31 oktober 2007

Arm Vlaanderen (Jens Moens)

Op 17 oktober was het alweer de Werelddag van Verzet tegen Armoede. Naar aanleiding van deze dag publiceerde de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie van de FOD Economie een persbericht om de bevolking erop te wijzen dat in België nog steeds 14,7 % van de bevolking in armoede leeft. Dit werd natuurlijk massaal overgenomen in de nationale pers: één Belg op zeven is arm! Maar wat wordt er nu juist verstaan onder een arme Belg, met andere woorden: hoe definieert men armoede? Volgens het FOD Economie is een persoon die als alleenstaande minder verdient dan 822 euro per maand arm, een gezin (2 volwassenen en 2 kinderen) is arm als het gezinsinkomen onder 1726 euro per maand ligt. Nieuw zijn deze cijfers niet, ze komen uit de enquête die het EU-SILC (European Union - Statistics on Income and Living Conditions) jaarlijks houdt. Maar hoe komt het EU-SILC dan aan deze getallen?

Er zijn grosso modo twee manieren om armoede te meten: in absolute en in relatieve cijfers. Wanneer men armoede in absolute cijfers meet, stelt men een grens. Met dit grensbedrag moeten de spullen aangekocht worden die de opsteller nodig acht opdat iemand niet als arm bestempeld kan worden: voedsel, onderdak, kleding, … Natuurlijk is zo een grens subjectief: het is aan de opsteller om te beslissen wat al dan niet noodzakelijk is en welke middelen nodig zijn om deze aan te schaffen. Met dit systeem meet de Wereldbank de armoede in de ontwikkelingslanden (voor geïndustrialiseerde landen bleek deze methode ‘te optimistisch’). De tweede methode is meten in relatieve cijfers: men is arm ‘ten opzichte van’ zijn medemens. Concreet wordt de mediaan (of soms het gemiddelde) genomen van de beschikbare inkomens (brutoloon min taksen, sociale bijdragen en andere transfers), en is men arm als men minder verdiend dan een vooraf vastgelegd percentage van dit bedrag. Het is duidelijk dat ook deze manier van meten zeer subjectief is, welk percentage moet er immers genomen worden?

Een partijpolitieke analyse van de Belgische economie kan je hier en hier terugvinden. Een analyse van de neergang van de Europese economieën kan je dan weer hier en hier terugvinden.

Nu gebruikt het EU-SILC deze tweede methode voor het vastleggen van hun ‘armoederisico’: men neemt de mediaan van de beschikbare inkomens en legt de grens op 60 % van dit bedrag. Men moet geen wiskundige zijn om te zien dat ook dit systeem rammelt langs alle kanten. Relatieve meetsystemen meten namelijk niet de armoede maar de ongelijkheidsverdeling die leeft in een maatschappij.

Bekend is de uitspraak van de Zweedse professor Assar Lindbeck van de universiteit van Stockholm, gewezen voorzitter van het Nobelprijscomité voor Economie:
In een land waar negentig van de honderd inwoners 1.000.000 dollar verdienen en tien inwoners 200.000 dollar, zijn er volgens u dus tien procent armen. Volgens uw definitie is dat land dus slechter af dan een buurland waar alle honderd inwoners slechts 1.000 dollar verdienen, want dat heeft volgens u nul procent armen terwijl er in werkelijkheid honderd procent armen zijn. Monaco is dus armer dan Noord-Korea.
Om het op een andere manier te stellen: indien we ieders loon zouden verdubbelen, zou het aantal “armen” constant blijven. De mate van armoede wordt nog verder duidelijk als we eens naar de andere cijfers (uit de huishoudbudgettenenquête) kijken die bij het rapport gevoegd zijn: 98% percent van de “armen” heeft een TV, 77,3% heeft een computer, ze geven 4,5% meer uit aan tabak dan de “rijken”… Nu zijn deze cijfers sociologisch gezien nog wel interessant, bijvoorbeeld indien men wilt weten hoe de inkomens per land gespreid zijn.

Een interessante tekst van Jim Cox over de nefaste gevolgen van een minimumloon kan je hier nalezen.

Het wordt echter helemaal te gek als men ook nog zijn beleid gaat afstemmen op deze cijfers. Volgens SP.a moeten de leeflonen, werkloosheidsuitkeringen en pensioenen opgetrokken worden tot boven de armoedegrens… Het optrekken van de leeflonen en werkloosheidsuitkeringen zou nefast zijn. De beste manier om uit de armoede te geraken is vooralsnog gewoon door te werken (een feit dat ook door SP.a wordt erkend en zelfs duidelijk blijkt uit de enquête). Wanneer men de loonspanning tussen deze uitkeringen en de laagste lonen nog zou verkleinen zou dit de activering zeker niet ten goede komen. Integendeel: men moet de mensen een incentive geven om een job aan te nemen door de uitkeringen niet te verhogen en te beperken in de tijd. Hier en daar wordt dan geopperd om ook de minimumlonen op te trekken. Dit is al helemaal absurd: het zou de werkloosheid enkel verhogen. Bedrijven zouden die werkkrachten die dit verhoogde loon niet opbrengen maar al te gauw op straat zetten. Het optrekken van de pensioenen kwam er na het alarmerende nieuws dat er maar liefst 21,8 % van de “armen” de leeftijd van 65 gepasseerd was. Hierbij wordt nogal makkelijk vergeten dat hun inkomen (=hun pensioen volgens de enquête) niet meer gebruikt moet worden om bepaalde zaken als huizen, auto’s,… af te betalen en dat zij ook al de nodige tijd hebben gehad om kapitaal (spaarrekening, huis,…) op te bouwen…

Een interessante tekst van Frank Karsten over de mythe van de Amerikaanse armoede kan je hier nalezen.

Kortom: de armoedecijfers zoals ze verschijnen in de media zeggen weinig of niets over de absolute (en dus daadwerkelijke) armoede. Ze geven vooral weer hoe de inkomens gespreid zijn over een bevolkingsgroep. Het is dan ook intellectueel oneerlijk ze zo weer te geven zonder te duiden waarvoor ze staan, en de indruk te wekken dat 1 op 7 Belgen niet in zijn basisbehoeftes kan voorzien. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat de werkwijze wel weergegeven staat op de laatste bladzijde van het persbericht, maar het zal waarschijnlijk niet sensationeel genoeg zijn deze ook mee op te nemen in de krantenartikels. Het zou de mooie kop boven het artikel wel eens kunnen nuanceren. Arm Vlaanderen…


Deze tekst van Jens Moens verscheen ook in Blauwdruk.


Meer economische opinies op www.workandwealthforall.net.
Meer teksten van Vincent De Roeck op www.libertarian.be.

Read more...

30 oktober 2007

Dewael's bedrieglijke rechtsvergelijking

In de Standaard van 26 oktober (Immobilisme noch separatisme. Pleidooi voor een federale kieskring) neemt Patrick Dewael de verdediging op zich van het Rue-de-Pavie-voorstel voor een federale kieskring. Minstens het rechtsvergelijkend argument dat hij gebruikt is bedrieglijk.

Over de andere argumenten ga ik me hier niet uitspreken, maar het volgende argument voor een federale kieskring kan alvast tellen als wetenschappelijke onzin:

"Want kijken we bijvoorbeeld naar Duitsland, Zwitserland, Canada en de Verenigde Staten van Amerika, dan kunnen we vaststellen dat er bijvoorbeeld een volwaardig Grondwettelijk Hof bestaat, een Senaat samengesteld uit de vertegenwoordigers van de deelstaten en een federale kieskring voor bepaalde verkiezingen, bijvoorbeeld voor de verkiezing van de president. In de Belgische federatie zijn, abstractie makend van een Grondwettelijk Hof, die elementen niet aanwezig. Nochtans zijn het juist die elementen die in federale landen als noodzakelijk voor de stabiliteit van het land beschouwd worden."

Welnu, in de Verenigde Staten is er wel grondwettigheidscontrole door de rechter, maar geen apart Grondwettelijk Hof. Maar vooral: er is helemaal geen federale kieskring, ook niet voor de verkiezing van de president. Deze wordt verkozen door de kiesmannen die door de verschillende staten worden verkozen (in verhouding tot hun bevolkingsaantal) (nog vergeten dat Bush daaraan zijn eerste verkiezing te danken heeft, hoewel hij minder stemmen behaalde dan Gore ?). Zolang Dewael ook geen Belgische president wil laten verkiezen, zijn Amerikaanse presidentsverkiezingen er trouwens maar bij de haren bijgesleurd. Het is trouwens een publiek geheim dat koning Boudewijn zich verzet heeft tegen een federale kieskring omdat hij vreesde dat de monarchie een systeem met nationaal populaire politici en een de facto rechtstreeks verkozen premier niet overleeft.

In Duitsland is er inderdaad een Grondwettelijk Hof, maar geen federale kieskring: de eerste stem bepaalt de rechtstreeks verkozen volksvertegenwoordiger per district (meerderheidsstelsel), de "Zweitstimme" gaat naar lijsten per deelstaat. De president wordt niet rechtstreeks verkozen. En de Duitse Bundesrat als model voor de Belgische Senaat ? Doe maar ! In de Bundesrat zetelen de minister-presidenten van de deelstaten met een stemkracht in verhouding tot hun bevolking. Dat invoeren in België betekent een Senaat die bestaat uit de minister-presidenten van de gewesten en gemeenschappen, waarbij Kris Peeters op zijn eentje 60 % van de stemmen heeft. Als dat niet de bedoeling is, stop dan het bedrieglijk verwijzen naar de Duitse Bundesrat.

In Zwitserland is er al evenmin een federale kieskring: alle parlementsleden worden per kanton verkozen. Er is niet alleen geen Grondwettelijk Hof, maar in beginsel zelfs geen grondwettigheidstoetsing door de rechter: die toetsing wordt door het volk zelf uitgeoefend door middel van referenda en volksinitiatieven. De zetels in de Ständerat (Senaat) worden ingevuld door de kantons, in beginsel 2 per kanton, maar er zijn veel meer Duitstalige kantons dan Franstalige zodat het opnieuw bedrieglijk is hierin een argument voor een paritaire senaat te zien.

In Canada is er inderdaad een Grondwettelijk Hof; maar de volksvertegenwoordigers worden per district verkozen (meerderheidsstelsel); de leden van het Hogerhuis worden helemaal niet verkozen, maar naar Brits model benoemd door de monarchie op voordracht door de Eerste Minister, wat moeilijk een democratisch model kan worden genoemd voor België. Bij die benoemingen wordt wel een zekere proportie per deelstaat in acht genomen (maar géén pariteit). Vermits het een monarchie is zijn er in Canada ook geen federale presidentsverkiezingen.

Op het niveau van de Europese Unie bestaat er ook geen federale kieskring voor het Europees parlement of een Europese president. En de stemmen in de Raad, die als een soort Senaat kan worden beschouwd, zijn niet gelijk verdeeld over de lidstaten maar afgezwakt proportioneel aan het aantal inwoners.

Wat verder opvalt is dat de landen die Dewael aanhaalt allemaal voorbeelden zijn van centripetaal federalisme, federaties die ontstaan zijn uit voorheen onafhankelijke staten, en niet van centrifugaal federalisme, d.i. door "devolution" of defederalisering zoals in België (ook Canada is historisch een centripetale federatie, al is de dynamiek er minstens in Québec nu wel centrifugaal). En voor alle duidelijkheid: ook andere centrifugale federaties (Spanje, Verenigd Koninkrijk) kennen geen federale kieskring - behalve dan Irak, of all examples ....

De waarheid is dat nationale kieskringen of andere nationale verkiezingen juist typisch zijn voor unitaire landen, zoals Nederland, Portugal (president), Polen (president), Slovenië ..... Daarbij wordt dan telkens strikt de hand gehouden aan de gelijkheid van elke stem, aan een ver doorgedreven proportionaliteit. Wat Dewael verzwijgt, is dat het voorstel voor een federale kieskring in België ook op dit punt bedrieglijk is, omdat het aantal Nederlandstalige en Franstalige verkozenen op voorhand zou worden vastgelegd en niet op basis van de uitslag van de verkiezingen !

De waarheid is ook dat er zelfs in die zeldzame gevallen waar de deelstaten in een Senaat evenveel zetels hebben, dit nooit een pariteit inhoudt, omdat het nooit om tweeledige landen gaat: het is de fundamentele tweeledigheid van le pays réel die maakt dat België hoogstens nog als confederatie kan overleven, maar niet als federatie.

De waarheid is tenslotte dat aparte Grondwettelijke Hoven in veruit de meeste gevallen zijn ingevoerd na de val van een totalitair of minstens dictatoriaal regime om de jonge democratie te versterken tegen concentratie van politieke macht. België is de uitzondering waar dat Hof inderdaad, zoals Dewael impliciet stelt, is ingevoerd om bescherming te bieden tegen centrifugale krachten, en daarbij de Vlaamse meerderheid neutraliseert. Waarmee ik geen kritiek wil uiten op de wijze waarop het Hof zijn bevoegdheid invult, maar enkel stellen dat het principieel geen gezond systeem is in een echte democratie. Laat ons daarvoor maar wat meer naar Zwitserland kijken, op een correcte wijze natuurlijk en niet op zijn Dewaels.
Read more...

29 oktober 2007

Devaluatie van een Nobelprijs (Vincent De Roeck)

Het klimaat is al enige tijd een zéér belangrijk thema geworden in de media, en dus ook in de politiek. Met de Nobelprijs voor Al Gore en de Oscar voor zijn pseudo-wetenschappelijke documentaire “An Inconvenient Truth” hebben de eco-militanten hun slag thuisgehaald. Plots werden documentaires over het intrinsieke hondenleven van Indiase straatkinderen qua maatschappelijke waarde gelijkgesteld aan een computersimulatie over het weer. Plots werden de internationale verwezenlijkingen van wereldleiders als Mahatma Gandhi, Nelson Mandela en Koffi Annan gelijkgesteld aan de capriolen van een gebuisde politicus en een weinig onderbouwde demagoog. Door deze georchestreerde klimaatheisa en het meningloos nalopen van de doemprofetieën in de media, twijfelt niemand nog aan de accuraatheid en feitelijke juistheid van de “global warming”. De echte vragen worden al lang niet meer gesteld.

Een aantal interessante opiniestukken en kritische beschouwingen over de klimaathype kan je hier, hier en hier terugvinden.

Nu schrijf ik maar zelden een tekst over klimaat, niet omdat mijn kennis over het onderwerp te klein zou zijn, want in tegenstelling tot het merendeel van de klimaatprofeten heb ik wel degelijk ooit lessen biologie gevolgd, maar gewoon omdat het mij niet interesseert. Het kan mij eerlijk gezegd zelfs allemaal niet schelen wat er met deze planeet aan het gebeuren is. Ik erger mij dan ook dood aan de breed uitgesmeerde fratsen van mediageile semi-wetenschappers en politici inzake. Niemand lijkt nog bezig te zijn met de inhoud van de boodschap voor zolang de boodschap zelf, hoe onjuist ze ook mag zijn, op gejuich en handgeklap onthaald blijft worden. Aan een overdaad aan feitenkennis lijkt geen enkel “onderzoeker” of politicus te lijden, maar dat stoort de opiniemakers ook totaal niet.

Iedereen spreekt bijvoorbeeld over de angst voor “global warming” terwijl het wetenschappelijk vaststaat dat Europa te maken zal krijgen met “global cooling”, net omdat de eerste fundamentele klimaatsverandering het wegvallen van de Golfstroom zal zijn, die vandaag de temperaturen in Europa onterecht hoog houdt. New York ligt immers even noordelijk als Madrid maar heeft elke winter te kampen met sneeuw en een dichtgevroren haven. Een ander stukje wetenschappelijke nonsens is de menselijke oorzaak van de klimaatswijzigingen. Volgens wetenschappelijk onderzoek is de mens verantwoordelijk voor amper 5% van de totale uitstoot van broeikas- en andere gassen die nefast zijn voor het klimaat. Volgens diezelfde wetenschappers is een aandeel van 5% in de uitstoot grosso modo verwaarloosbaar.

Ook het Brusselse “Ludwig von Mises Institute Europe”, waarbinnen ik al enige tijd actief ben als secretaris van de “Youth Club”, volgt de denkpiste van o.a. het Amerikaanse “Cato Institute” die zéér kritisch staat tegenover de pogingen van de eco-fascisten om via de media en een voorgelogen publieke opinie maatregelen te nemen tegen de uitstoot van broeikasgassen, ofschoon er daarvoor géén enkele wetenschappelijke grond bestaat. Annette Godart, de voorzitster van het LVMI-Europe, schreef de volgende analyse neer onder de titel “Climate change: a hot item that requires cold thinking”.
At the moment, the climate change is one of the most discussed topics in the world. It seems, that even on Mars the Southern icecap is in danger and that Neptune appears to be warming too. It is a very serious question, no doubt, and the safest way to discuss this, is to let it be examined by the capable scientists. But the problem is the fact, that a lot of emotions and opinions are blurring the outcome. It should not be the first occupation of politicians, but it is. I have only one question and I discovered, that people pay more and more attention to that fact.

Between 1350 and 1700 there was a period, called “the Little Ice-Age”. That is a common fact. (Though in the 20th century there was a period of cooling too). Josef Reichholf, biologist and director of the zoological State collection has written an article about the topic. In the article “Wärme tut gut”, he explains, that the climate change came quite suddenly, so suddenly, that the people were thinking of a punishment from God. The high tides were stronger in that period than those we ever knew in the 20th century. Storms were so strong, that they shaped the islands and Halligen between the Netherlands and Denmark. Temperatures could be measured at that period and dropped under minus 25 degree Celsius. People froze to death in their homes. Glaciers were growing longer, wolves came from the North etc.

In the Middle Ages on the contrary, the climate was so warm, that figs were growing in Cologne, Germany, and wine was produced in Bavaria, England, Belgium and the southern part of the Netherlands. Then, in 1700, that period of the “Little Ice-Age” stopped. The circumstances were not different from the period in 1350: no airplanes, no industry, no cars, no central heating and no pollution. There is research going on concerning this phenomenon. The Max Planck Institute of Darmstadt showed, that for example the sun was presently at an 8000 year solar max, which might explain the global warming.
Dit tekstje toont aan via een historische vergelijking dat de causaliteit tussen menselijke factoren en het milieu veel minder doorslaggevend is dan algemeen aangenomen wordt in de media. Van een Oscarcomité kunnen we nog begrijpen dat ze zelf géén rekening houdt met wetenschappelijke juistheid, want films nemen al wel vaker het loodje met de werkelijkheid, maar voor een Nobelstichting zijn er geen verzachtende omstandigheden inroepbaar. Een wetenschappelijke stichting die alle voorbije winnaars letterlijk beledigt en hun realisaties weglacht door de prijs dit jaar uit te reiken aan Al Gore, een bedrieglijke mislukkeling zonder enige wetenschappelijke onderbouw of maatschappelijke meerwaarde, is gewoon te schandalig voor woorden. Als devaluatie van de Nobelprijs kan dit dus wel degelijk tellen.


Meer over de klimaatproblematiek op www.klimaatnieuws.nl.
Meer teksten van Vincent De Roeck op www.libertarian.be.

Read more...

La Belgique sera belgo-flamande ou elle ne sera pas (dendof)








Read more...

La Belgique sera confédérale ou elle ne sera pas (Karel Poma)

In een confederale staat België zou het probleem BHV zich niet hebben voorgedaan. De politieke crisis waarmee België sinds de federale verkiezingen van 10 juni 2007 geconfronteerd wordt, toont aan dat de enige oplossing erin bestaat België om te vormen van een federale naar een confederale staat.

Het essentiële in een federale staat is dat de regionale parlementen en regeringen uitsluitend die bevoegdheden krijgen die het federale parlement wil afstaan. Om dit te illustreren, een typisch voorbeeld: Het federale parlement besliste dat alle culturele materies naar de Vlaamse of de Franstalige gemeenschap gaan. Dus ook de biculturele instellingen in het tweetalige Brussel en omgeving. Maar in de wet die de overdracht van de culturele materies naar de twee gemeenschappen regelt, vergat men te bepalen dat de biculturele instellingen gezamenlijk door het Vlaamse en Franstalige parlement en regeringen beheerd zullen worden. Door die vergetelheid worden de biculturele instellingen niet overgedragen en blijven zij onder de bevoegdheid van de federale instanties, tegen de geest van de culturele autonomie in. De Vlaamse en Franstalige parlementen zijn niet in staat deze vergetelheid te rectificeren omdat dit van het federale parlement moet uitgaan, dat daartoe geen initiatief neemt.

Indien België een confederale staat zou zijn, zou het probleem van de biculturele instellingen in het Brusselse zich nooit voorgedaan hebben, en zou het probleem van Brussel-Halle-Vilvoorde zich niet stellen. In een confederale staat is het immers onmogelijk dat een deelstaat bevoegdheid heeft in een andere staat. Dat is nu wel het geval in onze federale staat, waar, bij verkiezingen, personen uit de Vlaamse deelstaat - waartoe Halle-Vilvoorde behoort - kunnen stemmen voor kandidaten die in een andere deelstaat wonen. De kiezers uit Halle-Vilvoorde kunnen immers stemmen voor Franstalige kandidaten, die in Wallonië wonen.

Nergens in de wereld is iets dergelijks mogelijk, alleen in België. Het verbaast mij dat de Franstaligen dat niet begrijpen. Waarom vragen Franstaligen wel medezeggenschap in Vlaams-Brabant en waarom vragen Nederlandstaligen geen medezeggenschap in Waals-Brabant? Het antwoord is zeer eenvoudig. Franstaligen die in Vlaanderen komen wonen, passen zich, wat het gebruik van de taal betreft, niet aan en blijven Frans praten. Bovendien verplichten de Vlamingen de Franstaligen niet om het Nederlands te gebruiken, want zij staan hen steeds in het Frans te woord. Wanneer Franstaligen in b.v. Duitsland of Groot-Brittannië gaan wonen, passen zij zich wel aan. Alleen in Vlaanderen doen zij dat niet. Vlamingen die in Wallonië gaan wonen, passen zich wel aan en schakelen over naar het Frans.

Eerste minister Gaston Eyskens verklaarde, nadat de grondwet in 1970 voor een eerste maal grondig gewijzigd was en de culturele autonomie ingevoerd werd, dat de unitaire staat opgehouden had te bestaan. Dat was niet juist, de unitaire staat bleef bestaan. Ook tijdens de voorlopige gewestvorming onder Tindemans I, bleef de unitaire staat bestaan. Het federalisme werd maar na de wetgevende verkiezingen van 1981 ingevoerd, toen in december 1981 een onafhankelijke regering (toen nog executieve genoemd) en parlement voor Vlaanderen opgericht werd. Intussen werd dit federalisme verder uitgebreid, maar blijkt het uiteindelijk aan de Vlamingen niet de gewenste voldoening te geven. Daarom is het noodzakelijk om over te schakelen van het federalisme naar het confederalisme.

Indien de Franstaligen dit niet willen inzien, niet willen aanvaarden, dan zou dit wel eens kunnen leiden tot het separatisme, waarvoor zij dan kunnen verantwoordelijk gesteld worden.

Wat moet er gebeuren om van de federale naar de confederale staat over te schakelen? Vermits de grondwet geen vodje papier is, moet die gerespecteerd worden. Dit wil zeggen dat het federale parlement de artikelen moet aanduiden die de overgang mogelijk maken. Na federale verkiezingen moet het volgende parlement die artikelen stemmen. Dat is zo eenvoudig, zoals de overgang van de unitaire staat naar de federale mogelijk is geweest.

België heeft geen separatisme nodig om de communautaire geschillen op te lossen, maar de federale staat België moet naar een confederale overgeschakeld worden.

Karel Poma, gewezen minister van Cultuur, in Volksbelang, oktober 2007 (ingekorte versie)

Labels: ,

Read more...

La Belgique sera fédérale ou elle ne sera pas
(Philippe Caeymaex)

De huidige regeringsonderhandelingen tonen aan dat de Belgische bevolking en haar politici moeten nadenken over één cruciale vraag: “Wat is de toekomst van de Belgische Staat en wat is het eindpunt van de opeenvolgende staatshervormingen?” Het antwoord op deze vraag is essentieel wanneer men in de toekomst de samenwerking tussen de twee kunstmatig gecreëerde politieke democratieën wilt garanderen. De bevolking wordt door de media alsook door de populistische politici overspoeld met een tweeledig antwoord op deze vraag: een unitaristisch België of een Vlaamse onafhankelijke staat. Er bestaat echter nog een derde antwoord, namelijk een volwaardige federale Belgische Staat naar Duits model. Verscheidene recente peilingen tonen aan dat de Vlamingen meer autonomie willen, maar dat ze niet echt geneigd zijn om uit het Belgisch kader te stappen.

Noot van Vincent De Roeck: Ik volg de auteur van deze tekst volledig binnen het Belgisch federaal of confederaal kader. Natuurlijk doet dit geen afbreuk aan mijn onvoorwaardelijke steun voor de idee van een vrij en onafhankelijk Vlaanderen, zoals o.a. verdedigd in deze vier teksten: (1), (2), (3) en (4).

Eén van de problemen van de huidige Belgische “federale” staat is het in 1993 veranderde artikel 1 van de Belgische Grondwet: “België is een federale Staat, samengesteld uit de gemeenschappen en gewesten.” Geen enkele federale Staat in de wereld is samengesteld uit twee soorten federale deelentiteiten. In Duitsland en Oostenrijk zijn er de Länder, Zwitserland bestaat uit kantons, de Verenigde Staten van Amerika uit Staten, de Russische Federatie bestaat uit deelrepublieken, … Het in 1970 ontstaan Belgisch compromis is dus uniek in de wereld maar zeker geen voorbeeld van efficiëntie.

Het resultaat van de opeenvolgende staatshervormingen zijn een federale overheid, drie gewesten (Vlaams, Waals en Brussel), drie gemeenschappen (Vlaamse, Franse en Duitstalige) en tot slot in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een Vlaamse Gemeenschaps Commissie, Franse Gemeenschaps Commissie en een Gemeenschappelijke Gemeenschaps Commissie. Dit maakt dus, omdat de instellingen van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Gewest zijn gefusioneerd, een totaal van negen overheden. Men mag echter niet vergeten dat ieder van deze negen overheden een regering en een parlement heeft met een hele administratie achter zich. Reken hierbij de gemeentelijke en provinciale niveaus en het gevolg is dat België bij de recordhouders behoort in de wereld op het vlak van aantal ambtenaren. Volgens de OESO, de organisatie van de geïndustrialiseerde landen, heeft ons land de hoogste score voor het aantal ambtenaren in de klassieke ambtelijke diensten. In totaal werken er ongeveer iets minder dan 800,000 mensen in de ambtenarij, daarenboven nog rekening houdend met het feit dat in België semi-openbare diensten zoals ziekenhuizen grotendeels in de privé-sector zitten, terwijl die elders bij de overheidssector horen en in die cijfers ook opgenomen zijn.

Hierbij komen we aan een tweede cruciale vraag die de huidige regeringsonderhandelingen naar boven brengt: “Hoe kunnen we onze overheidsfinanciën levensvatbaar houden?” Als er rekening moet worden gehouden met de vergrijzing die voor de deur staat en de broodnodige lastenverlagingen, kan men deze vraag maar op een manier beantwoorden, namelijk door zéér hard snoeien in de overheidsuitgaven. Eén van de meest effectieve manieren om de overheidsuitgaven te beperken is het geleidelijk afschaffen van bepaalde overheidsniveaus. Zo kan men vragen stellen over het nut van provincies in een land van 10 miljoen inwoners waar er naast het gemeentelijke niveau ook nog een federaal en een deelstatelijk niveau aanwezig zijn. Hun bevoegdheden zijn ruim en algemeen, o.a. inzake onderwijs, sociale en culturele infrastructuren, preventieve geneeskunde en sociaal beleid. Ze houden zich ook bezig met leefmilieu, met wegen en waterwegen, economie, vervoer, openbare werken, huisvesting, gebruik van talen, … Dit zijn allemaal bevoegdheden die hetzelfde zijn of dicht aanleunen bij de bevoegdheden van de gewesten. Zij kunnen dan ook gemakkelijk worden overgeheveld naar de gewesten.

Het nut van provincies is een debat dat zeker moet gevoerd worden, maar waar deze tekst niet verder op ingaat. Een ander niveau in de Belgische staatsstructuur waar men moet nadenken over haar toegevoegde waarde, zijn de gemeenschappen. Zoals eerder aangehaald is België het enige federale land in de wereld waar er twee soorten deelstaten zijn. De gemeenschappen zijn ontstaan bij de staatshervorming van 1970 waar de Vlamingen vragende partij waren voor een bestuursniveau om hun taal en cultuur te beschermen, terwijl de Franstaligen een bestuursniveau wilden voor de herlancering van hun economie. In concreto betekent dit dat de gemeenschappen bevoegd zijn geworden voor de persoonsgebonden aangelegenheden, zoals taal, cultuur en onderwijs en de gewesten bevoegd zijn geworden voor de territoriale aangelegenheden, zoals ruimtelijke ordening, milieu en tewerkstelling.

Men heeft toen ook het zeer belangrijke grondwettelijk beginsel van territorialiteit ingevoerd. Dit beginsel gaat over het feit dat een bestuursniveau enkel daden van bestuur kan stellen op zijn eigen territorium. Dit beginsel staat in contrast met het personaliteitsbeginsel, waarvan de Franstaligen een voorstander zijn. Volgens het personaliteitsbeginsel kan een bestuursniveau daden van bestuur stellen ten opzichte van iedereen die dezelfde taal en cultuur heeft als het hare. Wanneer men echter voor een federale staat kiest, zonder veel juridische en politieke twisten, kan men enkel opteren voor het territorialiteitsbeginsel. Omdat de grenzen van het Vlaams, Waals en Brusselse Hoofdstedelijk Gewest duidelijk en onaantastbaar zijn, kan het territorialiteitsbeginsel alleen hier correct worden toegepast. De Vlaamse en Franse Gemeenschap oefenen echter beide hun bevoegdheden uit op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De toepassing van het territorialiteitsbeginsel is dus onmogelijk op het gemeenschapsniveau.

De Duitstalige Gemeenschap, die een kleine Gemeenschap is van ongeveer 70,000 burgers, is een gemeenschap die goed werkbaar is omdat het territorialiteitsbeginsel correct kan worden toegepast. In een federale staat van 3 gewesten kan deze Gemeenschap als onderdeel van het Waalse Gewest verder blijven bestaan. Wanneer men de huidige situatie bekijkt, kan men constateren dat men al geleidelijk aan het evolueren is naar drie volwaardige gewesten en de rol van de gemeenschappen aan het verkleinen is. Zo zijn de instellingen van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest reeds gefusioneerd. De Franse Gemeenschap, die bijna in voortdurende staat van faillissement verkeert, heeft, door de staatshervorming van 1993, reeds een deel van haar bevoegdheden (toerisme, schooltransport, professionele vorming, sociale aangelegenheden en sport infrastructuur) overgedragen aan het Waals Gewest en de Franse Gemeenschaps Commissie. Dit brengt met zich mee dat de Raad van de Franse Gemeenschaps Commissie decreten kan uitvaardigen en het Brussels Hoofdstedelijk parlement enkel ordonnanties kan uitvaardigen.

Daarenboven zal men nooit van homogene bevoegdheidspakketten kunnen spreken zolang er gemeenschappen en gewesten bestaan. Dit kan duidelijk gemaakt worden met het volgende voorbeeld van personen met een handicap. Er is een federale wet betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, terwijl de beroepsopleiding van de mindervalide behoort tot de bevoegdheid van de Gemeenschappen en de financiële tegemoetkomingen in de tewerkstelling behoort tot de bevoegdheid van de Gewesten.

Voornamelijk voor Brussel zou het afschaffen van de gemeenschappen een oplossing zijn, wanneer men nu kijkt naar de uitgaven en subsidies die worden gedaan in Brussel waarbij de beide gemeenschappen niet willen onderdoen voor elkaar en eigenlijk beter zouden samenwerken. Hierbij spelen vaak geschiedenis en cultuur een rol waarbij beide gemeenschappen zeggen dat Brussel “Vlaams” of “Franstalig” is. Maar Brussel is Brussel, bevolkt door Brusselse Ketjes en niet door Vlaamse Brusselaars of Brusselse Vlamingen of Waalse Brusselaars of Franstalige Brusselaars. Brussel is de hoofdstad van Europa en België, hoofdzetel van de NAVO en internationale multilinguale stad, waarbij een statuut als volwaardig gewest noodzakelijk is. Voorstellen die van Brussel een Brussel DC willen maken, zijn dan ook in de huidige context absurd wanneer men van Brussel gewoon een volwaardig gewest kan maken.

Essentieel in het Brusselse beleid moet de volledige tweetaligheid blijven. Eveneens moet het behoud van “het Belgische evenwicht” in de Brusselse instellingen gegarandeerd blijven, met name een vaste verdeling van het aantal Nederlands- en Franstaligen in de regering en het parlement alsook het behoud van de alarmbelprocedure op Brussels niveau. Het beleid, dat door de Gemeenschaps Commissies in Brussel wordt uitgevoerd, is niet altijd een toonbeeld van gelijkheid en efficiëntie. Wanneer we naar het bicommunautaire culturele centrum Flagey kijken of naar de recent gerenoveerde Wielemans-Ceuppens brouwerij in Vorst zien we duidelijk dat deze projecten gepaard gaan met enorm veel discussies, tijdverlies en verspilling van subsidies.

Op het vlak van de gezondheidszorg zien we dat elke inwoner van de Vlaamse Gemeenschap en van het Vlaams Gewest die 25 jaar of ouder is, zich verplicht moet aansluiten bij een zorgkas van de Vlaamse Zorgverzekering. Terwijl een inwoner van de Vlaamse Gemeenschap en van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zich vrijwillig mag aansluiten. Er wordt hier dus een verschil gemaakt tussen een inwoner van de Vlaamse Gemeenschap die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest woont en een inwoner van de Vlaamse Gemeenschap die in het Vlaams Gewest woont.

Het onderwijs in de hoofdstad is nog een voorbeeld van het falen van de huidige situatie. Men dient een beleid dichter bij de mensen te voeren, een beleid op maat van de huidige Brusselse situatie. Het beleid moet worden hervormd waarbij het onderwijs en het tewerkstellingsbeleid nauw kunnen samenwerken. Hierbij moet men zeer sterk op de volledige tweetaligheid van het onderwijs letten. Zodanig dat een vlotte doorstroom naar de arbeidsmarkt mogelijk is. Want door de enorme instroom van anderstaligen (lees: niet Frans- of Nederlandstaligen) worden de eentalige Nederlandstalige scholen als goedkope taalinstituten gebruikt door de allochtone ouders, want Frans leren deze kinderen immers wel op straat. Er is daarenboven een nijpend tekort aan technische en beroepsscholen. Dit alles is een onaanvaardbare lacune in een stad met ongeveer 30 procent jeugdwerkloosheid.

Een federale staat die bestaat uit 3 volwaardige gewesten, waarbij de gewesten alle bevoegdheden van de gemeenschappen krijgen, is duidelijk en beter werkbaar. Het is de meest plausibele oplossing wanneer men in België een efficiënt beleid wenst te voeren waardoor de toekomst van het land en haar burgers gegarandeerd wordt. Bij dit federale België van drie gewesten kan men best nog een Senaat toevoegen die, naar het voorbeeld van de Duitse Bundesrat, is samengesteld uit de vertegenwoordigers van de gewestelijke parlementen. Deze Senaat kan zich dan beraadslagen over de Europese en Internationale problemen alsook kan ze dienen als plaats van ontmoeting en beraadslaging tussen de drie Belgische gewesten.

Vooral dient men grondig na te denken welke bevoegdheden men op een homogene manier dient uit te oefenen op welk niveau. Zeker zouden onderwijs, cultuur, ruimtelijke ordening, landbouw, economie, arbeidsbeleid met de werkloosheidsuitkeringen gewestelijke bevoegdheden moeten zijn, maar dit is een complex debat dat zeker moet worden gevoerd. Een hervorming van de financieringswet en een responsabilisering van de gewesten is eveneens nodig om het consumptiefederalisme te doen verdwijnen. Het kan niet langer dat de federale overheid in financiële nood zit en de gewesten enkel maar subsidieoverheden kunnen zijn. Dit is nefast voor de economie alsook voor het opvangen van de vergrijzing.

Tot slot zou het misschien beter zijn als de Vlamingen, Walen en Brusselaars mekaar terug beter leren kennen. In de hedendaagse maatschappij kan dit hoofdzakelijk het best via de media gebeuren. Een privatisering van de huidige VRT en RTBf dringt zich dan op, samen met de creatie van een nieuwe beperkte publieke omroep naar het voorbeeld van ARTE. Wanneer twee natiestaten als Duitsland en Frankrijk een gezamenlijk mediabeleid kunnen voeren, zullen waarschijnlijk de drie Belgische Gewesten dit ook kunnen. Want wanneer men geen informatie van de ‘andere kant’ krijgt, kent men de ‘andere kant’ niet meer en is men dus ook niet meer geneigd om deze te steunen of te aanvaarden in het algemeen. Zoniet zullen de clichés verder over België blijven heersen.


Deze tekst van Philippe Caeymaex verscheen ook in Blauwdruk.


Meer over het liberale flamingantisme op www.hetlvv.be.
Meer teksten van Vincent De Roeck op www.libertarian.be.

Read more...

28 oktober 2007

Wie gelooft die mensen nog? (Hoegin)

Brussel-Halle-VilvoordeZal de leeuw op 7 november dan eindelijk toch eens brullen, of is het weer maar eens de haan die in de Kamercommissie Binnelandse Zaken victorie kraaien? En dan niet eens voor de derde keer, maar als ik goed kan tellen ondertussen al voor de vijfde keer! Zowel Open Vld als CD&V-N-VA willen hun kiezers vandaag doen geloven dat het tegen 7 november echt menens is, maar Joëlle Milquet is vooralsnog niet onder de indruk.

De lezer zal wel al langer dan vandaag weten dat ik eerder sceptisch ben wanneer ik voormannen van CD&V en Open Vld straffe verklaringen hoor afleggen over Brussel-Halle-Vilvoorde. Het is niet de eerste keer dat er zulke verklaringen worden afgelegd, en tot nog toe zijn zulke verklaringen niet veel meer geweest dan… inderdaad, verklaringen, dat wil zeggen, woorden vooraf. Op het moment van de waarheid blijkt dan dat men plots toch nog één of ander konijn uit de hoed tovert om toch maar niet tot daden, zeg maar een stemming, over te moeten gaan.

Over dat konijn gesproken, ik ben duidelijk niet de enige die de stemming in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken eerst zal moeten zien voor hij ze zal willen geloven, want ook Bart Brinckman scheen er in De Standaard van gisteren niet veel van te geloven. Ik citeer letterlijk: «Die commissie stemt woensdag 7 november zo goed als zeker –tenzij voorzitter Pieter De Crem (CD&V) opnieuw een konijn uit zijn hoed tovert– over het Vlaamse splitsingvoorstel.» Als dit zinnetje één ding aantoont, dan wel dat Pieter de Crem als voorzitter van die commissie, en met hem eigenlijk de hele CD&V in het algemeen, niet bepaald ernstig meer genomen wordt in dit dossier. En als de CD&V soms dacht dat zij door haar houding van «Redders van het Vaderland» op enig respect zou rekenen in belgicistische kringen, waar ik overigens De Standaard toe reken, dan zijn zij eraan voor de moeite. Het bijzinnetje van Bart Brinckman toont aan dat men zelfs in die kringen amper nog de lach kan of wil inhouden wanneer de naam van nuttige idioot Pieter de Crem nog eens genoemd wordt.

Wat mogen we dan wel verwachten op 7 november? Er kan natuurlijk niet uitgesloten worden dat de CD&V zich op die dag gedwongen zal voelen om toch maar over te gaan tot de stemming van het splitsingsvoorstel omdat er werkelijk geen nieuw konijn gevonden kon worden in de anders tot nu toe toch al wel opmerkelijk grote oranje hoed. Of dit werkelijk het geval zal zijn zal ook afhangen van waar formateur Yves Leterme en co-formateur Herman van Rompuy de komende dagen hun energie aan zullen besteden: het zoeken van een nieuw konijn om een stemming nog maar eens uit te kunnen stellen, of preventieve damage control ten overstaan van de Franstaligen door het aanleveren van voldoende lepels suiker zodat de oranje-blauwe onderhandelingen ook de stemming zullen overleven.

Overigens is het ook sterk de vraag waar de Franstaligen zich feitelijk druk over maken. Stel dat de splitsing dan toch in de Kamercommissie gestemd wordt, dan zal het daarna nog wel een tijdje duren eer de splitsing ook in de Kamer gestemd zal kunnen worden. Je weet maar nooit dat de Kamervoorzitter het te druk heeft met, ik zeg maar wat, het geven van toespraken aan universiteiten, en daardoor geen tijd heeft om hoogdringende wetsvoorstellen te behandelen –je moet toch je prioriteiten kunnen stellen– en we hebben het al snel over 2008 vóór de kieskring ook echt gesplitst zal zijn. Echt gesplitst? Voeg er nog eens een alarmbelprocedure en een belangenconflict aan toe, en men zal zich al moeten reppen om de hele zaak nog in orde te krijgen tegen 2009 moest er een federaal «ongeluk» voorvallen. De Franstaligen hebben dus nog kans en tijd genoeg om de Vlaamse partijen onder de lat door te dwingen door middel van één of ander akkoordje in de schoot van een federale regering.

Labels: , , , , ,

Read more...

Identiteitsverschuivingen binnen de 'Islamic civilization': Een Westers veiligheidsdilemma. (Brigant)

Het Internationale Jihadisme is onze primordiale tegenstander in de 'oorlog tegen het terrorisme', men linkt deze aan de 'Islamitische beschaving' en draait daarvan een beeld bestaande uit éénheidsworst. Het Internationale Jihadisme is slechts een onderdeel in een identiteitsconflict dat zich vooral afspeelt in het Midden-Oosten, in mindere mate in de Maghreb of Azië. Dit artikel is eerder een probeersel, een poging om duidelijkheid te scheppen en een coherent beeld te scheppen in een immens kluwen. Allereerst kijk ik naar de sleutelconcepten in de specifieke identiteitsconstructie die vooral van toepassing is in het Midden-Oosten en van daaruit emaneren naar heel het grondgebied van de 'Islamic civilisation' zoals gedefinieerd in Huntington's Clash of Civilizations.

Terugblik naar de roots.
Het internationale jihadisme emaneert uit een dubbel identiteitsconflict. Een conflict tussen het Arabische nationalisme en het Islamisme, naast een conflict tussen de twee hoofdstromen in de Islam: Soennieten tegen Sjiieten.

Allereerst moet men het verschil kennen tussen het Arabisme en het Arabische Nationalisme.

- Het Arabisme slaat op een culturele uniformiteit over heel 'de Arabische wereld' op basis van taal, geschiedkundige, religieuze en emotionele verwantschappen.

- Het Arabische Nationalisme omvat dat Arabisme maar hecht daaraan de wens om één politieke eenheid te vormen, synoniem hiervoor is het latere pan-Arabisme. Het is een eerder seculiere en etnische invulling dan een religieuze invulling, had zijn basis bij seculiere moslims en ook Christenen in het Midden Oosten.

Er is wel een essentieel verschil tussen het Arabisme en het Arabische nationalisme: de invulling van het Arabisme paste in een Ottomaans kader, het Arabische nationalisme paste in een kader van afscheuring/onafhankelijkheid van het Ottomaanse rijk.

-Het Islamisme is niet zozeer een nieuw gegeven, het richt zich vooral op een religieuze invulling van de maatschappij en natie (dus Staat, in Westerse concepten). Die invulling kan men verdelen in verschillende interpretaties...het Salafiyya (Soennitisch) dat paradoxaal genoeg mede een basis lag voor het Arabische nationalisme (1880-1920). Het Arabische nationalisme is een vorm van modernisme maar op seculiere leest, terwijl het Salafiyya er een Islamitische invulling gaf. De Islamitische Broederschap (Egypte) bestaat als sinds 1928 met een eerder Islamitische invulling van de maatschappij. Heden ten dage bestaan er verschillende Islamitische stromingen die men meestal opdeelt tussen het Soennisme of Sjiisme. Beiden vormen hoofdstromingen binnen de Islam maar deze twee vormen de meest dominante stromingen. Wat we vandaag als Islamisme beschouwen zijn veelal substromen binnen deze 'hoofdstromen' in de Islam en vooral Soennitische substromingen. We moeten hierbij rekening houden met het conflict tussen de Soennitische en de Sjiietische stromingen. Bij de Soenni hebben we het veelal over organisaties onder de Salafisten en de Wahabieten, stromingen die zich richten tegen de Sjieten en een meer Panislamistisch visie lijkt te hebben. Bij de Sjiietische substroom gaat het eerder om organisaties die zich richten tegen de Soenni, vooral over organisaties die vallen onder het Twaalver Sjiisme zoals de Islamitische Republiek Iran (Safawieden) en haar bondgenoten zoals de Hezbollah (Sjiieten maar onduidelijk welke substroom).

Na afloop van de Eerste Wereldoorlog desintegreerde het Ottomaanse zich volledig en voltrok zich de Europese 'kolonisering' van het Midden-Oosten. Na de dekolonisering zou vooral het Arabische nationalisme hoogtij vieren maar hun politieke legitimiteit kan niet voor eeuwig duren.

Kolonisering en dekolonisering.
De kolonisering van het Midden-Oosten vormde het sluitstuk van de volledige kolonisering van de 'Islamic civilisation', de Maghreb en de Aziatische delen vielen al vroeger compleet ten prooi aan de kolonisering.



Het Arabische nationalisme bestond en kwam tot een culminatie bij de dekolonisatie na afloop van de Tweede wereldoorlog. Een soort van regionale invulling van nation-building had al plaatsgevonden, zoals in het Westen had plaatsgevonden, voor de formele kolonisering maar verkreeg een relance bij de dekolonisering. Dat nationalisme leek zich vermengt te hebben met enig socialisme of alleszins een eigen interpretatie hiervan, zoals ook plaatsvond op het Sub Saharaanse continent. Het Midden-Oosten zal veranderen na de dekolonisatie met de Arabisch nationalistische revoluties in Egypte, Syrië en Irak. Jordanië, Saoedi-Arabië en Iran waren toen monarchieën. De Iranese Sjah werd vervangen door een religieus leiderschap vermengt met een republikeins systeem dat we heden ten dage nog steeds de Islamitische Republiek Iran noemen, valt niet onder het Pan-Arabisme of het Arabische nationalisme. Het Arabisch nationalisme centreert zich vooral op Egypte, Syrië en later Irak.

In de periode na 1945 krijgen we de koppeling van het Arabische nationalisme met het Israëlisch-Palestijnse conflict, het geheel nogmaals verweven op een hoger bestaansniveau in de wereldorde van de Koude Oorlog. Het Islamisme speelde toen ogenschijnlijk een onbeduidende rol gezien het Arabische nationalisme zich richtte tot de vorming van een ééngemaakte Arabische Staat (ipv een ééngemaakt Islamitisch kalifaat) en gericht was tegen Israël. In het kader van de Koude Oorlog vertaalde zich dat in een coalitie tegen het Westen onder de vleugels van de USSR. De Russische invasie van Afghanistan zou dan weer aanleiding vormen tot een praktische samenwerking met de Amerikanen.

Er was een onsuccesvolle poging tot een politieke en economische unificatie tussen Arabische Staten uit het Midden-Oosten. In Europa was zo’n unificatie tot nu ‘succesvol’ met de Europese Unie

Destabilisatie van het Arabische Nationalisme.
Het is in het kader van het Israëlisch-Palestijnse conflict dat het Pan-Arabisme (Syrië, Egypte, Irak) een belangrijke rol te spelen door de Arabische Staten te verenigen gericht tegen de Israëlische Staat. Alleen mag men deze Statelijke actoren niet als een monoliet beschouwen, ze hadden elk hun eigen belangen. Egypte en Syrië vormden tijdelijk de Verenigde Arabische republiek.

De legitimiteit van de Arabische republieken die zich schaarden onder het Pan-Arabisme werd aangetast door hun onvermogen om Israël militair te verslaan en het subsequent falen van het Arabische front tegen Israël (Egypte, vredesakkoord eind jaren 70), naast een binnenlands falend socio-economisch beleid. Er is sprake van een zekere stabiliteit binnen de Staten die hervormingen of repressie kunnen hanteren tegen de Islamisten (of allen die hun legitimiteit intern aantasten) door te leunen op de twee principiële spelers binnen de Koude Oorlog: de USSR of de Verenigde Staten. Egypte koos na de laatste oorlog tegen Israël voor de Amerikanen, Syrië bleef bij de USSR. Na de Koude Oorlog verliest de USSR terrein ten voordele van de VSA, maar nu komen de Russen terug op de proppen in Syrië en breken ze nu door in Iran.

Doorbraak van het Islamisme?
In de finale fase van de Koude oorlog en de post Koude oorlog zien we een zekere resurgence van het Islamisme. Sadat neergeschoten door leden van de Islamitische Jihad (1981), de aanslag in Luxor (1997) toegeschreven aan Al Qaeda.

In de Libanese burgeroolog (1975-1990) zie je een confrontatie tussen verschillende religieuze en nationalistische organisaties. De PLO, Christelijke milities, Israëlische inmenging, Syrische inmenging, de Hezbollah die de enig overblijvende bewapende factie blijft uit die burgeroorlog.
In Algerije zien we de opkomst van de FIS en andere islamistische stromingen. In de Palestijnse gebieden zien we de opkomst van de Hamas terend op een gebrekkig socio-economisch beleid van de Fatah en corruptie...

Het Islamisme vormt mee de basis voor het verzet tegen de Russische invasie van Afghanistan, met Saoedische en Westerse financiering. Datzelfde Islamisme zal zich later keren tegen het Westen en ook in zekere mate tegen de Saoedi’s vanaf de jaren 90.

Het Islamisme kan zich succesvol inzetten door te teren op het interne ongenoegen, zoals op gebrekkige sociale voorzieningen. Hervormingen of repressie zijn de voornaamste middelen ter beschikking van die Arabische Staten wiens legitimiteit dreigt ondergraven te worden door het Islamisme. Vanaf de jaren 1990 tot 2003 zien we Saddam de seculiere Arabische nationalist overschakelen naar een retoriek met een Islamitisch religieuze basis vanaf zijn invasie van Koeweit, in een poging om de Saoedi’s te destabiliseren die beroep moesten doen op de Westerse mogendheden voor bescherming. In een latere fase om zijn regime overeind te houden naast repressieve maatregelen. De Saoedi's zouden de beschermheren van de heiligste plaatsen van de Islam moeten zijn...maar hebben Westerse hulp nodig. Heiligschennis voor diegenen die een zuivere islam wensen, ongelovige honden die Mekka moeten beschermen.

In verschillende regio's op verschillende tijdstippen kan men een heropstanding van het Islamisme gewaar worden, niet overal even succesvol. De aanslagen in Luxor (1997) had economische repercussies voor de bevolking ten gevolge van de instorting van het toerisme. In Algerije breekt er een burgeroorlog uit en zit men vandaag in een fase van verzoening.

Voorheen radicale Islamistische organisaties weten door te breken binnen de structuren van de Arabische Staten. De Hezbollah is een politieke organisatie die tegenwoordig deel uitmaakt van de Libanese regering. Hamas brak door tot in de Palestijnse autoriteit met een ‘burgeroorlog’ en de scheiding tussen Gaza & de West Bank tot gevolg. Iran is een staat met een Islamistische basis ten gevolge van de Iraanse revolutie in de jaren 1970. Deze hebben vooral een impact binnen de landsgrenzen van bestaande Staten, vallen onder de noemer van het domestiek Islamisme.

Domestiek Islamisme en Internationale Islamisme.
Islamisme is niet louter territoriaal gebonden met het Midden-Oosten of de Maghreb. Bij de desintegratie van Joegoslavië zien we facties bestaan met een Islamitische identitaire achtergrond. Tsjetsjenië, Zuid-Thaïland, de Filippijnen... Die blijven vooral binnen landsgrenzen van Staten maar hebben hierdoor ook indirect een internationale impact. De grens tussen binnenlands en internationaal islamisme is zeer fijn. Domestiek Islamisme richt zich binnen de Staatsgrenzen van de huidige Staten die behoren tot de ‘Islamic Civilization’. Het Internationale Islamisme opereert direct binnen en buiten het grondgebied van de 'Islamic Civilization'.

In de jaren 90 bekomt men de eerste internationalisering van het Islamisme. Afghaanse jihadi's die verhuizen naar de conflicten in Joegoslavië of Tsjetsjenië, anderen die terechtkomen in Europa als verbannelingen (vuchtelingen) vanuit hun thuisland. Al Qaeda lijkt de enige internationale Islamistische organisatie die meer zorgt voor coördinatie buiten het bestaan van haar eigen core. Afghanistan was hun thuisbasis. Al Qaeda opereert duidelijk direct of door middel van proxies zowel binnen de 'Islamic Civilisation' en daarbuiten.

Islamisme, gevaar of niet?
Het domestieke Islamisme betekende niet meteen een bedreiging voor het Westen zolang ze zich richten tegen de Staat. Paradoxaal genoeg vormen ze een basis voor een beginnende democratisering, maar ze vormen ook een regionaal veiligheidsprobleem. De vraag die men zich moet stellen is of deze democratisering het gevolg is van een matigingsstrategie van de Staat (counterinsurgency strategie) waarin de Islamistische organisaties meegaan om aan beleidsmacht (en legitimiteit) te winnen of het gevolg van het bestaan van een democratische ideologische ingesteldheid bij de Islamistische organisaties (Islamdemocratie). Daarop volgend moet men zich de vraag stellen wat er zich op lange termijn zal afspelen binnen die Staten waarin de Islamistische organisaties het beleid zouden voeren...zullen zij zich richten tegen of met het Westen?

Domestiek Islamisme is vormt vooral een regionaal veiligheidsprobleem. Specifiek in het Midden-Oosten vormen ze een gevaar voor Israël. Ze kunnen als bondgenoten gehanteerd worden in een proxy-war strategie in de strijd tussen de verschillende religieuze tegenstellingen (stromingen en substromingen), als onderdeel van een internationaal statelijk beleid of in een gevecht voor een uitdijende invloedsfeer. Men beschuldigt Iran ervan gebruik te maken van Islamistische organisaties in de Hoorn van Afrika en in de Golf streek om haar invloed uit te breiden tot die gebieden in een tegenbeweging ten aanzien van de Saoedische (en Soennitische) invloedsfeer. Iran maakt duidelijk gebruik van Hezbollah in een strategie tegen Israël. Syrië vormt een vreemde eend in de bijt, een Sjiietisch leiderschap in een dominant soennitisch land dat de bondgenoot vormt van Iran tegen Israël...alleen moet ze daarbij ook proberen een neutralere tussenkoers te houden in de confrontatie tussen Soenni en Sjiieten.

Het domestieke Islamisme kan op lange termijn een gevaar betekenen voor het Westen indien zij de macht overnemen in de huidige Staten (die behoren tot de ‘Islamic Civilization’) en een beleid richten tegen het Westen. Op korte termijn blijft het enigszins onduidelijk of ze voor het Westen een bedreiging vormen. Ze vormen vooral een bedreiging voor de bestaande Staten binnen de 'Islamic civilization' en regionale bedreigingen door hun gebruik als proxy. Juist door die Proxy-war strategie is het verschil tussen domestiek en Internationaal Islamisme haarfijn.

Het internationale Islamisme vormt een direct gevaar want ze is gericht tegen het Westen, zij gebruikt vooral de proxy-war methode om toe te slaan. De aanval van 9/11 is de belangrijkste internationale aanslag waarbij men geen gebruik maakte van een proxy-organisatie, het was een directe aanval van Al Qaeda gericht tegen de Verenigde Staten van Amerika en indirect tegen heel het Westen. De aanslagen in Europa verkregen financiering en ondersteuning van Al Qaeda maar het waren proxy-organisaties die de aanslagen uitvoerden, de ‘onafhankelijke cellen’ of GICM. Al Qaeda zat achter de aanslagen, maar de aanvoerders waren slechts indirect Al Qaeda.

Bij eender welk beleid die het Westen zou voeren ten aanzien van de gebieden/staten met een politiek actief Islamisme moet men rekening houden met het verschil tussen domestiek en internationaal Islamisme. De finaliteit van het Internationaal Islamisme is duidelijk tegen het Westen gericht, het domestieke Islamisme flirt met het internationale Islamisme. Daarom moeten we zelf in ons beleid haarfijn het verschil uitmaken. Soms kan men ze beter te vriend houden dan extra vijanden te scheppen.

Het Westen is reeds betrokken in dit conflict ten gevolge van een legitimiteitscrisis van het Arabische Nationalisme. Het Westen is de vijand omwille van haar steun aan deze regimes, omwille van haar betrokkenheid in het Israëlische-Palestijnse conflict, omwille van de beleidskeuzes die we maken. Sommigen hanteren daarnaast nog eens religieuze redenen als voldoende om te ageren tegen het Westen. Het zal slaan en zalven worden, maar we moeten naar heel het beeld kijken...naar alle belangen, naar beleidsgevolgen en mogelijke evoluties op korte en lange termijn.

Labels: , ,

Read more...

27 oktober 2007

Asociale acties

Onderstaande tekst schreef ik gisteren op een trein met vertraging en diezelfde avond werd het naar de media verzonden als persbericht van het LVSV Leuven.
Bericht aan de reizigers, wegens sociale acties is de trein naar Brugge – Oostende aangekondigd met 18 minuten vertraging... Slechts één van de honderden meldingen die vandaag weerklonken in Belgische stations. Het treinverkeer was, volgens de omroepster zelf, ernstig verstoord. Ook verstoord was het humeur van duizenden treinreizigers die door deze acties in de problemen kwamen.

Want de treinreizigers zijn altijd opnieuw de dupe van deze “sociale acties”. Daardoor zijn zij te laat of raken zelfs helemaal niet op hun bestemming, moeten hun reis verderzetten zonder enig comfort en worden door de schaarse informatie continu aan het lijntje gehouden. Nochtans hebben zij niets met de hele zaak te maken, zij zijn slechts machteloze slachtoffers die de volle prijs betaald hebben voor geen of lamentabele dienstverlening. Natuurlijk wassen de stakers hun handen in onschuld. De filosofie van een staker is dat het incident dat voor de vakbonden aanleiding was voor de staking schuldig is aan alle gevolgen ervan, ook al wordt het ongemak enkel en alleen door de staking veroorzaakt.

De stakers hebben zelf gekozen om voor totaal onschuldige klanten en masse problemen te
veroorzaken zonder dat daar enige reden toe is. In feite zijn de slachtoffers weerloze gijzelaars die met het conflict niets te maken hebben. En dat wordt allemaal goedgepraat met het stakingsrecht, dat vroom wordt aanbeden als een onaantastbaar dogma van de welvaartsstaat. Zodanig zelfs dat de enige argumenten tegen de staking altijd haastig erbij zeggen dat men natuurlijk niet aan het stakingsrecht wil raken.

Maar is dat stakingsrecht wel nog van deze tijd? Is het nodig? Is het nuttig? Is de enorme last en kost die erdoor wordt veroorzaakt voor de samenleving nog te verantwoorden? Werknemers worden zeer goed beschermd door allerlei sociale wetten. Vakbondsafgevaardigden hebben in bedrijven vaak meer te zeggen dan de personeelsdirecteur. De grote sociale conflicten zijn gestreden en het stakingsrecht wordt nu gebruikt om zich te moeien met het dienstrooster, een extra maaltijdcheque te krijgen of om een signaal te geven aan de regering. Een oneigenlijk en niet proportioneel gebruik, zeg maar gerust een misbruik van staking als sociaal en economisch massavernietigingswapen.

Daarbovenop is het stakingsrecht grotendeels overbodig geworden. Wat is dan de grote nood aan een absoluut stakingsrecht waarbij men anderen mag verhinderen te werken desnoods met geweld, waar vandalisme en tal van andere misdaden en misdrijven getolereerd worden?

Die is er niet meer en het misbruik wordt door de burger niet langer geaccepteerd.

Daarom moet het stakingsrecht grondig worden hervormd, en aangepast aan de huidige
samenleving. Stakers mogen niemand meer verbieden om te gaan werken, mag men niets meer saboteren of blokkeren of vernielen. De enige kracht van de staking mag nog liggen in het niet-werken en het protesteren zonder te hinderen. In openbare diensten moet de minimale dienstverlening ingevoerd worden. De macht die deze diensten hebben over het leven van duizenden is te groot om de diensteverlening te laten afhangen van willekeur. En vakbonden en andere “sociale” organisaties moeten verplicht worden rechtspersoonlijkheid aan te nemen en een transparante boekhouding te voeren zodat zij verantwoordelijkheid voor hun daden moeten opnemen.

De staking is er niet omwille van een maatschappelijk probleem. De staking IS een maatschappelijk probleem.

Chris Demeyere
Politiek Secretaris LVSV Leuven.

Labels:

Read more...

De rijzende ster Ron Paul (Simon Van Wambeke)

De verkiezingen voor het presidentsschap, hoewel keizersschap een gepastere term begint te worden, naderen in de Verenigde Staten. Clinton, Giuliani, Romney en Obama zijn, voor zover sommigen dat nog niet waren, huishoudnamen aan het worden. Maar buiten de grote media, is er een ster aan het rijzen. Dr. Ron Paul, al 20 jaar Congressman voor het 14e district van Texas, veroorzaakt op het internet meer bedrijvigheid dan alle andere kandidaten tezamen. Videofragmenten van debatten en interviews met Ron Paul worden massaal bekeken, meer dan deze van toppers als Hillary Clinton of Barack Obama. Pauls YouTube- kanaal staat in de top 40 van meest bekeken kanalen ooit. Meet-up groepen springen als paddestoelen uit de grond, meer dan 1000 nu. De 72-jarige gynaecoloog kwam als winnaar uit de bus bij vijf van de zes TV-debatten. In de traditionele polls blijft Paul spijtig genoeg steken op een paar procenten. Maar met nog niets uitgegeven en met een som geld achter de hand die hem bij de topkandidaten plaatst, kan dat snel veranderen.

Ik heb in het verleden ook twee teksten over Dr. Ron Paul (“Dr. No”) geschreven. U kan deze hier en hier terugvinden.

De integriteit van Paul staat buiten kijf. Zijn tegenkandidaat voor de Republikeinse nominatie, John McCain noemde hem ooit “the most honest man in Congress”. Lobbygroepen doen niet eens de moeite meer om Paul op te zoeken. Dit behoeft geen verwondering aangezien Paul de overheid radicaal anders ziet dan eender welke collega van hem. De overheid dient volgens hem om het leven, de vrijheid en het eigendom van ieder te beschermen, waar ze door elke andere politieker wordt gezien als het systeem bij uitstek om mensen uit te buiten of om de eigen moraal op te dringen. Paul wenst niet te besturen maar de omgeving creëren waarin mensen zichzelf kunnen besturen. Hij heeft zijn “voting-record” om dit te bewijzen; nooit stemde hij voor een maatregel die de staat enige macht bijgaf om haar onderdanen te taxeren of hun geld uit te geven. Ondanks Pauls toenemende populariteit wordt hij naar alle waarschijnlijkheid geen president, maar zijn inzichten zijn meer dan een vage blik waard. En dit wordt door steeds meer menen ontdekt. Belangrijker dan het politieke spel is voor Paul het uitdragen van de idee van vrijheid de reden waarom hij zich in de politiek bevindt.

De populariteit van Paul is voor een groot deel te verklaren door de steeds toenemende weerzin ten opzichte van de oorlog in Irak. 70% van de bevolking wil het leger terug naar huis brengen. Ron Paul is de enige van alle Republikeinse kandidaten die hen daarin volgt. Wat niet onbegrijpelijk is wanneer je ziet dat elke dag dat de Amerikanen langer Irak bezetten, de haat jegens de troepen toeneemt en het dodental nu aan Irakese zijde al 1 miljoen en aan Amerikaanse zijde 3829 (teller op 14 oktober) bedraagt. Eén op vijf Irakezen is dood, gewond of gevlucht. Paul wenst niet enkel de troepen weg uit Irak. Hij wenst ze terug te halen uit alle 130 landen waar de Verenigde Staten in totaal 700 militaire basissen hebben. Ron Paul wijst op de faliekante kosten van een interventionistisch buitenlands beleid: 1 biljoen (1000 miljard) dollar per jaar met een enorme schuld en geldcreatie (daarover later meer) als gevolg. Ook de militaire sector lijkt de waanzin van het Amerikaans buitenlands beleid in te zien; Paul krijgt de meeste donaties van alle kandidaten uit deze hoek.

Je kunt je afvragen wat Paul in de Republikeinse partij doet wanneer de teneur daar lijkt te zijn: hoe sneller het Midden Oosten platgebombardeerd is, hoe beter. Maar dat is een recent fenomeen dat het gevolg is van de inname van de partij door de neoconservatieven. De interventies in Somalië en Bosnië werden nog fel bevochten en George W. Bush won zijn eerste verkiezing door te pleiten voor een nederig buitenlands beleid zonder “nation building” (bevreemdend als je het nu bekijkt). Nixon en Eisenhower hebben de oorlogen in Korea en Vietnam beëindigd. Nog daarvoor was the Old Right een belangrijke groep conservatieven die elke buitenlandse interventie afzwoeren. Dus als iemand Republikein is, is het Paul wel.

Een aantal interessante opiniestukken van de hand van Dr. Ron Paul zelf kan u hier, hier en hier terugvinden.

Ron Paul lijkt mij ook de enige kandidaat die de Republikeinen uit het slop kan halen. Zoals de kaarten nu liggen, rijft Hillary Clinton de Democratische nominatie binnen en komt ze uit tegen Giuliani of Thompson, die ze zal verslaan vanwege haar oppositie tegen de oorlog in Irak en hun extreme “hawkishness”. Mocht Paul tegen Hillary uitkomen maken de Republikeinen misschien nog een kans aangezien hij veel betere kaarten ten opzicht van de oorlog kan voorleggen dan zij. Mevrouw Clinton stemde in met de inval in Irak. Zij onderschreef de Patriot Act. Ze wenst de troepen niet terug te halen uit Irak. Zij sluit het droppen van een atoombom op Iran niet uit. Zij wenst de president meer (ongrondwettelijke) macht te geven om Iran aan te vallen. Enzovoort. De Democratische anti-oorlogretoriek is niet meer dan dat en Paul zou als enige zonder zonden vrijuit stenen kunnen werpen. Hij verzette zich namelijk hevig tegen al Hillary’s zonden.

Als fiscale conservatief, maar vooral als voorstander van vrijheid wenst Paul de ongrondwettelijke (het hogere gerechtshof heeft dit in haar vonnissen steeds erkend) inkomensbelasting af te schaffen. De hele IRS (Internal Revenu Service) zou hiermee verdwijnen. Vele mensen zijn gebruskeerd door dergelijke radicale voorstellen. Waar haalt de staat haar geld dan? Uit andere taksen natuurlijk. En geld zal ze niet tekort hebben aangezien we bij het doen verdwijnen van de IRS en de inkomensbelasting terug zouden keren naar het budget van 2000. Hieruit blijkt nogmaals de enorme groei van het budget onder George W. Bush.

De afschaffing van het monopolie op valsmunterij van de staat is nog één van de belangrijke steunpilaren van Pauls campagne. Als kenner van de economie van de Oostenrijkse school weet Paul als geen andere welke massale schade centrale banken aanrichten door als kartelmeester te zorgen voor een continue aangroei van de geldhoeveelheid. Dit leidt tot inflatie en de business-cycle. Terecht noemt Dr. Paul de inflatie een verdoken taks aangezien koopkracht hierdoor herverdeeld wordt vanuit de portefeuilles van de middenklasse en de armen naar de overheid zelf, Wall Street en het Militair Industrieel Complex. Dit aangezien de overheid, haar “onderaannemers” en de banken het nieuw gemaakte geld (geld uit het niets gecreëerd) eerst kunnen besteden voordat het geld in de economie is terecht gekomen en de prijzen heeft verhoogd. Latere ontvangers van het gemaakte geld kennen al geruime tijd hogere prijzen alvorens hun inkomen zal stijgen.

Ook de business cycle is een gevolg van sterke verhoging van de geldhoeveelheid door de Centrale Bank. Geldcreatie duwt de interestvoet onder de marktinterest waardoor ondernemers misleid zijn en denken dat ze langdurigere productieprocessen kunnen beginnen. Wanneer later de geldkraan wordt dichtgedraaid aangezien de inflatie toeneemt dan blijken al deze projecten waardeloos en veranderd de “boom” in een “bust”. Eerder dan een bewaker van lage inflatie en een stabiele economie, is de centrale bank juist de oorzaak van deze fenomenen. Ron Paul is dan ook een hevige voorstander van het ontmantelen van de verderfelijke Fed (Federal Reserve, de centrale bank van de Verenigde Staten). Zijn hevige agitatie lijkt ook te werken, aangezien er aan Alan Greenspan, de oud-voorzitter van de Fed, op Fox werd gevraagd of een centrale bank wel nodig was. Greenspan zei dat dat een interessante vraag was en begon over het belang van een goudstandaard ten opzichte van fiatgeld.

Ron Paul wenst ook een afschaffing van de verzorgingsstaat aangezien deze armoede subsidieert en mensen in de afhankelijkheid van politiekers drijft. Na enkele biljoenen dollars opgesoupeerd te hebben zonder enig (positief!) resultaat, kan de “War on Poverty” best zo snel mogelijk stopgezet worden. Dan kan het privé-initiatief weer de overhand nemen om voor echte solidariteit te zorgen. Dr. Paul is wel gewonnen voor een transitieperiode. Eerst zou hij de buitenlandse avonturen van de VS stop zetten, waardoor een massa geld vrijkomt en mensen die hun hele leven hebben betaald voor Sociale Zekerheid kunnen uitbetaald worden. Jonge mensen zouden kunnen kiezen of ze in het Sociale Zekerheidssysteem wensen te stappen of zelf voor hun oude dag wensen te voorzien door middel van sparen en investeren, wat hun een veel groter pensioen zou opbrengen en wat de gemiddelde hoeveelheid investeringen zou verhogen met een enorm percentage (60% wordt geschat). Aangezien hogere investeringen leiden tot meer productie en dus een hogere levensstandaard gaat Amerika dan terug gouden tijden tegemoet.

Nog enkele (alleszins binnen de libertarische gemeenschap) meer controversiële voorstellen zijn het terugdraaien van “Roe vs Wade” en de hevige anti-immigratiepolitiek waarvoor Paul staat. Roe vs Wade is een vonnis van het Hooggerechtshof dat de federale overheid aan de Staten verbiedt om abortus onwettelijk te maken. Vele libertariërs zien hierin een bewijs dat Paul toch niet zo consequent is als ze eerst dachten, omdat baas in eigen buik een logisch gevolg is van de principes van de vrijheid. En dat is het mijns inziens ook, maar Roe vs Wade schendt een misschien wel belangrijker en vaak genegeerd principe van het libertarisme; decentralisatie. Of zoals Murray Rothbard het zelf ooit zei: “universal rights, locally enforced”. Roe vs Wade is een ontoelaatbare usurpatie van macht van de federale overheid ten opzicht van de Staten die een gevaarlijk precedent schept voor volgende veel minder benigne maatregelen. Over immigratie kan ik - u heeft geluk - kort zijn. Immigratie is volgens Paul een probleem van de welvaartstaat en zou zonder dit een mineur probleem zijn. Zodus eerst de verzorgingsstaat afschaffen en dan kan de VS weer open staan voor duizenden inwijkelingen die er heen trekken om er te werken.

Veel van Pauls voorstellen lijken bij elkaar gesprokkeld van links (afkeer tegen oorlog, voorkeur voor persoonlijke vrijheden) en rechts (taksen drastisch naar omlaag en het doen verdwijnen van de verzorgingsstaat), en dat klopt maar dat zegt meer over de inconsistentie van links en rechts dan over Ron Paul. Dr. Paul staat voor vrijheid; elke individu volgt zijn weg en niemand anders heeft het recht om dat te verhinderen. Niet door geld af te nemen via belastingen, noch door onschuldigen te vermoorden in nutteloze oorlogen in het buitenland.


Deze tribune van Simon Van Wambeke verscheen ook in Blauwdruk.


Meer over de campagne van Paul op www.belgiansforpaul.com.
Meer teksten van Vincent De Roeck op www.libertarian.be.


Read more...

Negationismepolitiek rond de Armeense Holocaust: de laffe aanval op Gie van den Berghe

Beweren dat Gie van den Berghe er Israël ervan beschuldigt verantwoordelijk te zijn voor de ontkenning van de Armeense Holocaust ("Halve waarheden over genocide, dS 25 oktober 2007) is wel een van de meest groteske verdachtmakingen die ik bij ons heb gelezen. Het is ook onvoorstelbaar hoe de auteurs enkele stellingen van Gie van den Berghe verdraaien.

Beginnen we met de bekritiseerde stelling: "De Armeniërs en de Turken moeten er maar zelf uitraken, 'de gebeurtenissen moeten worden onderzocht, niet veroordeeld'. Beeld je maar even in dat we dit na de tweede wereldoorlog tegen de Duitse daders en joodse slachtoffers hadden gezegd." Reactie: "Hij vergeet het Neurenbergtribunaal (1946-1949) om te oordelen over de nazimisdaden tegen de menselijkheid. Vindt hij er graten in dat de Jodenuitroeiing veroordeeld werd als een misdaad tegen de menselijkheid?" Wat heeft dat er mee te maken ? Gie van den Berghe klaagt aan dat we met Turkije (onder)handelen en samenwerken alsof er niets gebeurd is. Kan men zich voorstellen dat Duitsland lid zou kunnen geworden zijn van de EU indien het geweigerd had de Shoah als genocide te erkennen ? Dat de andere Europese landen er genoegen mee zouden hebben genomen dat de nieuwe Duitse regering zou gezegd hebben dat er eerst maar eens een Duits-Israëlische commissie moest komen om te onderzoeken of het wel een genocide was of enkel maar een spijtig nevengevolg van de Tweede Wereldoorlog ?

Vervolgens het verwijt aan Gie van den Berghe dat hij "het als historische waarheid voorstelt dat Hitler gezegd heeft: 'Wie tenslotte heeft het vandaag nog over de uitroeiing van de Armeniërs?' Er bestaat hiervoor geen enkel formeel bewijs", terwijl de bron precies door het Amerikaanse Holocaust Museum gepubliceerd werd (Michael Berenbaum - The World Must Know. The History of the Holocaust as told in the United States Holocaust Memorial Museum,
1993, p. 62). Dat is geen formeel bewijs, maar voldoende om niet verdacht te worden gemaakt omdat men dit citaat overneemt.

Of de uitspraak van de Israëlisch-Armeense aartsbisschop Shirvanian in Haaretz (11 oktober 2007, zie http://www.haaretz.com/hasen/spages/911630.html) dat de erkenning van de genocide door de VS wellicht pas zal plaatsvinden als Israël die stap ook zou zetten, juist is of niet, is minder relevant dan de merkwaardig overtrokken reactie van de journalist van Haaretz, overgenomen door de kritikasters in dS: de stelling van de aartsbisschop wordt om die reden gelijkgeschakeld met een van de meest verderfelijke vervalsingen uit de moderne geschiedenis (de protocollen van de wijzen van Zion, in meerdere Arabische landen ook vandaag nog als waarheid verspreid). Ze is overtrokken, omdat die journalist zelf precies de feiten aanhaalt die Gie van den Berghe blijkbaar verdacht maken, zoals het getal van 20.000 Armeniërs in Israël en de tussenkomst van Shimon Peres tegen de erkenning als genocide. In hetzelfde artikel wordt er terecht op gewezen dat anderen in Israël daar anders over denken, en herinnerd aan de aanwezigheid van gedenktekens voor de Armeense genocide in Jeruzalem. Er is in de Armeense wijk in Jeruzalem ook een museum gewijd aan de Armeense holocaust; ik heb het bezocht toen ik gastdocent was aan de Hebrew University in Jeruzalem en de beelden hebben mij sindsdien niet meer losgelaten.

Het bedroeft me dan ook des te meer dat de hetze tegen Gie van den Berghe, waarvoor men zich in allerlei bochten moet wringen, door een reeks joodse medeburgers wordt ondertekend. Die hetze heeft misschien te maken met het feit dat hij het onderzoek over de Shoah heeft verruimd naar andere themata waar de slachtoffers en diegene die zich ermee identificeren minder interesse voor hebben. Dat hij zich sterk interesseert voor de oorzaken van het kwaad, voor de oorzaken waarom mensen zulke gruwelijke dingen doen. Alsof de historici ook die vraag niet zou mogen stellen? En alsof men ook niet zou mogen vragen waarom sommige mensen misdaden tegen de mensheid ontkennen ? Men moet het daarom niet eens zijn met alle conclusies die Gie van den Berghe uit zijn onderzoek trekt - ik ben het daar meermaals niét mee eens, en ik heb een kritisch stuk gepubliceerd tegen de stellingen in de brochure over het Holocaustmuseum waaraan hij meegeschreven heeft -, om zijn waarde als wetenschapper te erkennen en zijn stellingen op intellectueel eerlijke manier te bestrijden.

De poging tot sluipmoord op Gie van den Berghe is bovendien zeer onverstandig: indien men bv. had geargumenteerd dat men moeilijk van Israël kan verwachten dat het vooroploopt in de strijd tegen het negationisme over de Armeense Holocaust, gezien de ligging van het land en de historische ervaringen van het joodse volk, dan hadden we een normaal debat gehad. Maar uit de heftige reactie zullen vele lezers alleen maar afleiden dat er geen rook is zonder vuur. Dat er misschien toch een joodse verantwoordelijkheid is voor de negatie van de Armeense Holocaust die verborgen moet worden gehouden. En dat is jammer. Ook het respect voor de slachtoffers van de Shoah is ermee gediend dat de ontkenning van de Armeense Holocaust door Turkije wat steviger wordt aangeklaagd en dat diegenen die de moed hebben dat publiek te doen niet in de rug worden geschoten.

Matthias Storme
M.A. (Yale), hoogleraar KU Leuven
Read more...

Bemande ruimtevaart mag futiel zijn, het is wel kunst (victa placet mihi causa)

.
Over Kunst zullen hier nog niet veel woorden gevallen zijn. Dat komt omdat het tijdperk van de kunst eenmaal voorbij is, en een blog houdt zich bezig met dingen die er nog toe doen. En die kunstperiode heeft heus niet op deze generatie gewacht om het hoekje om te gaan. Zij eindigde ergens in de XIXde E.
Natuurlijk zijn er fantasieloze reactionairen die geloven dat alles kan blijven bestaan. Maar wat zij tegenwoordig kunst noemen, werd in rationelere tijden gemoraliseer genoemd, of weldenkendheid, of zelfs deftigheid, en die hebben het altijd zonder de categorie der schoonheid of der kwetsbaarheid kunnen stellen.
Neem nu dat spinnenweb aan het Gravensteen in Gent. Jan Hoet wist dat aan die muur te laten vastschroeven. Straatschender. Een afzichtelijk ding waarmee die man de welgemutste voorbijganger probeert te dwingen tot een relativerende glimlach. Tot de oude grijns van Hoet zelf, zinnebeeld van de irrelevantie.
Misschien woont u in Antwerpen lezer, of in Brussel, en dan maakt die spin voor u niet veel uit, maar probeer u misschien in te leven in de gewone Gentenaar die daar dagelijks op zijn tram wacht.

Worden er dan helemaal geen kunstwerken meer gemaakt? Unzeitgemässige dingen misschien, die een mens vervullen van schoonheid en huiver? Tremendum et fascinans om zo te zeggen? Jawel, maar die dingen zijn niet langer van steen of brons of verf.
Verlaat de oude vormen en gedachten! en kijk eens naar de beelden op de site van de NASA. Er is weer een shuttlevlucht bezig. En dat is televisie als je wil, maar dan toch zonder die plaasteren koppen die hun eigen baksels komen voorstellen alledag, en dat Nieuws noemen.
Aan het eerste kenmerk van kunst voldoen de beelden van NASA al: pure onwezenlijkheid. Mensen die rondzweven in balletten die op aarde niet mogelijk zijn.
Vandaag moest een ruimteballerino een log toestel bevestigen aan een stel bouten die daar ergens gereed uitstaken, misschien al jaren.
Met de hand schroefde hij enkele moeren aan, maar één wilde niet mee. “It ...takes ...considerable force” meldde hij cool aan Houston. Misschien was de schroefdraad beschadigd, was zijn gedachte. Met moeite een aantal kwartslagen, hooguit twee volledige omwentelingen, en verder ging niet meer.
Elke loodgieter zal dat probleem herkennen. Het is ook altijd op moeilijk bereikbare plaatsen dat iets vastgezet moet worden. Houston ging onderzoeken of het ding misschien niet al voldoende vast zat zoals het was. Onze man zweefde verder in een snel wisselende dag en nacht.
Ander voorbeeld: eergisteren waren ze nog onderweg naar het ruimtelaboratorium, en in hun vliegtuig Discovery hadden de astronauten een probleempje met hun laptops. Aan boord was er, zoals overal tegenwoordig, een draadloos netwerkje en dat werkte perfect. Ze hadden ook een printer en die was ook in orde. Er was al een proefbladzijde afgedrukt in WORD. Maar wat ze nodig hadden was een PDF-document, en dat wilde er niet uitkomen. Houston haalde er de print-manager bij, want zo’n man bestaat daar.
Die dacht lang na, stelde een aantal zaken voor die niet werkten, en tenslotte kwam hij op een verlossende gedachte, die ik eerlijk gezegd zelf al had willen doorbellen: shut down and reboot the system.
Het werkte allemaal als een fluitje van een cent.
Hallelujah, toch nog eigentijdse kunst.
.

Labels: , , ,

Read more...

26 oktober 2007

De overheid mag bejaarden voortaan discrimineren
(Vincent De Roeck)

Toen ik vorig weekend in de Thalys tussen Keulen en Brussel “The Economist” las, viel mij onmiddellijk één kort nieuwsberichtje op dat in wezen een wel zéér grote lading bleek te dekken.
In a landmark decision the European Court of Justice ruled that a mandatory retirement age may not be illegal, despite laws banning age discrimination in the workplace, so long as it promotes policies in the public interest, such as lowering unemployment.
Hoe kort deze feitenschets in het wereldvermaarde magazine ook mocht zijn, des te ingrijpender is deze rechterlijke uitspraak in het dagdagelijkse leven van de Europese burgers. Gespeend van een zieltogend disrespect voor de fundamentele rechtsorde en het zelfbeschikkingsrecht van het individu, betekent deze uitspraak immers de aanzet tot alweer een nieuw absoluut dieptepunt voor het liberalisme en het individualisme in Europa.

Een interessant artikel over de verzorgingsstaat vindt u hier.

Want wat zegt deze uitspraak nu eigenlijk? Werkwillige ouderlingen mogen door de overheid verboden worden om nog te gaan werken. Ze mogen verplicht worden door de overheid om op pensioen te gaan.

Dit is toch gewoon onbegrijpelijk. In kritieke tijden voor Europese landen die nu pas met de volle gevolgen van de naoorlogse babyboom te kampen hebben, beslissen een aantal wereldvreemde rechters dat het recht op werk voor bejaarden van geen tel is. Dit is de allergrootste uitholling van het nochtans fundamentele recht op arbeid sinds kinder- en vrouwenarbeid aan banden gelegd werd, maar dat is alweer een totaal andere discussie.

Ook gaan de rechters in het arrest kennelijk uit van een zéér statisch economisch model, namelijk dat van de in grootte vaststaande taart die over alle potentiële arbeiders verdeeld moet worden, terwijl alle vooraanstaande economen al lang uitgaan van een dynamisch model waarbij ook de grootte van de taart (de economie) kan variëren.

Een korte voorstelling van de Oostenrijkse School vindt u hier.

Meer arbeiders betekent immers ook een grotere taart. De ouderlingen op de arbeidsmarkt zullen immers geen jobs stelen van hun jongere concurrenten zoals de statische socialisten vrezen, maar in eigen vooralsnog onontgonnen niches nuttig werk leveren zodat de totale economie nog verder zal groeien. De bejaarden hebben een onschatbare expertise in tal van domeinen waar de gejaagdheid of het brute geweld van de jeugd geen meerwaarde heeft, en vice versa natuurlijk ook. De bejaarden zullen niet deelnemen aan de “rat race” van de economie maar aan een gezapig tempo in bepaalde niches meerwaarde scheppen voor de ganse maatschappij. En terwijl ze werken, wordt de samenleving daarenboven nog eens ontlast van zijn pensioenverplichtingen.

Misschien is het in de hoofden van de - ongetwijfeld zelf ook al hoogbejaarde - Europese rechters in de ivoren torens van Luxemburg nog niet doorgedesemd, maar iedereen zal in de toekomst harder en langer moeten werken om de kosten van onze verzorgingsstaat te dragen. Met dit arrest geeft het Europees Hof dan ook een wel zéér pervers signaal naar de oudere werkwilligen. En ook hun economische redenering klopt naar aloude gewoonte van geen kanten.

Een wel zéér kristische kijk op belastingen en overheidsbeslag in het algemeen kan u hier en hier terugvinden.

Maar het allergrootste gevaar van dit soort arresten is de mogelijke draagwijdte ervan. Overheden hebben vanwege het Europees Hof een rechtvaardigheidsgrond aangereikt gekregen om elke activeringspolitiek terug te schroeven. En zo wordt de natte droom van kleinburgerlijk betuttelend links ongetwijfeld een echte nachtmerrie voor alle hardwerkende burgers in Europa, en dit ongeacht hun leeftijd, want blijven dokken zullen ze allemaal.


Meer arbeidseconomische artikels op www.workforall.org.
Meer teksten van Vincent De Roeck op www.libertarian.be.


Read more...

24 oktober 2007

De weg naar Mekka (Vincent De Roeck)

Elke vrijdagavond presenteert Jan Leyers alweer een nieuw programma op Canvas, getiteld “De Weg naar Mekka”, waarin hij de gespannen relatie tussen het islamitische Oosten en het seculier-christelijke Westen tracht te begrijpen en te overbruggen. Althans dat was volgens de aankondigingen de initiële bedoeling van het TV-programma. In een interview met de gratis krant Metro neemt Jan Leyers deze week echter géén blad voor de mond en durft hij zelfs openlijk te zeggen dat de kloof eigenlijk onoverbrugbaar is en de islam allesbehalve aanvaardbaar voor het Westen. Hij spreekt zich ook sceptisch uit over de toekomst van de gematigde islam en vreest dat de “culturele genen” van de moslims nooit met die van de christenen tot een vergelijk zullen kunnen komen. Jan Leyers hekelt in het interview ook de rol van de vrouw in de islamwereld. “Een café zonder vrouwen is de grens van Europa,” klinkt het uit de mond van de gevierde zanger.

Meer over de rassenrellen van 2005 vind je in dit artikel.

Jan Leyers trok gedurende drie maanden door tien Arabische landen en kwam tot de conclusie dat het water tussen onze beschaving en de islam veel dieper is, en blijft, dan de Bosphorus. Over de serie die op zoek gaat naar “de ziel van de moslim” werd bij Van Halewijck trouwens ook een boek uitgegeven. Leyers verwoordt het als volgt:
Een echte filosofische “common ground” heb ik niet gevonden. Als we allebei water bij de wijn doen, komt alles wel in orde, klinkt het vaak. Maar ik vraag me nu oprecht af of dat wel echt zo is.
De zanger van o.a. Soulsister vindt de islamhouding tegenover de scheiding tussen Kerk en Staat, de vrijheid van meningsuiting en de gelijkwaardigheid tussen de seksen moreel verwerpelijk. Hij springt de Nederlandse islamcriticus Paul Scheffer bij die enkele weken geleden in Knack beweerde dat het zeker geen vooruitgang genoemd kan worden dat islamieten voortaan hun vrouw enkel nog maar op maandag en woensdag mogen slagen. Jan Leyers kon ook geen “grijze zone” detecteren binnen de islam. Het zwart-wit denken binnen deze compromisloze godsdienst maakt de cohabitatie van culturen uitermate moeilijk, misschien zelfs totaal onmogelijk.
De islam is een jonge godsdienst en moet tijd krijgen om zich in een moderne vorm te ontwikkelen, is een vaak gehoord argument. Maar ik betwijfel of de islam (met het primaat van de gemeenschap) en het christendom (met de nadruk op het individu) wel dezelfde cyclus en dynamisme volgen.
In het Metro-interview haalt Leyers ook de islamoloog Urbain Vermeulen aan en zijn stelling dat het Turkse secularisme niets meer is dan een voorbijgaand fenomeen. Leyers vreest ook dat het gebrek aan zelfkritiek en het blinde geloof in de Koran nooit samen zullen kunnen bestaan met onze Westerse levenswijze. Volgens hem zat er zelfs in het vroegste christendom al een sterke seculiere trek ingebouwd en stimuleerde deze het zelfstandig denken, in tegenstelling tot de leer van Allah.
Het is onbegrijpelijk dat de islamieten zich voor het kleinste probleem richten op de Korangeleerden en op wat de één of andere islamfilosoof in de 16de eeuw daarover gezegd zou hebben. Ik kan daar niet bij. Hoe zou paus Huppeldepup daar in 1679 over gedacht hebben? Ik heb bij de mensen ook nooit de drang gevoeld om eens buiten de vaste blokkendoos van Koran, soenna’s en hadith te kijken.
Jan Leyers tracht aan de hand van paralleltrekkingen ook de absurditeit van de islamwetten aan te tonen. Volgens Leyers heeft geen enkel Evangelie ooit de basis gevormd van de arbeidswetten binnen een bedrijf, dit opnieuw geheel in tegenstelling tot de sharia en andere islamregels. De afwijzing van het kapitalisme door moslims vindt Jan Leyers onbegrijpelijk en ondergraaft volgens hem zelfs het vreedzaam leefbaar samenleven tussen de gemeenschappen, ook die in het Westen.
Ik kan me echt weinig voorstellen bij een Europese islam. Het tolerante bovenlaagje bij de “gematigde” moslims is flinterdun. (…) Het is gewoon dubbel, want moslims zijn misschien wel de vriendelijkste mensen in de wereld, maar aan een nuanceloze goednieuwsshow heeft ook niemand iets. Velen zeggen dat de islam een prachtige godsdienst is en dat na de hervorming van een paar kleine details alles wel in orde zal komen, maar dat is niet mijn ervaring geweest. Kijk, voor mij is het geen kwestie van verdraagzaamheid of tolerantie, want op dat vlak ben ik zoals de Israëli’s: “Don’t ask me to love the Palestinians, but let’s make an agreement”.
Als we van deze getuigenis van Jan Leyers, alumnus van hetzelfde Antwerpse Jezuïetencollege als uw dienaar, iets kunnen leren, temeer daar Leyers een onbesproken blad en een overal graag geziene gast is, dan is het toch wel een zekere reserve tegenover de islamisering van Europa. Leyers geloofde toen hij vertrok ook in de vreedzame cohabitatie tussen onze beide religies en cultuurbeschavingen, maar kwam gedegoûteerd en gedesillusioneerd terug. Laat zijn mentale klik er één zijn die we in het Westen allemaal moeten maken.

Een voorstel van de moslim Khudayr Taher vind je in dit artikel.

De islam is niet zomaar een godsdient parmi les autres, maar een allesomvattende visie op de mens en de maatschappij die volledig haaks staat op alles waarin wij in het Westen geloven en waarvoor wij staan. We moeten het Amerikaanse congreslid Tom Tancredo en diens voorstel om Mekka met atoomwapens te vernietigen zeker niet gaan achterna hollen, maar de integratie en/of assimilatie van moslimgemeenschappen in het Westen dringt zich wel degelijk op, en zou zéér hoog op de politieke agenda moeten staan, willen we op een dag niet ongevraagd wakker worden in een “zonder haat kalifaat”.


Meer informatie over de islam op www.redouan.nl.
Meer teksten van Vincent De Roeck op www.libertarian.be.


Read more...

23 oktober 2007

Geen significante verschuivingen in peiling La Libre (Hoegin)

La Libre Belgique publiceerde gisteren haar eerste peiling sedert de verkiezingen van 10 juni. Uit de grafiek hiernaast blijkt duidelijk dat de peiling vooral en herijking is ten overstaan van de laatste verkiezingsuitslagen: nergens is er sprake van een wijziging die significant genoemd kan worden.

Kijken we eerst naar de vier grootste partijen: zowel het Vlaams Kartel als de Open Vld gaan lichtjes achteruit tegenover de verkiezingen van eerder dit jaar, maar beide verschuivingen blijven ruim binnen de foutenmarges. Voor de oppositiepartijen in spe, Vlaams Belang en sp.a-SPIRIT, is er een verschuiving in de omgekeerde zin, maar die is nog kleiner dan die voor het Vlaams Kartel of de Open Vld. Het is dan ook gevaarlijk een of andere conclusie te willen koppelen aan deze peiling met betrekking tot de formatie die aan de gang is, a fortiori wanneer men bedenkt dat de situatie er van dag tot dag verandert en de peiling ondertussen al een week oud is.

Voor de twee kleinste partijen geldt hetzelfde, maar hier valt vooral de sprong voorwaarts van Lijst Dedecker op – niet vergeleken met de verkiezingsuitslag, maar wel met de laatste peiling van La Libre Belgique van voor de verkiezingen. Het illustreert duidelijk de relativiteit van de politieke opiniepeilingen, en misschien is dat wel de enige echte conclusie die uit de resultaten van deze peiling getrokken kon worden.

Labels: ,

Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>