28 januari 2011

Aan de baardige Koen Fillet (vpmc)


Met mijn mes van Thiers-Issard
Sierlijk gevat in zijn heft van hoorn
En snel op de leed’ren riem gewet
Heb ik me netjes geschoren.
Nu vlug wat aluin,
Een vleugje Chanel
(Pour le feu du rasoir).
Wat laat de radio horen?
Het is toch niet waar,
Verstond ik dat wel?
Wat zegt net Fillet?
Ons landje ligt in puin!
Ik voel me als herboren.
.

Labels: ,

Read more...

18 januari 2011

Belgisch-industriële woorden en daden (Hoegin)

Vorige week dook er plots een brief op van een aantal topindustriëlen (of captains of industry zoals dat tegenwoordig heet) die de federale regering aanmaanden een begroting voor 2011 op te stellen. Tussen de lijnen kon men bovendien lezen dat zij dat gedoe rond een staatshervorming maar niets vinden, of meer concreet: vooral dat Vlaamse gedoe daarrond. Ik zou echter wel eens willen weten hoeveel Belgische staatsobligaties deze «captains of industry» met hun recentste vette bonussen hebben aangekocht, om de Belgische staat te ondersteunen.

Wanneer ik het rijtje ondertekenaars van de brief overloop, vallen er mij toch enkele namen op. Zo bijvoorbeeld die van Jean-Luc Dehaene. Sinds wanneer is deze ACW-vertegenwoordiger bij uitstek, ondertussen omgeschoold tot poenpakker waar hij maar kan, maar verder wel nog steeds EU-parlementslid, een «captain of industry»? Dat zijn lef geen grenzen kent, wisten we natuurlijk al een tijdje. Als er immers iemand politiek verantwoordelijk is voor de chaos waarin België vandaag verkeert, dan is het Jean-Luc Dehaene wel, en hij is dan ook bijzonder slecht geplaatst om de huidige generatie politici de levieten te willen lezen. Dat hij zich daarbij dan nog eens wil vermommen als een soort industrieel kan de ergernis alleen maar vergroten.

Een andere naam die opvalt, is die van Étienne Davignon. Samen met zijn kompaan Maurice Lippens is deze man niet moreel noch politiek, maar wel persoonlijk en rechtstreeks verantwoordelijk voor het verlies van het spaargeld van duizenden kleine, weliswaar goedgelovige beleggers. Het is de reden waarom we die twee ooit nog kans zagen maken om in uiterste nood in een Belgisch zakenkabinet op te treden, maar vandaag niet meer. Maar je moet het dan toch maar durven om een brief te ondertekenen met daarin zinnen zoals «Deze maatregel is, naar ons oordeel, het enige middel om het noodzakelijke vertrouwen van onze beleggers te herstellen en aldus een verdere negatieve spiraalbeweging te voorkomen.» Ja, over het vertrouwen van beleggers heeft die man veel kennis, en over negatieve spiraalbewegingen nog veel meer, zeker als het over andermans geld gaat.

Maar ten gronde, waar zit het echte gehuichel van dit zootje Belgicanen? Er is de laatste tijd veel te doen geweest over de zogenaamde spread, het verschil tussen de Belgische en de Duitse langetermijnrente. Eenvoudig uitgelegd wordt de Duitse langetermijnrente in de Eurozone beschouwd als de basisrente die staten op hun leningen moeten betalen, en is de extra rente die daar bovenop komt een maat voor het risico verbonden aan de leningen van een bepaalde, concrete staat. Indien de markt meent dat dat risico groot is, zal de spread oplopen. Meent de markt dat het risico klein is, dan zal de langetermijnrente voor een bepaald land quasi gelijk aan de Duitse zijn. Het probleem is echter dat die spread een zelfversterkend effect kent: naarmate de markt meent dat het risico oploopt, neemt de spread toe, waardoor het voor een staat moeilijker wordt om vers kapitaal op te halen, met als gevolg dat de kans dat die staat effectief in de problemen komt groter wordt. En dus de spread weer wat groter wordt. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de regering–Leterme II (of misschien correcter: de regering–Leterme II½?) er alles aan doet om de spread binnen de perken te houden, en dat niet alleen omwille van de perceptie.

De stelling van eerste minister Yves Leterme en zijn regering is nu dat er niet meer risico verbonden is aan de Belgische leningen dan aan de van Duitse. Op de persconferentie van verleden week werd daarom ook met cijfers gegoocheld om aan te tonen dat België de beste leerling van de EU-klas zou zijn, in de hoop dat de markten iets van hun verhaal zouden willen geloven. Dat zij daarbij hun cijfertjes zorgvuldig uitkozen om aan te tonen hoe goed het wel niet ging met België – cherry picking heet zoiets – is normaal, al moet gezegd dat men in het Belgische geval stilaan van platte leugens gewag kan maken. Zwaaien met «de kleinste toename van de openbare schuld in de EU» als hét argument om aan te tonen hoe flink België wel niet is, als men al van tevoren met een torenhoge schuld opgezadeld zit, zal de markten niet echt onder de indruk gebracht hebben.

Mogen we echter het verhaal van de spread eens koppelen aan de brief van onze captains of industry? Om eens alles op een rijtje te zetten: aan de ene kant meent Yves Leterme dat de markten het fundamenteel fout voorhebben wanneer zij België in het rijtje van de risicolanden plaatsen. Zijn probleem is echter wat John Keynes zo mooi verwoordde, en wat Ierland niet zo lang geleden de das omdeed: markets can remain irrational a lot longer than you and I can remain solvent. Maar dit probleem geldt niet voor de koper van Belgische staatsobligaties: áls Yves Leterme gelijk heeft, dan strijkt elke koper van Belgische staatsobligaties vandaag een risicoloze winstpremie op van maar liefst één procent, of meer. En verder: wie massaal Belgische staatsobligaties koopt, reduceert de spread, aangezien hij de vraag opdrijft. Vandaar ook mijn vraag: als die captains of industry met hun woorden het plebs willen doen geloven dat zij toch zo bezorgd zijn om de financiële toestand van het land, hoe zou het dan zitten met hun daden? Zeker als die daden zo voor de hand liggen, bijzonder vaderlandslievend zijn en bovendien nog winstgevend ook.

Hadden ze het dus allemaal echt gemeend, stonden onderaan de brief tussen haakjes niet hun vette bestuursmandaten, maar wel hoeveel Belgische staatsobligaties zij recent – of bijvoorbeeld vandaag nog – aan hun portefeuille toegevoegd hebben. Ik vrees echter dat het uitdrukkelijk niet hun bedoeling is hun eigen hachje te moeten riskeren, maar dat het alweer de modale belastingbetaler is, en dan in het bijzonder de Vlaamse belastingbetaler, die voor hun rekening zal moeten opdraaien. Zoals sire voor zijn verjaardag een bank geschonken kreeg, en sire de schande bespaard moest worden met vliegtuigen zonder de eigen nationale kleuren te moeten vliegen, zo moet nu de baan zelf van sire veilig gesteld worden. En in één moeite door, de eigen, industriële belangen. Of wat dacht u?

Toevallig was liepen verleden week ook de vakbonden schuimbekkend storm tegen het ideetje van de N-VA om de RVA te splitsen. (En wie betaalt in België ook al weer die unitaire werkloosheidsvergoedingen uit?) Toch wel een merkwaardige alliantie die zich aftekent als le dernier carré om la Belgique une et indivisible te verdedigen: captains of industry, de vakbonden, linkse en Franstalige politieke partijen, hippe reclamebureaus, PvdA-onderzeeërs verkleed als kunstenaars, en verder het voltallige ons-kent-ons-milieutje in de media. Je zou al voor minder bij een volgende gelegenheid voor een V-partij stemmen.

Labels: , , , ,

Read more...

17 januari 2011

Édition spéciale (vpmc)

.
Deftige tijdschriften of periodieken die gelanceerd worden, hebben altijd eerst een zogenaamd nulnummer, een nummer dat niet op de markt komt maar wel helemaal eruitziet zoals in het vervolg het er zal uitzien. Maar, omnis comparatio claudicat zou Bart De Wever zeggen want bij het radioprogramma Rondas is dat niet zo gegaan, en van een nulnummer Rondas heeft niemand ooit weet gehad.
Ter compensatie staat hieronder wel een Extra-nummer,
in twee afleveringen omdat het te dik was voor één bestand, en ik dank Jean-Pierre voor de bijzondere eer om zijn
n+1-nummer hier te mogen publiceren.


Want gisteren, in het Paleis voor Schone Kunsten, vulgo of boosaardig soms BOZAR geheten, had ter gelegenheid van de Klara-dag Jean-Pierre Rondas een gesprek met Bart De Wever. In een kleine zaal, in een te kleine zaal. De technici van Klara hebben gelukkig een paar ingrepen kunnen doen, extra-luidsprekers geplaatst &c. ...voor al het volk dat buiten de zaal nog stond. Daardoor zijn bij hun opname de allereerste woorden van Jean-Pierre weggevallen. Geen nood, want na zijn eerste woorden volgen er naar gewoonte nog veel woorden, en wat u zult horen is ook geen journalistiek interview, maar een gesprek tussen twee mensen die het ...ergens over hebben:





.

Labels: , , , ,

Read more...

14 januari 2011

Mogen we de baarden beginnen tellen?

De N-VA oogst wat ze zaaide: een pro-Belgisch foertgevoel

“Het doek gaat nu open voor een portie pantomime en spraakverwarring waar Vlaanderen, let op mijn woorden, bekaaid zal uitkomen.
(Res Publica: “N-VA de boot in?”, 14/06/2011)

Het onvermijdelijke is zich aan het voltrekken, en we hebben het ook herhaaldelijk voorspeld op deze webstek ,zelfs al daags na de verkiezingen van 13 juni: de publieke opinie, ook in Vlaanderen, heeft er genoeg van en keert zich tegen de N-VA, in de eerste plaats omdat deze partij niet kan kiezen tussen het compromis of de oppositie.
In zijn Driekoningen-column (De Morgen, 6/1/2011) schetst politicoloog Bart Maddens perfect de val die voor de partij van Bart De Wever werd opgezet: verkenner Johan Vande Lanotte, door Knack-satiricus Koen Meulenaere steevast “den baard” genoemd, moest tijd winnen en de publieke opinie zodanig murw krijgen, dat men zijn baard zou laten staan tot er een nieuwe regering is gevormd. Daarmee is het grote foert-gevoel een feit, en wordt het Vlaamse autonomisme (“nationalisme”)
gepercipieerd als een welvaartbedreigend en chaos-creërend onding.
In deze context stond de N-VA voor de onmogelijke keuze: het Belgisch compromis aanvaarden is een (halve) nederlaag, maar het been stijf houden al evenzeer. Een hartverscheurend dilemma moet dat zijn, voor de voorzitter die een paar weken geleden nog in Der Spiegel zei dat hij vooral de volgende verkiezingen wou winnen. Maar het momentum is voorbij, liet Bart de Wever al weken geleden optekenen, lees: wie te hard bezig is met het winnen van toekomstige verkiezingen, verliest ze.
Op facebook wordt de volksopstand voorbereid, via pagina’s met veelzeggende titels zoals “Trop is teveel” (waarin de opgemerkte aanwezigheid van Felix De Clerck, zoon van de CD&V-justitieminister) , “No government, great country” (een initiatief vanuit VUB-middens) en “Camping 16”. In de artiestenactie “Niet in onze naam” is de link met pro-Belgisch actionisme overduidelijk: we vinden er acteur Dirk Tuypens als bezieler terug, die ook tekende voor het Belgavox-platform, naast usual suspects zoals Alain Platel en Dimitri Verhulst. Op vrijdag 21 januari is het verzamelen geblazen in de KVS, en er wordt druk gemobiliseerd voor een betoging te Brussel de zondag daarop.
Ongeacht het al dan niet massaal succes van deze initiatieven, één zaak is zeker: de grondstroom, waar J.P. Rondas het nog over had, is aan het overlopen in een bedding van de restauratie en de terugkeer naar het Ancien Régime. Hoe moeten wij, Vlaamse republikeinen, tegen deze contra-revolte aankijken? Ze lijkt me het logisch gevolg van een falende N-VA strategie die, om haar kiespubliek in de breedte verenigd te houden, opteerde voor een reformistisch discours en zo de kool en de geit wou sparen. Door België te hervormen zouden de Vlamingen winnen, maar zou vooral de Belgische federatie als geheel werkbaarder worden.
Vooral dat laatste heeft een brede laag van gematigde stemmers naar de N-VA-stal geleid. Maar daarmee zat die partij in haar eigen overwinningslogica gevangen en moest ze aan tafel blijven zonder van de verboden vrucht te eten.
De N-VA heeft zich geprofileerd als een partij van de verandering, maar zwoer meteen ook elke radicaliteit af. Waardoor het uitstel als het ware ingebakken zat. Het “change”-motief bleef abstract, emotieloos en uitsluitend financieel-economisch, een portemonnee-discours…
De RVA-bom, de zoveelste tactische kunstgreep om met onmogelijke eisen de impasse te verlengen, ontplofte evenwel in het gezicht van de afzender en bracht de tegenstanders van de N-VA (socialisten, groenen, vakbonden…) in een gedroomde positie. Het stigma van de anti-sociale partij dreigt, en ik kan die tegenstanders niet eens ongelijk geven. Al jaar en dag scheldt Bart De Wever op de doppers als “profiteurs” (zie het Knack-interview van 27/2/2009), een uitspraak waarmee hij bij voorbaat elke vorm van sociale politiek in een autonoom Vlaanderen aborteert. Er zijn namelijk mensen die misbruik maken van het systeem, maar de economische crisis schept ook echte, nieuwe armoede en uitsluiting die overigens reeds de onderkant aanvreet van de door De Wever zo geliefde Vlaamse middenklasse. En nu wil de N-VA ook de 65 plussers hun gratis tram-en-bus-abonnement afpakken, want dat zijn wellicht ook maar “profiteurs”. Met dit poujadisme komt je natuurlijk nooit uit bij een maatschappelijk project dat men “republikeins” zou kunnen noemen, laat staan een echte filosofie van de Res Publica, als civil society van zelfbewuste, mondige, én sociaal-bewuste burgers.
De N-VA heeft zich geprofileerd als een partij van de verandering, maar zwoer meteen ook elke radicaliteit af. Waardoor het uitstel als het ware ingebakken zat. Het change-motief bleef abstract, emotieloos en uitsluitend financieel-economisch, een portemonnee-discours. Als je bij voorbaat tegen elke “revolutie” bent, zijn er niet veel mogelijkheden en is de manoeuvreerruimte heel beperkt. En nu heeft zelfs VOKA-voorman Luc De Bruyckere zijn bekomst van dat centenflamingantisme. Het oerconservatisme van het groot politiek (maar strategisch beperkt) talent dat Bart De Wever heet, is tegen zijn limieten gebotst. De neen-beweging die vanuit Vlaanderen had moeten komen, en via het Vlaams Parlement in een soevereiniteitsverklaring had kunnen uitmonden, is door de perverse logica van het Belgische systeem omgedraaid in een neen-beweging tegen de verandering. De grote media zoals De Standaard en De Morgen huppelen vrolijk mee in deze restauratie, hun blijdschap is nauwelijks te onderdrukken. De culturele elite speelt, zoals steeds, volop mee in deze herstelbeweging van de oude orde, onder het mom van de “grote solidariteit”. Wie had dat zes maanden gelden gedacht?
De oude krokodillen ruiken nu hun kans. Het appèl van Karel De Gucht, om de N-VA politiek buitenspel te zetten, zal, als men het slim speelt, een nieuw cordon creëren en het Vlaamse republikanisme (opnieuw) doen verschrompelen tot een marginale bezigheid van een groepje prettig gestoorden.
Tenzij Bart De Wever zijn politieke carrière nu al voor bekeken houdt en een terugkeer naar de academische wereld plant, staat er hem dan ook maar één ding te doen, om het tij te keren: het fameuze cordon ook echt opblazen en met Valkeniers en C° aan tafel gaan zitten, daar vallen misschien wél eerbare, on-Belgische akkoorden te maken. Daar zijn ze namelijk wél al aan het bestuderen hoe het republikeinse gedachtegoed te combineren valt met de Vlaamse onafhankelijkheidsidee. Samen kunnen ze dan proberen een politieke meerderheid in Vlaanderen te winnen voor een post-Belgisch project.
Maar vóór alles geldt voor ons, republikeinen, in naam van de democratie, nu de dwingende plicht van alle intellectuelen om de discussie rond de res publica op te starten, die moet uitmonden in een grondwettelijk charter waar een ruime meerderheid van de Vlamingen kan achter staan. Een blauwdruk voor een nieuw Vlaanderen, dat op economisch, politiek, cultureel en sociaal vlak in Europa het voortouw kan nemen. Eigenlijk zou zelfs iemand als Dirk Tuypens moeten snappen dat de toekomst dààr ligt, en niet in het knekelhuis van de Saksen-Coburgs. Maar gezien de grondstroom zich aan het verleggen is, valt er geen tijd te verliezen. Ik heb geen zin om de ongeschoren baarden te beginnen tellen, en nog minder in een Vlaamse burgeroorlog tussen gladde kinnen en al-dan-niet opgeplakte begroeisels. Het scheermes van Ockham moge hier van toepassing zijn: “Entia non sunt multiplicanda sine ratione”, of in het deugdelijk Vlaams: een labyrint heeft meestal maar één uitgang. Laten we onze tijd niet verdoen met schijnoplossingen en schaduwgevechten.
Johan Sanctorum
Read more...

11 januari 2011

In plaats van dat doorzichtige gedaas over "onrustige financiële markten" (vpmc)


Regeringscrisis in Brussel


Een land dat niet meer bestaat heeft ook geen regering meer nodig. Wordt op die manier het stuk politiek theater tussen Walen en Vlamingen een voorbeeld waar Europa voor de toekomst uit kan leren?

Van Dirk Schümer, Wenen, 10 januari.

Al meer dan tweehonderd dagen zijn de Belgische politici vergeefs naar een nieuwe regering op zoek. Kan het land ook zonder centrale regering? Is een machtsvacuüm, midden in de financiële en eurocrisis, uitgerekend in Brussel, zomaar losjes verteerbaar? Of springt misschien de monarchie kordaat in de bres? Niets daarvan.
De vervelende situatie dat men in onderling overleg tot een gezamenlijk standpunt moest komen, over de bevoegdheden van de federale staat en de Vlaamse of Waalse landshelften, is ook door de gewiekste compromissenmakers vandaag niet meer te op te lossen. De totale blokkade, die al vaker dreigde, is er nu. Niet enkel grondwetsspecialisten, ook gestaalde Belgische burgers stellen openlijk de vraag waarom een maatschappij nog een stembusgang organiseert, als de gekozenen daar geen werkbare regering mee kunnen vormen.


Tijd voor een democratisch partijtje worstelen
Op de webpagina’s van Belgische kranten zijn bij wijze van uitzondering de Vlaamse en Waalse briefschrijvers het eens: men weet helemaal niet meer waarover men het heeft. “Altijd dezelfde tekst in een eindeloze lus” klaagt een vlijtige, politiek geïnteresseerde lezer van de Franstalige “Le Soir”. In het ter plaatse trappelend ballet van wisselende en toch weer gelijke “informateurs”, “formateurs”, “bemiddelaars”, “verduidelijkers”, die in opdracht van een machteloze koning hun werk doen, wordt de politiek een nachtmerrie vol déjà vu’s.
Het brute kiessysteem uit “Asterix in Corsica” lijkt intussen wel een gegeerde utopie voor vele Belgen. Op het stripeiland in de Middellandse Zee gooit men de stembriefjes in een urne, vervolgens breekt er een knokpartij uit, en de sterkste wordt stamhoofd. Zo’n democratische knokpartij zal er wel nodig zijn, wil de hartenwens van laatste vrijdag, van het Verbond van Vlaamse Ondernemers nog in vervulling gaan: een sterke regering, met een staatshervorming als opdracht, om zo economische slagkracht te garanderen, een begroting in evenwicht te maken, en federale oplossingen te bieden voor de toekomst van de arbeidsmarkt, de werkloosheidsuitkeringen en rentelasten.
Deze vrome wens zal bij veel Belgen enkel op cynisch gelach onthaald worden wellicht. Want de innerlijk verdeelde politieke elite van het land is van dat alles zo ver verwijderd, dat er al sedert lang openlijk wordt beraadslaagd over een definitieve scheiding van de twee landsgedeelten. Bart De Wever –met zijn conservatief-gematigde “Nieuwe-Vlaamse Alliantie” (N VA) triomfantelijke winnaar van de verkiezingen van de eindeloos lang geleden 13de juni 2010– gaf in interviews de leus ten beste: “Laten we dit België rustig verdampen”. Precies wat aan de gang is.
Een omhulsel, opgesmukt met koninklijke franje
Terwijl de buren zich de ogen uitwrijven bevalt het vooruitzicht op twee nieuwe naties midden in Europa steeds meer vergramde burgers. Maar heeft de historicus De Wever geen gelijk, als hij de Belgische staat, honderd tachtig jaar na zijn stichting voor mislukt verklaart, omdat de kleine helft der van huis uit Franstaligen zich mordicus niet wil afgeven met de Vlaamse meerderheid? Heeft een staat, waarin het Franstalige bevolkingsdeel zich een reusachtig alimentatiegeld laat welgevallen van de Nederlandstaligen, maar intussen wel hun cultuur en geschiedenis ostentatief negeert, niet zijn voortbestaan verspeeld? En, afgezien van zijn symbolen, bestaat dit België nog wel echt?
Wel bekeken draait heel deze touwtrekkerij van de politici sinds de juniverkiezingen om een scheiding in goed overleg: welke bevoegdheden over arbeidsmarkt, justitie, sociale voorzorg, et cetera kunnen van het federale aan de beide landsdelen overgedragen worden? Na decennia van alsmaar in elkaar geknutselde supercompromissen, komt aan het licht dat van de Belgische staat nog enkel een koninklijk opgesmukt omhulsel overschiet, en de zwaar betoelaagde tweetalige hoofdstad Brussel.
Hoe men er überhaupt moet in slagen om de hoofdstad van Europa –geklemd tussen Wallonië en Vlaanderen, historisch Nederlandstalig en tegenwoordig in hoge mate Franssprekend– nog te besturen, verkeerstechnisch, wat het onderwijs betreft, planologisch – daarover gaan de ingewikkeldste passages van de diverse compromisteksten, die allemaal samen gestrand zijn op de privilegies van Franssprekende gemeenten in Vlaams-Brabant.
Kafkaiaans proza voor een zwak compromis
Hier een uittreksel uit een dergelijk falend compromis, met betrekking op de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde: “Om tegemoet te komen aan de Franstalige wens, die voor de bewoners van de zes randgemeenten het recht wil behouden om bij verkiezingen voor Kamer, Senaat en Europarlement hun stem te kunnen uitbrengen op tweetalige Brusselse lijsten, kan in deze gemeenten, bij zulke verkiezingen, de kiezers de mogelijkheid geboden worden te stemmen, ofwel voor de lijsten van de kieskring Vlaams-Brabant, ofwel voor de Brusselse lijsten. In dit laatste district wordt de mogelijkheid geschapen, om in elke taalgroep lijstverbindingen aan te gaan.”
Bij dit kafkaiaanse proza klinkt het als een grap dat de vitale metropool van een meertalige, multiculturele economische ruimte, die van Lapland tot de Kanarische Eilanden gaat, van Ierland tot de Donaudelta, door zulke prullaria op de klippen zou lopen. Hoe moeten we Europa als systeem van meertaligheid en culturele openheid begrijpen, als aan de grens van zijn hoofdstad een militante francofonie een ideologisch aureool krijgt? En hoe moeten dan Cyprioten en Turken, Ieren en Britten, Catalanen en Castilianen, Zuid-Tirolers en Italianen, Hongaren en Slowaken, Letten en Russen het ooit eens raken, als de Belgen na bijna tweehonderd jaar het project van de diversiteit in alle stilte begraven?
En toch kun je de politici, de Vlaamse nationalisten noch de Waalse socialisten enig verwijt maken. Zij brengen enkel consequent in de praktijk wat zij hun kiezers hebben beloofd, en dat ligt veel te ver uiteen, door versteende aanspraken die langs de taalgrens lopen. Het is klaarblijkelijk de volkswil die van dit land genoeg heeft. De zaakwaarnemende premier van België, Yves Leterme, is in het voorjaar van 2010 al gestrand op een grote staatshervorming, en zonder mandaat van de kiezer hij blijft hij nu vermoeid maar taai zijn ambt verder vervullen.
Wiebelende gebouwen blijven op de een of andere manier overeind
België heeft tenslotte ook zonder werkelijk democratisch mandaat het voorzitterschap van de EU geroutineerd afgewerkt; en per slot van rekening zit met EU-voorzitter Herman van Rompuy nog een Belg in een sleutelpositie. Niet toevallig. Want met zijn ondoorgrondelijke taal- en bevoegdheidsafspraken heeft het land een gewiekste, oneindig geduldige soort van bestuurders voortgebracht, die in de gigantische machinekamers van de EU-compromisfabriek uitstekend hun weg vinden. Op de een of andere manier gelijkt de EU frappant op dit België.
Zo te zien bestaat de Europese Unie niet uit sterke nationale staten, maar alles bijeen uit bijzonder wankele gebouwen, zoals we het nu in real time kunnen zien aan bliksemsnel eroderende landen zoals Griekenland of Ierland, die de facto door EU-toezichtscommissies geregeerd worden. Leren wij daaruit dat een zwak land, in dit tijdvak van spontaan bestuur, geen regering maar enkel nog geldtransfers nodig heeft? Dienen politici enkel nog als podiumbeesten in de showwereld van verkiezingen en persconferenties?
Na het mislukken van de zo-en-zoveelste formatiepoging schijnt zelfs de belgisch-anarchistische gelatenheid ontredderd, terwijl zij, in vergelijking met trappistenbier en sterrenrestaurants, de eigen regering nochtans niet bijzonder hoog inschat. De Vlaamse krant “De Morgen” publiceerde foto’s van vertwijfelde burgers met de zwartgeelrode driekleur en de slogan: “Alle alarmklokken luiden”. Waarom? Niet het functioneren van de al lang opgedeelde federale bevoegdheden is door de formatieblokkade in gevaar, maar de economie. Van de bezitters van Belgisch staatspapier zou de buitenlandse meerderheid, zo waarschuwen economisten met naam, wel eens afgeschrikt kunnen worden door een lange en dure Rozenoorlog tussen Vlamingen en Walen, en zich terugtrekken.
Toch liever een streep eronder, ook met schrik
Het ziet er dus naar uit dat het uiteenvallen van deze Europese modelstaat enkel nog afhangt van de kosten op middellange termijn. Want emotioneel laat niemand nog een traan voor dit België. Het is zoals bij een huwelijk: ook daar blijven twee strijdende partijen soms nog een pijnlijke poos bijeen, omdat een scheiding eenvoudig te duur uitvalt. Terwijl de Walen, met de sociale uitkeringen die zij incasseren, begrijpelijkerwijze geen haast hebben om een grote staatshervorming door te voeren, lijken de Vlamingen aan te sturen op een einde met verschrikkingen (en hoge kosten), liever dan op de verschrikkingen zonder einde namens België.
Ook dat is een les voor de EU, die met IJsland en Kroatië net nog nieuwe kandidaten aan het uittesten is, en waarvan de gemeenschappelijke munt al na luttele jaren overduidelijk afbrokkelt: alles is op drift op dit beweeglijke continent. Naties zijn niet voor eeuwig, terwijl taal en tradities aantoonbaar een buitengewoon taai leven hebben. In een globaal verstrengelde economie kan een staat zichzelf eenmaal overbodig maken, door bevoegdheden af te staan aan een supranationaal instituut, en verder de gewesten en gemeenten het werk te laten doen.
De historicus Bart De Wever had al vaker lucht gegeven aan zijn verveling bij de eindeloze nacht- en weekendzittingen vol nutteloos gepalaver, en hij feliciteerde nu de Waalse tegenhangers, met hun flamboyante socialist Elio di Rupo, vanwege hun “prachtige theaterstuk” waarmee zij zes maanden iedereen aan het lijntje wisten te houden. In België lijkt de politiek zich vandaag werkelijk te beperken tot coulissen, symboliek en toneelspel.
.

Labels: , , ,

Read more...

9 januari 2011

Sp.a grootste bedreiging voor Vlaamse belangen (Hoegin)

Niet de PS van Elio di Rupo, noch de cdH van Joëlle Milquet of de MR van Didier Reynders en Olivier Maingain vormen het grootste gevaar voor de Vlaamse belangen. Zij wenden immers niet voor het beste voor te hebben met Vlaanderen en haar bevolking, en niemand die het hoe dan ook zou willen geloven. Anders is het met sp.a en de splinterpartij Groen!, die dat wel proberen voor te wenden, en daarvoor in de overwegend rood-groene media geen tegenwind krijgen. Integendeel zelfs. Of de schade die zij aanrichten uitsluitend te wijden is aan incompetentie, dan wel oneerlijke bedoelingen, is een open vraag.

Telkens ik sp.a-voorzitster Caroline Gennez haar uitleg zie doen over de aan de gang zijnde – of op sterven na dood zijnde – federale regeringsonderhandelingen, slaat de schrik me om het hart. Heeft zij werkelijk geen verstand van zelfs maar de meest essentiële communautaire problemen, of stuurt zij doelbewust aan op een catastrofe voor Vlaanderen? Dat echter zij, samen met Groen!-voorzitter Wouter van Besien, mee aan de onderhandelingstafel zit, en dat de twee daar samen maar liefst de helft van de Vlaamse delegatie uitmaken – in aantal, niet in grootte van de achterban – is absoluut geen goed nieuws voor ieder die het goed voorheeft met Vlaanderen.

Misschien nog het meest storende element daarbij is dat dit duo zijn onzin in de media kan spuien zonder ook maar de minste tegenwind, kritische vraag of opmerking. Meer zelfs, hún mening wordt voorgesteld als de redelijke mainstream, ook al vertegenwoordigen zij samen nog niet eens twintig procent van de Vlaamse kiezers. Durft iemand echter een kritische opmerking te maken over de inhoud van de nota–Vande Lanotte, dan wordt hij of zij prompt door de journalist van dienst in het CD&V- en N-VA-verdomhoekje geplaatst. En hoewel N-VA alleen al bij de laatste verkiezingen meer stemmen wist te verzamelen dan sp.a en Groen! samen, wordt die partij nog steeds voorgesteld als die van de extremistische hard-liners en caractériels. Nochtans mag men gerust aannemen dat de kiezers van Open Vld, Vlaams Belang en LDD een pak dichter bij het standpunt van CD&V en N-VA staan dan dat van sp.a en Groen!, en dat Bart de Wever er dus niet ver naast zit wanneer hij zegt dat hij zo'n tachtig procent van het Vlaamse electoraat vertegenwoordigt.

De paradox in Vlaanderen is echter, dat ook binnen de media een 80/20-verhouding bestaat, maar dan wel één die precies het spiegelbeeld is van de politieke mening van de bevolking. Uit onderzoek blijkt immers keer op keer dan zo'n tachtig procent van de journalisten het bolletje van sp.a of Groen! inkleurt bij de verkiezingen. Ligt daar misschien de verklaring waarom de mening van slechts twintig procent van de bevolking stelselmatig voorgesteld wordt als die van de overgrote meerderheid? En dat men zelfs met graagte de leugens van rood en groen overneemt en dagenlang laat echoën, ook al heeft de rest van de bevolking al lang door dat er geen snars van klopt?

Kijk bijvoorbeeld naar het stukje mediatheater dat de afgelopen week opgevoerd werd naar aanleiding van de nota–Vande Lanotte. Wie een beetje intellectueel eerlijk wil blijven, moet toegeven dat slechts drie partijen, namelijk sp.a – het zou er eigenlijk nog aan ontbroken hebben –, Groen! en Ecolo Ja antwoordden op die nota. Aan Vlaamse kant stonden CD&V en N-VA weigerachtig tegenover die nota, net zoals cdH en PS er feitelijk niet veel pap van lustten. Sp.a-voorzitster Caroline Gennez was er echter, met in haar kielzog Groen!-voorzitter Wouter van Besien, als de kippen bij om in de VRT-studio's rond te toeteren dat maar liefst vijf van de zeven partijen de nota aanvaard hadden. En die boodschap bleef maar weergalmen, zowel op TV als op radio, zonder enige kritische opmerking. Men bestond het zelfs een (waarschijnlijk goed gekozen) «stem uit het volk» aan het woord te laten die het toch wel straf vond dat die twee partijen – CD&V en N-VA dus – nu een akkoord blokkeerden, want, zo vertelde het wicht vanop één of andere markt, «vijf van de zeven is toch een meerderheid». Of hoe tegenwoordig een meerderheid binnen een meerderheid al genoeg is om een Belgisch compromis door te drukken. Een kwart plus één stem is dus al genoeg, tenminste als het maar het juiste kwart is.

Straffer dat, in tegenstelling tot de harde aanpak die enkele CD&V'ers moesten gaan, Caroline Gennez niet aangesproken werd op de inconsistenties in haar verhaal. Of schrijven we misschien liever: leugens. Want enkele dagen later, toen het over de mogelijkheid ging de liberalen bij de onderhandelingen te betrekken, poneerde zij dat zoiets absoluut geen soelaas zou brengen, want de MR was nog wel de eerste Franstalige partij geweest die de nota–Vande Lanotte had verworpen. Pardon, eerste? Moest dat niet «de enige» zijn? En men zou nog kunnen denken dat het een verspreking was, ware het niet dat Caroline Gennez naliet dat punt eens goed in de verf te zetten om het liberale ballonnetje eens goed en definitief te kunnen doorprikken. De journalist van dienst wou er in ieder geval ook niet dieper op ingaan.

Dat de sp.a wel degelijk van een dikke en warme mantel der liefde kan genieten in de media, staat ondertussen als een paal boven water. De adoratie voor Johan vande Lanotte bijvoorbeeld (vergeleken met hem zou koning Salomo maar een achterlijke pummel geweest zijn), in combinatie met de recente hype rond Eva Brems (en reken maar dat we haar vanaf nu gaan tegenkomen in elke mogelijke en onmogelijke shows, spelletjes en praatprogramma's), is gewoonweg om misselijk van te worden. De nota die hij produceerde wordt in de media voorgesteld als een werkstuk van ongekende kwaliteit. De opmerking dat ze onvoldragen zou zijn, zoals de CD&V het formuleerde, zette dan ook bijzonder veel kwaad bloed bij enkele journalisten en politicologen. Ik kan me nochtans niet van de indruk ontdoen dat alvast sommige delen ervan met haken en ogen aan mekaar hangen, en een professor grondwettelijk recht onwaardig zijn. Het is een analyse waar ik overigens geen 48 uur voor nodig had zoals de PS van Elio di Rupo, maar eentje die op vijf minuten gemaakt kon worden. A propos de PS – merkwaardig toch dat zij voor de nota–Vande Lanotte bijna 48 uur nodig had, terwijl dat toen voor de nota–De Wever een pak sneller kon. Waren de specialisten die de nota–De Wever in recordtempo konden analyseren deze keer verhinderd? Ik zou daar wel eens wat meer over willen lezen in onze kwaliteitsmedia.

Hoe dan ook, één van de zaken in de nota–Vande Lanotte die volgens mij meer getuigen van amateurisme dan staatsmanschap, is het hoofdstuk over de samenvallende verkiezingen. Johan vande Lanotte stelt voor dat de federale verkiezingen aan de regionale gekoppeld zouden worden, en dus nog slechts om de vijf jaar gehouden zouden worden (zoals in Cuba). Er zouden in België te veel verkiezingen zijn, heet het, wat de regeringsvorming bemoeilijkt. Het is een stelling waar men in 2007 eventueel nog had in kunnen geloven, maar in 2010, met de volgende nationale, regionale en Europese verkiezingen vier jaar verwijderd in de toekomst, kan die vlieger toch niet meer opgaan als men nog een klein beetje eerlijk wil blijven.

Maar, zo stelt Johan vande Lanotte, als er toch een bijzondere meerderheid in de Kamer gevonden kan worden, zouden er tóch vervroegd federale verkiezingen georganiseerd kunnen worden. En dan komt de vraag: leidt dit dan ook tot vervroegde regionale verkiezingen, die dan losgekoppeld worden van de Europese verkiezingen? Of hebben die tussentijdse verkiezingen geen effect op de datum van de volgende federale verkiezingen, zodat het nieuwgekozen parlement automatisch een kortere termijn krijgt? Of had Johan vande Lanotte gedacht in één moeite niet alleen de regionale parlementen, maar ook het Europees Parlement te ontbinden? Onvoldragen is eigenlijk nog een redelijk milde beoordeling; ondoordacht zou al iets beter passen. Trouwens, de dag dat er wel een meerderheid gevonden wordt om het parlement te ontbinden, maar geen bijzondere, wordt het lachen geblazen, zeker als dat een Vlaamse meerderheid tegen een Franstalige minderheid zou zijn.

Een ander punt waarop Johan vande Lanotte overduidelijk kon profiteren van de sympathie van de bevriende media – en welke media in Vlaanderen zijn eigenlijk niet bevriend met de sp.a? – was het verhaal van zijn zieke moeder. Nu wil ik de ziekte van moeder Vande Lanotte absoluut niet bagatelliseren, en het is nooit een pretje wanneer één van je ouders ziek is, maar toch is er iets merkwaardigs aan de hand met het hele verhaal. Schampere opmerkingen dat de plotselinge ziekte een vertragingsmanœuvre was – na maandenlang doelbewust surplacen toch wel voorspelbaar, zou ik zo denken – werden snel van de hand gewezen als onwelvoeglijk. Maar is het werkelijk zo dat die ziekte nooit gebruikt werd om de eigen agenda vooruit te helpen? Het is toch merkwaardig hoe die ziekte plots acuut werd in de week van de zogenaamde Frankyleaks, waardoor de onderhandelingen even stilgelegd moesten worden, maar dat Johan vande Lanotte wel nog de tijd vond om een wedstrijdje basketbal mee te pikken. Anderzijds lijkt het er sterk op dat de publicatie van het interview van Bart de Wever in Der Spiegel een merkbaar gunstig effect had op de gezondheidstoestand van moeder Vande Lanotte, zij het van eerder korte termijn. Strafst van al vind ik dat koning Albert II het donderdag nodig vond het ontslag van Johan vande Lanotte enkele dagen in beraad te houden, in plaats van het onmiddellijk omwille van humanitaire redenen te aanvaarden. Ik laat het aan de lezer over te oordelen wie de grootste cynicus in het spel is.

Over cynisme gesproken: wat zou eigenlijk het doel van die beruchte Brusselse Metropolitane Zone (BMZ) zijn, die plots in de nota opduikt (en waarover de Vlaamse media liever zwijgen)? Deze zone, eigenlijk de oude Franstalige droom van Le Très Grand Bruxelles herverparkt in de iets meer blitse want Engelse naam Brussels Metropolitan Region, strekt zich aan Vlaamse zijde uit over heel Halle-Vilvoorde, maar wordt aan Franstalige zijde netjes uitgebalanceerd door Waals-Brabant. Op die manier zal de constructie vrijwel zeker nooit door Nederlandstalige meerderheden geplaagd worden, maar kan de Francité wel haar tentakels tot diep in het Vlaamse binnenland uitspreiden. Het is immers de bedoeling dat die Brusselse Metropolitane Zone allerlei bevoegdheden zou krijgen – in het belang van de bevolking, of wat dacht u? –, waardoor de bevoegdheid van de Vlaamse Regering in haar eigen hartland onderuit gehaald wordt. Voeg dit bij de de facto aanhechting van de faciliteitengemeenten bij Brussel, en je vraagt je af waar Johan vande Lanotte zoveel schaamteloosheid vandaan haalt om zijn werk voor te stellen als een evenwichtige nota. De bewering van Caroline Gennez dat Vande Lanottes nota overduidelijk voordelig voor de Vlamingen is, aangezien de Franstaligen er zoveel bezwaren tegen hebben – tiens, werd die nota dan toch niet onvoorwaardelijk aanvaard door PS en cdH? – beschouw ik als de rode sp.a-kers op deze giftige taart van landverraad.

Zou ik echter spoken zien, als ik stel dat het voorstel voor zo'n Brusselse Metropolitane Zone een bewust opgezet spel van de sp.a en Groen! is? Vandaag reeds luidt het dat een splitsing van België niet alleen onwenselijk maar ook onmogelijk is omwille van Brussel, maar wat wordt dat niet met zo'n Brusselse Metropolitane Zone die de Franstaligen dikke vingers in de pap bezorgt tot aan de poorten van Aalst, Dendermonde en Mechelen? En dus ook territoriale claims indien het ooit dan toch tot een scheiding mocht komen? Ik zie hierin een slinkse poging om de prijs voor Vlaamse onafhankelijkheid gevoelig op te drijven, in de hoop dat ze er nooit zou komen. Waarom niet? Om de eenvoudige reden dat men zowel bij sp.a als Groen! goed beseft dat men in een onafhankelijk Vlaanderen niet meer zou zijn dan twee marginale partijen die nog slechts sporadisch aan de macht zouden kunnen komen. Democratisch zijn ze wel, maar alleen als er in België een linkse meerderheid gevormd kan worden om de rechtse meerderheid in Vlaanderen onder de knoet te houden. Is het echt allemaal te ver gezocht, en gaat het alleen maar om totale incompetentie? Het is maar de vraag wat het ergste kwaad van de twee is.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

8 januari 2011

Van sociale bescherming tot palettenkruisiging

Bedenkingen rond de (on)zin van het syndicalisme in de 21ste eeuw

De verontwaardigde reacties in verband met de mishandeling op de Waalse Mactac-werkvloer van een arbeider door een kliek van collega’s, onder de bezielde leiding van een kiekjesmakende vakbondsman (!), ebben langzaam weg. Zowat alle psycho’s en moralisten strooiden de meest onnozele clichés in het rond over het wezen van de menselijke agressiviteit en de kuddegeest. Enkele malen viel het woord “beestachtig”, wat ik eigenlijk een belediging voor het dierenrijk vind, want dit soort taferelen heb ik nog nooit in enige natuurdocumentaire gezien. “Pesterijen” is hier dan ook een zwakke kwalificatie,- dit gaat over regelrechte foltering.

Na de verontwaardiging en het goedkoop moralisme is het weer tijd voor wat bezinning en diepgang. Want dit is natuurlijk een vakbondsverhaal, hoe men het ook draait of keert. Temeer omdat de door het bedrijf ontslagen delegué-met-de-camera ook nog eens door de vakbond een advocaat toegewezen kreeg, en allicht niet-de-eerste-de-beste: de man versierde uiteindelijk 250.000 Euro…. schadevergoeding. Euh…hoe zat dat ook weer met België en zijn rijke syndicale traditie? Een korte terugblik.

Misschien moet België als patchwork-kunstwerk wel op de werelderfgoedlijst geplaatst worden. Alleen jammer dat het ook een staat is.

De Belgische revolutie in 1830 was primair het resultaat van een duivelspact tussen ultramontane rooms-katholieken en francofiele liberalen, eendrachtig in het verzet tegen het protestantse Noorden van Willem I. Het delicate rooms-blauwe machtsevenwicht, gedragen door het complete burgerlijk establishment, associeerde zich diepgaand met de stabiliteit van het Belgische regime zelf. Met de opkomst van het socialisme, tweede helft van de 19de eeuw, werd dit status-quo zwaar op de proef gesteld, want aanvankelijk was het socialisme een subversieve beweging die de klassenloze maatschappij nastreefde, zoals de Marxistische doctrine het voorschreef. De stichting van de Christelijke arbeidersbeweging was dan ook een meesterzet, ook al zagen domoren als Charles Woeste dat niet in: hierdoor ontstond een syndicale as ABVV/FGTB-ACV.CSC die tot op vandaag bestaat, en die zich helemaal in het systeem incorporeerde.

Meteen ontstond de grote driehoek van het Belgische zuilenstelsel, zoals we dat tot de jaren ’70 van vorige eeuw kenden: katholiek, liberaal en socialistisch. De twee eersten als “fondateurs” van het regime, de twee laatsten als vrijzinnige as. Een school- en cultuurpact moest er tenslotte voor zorgen dat de katholieken en vrijzinnigen het netjes hielden. Alle drie gijzelen ze elkaar, én beseffen ze dat ze elkaar nodig hebben.

Het fameuze Belgische compromis is dus niet zomaar de kers op de taart van een onderhandelinglogica. Het is de lijm van de Belgische constructie zelf, die altijd weer op andere plaatsen barst en moet bijgevuld worden. Wat Vande Lanotte vandaag doet, ligt in wezen in het verlengde van dit status-quo denken: zolang chipoteren en marchanderen tot iedereen moe wordt, de stukjes in elkaar klikken en het machtsevenwicht hersteld is. Alle inhoudelijke of ideologische premissen moeten daar eigenlijk voor wijken: de consensus en de herstelde stabiliteit van het regime vormen de ultieme doeleinden, met als archetype dus dat monsterverbond uit 1830. België is een puzzel die zichzelf constant heruitvindt. Politiek-cultureel is dat een tamelijk uniek verschijnsel,- misschien moet België als patchwork-kunstwerk wel op de werelderfgoedlijst geplaatst worden. Alleen jammer dat het ook een staat is.

Graag gedaan!

Uit dit verhaal onthouden we vooral dat het syndicalisme België in de 19de eeuw heeft overeind gehouden. In de ijzersterke driehoek speelde de Christelijke zuil steeds weer de rol van verzoener en bemiddelaar,- vandaar de welbekende tsjevenmentaliteit, het sparen van de kool en de geit. Er zijn echter maar weinig wetenschappelijke studies die zich gefocust hebben op de inherente machtslogica: de Christelijke vakbond, met alle aanverwante organisaties, heeft dé sleutels in handen van het complexe Belgische status-quo. Het ABVV speelt uiteraard het spel mee. Alleen al daardoor is het vakbondswezen bij ons door-en-door conservatief en zelfs reactionair. De oprispingen van NMBS-topman De Scheemaeker (zelf overigens een politieke benoeming en een stukje van het ingewikkelde politieke machtsevenwicht), dat de vakbonden vooral met zichzelf bezig zijn en niet met de reiziger, de consument, de burger, is nog een understatement: de twee grote vakbonden vormen een staat-in-de staat.

Denken buiten de Belgische logica is geen optie, noch voor het christelijke, noch voor het socialistische syndicalisme, dat heeft het nabije verleden nog maar eens aangetoond. De monarchie en alle andere met het machtscomplex verweven ballast nemen ze er graag bij, als hun sociale en politieke sleutelpositie maar intact blijft. En het moet gezegd: ze hebben de ontzuiling vlekkeloos overleefd. De media, het middenveld, de politieke partijen zelf,- alle hebben ze zich moeten heroriënteren naar een vlottend publiek dat eieren voor zijn geld kiest, behalve de vakbonden: zij teren op stabiel lidmaatschap en levenslange trouw. Het feit dat ze ook als uitbetalingsinstellingen fungeren, voor werkloosheidsvergoeding bijvoorbeeld, geeft hen een permanente werfkracht, een enorme financiële cash-flow, en een aan chantage grenzend beschermingssysteem: werknemers of werklozen die niet ingesloten zijn, riskeren om zich te pletter te lopen in het doolhof van de overheidsbureaucratie.

De vakbonden hebben zichzelf overleefd en teren nu louter op sociale chantage: dat is hun eindspel, in een land dat eveneens op het bankroet afstevent.

In dat opzicht is de recente ACV-affichecampagne, waarbij de openbare diensten lof wordt toegezwaaid, omdat ze doen wat ze moeten doen, dubbelzinnig én veelzeggend. De jongeman die blij is dat zijn studielening “gefikst” wordt (met steun van de vakbond?), had dus ook pech kunnen hebben en zijn lening niet krijgen. Zich niet bewust van het perverse van die beeldvorming, benadrukt het ACV enerzijds de willekeur van een overheidsbureaucratie, en anderzijds de noodzaak om bescherming te zoeken bij een grote organisatie zoals, jawel, het syndicaat. Het aloude cliëntelisme duikt weer op. In een verder stadium –en hoever kan men hierin gaan?- kan men spreken van sociale terreur, afpersing en maffiose intimidatiepraktijken.

Zo kom ik terug op de Mactac-affaire, waar uitgerekend die “fiksende” christelijke vakbond onder vuur lag. Als men heel de geschiedenis van het Belgische vakbondswezen overloopt, dan is dit geen exces maar het topje van de ijsberg dat toevallig de media haalde. Ik zeg niet dat er in elke fabriek arbeiders op paletten worden vastgebonden, onder talkpoeder bedolven en met een hogedrukreiniger worden schoongespoten. En het zal allemaal ook wel met bedrijfscultuur te maken hebben. Toch is die folterscène, inclusief de sexuele vernedering, een soort icoon van de manier hoe het syndicalisme verworden is tot een instituut dat mensen veeleer gijzelt dan dat het voor hen opkomt, en dat vooral afhankelijkheid creëert. De melige ondertoon van de ACV-retoriek en de harde realiteit van de groepsdictatuur vormen twee kanten van één syndicale medaille.

De vakbonden hebben zichzelf overleefd en teren nu louter op sociale chantage: dat is hun eindspel, in een land dat eveneens op het bankroet afstevent. Het is uiteraard geen exclusief Belgisch probleem, maar historisch had dit land alles mee om een horrorscène zoals die van Mactac voort te brengen. Een brede maatschappelijke discussie ligt nu open. Voor mij ligt de oplossing evenwel niet in een vaag “solidaristisch” project,- de sociale vrede als verplicht nationalistisch eenheidsdenken, dat opnieuw de autoriteit van de staat en het systeem voorop stelt. Eerder kies ik dan voor de libertarische invalshoek: het opvoeden tot individuele mondigheid en weerbaarheid van de burger, zodat er geen Daniel M. meer zwijgt, zelfs tegenover zijn eigen vrouw en kinderen, om zijn job veilig te stellen.

Een opgestoken middenvinger tegen alle Kafkaiaanse uitwassen, de vakbonden inbegrepen, is de enige juiste attitude. Flexibiliteit, grote sociale mobiliteit, permanente herscholing, intense professionele migratie en zich zo onafhankelijk mogelijk opstellen in de socio-culturele netwerken en het arbeidscircuit, dat is het antwoord op de systeemterreur, waarvan het syndicalisme een exponent is geworden. Als men dat als een vorm van postmoderne onbestendigheid wil zien, voor mij geen probleem. Onze emancipatie uit de status van kuddedier, niet terug naar het roofdier, maar eerder naar de status van nomade, functionerend in een betrekkelijk kleine groepsentiteit, dat is onze existentiële en sociale toekomst.

Johan Sanctorum

Read more...

31 december 2010

Zeg nooit dingen die je eerder nooit zei

Over het Orwelliaanse wereldbeeld van Annemie Turtelboom.

“Het gaat om het detecteren van lonely wolves, jongeren die volledig in hun eentje via internet een “knip- en plakideologie” voor zichzelf samenstellen.” Zo omschrijft Annemie Turtelboom (VLD), minister van binnenlandse lopende zaken, haar nieuw mobilisatieplan tegen “radicalisering en polarisering”, speciaal bij de veelvuldig op het internet surfende jeugd. Op advies van criminologen Paul Ponsaers en Brice De Ruyver moeten scholen en verenigingen actief ingeschakeld worden in de neiging van jongeren om “zich af te zonderen” en zomaar op hun eentje te gaan grasduinen in de wereld van ideeën en levensbeschouwingen. Vroeg of laat komen ze bij Bin Laden terecht, zo leert ons professor Brice De Ruyver, voormalig veiligheidsadviseur van Guy Verhofstadt. Dus kunnen we dat schuinmarcheren maar beter proactief tegengaan en de kudde bijeenhouden.

Eerst iets over die “knip- en plakideologie”. Ik ben respectievelijk Vlaams-republikein, ecologist met sterke sociale reflexen, libertariër, bewonderaar van de anarchist Joseph Fourier, en cultuurconservatief,- ik spreek dan nog niet over mijn andere aberrante en schier inconsistente voorkeuren en hobby’s. Alles is voor mij –daarom niet voor anderen- deugdelijk samengesmolten in een behoorlijk functionerend conceptueel kader waarmee ik de wereld te lijf kan gaan, dingen kritisch kan analyseren, me kwaad kan maken, enthousiast kan zijn. Zonder twijfel gaat het hier om een bricolage, een knip-en-plak-ideologie. Kent u er een ander? Kan men op een andere manier een identiteit en een wereldbeeld vormen,- behoudens dan de complete brainwashing, het educatief pletwalsen, de totale nivellering, het klonen van compleet gehomogeniseerde individuen?

Laat die afwijking nu toch wel een wezenlijk aspect van onze westerse cultuur zijn: het vreemdgaan, Parsifal, de reine dwaas, de onnozele hals, de buitenstaander, de eenzame bricoleur...

Door nadere studie weet ik dat zelfs die Fourier de mosterd elders is gaan halen, gelezen en geplukt heeft wat hem het best paste,.. dus ook “geknipt en geplakt heeft”. Zoals alle filosofen. En volledig in zijn eentje! Die afkeer van de eenzaamheid en de zelfstudie bij de steeds in het zwarte getooide Annemie, daar moet toch iemand eens een psychoanalyse van maken. Iemand die iets “alleen” doet, bakt er per definitie niets van, of begeeft zich in de zonde. Men kan zich afzonderen om Nietzsche te lezen, om opera te luisteren, om te bidden, om gedichten te schrijven, om te masturberen, of om bommen te maken. Maar voor de minister is dat allemaal hetzelfde: wie zich buiten de kudde waagt, is een lonely wolve, een anomalie in de samenleving. Het onaangepast zijn wordt een kwaal op zich. En laat dat nu toch wel een wezenlijk aspect van onze westerse cultuur zijn: de deviantie, het vreemdgaan, Parsifal, de reine dwaas, de onnozele hals, de buitenstaander, de eenzame bricoleur (die in het verhaal, zoals bij Parsifal, de goegemeente redt uit haar sclerose).

En dan dat mopperen tegen radicaliteit, die doorlopend met extremisme verward wordt. Radicaliteit en polarisatie zijn het zout en peper van onze samenleving. Ik hou van mensen die weten wat ze willen en echt gekozen hebben. Omwille van haar ideeënloze ideologie beschouwt mevrouw Turtelboom echter de democratie als een vrolijke markt van instant-meningen, waarin zich een shoppende kiezer/consument lichtvoetig beweegt. Radicaliteit is daarin hinderlijk, hoekig. Het is juist deze ondraaglijke lichtheid die –terecht- gecounterd wordt door een andere visie op democratie: die van een latente burgeroorlog, of laten we het een gewapende vrede noemen. Een maatschappij die haar eigen dialectiek accepteert, –de idee dat alles wordt, uit tegenstellingen en conflicten. Respect voor andersdenkenden hoort daar bij, lankmoedigheid en compromis-bereidheid niet. We leven al ettelijke decennia in een context van het Belgische compromis en de consensus, en het systeem blijkt van geen kanten meer te werken. Het politieke midden is mentaal dood, elders in Europa en de wereld trouwens evengoed, en het behoort tot de perverse logica van de hedendaagse parlementaire democratie dat dit midden zich desondanks steeds weer opdringt als het centrum van de waarheid. Quod non: de waarheid zit helemaal in de marge. Geef mij maar Wilders, het Vlaams Belang, naast Gaia en de PvdA. Radicale visies die zich bij voorkeur meten met andere radicale visies. Zij lokken de waarheid als het ware uit haar schuilplaats. Het extremisme komt pas op de proppen, wanneer die confrontatie geweigerd wordt, en de polemiek plaatst maakt voor het enkelvoudig dogma. Maar ik zie vooral juist in het midden een weigering van de confrontatie, zie bijvoorbeeld het “cordon sanitaire”.

Dat er dan een paar mafkezen zich in naam van Allah willen opblazen met zelfgemaakt speelgoed, is dan niet het probleem van de radicaliteit op zich, maar vooral van de desbetreffende doctrine, in casu de islam. De ideologie zelf dus, niet de mate van engagement die men ervoor opbrengt. Dat vergt dus weerom studie, analyse,… confrontatie.

Talrijke gevaarlijke individuen gingen u voor

Maar daar wil mevrouw Turtelboom niet aan beginnen. Mensen die van een mening hun overtuiging maken, zijn per definitie gevaarlijk. Dus ook de Vlaamse separatisten, of de getuigen van Jehovah, of Greenpeace. Haar visie is dus liberaal-nihilistisch, om niet te zeggen: postmodern-fascistisch. Ze gelooft in niets meer, zeker niet in de vrijheid van het individu, zelfs niet in haar eigen gelijk of in de billijkheid van het systeem waarin ze functioneert. Ze wil gewoon beletten dat er zich identitaire kernen vormen van individuen of groepen die zich buiten het mainstream-denken stellen dat door de massamedia wordt ingelepeld.

De afwijking wordt dus een kwaad op zich, te remediëren met opsluiting of met een spuitje. Filosoof Michel Foucault waarschuwde er al voor: onze zogenaamde democratische “open samenleving” kan niet om met marginaliteit, die gemedicaliseerd of gecriminaliseerd wordt of, als het even kan, beide.

Plots wordt dat politiek nihilisme ook weer zeer religieus-kerkelijk en exorcistisch: het enkelvoud wordt als afvallig en heterodox beschouwd, vreemd aan de rechte leer, apocrief. De gelovige massa wordt op dat moment ingeschakeld als zelfcontrolerend organisme voor de duiveluitdrijving. En hier komt de Orwelliaanse dimensie van het verhaal om de hoek kijken: de minister wil ook dat oren en ogen worden opengehouden om “verdachte” bewegingen te detecteren en te melden. We hebben dus allemaal een meldingsplicht. De scholen en verenigingen, door de minister opgevorderd als antennes, zijn dan de ideale doorgeefluiken:

“Wanneer zij merken dat iemand zich afzondert en dingen gaat zeggen die hij voordien nooit zei, moet dat een signaal zijn om die jongere daarover aan te spreken. En wanneer dat niks oplevert, vraag ik dat ze de politie inschakelen.”

Tja, wie zou er zo allemaal dingen gezegd hebben die hij/zij voordien niet zei? Hebt al wel eens iets gedacht dat u voordien niet gedacht had? Neen? Dan zit u safe. Indien toch, dan bent u op het verkeerde pad. Nitwits als Jezus, Boeddha, hogervermelde Friedrich Nietzsche, Schopenhauer, Einstein,- zijn u voorgegaan, tot hun scha en schande. Allen hebben ze iets gezegd dat ze voordien nog niet gezegd hadden,- erger nog: dingen die voordien nog niemand gezegd had. En dat vies oud ventje, een zekere Immanuel Kant, die zich zo afzondert, wat doet die elke dag om halfvier, met zijn hoed en regenjas, zogezegd op wandel? Hmm… dit moeten we toch melden, waar is dat formulier ook weer.

De gelovige massa wordt op dat moment ingeschakeld als zelfcontrolerend organisme voor de duiveluitdrijving. En hier komt de Orwelliaanse dimensie van het verhaal om de hoek kijken...

In laatste instantie gooit de minister van binnenlandse camera’s zoveel kinderen met het badwater weg, dat men echt van cultuurnihilisme kan spreken. Het de facto plaatsen onder aanhoudingsmandaat van al wie zich even afzondert, produceert op het einde een Orwelliaanse hel, de oorlog van allen tegen allen, wellicht het tegendeel van wat mevrouw Turtelboom in haar menslievendheid zogezegd beoogde.

Maar de strijd van Annemie is bij voorbaat verloren: hoe meer het afwijken verboden wordt, hoe aantrekkelijker. Het is juist de oppervlakkigheid van de consensusdemocratie en haar spectaculaire spin-offs, de valse mythe van de “warme” samenleving en de verplichte sociale cohesie, die jongeren op zoek doet gaan naar intellectueel houvast, naar engagement en diepgang. Een liberaal die zo’n daad van vrijzinnigheid, in de echte zin van het woord, verbanvloekt,- daar kan mijn verstand niet bij.

En euh…, à propos, is dit eigenlijk nog wel een lopende zaak van een ontslagnemende regering? Of zijn we onmerkbaar al in een nieuw regime binnengegleden, van de nieuwe orde-op-zaken, la Belgique nouvelle qui est arrivé? Een zakenkabinet dat via een wazige war-on-terror-doctrine, geleend van George Bush sr., de greep van de overheid op de samenleving verstrakt?

Ik zou zeggen tot de surfende jeugd: snel weg van deze plek! Google eens onder de woorden Nietzsche, Sartre, Kant, Schopenhauer. Blijf vooral zoeken naar dingen die niet voor het grijpen liggen. En jawel, zoek gelijkgezinde lonely wolves, dat is nog zoveel prettiger. En ongemakkelijker voor het systeem.

Johan Sanctorum

Read more...

30 december 2010

Het signaal van het Europees Burgerinitiatief

Greenpeace brengt met een petitie gericht tot de Europese Commissie een voorziening van sommige parlementaire systemen onder de aandacht, namelijk het recht van burgers om hun wetgevende macht om bespreking van een voorstel te verzoeken. De vraag is of dat petitierecht iets aan het democratisch deficit van de EU, of van andere bestuursniveau’s waarvoor het bestaat, kan veranderen.



Greenpeace benadert de Europese Commissie (EC) met een petitie voor een verbod op of minstens een sterk ontradend beleid tegenover genetisch gewijzigde gewassen (ggg’s). Het initiatief wordt kracht bijgezet door miljoenen handtekeningen van EU-burgers. Daarmee loopt de eco-actiegroep vooruit op een in het verdrag van Lissabon voorziene regeling voor burgerinspraak, het Europees Burgerinitiatief (EBI). In een gelijkaardige procedure voorziet ook de Belgische grondwet. Het betekent dat een voldoende groot aantal burgers het parlement resp. de EC kan verzoeken om een bepaald voorstel op zijn of haar agenda te zetten. Verder niets.

We gaan hier even voorbij aan het verschil dat het Belgische parlement tenminste door de bevolking verkozen is, terwijl de EC als machtigste regelgevende instantie in de EU alleen door de uitvoerende macht van de lidstaten geselecteerd is. Mocht het EBI de macht van de EC naar de burger overhevelen, dan zou dat onderscheid minder belang hebben. Maar dat is volstrekt niet het geval.

Met democratie heeft die procedure gewoon niets te maken. Het volk oefent langs deze weg immers geen enkele macht uit. De EC kan met dat verzoekschrift eigenmachtig doen wat ze wil, zonder dat het volk rekenschap kan eisen. Ze kan het gedane voorstel zoals gevraagd inderdaad bekijken en zelfs bespreken, er vervolgens eens goed om lachen en het tenslotte verticaal klasseren. Alle moeite om handtekeningen te verzamelen is dan verspild geweest. Dat lijkt alvast het lot van het Greenpeace-verzoekschrift, met de formalistische rechtvaardiging dat de schikkingen betreffende het EBI nog niet in werking zijn.

Bijkomend nadeel van zo’n botte weigering is dat zij demotiverend werkt op toekomstige burgerinitiatieven. Al is dat eigenlijk een voordeel: uiteindelijk gaan meer mensen daardoor de begoocheling kwijt raken dat zulk stamelen en bedelen bij de poort iets met volkssoevereiniteit te maken heeft.

Zelfs als de EC, of in vergelijkbaar geval het Belgische parlement, wel ernstig op een verzoekschrift ingaat, is dat niet noodzakelijk een goede zaak vanuit democratisch oogpunt. Zo is het bv. niet zeker dat de meerderheid van de EU-bevolking tegen het op de markt brengen van ggg’s gekant is. Als de EC aan de huidige petitie gevolg zou geven, zou dat er als een democratische geste uitzien, die het openlijk engagement van miljoenen burgers tegemoetkomt. Ze zou met dergelijk vertoon van “participatieve democratie” des te beter kunnen rechtvaardigen dat ze de enige procedure vermijdt die echt de wil van de meerderheid kenbaar maakt, namelijk het referendum. En in de feiten zou ze de wil van een activistische minderheid in beleid omzetten, niet die van een vastgestelde meerderheid.

Mocht het verzoekschrift aan de EC echt tot de geplogenheden gaan behoren, dan zal de EC ongetwijfeld af en toe eens op de gedane voorstellen ingaan om aldus een schijn van democratische gezindheid te wekken. Dan kan ze des te beter de volkswil inzake de echt hete hangijzers, bijvoorbeeld de toetreding van Turkije, negeren.

Het verzoekschrift aan de machthebbers is een typisch verschijnsel uit het leenroerig tijdvak, toen de heersers langs informele kanalen kennis namen van de wensen van diverse bevolkingslagen. Vaak hielden ze daar ook rekening mee, voor zover verenigbaar het hun eigen beleidskeuzen. In jeugdfilms over de middeleeuwen is er vaak wel een scène waarin de koning door een raadsheer gewaarschuwd wordt: ”Het volk mort.” Een slechterik als Filips de Schone grinnikt dan eens goed, maar betere vorsten kijken dan ernstig, zichtbaar gepijnigd door de zorg om het volkswelzijn. Heel soms richt het volk zelf een smeekbede tot de koning, vooral als die hun laatste hoop is tegen onderdrukkers van lagere rang. Nog somser geeft hij ook gehoor aan hun bede. Maar niemand maakt zich wijs dat dat dan democratie is.

Moslims en vooral ongelovige islamvrienden bezweren ons tegenwoordig dat de islam pro democratie is, aangezien de profeet “beraadslaging” (sjoera) aanbeval. Emirs en sultans deden dan ook aan sjoera, namelijk met hun generaals, hun bankier, hun geestelijk raadsman en nog zo een paar notabelen. Maar uiteraard behielden zij zelf, of minstens dat beperkte kringetje rond hen, de macht. Er was geen sprake van volkssoevereiniteit. Zulke hofraad was geen democratie, en evenmin is het EC-bewind een democratie.

Na Zwarte Zondag en tijdens de Witte Beweging was er veel te doen over “het signaal van de burger”. De politieke klasse moest eens wat meer luisteren naar die kiezer. Net zoals een vader al eens moet luisteren naar wat zijn kinderen te vertellen hebben, om vervolgens natuurlijk zelf de beslissingen te nemen die zij moeten gehoorzamen. De verhouding is daar zeer duidelijk: enerzijds de soeverein die rechtens de macht heeft, anderzijds de onderdanen die wel een signaal mogen geven maar het natuurlijk niet in hun hoofd moeten halen om macht uit te oefenen. Ook het verzoekschrift of EBI is zo’n louter “signaal”, dat een vals gevoel van machtsdeelname moet geven, om des te beter de bestaande machtsverhoudingen in stand te houden.

Labels: , , ,

Read more...

Pacificatie op zijn Belgisch, of Vlaams offensief? (Johan Sanctorum)

Het opiniestuk “De Ultieme Pacificatie” van Karim Van Overmeire neemt de Tsjechisch-Slowaakse scheiding, mits enkele elementen van voorbehoud, tot een paradigma voor een mogelijke Belgische boedelscheiding. Ik kan hem daar ver in volgen, al is het sociocultureel verhaal nogal verschillend. Er is bij mijn weten nooit een culturele overheersing van Tsjechen door Slowaken (numeriek in de minderheid) geweest, of omgekeerd. Wat het wel gemeen had met België (en dat is ook essentieel bevorderend voor de “ontbindbaarheid”), is zijn status van bufferstaat en kunstnatie, als product van de geostrategische logica der grootmachten. Tsjecho-Slowakije is ontstaan na de eerste wereldoorlog, bij het uiteenvallen van de Oostenrijks-Hongaarse Donau-monarchie, de verliezer van het conflict. Na de 2de wereldoorlog werd het land zonder meer een vazalstaat van de Sovjet-Unie. Zonder het uiteenvallen van deze grootmacht zou de Tsjechisch-Slowaakse scheiding overigens ondenkbaar zijn geweest.

In een breder kader kan men de fameuze “val van de muur” in 1989 beschouwen als een historisch referentiepunt, vergelijkbaar met de Franse Revolutie, exact 200 jaar daarvoor. Cultuurhistorisch gaat het om een politieke doorbraak van de postmoderniteit: de grote, gefabriceerde gehelen gaan teloor, ten voordele van kleine, organische entiteiten. De “grote verhalen” bleken maar demagogische verzinsels, de zogenaamde natiestaten centralistische machtsblokken met een (geforceerde) culturele en taalkundige cohesie als alibi. Frankrijk is het typevoorbeeld van zo’n centralistische “cultuurnatie”.

Het ontbindingsdenken, in de kunst vooral beleefd als een ironiserende ontluistering, wordt in de politiek een emanciperende kracht voor de kleine gehelen, de territoria en gemeenschappen die zich, al dan niet op historische gronden, afscheuren van de grote machtsblokken. Europa zal onvermijdelijk hertekend worden in de 21ste eeuw. In dat opzicht is de Catalaanse kwestie voor Vlaanderen eigenlijk nog relevanter dan Tsjechië/Slowakije, omdat de Europese natiestaten als de dood zijn voor een precedent. Spanje zal nooit goedschiks een Catalaanse afscheiding aanvaarden, het actuele Europa der natiestaten evenmin. Onvermijdelijk heeft dus elke autonomiebeweging een Europese draagwijdte. En er zal geween en tandengeknars zijn bij de verdedigers van de oude orde, dat staat vast.

Door het cordon rond het Vlaams Belang te versterken, veroordeelt de NVA zich tot een eindeloze paringdans met de traditionele partijen, die op een zeker moment niet zullen aarzelen om de wurggreep toe te passen. Dat is elementaire politieke logica, vreemd dat een intelligent man als Bart De Wever dat niet doorheeft.

Dat brengt ons opnieuw tot de Belgische kwestie en de binnenlandse politieke logica. En hier loopt de analyse van Van Overmeire scheef. Zijn idee van de “ultieme pacificatie” steunt compleet op het persoonlijke evenwicht tussen PS-voorman Elio Di Rupo en NVA-voorzitter Bart De Wever, die een soort gentlemen’s agreement zouden uitwerken, eindigend in een propere boedelscheiding. Maar hoe zien de agenda’s van beide heren eruit? Voor Di Rupo (en zijn PS-luitenant Paul Magnette versprak zich in dat opzicht onlangs flagrant tijdens een TV-debat) zijn twee zaken primordiaal: 1) een duurzame hegemonie van de PS in Wallonië, en 2) het behoud van de Belgische constructie, voordelig voor Franstalig België en speciaal het PS-electoraat, nog minstens 2 decennia, want daarna zouden de transfers mogelijk in omgekeerde richting beginnen vloeien, naar het vergrijzende Vlaanderen.

Voor Bart De Wever en zijn partij anderzijds geldt er eigenlijk maar één absolute prioriteit, en dat is het behoud van het politieke marktaandeel in Vlaanderen. Het idee van onafhankelijkheid, weliswaar in de partijstatuten opgenomen, wordt gecorrumpeerd door een typische “Belgische” logica van de geleidelijkheid en het uitstel. Voor een deel is die houding beslist terug te brengen tot de existentiële twijfelzucht van Bart de Wever, én diens handhaving van de Lamme Goedzak-doctrine (“De Vlamingen zijn geen revolutionairen”), zoals ik in een eerdere column uiteenzette (zie: “De man van duizend dromen”). Maar bovendien is de NVA een hybride, om niet te zeggen een gespleten partij, met een zeer gematigde (zelfs Belgicistische) reformvleugel, en aan de andere kant een radicaal-autonomistische vleugel die bij de laatste verkiezingen het Vlaams Belang ontglipte.

Het is dus voor die partij constant pamperen in twee richtingen. In de ambitie om een “brede centrumpartij” te worden voor de Vlaamse middenklasse, moest dan ook nog eens het concept van “V-formatie” (voorheen Forza Flandria genoemd) gedumpt worden, en diende het Vlaams Belang, als ideologische bondgenoot, genegeerd. De oproep van voorzitter Bruno Valkeniers tot een strategische onafhankelijkheidsalliantie werd tamelijk hooghartig afgewimpeld, tot teleurstelling van heel wat Vlaams Bewegers.

Het signaal van het O.V.V.

De NVA is vanaf dan de gevangene van haar eigen succes geworden, en dat weet het Belgische politieke establishment zeer goed. En zo kon men het zelfs meemaken dat op een bepaald ogenblik bepaalde Waalse politici begonnen te dreigen met een splitsingsscenario, waarbij de De Wever op de rem ging staan. Dat waren overduidelijk proefballonnen die het vermoeden van Di Rupo en C° bevestigen: De Wever kan en mag niet kiezen, kan en mag niet vooruit of achteruit. In de verboden vrucht van de regeringsvorming bijten (met het onvermijdelijke compromis dat daarbij hoort) zal hem door de radicale fractie zwaar aangerekend worden. Maar naar de uitgang lopen en een vergelijk afwijzen zal dan weer de andere zijde ontstemmen, zeg maar de groep rond Siegfried Bracke (“Ik wil het einde van België helemaal niet”). Het is en blijft dus surplacen.

Maar ondertussen zit men in het paleis niet stil, en worden er post-NVA-scenario’s uitgetekend. Essentieel is in deze de rol van de Vlaamse “traditionele” partijen, die op revanche uit zijn en speciaal de SPA. En hier komt uiteraard koninklijk bemiddelaar Johan Vande Lanotte in beeld. Door het cordon rond het Vlaams Belang te versterken, veroordeelt de NVA zich tot een eindeloze paringdans met de traditionele partijen, die op een zeker moment niet zullen aarzelen om de wurggreep toe te passen. Dat is elementaire politieke logica, vreemd dat een intelligent man als Bart De Wever dat niet doorheeft.

De stellingname van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen is in dat opzicht een donderslag bij heldere hemel, en houdt een niet mis te verstane boodschap in: het middenveld van de Vlaamse beweging eist een radicalisering en een Vlaamse frontvorming. Het Vlaams Belang wordt hier, om het met een typisch Belgisch woord te zeggen, incontournable. Sterker zelfs: de partij zou wel eens de verrassing van eventuele nieuwe verkiezingen kunnen worden, omdat men in dat geradicaliseerde middenveld een “stok achter de deur” zoekt, een zweeppartij die de geïmmobiliseerde Bart De Wever (of zijn opvolger) kan dwingen tot daden.

Ultieme pacificatie? Vergeet het. Vlaanderen zal een vuist moeten maken. De Vlaming heeft in juni j.l. voor verandering gestemd, drastische verandering, tegen het Belgische establishment. Het woord “pacificator” hoort thuis in de rij van de bemiddelaars, verkenners, ontmijners, en tutti quanti. Het is neo-Belgische new speak die een historische noodzakelijkheid tracht tegen te houden, of alleszins te vertragen.

De republikeinse idee, door de NVA stelselmatig onderbelicht of zelfs genegeerd, verbindt de autonomie-eis opnieuw met een maatschappelijk project. Voor minder mag men niet gaan, in een land waar men zelfs geen trein meer op tijd kan doen rijden, justitie niets meer met elementaire rechtvaardigheid te maken heeft, honderdduizend Vlaamse gezinnen hun electriciteitsrekening niet meer kunnen betalen, en meningen alleen nog mogen geuit worden als ze geen enkele minderheid brusqueren.

De republiek is een werkwoord. Geen vrucht van de impasse.


Johan Sanctorum

Read more...

29 december 2010

Linkse kerk promoot onredelijke onaangepastheid

In het in november royaal voorgestelde “rapport van de Rondetafels van de Interculturaliteit” (1) (de naam alleen al is een aanslag op de Nederlandse taal) wordt iedereen opgeroepen om in alle mogelijke situaties van het maatschappelijk leven “redelijke aanpassingen” toe te staan aan “nieuwe minderheidsculturen”, met name om tegemoet te komen aan religieuze overtuigingen en praktijken van een deel van hun leden. De onaangepastheid van die overtuigingen en praktijken aan de gebruiken van het samenleven alhier moet dus beloond worden met een aanpassing door de “meerderheid”. Het meest gestraft hierdoor worden evenwel de nieuwe Vlamingen die zich wel wensen te integreren, die daardoor telkens opnieuw geassocieerd worden met die leden van hun zogenaamde gemeenschap die dat niet willen.


Het beginsel van gelijke rechten voor iedereen wordt zo steeds meer vervangen door de toekenning van speciale rechten, waarvan de omvang blijkbaar recht evenredig moet zijn aan de mate waarin men weigert verantwoordelijkheid te nemen. Dat wordt dan verdoezeld door middel van een discours van rechten en plichten. Van speciale plichten die de keerzijde zijn van die speciale rechten is in de aanbevelingen alvast niet veel te merken. Nog kenmerkender is het geheel ontbreken in deze “linkse kerk” (wat precies aantoont waarom het een linkse kerk is*) van een cultuur van vrijheid-in-verantwoordelijkheid. Immers, tot op zekere hoogte moeten we iedereen de vrijheid gunnen om onaangepast te blijven, maar dan wel op eigen verantwoordelijkheid.

De historisch gegroeide publieke cultuur in Vlaanderen is helemaal niet zo eigenzinnig (getuige het feit dat dezelfde linkse kerk stelselmatig een Vlaamse identiteit ontkent) dat nieuwkomers die zich niet op relatief korte tijd eigen kunnen maken. Ware het niet dat dezelfde kerk de vrijheden steeds meer versmacht door discriminatieverboden, de vrijheden van vereniging, meningsuiting, godsdienst en onderwijs zouden wel meer dan voldoende ruimte geven voor diversiteit. Als die vrijheden correct worden geïnterpreteerd, komen ze overigens niet met elkaar in conflict – terwijl een eis tot “respect” voor “nieuwe” meningen en praktijken enkel maar voorrang geeft aan de minst verdraagzame. Blijkbaar zijn de agitatoren die zich onverkozen als vertegenwoordigers van de nieuwe minderheden rond de tafel der milquetisering hebben geschaard, niet in die vrijheid-in-verantwoordelijkheid geïnteresseerd, maar in het beknotten van de vrijheden van de autochtonen en meer nog die van de dochters en zonen uit hun groep die wel willen integreren. Een heel ander geluid horen we gelukkig bij een reeks nieuw verkozen échte volksvertegenwoordigers van allochtone afkomst, die zich voluit voor de Vlaamse gemeenschap engageren in plaats van rapporten te schrijven waarin precies die Vlaamse gemeenschap het grote taboe blijkt te zijn.

* Voor wie de voorbije jaren gedacht heeft dat de uitdrukking linkse kerk misschien wat achterhaald aan het worden was: het voorstel om Paasmaandag, Pinkstermaandag en Allerheiligen als officiële feestdagen te vervangen door de Internationale Vrouwendag, de Internationale Dag tegen Racisme en de Werelddag van de Culturele Diversiteit toont als geen ander hoe treffend de uitdrukking wel is.

(1) Te vinden op http://www.interculturalite.be/IMG/pdf/INTERCULT_2010-Nl.pdf

(Deze column verscheen zonder de voetnoot in Doorbraak januari 2011, p. 15)
Read more...

20 december 2010

Peiling La Libre Belgique: Status quo (Hoegin)

Deze ochtend publiceerde de krant La Libre Belgique de resultaten van een nieuwe peiling. Aan Vlaamse zijde overheerst vooral het status quo, terwijl aan de andere zijde van de taalgrens de lichte vooruitgang van de PS ten koste van Ecolo opnieuw bevestigd wordt.

Aan Vlaamse zijde kan de analyse van deze peilingen eigenlijk zeer kort zijn: vergeleken met zowel de vorige peiling van La Libre Belgique als de verkiezingsuitslagen van 13 juni valt er eigenlijk voor geen enkele partij veel beweging te noteren. N-VA blijft hoge toppen scheren, nog steeds boven de dertig procent, en blijft daarmee afgetekend de eerste partij in Vlaanderen. Verderop volgen CD&V, sp.a, Open Vld en Vlaams Belang, in die volgorde, als middelgrote partijen. Daarna komt Groen!, dat nog steeds stabiel tussen de zeven en de acht procent scoort, terwijl Lijst Dedecker ver onder de kiesdrempel blijft.

Voor de aan de gang zijnde onderhandelingen betekent dit dat geen enkele van de Vlaamse partijen op dit ogenblik veel reden heeft om van strategie te veranderen. Dé hoofdvraag voor deze peiling was of de N-VA nog steeds meer dan dertig procent zou halen, en dat doet ze ook. Het probleem voor die partij is echter wel dat ze op dit ogenblik van een Schrödinger-effect profiteert: net zoals Schrödingers kat zijn de regeringsonderhandelingen zowel levend als dood, en kan de partij dus van twee walletjes blijven eten. Of in N-VA-jargon: zowel de Noord- als de Zuid-flank bedienen. Of dit ook zo blijft als de partij in een federale regering stapt, of zich terugtrekt uit de onderhandelingen, is een open vraag. Het risico dat de partij onmiddellijk zo'n vijf procent van haar kiezers verliest, welke keuze ze ook maakt, is uiterst reëel.

Aan Franstalige zijde valt er iets meer beweging te noteren, al blijven ook daar de verschuivingen uiterst beperkt. De PS gaat lichtjes vooruit vergeleken met de laatste verkiezingen, maar lichtjes achteruit vergeleken met de vorige peiling van La Libre Belgique. Die vooruitgang lijkt in de eerste plaats ten koste van Ecolo te gaan, want zowel MR als cdH blijven nagenoeg stabiel. De PP blijft opnieuw ver onder de kiesdrempel, terwijl FN een kleine opflakkering kent.

De vorige peilingen zorgden voor enige nervositeit aan Franstalige zijde, omdat zowel cdH als Ecolo het gevoel hadden opgeslokt te worden door de PS. Aan die situatie verandert weinig of niets, en daarom hoeft men aan Franstalige zijde geen nieuwe strubbelingen te verwachten. Dat neemt niet weg dat zowel bij PS als cdH de vrees zal blijven dat Ecolo opnieuw zou kunnen groeien als die partij federaal in de oppositie belandt, en dat verklaart de herhaalde Franstalige vraag om Ecolo toch maar in de regering te kunnen opnemen.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en alle peilingen in Wallonië sedert 2006 (PDF).

Labels: ,

Read more...

17 december 2010

Kerstmis als cruciaal moment voor de onderhandelingen

Wie kan nog bijhouden hoeveel «cruciale» dagen en weken we al achter de rug hebben gehad sedert de laatste verkiezingen? Het woord loopt zelfs al het gevaar er zijn oorspronkelijke betekenis bij te verliezen! Ondertussen is het duidelijk dat de enige echte cruciale datum die van Kerstmis is. Zullen de politici het immers aandurven die dag voorbij te laten gaan zonder de vorming van een noodregering?

Misschien is het niet slecht eens de etymologie van het woord «cruciaal» op te zoeken. Het woord is afgeleid van het Latijnse crux, kruis, maar de oorsprong van de huidige betekenis moeten we bij Francis Bacon zoeken. In 1620 introduceerde hij de term instantia crucis in zijn werk Novum Organum, waarbij hij refereerde naar wegwijzers aan kruispunten, vaak opgesteld in een kruis. Deze wegwijzers tonen de verschillende richtingen die een reiziger kan volgen, te vergelijken met de beslissingspunten die genomen moeten worden wanneer er een intellectuele weg afgelegd wordt. Isaac Newton en Robert Boyle gebruikten later de term experimentum crucis voor die experimenten die konden aangeven welke natuurkundige hypothese onder de vele mogelijke hypotheses de juiste is om een bepaald fenomeen te kunnen verklaren. In de loop van de eeuwen is de betekenis echter verschoven, en de moderne betekenis verwijst dan ook meer naar de belangrijkheid van de beslissing die genomen moet worden dan naar de wederzijdse uitsluiting van de verscheidene keuzemogelijkheden.

Wie de oorspronkelijke betekenis van de term «cruciaal» kent, kan zich afvragen waarom het woord zo vaak gebruikt wordt in verband met de aan de gang zijnde regeringsonderhandelingen. Was het Elio di Rupo niet, die ze omschreef als een poging om het onverzoenbare te verzoenen? Kan een federale regering met daarin zowel N-VA als PS echt iets anders worden dan een mossel-noch-vis-regering? Het laatste voorstel van Johan vande Lanotte voor de financieringswet voorziet zowel een split rate als een belastingkrediet, dat enerzijds wel moet zorgen voor meer fiscale autonomie, maar anderzijds niet mag leiden tot welke vorm dan ook van fiscale concurrentie tussen de verschillende regeringen. Een Belgisch compromis met andere woorden, dat dankzij zijn complexiteit en interne tegenspraak nu al door de journalisten en pro-Belgische politici uitgelegd wordt als een voorstel dat niet slecht genoeg is om het nog te mogen verwerpen. En dan zeker door Vlaams-nationalisten niet. (Franstalige amendementen mogen wel nog.) Over de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, die geen splitsing zal zijn omdat de Franstaligen hun voorrechten in delen van Vlaams-Brabant willen behouden, hebben we het dan nog niet eens gehad.

Daarbovenop heeft de geschiedenis van 2007 ervoor gezorgd dat het ontbreken van een federale regering niet meer ervaren wordt als een dringende zaak. Zeker, met de regelmaat van de klok komen politici ons vertellen dat een ontslagnemende regering een handicap is in deze tijden van financiële turbulentie, maar erg overtuigend werkt dat allemaal al lang niet meer. De laatste politicus in het rijtje was voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barroso vandaag – overduidelijk besteld door de CD&V. Het is echter bijzonder twijfelachtig of veel mensen er vannacht hun slaap voor zullen laten. Een cynicus zou zelfs durven opwerpen dat Barrosos eigen land Portugal niet eens een ontslagnemende regering nodig heeft om in de economische problemen te raken. Maar blijft natuurlijk dat een regeringsvorming die zes maanden in beslag neemt niet meer iets is waar men zich een hoop zorgen over maakt. Zeker als Eerste Minister Yves Leterme dan nog eens goed zijn best doet om regelmatig te komen melden dat onder zijn leiding alles zoveel beter gaat en blijft gaan. Ik laat het verder aan de verbeelding van de lezer over te raden welke boodschap de CD&V op deze manier bij de bevolking tracht over te brengen.

Dit alles leidt er toe dat Kerstmis meer en meer naar voren komt als een cruciale datum voor de onderhandelingen. Kerstmis mag hierbij gerust in een Dehaeneaanse manier begrepen worden, namelijk niet als 25 december, maar 9 januari, het einde van de kerstvakantie. En er kan niet ontkend worden dat er de afgelopen zes maanden voor een groot deel afgeteld werd tot die datum, met inderdaad 2007 als referentiepunt. Nu we daadwerkelijk voor die datum staan, zonder een nieuwe federale regering, is de vraag dan: zullen de politici het aandurven om die datum, of beter de kerst- en nieuwjaarsperiode dus, zomaar voorbij te laten gaan? Of durft men toch die barrière te doorbreken, om ook in 2011 verder aan te modderen met een Belgische ontslagnemende regering in combinatie met regeringsonderhandelingen waarvan zelfs de doodsreutel vervelend dreigt te worden?

De essentiële vraag daarbij is of Bart de Wever bereid is reeds voor het einde van het jaar de zwarte piet – die hij ongetwijfeld door zowel de politici als de pers toegeschoven zal krijgen – in ontvangst te nemen. Of zal hij bij gebrek aan Stratego-groep geen weg meer weten te vinden uit het moeras dat Johan vande Lanotte de laatste weken geschapen heeft, en op korte termijn reeds door de knieën willen gaan? Een antwoord op die vragen heb ik niet, maar ik durf nog steeds te betwijfelen dat alles uiteindelijk zal uitmonden in nieuwe verkiezingen in het begin van 2011. Het échte plan B, en voor sommigen eigenlijk zelfs plan A, is nog steeds een regering met PS, cdH, Ecolo, Groen!, sp.a en ACW, moedwillig aangevuld met de rest van de CD&V. Het enige waar de N-VA mee over zal mogen beslissen, is of ze zal willen meestappen in zulke regering.

Labels: , , , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>