want die zou in bv. een interreligieus dialoogforum “nodig” kunnen zijn, dan hun eigen oprecht geloof in die uitspraak. Ik heb er begrip voor dat politici een bepaalde onderhandeling tot een goed einde willen brengen en daarom hun uitspraken stroomlijnen in functie van die doelstelling. Maar ook dan moeten zij ten volle beseffen wat de échte situatie is, en afstand bewaren tegenover de diplomatieke fictie.

Wie het doel klaar voor ogen heeft, namelijk het terugdringen en uiteindelijk doen oplossen van de islam, kan naargelang de situatie al eens de wortel danwel de stok gebruiken. Voorbeeld bij uitstek zijn de westerse invallen in Midden-Oosterse landen: politici die de islam prijzen en zich verre houden van islamkritiek, en die blijkbaar hun eigen smoesjes geloven, hebben honderdduizenden moslims gedood en de samenleving van tientallen miljoenen ontwricht. Hun verwarring omtrent de islam brengt hen ertoe, onnodig naar de stok te grijpen. (Tony Blair heeft zopas zijn fout toegegeven.) Islamcritici daarentegen wassen hun handen in onschuld. Islamkritiek is erop gericht dat moslims de islam ontgroeien, en dat kan beter in een situatie van détente en welvaart. Het is een veel vreedzamer en moslimvriendelijker optie dan islamvleierij.

 

Medina

 

Wie de islam bekritiseert, zal zeker de vraag krijgen welke oplossing hij voorstelt. Goed dan, de uiteindelijke oplossing is dat kinderen het geloof in Sinterklaas ontgroeien en dat moslims hun Mohammed met zijn islam overboord gooien. Als je ontdekt dat een collega nog echt gelooft in de ooievaar als oorsprong van de kleine kinderen, zou je je dan niet verplicht voelen, hem van de ware toedracht op de hoogte te brengen – juist uit vriendschap? Je kan niet wensen dat mensen in zulke flutverhaaltjes als de koranische openbaring verstrikt blijven. Wij “islamofoben” doen dus wat menselijk normaal is, terwijl de dominante islamvrienden een bij het haar getrokken obscurantisme in leven houden.

 

Ooit zal dat allemaal vanzelf gebeuren. What goes up, must come down. De islam is spectaculair ontstaan en over een groot gebied verspreid, en hij zal zeker imploderen, waarschijnlijk even spectaculair. Maar voor het zover is, zal hij nog wat problemen veroorzaken die onze aandacht vergen.

 

Daarom willen velen hun doel wat lager stellen: laat die moslims in hun onzin blijven geloven, zolang ze maar niet zo onverdraagzaam zijn. Zoals Ayaan Hirsi Ali het pas nog geformuleerd heeft, als pragmatische tussenoplossing: weg met de Medina-moslims, leve de Mekka-moslims. In Mekka was Mohammed nog een machteloze sekteleider en moest hij zich wel wat aanpassen, pas na zijn migratie naar Medina werd hij veldheer en dictator. Volgens Ayaan moeten moslims vooral het Medinese fanatisme afgooien, terwijl het Mekkaanse geloof gewoon één van de rare opvattingen is die we nu eenmaal laten bestaan, kwestie van godsdienstvrijheid.

 

Nou, ik wens haar daarmee veel geluk, maar ik geloof er niet in: een echte moslim zal nooit de Medinese fase van Mohammeds loopbaan willen afstoten, terwijl wie dat wél wil doen, de islam in zijn geheel aan het ontgroeien is. Maar ik geef toe dat er soms pragmatische compromissen nodig zijn. Zij zijn aanvaardbaar als ongemakkelijke voorlopige regelingen, die men met veel wantrouwen in het oog moet houden. Maar als men ze echt als een “oplossing” gaat behandelen, zullen zij spoedig opnieuw dezelfde aloude problemen doen ontstaan. Men kan dus beter steeds weer aan het einddoel herinneren: de islam tegen het licht van de psychologische en de geschiedkundige kennis houden, zodat hij voorgoed oplost.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Labels: , , , , ,

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>