24 maart 2021

De vergeelde rassenkwestie

 


 

De vergeelde rassenkwestie

 

(Doorbraak, 24 maart 2021)

 

In een massagesalon in Atlanta schoot Robert Aaron Long, een bijbelvaste en revolverminnende 21-jarige jongeman van het blanke ras (dat moeten we er gezien de context en de tijdsgeest bijzeggen) zijn geweer leeg op een groep masseuses en klanten. Hij doodde twee blanken, vier Koreanen, en twee andere Aziaten. Vele massadoders eindigen hun job met zichzelf te doden, maar deze liet zich na een ontsnappingspoging toch gewillig arresteren, werkte probleemloos mee met het onderzoek, en gaf gedetailleerde openheid van zaken over zijn beweegreden. Hij had een frustratie afgereageerd die hij had opgelopen in jaren van neurotische seksverslaving.

 

Niets in zijn verklaring noch in de omstandigheden wees op een racistisch motief. Toch gewaagden de eerste nieuwsberichten meteen van een 'anti-Aziatische racistische haatmisdaad', een geval van 'blank suprematisme'. Toen de verklaring van de dader dat beeld bijstelde, maakte dat geen enkel verschil voor de verhaallijn: ook onze staatszender bleef van blank racisme gewagen zonder zelfs maar een kritische kanttekening.

 

 

Het nut van racisme

 

De BLM- en antifa-beweging investeert veel in de racistische duiding van allerlei incidenten. In het geval van George Floyd is het al niet zeker dat de ruwe behandeling door een politieagent de oorzaak was van zijn dood, maar vast staat zeker dat die niet, net zomin als diens collega’s, door racisme gedreven werd. Toch werd hieruit een maanden durende agitatie tegen racisme gebrouwd, die zelfs buiten de grenzen van de VS navolging vond. Zo is ook de schietpartij in het Koreaanse massagesalon onmiddellijk voor rassenagitatie gerecupereerd.

 

Het zijn binnen de Democratische Partij vooral zwarten en bepleiters van zwarte belangen die de rassenkwestie overal blijven bijsleuren. Ook dit incident komt hen van pas om de problematisering van het ‘blank suprematisme’ tot het centrum van de politiek te maken. Echter, die gelen zijn voor de zwarten en would-be zwarten (genre Kamala Harris of Meghan Markle) een wat twijfelachtige bondgenoot. Als doorgaans goed opgeleide, hardwerkende en eerder welgestelde ‘modelminderheid’ passen zij niet in het verhaal dat welslagen in het leven aan raciale minderheden misgund en verhinderd wordt door ‘blank suprematisme’. Zij zijn er de levende weerlegging van.

 

Verder weten die gelen zelf best dat, ongeacht het beweerd raciale motief van deze ene massagemoordenaar, het geweld disproportioneel vanwege andere minderheden komt, niet van blanken. Aldus de recente, ook door Joe Biden aangehaalde moord op een 84-jarige Thaise man in Californië: die bleek, minder bekend, door een zwarte gepleegd. (Ook in Frankrijk zijn er protesten van Aziaten tegen communautair geweld geweest, maar daar maakt niemand zich wijs dat dat van de autochtonen uitgaat.) Verder ondervinden zij dat zijzelf in de universiteiten als verdienstelijkste studenten de ergste slachtoffers zijn van de ‘affirmative action’ die de raslobby opgelegd heeft en in stand houdt. Nu er een golf van anti-blank racisme heerst, tot in presidentiële redevoeringen toe (Biden heeft beloofd om in de post-Corona-herstelplannen de raciale minderheden te begunstigen), zullen vele Aziaten de verwachte extra aandacht wel graag in ontvangst nemen en tot zolang het spel van de focus op ras meespelen, maar eigenlijk geloven zij van heel dat rasvertoog niet veel.

 

Want terwijl politici de rassenkoorts tot nooit geziene hoogten opvoeren, is de historische plaag van het racisme bij de bevolking steeds verder op de terugweg, met steeds meer rasgemengde gezinnen en woongebieden en steeds minder economische ongelijkheid tussen de rasgroepen. Ook bij zwarten is er, ondanks het beroepsgeweeklaag van een Oprah Winfrey of CNN-presentator Don Lemon, een gestadige maatschappelijke opgang bezig. Het rasthema steeds weer centraal stellen tegen alle werkelijkheidszin in, dat is iets voor middelmatige profileringsdriftige politici, niet voor de briljante ondernemers en wetenschappers op wie de Aziatische gemeenschap fier is.

 

Niet dat het verschijnsel van anti-Aziatisch racisme hun vreemd is. Van zodra Chinezen zich in de 19de eeuw in Californië vestigden, werden zij het doelwit van wettelijke discriminaties (Chinese Exclusion Act 1882) en volks racisme in woord en daad (Rock Springs Massacre 1885). Maar anders dan zwarte agitatoren en blanke nostalgici het graag voorstellen, is de wereld op dat vlak grondig veranderd. Anderzijds kan een anachronistische voorstelling van zaken soms wel van pas komen. Geopolitiek bijvoorbeeld.      

 

Volksdagblad

         Politieke analysten en commentatoren zouden er goed aan doen om hun lees- en kijkgedrag wat aan de nieuwe krachtsverhoudingen in de wereld aan te passen. Lees eens wat Chinese bronnen. Persconferenties in Beijing worden krachtens de wet alleen nog in het Chinees gegeven, maar voor wie de taal niet wil leren, zijn er nog altijd voldoende Engelstalige bronnen voorradig. Begin al eens met het Volksdagblad (Renmin Ribao), de partijkrant van de Chinese Communistische Partij, online te vinden als Renming Wang (= net), ofte People's Daily OnlineDaar pakt Meng Bin (‘Anti-Asian crime: a plague the US fails to address’, 20 maart 2021) de Amerikaanse rassenkwestie aan.

 

Hij steekt van wal met de Covid-actualiteit: een epidemie van ‘haatmisdaden tegen Aziaten’ samenvallend met de virusperiode. Zo citeert hij de actiegroep Stop AAPI (American Asians and Pacific Islanders) Hate, die voor het voorbije jaar 3,795 haatmisdaden geteld heft, waaronder een aantal moorden. Het Center for the Study of Hate & Extremism van California State University, San Bernardino signaleert verder dat anti-Asiatische haatmisdaden in de 16 grootste steden vorig met 149% zou gestegen zijn daar waar het totaal aan haatmisdaden met 7% daalde. De oorzaak volgens Meng: Donalds Trump die, om de aandacht van zijn eigen Corona-knoeibeleid af te leiden, het virus omschreef als ‘China virus’.

 

(Kanttekening: de omschrijving van nieuwe virusstammen als ‘Britse’, ‘Braziliaanse’ of ‘Zuid-Afrikaanse variant’ heeft niet tot enige haat tegen de betrokken volkeren geleid; en evenmin destijds de ‘Spaanse’ griep.)

 

Nu, Trump beschuldigen is wat de Democraten en de media ook gedaan hebben, en Mengs bedoeling was niet om de huidige Democratische regering uit de wind te zetten. Dus: ‘Het collectieve racisme tegen Aziaten is niet geëindigd met het chaotisch en bloedig einde van Trumps presidentschap. Integendeel, er is niets veranderd.’ Presidenten komen en gaan, het is de Amerikaanse natie als zodanig die tegenover de Aziaten een erfschuld heeft.

 

Waar het hier om gaat, is de Amerikanen moreel in het defensief te dwingen: ‘Via filters en valse “verslagen” over “mensenrechtenschendingen” in Xinjiang en Hongkong (…) saboteren ze de eenheid en onderlinge solidariteit van een ander land.’ Wie denken die Amerikanen wel dat ze zijn, met al hun zelfverklaard racisme?

 

Ja, al die Amerikaanse bemoeienissen met de rest van de wereld, dat moet maar eens gedaan zijn. Door de beschuldiging van racisme, een reële maar wegdeemsterende kwaal, tegen zichzelf of althans tegen landgenoten op te poken, hebben de Amerikanen hun vijanden een eersteklas chantagewapen aan de hand gedaan.

 

 

Labels: , , , ,

Read more...

3 juni 2020

De China-golf overspoelt het Westen

(TeKoS, juni 2020)



Veel sneller dan in het millenniumjaar gedacht, vergast de 21ste eeuw ons op een verschuiving van het zwaartepunt van het Westen naar Azië. De indrukwekkende economische opgang van China en de omliggende landen is ruim becommentarieerd en heeft de politieke beslissingen van vele staten beïnvloed. De gelijktijdige politieke en institutionele veranderingen hebben veel minder aandacht gekregen: ofwel afgedaan in achterhaalde Koude-Oorlogstermen (Washington), ofwel gewoon genegeerd uit mentale traagheid en bewustzijnsvernauwing (Brussel). De geopolitieke landkaart zal niet op de slome westerlingen wachten om aan hoog tempo en in meerdere opzichten te wijzigen.



Meritocratie

Toen习近Xi Jinping aan de macht kwam, en de westerse media die stiekeme paleisbevordering contrasteerden met de vrije en openbare Amerikaanse presidentsverkiezing, beschreef de leidinggevende Chinese denker prof. 張維為 Zhang Weiwei deze tegenstelling echter als “een competitie tussen twee politieke modellen, één ervan gegrond op meritocratisch leiderschap en het andere op verkiezing door het volk. En het Chinese model zou kunnen winnen.” (“China Changes Leaders. Meritocracy Versus Democracy”, New York Times, 12 nov. 2012)

         Hij legt de recente politieke hervormingen uit, die maken dat aloude verwijten van “communistische dictatuur” nu minder van toepassing zijn: “Zonder veel fanfare heeft Beijing betekenisvolle hervormingen aangebracht in zijn bestuur en een uitgebreid stelsel op poten gezet van wat genoemd mag worden ‘keuring plus verkiezing’. Kort gezegd, bekwame leiders worden geselecteerd op grond van verdienste en steun bij het volk door een levendig proces van doorlichting, opinieonderzoek, interne beoordelingen en kleinschalige verkiezingen. De Communistische Partij van China is argumenteerbaar één van de meest meritocratische instellingen ter wereld.”

         Daarmee is China in belangrijke mate teruggekeerd naar zijn eigen traditie. De meritocratie heeft altijd centraal gestaan in het confuciaanse keizerrijk, het sterkst belichaamd in het stelsel van staatsexamens (科舉考試  keju kaoshi) om de ambtenarij te rekruteren. Dit in 1905 afgeschaft stelsel is in de 20ste eeuw vaak beschimpt geweest als waarborg voor de vereeuwiging van de toewijding aan de “reactionaire” confuciaanse klassieken (behalve onder bestuurder 王安石 Wang Anshi, die in de 11de eeuw kennis van wiskunde en toegepaste wetenschap ging testen; met de herroeping van diens hervorming heeft China zijn kans gemist om Europa vóór te zijn met de wetenschappelijke revolutie). Maar al was de focus op letterkundige en levensbeschouwelijke kennis, wat in het nog onbestaande wetenschappelijke wereldbeeld als onnuttig gold, het selecteerde nog steeds op intelligentie.

IQ-onderzoekers zeggen zelfs dat het deels gezorgd heeft voor de hoge intelligentie van China en van de landen die het overgenomen hebben (Japan, Korea, Vietnam): slimme jongens klommen op tot de elite, konden daardoor meerdere huwelijken en een talrijk nageslacht bekostigen, en dat elke generatie opnieuw, zodat de slimsten de natie naar hun eigen kwaliteitsstandaard konden herscheppen.    

Dat soort meritocratie doordesemt de huidige benoemingspraktijk in China. Daarbij beschouwt men, aldus Zhang, van een kandidaat “zijn palmares inzake armoedebestrijding, banenschepping, plaatselijke economische en maatschappelijke ontwikkeling, en in toenemende mate, een properder leefomgeving. China’s dramatische opgang gedurende de jongste decennia kan niet los gezien worden van dit meritocratische stelsel.”

Een criterium dat hij ongenoemd laat, is een zekere klassenmenging. De partij let erop dat alle maatschappelijke groepen in de volksvertegenwoordiging en andere bestuursinstellingen vertegenwoordigd zijn. Anders dan in ons land zitten er in China ook handarbeiders in het parlement, ooit de oorspronkelijke begunstigden van ons algemeen enkelvoudig stemrecht, maar die nu door onze linkse partijen op hun onmondige plaats gehouden worden.

Zhang erkent het internationaal bekende probleem van de corruptie, maar stelt dat de Chinese overheid daar nu doortastend tegen optreedt: “Op het institutionele front heeft de Partij een strikte verplichte pensioenleeftijd ingesteld en termijnlimieten op alle niveau’s. De secretaris-generaal, de president en de eerste minister dienen nu een maximum van twee ambtstermijnen, ofte 10 jaar.” Noteer wel dat die beperking recent opgeheven is in het geval van Xi. Maar terzake: het overheidsoptreden tegen corruptie is globaal minstens zo efficiënt als de kritische werking van de vrije pers in het vergelijkbare India.

“Collectief leiderschap wordt beoefend in het Politburo, deels om het soort van persoonlijkheidscultus te voorkomen waarvan we getuige waren tijdens de Culturele Revolutie.” Eén van de slachtoffers van de Culturele Revolutie was Xi’s vader, die naar een buitengewest verbannen werd, zodat Xi als tiener een tijd in een grot moest wonen. Hij heeft, naast politiek verstand, ook zijn persoonlijke beweegredenen om niet naar het maoïsme terug te verlangen.





Voorhoedepartij



Maar vandaag wordt juist Xi’s bestuursstijl vergeleken met die van de toenmalige Grote Roerganger, 毛澤東Mao Zedong. Men noemt zijn politieke zienswijze dan ook het  习近思想 Xi Jinping sixiang, “Xi Jinping-denken”, naar het model van het 毛澤東思想 Mao Zedong sixiang, “Mao Zedong-denken”, maoïsme (andere –ismen krijgen normaal een ander achtervoegsel, -zhuyi: 馬克思主義  makesizhuyi, “marxisme”).

De wereld is echter veranderd. Voor de bevolking is er zichtbaar een groot verschil: meer vrijheid tot ondernemen, veel grotere welvaart, en slechts beperkte repressie. Xi heeft een heel andere, minder verlammende economische zienswijze dan de Grote Roerganger. Maar toch is China’s huidig politiek systeem deels ook een erfenis van voorzitter Mao.

Ondanks zijn rampzalige beleidsdaden bleek Mao als revolutiemaker wel zeldzaam succesvol. In 1934 was zijn jonge產黨 Gongchandang (Communistische Partij), met centrum in het zuidoosten van China dichtbij de hoofdstad 南京 Nanjing, het mikpunt van een genadeloze repressie vanwege de regerende國民黨 Guomindang (Nationaal-Democratische Partij). Hij besloot om aan haar macht te ontsnappen om in een noordwestelijk buitengebied te hergroeperen, namelijk via een grillige tocht van uiteindelijk 10.000 kilometer: de Lange Mars. Door goedkope compromissen af te wijzen en met bloed en zweet zelf iets op te bouwen, kwam de CCP in een positie om zelf van nieuwe kansen te profiteren. Die deden zich voor: de Japanse invasie die de regering tot een verbond met de CCP noopte, en het Amerikaanse verraad tijdens hun burgeroorlog, namelijk door “onpartijdig” de regering evengoed als de (uit de Sovjet-Unie bevoorrade) CCP met een wapenembargo te treffen. Mao mikte éénpuntig op machtsverwerving en gebruikte elke kans om morzels grond te veroveren. Amper vijftien jaar na de Lange Mars was het zover: de destijds voortvluchtige communisten kwamen aan de macht in het volkrijkste land ter wereld.

Het geheim van zijn succes heb ik nog op mijn 16 geleerd uit de mond van Ludo Martens, voorzitter van de maoïstische partij Alle Macht Aan De Arbeiders (Amada; vandaag PVDA), destijds ook bekend als de Kleine Roerganger: ‘Geen revolutie zonder voorhoedepartij’. Dat was een variatie op voorzitter Mao’s goede raad op pagina 1 van het Rode Boekje. Je hebt een voorhoede nodig die het doel goed kent en beseft, die alle opkomende kansen en uitdagingen in het teken van dat doel weet te plaatsen, én die voldoende vertrouwen bij de massa opgebouwd heeft om haar te kunnen doen werken en vechten voor dat doel. Je bereikt niets zonder zulke doelbewuste en doortastende voorhoede, zie bv. hoe de spontane Arabische Lente ondanks mooie idealen alleen tot heilloze burgeroorlogen geleid heeft.

In het maoïstische wereldbeeld speelt de revolutionaire theorie gehanteerd door de voorhoedepartij een cruciale rol. De geschiedenis is vol van boerenopstanden die tot niets kwamen. Meestal waren hun leiders militair onervaren en ondanks een numeriek overwicht niet in staat om de staatsbehoudende troepen te verslaan. En als zij toch op het slagveld de overwinning behaalden, leidde dat alleen tot hun individuele toetreding tot de heersende klasse, terwijl de uitbuiting van de werkende bevolking gewoon doorging. Het was pas wanneer de revolutionairen hun situatie doorheen een wetenschappelijke lens konden ontleden, namelijk het marxisme-leninisme, dat zij werkelijk een revolutie konden bewerken.

Die welbepaalde “wetenschappelijke” theorie is als economisch model inmiddels gewogen en te licht bevonden. Ze is via voortschrijdend inzicht door een gemengde economie en een minder repressief bestuursmodel vervangen. Haar idee van “democratisch centralisme”, met vrije inspraak tijdens de feedback- en besluitvormingsfase maar gedisciplineerde eenheid zodra de partijlijn vastgelegd is, geldt echter nog steeds, en wel een stuk eerlijker dan destijds (toen het louter een masker was voor een autoritair centralisme). Ook het begrip “voorhoedepartij” geldt onverminderd.  

Het is in feite een moderne versie van孔子Kongzi/Confucius’ feodaal elitisme. Bovenaan heb je de mensen die het weten, en verder heb je mensen die gehoorzamen: de vrouw aan haar man, de jongere aan de oudere, het volk aan de vorst. Waarom? Omdat de hogergeplaatste het beter weet. Maar hij is het dan ook aan de samenleving en aan zichzelf verplicht, zich veelzijdig te bekwamen, zodat hij het inderdaad beter weet. En zijn kunde en deugd vormen een voorbeeld, wat maakt dat de mindere zich graag en vanzelf op hen richt.

 Het moet dan ook niet verbazen dat de CCP de erfenis van de conservatieve denkmeester Confucius ingepalmd heeft en zich wereldwijd laat vertegenwoordigen door Confucius-instituten. Nu de maoïstische ideologische haat tegen de feodale, overtuigd paternalistische en despotische traditie plaats gemaakt heeft voor fierheid op het nationale (of liever: beschavings-) erfgoed, is de Meester helemaal terug, niet louter als mascotte maar met echte invloed op het politiek bewustzijn. 





Despotisme



         Zhang komt tot zijn besluit, en dat is wel belangrijk om de geopolitieke situatie te begrijpen: “China’s meritocratie vormt een uitdaging de stereotiepe dichotomie van democratie vs. autocratie. Vanuit Beijing’s gezichtspunt moet de aard van een staat, inbegrepen zijn legitimiteit, gedefinieerd worden door zijn substantie: goed bestuur, deskundig leiderschap en welslagen in het tevreden stellen van de burgers. Ondanks zijn vele gebreken heeft de Chinese regering ‘s werelds snelste economische groei en een geweldig verbeterde levensstandaard voor de meeste mensen verwezenlijkt. Volgens het Pew Research Center, voelde 82 % van de gepeilde Chinezen zich in 2012 optimistisch over hun toekomst, meer dan in alle andere onderzochte landen.”

Dat steekt gunstig af tegen de onstabiele VS en het stagnerende Europa. Het democratische ideaal is al niet alleenzaligmakend, en de democratieën maken het bovendien niet waar. De manier waarop de EU en haar lidstaten omgaan met volksraadplegingen; hoe de Britse goedmensen het Brexit-referendumresultaat trachtten te overrulen; hoe de Nederlandse partij Democraten ’66 zich tegen haar eigen bestaansreden (directe democratie) keerde zodra het volk een “ongewenste” voorkeur uitsprak; hoe verkozen Catalaanse parlementsleden met EU-goedkeuring opgesloten worden wegens hun pleidooi voor ocharme een hertekening van de EU-binnengrenzen; of de manier waarop de door Donald Trump in 2016 verslagen Democraten jarenlang het politieke leven saboteerden om op Trump wraak te nemen: dat boezemt de Chinezen bepaald geen ontzag voor de democratie in. Of preciezer: ze lachen zich in 北京  Beijing (en in Moskou, en elders) een aap met onze “democraten”. Betogende studenten in Beijing die, zoals in 1989, een Amerikaans vrijheidsbeeld namaken, dat is vandaag niet voor herhaling vatbaar.

Volgens Zhang is “China’s model van ‘selectie plus verkiezing’ in staat tot wedijver met het VS-model van verkiezingsdemocratie”. Die heeft historisch een negatieve beweegreden: zich de dreiging van een autocratisch bewind van het lijf houden, een procedure opzetten om een slechte heerser weg te krijgen. Het is alleen maar de minst slechte oplossing, zoals haar voorvechter Winston Churchill toegaf. Maar “in China’s confuciaanse traditie van meritocratie moet een staat altijd streven naar ‘het beste van het beste’ door leiders van het hoogste kaliber te kiezen. (…) China’s politieke en institutionele vernieuwingen hebben tot nu toe een systeem voortgebracht dat op allerlei manieren de beste optie, de selectie van beproefde leiders, combineert met de minst slechte optie, het verzekeren van de uitstroom van slechte leiders.”

Het is opvallend, en ik heb het zelf tijdens mijn jongste verblijf in Beijing (2018) bij vele intellectuelen kunnen vaststellen, dat “democratie” als toverwoord zijn kracht verloren is. Toen ik eind jaren 1970 in Leuven de eerste Chinese studenten en taalleerkrachten zag toekomen, waren zij daarover nog erg defensief. Belegerd door Koude-Oorlogsstemmen die China het gebrek aan democratie verweten, verzekerden zij dat zij ook wel voor democratie waren, maar dat volkswelvaart eerst kwam en zelfs de armste Chinezen tenminste geen  honger meer moesten lijden. (Een vergelijking die men toen veel kon horen, was met het door extreme armoede geplaagde doch democratische India: “Wat hebben ze aan hun vrijheid als ze zelfs geen eten hebben?” In feite werden de Indiërs niet door de democratie in armoede gehouden, wel door hun vrijwillig omarmd economisch socialisme. Het is juist door dat verlammende beleid achter zich te laten, ongeacht het verschillend politiek systeem, dat beide landen zo spectaculair zijn gaan groeien.)

Vandaag zeggen zij onbeschroomd dat zij de democratie afwijzen: het is een systeem dat niet goed werkt. Het doet de leidersklasse louter op korte termijn denken, kan geen krachtig beleid voeren (denk aan het getreuzel over de Oosterweelverbinding, of de vierkant draaiende staatshervormingen), verliest zich in ruzie, en stelt geen doelen op lange termijn. De Chinezen menen iets beters in huis te hebben.





Geopolitiek



Zhang had deze zienswijze kort tevoren breder bepleit in zijn boek 中国震撼  Zhongguo zhenhan (“De China-schok”, 2012). Het karakter Zhen beduidt in het oud-Chinese maar nog steeds door Mao en de hedendaaagse Chinezen geraadpleegde Boek der Veranderingen (易經 Yijing, -11de eeuw) het element Donder , plotse ingrijpende ontwikkelingen, wat in de dagkringloop de dageraad vertegenwoordigt, de plotse radicale verandering van donker naar licht. Het boek gaat dus over China’s ophefmakende betreding van het wereldtoneel.

Het is vertaald als The China Wave, Rise of a Civilizational State, want het behandelt de opkomst van China als "beschavingsstaat", een duurzamer alternatief voor de natiestaat. Het is een sleuteltekst voor wie de huidige wereld wil begrijpen, inzonderheid wat er nieuw en belangrijk is aan de opkomst van China.

Een andere staat die zich als beschavingsstaat presenteert, is India. Het was vroeger nooit volledig een eengemaakte staat, maar het was één beschaving, die zich in de huidige voorwaarden, waarin overheden veel dieper in het leven van hun burgers ingrijpen, best als één staat manifesteert. Ook Europa, eveneens een "subcontinent" van de Euraziatische landmassa, zou zulke beschavingsstaat kunnen vormen, en in de huidige geopolitieke verhoudingen is dat zelfs een noodzaak. Helaas houden onze bijziende en hoogmoedige EU- politici zich niet met Europese belangenbehartiging maar met beuzelachtig deugvertoon bezig.

Dat soort kruiperig gedrag is China na eeuwen van neergang en zelfkwelling net ontgroeid. Nu beginnen we de volheid te zien van Mao’s prille overwinningskreet in 1949: “Nooit zal men ons nog verknechten, want wij zijn opgestaan!” Dat moet ons niet zozeer als voorbeeld dienen, wel als herinneraar aan de vindingrijke zelfachting die ook in moeilijke tijden onverminderd in volkeren sluimert.

Labels: , , , ,

Read more...

28 november 2017

De Grensoverschrijdende Draak -- De buitenlandse politiek van China






Een prettig neveneffect van mijn tijd als senaatsmedewerker voor buitenlandse politiek was de ontdekking van de wereld van denktanks waaraan Brussel (hoofdstad van Vlaanderen, België, de EU en Noord-Atlantis) rijk is, onder meer het European Institute for Asian Studies. Anderzijds is "de buitenlandse politiek van China" belangrijk genoeg om er zelfs in Brussel een conferentie aan te wijden. Dus: allen naar de komende bijeenkomst over de Grensoverschrijdende Draak.





Het vorige evenement specifiek daarover dat ik mocht bijwonen, was rond 1976. Ik was nog tiener en een fan van de charismatische spreker en, naar mij toen toescheen, meester-denker Ludo Martens, voorzitter van Amada (Alle Macht aan de Arbeiders), de huidige PvdA. Die nam de debathandschoen op tegen Swa Vercammen van de trotskistische RAL (Revolutionaire Arbeidersliga). Het onderwerp was toen belangwekkend genoeg om de Leuvense Alma 2 te doen vollopen. China's buitenlandse politiek had in de toen nog talrijke linkse rangen wat vertwijfeling doen ontstaan. Deze voorhoedestaat had namelijk kazak gekeerd inzake de verketterde Navo. Toen de Sovjet-Unie de vijand van China werd, ging China het anti-Sovjet-bondgenootschap Navo als feitelijke bondgenoot beschouwen. Het was een schok voor onze linkerzijde, die van: "België uit de Nato, de Nato uit België!" Maar daar zou de allesverklaarkunde van de Kleine Roerganger wel een Mao aan passen.





Ergens rond 1988 debatteerde diezelfde Martens over Tibet tegen Frans Boenders. Dat steekspel heb ik toen door andere verplichtingen moeten missen, maar achteraf vertelde Boenders het mij na, met als slotsom: "Met communisten valt niet te praten." Die brave Boenders dacht warempel dat het in communisme om praten gaat. Van dat misverstand was ik toen al lang verlost. Het schrikbewind van Pol Pot in Democratisch Kampuchea (1975-79) heeft daarbij geholpen, maar ook dit. Tijdens een Amada-bijeenkomst had ik een vakbondsman horen reageren op een destijdse SP-uitspraak over "speldenprikken" tegen het grootkapitaal: "De revolutie maken we niet met speldenprikken, maar met mokerslagen!" (Immers, ter attentie van die laffe reformisten die met de bourgeoisie getrouwd zijn: “We willen niet een deel van de koek, ook niet heel de koek, maar heel de bakkerij!”) Jaja, al hebben onze revolutionairen niet veel bereikt, wat waren ze toch woordkunstenaars.





Ook rond die tijd, juni 1989, werd op het Tiananmen-plein in Beijing een protestbeweging voor democratie in het bloed gesmoord. Uitbundige verontwaardiging ("euforie" noemden onze maoïsten het) in de bourgeois-media en, bij monde van Ernest Mandel, onder de trotskisten. In het hoofdartikel van het partijblad Solidair diende Ludo Martens deze Mandel van antwoord, ongeveer aldus: "Trotskisten als hij zijn er niet in geslaagd hun Permanente Revolutie te verwezenlijken in een land zo groot als Liechtenstein. Hem komt het natuurlijk toe, een land met een miljard inwoners de les te spellen."



Een half jaar later hergroepeerden de uit China weggeraakte democratie-ijveraars zich voor een strategische conferentie in warempel mijn thuisstad Leuven, in de Kleine Aula, Maria Theresia-College: "Dadao gongchanzhuyi!" ("Weg met het communisme!") Ik had inmiddels Chinees gestudeerd en was daar zeer welkom, al was het maar omdat ik me als tolk nuttig kon maken. Daar waren ook enkele buitenlandse opponenten van het communistisch bewind op uitgenodigd, onder meer de Londense voorzitter van de "Free Tibet"-campagne. Dat was toch wel een miskleun, want alle Chinezen keerden zich fel tegen hem. De verstandigste onder hen trachtte de gemoederen te bedaren om de bijeenkomst niet te laten mislukken, dus stelde hij een "redelijk compromis" voor: OK, een onafhankelijkheidsreferendum, maar dan in de hele Volksrepubliek... Waarmee mooi aangetoond was hoe nationalistisch de Chinezen, ongeacht politiek standpunt, verenigd zijn rond de trouw aan het ondeelbare moederland.





Het oproer van 1989 is doodgebloed, maar het communisme is eigenlijk wel ten val gekomen. Een fluwelen val, want alle partijprinsen zijn goed terecht gekomen, maar van communisme is onder de Hamer en Sikkel van het conferentiepodium anno 2017 niets meer te merken. Geen Mao-pakjes meer (eigenlijk decennia eerder dan de Revolutie door de vader des republikeinsen vaderlands Sun Yixian gelanceerd), de partijleiders dragen nu een maatpak, zijnde het bourgeois-uniform van de westerse duivels. Men sprak er nog over een "modern socialisme met Chinese kenmerken", maar die lippendienst heeft vooral als functie, de institutionele continuïteit en de oppermacht van de partij te verzekeren en de chaos die een Michaïl Gorbatsjov destijds over het Sovjet-grondgebied afgeroepen heeft, te vermijden. In China reikt de Staat het Kapitaal de hand. En nu het bezoek van Donald Trump aan sterke man Xi Jinping door de Chinezen uitgelegd wordt als het hofbezoek van een leenman aan zijn leenheer, gaat het in China uitgestippelde beleid ons allen aan.





Voorsmaakje van het vervolg: European Institute for Asian Studies, Wetstraat 26 Brussel, donderdag 30 november 2017, 9-12 u. Gratis, allen welkom.


Labels: , , ,

Read more...

23 augustus 2012

Een romantische autobiografie over China



In elke rivier schijnt een maan (Chinese titel: Qian jiang you shui qian jiang yue) is een soort dubbel-autobiografie van VRT-journaliste Veerle de Vos, die ooit Engels doceerde in Wuhan, en van haar Chinese vriendin (en ooit gids en collega) Zhang Luwei. Ze speelt zich af tegen de achtergrond van de langzame opening van China in de vroege jaren ’90.

De afwisselende hoofdstukken door de gastprof en haar Chinese vriendin zijn een goed idee. De tekst leest lekker weg, de lezer verveelt zich niet en wil het vervolg weten. De hoofdstukken die Zhang Luwei schrijft, hebben een Chinees spreekwoord als titel, en de andere hoofdstukken bevatten er ook een aantal. We krijgen een voorbeeld van hoe concrete mensen door de tijdsomstandigheden gekneed worden.

Er staan weinig tot geen fouten in dit boek, al wordt met“Witrussen op de vlucht voor de Revolutie” (p.54) wellicht “Witte Russen”bedoeld, d.w.z. tsaristen, contrarevolutionairen. Wit is in de Chinese elementenleer de kleur van het westen, en werd als zodanig in Rusland door de Mongolen gebruikt, vandaar “Witrussen” voor “westelijke Russen”.

We leren hier wel wat over de Chinese Volksrepubliek. De oude generatie heeft als achtergrond het maoïsme en de Culturele Revolutie, waarin je je leven niet zeker was als je een verkeerde naam had, tot een“bourgeois”-familie behoorde, of gewoon uit de gratie lag bij de partij of één van haar plaatselijke tenoren. Voor de hoofdpersonages is dat echter een herinnering uit de kinderjaren, zij maken vooral de voorzichtige opening onder Deng Xiaoping mee. De democratiebeweging van eind jaren ’80 beroert ook hun campus, al slaagt de regering er goed in om de herinnering daaraan te doen vervagen. We noteren dat de repressie in dit boek de vorm aanneemt van overplaatsing of demotie, niet van een strafkamp of zelfs de doodstraf. De politieke idealen zijn er meteen daarna vervangen door een economisch gebod, nl. van snel rijk te worden. En dat hebben de Chinezen sindsdien gedaan.

Beklemmend voor de westerling is de rol die de overheid in het leven van concrete Chinezen speelde en in zekere mate nog speelt. Zo moet het Chinese hoofdpersonage haar grote liefde laten gaan omdat de regering beslist heeft dat zij op de campus in Wuhan moet blijven, terwijl hij verplicht is, zijn ouders op migratie naar Japan te volgen. Ja, nu is het meer de overheid, maar in oude tijden speelde de familie met haar vele verplichtingen en verlangens dezelfde vrijheidsbeperkende rol. Met Chinees flegma legt de hoofdfiguur zich neer bij het onvermijdelijke en maakt ze het beste van haar leven.

Zij trouwt uiteindelijk met een partijman, die moeizaam maar zeker carrière maakt. Dat hij daarom veel het huis uit is, blijkt maar goed te zijn, want het is de grote liefde niet. Maar blijkbaar houdt de hoofdfiguur zich verder gedeisd, ze heeft alleszins geen hoge dunk van de huizenhoge verliefdheid (gevolg door een jaren durende depressie) bij haar beste vriendin. Als we het verhaal moeten geloven, is partijlidmaatschap en kritiek op het systeem verenigbaar; maar hier houden we het voorlopig op “als”.


Engels

Wat hier echter stoort, is de klemtoon op het belang van het Engels, “de taal van de toekomst”. Het boek is zwijgzaam over de vorming van de Vlaamse auteur, er wordt alleen gezegd dat ze nu voor de VRT werkt. Uit het feit dat ze in China was om op een universiteit Engels te onderwijzen, laat zich afleiden dat het Germaanse of iets dergelijks was. En te vermoeden valt dat de gesprekken waarop dit boek gebouwd is, in het Engels gevoerd zijn; ook die met het Chinese hoofdpersonage, kleine Zhang (of juister de koosnaam“Zhangske”), die met de auteur in aanraking kwam dankzij haar kennis van het Engels, en die uiteindelijk buiten China is gaan werken.

Al goed, ik heb een diploma Sinologie maar ik schrijf vooral in het Engels, wij hebben daar nu eenmaal een voorsprong in, en zelfs onder Vlaamse sinologen ken ik er maar weinig die beter Chinees dan Engels beheersen. Als student reeds schreef ik in het studentenblad Veto tegen de verengelsing van het hoger onderwijs terwijl ik aan de Permanente Onderwijscommissie Oriëntalistiek toestemming vroeg om mijn thesis in het Engels te schrijven, ondermeer met het oog op publicatie. Ik ken het nut van het Engels, en alle argumenten die voorstanders van die taal gebruiken. Maar hoewel ikzelf bij de verengelsing van mijn Alma Mater of van andere landen alleen persoonlijk voordeel kan hebben, pleit ik daartegen.

Ondermeer omdat het Engels niet alleen zichzelf als taal meebrengt, maar ook een hele culturele bagage. Dat wordt door voorstanders van meer Engels trouwens toegegeven: zij prijzen bv. de rijkdom van de Engelse literatuur aan, net alsof zij de verschillende nationale literaturen gelezen hebben en na vergelijking de Engelse hebben uitgekozen. In werkelijkheid hebben zij alleen de Engelse literatuur gelezen (en misschien de Nederlandse, maar die kan daar inderdaad niet aan tippen) en projecteren zij hun eigen beperktheid op de wereld. In ieder geval, Engels is niet alleen een medium, het is ook Shakespeare, Hollywood en de Wall Street Journal, het is drager van een specifieke beschaving.

En die rol speelt het bij uitstek in China. Engels is er de taal van individualisme en consumentisme, van de mensenrechten en van het christendom. Inderdaad, de Vlaamse schrijfster vermeldt van enkele Amerikaanse collega’s dat ze in het geniep aan zieltjeswinnerij doen, overigens geholpen door de andere connotaties van het Engels voor de inheemse kandidaat-bekeerlingen. In de hele Derde Wereld profiteren zendelingen van de associatie van het Engels met moderniteit, net zoals zij vijftienhonderd jaar geleden in onze streken profiteerden van de associatie van het Latijn met vooruitgang, stenen huizenbouw en organisatietalent. De Kerken gebruiken eigenlijk de onwetendheid van de massa’s omtrent de kerkelijke tegenstand tegen de democratie en de (Revolutionaire) mensenrechten. De landsvader president Sun Yat-sen en diens schoonbroer president Tsjiang Kai-sjek waren christelijke bekeerlingen. Missiescholen en bekering tot het christendom golden in de Chinese Republiek als “cool”, en dat is nu bij de Chinese oppositiebeweging opnieuw het geval. (p.93)

Daarnaast staat het Engels voor de zo begeerde democratie en mensenrechten, zoals belichaamd in het gebruik van het Vrijheidsbeeld door de pro-democratie studenten op Tiananmen. Dat is de hoofdreden waarom vele Chinezen zich tegen de studenten keerden: zij zagen hen als een vijfde kolonne van de Amerikanen.

De juiste, ook de soft-marxistische houding bestaat erin, bronnen voor de democratische gedachte aan te boren in het eigen culturele erfgoed. Dat ligt minder voor de hand in het sinds lang autoritair bestuurde China dan in Afrika met zijn palaver of in het zeer gedecentraliseerde India, dat oudtijds zelfs heel wat republieken kende. Toch werken Chinese denkers eraan, bv. met Confucius’ goedkeuring van rebellie tegen een vorst die zijn plichten niet nakwam. Daar is in dit boek echter niets van terug te vinden, de opgang van democratie en mensenrechten wordt gelijkgesteld met verwestersing en verengelsing. Keer op keer worden individualisme en creativiteit gelijk gesteld met het Westen. Net alsof China altijd communistisch geweest is.


Veerle de Vos & Zhang Luwei: In elke rivier schijnt de maan. Over verlangen en verandering in China, Lannoo,2012, blz., ISBN .

Labels: , , ,

Read more...

24 januari 2010

Noch De Gucht noch Vanackere moreel superieur (Hoegin)

De arrogantie en hypocrisie van nu Europees commissaris van Ontwikkelingshulp en Humanitaire Hulp Karel de Gucht blijft stuitend. Gevraagd naar zijn mening over het optreden van minister van Buitenlandse Zaken Steven Vanackere in Congo de afgelopen week, antwoordde hij dat hij het «als mens» nooit gedaan zou krijgen om zomaar een biertje met president Joseph Kabila te heffen. Het wordt uitkijken of hij straks, als Europees commissaris van Handel, en «als mens», ook in Beijing biertjes zal afwijzen.

Men kan een lange boom opzetten over wat nu de juiste Belgische strategie en politiek tegenover Congo en de andere landen in Centraal-Afrika zou moeten zijn, maar de morele superioriteit die Karel de Gucht zich deze voormiddag aanmat in het VRT-programma De Zevende Dag staat hem absoluut niet. Dat Steven Vanackere daar in Congo zomaar een biertje stond te heffen met Joseph Kabila, dat ging er bij hem echt niet in. Had Steven Vanackere zélf een paar Congolese meisjes mee helpen verkrachten, de verontwaardiging van Karel de Gucht zou amper groter kunnen geweest zijn. De vraag is echter of het beleid dat Karel de Gucht als Belgisch minister van Buitenlandse Zaken tegenover Congo voerde dan werkelijk zo effectief was om er de humanitaire catastrofe te verlichten. Blijkbaar niet, want zoals hij zelf met veel misbaar aangaf: het is er vandaag even erg – noch beter noch slechter dus als ik hem goed begrepen heb – als toen hij zelf nog minister was. Eigenlijk een bekentenis van formaat, maar de journalist van dienst ging er jammer genoeg niet op in.

Waar de journalist van dienst ook niet op in ging, was hoe het beleid van Karel de Gucht er zal uitzien wanneer hij binnenkort Europees commissaris van Handel wordt. En in het bijzonder, wat er zal gebeuren als Karel de Gucht in, ik zeg maar wat, Beijing een biertje aangeboden krijgt van de plaatselijke regeringsleiders. Zal hij dat biertje dan ook weigeren, «als mens»? Of zal hij het met veel smaak achteroverkappen, kwestie van de vette, net ondertekende contracten niet in gevaar te brengen? Karel de Gucht heeft in het verleden al afdoende bewezen dat hij zijn principes snel weet op te bergen als dat nodig is. De Dalai Lama mocht het al eens ondervinden in 2005. En nog eens in 2007.

Maar is China Congo wel? Uiteraard niet. En uit die vaststelling volgt meteen ook dat de strategische en politieke benadering van China niet dezelfde hoeft te zijn, en hoogstwaarschijnlijk niet dezelfde zou mogen zijn, als de strategische en politieke benadering van Congo. Maar wanneer Karel de Gucht er morele principes bijsleurt, dan is het zeer de vraag of hij met zijn Chinees palmares wel het recht heeft zo hoog van de toren te blazen. De realiteit in Afrika is vandaag immers dat China ervoor zorgt dat nogal wat leiders er rustig hun gangen kunnen gaan, zonder te hoeven vrezen voor economische sancties. China stilt immers in Afrika zijn grondstoffenhonger door middel van economische verbindingen die het best kunnen omschreven worden als een beleid van no questions asked – niet alleen in Congo, maar ook in landen zoals bijvoorbeeld Soedan. Heeft Joseph Kabila bloed aan zijn handen, dan heeft men dat in China ook, en wel een grootteorde meer. (En over Tibet of de behandeling van de Oeigoeren hebben we het dan nog niets gehad.) Wil men dus iets aan de situatie in Afrika doen, gaat de weg feitelijk via Beijing. Probleem is echter dat dat niet meer zo vrijblijvend is als een goedkoop nummertje over de Congolese president in een televieprogramma op een zondagvoormiddag. Het is echter wel pas dan dat men werkelijk te weten komt hoeveel die morele principes van Karel de Gucht nu werkelijk waard zijn.

Heeft Steven Vanackere dan gelijk als hij in Congo zoete broodjes gaat bakken bij Joseph Kabila? Zelf noemde hij het een «hoffelijke» ontvangst, maar iets zegt me dat hij er als CD&V'er vooral uitgezonden was om er de Belgische – lees: Brussels-Franstalige – banden met Congo een beetje aan te halen («ontguchten»). Je weet maar nooit dat er binnenkort misschien weer enkele «zaakjes» te regelen zouden vallen. Franstalig Brussel en Beijing hebben in ieder geval gemeen dat ze, wat dat betreft, zich niet veel aantrekken van humanitaire toestanden, maar in Franstalig Brussel zijn ze het wel aan zichzelf verplicht daar hypocriet over te doen. Maar zelfs als het erom zou gaan op die manier de humanitaire toestand in Congo wat te verbeteren, dan nog vergist Steven Vanackere zich al even fataal als Karel de Gucht. Voor heerschappen als een Joseph Kabila is België nuttig als het bereid is hogere grondstofprijzen te betalen dan China, of als het nog eens gechanteerd kan worden met het koloniale verleden om wat geld in de zakken van de machthebbers te storten. Maar als puntje bij paaltje komt, maakt het allemaal uiteindelijk niet veel uit zolang «men» China in Afrika zijn gangen laat gaan. Al de rest zijn alleen maar praatjes.

Labels: , , , , ,

Read more...

4 mei 2009

Varkensgriep en de moderne pest: het racisme (Hoegin)

Alle gevallen van Mexicaans griep (Influenza A (H1N1))Uit de laatste cijfers van de WHO blijkt duidelijk dat de verspreiding van de Mexicaanse griep de laatste dagen trager verloopt dan in het begin, zeker wanneer men ook rekening houdt met het feit dat laatste cijfers vanuit Mexico vooral betrekking hebben op oude gevallen waarvoor de analyses nu pas klaar zijn. Maar wat moeten we ondertussen denken van de behandeling die enkele Mexicanen en andere buitenlanders in China krijgen?

Dat er in Mexico nauwelijks nieuwe gevallen van de ziekte gemeld worden is hoopgevend, maar misschien wordt het tijd om stilaan het zoeklicht op landen als de Verenigde Staten, Canada en Spanje te richten. In Canada werd immers net de kaap van de honderd gevallen overschreden, terwijl Spanje ondertussen al meer dan vijftig gevallen telt.

Een politiek interessantere zaak is wat ondertussen op een heel ander continent gebeurt. China heeft namelijk een aantal Mexicanen in quarantaine geplaatst, volgens Mexicaanse diplomaten in sommige gevallen louter en alleen omdat de betrokkenen een Mexicaans paspoort hadden. Nog merkwaardiger is dat de Chinese autoriteiten niet eens de moeite doen om deze wel heel arbitraire maatregel te ontkennen of weerleggen: woordvoerder Ma van het Chinese Ministerie van Buitenlandse Zaken verklaarde dat de Chinese regering weliswaar begrip heeft voor de Mexicaanse bekommeringen over een gebrek aan respect voor de mensenrechten, maar vroeg tegelijk dat de Mexicaanse regering «kalm en objectief» bleef, want het ging tenslotte toch ook om de volksgezondheid. En je kan inderdaad moeilijk verwachten dat een regime dat niet eens respect heeft voor de mensenrechten van de eigen Chinese medemens de mensenrechten van enkele buitenlanders, in casu Mexicanen dus, hoger zou inschatten dan de Chinese volksgezondheid. En niet in het minst: gevaar voor onrust onder de Chinese bevolking, met alle mogelijke gevolgen dat zou kunnen hebben voor het communistische regime in Beijing. Ik neem aan dat de lezer daar verder geen tekening bij hoeft…

Waar ik wel paf van sta –nou ja, eigenlijk helemaal niet– is hoe de Westerse media alle sereniteit rond deze Chinees-Mexicaanse rel weten te bewaren. Stel je voor dat de EU op het hoogtepunt van de SARS- of vogelgrieppaniek van de ene dag op de andere zou beslist hebben alle Chinezen op haar grondgebied in quarantaine te plaatsen, de reeks analyses en commentaren om het ingebakken primair racisme bij de bange blanke Europeanen aan de kaak te stellen zou niet te overzien geweest zijn. Nu echter geen piep over enige vorm van racisme – Chinezen zijn immers niet blank, en waarschijnlijk daarom alleen al per definitie vrij van enige smet van de ultieme vorm van de moderne pest: racisme. Of het de Westerse media veel geloofwaardiger maakt voor wanneer ze nog eens de grote trom roeren over het opkomend racisme in Europa, is een andere zaak.

Labels: , , , ,

Read more...

1 oktober 2007

Linkse hypocrisie over Total en Burma (Hoegin)

TotalMet haar oproep tot een boycot van Total laat Verenigd Weldenkend Links zich weer eens van haar meest hypocriete kant zien: Total investeert immers even goed in Iran, maar daar malen sp.a, SPIRIT en Groen! niet om, en dat communistisch China de junta in Burma de hand boven het hoofd houdt is ook al een detail dat hen blijkbaar volkomen ontgaan is. Het misbaar dat de partijen, die nog steeds sympathiseren met régimes zoals dat op Cuba, maken over de investeringen van Total in Burma heeft immers maar één echt doel: een lekker rondje zelfbevrediging tegen een multinational. En hadden ze nu nog een Amerikaanse in plaats van een Franse multinational gevonden was hun geluk waarschijnlijk compleet geweest.

Ga het maar nakijken op de webstek van de sp.a: Kurt de Loor die het opneemt voor de Cuban Five, maar nog nooit gehoord heeft van de journalisten die op Cuba achter de tralies zitten, en zelfs vindt dat de blokkade van Cuba door de VS zo snel mogelijk opgeheven moet worden omdat «het natuurlijk het Cubaanse is volk dat lijdt onder deze blokkade». Meer zelfs, de sp.a stuurde computers, autobussen en ziekenwagens naar Cuba, niet betaald uit eigen zak, maar uit die van alle Vlamingen. Probeer dat maar eens te rijmen met het hysterische gekrijs van de laatste dagen om Total te boycotten. Excuseer me dus even als ik kotsmisselijk word van het stukje slecht theater en smoelentrekkerij dat Els van Weert en Bruno Tobback opvoeren wanneer ze hun tankkaart voor een paar dagen links zullen laten liggen, want meer dan zich wat goedkoop profileren op de kap van een hoop Burmese lijken is dit dus echt niet.

Wat Total betreft hebben trouwens noch sp.a, noch SPIRIT, noch Groen! ooit ook maar één keer hun mond opengetrokken toen die Franse multinational zwaar investeerde in Iran, nochtans ook niet bepaald het meest democratische régime dat men zich kan voorstellen. Hier geldt waarschijnlijk eerder het adagio dat de vijand van mijn vijand mijn vriend is, en durf ik zelfs niet uit te sluiten dat wereldverbeterend links het diep van binnen zelfs een beetje tof vond van die Fransen dat ze één van de ergste vijanden van de VS een handje toestaken. Zo eenvoudig kunnen de zaken soms zijn.

En dat ondertussen de echte schurken niet in het hoofdkwartier van Total zitten maar wel in Beijing past misschien ook al niet goed in het plaatje dat links vandaag probeert te maken. Niet Total is bij machte om de junta in Burma te doen aftreden of op z'n minst van dodelijk geweld te laten afzien, maar communistisch China waarschijnlijk wel, of in ieder geval toch een pak beter. In Beijing bekommert men zich echter geen snars om een Burmees lijk meer of minder, als het allemaal maar het Chinese imago niet beschadigt in de aanloop naar de Olympische Spelen. Indien links dus niet alle krachten zou gebruiken om zo hard mogelijk te schreeuwen dat ze Total gaan boycotten, maar in de plaats daarvan China eens het vuur aan de schenen zou leggen, dan zou haar kritiek al iets geloofwaardiger overkomen. Probleem is natuurlijk dat wanneer het communistische régime in China ter sprake komt, links dat anders zo graag het hoogst op de barricades springt plots niet zo schreeuwerig meer wil zijn. De belangen van de Chinese bevolking, weet u wel, net zoals op Cuba.

Trouwens, over communisten gesproken, zou iemand eens het boekje van de junta in Burma willen opendoen? Waarom heb ik bijvoorbeeld in mijn krant nog niet het epitheton «rechts» zien opduiken voor de term «junta»? De Engelstalige Wikipedia licht een tip van de sluier op: de periode van 1962 tot 1988 in Burma wordt er omschreven als de «military socialist era» tijdens de welke de machthebbers streefden naar de «Burmese Weg naar het Socialisme». Na 1988 werd het socialisme officieel wel opgegeven, maar China blijft het régime dus wel de hand boven het hoofd houden en fundamenteel is er hoe dan ook niet erg veel veranderd: de economie is er volledig om zeep, wat trouwens de directe aanleiding is voor de protesten van de laatste dagen en weken. Misschien zou links daar eens diep over moeten nadenken, en er zich eens over kunnen bezinnen of hieruit lering zou kunnen getrokken in verband met, ik zeg maar wat, Venezuela. Of zou het kunnen dat links precies daarom zo hard van leer trekt tegen Total, zodat niet opvalt wat er in Burma werkelijk aan de hand is?

Labels: , , , , , , , , ,

Read more...

16 september 2007

«Vlamingen zijn China weer beu» (Hoegin)

ChinaDe Vlamingen zouden China weer beu zijn, wat moet blijken uit de terugloop van het aantal Vlamingen dat Chinees wil leren, en het feit dat het niet erg storm loopt voor de Olympische Spelen van volgend jaar. Maar hoeft dat eigenlijk te verbazen?Wie niet van gisteren is herinnert zich ongetwijfeld nog de Japan-gekte van tien jaar geleden, en die gekte verdween toen ook eens men met de voeten weer op de grond kwam en ontdekte dat Japan dan toch niet het land van melk en honing was, zeker niet na de enorme financiële crisis die het land doormaakte (en nog steeds doormaakt).

Wie het meemaakte herinnert het zich ongetwijfeld nog: ouders werd aangeraden hun kinderen alvast een mondje Japans te laten leren op school (of na school), en binnen afzienbare tijd zou de volledige Europese en Amerikaanse industrie overgenomen worden door Japanse bedrijven. Ik herinner me nog een cursus economie aan de universiteit die overliep van Japanse termen als kanban, kaizen en JIT (Just in time), en het hele zaakje kwam me behoorlijk tragisch over: de Japanse economie liep al een tijdje niet zo lekker meer, maar de echte ineenstorting moest er nog aankomen, en de betrokken professor had dat blijkbaar nog steeds niet in de gaten of zat nog in de ontkenningsfase, want het was duidelijk dat wat hem betrof alle wijsheid nog steeds uit het Verre Oosten kwam.

En na Japan was het dus de beurt aan China. Toen ik baron Paul Buysse hoorde verklaren dat het nu toch wel tijd was om massaal –of past het woordje collectief misschien net iets beter?– Chinees te beginnen leren, moest ik onmiddellijk terugdenken aan alle meelopers die tien jaar eerder hun oogappels geteisterd hadden met de Japanse taal nog voor ze hun eigen moedertaal deftig onder de knie hadden. De overvloed aan handelsmissies naar China, al dan niet met taaie kroonprins, moest niet onderdoen voor de reeks handelsmissies naar Japan een decennium eerder. Waarom China, een brutale dictatuur voor wie het zou vergeten zijn, plots onze toekomst geworden was heb ik nooit gesnapt, en wie Stratfor volgt weet dat ze ook daar niet kunnen vatten waarom die economische China-gekte van de laatste jaren nog steeds niet verdwenen is. Blijkbaar hebben sommige mensen nu eenmaal nood aan een Shangri-La waaraan ze zich blind kunnen staren, waar ze handelsmissies naartoe kunnen sturen en, vaak als enige tastbare bewijs tegenover vrienden en buren dat ze echt wel mee zijn met hun tijd, om hun kinderen shangrilees te doen leren.

Dat laatste werd verleden jaar nog perfect geïllustreerd door Patricia Ceysens en Gilbert van Baelen van toen nog VLD, die Chinees als keuzevak wilden invoeren in de middelbare school. Ze doen maar natuurlijk, maar het is wel zonde van de verspilde tijd, want met een uurtje Chinees per week kom je vijf jaar laten niet bepaald ver meer. In het beste geval herinner je je nog hoe je tot tien moet tellen, kan je misschien nog goeiedag en adieu zeggen en herken je van ver nog het teken door de heren- en damestoiletten in het occasionele Chinese restaurant dat je aandoet. In het slechtste geval werd kostbare tijd verspild die gebruikt kon worden om iets nuttigs te leren, zoals bijvoorbeeld wiskunde, Latijn, Frans of Duits, maar dat laatste is natuurlijk lang zo exotisch niet.

Dat Patricia Ceysens dapper meeloopt met de kudde hoeft niet te verbazen; ze kan van veel verdacht worden, maar niet dat er in haar een groot licht zou schuilgaan. Ook de twee professoren Nicolas Standaert en Bart Dessein zullen nog een tijdje nodig hebben om in te zien dat, hoewel Chinees misschien best wel een interessante taal is en er inderdaad nood is aan sinologen, daar ook niet overdreven in dient te worden en de kans groter is dat de interesse ook in het buitenland zal afnemen dan dat ze in Vlaanderen terug zou stijgen. Zij zijn natuurlijk wel betrokken partij en moeten voor hun eigen winkel spreken, dat is begrijpelijk. Maar zullen wij anderen deze keer onze les geleerd hebben en ermee ophouden onze kinderen vreemde talen aan te leren waar ze uiteindelijk weinig of niets mee opschieten? Ik geloof het niet. Meer zelfs: een nieuw Shangri-La doemt al op aan de horizon: India. Het is slechts wachten op een opvolger van Paul Buysse, als hij het zelf niet wil doen, om een nieuwe oproep te lanceren om deze keer om Hindi te leren, en we hebben het zaakje weer aan de gang. En als het dat niet is, zal het wel iets anders zijn. En wie weet, misschien pleit Patricia Ceysens vroeg of laat wel voor Zoeloe of Xhosa als keuzevak in de middelbare school?

En dan moet ik nu nog mijn huiswerk Russisch afmaken…

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten