28 april 2012

Historia docet

Tien jaar geleden beschreef de Leuvense hoogleraar Jo Tollebeek in een bijzonder boeiende uiteenzetting over “De conjunctuur van het historisch besef” hoe het bewustzijn van de geschiedenis verandert de doorheen de eeuwen en hoe ook historici in hun wetenschapsbeoefening op vele manieren aan geschiedschrijving doen (1). Elke historiografie, of ze nu verhalend is of niet, berust natuurlijk op een selectie en interpretatie van feiten, en die worden grotendeels bepaald vanuit het heden. Interpreteren wil zeggen dat men op zoek gaat naar de betekenis van dingen. Wat is de betekenis van de moord op Julius Caesar, van de kruisdood van Christus, van de Guldensporenslag of de slag bij Waterloo? En onmiddellijk aansluitend, aangezien de methode van de geschiedwetenschap nu eenmaal op de eerste plaats berust op de studie van teksten: wat is de betekenis van de kronieken daarover, de teksten van de Romeinse auteurs, de Evangelies, de middeleeuwse kronieken of negentiende-eeuwse monografieën?

Juristen en theologen weten en historici zouden moeten weten dat er verschillende wijzen zijn om een tekst te interpreteren die ook een verschillende functie kunnen hebben. Men kan nagaan wat de bedoeling waren van de auteur van een tekst, of van een handeling. Man kan nagaan welke gevolgen die tekst of handeling gehad heeft in de loop der geschiedenis. Het merkwaardige is dat hoe langer iets geleden is, hoe beter men de betekenis ervan in die zin kan inschatten – als men te dicht op de feiten zit beseft men de mogelijke gevolgen en betekenis ervan ervan minder. Bij die Wirkungsgeschichte kan men ook bestuderen welke rol de herinnering aan een feit of plaats in een latere periode heeft gespeeld. Zoals ik eerder al mocht schrijven (2), bestaat de betekenis van de Guldensporenslag vandaag meer uit de kracht die de herinnering eraan gegeven heeft aan de Vlaamse Beweging in de negentiend en twintigste eeuw dan uit de kracht die de slag toen heeft gehad (ook al moeten we die daarom niet minimaliseren). Teksten en feiten kunnen ook een praktische betekenis hebben voor vandaag, en dat is wat voor juristen natuurlijk het belangrijkste is. Men kan er een symbolische betekenis in zien in plaats van ze letterlijk te interpreteren, zoals wij vandaag meestal wensen bij sacrale teksten waarvan de letter te moordend kan zijn. Bovenal ook worden historische teksten net zoals literaire teksten educatief en ethisch gebruikt. Zij kunnen positieve rolmodellen van menselijke deugden tonen net als negatieve beelden van menselijke zwakheden. En wat zou er mis zijn met het aanbieden van rolmodellen ? Sommige historici vandaag specialiseren zich liever in de pathografie van de geschiedenis, de zwartschildering of Kriminalgeschichte en kunnen blijkbaar niet goed verdragen dat er uit de eigen geschiedenis ook nog iets anders kan geleerd worden. Uit reactie tegen de eenzijdigheden van sommige voorgangers schrijven ze een geschiedenis die meer politiek correct is dan “historiquement correct” (met de titel van een boek van Jean Sevillia)(3). Tu quoque ?

(1) in De horizonten van weten en kunnen, red. Bart Raymaekers, Gerd Van Riel, p. 167 v.

(2) "Gebruik en misbruik van geschiedenis", Opsomerlezing 2002, Vivat Academia, nr. 115, 2002, p. 61 v = http://storme.be/opsomer2002-storme.pdf

(3) Jean SEVILLIA, Historiquement correct, uitg. Perrin 2003
Read more...

23 april 2012

Belgische hongerpensioenen: een schande, door socialistische ministers

Meer dan twintig jaar waren alle ministers van pensioenen socialisten (1988-2011). De ombudsman voor pensioenen kreeg recent een klacht van een dame die na dertig jaar werken in een ‘gemengde loopbaan’ een pensioen van 660 euro ontvangt. Had ze 10 jaar minder gewerkt, maar enkel als ambtenaar, had ze het dubbele gehad. De socialisten waren blijkbaar meer bezig met dienstbetoon bij de aanvraag van een hongerpensioen dan bezorgd om de pensioenen tot ten minste het leefloon op te trekken.



De Ombudsdienst voor Pensioenen publiceerde op 18 april ’12 zijn dertiende jaarverslag, over 2011. Tijdens dat jaar heeft de dienst 1.967 verzoeken ontvangen. Nooit eerder werden er zo veel klachten ingediend. Het aantal gegronde klachten ten aanzien van het aantal ongegronde klachten stijgt. Het gemiddelde percentage gegronde klachten bedraagt in 2011 43 %. Anderzijds behaalt de Ombudsman in bijna 8 op 10 van de gegronde klachten een positief resultaat voor de gepensioneerde.

Dat het aantal klachten stijgt kan niet verwonderen, als men het artikel van Guy Tegenbos over dat jaarverslag leest in De Standaard van diezelfde dag, met de titel 'Verschillen in minimumpensioen wettelijk, maar niet billijk'

De ondertitel resumeert al meteen de schandelijke toestand: ‘Wie een gemengde loopbaan heeft, krijgt vaak niet eens een minimumpensioen na dertig jaar werken.’

Het artikel heeft het over de schrijnende toestanden die beschreven worden in het jaarverslag:
‘De term minimumpensioen zoals die bestaat in België, wekt vele illusies. Ten eerste: het bedrag ervan is zéér laag, lager dan het leefloon. En ten tweede is het 'minimumpensioen' niet het pensioen waarop je recht hebt ongeacht je loopbaan, zoals in de meeste landen, maar het pensioen waarop je pas recht hebt na minimum 30 van de 45 te werken jaren (voor ambtenaren echter al na twintig jaar werken). Uit een dossier van de Ombudsman Pensioenen blijkt echter ook dat in een aantal gevallen dertig jaar gewerkt hebben zelfs niet volstaat om een minimumpensioen te krijgen. Dat geldt met name voor mensen met een gemengde loopbaan waarin een deel werk als ambtenaar zit. Dat laatste deel wordt niet meegeteld om aan de dertig jaar te raken… Wie 30 jaar gewerkt heeft als werknemer, krijgt minstens een minimumpensioen van 725 euro per maand. Wie 30 jaar gewerkt heeft als zelfstandige, krijgt minstens 684 euro per maand. Wie 20 jaar gewerkt heeft als ambtenaar, krijgt minstens 1.261 euro per maand. Gemengde loopbanen worden echter altijd gestraft. Wie bijvoorbeeld 29 jaar gewerkt heeft als werknemer en 1 jaar als zelfstandige, krijgt 613 euro per maand, 70 euro minder dan bij 30 jaar werken als zelfstandige en 110 euro minder dan bij 30 jaar werken als werknemer. Een dame die bij de ombudsman kwam, had 13 jaar gewerkt als zelfstandige, 1 jaar als werknemer, en 16 jaar als ambtenaar; ze hoopte dat dit laatste haar pensioen flink zou optrekken, maar dat was niet zo: ze krijgt 660 euro per maand, minder dan wanneer ze heel die tijd als zelfstandige zou hebben gewerkt. Had ze 10 jaar minder gewerkt, maar enkel als ambtenaar, had ze het dubbele gehad. Ombudsman Pensioenen Tony Van Der Steen: 'Dat is allemaal wettelijk. Maar ik kan niet ontkennen dat die verschillen niet erg billijk zijn. Men zou kunnen pleiten voor eenzelfde minimumpensioen in alle stelsels, en voor een gelijkschakeling van alle voorwaarden.'

De volgende dag komt Guy Tegenbos op het thema terug in een artikel met de titel: ‘Mensen met gemengde loopbaan worden gepest bij pensioenaanvraag’

‘Mensen met een gemengde loopbaan krijgen soms minder pensioen (DS 18 april). Nu blijkt ook nog dat ze ‘gepest' worden. Dat leren het jaarverslag van de Ombudsman Pensioenen en een reeks cases die hij gisteren publiek maakte, in het bijzijn van twee ministers: Vincent Van Quickenborne van Pensioenen (Open VLD) en Sabine Laruelle van Middenstand (MR). De drie afzonderlijke pensioenregelingen waarmee dit land en zijn burgers nog opgescheept zitten, werken inderdaad ‘verkokerd', gaven die toe. Zo leggen de drie pensioenstelsels elk aan de toekomstige gepensioneerde met een gemengde loopbaan op een bijna identiek formulier in te vullen over hun loopbaan. Uren werk vergt dat meestal, terwijl de pensioendiensten zelf over die informatie beschikken, áls ze hun gegevens bij elkaar zouden leggen. De twee ministers beloofden dit op te lossen. De aanwezige ambtenaren van de pensioendiensten waren niet tegen, integendeel. ‘Wij zijn niet van slechte wil; het ligt aan de regelgeving waarmee we moeten werken.' (DS 19.04.12)

Nog meer voorbeelden van pestgedrag

Guy Tegenbos heeft slechts een deel van de wantoestanden beschreven. De ombudsman geeft andere voorbeelden in het jaarverslag, zoals dat van een weduwe die als langstlevende partner een overlevingspensioen genoot, en later een eigen rustpensioen opnam, waardoor ze eindigde met een lager pensioen! Met andere woorden: omdat men zelf met pensioen gaat krijgt men een lager totaal pensioen dan als weduwe, ondanks dus de eigen bijdragen. Dit is een gevolg van de manier waarop de 'cumulatie' van verschillende soorten pensioenen berekend worden. En volgens het antwoord van de pensioensdiensten aan de ombudsman kan er geen sprake van zijn verder het overlevingspensioen te betalen: wettelijk kan en mogen ze alleen het lagere pensioen uitbetalen. (Zie ook op de website van Zenito dienstengroep, dat een gelijkaardig geval had. Artikel ‘Combinatie overlevingspensioen met eigen rustpensioen niet altijd voordelig’ Na bemiddeling van Zenito heeft het RSVZ in een ander dossier blijkbaar wel toegestaan dat de betrokkene kon verzaken aan het eigen rustpensioen, en verder het hogere overlevingspensioen mocht behouden. Het RSVZ-kantoor in West-Vlaanderen vond dat er geen beletsel was.)

En het pesten houdt niet op bij de pensionering, als men wil verder werken. De ombudsman stipt aan dat wanneer iemand blijft werken terwijl hij een ‘gemengd’ pensioen ontvangt (dat uit verschillende stelsels stamt), hij door elke pensioendienst afzonderlijk gecontroleerd wordt. Het zou ook eenvoudiger kunnen, stelt hij: ‘Een enige controle door de pensioendienst van het stelsel waarin de gepensioneerde zijn activiteit uitoefent zou veel efficiënter zijn. Werkt iemand bijvoorbeeld als zelfstandige dan voert het RSVZ de controle uit.’

Droevige reactie

De reactie van huidig pensioensminister was maar pover. Hij had het alleen over de ‘verkokering’ van de diensten, niet over de schandalige regelgeving die ertoe leidt dat mensen na dertig jaar werken een schamel pensioentje krijgen, dat veel lager ligt dan het leefloon: 'De meeste klachten gaan over mensen met een gemengde loopbaan', reageert minister van Pensioenen Vincent Van Quickenborne (Open VLD). 'Dit is de toekomst, maar ons pensioenstelsel is aan hun situatie te weinig aangepast.' De minister laakt de 'verkokering' van de pensioendiensten. 'Er zijn drie verschillende stelsels, met drie verschillende diensten en drie soorten regels. We moeten daar bruggen tussen bouwen. Door de informatisering is dat vandaag meer dan ooit mogelijk.' Van Quickenborne belooft te zullen werken aan 'gelijke toegang tot de verschillende stelsels, zodat niemand nog tussen de mazen van het net kan vallen'. 'Aan het einde van je loopbaan mag het geen verschil uitmaken in welke stelsels je gewerkt hebt.' (website Niewsblad)

Op zijn eigen website gaat hij een heel klein beetje verder, en daar zegt hij de minimumpensioenen te willen ‘harmoniseren’. Veel heeft die belofte wel niet om het lijf: ‘De ombudsmannen geven onder meer het voorbeeld van het minimumpensioen. In sommige gevallen lopen mensen een minimumpensioen mis enkel en alleen omdat ze in verschillende stelsels hebben gewerkt, terwijl mensen met evenveel gewerkte jaren binnen één stelsel wel recht hebben op een minimumpensioen. Pure Kafka. Het zijn dit soort van onrechtvaardigheden die ik wil aanpakken door bruggen te bouwen tussen de verschillende pensioenstelsels. Dat kan onder meer door de toekenningsvoorwaarden voor het minimumpensioen op elkaar af te stemmen.’ Volledige tekst hier … Dat is natuurlijk te weinig, alleen maar de toekenningsvoorwaarden ‘op elkaar af te stemmen’, dan nog blijft het minimumpensioen lager dan het leefloon.

Ministers van Pensioenen: een socialistisch bastion De lijst van de Belgische ministers van pensioenen op Wikipedia maakt duidelijk dat het om een bijna uitsluitend socialistisch bastion gaat. Van 1988 tot 2011 was het ononderbroken in handen van een socialistische minister:
• 1976-1977 : Robert Moreau (Rassemblement Wallon)
• 1977 : Marcel Plasman (PSC)
• 1977-1979 : Jos Wijninckx (BSP)
• 1979-1980 : Alfred Califice (PSC)
• 1980 : Herman De Croo (PVV)
• 1980-1988 : Pierre Mainil (PSC) (vanaf 1981 staatssecretaris)
• 1988-1990 : Alain Van der Biest (PS)
• 1988-1990 : Leona Detiège (SP) (staatssecretaris)
• 1990-1992 : Gilbert Mottard (PS)
• 1990-1992 : Leona Detiège (SP) (staatssecretaris)
• 1992-1994 : Freddy Willockx (SP)
• 1994-1999 : Marcel Colla (SP)
• 1999 : Jan Peeters (SP)
• 1999-2004 : Frank Vandenbroucke (SP) - (sp.a)
• 2004-2007 : Bruno Tobback (sp.a)
• 2007-2008 : Christian Dupont (PS)
• 2008-2009 : Marie Arena (PS)
• 2009-2011 : Michel Daerden (PS)
• 2011-heden : Vincent Van Quickenborne (VLD). Hij heet wel ‘Minister van Pensioenen’, maar is alleen bevoegd voor werknemers en ambtenaren. De pensioenen van zelfstandigen is de bevoegheid van Sabine Laruelle (MR), minister van Middenstand, KMO's, Zelfstandigen en Landbouw.

Na meer dan twintig jaar socialistische ministers zijn er dus nog pensioenen die veel lager zijn dan het leefloon. De socialisten waren blijkbaar meer bezig met hun dienstbetoon bij de aanvraag van een hongerpensioen dan bezorgd om de pensioenen tot ten minste het leefloon op te trekken.

En het parlement? Ook het parlement is in deze evenzeer schaamteloos tekort geschoten. Ze zitten blijkbaar veel meer in met het maximale behoud van hun eigen exuberante pensioen dan met het schamel pensioen van de burgers. Tot vandaag heeft een politicus die 20 jaar het volk heeft vertegenwoordigd en 55 jaar oud is, recht op een volledig pensioen dat 75 procent van zijn parlementaire vergoeding bedraagt, te weten: 5.170 euro bruto in de maand. Bijna het tienvoudige van het ‘minimumpensioen’ van de modale burger na een gemengde loopbaan van 30 jaar. Dat is het bedrag voor een ‘volledig’ pensioen. Een parlementair die maar 4 jaar in het parlement zit, heeft al recht op 1.292 euro bruto pensioen. Voor dit bedrag moet de gemiddelde bediende zijn hele leven werken. De fractievoorzitters van meerderheid en oppositie in de Kamer kwamen in januari 2012 overeen dat de loopbaan voor een volledig pensioen zou opgetrokken worden van 20 naar 36 jaar. De pensioenleeftijd zou worden opgetrokken van 55 naar 62 jaar. Voor parlementsleden die nu bijna 55 jaar zijn, zou er waarschijnlijk een overgangsregeling komen. Maar er worden ook nog ‘achterpoortjes’ besproken, waarbij de parlementsleden ook 15 jaar ‘anciënniteit’ uit andere beroepen in aanmerking zouden kunnen laten nemen, om de jaren te berekenen wanneer ze een volledig pensioen krijgen. Dus zou 20 + 15 betekenen dat men tegenover de huidige situatie slechts één jaar langer parlementslid zou moeten zijn om een volledig pensioen te krijgen. Wel te verstaan: een pensioen van een parlementslid. Daarnaast kan een parlementslid ook pensioensrechten opbouwen als werknemer, advocaat of schepen bijvoorbeeld. Het kan dus alleen maar meer dan 5.170 euro worden, als ze een ‘gemengde loopbaan’ hebben. Maar het debat over de pensioenen is nog helemaal niet rond. Midden april bleek dat het overleg tussen de voorzitters van de zeven parlementen zowel over de parlementaire vergoedingen als over de pensioenen muurvast zit. Iedereen kijkt uit naar de internationale benchmarkstudie, besteld door het Vlaams Parlement. Die is er pas na het paasreces. Benieuwd of er ooit iets uit de bus komt, en het niet bij aankondigingen blijft, en er niets verandert.

(Daarnaast betalen alle parlementen in dit land royale ‘uittredingsvergoedigen’ bij het einde van een mandaat, goed voor een parlementaire jaarwedde van 1 tot 4 jaar. Die tellen trouwens mee als dienstjaren voor de berekening van het pensioen. Vorig jaar werd daar veel ruchtbaarheid over gegeven naar aanleiding van het vertrek van Sven Gatz als parlementslid. Gatz was fractievoorzitter van Open VLD. Hij kondigde in april 2011 zijn vertek aan om directeur te worden bij de Unie van Belgische Brouwers. Gatz was 17 jaar parlementslid: in 1995 kwam hij in het Brussels Parlement, in 1999 in het Vlaams Parlement. Het statuut van de parlementsleden geeft hem dan, ook als hij zelf ontslag neemt en meteen een andere job heeft, recht op een uittredingsvergoeding van 34 maanden, als hij erom vraagt. Hij krijgt twee jaar lang een verhoging, omdat hij fractievoorzitter was. Dat komt neer op een bedrag in de buurt van 300.000 euro. Bruto. Na de heisa heeft hij aan die vergoeding verzaakt, en werd het reglement van het Vlaams parlement aangepast: de vergoeding wordt niet meer toegekend aan uittredende parlementsleden die vrijwillig ontslag nemen om onmiddellijk een nieuwe job uit te oefenen. De som van de uittredingsvergoedingen zijn geen kleine bedragen! Alleen al het Vlaams Parlement betaalde tussen 2009 en eind 2011 10,5 miljoen euro als uittredingsvergoeding aan voormalige parlementsleden, voornamelijk aan parlementsleden die bij de verkiezingen niet opnieuw verkozen raken. Of de regeling in de zes andere parlementen die België ‘rijk’ is ondertussen ook werd gewijzigd bij vrijwillig ontslag kon ik niet achterhalen.)

Documenten

Jaarverslag 2011 van de Ombudsdienst Pensioenen
Persmap met commentaar bij het jaarverslag en concrete voorbeelden van Kafka in pensioensland
Read more...

15 april 2012

Deense regering houdt ex-Stasi-agent hand boven het hoofd (Hoegin)

Verleden week ontdekte de Deense onderzoeker Thomas Wegener Friis bij toeval dat een vooraanstaande Deen jarenlang agent is geweest voor de Stasi. Het laatste stukje bewijs om zijn identiteit onomstotelijk vast te stellen ontbreekt echter, en moet via de Deense regering aangevraagd worden bij de VS. Je zou dan denken dat die regering maar een half woord nodig zou hebben om het nodige te doen, de eerste minister op kop. Niet zo echter met de linkse regering–Thorning-Schmidt, die het Stasi-potje liever gedekt houdt. Wat zou daar achter zitten?

Stel je voor dat plots zou blijken dat een vooraanstaande Hongaar zeventig jaar geleden Gestapo-agent was, maar dat zijn identiteit niet helemaal vastgesteld kan worden zonder het laatste bewijsstukje dat opgeborgen zit in een Amerikaans archief. Stel je dan bovendien nog eens voor dat de Hongaarse eerste minister Viktor Orbán liever niet een aanvraag zou willen indienen om dat bewijsstukje op te vragen, zodat de voormalige Gestapo-agent onbekend dreigt te blijven. Het spreekt voor zich dat de journalisten over het hele Europese continent over mekaars voeten zouden struikelen om hierover te berichten, en dat opiniemaker en commentatoren hun afschuw zouden uitschreeuwen over zoveel misdadig fascisme in het hart van de Hongaarse regering. Guy Verhofstadt zou zonder twijfel nog eens hard van leer gaan in het Europees Parlement, afsluitend met de retorische vraag of de gasovens soms al warm staan te draaien in Hongarije. Zijn adepten zouden de zaak daarna opvolgen met enkele opiniestukken, doorspekt met zwaarwichtige citaten van een hoop filosofen waar geen mens eigenlijk ooit van gehoord heeft, de auteurs inbegrepen. Een paar expliciete verwijten richting N-VA, voor de gentionalisten toch de incarnatie van het Kwaad in Vlaanderen, zouden daarbij uiteraard niet ontbreken.

Niets van dat alles echter nu de Deense sociaal-democratische eerste minister Helle Thorning-Schmidt een ex-Stasi-agent de hand boven het hoofd houdt. Op een persconferentie liet ze eerder deze week horen dat wat haar betreft deze zaak er één is voor de Deense inlichtingendienst PET, en dat ze er verder dus niets mee te maken wil hebben. Maar om uitsluitsel te krijgen over de identiteit van de ex-agent is het formeel de Deense regering die een aanvraag bij de VS zal moeten indienen om een kijkje te kunnen nemen in de zogenaamde Rosenholz-bestanden van de CIA. Ook minister van Justitie en partijgenoot van de eerste minister Morten Bødskov wast zijn handen in onschuld, en voelt zich niet betrokken. Hun excuus is dat Denemarken genoeg informatie heeft gekregen uit de Rosenholz-bestanden, en daar zullen de onderzoekers naar de periode van de Koude Oorlog het dus mee moeten doen. Bovendien zou een vraag naar meer informatie «de betrekkingen met de Verenigde Staten in het gedrang kunnen brengen», al is niet helemaal duidelijk hoe en waarom dat het geval zou kunnen zijn. Gevolg: volgende week riskeert de regering–Thorning-Schmidt een pijnlijke afgang in het parlement wanneer een wisselmeerderheid haar zal dwingen toch een verzoek bij de Amerikanen in te dienen.

Waarom zouden de Deense Socialdemokraterne zo weigerachtig staan tegenover de ontmaskering van een ex-Stasi-agent? De reden dient niet ver gezocht te worden. Als er inderdaad zo'n ex-Stasi-agent rondloopt die nogal wat invloed heeft gehad en daarmee een bijzonder schadelijke rol heeft kunnen spelen, dan zal die bijna zeker in de rangen van of kringen rond de sociaal-democratische partij gezocht dienen te worden. Verderop naar links werd van iedereen immers verwacht dat ze op z'n minst meelopers waren van de communistische régimes in het Oostblok, en was hun invloed dan ook navenant minder. Verder in het centrum of op rechts is het onwaarschijnlijk dat de Stasi ooit veel agenten heeft kunnen rekruteren, of het zou om een mol moeten gaan. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat men in de regering dit potje liever gedekt houdt, en dan maar naar enkele goedkope en weinig geloofwaardige excuses grijpt om de Rosenholz-bestanden voor onderzoeker Thomas Wegener Friis zo lang mogelijk gesloten te houden.

Onthou overigens de naam Helle Thorning-Schmidt, want van haar hebben we hoogstwaarschijnlijk nog een hype te goed. Op dit ogenblik kan het Europees socialisme immers maar met twee eerste ministers uitpakken: Helle Thorning-Schmidt en… Elio di Rupo. Die Belgische eerste minister Elio di Rupo heeft natuurlijk zijn achtergrond en zijn geaardheid mee om de lieveling van links (en dus zeker ook de pers) te worden, maar zijn geaardheid ligt er net als zijn make-up af en toe toch net iets te dik op om echt sympathiek over te komen bij de bredere bevolking. Qua ijdelheid lijkt hij trouwens Europees «president» Herman van Rompuy naar de kroon te willen steken, ook al een minpunt. Bovendien vertegenwoordigt hij een paleosocialisme dat buiten Wallonië waarschijnlijk alleen nog in Belarus nog iet of wat te betekenen heeft. En ten slotte weet je nooit of hij morgen niet in één of ander schandaal verwikkeld raakt – in het beste geval slechts een gewoon Waals corruptieschandaal.

Helle Thorning-Schmidt daarentegen is een veel frissere verschijning, en de hoofdfiguur in het Deense politieke televisiedrama Borgen (naar Christiansborg, het Deense equivalent van de Belgische Wetstraat) was overduidelijk op haar maat gesneden. Ze behoort echter wel tot het soort Europees elitesocialisme waar het Vlaamse loftsocialisme een zijtak van is. Zo gaat ze bijvoorbeeld volledig vrij van de smet ooit in de privé-sector gewerkt te hebben, maar kent ongetwijfeld wel haar weg in de lounges van de Europese luchthavens. En het is zeker niet omdat ze het volk «dient», dat ze er in schamele kleren zou willen bijlopen. In het Europees Parlement liep ze bijvoorbeeld een tijdje rond met een Gucci-handtas, vandaar ook haar bijnaam «Gucci-Helle» in de Deense roddelpers. Het is daarmee duidelijk dat ze perfect in het rijtje vlotte jongens en meisjes past zoals een Caroline Gennez, Freya van den Bossche of een Patrick Janssens. Als sociaal-democraten pretenderen ze wel de gewone werkmens te vertegenwoordigen, maar in feite komen ze er nog minder mee in aanraking en hebben ze er nog minder gemeen mee dan bijvoorbeeld Bekaert-baas Bert de Graeve. Die laatste komt immers tenminste nog af en toe een arbeider tegen als hij één van zijn fabriekshallen bezoekt.

Een socialist zou echter geen socialist zijn als aan haar niet één of ander corruptie- of belastingsschandaal kleeft. Zo ook voor Helle Thorning-Schmidt. Zij is immers getrouwd met Stephen Kinnock (zoon van), die in 2007, 2008 en 2009 officieel in Zwitserland woonde en daar ook belastingen betaalde. Rara wat voordeliger is, want socialisten heffen wel graag belastingen, maar ontspringen nog liever zelf de dans als het even kan. De Deense arbeider die het zich niet kan veroorloven te doen of hij in Zwitserland woont zal van de hele zaak wel het zijne gedacht hebben. Tot bleek dat Helle Thorning-Schmidt van 2000 tot 2008 wel de belastingsaftrek van haar man voor zichzelf in rekening bracht «omdat hij al zijn weekends van vrijdag tot maandag, soms inclusief donderdag, in Denemarken doorbracht». De man bezit dus overduidelijk net als enkele heiligen de gave van de bilocatie, zodat hij per jaar zowel meer dan de helft in Denemarken als in Zwitserland kan vertoeven. En nog los van zijn creativiteit wat betreft de belastingen, is het toch opmerkelijk dat de man blijkbaar al genoeg heeft aan amper drie werkdagen per week, en soms zelfs maar twee, om er verder toch nog redelijk warmpjes in te zitten zodat zijn vrouwtje met een Gucci-handtas in het Europees Parlement kon ronddartelen. Het doet willekeurig denken aan een zekere Yves Leterme, die tegenwoordig bij de OESO ook niet bepaald gebukt lijkt te gaan onder een al te lange werkweek.

Zullen we ooit weten wie de ex-Stasi-agent is? Vermoedelijk wel. In principe kunnen de Verenigde Staten weigeren de Rosenholz-bestanden te openen, net zoals ze reeds drie maal het verzoek van de onderzoeker Thomas Wegener Friis hebben geweigerd om het laatste stukje bewijs naar de oppervlakte te brengen. Maar na deze politieke rel is dit misschien toch net een tikkeltje minder waarschijnlijk geworden. Men kan zich immers al de krantentitels voorstellen als de Amerikanen opnieuw zouden weigeren als een wisselmeerderheid de Deense regering toch dwingt een verzoek in te dienen. Maar zelfs als de VS inzage in de Rosenholz-bestanden weigeren, zit Thomas Wegener Friis wel degelijk met een concrete naam. Voorlopig heeft hij geweigerd die prijs te geven, precies omdat hij absoluut zeker wil zijn, maar het laat zich raden dat de druk op hem snel een pak groter zou kunnen worden als de Rosenholz-bestanden gesloten blijven. Het is dus vermoedelijk nog slechts een kwestie van enkele dagen of weken eer iemand in Denemarken zijn of haar Günter Grass-moment tegemoet gaat. Ondertussen is het masker van Helle Thorning-Schmidt in ieder geval al afgevallen.

Labels: , , , , , , , , , ,

Read more...

10 april 2012

Zonder democratie verder?

“De democratie voorbij”, daarover gaat dit hele manifest. Vanuit libertarisch oogpunt wordt de democratie in haar grondslagen bevraagd en schuldig bevonden aan de toegenomen regelneverij en inefficiëntie. De meeste moderne politiek wordt uit naam van de democratie gevoerd en heeft aantoonbaar tot veel meer bureaucratie en overheidsbeslag geleid.




Dat de democratie zelf aangevallen wordt, is een teken des tijds. De democratie gold in de jaren ’90 als een bolwerk tegen “extreemrechts”, dat toen nog met een projectie uit de jaren ’30 werd afgeschilderd als “antidemocratie”. De opkomst van de “populistische” partijen (al is er geen enkele die zich zo noemt) en de herstijling van iet of wat nazi-nostalgische partijen als populistisch, met typisch een keuze vóór het referendum (Vlaams Belang, Front National, British National Party), heeft de hoofdstroom genoopt om de populisten als vijand te kiezen. En “populisme” betekent niets anders dan democratie. Daar waar hoofdstroomkrokodillen zich in de jaren ’90 nog vóór de democratie uitspraken, hebben zij nu minder moeite om zich tegen de volkssoevereiniteit uit te spreken. Zelfs partijen die in de jaren ’90 uitgesproken vóór directe democratie waren, zoals het Nederlandse D’66 en het Vlaamse VLD, zetten het onderwerp nu op de achterbrander.

Maar daar waar opportunisme de hoofdverklaring vormt voor het huidige antidemocratiediscours van de kleurpartijen, die zich nooit om beginselkwesties van democratie bekreund hebben, neemt libertarisch rechts de kwestie van de volkssoevereiniteit ernstig. De libertariërs van de school van Louis von Mises en Murray Rothbard, en vandaag Hans Hermann Hoppe en zijn Hollandse akolieten, hebben altijd al kritiek gehad op de democratie als systeem. Met name ontzeggen zij evenzeer aan de volksmassa als aan een monarch of dictator het recht om te bepalen hoe zij hun leven moeten leiden.

“Democratie = collectivisme” vertaalt zich als volgt: “De parlementaire democratie is onrechtvaardag, werkt bureaucratie en stagnatie in de hand, ondermijnt vrijheid, zelfredzaamheid en dynamiek, en leidt onvermijdelijk tot zelfzucht, behoudzucht,regelzucht, gemakzucht en potverteren.” (p.10-11) Dat is in het kort het antwoord van auteurs Frank Karsten en Karel Beckman op de hoera-sfeer rond volksmacht die nagenoeg alle partijen zeggen te delen.

Na de “dertien mythen van de democratie”, over het vrijheids- en gemeenschapsbevorderende nut van volkssoevereiniteit (p.15-59), komt helaas “de kater na het democratische feest” (p.60-66): de onbetaalbaarheid van het systeem drukt ons met de neus op de feiten, maar wie naar de grondslagen gekeken had, zag de bui reeds hangen. Natuurlijk moedigt de democratie subtiel of minder subtiel het potverteren aan, zodat nagenoeg alle zogenaamd democratische staten vandaag een veelvoud aan schulden en belastingen kennen in verhouding met een eeuw geleden. Eén van de auteurs verhaalt hoe hij een vereniging van skeptici wou oprichten en als allereerste agendapunt de kwestie van de subsidies aanhaalde. Het was niet bij hem opgekomen hoe dit neerkwam op anderen doen betalen voor waar eigenlijk niet zij willen aan meebetalen.

In “naar een nieuw politiek ideaal” (p.67-80) proberen de auteurs een alternatief te formuleren. Er is weinig aan te merken op hun decentraal model met zo min mogelijk staat, al zal het de klant van de ziektewet wel zuur opbreken dat wat nu een recht is, dan een te verdienen gunst zal zijn. Fundamentele kritiek is echter wel gevraagd op hun stilzwijgen over de staat als motor van het rechtsleven. Geestesleven en economisch leven kan men aan het privé-initiatief overlaten, maar het recht is uit de aard der zaak gemeenschappelijk. Daar botst het “individualisme” op zijn noodzakelijke grenzen.

Het voorbeeld van Zwitserland, waaraan de auteurs toch lippendienst bewijzen, toont juist aan dat zekere grenzen aan het machtsbereik der democratie automatisch komen, en dat het schrikbeeld van de socialistische mens die zichzelf voordelen uit de pot der rijkeren toekent, tot het rijk der fabelen behoort. Benjamin Franklin, die (zoals de auteurs ons graag herinneren) tegen dit scenario waarschuwde, heeft het op termijn toch gekregen toen hij de Verenigde Staten met een representatief en als antidemocratisch bedoeld kiesstelsel opzadelde.

Spijts deze kritiek is dit boek een absolute aanrader. In het bijzonder voor degenen die een subsidie uitdenken, dus belastingen heffen, en menen dat ze de samenleving weer eens een dienst bewezen hebben.


Frank Karsten & Karel Beckman: De democratie voorbij, Aspekt, Soesterberg 2012, 87 pp, ISBN-13: 978 90 5911 4524.


Labels: ,

Read more...

7 april 2012

De socialisten willen nog meer belastingen

Kathleen Van Brempt en Saïd El Khadraoui, Europarlementsleden voor SP.a, geven toe dat hun partij kampt met een geloofwaardigheidsprobleem dat niet in één klap op te lossen is. Terzelfdertijd pleiten ze voor een reeks nieuwe belastingen. Dat, plus de fiscale spitstechnologie van enkele kopstukken om belastingen te ontwijken en de voortdurende corruptieschandalen zal hen zeker niet meer stemmen opleveren. Dergelijke praktijken zullen alleen tot een verdere afkalving van de socialisten leiden.

In het maartnummer van Sampol (maandblad Samenleving en Politiek, nr. 3/12), publiceren Kathleen Van Brempt en Saïd El Khadraoui, Europarlementsleden voor SP.a, een artikel onder de titel 'Socialisten aller lidstaten, verenigt u'. Daarin geven ze toe dat hun partij 'kampt met een geloofwaardigheidsprobleem. Dat lossen we niet in één klap op. Het betekent ook dat we in de toekomst het sociaaldemocratisch programma niet enkel efficiënter moeten communiceren, maar ook moediger moeten zijn in de uitvoering ervan.'

Betere communicatie en een moedige uitvoering ervan kan er juist de oorzaak van worden dat in heel Europa de sociaaldemocraten nog meer achteruit zullen boeren. Rechtse partijen wonnen in Portugal de verkiezingen op 5 juni ’11. Spanje rolde de rode loper uit voor de Partido Popular: de conservatieven behaalden op 20 november ‘11 een volstrekte meerderheid in parlement en senaat. En in eigen land boert zelfs de PS achteruit. Waar ze bij de verkiezingen van 2010 nog 37,6% van de Waalse stemmen haalde, zakte ze lager in de peilingen van La Libre tot 35,4% in december '11 en tot 31,9% in februari '12. Ook de SP.a kan geen groei optekenen. Ze behaalden al slechts 15,3% bij de verkiezingen van '09, daalden tot 14,9% in '10 (volgens De Standaard, volgens La Libre haalden ze in 2010 14,6% van de stemmen) om vervolgens in elke peiling nog minder stemintenties te behalen (12,7% volgens La Libre in februari '12, 13,3% volgens Le Soir in maart '12 en 14,5% volgens De Standaard in dezelfde maand).

Betere communicatie en een moedige uitvoering van hun programma kan dus eerder tot een nog groter stemmenverlies leiden. Steeds minder kiezers geloven dat de sociaaldemocraten de Europese landen beter uit de crisis zouden halen dan de conservatieven. Zelfs in landen in een diepe crisis als Spanje en Portugal kan hun programma niet overtuigen. En als de socialisten, zoals beide Europarlementsleden in hun artikel bepleiten, nog een rist nieuwe belastingen willen invoeren, zullen ze hiervoor zeker niet beloond worden.

Een dertigtal jaar geleden bedroeg het overheidsbeslag (de belastingdruk plus RSZ-bijdragen) in België 35% van het BBP. Vandaag bedraagt het overheidsbeslag iets meer dan de helft van het bruto binnenlands product. Het ligt nu op 4 procent meer dan het gemiddelde in de eurozone. Tot voor kort zat België nipt onder de 50 procent. De crisis deed dit stijgen tot 53 procent vandaag. Ondanks deze forse stijging van de overheidsinkomsten met meer dan de helft (+ 18%, of + 51,4% tegenover 35%), daalden echter in die periode bijvoorbeeld de pensioenen in België tot zowat de laagste van West-Europa.

Guy Tegenbos, DS, 15 nov '11: " Enkele Scandinavische landen slagen erin hun bevolking te overtuigen meer dan de helft van hun inkomen af te staan. Hun overheden zijn bij de efficiëntste ter wereld. Hun sociaal systeem herverdeelt erg veel geld, maar wel heel efficiënt en zonder veel fraude; armoede is er bijna niet. Ze hebben een zeer hoge activiteitsgraad. En ze bereiken dit alles zonder de economische dynamiek af te remmen: hun economie is heel innovatief. België heeft geen van die argumenten. Het heeft een zeer grote, maar inefficiënte overheid: het hoogste aantal ambtenaren voor 'algemeen bestuur' ter wereld. Het heeft een even duur sociaal systeem, maar dat mist efficiëntie: de lage uitkeringen ervan zorgen voor vrij veel armoede, en voor een lage activiteitsgraad. Onze economie verliest productiviteit en innovatiekracht. Zo'n land heeft geen legitimiteit om het overheidsbeslag verder te laten opklimmen naar 60 procent en moet eerst zijn middelen efficiënter leren aanwenden."

En dan komen dus Kathleen Van Brempt en Saïd El Khadraoui in hun kort artikel aandraven met weer een rist voorstellen voor bijkomende belastingen:
- een hoger budget voor de Europese Unie, door hogere inkomsten, onder meer van energiebelastingen
- een financiële transactietaks
- EU heffingen op invoer van derde landen die de EU-milieunormen niet naleven.
Ook als die nieuwe belastingen niet rechtsreeks van het loonbriefje van Jan met de pet zouden worden afgetrokken, de rekening zal hij tenslotte toch betalen door hogere consumptieprijzen. En dat heeft die Jan Modaal ondertussen al door, wat de oorzaak is van de dalende aanhang van de sociaaldemocraten, bijna overal in Europa.
Daarnaast pleiten beiden ook nog voor de financiering van investeringen in hernieuwbare energie door Europese projectobligaties, voor een mandaat voor de ECB om overheidsobligaties te kopen ‘wanneer de munt bedreigd wordt’ (wie zal de kosten daarvan dragen?).

Het cynisme van enkele partijbonzen

De geloofwaardigheid van de sociaaldemocraten is niet alleen aangetast door hun drang naar steeds meer belastingen. Ook hun partijbonzen zorgen daar voor, niet alleen in Wallonië, maar ook in Vlaanderen.

Knack, 28 maart '12:
'Enige tijd geleden wist de partijtop niet waar gekeken toen de avonturen van oud-voorzitter Steve Stevaert in het Brusselse nachtleven bekend raakten en de vennootschap en zakelijke rekeningen van Chokri Mahassine, Vlaams Parlementslid en organisator van Pukkelpop, onder de lamp werden gezet.
Ook de familievennootschap van ABVV-leider Rudy De Leeuw, die bovendien de voordelen van de notionele-interestaftrek had genoten, kleurde af op de SP.A. En eerder al was nog eens de aandacht gevestigd op de stevige bonussen die Kamerlid Bruno Tuybens had opgestreken toen hij nog bankierde.
Vicepremier Vande Lanotte heeft getracht zijn zakelijke ambities te combineren met zijn politieke activiteit en heeft zich heel ver gewaagd. Hij is een van de gangmakers van publiek-private samenwerking – wat veelal neerkomt op het overhevelen van de kosten naar de publieke partner en van de lusten naar de privé-investeerders.
De rol van Vande Lanotte in de Oostendse haven en de samenwerking daar met bedrijven die dan weer sponsors zijn van zijn basketbalclub, roepen eveneens vragen op.
Of neem zijn voorzitterschap destijds van Electrawinds, een energiebedrijf dat groene stroom produceert. De productie van groene stroom is slechts mogelijk dankzij zware subsidies van de overheid. Uitgerekend Vande Lanottes partij levert in de Vlaamse regering de minister, Freya Van den Bossche, die de subsidiestroom stuurt. Dat plaatst Vande Lanotte en zijn partij in een erg dubbelzinnige, om niet te zeggen kwestieuze situatie.'
'De kloof tussen de verwachtingen van de slinkende SP.A-achterban en het cynisme van enkele partijbonzen lijkt stilaan onoverbrugbaar,' besluit Rik Van Cauwelaert zijn artikel.

Mark Grammens is nog scherper: 'Nu blijkt dat overal waar een socialistische partij een machtspositie inneemt, de korruptie hoogtij viert. Wij maken dat in Vlaanderen mee in Limburg. Recentelijk is in Charleroi het zoveelste schandaal in socialistische rangen uitgebroken...' (Journaal nr. 619, 12 januari '12).

Als de socialisten blijven beweren dat het sociaal is altijd maar meer belastingen te heffen, in plaats van met minder een efficiëntere overheid te organiseren, zullen ze stilaan richting kiesdrempel blijven dalen. Geen mens neemt dat verhaal van steeds meer belastingen nog ernstig, bij een overheidsbeslag van 53% en gesjoemel van partijbonzen.

N.B. Het is natuurlijk ook triestig dan CD&V en VLD toetreden tot een regering die alweer de belastingen verhoogt. Voor hun postjes draait alweer de belastingsbetaler op. Een schande.
Read more...

4 april 2012

Eresenaat 2012

Antwerpen (Elzenveld) zondag 5 februari 2012 - 50 jaar Europese Eresenaat

Opening door prof. Matthias Storme, voorzitter Eresenaat



Dames en heren excellenties, ministers van Staat, ministers en ambassadeurs, volksvertegenwoordigers en andere parlementsleden, eresenatoren, voorzitters, bestuursleden en journalisten, vrienden van de Europese Beweging,

Het is met enige nostalgie dat we hier samenkomen na het overlijden van de heer Walter Kunnen,n kanselier van deze eresenaat, en dit 50 jaar na de start van de Eresenaat en ongewis over de toekomst van onze Beweging. De heer Guido Naets zal zo dadelijk de laudatio uitspreken voor de heer Kunnen waarmee we hem postuum in "zijn" Eresenaat willen opnemen.

Het is echter ook mijn droeve plicht U de eresenatoren in herinnering te brengen die de voorbije anderhalf jaar overleden zijn. Het is een lange lijst van grote persoonlijkheden, veelal uit de generatie van Europese pioniers na de tweede wereldoorlog, en ook nu nog weet ik niet of ze wel volledig is.





Eerwaarde Pater Karel van Isacker, geboren in 1913 jezuïet en historicus, van wie ik nog college heb moegen volgen aan de UFSIA, scherpzinnig beschrijver van de Vlaamse sociale geschiedenis, criticus van de ontwijding van onze samenleving, overleden te Niel bij As op 25 augustus 2010;

Dr. Egon Klepsch, geboren in 1930, mit seine Familie aus dem Sudetenland vertrieben, Historiker, in 1964 Präsident der Internationalen Union Junger Christlicher Demokraten Europas, später Mitglied des Europäïischen Parlements und Vorsitzender der EVP-Fraktion, derjenige der “dem anfangs zum Chaos neigenden Parlament eine Struktur“ gegeben hat, später Parlamentspräsident sowie Vorsitzender der Panueropa-Union Deutschland, verstorben am 17 september 2010;

Rector Max Kohnstamm, geboren te Amstaerdam in 1914, historicus, vanaf 1952 Secretaris van de Hoge Autoriteit van de EGKS; vicevoorzitter van het door Jean Monnet opgerichte Comité d'Action pour les Etats Unis d'Europe., van 1976 tot 1981 de eerste rector van het Istituto Universitario Europeo te Firenze, gestorven te Amsterdam op 20 oktober 2010;

Dr. Iuris Paul van den Bussche, geboren in 1921, historicus en jurist, journalist bij de radionieuwsdienst NIR, later programmadirecteur van de Vlaamse televisie en tenslotte administrateur-generaal van de publieke omroep, de BRT, overleden op 26 mei 2011;

Botschafter Josef von Ferenczy, geboren in Ungarn in 1919, Widerstandskämpfer, Filmproduzent, Verleger und erster Medienmanager, später auch außerordentlicher Botschafter der Republik Ungarn, verstorben in Grünwald am 29 Mai 2011;

Dr. Yelena Bonner, born in 1923, pediatrician, human rights activist and author, since 1971 married to her fellow activist Andrei Sakharov, deceased in Boston on June 18, 2011;

Seine kaiserliche und königliche Hoheit Erzherzog dr. Otto von Habsburg-Lothringen, geboren 1912, Mitglied des Europäische Parlaments, Vorsitzender der Internationale Paneuropa Union, Großmeister des Ordens vom Goldenen Vlies, verstorben in Pöcking am 4. Juli 2011;

Rudolf Dumont du Voitel, geboren in Nürnberg 1916, Musikologe und Journalist, Leiter im Presse- und Informationsdienst der Europäischen Kommission, Präsidiumsmitglied der Europa-Union, geschäftsführender Vorsitzender der ’Europäischen Akademie Bayern’ und von 1980 bis 1986 Schatzmeister der Europäischen Föderalisten; verstorben in Erlanden am 2. August 2011;

Minister van Staat Willy de Clercq, geboren te Gent in 1927, jurist, herhaaldelijk Belgisch minister, Europees commissaris van 1985 tot 1989 en meermaals lid van het Europees Parlement, meermaals een gewaardeerd spreker op zittingen van deze Eresenaat, gestorven te Gent op 28 oktober 2011;

President Vaclav Havel, geboren in Prag 1936, Schriftsteller und Dissident, Initiator der Charta 77, Wegbereiter der deutsch-tschechischen Aussöhnung, Tschechoslovakischer und nachher Tschechischer Staatspräsident 1989 bis 2003, und verstorben in Prag am 18. Dezember 2011;

Eerwaarde Pater Phil Bosmans, geboren in Gruitrode 1922, pater Montfortaan, bezieler van de Bond zonder Naam, gestorven te Mortsel op 17 januari 2012;

Monsieur Jean Lecerf, né en 1918, journaliste et chercheur économique, chroniqueur et historien de l’unification européenne, en 2010 encore auteur de L'Europe racontée à nos arrières petits enfants, décédé à Boulogne Billancourt le 20 janvier 2012;

Monsieur Pierre Sudreau, né en 1919, le “petit prince” de Saint-Exupéry, licencié en droit et en lettres, résistant, grand commis de l’état, ministre de la construction et plus tard de l’éducation nationale, député et maire de Blois, père du TGV, et décédé à Paris le 22 janvier 2012.

Laudatio ad Memoriam Walter Kunnen (1921-2011)

door de heer Guido Naets, oud-voorzitter Europese Eresenaat.



Walter Kunnen overleed na een rijk gevuld leven van negentig jaar. Geboren Antwerpenaar, Limburger in hart en nieren, Vlaming en voor alles Europeër, steeds gedreven en geëngageerd. Hij had volgens het doodprentje “de goede strijd gestreden, zijn weg ten eind gegaan en zijn geloof bewaard”.
De ondernemer en strijder voor vele nobele zaken zal echter vooral herinnerd worden als voorvechter van de Europese zaak: stichter en bezieler van de BVSE, de Beweging voor de Verenigde Staten van Europa, de wat eigenzinnige Vlaamse afdeling van de UEF, de Unie van Europese Federalisten en bedenker van deze “Europese Eresenaat”. Aanvankelijk kwamen vele honderden getrouwen naar deze jaarlijkse hoogmis van de Beweging, onder het voorzitterschap van graaf Legrelle, dan Hendrik Brugmans, vandaag Matthias Storme. Elk jaar opnieuw wist hij top-Europeërs te strikken, alles samen 300 Europrominenten van alle politieke gezindten en horizonten: Edward Heath en Emilio Colombo, August De Schrijver en Otto von Habsburg, Jean-Luc Dehaene en Karel Van Miert, Alain Poher en Jean Monnet, Vaclav Havel en Gyula Horn, telkens voorgesteld door zittende Eresenatoren. Er waren ook steevast de jaarlijkse Persprijzen: Manu Ruys, Achiel Samoy, Louis Meerts, en Mark Grammens om enkele Vlaamse reuzen te noemen. En op Europese schaal Emmanuele Gazzo, Jean Lecerf, Charles Rebuffat, Jan Werts en vele anderen.
Walter zag de belangstelling voor Europa en voor “de Beweging”’ geleidelijk afkalven. In Europa Eén van eind 1999 zei hij: “De Beweging, destijds op gang gebracht door Hendrik Brugmans, Denis de Rougemont, Ernst Friedländer, Altiero Spinelli enz. , gedragen door Robert Schuman, Adenauer, Spaak en de Gasperi, voortgezet door nobele en eerlijke vechters als Leo Tindemans, Willy De Clercq, Fernand Herman.. zieltoogt bij gebrek aan belangstelling vanwege de burgers en vooral van de jeugd. Onze media hebben, duidelijk niet de rol gespeeld die men van gedreven journalisten kon verwachten… maar ook wij hebben gefaald”. Hebben wij gedaan wat moest gedaan worden? En hij besloot: “Er gaapt tussen de politici en het volk een afgrond van afkeer en onverschilligheid”.Dat was, 12 jaar geleden. Vandaag is het nog erger want de Magnette’s zingen luid het lied van de anti-Europese populisten mee. Walter zag de dwaasheid met lede ogen en waarschuwde steeds opnieuw met de verzen uit Het Programma van Armand ROBIN:
“Men zal het geloof afschaffen uit naam van het licht, vervolgens zal men het licht afschaffen.
“Men zal de charitas afschaffen in naam van de rechtvaardigheid, vervolgens zal met de rechtvaardigheid afschaffen., en men hoorde hem er bij denken:
“Men zal de staten en volkeren afschaffen in naam van Europa en vervolgens zal men Europa afschaffen.
Maar Kunnen bleef strijden tegen het kleinburgerlijk nihilisme, bleef geloven in een Europees Europa, bleef hameren op steeds dezelfde simpele geloofspunten:
- we moeten niet kiezen tussen Europese en nationale identiteit maar opkomen voor elke identiteit, op haar domein, zonder uitsluiting, niet of/of maar en/en;
- we moeten federeren en pacificeren (toen hij Paul Henri Spaak tot het federalisme bekeerde zag hij zich terecht als foederator en pacificator);
- en: geen Europese politiek zonder politiek Europa. Daarom ook verwachtte hij zoveel van de Europese verkiezingen. Zeven verkiezingen hebben we nu gehad en de opkomst zakte stapsgewijs tot beneden de 50 %. Dat knaagt aan de legitimiteit van het Europees Parlement en noopt tot een gewetensonderzoek bij de gekozenen: hebben wij gedaan wat de kiezer van ons verwacht? Walter betreurde la trahison des clercvs.
Net nu een grote sprong voorwaarts nodig is om het bereikte in stand te houden, schijnt zowel de burger als de politieke klasse af te haken, denkend dat we kunnen overleven met MINDER Europa. Europa moet niet opnieuw worden uitgevonden, we moeten enkel het Europees geloof opnieuw prediken. Maar dat hij, “alter müder Kâmpfer” leek te prediken in de woestijn verontrustte Walter Kunnen in zijn 90ste levensjaar diep.
Om wat deze man de voorbije halve eeuw voor Europa heeft betekend, om zijn geloof en zijn trouw, Voorzitter, heeft het bestuur het zinvol gevonden, zijn overleden kanselier “Pro pace et unitate” POSTUUM op te nemen in de Europese Eresenaat. Ik zou voorzitter Prof Storme dan ook willen verzoeken de versierselen van te willen overhandigen aan Walter Kunnen Jr., de oudste zoon van Walter en zijn geliefde Diane Debray.

***

Vervolgens werd de Europese persprijs over 2011 uitgereikt aan Udo van Kampen, journalist en correspondent van ZDF-TV, met een laudatio door Horst Keller.

Tenslotte werden opgenomen in de Europese Eresenaat "Pro Pace et Unitate, e meritu et honoris causa”:
* Ulrich Brandenburg, Europees ondernemer, met laudatio door Prof. Ir. Marcel Van de Voorde
* Antonio Vetyra Diaz Diaz, Voorzitter van de Fundacion Academia Europea de Yuste, laudatio door Beatrijs Van Craenenbroeck
* Herman Van Rompuy, President van de Europese Raad, llaudatio door Minister van Staat Leo Tindemans.







Dames en heren,

Sta me toe bij wijze van lichte provocatie als antwoord op de hetze jegens ons broedervolk in Hiongarije te besluiten met een passend gedicht van onze betreurde eresenator Josef von Ferenczy:

Unser Europa
Über ein halbes Jahrhundert schon ,
lebe ich in Emigration,
Ungarn und Europas Einheit,
Hauptbeweggrund meiner Arbeit,
Auf meiner Fahne stets geschrieben:
Er ist leidenschaftlicher Ungar geblieben,
treuer Deutscher, begeisterter Europäer.
Leidenschaftlich Ungar sein,
wer Ungar ist, kann nur das sein.
Treuer Deutscher, weil ich mein Leben,
wie ich lebe, den Deutschen kann verdanken.
Begeisterter Europäer, weil das Europäische Haus
für alle Nationen ein gutes Zuhause.
Kein Chauvinismus mehr, Mörder der Völker
aber das Wunder der Heimatliebe, edle Flagge,
unseres gemeinsamen Europäischen Hauses.
Read more...

1 april 2012

Weegt Vrouwe Justitia lichter dan Justice? (Hoegin)

Twee berichtjes uit de gerechtelijke wereld illustreerden deze week nog maar eens wat voor watjes de Vlaamse politici zijn. Enerzijds waren er de resultaten van een studie, uitgevoerd door de rechtbank van Hasselt, dat aantoonde dat de Waalse rechtbanken er allemaal een beetje warmer in zitten dan hun Vlaamse tegenhangers. Niet bepaald een verrassing, maar toch nog steeds gecatalogeerd als «nieuws» door onze kwaliteitsmedia. Anderzijds was er het zegebericht van de Vlaamse partijen dat de verdelingssleutel voor de splitsing van het gerechtelijke arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde herzien was. Een bericht dat amper 24 uur standhield.

Om met het laatste te beginnen: de manier waarop de Vlaamse onderhandelaars zich lieten rollen bij de schijnsplitsing van het gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde tart elke verbeelding. Niet alleen is die «splitsing» zo ongeveer het tegengestelde van waar de Vlaamse bevolking al meer dan vijftig jaar om vraagt, bovendien is ze dan nog eens zo onderhandeld dat ze voor de Vlamingen extra nadelig is. De 20/80-verdeelsleutel die opgenomen werd in het akkoord is immers nog slechter dan de voor de Vlamingen meest nadelige cijfers die men in Brussel-Halle-Vilvoorde op dit ogenblik kan opsnorren over het aantal rechters per taalkader. Voeg daar dan nog eens aan toe dat niets doet vermoeden dat de Franstalige rechters in dit arrondissement meer op hun Vlaamse collega's zouden lijken dan hun taalgenoten ten zuiden van de taalgrens, en het laat zich dan ook raden dat de 20/80-verdeelsleutel evenveel gemeen heeft met de effectieve werklast per taalgroep als de constante van Avogadro met de vierkantswortel van twee. Niets dus, behalve dan dat de ene een heel pak groter is dan de andere.

Ik moet toegeven dat ik geprobeerd heb me een duale situatie voor te stellen, waarbij de Franstaligen dus niet alleen structureel gerold zouden worden, maar zich bovendien ook nog eens in de praktische kant van de zaak lelijk laten pakken door de Vlamingen. Mijn fantasie schiet daarvoor echter tekort. Probeer het je zelf maar eens voor te stellen, dat men in Wallonië zou toelaten dat Vlaamse inwijkelingen er het voorrecht zouden krijgen berecht te worden door eigen rechters voor eigen rechtbanken, mooi gefinancierd door de Franstaligen, en dat dan bovendien ook nog eens meer dan ruim bemeten op basis van een volledig uit de lucht gegrepen fictief getal. Ga het maar eens aan Toon van Overstraeten vragen: ze dulden er nog niet eens een democratisch verkozen parlementslid, enkel en alleen omdat het gevaar bestond dat hij eens in hun bijzijn dat vervelende en aartslelijke West-Germaanse dialect zou durven blaffen!

In dat opzicht was het dan ook een merkwaardig bericht eerder deze week dat er dan toch onderhandeld zou geweest zijn over die 20/80-verdeelsleutel. Net zoals een moslim nooit een stuk land zal opgeven dat ooit tot de dar al-islam heeft behoord, zo komt ook een Franstalige nooit terug op een overwinning die hij geboekt heeft. Franstalige rechten en verworvenheden blijven immers eeuwig geldig, Vlaamse toegevingen kunnen altijd nog toenemen. Dat de drie quisling-partijtjes CD&V, sp.a en Open Vld er samen met de regeringsgezinde oppositiepartij Groen zouden in geslaagd zijn de verdeelsleutel van 20/80 naar 27/73 om te buigen was dan ook een complete verrassing. Ook al zou die verdeelsleutel voor een zichzelf respecterend volk nog steeds totaal onaanvaardbaar zijn, wegens de slechtst mogelijke van alle scheeftrekkingen in het voordeel van de Franstaligen. Ik kan me echter voorstellen dat men in kringen van de CD&V al behoorlijk trots zal geweest zijn op deze heldendaad. Het valt per slot van rekening niet alle dagen voor dat de muis een zandkorreltje baart. Dat het akkoord daarmee nog steeds fundamenteel oneerbaar was is iets waarover alleen een kniesoor nog wat blijft doorbomen – zo ongeveer de helft van de Vlaamse bevolking dus als we de laatste peilingen mogen geloven.

Dit zegebericht hield echter niet lang stand. Na de Blijde Intrede van Zijne Nederlandsonkundigheid Elio di Rupo in de stad Gand/Gent, waar hij trouwens enthousiast ontvangen werd door anti-nationalist maar wel belgicist en gentionalist Mathias de Clercq en verder nog enkele Nederlandse toeristen, behaagde het de Gestrikte Vingerfrutselaar een persbericht te verspreiden waarin de Franstalige machtspuntjes nog eens op de onderdanige Vlaamse i werden gezet. De verdeelsleutel is nog altijd 20/80, zal zo ook moeten blijven, en daar zullen de Vlamingen maar moeten mee leren leven. Met er nog net niet aan toegevoegd dat ze al blij mogen zijn dat er überhaupt nog Nederlandstalige rechters in Halle-Vilvoorde toegelaten zullen worden.

Over naar dat andere gerechtelijke berichtje. Misschien nog het meest opmerkelijke aan de berichtgeving rond de scheeftrekkingen bij justitie is dat geen enkel Noord-Belgisch kwaliteitsmedium een link wist te leggen van die Waalse rechtbanken naar de Waalse ziekenhuizen. De resultaten van de studie van de rechtbank in Hasselt zijn nochtans opvallend gelijklopend. In Wallonië laat men het graag opvallend breed hangen, zowel in de ziekenhuizen als bij de rechtbanken dus, en dat zelfs op meerdere niveaus. Zo breed zelfs dat geen enkele Franstalige rechtbank het Belgische gemiddelde haalt. Aan Vlaamse zijde springt men een pak zuiniger om met het aantal rechters, en zakt men nergens onder het gemiddelde.

Ook de reacties verliepen volgens het gekende stramien. Bleek dat het verschil in aantal rechters aan een «cultuurverschil tussen Vlaamse en Waalse rechtspraak» zou liggen. Hoezo «cultuurverschil», in een domein dat tot nader order nog steeds een federale bevoegdheid is? Met tussen de lijnen door trouwens nog een sneer richting Vlaamse advocaten. Hun Waalse collega's hebben immers meer tijd nodig omdat ze «uitgebreider en uitvoeriger» te werk gaan. Lees: in Vlaanderen kan het allemaal veel efficiënter omdat ze er al eens met hun klak durven naar te smijten.

Al even voorspelbaar was die andere reactie. Pierre Lefranc, voorzitter van Magistratuur & Maatschappij, liet optekenen dat ook hij eigenlijk geen flauw vermoeden heeft waarom er in Wallonië meer rechters nodig zijn dan in Vlaanderen, maar als dat zo is, dan zal daar wel een objectieve reden voor zijn. En dus moet er maar eens grondig onderzocht worden of er daarvoor niet ergens een parameter gevonden –verzonnen?– kan worden. Ja, waar hebben we dat nog gehoord? Een tip voor Pierre Lefranc: misschien ligt het wel aan de zware industrie die Wallonië gekend heeft? Misschien is dat er wel de oorzaak van dat Walen wat vaker naar de rechtbank moeten dan Vlamingen, net zoals ze ook een beetje vaker naar het ziekenhuis moeten, en daar ook een beetje langer moeten blijven?

Het enige wat er nu nog ontbreekt is de suggestie dat de scheeftrekking van vandaag niet meer is dan een historische compensatie voor de tijd dat er in Vlaanderen recht werd gesproken door eentalig Franstalige rechters. Is men er nog niet zelf opgekomen, of zou dat er zelfs voor belgicisten te ver over zijn?

Wat ondertussen met de Vlaamse politici? Wel, zij stonden erbij, en keken ernaar. Voor de drie quisling-partijtjes in de federale regering is er blijkbaar geen vuiltje aan de lucht, want zelfs een goedkoop nummertje zoals Nahima Lanjri deze week opvoerde in verband met de zaak–Saïdi kon er niet af. Wel wordt er in beide dossiers geschermd met «werklastmetingen», maar daarmee is het al precies zo gesteld zoals met de troonsafstand van koning Albert II: er wordt wel regelmatig over bericht in de media, maar jammer genoeg komt het er om één of andere reden nooit echt van. Wat wel al als een paal boven water staat: mocht toch ooit iets gemeten worden, en zou dan blijken dat de Franstaligen het eigenlijk ook met ietsje minder zouden kunnen doen dan wat ze nu krijgen, reken er dan maar op dat er onmiddellijk compensaties geëist zullen worden. Voor de Franstaligen uiteraard, niet voor de Vlamingen die jarenlang in het zak werden gezet. Onze quisling-partijtjes zullen dat uiteraard niet meer dan redelijk vinden. Als ze tegen dan nog de kiesdrempel halen natuurlijk…

Labels: , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>