21 september 2008

Houten Klaas komt met een vlot artikel ! (vpmc)

Marketeer Vandermeersch beschouwt De Standaard blijkbaar als zijn privéspeeltuintje.
Vrijdag nog liet hij de hofnar Fabre een karikatuur maken van wat een krant moet zijn, en zaterdag liet Peter ons een bladzijde uit zijn eigen stamboek zien.

In zijn familie viel er iets te vieren. Goede gelegenheid om zijn beste pen boven te halen, en de lezer op een stukje Flandre profonde te vergasten. De familie Vandermeersch zette zich aan de dis in de salons De Vrede in Ichtegem. Ik vermeld dat, lezer, voor het geval u daar eens langs mocht komen.
Het werd een schitterend maal, ook al was niet alles perfect in De Vrede. Bij het betreden van de salons, was Peter zijn oog al direct op een storende taalfout gevallen.
De salons gaan er prat op dat 'alles kan aangepast worden naar (sic) de wens van de klant'.
Wat er mis is met die “naar” moet hij mij eens uitleggen. Markthandelaar als de besten, maar Nederlands? …zelfs zijn West-Vlaams is niet vlekkeloos vrees ik, want hij laat één van zijn neven, een supporter van Dedecker, zeggen:
' [...] En diene Leterme kan met heel zijn boeltje terug naar Ieper. Schrief dat moa ne ké up in uw gazetje.'
Als Gentse buitenstaander moet ik hier vanzelfsprekend het oordeel van deskundigen afwachten, maar toch vraag ik mij af, of die neef niet eerder “joen gazetje” zal gezegd hebben. Mijn vermoeden is, dat de auteur hier een kleine onnauwkeurigheid heeft toegelaten, ietwat ten detrimente van de kleurenpracht die zijn tafereeltje verder uitstraalt.

Opvallend is ook dat al zijn familieleden hem zo nauwkeurig voorzeggen, wat Peter zelf denkt dat zij moéten zeggen, waardoor alles tegelijk mooi aansluit bij die laatste enquête in zijn gazetje.
Antipolitiek, Leterme knoeier, Verhofstadt moet terugkomen, BHV flauwekul, Dedecker: de proef op de som klopt voor mij té goed.

Vandermeersch vertelt ons niet of er ook doperwtjes op het menu stonden in Ichtegem, maar toch doet hij mij denken aan die oude Augustijnermonnik Gregor Mendel, de geneticus die weliswaar een juiste theorie had over erwten, maar die met statistische gegevens kwam aanzetten die zo perfect klopten, dat ze later als onwaarschijnlijk werden beschouwd. Mendel had zijn resultaten enigszins selectief meegedeeld.
En hoe vergeeflijk ook, dat geeft aan een verslag altijd iets geforceerds, en dan heb ik het niet over stijl.

Maar laten wij Vandermeersch zelf nog eens aan het woord. Aan zijn tafel zit een mooie Russische, en Peter wil laten zien dat hij ook van internationale politiek het zijne afweet. Houten Klaas doet dat zo:
Ik probeerde het debat op gang te trekken over Russen en Georgiërs. Maar de mooie Russische wilde vooral weten waarom wij er in dit kleine België maar niet in slagen om overeen te komen.
Even de handen gaan wassen. Ik sta letterlijk te plassen als naast mij een aangetrouwde neef van wal steekt. “Ik ben dat spuugzat. […]”
Nu vraag ik mij af hoe Vandermeersch het klaarspeelt om soms ook niet letterlijk te plassen.
.

Labels: , ,

Read more...

A Royal visit

It’s a beautiful, sunny autum day in the city of Ghent. More than 150 000 people are expected today to watch a historical procession. One of the spectators will be our king: Albert II. An interresting coincidens because while the performers are putting on their costumes, a few meters away in an adjacent building the political party N-VA is holding its congress, that is very likely to mean the end of the Belgian government. This means the political crisis that is dragging on for 15 months now, is still far from over. While the king sees the procession passing by with old kings, emperors and long forgotten gods, I wonder if he will think about his own fate. Will he be able to prevent his kingdom from crumbling?

King Albert II

After the elections in June 2007, it took 6 months to form an interim government. In March 2008, the real government took over. But when that government failed to reach an agreement about the reform of the Belgian federal state, our Prime minister Yves Leterme offered his resignation to the king last July. The king refused to accept this resignation and appointed 3 negotiators who had to get all governing parties around the table again.

Those 3 wise men, as the press called them, presented their report last Wednesday. The negotiations had to start whit a “blank sheet of paper”, without taboos or conditions. Dutch and French-speaking politicians could each send a delegation of 6 negotiators. The talks would have to start when “the time is right”. Each language group has to appoint its own negotiators and those negotiators would have to agree on what topics would be discussed and when the talks were to be held. So basically, after 15 months of negotiations all we have is a blank sheet of paper.

The elections of 2007 were won in Flanders by an alliance between the Flemish Christian-democratic party CD&V, and the Flemish nationalist party N-VA. They promised they wouldn’t join a federal government for as long as an agreement about the reform of the state had not been reached. 15 months later, all they have to show their electorate is a blank sheet of paper. With regional and European elections coming up in June 2009, that’s not a very comfortable situation to be in. So when the N-VA declared today that they would no longer support the Belgian government, that hardly came as a surprise. The government is now no longer supported by a majority of the Flemish MP’s. Theoretically, that shouldn’t be a problem. The government still has the support of an overwhelming majority of the Francophone MP’s. But it is highly unlikely that the CD&V will remain in a government that will be seen as an “anti-Flemish government” by the Flemish opposition.

Next week, the CD&V will hold a congress. Right now, the situation changes every minute and no one can now for sure what will happen, be it looks like the CD&V will decide there that they will leave the federal government.

The Castle of the Count in Ghent

So what will happen next? New elections would seem a logical decision, but they are not likely to change anything. Elections now, would mean new negotiations while the campaign for the regional elections will be in full swing. That’s not going to make it easier. Moreover, opinion polls suggest that most voters didn’t change their minds and would vote for the same party as last year. New elections would also be contested in court, after the constitutional court deemed the current electoral law unconstitutional. But what is the alternative? Letting the current stale mate linger on until the regional elections in June, doesn’t really sound like a better scenario. In the mean time, both the regional governments and the European institutions keep doing their jobs and consequences of this crisis for the daily life of the Belgians seem to be fairly limited. So all the Belgian government seems to be doing, is proving their own irrelevance.

The king has a lot on his mind these days. But today is no day for worries. He might as well enjoy visiting his kingdom, for as long as he still has one.

Comments

Labels: , , , , , ,

Read more...

20 september 2008

Vlaams Kartel houdt (voorlopig) stand (Hoegin)

Alle peilingen Vlaamse peilingen sedert 1 januari 2006Een nieuwe peiling van Le Soir/RTBf gaf begin deze week aan dat het Vlaams Kartel van CD&V en N-VA voorlopig nog stand houdt. Maar hoeveel is die peiling eigenlijk vandaag nog waard, nu de politieke situatie (nog maar eens) totaal veranderd is?

Alle peilingen Vlaamse peilingen sedert 1 januari 2006Een eerste vaststelling wanneer we de resultaten van deze peiling doornemen is inderdaad dat het Vlaams Kartel van CD&V en N-VA een score van om en bij de dertig procent kan behouden, niettegenstaande alle interne tegenstellingen, zowel binnen de twee partijen als tussen de twee partijen. Hoe is dit mogelijk?

Mijn verklaring is dat het Vlaams Kartel tot nu toe in de peilingen heeft kunnen profiteren van die interne tegenstellingen, die zorgen voor een onduidelijkheid waardoor de aanhang van de verschillende strekkingen voorlopig nog niet heeft moeten afhaken. De situatie kan een beetje vergeleken worden met Schrödingers kat uit de kwantummechanica. Grosso modo kunnen er binnen het kartel immers drie strekkingen onderscheiden worden: een strekking die de communautaire dialoog al opgegeven heeft, een strekking die het toch nog eens opnieuw wil proberen, ook al gelooft men er niet echt meer in, en een strekking die een staatshervorming alleen maar onzin vindt en zich liefst alleen maar met de sociaal-economische problemen in België zou willen bezighouden. Zolang het Kartel geen ultieme beslissing heeft moeten nemen over welke richting het zal uitgaan met de regering-Leterme I, kunnen de aanhangers van alle drie de strekkingen zonder veel problemen in een opiniepeiling antwoorden dat ze nog steeds hun vertrouwen geven aan het Vlaams Kartel. Daar kan morgen (zondag) echter al grote verandering in komen als het Kartel uit de federale regering stapt of scheurt, of die toestand kan nog een tijdje aanhouden als Yves Leterme ook deze keer weer een «creatieve» oplossing vindt om de kool en de geit te sparen, zoals op 14 juli.

Wat echter ontegensprekelijk vaststaat is dat er vroeg of laat verkiezingen zullen gehouden moeten worden, en dat het Kartel op dat ogenblik kleur zal moeten bekennen, net zoals Schrödingers kat op het ogenblik van de waarneming ofwel dood ofwel levend moet zijn, en zich niet meer in een toestand tussenin kan bevinden. Dat betekent meteen ook dat een deel van hen die vandaag nog achter het Vlaams Kartel staan, helemaal geen zekere kiezers zijn, en dat is een fundamenteel gegeven voor àlle opiniepeilingen tot het Vlaams Kartel een duidelijke keuze heeft gemaakt in het communautaire dossier. Dat heeft ook twee grote gevolgen: ten eerste dat het nogal onzinnig is grote conclusies vast te knopen aan de score van het Kartel in deze opiniepeiling, en ten tweede dat zelfs met een peiling onder honderdduizend Vlamingen een opiniepeiling vandaag amper iets zegt over de uitslag van de komende verkiezingen. Het plaatst trouwens ook meer dan één vraagteken bij de scores van de andere partijen.

Dat betekent echter niet dat de andere partijen rustig achterover mogen leunen, ook al doen ze het in deze peiling niet goed. Vlaams Belang doet het ronduit slecht, maar ook sp.a-Vl.Pro kan moeilijk tevreden zijn met een uitslag van om en bij de vijftien procent. En ik kan me moeilijk voorstellen dat ze maandag bij Open Vld de champagnekurken hebben laten ploffen, want de achteruitgang vergeleken met de verkiezingen van meer dan een jaar geleden kan moeilijk ontkend worden.

Alle peilingen Vlaamse peilingen sedert 1 januari 2006Alleen bij Groen!, en meer nog bij Lijst Dedecker, kan men tevreden zijn met de resultaten van deze peiling. Lijst Dedecker registreert immers meer dan een verdubbeling vergeleken meer de laatste verkiezingen. Er zit echter een serieuze angel aan het succes van de partij in de opiniepeilingen: sommigen willen in hun ijver om het Vlaams Belang in een crisis te duwen Lijst Dedecker al een score van vijfien procent aanmeten. Zelfs al gaat de partij er stevig op vooruit, riskeert ze zo psychologisch toch de verkiezingen te verliezen als ze niet ver genoeg boven de drempel van tien procent uitkomt.

Labels:

Read more...

Inquisitionem esse delendam

Rond 21 augustus heeft Philippe Van den Abeele een gestoffeerde klacht ingediend tegen le Soir bij het zogenaamde eCentrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding", en dit in een persmededeling toegelicht.

Zoals we konden vermoeden, de antecedenten van dat Centrum kennende, heeft het zich weer eens "onbevoegd verklaard". Het had zich allicht beter onbekwaam verklaard .... Van den Abeele bericht ons met kopie van de brief: Klacht tegen Le Soir: uitlatingen niet aanvaardbaar, maar CGKR 'niet bevoegd'.

Dergelijke klachten zijn desondanks nuttig, omdat ze de hypocrisie en onbekwaamheid van het Centrum telkens opnieuw duidelijk maken.

Ik geef U dan ook de reactie die ik aan Van den Abeele meegaf:

"Het Centrum, bij Vlamingen beter bekend als de Inquisitie, meet al jaren met twee maten en twee gewichten. Het is er voor opgericht om met twee maten en twee gewichten te meten en dient zijn broodheren op dat punt met grote overtuiging. Het is voor mij evident dat de tegenstelling tussen Vlamingen en Walen vandaag een etnische tegenstelling is (ongeacht of ze dat vroeger ook al was), en voor etnische discriminatie is het Centrum wel degelijk bevoegd. Etniciteit heeft, zoals de wetenschap al decennia aanneemt, meer te maken met de overtuiging van een gemeenschappelijke afkomst (de zgn. imagined community van B. Anderson) dan met een reële historisch gemeenschappelijke afkomst (al zal bij het volledig ontbreken van het tweede het eerste allicht nooit ontstaan). Verder heeft etniciteit sterk te maken met gamie, d.w.z. met wie men huwelijkse of gelijkaardige relaties aangaat en kinderen heeft (wat in de volgende generatie natuurlijk een gemeenschappelijke afkomst schept). De haat jegens de Vlamingen en de daarmee verband houdende aanzetting tot geweld, waartegen de klacht is neergelegd, is geen haat en aanzetten die gebaseerd is op het individuele taalgebruik van de geviseerde personen, maar op het feit van behoren tot of zich beschouwen als deel van de groep of gemeenschap van de Vlamingen die collectief wordt gehaat. Dat het centrum niet bevoegd is voor zuivere taalkwesties, is dus naast de kwestie.
Zoals gezegd vind ik de hele antidiscriminatie- en racismewetgeving verwerpelijk, behalve wanneer het om aanzetten tot geweld gaat. Dat het Centrum zich bezighoudt met zowat elke onfatsoenlijke grap waarin de islam of het jodendom wordt vermeld, maar bij werkelijke haat en aanzetten tot geweld jegens Vlamingen systematisch weigert op te treden, bewijst het anti-Vlaamse karakter van de hele zaak. Vandaar mijn ceterum censeo 'inquisitionem esse delendam."
Read more...

Profetie en strategie

In de Standaard vanmorgen werd ik als volgt geciteerd (verkort, maar wel correct) in (Quid N-VA ?)

En dus is er weer ruimte voor de revolutionaire taal van N-VA. Taal die op het congres ongetwijfeld ook te horen zal zijn. Of zoals professor en N-VA-lid Matthias Storme het verwoordde:
De enige conclusie is dat er na 15 maanden nog niks is. Dat men hier in dit land op de een of ander manier toch zal moeten inzien dat het écht rien ne va plus is. We zullen toch manieren moeten zoeken waarop de gewesten en gemeenschappen de zaak overnemen. Zolang de Vlamingen blijven beweren dat ze zeker niets eenzijdigs zullen doen, staan we zwak, ontstellend zwak.

Dit is inderdaad een basisbeginsel van onderhandelen: als een partij op voorhand zegt dat ze zeker nooit iets zal doen zonder het akkoord van de andere partij, is ze aan de "goodwill" (nou ja) van die andere partij overgeleverd. En dus zijn de commentatoren, à la Peter Vandermeersch in de Standaard, die steeds blijven herhalen dat onafhankelijkheid niet kan en niet mag, dat we geen separatisten zijn, dat er enkel een onderhandelde oplossing mogelijk is, dat ook over BHV onderhandeld zal moeten worden, rampzalig voor de Vlaamse belangen. In dezelfde krant is een commentator als Bart Sturtewagen , een stukje norser en zeker niet altijd sympathiserend met de flaminganten, ook in dit dossier een stuk lucider dan Vandermeersch die vooral graag aan zelfbewieroking doet en zich vooral boos maakt wanneer een beeld van Vlamingen schetst dat niet het zijne is, maar misschien wel iets reëler (ik alludeer natuurlijk op de ziedende reactie van Vandermeersch ("nous en avons marre") na de uitzending van Bye Bye Belgium, die zijn anti-identitaire zelfbeeld had verstoord).

Zo schreef Sturtewagen op 6 september jl. ("Opening gemaakt") terecht in een overigens optimistische commentaar: "(De Franstaligen) kunnen ook oordelen dat ze over de hele lijn gelijk hebben gehaald met hun catenaccio-tactiek en daaruit besluiten dat ze slechts ceremonieel aan het gesprek van gemeenschap tot gemeenschap moeten deelnemen. Dan plaatsen ze de Vlaamse onderhandelaars finaal voor de plicht om de stop eruit te trekken. Dan veroorzaken ze wat ze, met woorden althans, altijd hebben willen vermijden".

Ik heb niet gezegd dat de Vlaamse onderhandelaars nu de plicht hebben om in alle opzichten de stop eruit te trekken. Maar ze hebben wel de plicht om te zeggen dat de Vlaamse onafhankelijkheid inderdaad een mogelijk scenario is, en dat het bovendien ook een mogelijk scenario is om die uit te roepen zonder het akkoord van diegenen van wie men staatkundig afscheid neemt (zie ook K. Elst, "Onafhankelijkheid Moet Je Nemen", Brussels Journal 4 januari 2007). Op voorhand zeggen dat men dat niet zal doen is een profetie die zichzelf bevestigt en de mogelijkheid van onafhankelijkheid vernietigt, op voorhand zeggen dat men bereid is dat zonodig wel te doen zal de mogelijkheid daartoe al een stuk dichterbij brengen. En ze zal maken dat we onze aandacht richten op datgene waarop ze nu moeten richten: die stap ook effectief voorbereiden om ze te kunnen nemen wanneer het kairos daar zou zijn.

En het is niet omdat er op dit ogenblik geen meerderheid in het Vlaams Parlement zou te vinden zijn voor een dergelijke eenzijdige stap, dat diegenen die er wel voorstander van zijn, hun opinie daarover zouden moeten inslikken of, erger nog, moeten meedoen aan een cordon rond diegene die daar wel voorstander van zijn. Natuurlijk zullen we eerst een meerderheid van de Vlamingen moeten overtuigen, maar dat doet men niet door al op voorhand te zeggen dat men de eigen doelstelling niet echt ernstig neemt.
Read more...

19 september 2008

Twintig jaar verzet tegen de Europese superstaat (Vincent De Roeck)

Morgen is een belangrijke dag voor Eurocritici van alle landen. Twintig jaar geleden, op 20 september 1988 om precies te zijn, was het immers de beurt aan de Britse eerste minister Margaret Thatcher om het academiejaar van het Europacollege in Brugge feestelijk te openen met een traditionele lezing, die later bekend zou worden als de “Bruges Speech” en de ganse Eurosceptische beweging in Europa niet enkel een tweede adem zou geven maar ook van relevante liberale argumenten zou voorzien. Ook vandaag zijn haar woorden van 1988 immers nog steeds actueel. Margaret Thatcher bedankte immers al voor de Europese monsterstaat nog voor wij daar via referenda de kans toe kregen, en dat nog voor de EUSSR eigenlijk ontstond.

In tegenstelling tot haar voorgangers én nakomelingen gebruikte zij dit podium om kritisch te zijn over de gang van zaken binnen de Europese Economische Gemeenschap, en niet om de Europese bureaucratie te verheerlijken of het wegvlakken van de onderliggende verschillen binnen de EEG te verdedigen. Maastricht was toen immers nog maar een droom van bepaalde continentale Eurofielen, net als de EMU en de latere éénheidsmunt. Politiek was de EEG op papier nog een dwerg. Economisch ging het hervormingsgezinde landen als het Verenigd Koninkrijk voor de wind. De Koude Oorlog liep op zijn einde, maar de angst voor de Sovjettanks was nog niet helemaal weggeëbd. Ronald Reagan populariseerde de ideeën van zelfbeschikking, vrijemarktwerking en een kleine overheid. En de Frans-Duitse as binnen de Europese Gemeenschap was toen, o.a. met het oog op de hereniging van de twee Duitslanden, sterker dan ooit tevoren.

De speech van Margaret Thatcher raakte een gevoelige snaar bij grote lagen van de bevolking. Niet enkel in het Verenigd Koninkrijk werd de “Bruges Speech” aanzien als dé nieuwe consensus van liberalen en conservatieven over verdere Europese integratie, maar ook in andere landen resoneerden de woorden van de “Iron Lady” als geen ander. Vooral de zinsnede “We have not successfully rolled back the frontiers of the state in Britain, only to see them re-imposed at a European level with a European super-state exercising a new dominance from Brussels” wordt tot op vandaag nog steeds naar hartelust geciteerd door liberale en conservatieve Eurosceptici. En met recht en rede volgens mij, omdat deze zin op meesterlijke wijze de essentie van het ganse Europadebat weet te capteren. Zijn we als burgers van onafhankelijke landen beter in staat om onszelf te besturen via onze eigen lokale vertegenwoordigingen of verkiezen we oncontroleerbare bureaucraten en niet-verkozen politiekers in Brussel en Straatsburg? En hoe kunnen we zo’n superstaat überhaupt aanvaarden als we tegelijkertijd op binnenlands vlak alles proberen om de overheid terug te dringen en zoveel mogelijk uit ons dagdagelijks leven trachten te bannen?

Hieronder laat ik Maggie zelf aan het woord om op deze existentiële vragen te antwoorden. Wat nu volgt, is een YouTube-filmpje met één van de weinig beschikbare audio-opnames van die bewuste “Bruges Speech”, vergezeld van een hele resem foto’s van mijn heldin.



De twintigste verjaardag van dit evenement mag dan ook niet onopgemerkt voorbijgaan, en dat zal ook niet gebeuren. Op maandagavond 27 oktober 2008 organiseert de Eurokritische denkgroep “Bruges Group”, die zijn naam aan de bewuste speech van Margaret Thatcher ontleend heeft en politici van alle liberale en conservatieve partijen in het Verenigd Koninkrijk in haar bestuur heeft, in Londen immers een gala-avond ter ere van de twintigste verjaardag van deze redevoering. Naast speeches van de Tsjechische president Vaclav Klaus en Lord Tebbit of Chingford, de leider van het anti-Maastrichtkamp in het Britse parlement, kijken we vooral uit naar de “keynote address” van Margaret Thatcher zelf. Ikzelf was vorige week via mijn contacten binnen de Britse Eurosceptische beweging uitgenodigd voor deze gala-avond en heb vandaag mijn deelname bevestigd, temeer daar ik dat weekend toch al in Londen ben voor het herfstcongres van de “Libertarian Alliance” en de Libertarische Internationale met lezingen van o.a. David Friedman en Hans-Hermann Hoppe, maar dit geheel terzijde.

Voor de liefhebbers eindig ik deze persoonlijke impressie met de volledige “Bruges Speech” van Margaret Thatcher.
Prime Minister, Rector, Your Excellencies, Ladies and Gentlemen: First, may I thank you for giving me the opportunity to return to Bruges and in very different circumstances from my last visit shortly after the Zeebrugge Ferry disaster, when Belgian courage and the devotion of your doctors and nurses saved so many British lives. And second, may I say what a pleasure it is to speak at the College of Europe under the distinguished leadership of its [Professor Lukaszewski ] Rector. The College plays a vital and increasingly important part in the life of the European Community. And third, may I also thank you for inviting me to deliver my address in this magnificent hall. What better place to speak of Europe's future than a building which so gloriously recalls the greatness that Europe had already achieved over 600 years ago. Your city of Bruges has many other historical associations for us in Britain. Geoffrey Chaucer was a frequent visitor here. And the first book to be printed in the English language was produced here in Bruges by William Caxton.

Mr. Chairman, you have invited me to speak on the subject of Britain and Europe. Perhaps I should congratulate you on your courage. If you believe some of the things said and written about my views on Europe, it must seem rather like inviting Genghis Khan to speak on the virtues of peaceful coexistence! I want to start by disposing of some myths about my country, Britain, and its relationship with Europe and to do that, I must say something about the identity of Europe itself. Europe is not the creation of the Treaty of Rome. Nor is the European idea the property of any group or institution. We British are as much heirs to the legacy of European culture as any other nation. Our links to the rest of Europe, the continent of Europe, have been the dominant factor in our history. For three hundred years, we were part of the Roman Empire and our maps still trace the straight lines of the roads the Romans built. Our ancestors - Celts, Saxons, Danes - came from the Continent. Our nation was - in that favourite Community word - "restructured" under the Norman and Angevin rule in the eleventh and twelfth centuries.

This year, we celebrate the three hundredth anniversary of the glorious revolution in which the British crown passed to Prince William of Orange and Queen Mary. Visit the great churches and cathedrals of Britain, read our literature and listen to our language: all bear witness to the cultural riches which we have drawn from Europe and other Europeans from us. We in Britain are rightly proud of the way in which, since Magna Carta in the year 1215, we have pioneered and developed representative institutions to stand as bastions of freedom. And proud too of the way in which for centuries Britain was a home for people from the rest of Europe who sought sanctuary from tyranny. But we know that without the European legacy of political ideas we could not have achieved as much as we did. From classical and mediaeval thought we have borrowed that concept of the rule of law which marks out a civilised society from barbarism. And on that idea of Christendom, to which the Rector referred - Christendom for long synonymous with Europe - with its recognition of the unique and spiritual nature of the individual, on that idea, we still base our belief in personal liberty and other human rights.

Too often, the history of Europe is described as a series of interminable wars and quarrels. Yet from our perspective today surely what strikes us most is our common experience. For instance, the story of how Europeans explored and colonised - and yes, without apology - civilised much of the world is an extraordinary tale of talent, skill and courage. But we British have in a very special way contributed to Europe. Over the centuries we have fought to prevent Europe from falling under the dominance of a single power. We have fought and we have died for her freedom. Only miles from here, in Belgium, lie the bodies of 120,000 British soldiers who died in the First World War. Had it not been for that willingness to fight and to die, Europe would have been united long before now - but not in liberty, not in justice. It was British support to resistance movements throughout the last War that helped to keep alive the flame of liberty in so many countries until the day of liberation. Tomorrow, King Baudouin will attend a service in Brussels to commemorate the many brave Belgians who gave their lives in service with the Royal Air Force - a sacrifice which we shall never forget. And it was from our island fortress that the liberation of Europe itself was mounted. And still, today, we stand together.

Nearly 70,000 British servicemen are stationed on the mainland of Europe. All these things alone are proof of our commitment to Europe's future. The European Community is one manifestation of that European identity, but it is not the only one. We must never forget that east of the Iron Curtain, people who once enjoyed a full share of European culture, freedom and identity have been cut off from their roots. We shall always look on Warsaw, Prague and Budapest as great European cities. Nor should we forget that European values have helped to make the United States of America into the valiant defender of freedom which she has become. This is no arid chronicle of obscure facts from the dust-filled libraries of history. It is the record of nearly two thousand years of British involvement in Europe, cooperation with Europe and contribution to Europe, contribution which today is as valid and as strong as ever. Yes, we have looked also to wider horizons - as have others - and thank goodness for that, because Europe never would have prospered and never will prosper as a narrow-minded, inward-looking club. The European Community belongs to all its members. It must reflect the traditions and aspirations of all its members.

And let me be quite clear. Britain does not dream of some cosy, isolated existence on the fringes of the European Community. Our destiny is in Europe, as part of the Community. That is not to say that our future lies only in Europe, but nor does that of France or Spain or, indeed, of any other member. The Community is not an end in itself. Nor is it an institutional device to be constantly modified according to the dictates of some abstract intellectual concept. Nor must it be ossified by endless regulation. The European Community is a practical means by which Europe can ensure the future prosperity and security of its people in a world in which there are many other powerful nations and groups of nations. We Europeans cannot afford to waste our energies on internal disputes or arcane institutional debates. They are no substitute for effective action. Europe has to be ready both to contribute in full measure to its own security and to compete commercially and industrially in a world in which success goes to the countries which encourage individual initiative and enterprise, rather than those which attempt to diminish them. This evening I want to set out some guiding principles for the future which I believe will ensure that Europe does succeed, not just in economic and defence terms but also in the quality of life and the influence of its peoples.

My first guiding principle is this: willing and active cooperation between independent sovereign states is the best way to build a successful European Community. To try to suppress nationhood and concentrate power at the centre of a European conglomerate would be highly damaging and would jeopardise the objectives we seek to achieve. Europe will be stronger precisely because it has France as France, Spain as Spain, Britain as Britain, each with its own customs, traditions and identity. It would be folly to try to fit them into some sort of identikit European personality. Some of the founding fathers of the Community thought that the United States of America might be its model. But the whole history of America is quite different from Europe. People went there to get away from the intolerance and constraints of life in Europe. They sought liberty and opportunity; and their strong sense of purpose has, over two centuries, helped to create a new unity and pride in being American, just as our pride lies in being British or Belgian or Dutch or German. I am the first to say that on many great issues the countries of Europe should try to speak with a single voice. I want to see us work more closely on the things we can do better together than alone.

Europe is stronger when we do so, whether it be in trade, in defence or in our relations with the rest of the world. But working more closely together does not require power to be centralised in Brussels or decisions to be taken by an appointed bureaucracy. Indeed, it is ironic that just when those countries such as the Soviet Union, which have tried to run everything from the centre, are learning that success depends on dispersing power and decisions away from the centre, there are some in the Community who seem to want to move in the opposite direction. We have not successfully rolled back the frontiers of the state in Britain, only to see them re-imposed at a European level with a European super-state exercising a new dominance from Brussels. Certainly we want to see Europe more united and with a greater sense of common purpose. But it must be in a way which preserves the different traditions, parliamentary powers and sense of national pride in one's own country; for these have been the source of Europe's vitality through the centuries.

My second guiding principle is this: Community policies must tackle present problems in a practical way, however difficult that may be. If we cannot reform those Community policies which are patently wrong or ineffective and which are rightly causing public disquiet, then we shall not get the public support for the Community's future development. And that is why the achievements of the European Council in Brussels last February are so important. It was not right that half the total Community budget was being spent on storing and disposing of surplus food. Now those stocks are being sharply reduced. It was absolutely right to decide that agriculture's share of the budget should be cut in order to free resources for other policies, such as helping the less well-off regions and helping training for jobs. It was right too to introduce tighter budgetary discipline to enforce these decisions and to bring the Community spending under better control. And those who complained that the Community was spending so much time on financial detail missed the point. You cannot build on unsound foundations, financial or otherwise, and it was the fundamental reforms agreed last winter which paved the way for the remarkable progress which we have made since on the Single Market.

But we cannot rest on what we have achieved to date. For example, the task of reforming the Common Agricultural Policy is far from complete. Certainly, Europe needs a stable and efficient farming industry. But the CAP has become unwieldy, inefficient and grossly expensive. Production of unwanted surpluses safeguards neither the income nor the future of farmers themselves. We must continue to pursue policies which relate supply more closely to market requirements, and which will reduce over-production and limit costs. Of course, we must protect the villages and rural areas which are such an important part of our national life, but not by the instrument of agricultural prices. Tackling these problems requires political courage. The Community will only damage itself in the eyes of its own people and the outside world if that courage is lacking.

My third guiding principle is the need for Community policies which encourage enterprise. If Europe is to flourish and create the jobs of the future, enterprise is the key. The basic framework is there: the Treaty of Rome itself was intended as a Charter for Economic Liberty. But that it is not how it has always been read, still less applied. The lesson of the economic history of Europe in the 70's and 80's is that central planning and detailed control do not work and that personal endeavour and initiative do. That a State-controlled economy is a recipe for low growth and that free enterprise within a framework of law brings better results. The aim of a Europe open to enterprise is the moving force behind the creation of the Single European Market in 1992. By getting rid of barriers, by making it possible for companies to operate on a European scale, we can best compete with the United States, Japan and other new economic powers emerging in Asia and elsewhere. And that means action to free markets, action to widen choice, action to reduce government intervention.

Our aim should not be more and more detailed regulation from the centre: it should be to deregulate and to remove the constraints on trade. Britain has been in the lead in opening its markets to others. The City of London has long welcomed financial institutions from all over the world, which is why it is the biggest and most successful financial centre in Europe. We have opened our market for telecommunications equipment, introduced competition into the market services and even into the network itself - steps which others in Europe are only now beginning to face. In air transport, we have taken the lead in liberalisation and seen the benefits in cheaper fares and wider choice. Our coastal shipping trade is open to the merchant navies of Europe. We wish we could say the same of many other Community members. Regarding monetary matters, let me say this. The key issue is not whether there should be a European Central Bank. The immediate and practical requirements are: (1) to implement the Community's commitment to free movement of capital - in Britain, we have it; (2) and to the abolition through the Community of exchange controls - in Britain, we abolished them in 1979; (3) to establish a genuinely free market in financial services in banking, insurance, investment; (4) and to make greater use of the ECU. This autumn, Britain is issuing ecu-denominated Treasury bills and hopes to see other Community governments increasingly do the same.

These are the real requirements because they are what the Community business and industry need if they are to compete effectively in the wider world. And they are what the European consumer wants, for they will widen his choice and lower his costs. It is to such basic practical steps that the Community's attention should be devoted. When those have been achieved and sustained over a period of time, we shall be in a better position to judge the next move. It is the same with frontiers between our countries. Of course, we want to make it easier for goods to pass through frontiers. Of course, we must make it easier for people to travel throughout the Community. But it is a matter of plain common sense that we cannot totally abolish frontier controls if we are also to protect our citizens from crime and stop the movement of drugs, of terrorists and of illegal immigrants. That was underlined graphically only three weeks ago when one brave German customs officer, doing his duty on the frontier between Holland and Germany, struck a major blow against the terrorists of the IRA. And before I leave the subject of a single market, may I say that we certainly do not need new regulations which raise the cost of employment and make Europe's labour market less flexible and less competitive with overseas suppliers. If we are to have a European Company Statute, it should contain the minimum regulations. And certainly we in Britain would fight attempts to introduce collectivism and corporatism at the European level - although what people wish to do in their own countries is a matter for them.

My fourth guiding principle is that Europe should not be protectionist. The expansion of the world economy requires us to continue the process of removing barriers to trade, and to do so in the multilateral negotiations in the GATT. It would be a betrayal if, while breaking down constraints on trade within Europe, the Community were to erect greater external protection. We must ensure that our approach to world trade is consistent with the liberalisation we preach at home. We have a responsibility to give a lead on this, a responsibility which is particularly directed towards the less developed countries. They need not only aid; more than anything, they need improved trading opportunities if they are to gain the dignity of growing economic strength and independence.

My last guiding principle concerns the most fundamental issue - the European countries' role in defence. Europe must continue to maintain a sure defence through NATO. There can be no question of relaxing our efforts, even though it means taking difficult decisions and meeting heavy costs. It is to NATO that we owe the peace that has been maintained over 40 years. The fact is things are going our way: the democratic model of a free enterprise society has proved itself superior; freedom is on the offensive, a peaceful offensive the world over, for the first time in my life-time. We must strive to maintain the United States' commitment to Europe's defence. And that means recognising the burden on their resources of the world role they undertake and their point that their allies should bear the full part of the defence of freedom, particularly as Europe grows wealthier. Increasingly, they will look to Europe to play a part in out-of-area defence, as we have recently done in the Gulf. NATO and the Western European Union have long recognised where the problems of Europe's defence lie, and have pointed out the solutions. And the time has come when we must give substance to our declarations about a strong defence effort with better value for money.

It is not an institutional problem. It is not a problem of drafting. It is something at once simpler and more profound: it is a question of political will and political courage, of convincing people in all our countries that we cannot rely for ever on others for our defence, but that each member of the Alliance must shoulder a fair share of the burden. We must keep up public support for nuclear deterrence, remembering that obsolete weapons do not deter, hence the need for modernisation. We must meet the requirements for effective conventional defence in Europe against Soviet forces which are constantly being modernised. We should develop the WEU, not as an alternative to NATO, but as a means of strengthening Europe's contribution to the common defence of the West. Above all, at a time of change and uncertainly in the Soviet Union and Eastern Europe, we must preserve Europe's unity and resolve so that whatever may happen, our defence is sure. At the same time, we must negotiate on arms control and keep the door wide open to cooperation on all the other issues covered by the Helsinki Accords. But let us never forget that our way of life, our vision and all we hope to achieve, is secured not by the rightness of our cause but by the strength of our defence. On this, we must never falter, never fail.

Mr. Chairman, I believe it is not enough just to talk in general terms about a European vision or ideal. If we believe in it, we must chart the way ahead and identify the next steps. And that is what I have tried to do this evening. This approach does not require new documents: they are all there, the North Atlantic Treaty, the Revised Brussels Treaty and the Treaty of Rome, texts written by far-sighted men, a remarkable Belgian - Paul Henri Spaak - among them. However far we may want to go, the truth is that we can only get there one step at a time. And what we need now is to take decisions on the next steps forward, rather than let ourselves be distracted by Utopian goals. Utopia never comes, because we know we should not like it if it did. Let Europe be a family of nations, understanding each other better, appreciating each other more, doing more together but relishing our national identity no less than our common European endeavour. Let us have a Europe which plays its full part in the wider world, which looks outward not inward, and which preserves that Atlantic community - that Europe on both sides of the Atlantic - which is our noblest inheritance and our greatest strength. May I thank you for the privilege of delivering this lecture in this great hall to this great college.

Met dank aan de "Margaret Thatcher Foundation" voor dit transcript van haar fameuze speech voor het Europacollege uit 1988.

Read more...

Over de "schoonheid van België"

Vandaag verscheen een gelegenheidsnummer van De Standaard, onder het motto ‘De schoonheid van België’, en samengesteld door Jan Fabre. Wat zich aandient als een politiek-correcte marketingstunt, is journalistiek een absoluut dieptepunt. Via een opdringerige beeldretoriek wordt nog maar eens de verwarring geënsceneerd tussen multiculturaliteit, de Belgische frietkotfolklore, het artistieke surrealisme en de fundamenteel ondemocratische institutionele ruïne die ‘België’ heet. Van Jacques Brel tot Marc Reynebeau, van baggerkoning De Nul tot Tia Hellebaut,- allemaal mochten ze dit verlaat 21-juli-defilé opfleuren.

Salonrebel Jan Fabre, decorateur van het Koninklijk Paleis, mocht nog eens zijn aanhankelijkheid betuigen aan de monarchie, en orakelen dat “België een kunstwerk is”.

Via platitudes als "Wanneer de Belgische politici de schoonheid zouden zien in de andere, in het onbekende, zouden ze sneller tot oplossingen komen" wordt ons nog maar eens verzocht om de vrolijke onernst van deze operettenatie te appreciëren en tot hoofdkenmerk te maken van een soort non-identiteit.

Sorry, ik kan de man af en toe wel smaken, maar ik wens niet te leven in een Fabriaans cirkus. Een staatsvorm moet niet ‘schoon’ zijn, of grappig of ludiek, maar vooral democratisch, transparant en efficiënt. We hebben al Margriet Hermans in het parlement, dat lijkt me al meer dan voldoende vrolijke onzin.

Over de foute (vooral onder paars gecultiveerde) link tussen de estethica van het surrealisme en de absurditeit van de Belgische constructie heb ik het al meermaals gehad ‘Schoonheid’ is overigens een term die helemaal niet bij Fabre’s morbide kunst past. De perversiteit van de macht wel. Ongewild geeft deze editie van DS een hallucinant beeld, van de manier hoe macht, media en establishment in elkaar vloeien tot een vettige stroop postmodern pattriotisme. Kan kunst de wereld redden? Eén ding weet ik pertinent: Fabre en Vandermeersch zullen België niét redden. Hoe hard het applaus in Laken ook klinkt.

Read more...

Zijn onze spaarcenten in gevaar? Stand van zaken over de economie (Tuur Demeester)

- een zeer mooie analyse door Tuur Demeester van het Rothbard Instituut -

Het lijkt er naar uit te zien dat binnenkort ook wij, kleine spaarders, de gevolgen van de kredietcrisis aan den lijve zullen ondervinden. En dat zouden wel eens grote gevolgen kunnen zijn. Ik ben geen expert op dit gebied, maar ik merk toch dat er veel mensen zijn op televisie en in de kranten die de diepere oorzaken van de huidige problemen niet lijken te vatten. Vandaar dit bericht.*

Wat is er nu aan de hand: de 'banken van de banken' zitten op het randje van het faillissement. Eerst was er Bear Stearns, nu Lehman Brothers en Merill Lynch. Ook de grootste verzekeraar van de wereld, AIG zit zwaar in de problemen, net zoals de vastgoed-hypotheekreuzen Fannie Mae en Freddie Mac. En dat zijn nog maar diegenen die het water zo aan de lippen zit dat ze niet anders kunnen dan hun problemen publiek te maken en om hulp te vragen. Veel experts zeggen dat dit nog maar het topje van de ijsberg is. En de crisis is wereldwijd: de Bel 20 en lokale bankaandelen swingen op en neer, Wall-Street staat in rep en roer, de aziatische beurzen zieltogen, en de Russische beurs werd zelfs tijdelijk gesloten.

Nu, als deze 'banken van de banken' failliet zouden gaan (wat nog niet gebeurd is, maar daarover straks meer), dan komen ook de gewone banken geld tekort—waardoor die uiteindelijk hun klanten niet meer kunnen uitbetalen en zelf failliet gaan. En als onze banken failliet gaan, dan betekent dat hetzelfde als wat in de jaren '30 rondom de wereld is gebeurd (toen meer dan 9000 banken failliet gingen in de V.S. alleen), of in 2001 nog in Argentinië: spaarders krijgen simpelweg hun geld niet meer terug—de spaarcenten, pensioencenten van alle klanten van de bank gaan in rook op.

Hoe is het zover kunnen komen? De clou van het verhaal zit er hem in dat banken, vooral sinds de eerste wereldoorlog, meer en meer het geld dat hun klanten aan hen in bewaring gaven ("in deposito" geven), gingen investeren in zakendeals, beleggingen, leningen aan anderen—om er winst mee te maken. Deze praktijk is niet nieuw, het is een verleiding waar bankiers in de voorbije eeuwen steeds in meer of mindere mate aan hebben toegegeven. Daardoor was er altijd het gevaar dat een bank failliet ging (in het Italië van de renaissance werd dit "banca rotta" genoemd, vandaar 'bankroet'). Als namelijk de klanten van zo'n speculerende (en dus in wezen frauduleuze) bank om één of andere reden het vertrouwen in hun bank verliezen (bv. als het gerucht de ronde doet dat ze onverantwoord met het geld van hun klanten omgaan, of dat de koning de bank gedwongen heeft hem een grote som geld "voor onbepaalde tijd" te lenen om oorlog mee te voeren), dan kan er een 'bank run' ontstaan: klanten trekken naar de bank en eisen hun geld terug. Het wordt dan duidelijk dat de bank onvoldoende geld in haar kluizen heeft zitten om haar klanten uit te betalen, en ze gaat failliet. De eersten in 'de rij' zullen hun geld nog krijgen, maar vanaf een bepaald punt is het geld gewoon op. Nu zal je misschien denken dat dit misschien in bananenrepublieken gebeurt, of honderd jaar geleden, maar toch vandaag niet meer. Wel, recentelijk, en naar aanleiding van deze kredietcrisis, is er nog een bank run geweest op Northern Rock, een Britse bank. Deze week waren er ook geruchten over een bank-run op Washington Mutual in Oregon.

De solvabiliteit van banken (de mate waarin ze 'financieel gezond' zijn) hangt dus rechtstreeks af van de relatieve hoeveelheid geld ze in hun eigen kluizen bewaren versus de hoeveelheid geld waar ze mee gaan 'spelen'. Nu is deze solvabiliteit vanaf de twintigste eeuw sterk achteruit gegaan. Banken nemen grote risico's en hebben vaak nog maar vijf of tien procent van het geld van de spaarders echt 'in kas' (zie bv hier); al de rest zit in investeringen en beleggingen, en in leningen die de bank uitschrijft aan particulieren en de bedrijfswereld. Als er dus een bank run zou komen op Fortis, ING, ABN Amro, of een andere bank, dan zou een kleine groep spaarders, die samen slechts vijf à tien procent van de uitstaande deposito's vertegenwoordigen, de bank failliet kunnen doen gaan — waardoor alle andere spaarders (die de andere 90% vertegenwoordigen) niets van hun geld zouden terugzien. Waarom gebeurt dit niet—waarom is Northern Rock bijvoorbeeld niet failliet gegaan? En, waarom nemen banken vandaag de dag zulke grote risico's?

De reden is simpel: banken nemen zulke grote risico's omdat ze denken dat ze niet failliet kunnen gaan. Banken zijn vandaag de dag immers 'ingedekt' door centrale banken. Een centrale bank noemt men 'the lender of last resort'; de plaats waar een bank die zwaar in de problemen zit, bij kan aankloppen om een lening te krijgen. Daarom is Northern Rock ook niet failliet gegaan: ze heeft aangeklopt bij de Britse Centrale Bank (Bank of England) en heeft daar "unlimited support" gekregen—een oneindige kredietlijn. En waar haalt de centrale bank hààr geld dan vandaan? Om geld bijeen te krijgen zet de centrale bankier zijn andere 'petje' op, dat van verantwoordelijke over het 'wettige betaalmiddel'. De centrale bank is namelijk ook die instelling die het monopolie heeft op de 'muntslag'—zij, en zij alleen mag geld drukken (de Federal Reserve drukt dollars, de ECB drukt euro's, de Japanse Centrale bank Yen, etc.). Als de centrale bank geld nodig heeft, dan gaat ze er eenvoudigweg bijdrukken. Ze gaat, met andere woorden, geld uit het niets creëren. Vroeger ging dat letterlijk met de drukpersen, tegenwoordig worden hiervoor ingewikkelde financiële constructies voor gebruikt, of heeft men het over 'leningen' die dan al of niet worden terugbetaald.

Wat is dus het probleem vandaag de dag? Zeer veel banken hebben de voorbije jaren (vanaf de jaren '70 is het hard beginnen gaan, en na 2001, toen duidelijk was dat centrale banken echt niet bang waren om banken in de problemen fabelachtige sommen geld te lenen, nog veel harder) onverantwoord grote risico's genomen door het overgrote deel van het geld van hun spaarders te nemen en dat geld te beleggen in onbetrouwbare financiële producten en in onstabiele organisaties. Sinds een aantal maanden begint het kaartenhuisje in elkaar te klappen, want als de ene bank in de problemen komt, zit meteen ook de andere (die leningen heeft uitstaan bij de eerste) in de slechte papieren. Steeds meer financiële instellingen kloppen dus aan bij de centrale banken om hen geld te lenen.

Het probleem is dat dat pompen van nieuw geld in de economie niet zonder gevolgen is: dat is namelijk wat men inflatie noemt. Net nog hebben De Amerikaanse Federal Reserve, de Bank of England, de Europese Centrale Bank en de Bank of Japan besloten om zo maar even bankpapieren ter waarde van 180 miljard dollar beschikbaar te stellen aan een aantal instellingen die in de problemen zitten— wat dus betekent dat het totale aanbod papiergeld potentieel toeneemt met het equivalent van 180 miljard dollar (bijna drie dollar per mens op de aardbol); en de waarde van die dollars navenant kan gaan dalen.

Misschien is het goed nog even stil te staan bij wat inflatie precies is. Laten we ons een kleine economie inbeelden, waar pakweg 100 euro in omloop is, en 10 goederen in aanwezig zijn. In zo'n mini-economie zullen die 10 goederen elk gemiddeld 10 euro kosten. Stel dat daar nu een bank opstaat die zegt dat iedereen voortaan moet betalen met euro's (euro's worden het 'wettig betaalmiddel') en dat alleen zij het recht heeft om euro's te drukken. Wat gebeurt er nu als die centrale bank (want dat is ze dan) nog eens 100 euro bijdrukt en die ook gaat uitgeven ('in de economie pompt')? De totale geldhoeveelheid in onze economie is verdubbeld, en elk van de 10 goederen kosten nu gemiddeld 20 euro. Alles is dus dubbel zo duur geworden! Dat betekent dat de mensen met hun spaargeld, of met het loon dat ze verdienen, nog maar de helft kunnen kopen van wat ze in de periode vòòr de inflatie konden kopen. Meer geld in de economie zorgt dus voor een constant stijgend prijspeil, en dat is precies wat we de laatste maanden steeds sterker merken als we gaan winkelen en onze auto voltanken: de spullen die we kopen worden steeds duurder, niet omdat er minder spullen zijn, maar omdat er steeds meer geld in omloop komt. Inflatie is dus een geweldig krachtig mechanisme dat de welvaart in een samenleving herverdeelt, van de mensen die 'oud geld' bezitten, verdienen of bewaren, naar de mensen die 'nieuw geld' creëren, ontvangen of uitgeven.

Terug naar de centrale banken. Die zitten nu met de handen in het haar: enerzijds zien ze reusachtige financiële instellingen die dreigen failliet te gaan—wat een ramp zou betekenen: miljoenen gezinnen die hun spaargeld en pensioengeld dreigen te verliezen, beleggers die hun investeringen kwijtraken, duizenden en duizenden ontslagen in de banksector, en anderzijds, een klein beetje verderop, dreigt het spook van de hyperinflatie.

Immers, als de mensen hun vertrouwen in het geld verliezen (en dat is niet zo denkbeeldig, gezien de reusachtige sommen nieuw geld die de centrale banken bijdrukken, waardoor de spaarcenten, lonen en pensioenen van de mensen steeds in waarde afnemen) dan zouden ze dat geld wel eens kunnen beginnen verkopen tegen kapitaal dat hopelijk iets stabieler van waarde is. Als meer en meer mensen hun geld verkopen, betekent dat een stijgend aanbod en een dalende vraag, waardoor de waarde van het geld nog veel harder zal gaan dalen. (Dat is bijvoorbeeld wat de Chinezen nu overwegen met de dollar) Nu, zoals ik zei, dat is een spook dat iets verderop ligt, en het lijkt dan ook waarschijnlijk dat de centrale banken nog een tijdje door zullen gaan met geld drukken om te lenen aan de financiële instellingen. Zo heeft de Amerikaanse centrale bank net de criteria voor banken om een lening te kunnen krijgen, lager gesteld, en net nog heeft de Amerikaanse overheid aangekondigd een 'noodfonds' van mogelijks honderden miljarden dollars aan te leggen. Veel economen en beleggers pleiten ervoor om dat vooral te blijven doen (bv. Paul Degrauwe hier), want het geeft "vertrouwen" op de beurs. Maar op termijn is dit natuurlijk niet houdbaar (het betekent steeds toenemende inflatie) en het zorgt voor grote onstabiliteit op de markten.

Of we hier niet veilig zitten binnen de eurozone? Ik weet het niet. De solvabiliteit van onze banken is, voor zover ik weet, gemiddeld niet veel hoger dan die van de overzeese banken. En de krantenkoppen van de laatste weken illustreren dat ook onze banken niet veel nodig hebben om te beginnen wankelen. Inderdaad, de bankdirecteurs beweren bij hoog en laag dat hun instellingen solvabel en stabiel zijn. En het is ook zo dat financiële adviseurs benadrukken dat we 'vertrouwen' moeten hebben in de banken, dat dan alles weer goed komt. Maar hoe zouden we zelf zijn? Als je als bankdirecteur toegeeft welke paniek er in de hoogste regionen van je organisatie heerst, dan keldert je aandeel dezelfde dag nog en gaan al je klanten zich reppen om hun spaarcenten uit je bank weg te halen. En indien je als financieel adviseur, iemand met 'vested interests' in de financiële aandelenmarkten, een publiek of een journalist toespreekt, dan wil je ook misschien niet meteen zeggen dat de beurs en het bankwezen momenteel een ècht onzekere, onstabiele plaats is om met je kapitaal te gaan investeren; als iedereen je advies opvolgt en wegvlucht uit de aandelen zal je mogelijks met een heleboel kwade klanten te maken krijgen die wèl nog aandelen hadden uitstaan (die je hen misschien eerder had aangeraden te kopen) en die nu waardeloos zijn geworden. Het lijkt me dus mogelijk is dat ook hier in Europa grote financiële koppen zullen rollen.

En het inflatiespook dan? Het klopt dat de primaire doelstelling van de Europese Centrale Bank "het behoud van de prijsstabiliteit" is, maar daar lijkt jammergenoeg, met de zogenaamde "financiële injecties" van het laatste jaar, niet zoveel van in huis te komen. De werkelijke inflatie in Europa lijkt dan ook behoorlijk wat hoger te liggen dan de gepubliceerde cijfers—zoals bijvoorbeeld in dit (overigens erg aan te raden) interview op RTL Z wordt aangekaart.

Wat betekent dit alles nu voor mensen die geld hebben 'geleend' (een zichtrekening is eigenlijk ook een lening, aangezien de bank dat niet netjes in zijn kluis laat zitten) aan de bank? Het lijkt me dat het ofwel heel snel fout zal gaan—banken gaan failliet en mensen krijgen hun geld niet terug**—ofwel, en waarschijnlijker, zal het langzamer gaan, zullen de centrale banken doorgaan met nieuw geld bijmaken en zal de waarde van ons geld steeds meer zakken. Moraal van het verhaal lijkt me dus om je kapitaal vooral niet te beleggen in papiergeld. (Misschien zijn hier mensen met goede ideeën over wat je er dan wel best mee kan doen.)

Hoe het ook zij, het is duidelijk dat we bijzonder ongewone tijden tegemoet gaan. Als Alan Greenspan, één van de beroemdste financiële experts ter wereld en bijna twintig jaar lang voorzitter van de Amerikaanse centrale bank, zegt: "this is by far the worst economic crisis I have seen in my career. . . . Let's recognize that this is a once-in-a-half-century, probably once-in-a-century type of event.", dan is er waarschijnlijk iets aan de hand...

Tuur Demeester,

bestuurslid van het Murray Rothbard Instituut


*oorspronkelijk een persoonlijk email, op vraag herwerkt voor online publicatie.
**Het is wel zo dat spaarrekeningen onder de 20.000 euro verzekerd zijn door "het beschermingsfonds voor deposito's en financiële instrumenten'. Deze instelling zou over een fonds van € 765 mijoen euro beschikken, wat betekent dat daarmee tot 38250 vergoedingen van 20.000 euro zouden kunnen worden uitgekeerd.

Read more...

18 september 2008

Tom Naegels doet vrijuit zijn zegje (vpmc)

Wat Tom Naegels, voorafgaand aan zijn interview, sterk interview met Dyab Abou Jahjah, in De Standaard vertelde over het proces is juist, maar tegelijk ook perfide.

Tenzij ik me geweldig in de luren laat leggen, lijkt dit proces de laatste uitloper van de merkwaardige hetze die in 2002-2003 tegen de Arabisch-Europese Liga en haar voorzitter gevoerd werd, een beschamende periode voor de Vlaamse politiek en journalistiek, toen zelfs de wildste geruchten voor waar aangenomen werden, en door burgemeesters, premiers en hoofdredacteurs verspreid.
Dat wordt nu vrij algemeen erkend, al heeft niemand van de betrokkenen ooit zijn eigen fouten toegegeven.
Naegels valt blijkbaar nogal over het ronduit antidemocratische gedrag van politici en journalisten, ten tijde van Verhofstadt.
Dat vallen doet hij terecht natuurlijk, maar naar mij voorkomt ook zonder enig gevaar op een schrammetje. Het is om te beginnen niet de eerste keer dat hij van zijn krant die rol van kleine stoute dissident mag spelen. Wellicht beschouwen zij hem daar als een soort verzekeringspremie tegen wat hun échte Wetstraatjournalisten allemaal uitvreten of uitvraten, ik bedoel Brinckman en consorten.

tiens, nu ik aan dat stuk ongeluk denk: hoe zou het onze Bart nog vergaan? we lezen hem zo weinig; ook op het scherm begin ik zijn verschrikte blik bijna te missen; is hij op retraite? op boetetocht naar Compostela?

Maar goed, Naegels geeft eerlijk toe dat ook zijn eigen krant in de slag was met de toenmalige machthebber. Hij komt niet voor de dag met – op zijn Fernand Koekelbergs – met zulke dingen als "er is mogelijk een inschattingsfout gemaakt". Naegels zegt duidelijk dat er oneerlijkheid of onbekwaamheid in het spel was, en dat is mooi ...maar de Ouden al wisten dat men ook de waarheid kan liegen.

Alles is een kwestie van timing, en dan is de vraag waarom Tom deze pijnlijke kwestie juist nu te berde kan brengen. Misschien dat zijn bekentenis de machthebbers van de huidige dag, en de politieke noden van dit moment dient? Van een kwaliteitskrant mag je tenslotte ook in de volgzaamheid enige consequentie verwachten.

Toms gebogen rugje blijkt voor mij uit zijn krom taalgebruik. Sommige feiten worden “vrij algemeen erkend” nu, schrijft hij bijvoorbeeld. Ja, wie kan het zonlicht loochenen?
Maar bijtijds iets beseffen, en het bij naam noemen, daar komt het op aan,Tom, dát is journalistiek. En wie dat op het gepaste moment wel beseften toen, waren enkel een paar bloggers, plus vanzelfsprekend de gewone burgers. Iedereen met andere woorden, behalve de mee-eters van journalisten.
Tom heeft het verder over een beschamende periode voor de Vlaamse politiek en journalistiek. Dat zinnetje verraadt meteen waarom zijn pseudo-auto-kritisch geschrijf nu ineens kan, in de krant van marketeer Vandermeersch.
Waarom toch brave Tom, gebruik jij plots het adjectief "Vlaams", dat bij mijn weten niet in jouw mond bestorven ligt? .Was het dan geen federale materie, toen Verhofstadt, als hoofd van de Uitvoerende Macht (laten wij die Coburg even buiten beschouwing) in het Parlement verklaarde dat de Rechterlijke Macht stappen zou ondernemen tegen een Belgische staatsburger?
Of vind je dat de Soir en de Libre zich gunstig onderscheiden hebben toen?
.

Labels: , ,

Read more...

Drop the dead Italian

Op 13 september j.l. ontving Filip Dewinter in Firenze de 'Oriana Fallaci'-prijs 'omwille van de moed waarmee hij oproeit tegen de vloedgolf van de politieke correctheid’.

Oriana Fallaci, overleden in 2006, was een Italiaanse oud- verzetsstrijdster, journaliste en publiciste, die zowat alle groten der aarde aan een diepte-interview heeft onderworpen, en op het einde van haar leven enkele spraakmakende islamkritische boeken publiceerde.

Voor zover ik kan nagaan heeft geen enkele Belgische krant, weekblad, radio- of TV-zender melding gemaakt van de prijsuitreiking. Ik kan dat moeilijk anders kwalificeren dan als een vorm van (auto)-censuur die deel uitmaakt van het globale democratisch deficit in dit land. Men moet geen fan van Dewinter zijn, om vast te stellen dat we hier met desinformerende journalistiek te maken hebben, gericht op een politiek-correcte uitfiltering van nieuwsitems. Het weggommen van Fallaci, een absoluut journalistiek icoon uit de vorige eeuw, omwille van een ‘foute’ laureaat, is daarbij grotesk en lachwekkend.

Het is ongeduldig wachten op een nieuw persinitiatief dat dit soort blunders afstraft én rechtzet. Kom terug, Anthierens, waar ge ook zit, het is vergeven en vergeten...

Read more...

Only government can keep airlines safe and honest (Vincent De Roeck)

“Unless the government watches closely, the airlines will kill you.” That seems to be what news reporters, aviation pundits and politicians believe, especially in the aftermath of recent events like the crash of the Spanair McDonnell-Douglas at Barajas Airport in Madrid, the emergency landings of Ryanair and Jetairfly aircrafts at Brussels South and Brussels National airports respectively, the crash of the Kalitta Air cargo jumbo at the same airport, the bankruptcy of the holiday airline Futura which was known for its below-average level of maintenance, or the panicking revelations by US Airways personnel that the troubled carrier was reducing overall maintenance expenditure during the busy summer months. “The result of inspection failures and enforcement failure by the Federal Aviation Administration has meant that aircraft have flown unsafe, un-airworthy and at risk of lives,” said U.S. Congressman James Oberstar last week before the House Transportation Committee of whom he is the long-time chairman. U.S. Senator Hillary Clinton clamoured in an interview during the Democratic National Convention in Denver that “the FAA has clearly displayed a dangerous and cavalier lack of regard for tough safety enforcement.” Lou Dobbs of CNN wondered a couple of days ago “whether airlines are putting profit ahead of passenger safety.” And the same kind of we-need-government populism can also be detected among politicians and opinion makers in my home country as well.

Let me get this straight. The only reason airlines care about safety is because of the FAA? So without government, multibillion-dollar companies would jeopardize millions of passengers by unsafely flying $50-million airplanes? The media and politicians suggest that airlines would cut corners to make money, but how would that work exactly? Crashing airliners is a route to bankruptcy, not profits. But air-travel safety has joined mortgage defaults and global warming as “crises” of the month. Populists in politics and the media get attention by scaring people into thinking the skies are dangerous. The politicians want more power and attention; the clueless media are genuinely scared. The latest “crisis” was launched when the FAA fined Southwest Airlines, which has an excellent safety record, $10.2 million for missing inspection deadlines. When Representatives of both major parties criticized the FAA for being too close to the airlines, the agency sprung into overreaction. An industry-wide audit commenced in the spring, and FAA inspectors were set about finding something (anything) to show that the agency is up to the job of enforcing federal requirements to the letter.

One result of this typical overreaction of a bureaucracy in the face of state criticism was the cancellation of 3,300 American Airlines flights and the stranding of 250,000 passengers over several days while 300 McDonnell-Douglas airplanes were grounded so their wiring could be inspected. American Airlines then did something rare and even heroic. It criticized the agency that regulates it for suddenly changing inspection procedures in ways that have little to do with safety. “We don't know what the rules are,” confessed a technical crew chief for avionics to the “Wall Street Journal” that same week. “Some rules even contradict each other,” said another in the “New York Times”. In the wake of the FAA inspection commencement, independent specialists were hired by American Airlines, including several former executives of the National Transportation Safety Board, to make it clear for once and for all that the FAA was wrong in grounding these well-maintained MD-80s. The conclusions of this independent inspection team were clear and simple: “These airplanes could have flown for the rest of their careers and those wires would not have been a problem.” The FAA never listened to this report and conducted its own investigation. But even until now, we have never heard anything from the outcome of that investigation. This refusal to publish their findings proves our point in a way beyond expectations.

Libertarian syndicated columnist and ABC News TV host John Stossel wrote the following argument down on his website: “What about alarmist claims that the FAA has been lax in enforcing its own procedures? If the claims are true, then where are the bodies? The best evidence that FAA enforcement is unnecessary is to assume it has been lax - and then to note that airline travel, though busier than ever, has never been safer. We need to rethink the premise that government inspections keep us safe.” Stossel also published a link to a study conducted by Clifford Winston and Robert W. Crandall of the Brookings Institution. They claim that “the fundamental problem with most regulation is that the regulatory agency does not have sufficient information, flexibility and immunity from political pressure to regulate firms' behavior effectively.” And they continue in their report that, “fortunately, the market, and in some cases the liability system, provide sufficient incentives for firms to behave in a socially beneficial manner.”

John Stossel, whose opinions in “The Freeman” and “Reason” magazines, in cyberspace or elsewhere, are always tremendously written and quite comprehensive, although fully readable because of their overall simplicity, ends the above mentioned blogpost by asking a few rhetorical questions on this issue. “Suppose that all government regulation of airlines were abolished today. Don’t you suppose that airline executives would tomorrow fire all inspectors and maintenance crews, indifferent to the prospect of losing multimillion-dollar assets in fiery crashes? Don’t you see that airlines with poor safety records would have difficulty attracting customers? Aren’t you unaware that airlines' insurers have ample incentives to work closely with airlines at keeping air-travel safety at optimal levels? In short, are you really so dimwitted to think that airlines will be safe only if they are regulated by government?”

My answer is slightly different than Stossel’s. Yes, I fear most of our politicians are, and sadly, many ordinary citizens tend to belief their government over their own experience and rationale.


Meer libertarische commentaren op http://www.johnstossel.com.
Meer teksten van Vincent De Roeck op http://www.libertarian.be.


Read more...

17 september 2008

Dewael als kruier (vpmc)

.
Met alles wat wij de laatste maanden in de Belgische politiek hebben meegemaakt, beste lezer, heb ik er begrip voor als u even geen zin meer hebt in nog een stukje daar bovenop, bijvoorbeeld over die drie enge wijven die wij allemaal pas leerden kennen.
En ook niet in een stukje over de fake overlegcommissie waar Bourgeois nu in mag zitten.
Ik zal het dus enkel hebben over Patrick Dewael, en over mannelijk eergevoel.
In geen geval over moraal, want dat is een vervelend begrip dat in de politiek trouwens niet speelt. L’honneur est plus exigeant que la morale, zei een Fransman en hij had gelijk.

Eergevoel is een teer begrip. Ik ben toevallig de autobiografie aan het lezen van de stierenvechter Juan Belmonte (1892-1962), volgens vele kenners de grootste die er ooit is geweest. Hemingway wijdde twee boeken aan hem, Death in the Afternoon, en The Sun also rises.
Zijn eigen boek dicteerde Belmonte in 1936 aan de journalist Manuel Chaves Nogales, en de Franse vertaling daarvan verscheen in 1990 bij Verdier : .Juan Belmonte, matador de taureaux.

Belmonte was een straatarme zigeunerjongen die, zoals hijzelf zegt, zijn volledige academische opleiding genoot tussen zijn zesde en zijn achtste. Hij kende veel honger, en had enkel zijn grote eergevoel en zijn doodsverachting.
Toen hij als kleine jongen ooit betrapt werd op de diefstal van een sloep (die hij nodig had om over te steken naar een domein waar stieren stonden) en plots op zijn borst het pistool zag van een bewaker die hem toeriep: “Tu fais partie de ces salauds qui me volent la barque”, antwoordde de kleine Juan, met een kalmte die hijzelf niet begreep: “Et vous, qui êtes-vous pour me tutoyer?” De bewaker liet hem gaan.

Belmonte wordt later beroemd in heel Spanje en ver daarbuiten, en zo wordt hij gevraagd voor vetbetaalde corrida’s in Mexico. Hij beschrijft zijn overtocht per stoomboot (we zijn nog vóór 1914) en zijn aankomst, eerst in Cuba.

Mon premier contact avec les habitants de l’île fut surprenant. Au port, j’avais confié ma valise à un grand porteur noir. Je ne sais quelle maladresse il commit, qui m’irrita. Je l’engueulai sévèrement. À ma grande surprise, ce type imposant, avec des pommettes saillantes qui lui donnaient l’air féroce, se mit à pleurer comme un faible bambin. Il voulait me baiser les mains, comme un chien lèche son maître pour calmer sa colère. Une fois de plus, je restai perplexe. Il existait donc des hommes qui acceptaient de s’humilier de la sorte !

Mijn eerste contact met de eilandbewoners was vreemd. In de haven had ik mijn valies aan een grote zwarte kruier toevertrouwd. Ik weet niet welke stommiteit hij uithaalde die mij ergerde. Ik kafferde hem behoorlijk uit. Die kerel kwam er imposant voor, en met zijn uitspringende jukbeenderen zag hij er woest uit, maar tot mijn grote verbazing begon hij als een slap ventje te schreien. Hij probeerde mijn handen te kussen, zoals een hond zijn meester likt, om die tot bedaren te brengen. Dat bracht mij nog meer van mijn stuk. Er bestonden dus mannen die bereid waren om op zo'n manier door het stof te gaan!


Maar goed, na dit romantische intermezzo denken wij zoals beloofd aan de iets minder prominente jukbeenderen van Dewael.

Belmonte, die zijn weggelopen kameraadjes in bescherming had genomen tegen die bewaker, omdat hijzelf het beneden zijn waardigheid oordeelde om zijn pas te versnellen, steekt naar mijn oordeel toch wat schril af bij onze Patrick, die al snotterend zijn trouwe kabinetskameraadjes verraadt.

Welke handen wil deze brave jongen allemaal wel kussen?
Die van Marie Arena, dat kan ik aannemen, maar mij geeft hij de indruk dat hij nog bereid is om de hele P.S.-top af te likken.
.

Labels: , ,

Read more...

John McCain en Barack Obama kunnen misschien toch niet in Texas opkomen in november!

Gisteren diende de Libertarische presidentskandidaat Bob Barr een verzoekschrift in voor de Texaanse rechtbanken om John McCain en Barack Obama van het stembriefje te halen in november. Beide waren te laat met hun registratie en overtraden zo de lokale wetgeving.

http://www.bobbarr2008.com/press/texas-lawsuit/

Bob Barr, the Libertarian Party's nominee for president, has filed a lawsuit in Texas demanding Senators John McCain and Barack Obama be removed from the ballot after they missed the official filing deadline. "The seriousness of this issue is self-evident," the lawsuit states. "The hubris of the major parties has risen to such a level that they do not believe that the election laws of Texas apply to them."

Texas election code §192.031 requires that the “written certification” of the “party’s nominees” be delivered “before 5 p.m. of the 70th day before election day.” Because neither candidate had been nominated by the official filing deadline, the Barr campaign argues it was impossible for the candidates to file under state law.

"Supreme Court justices should recognize that their responsibility is to apply the law as passed by the Legislature, and the law is clear that the candidates cannot be certified on the ballot if their filings are late," says Drew Shirley, a local attorney for the Barr campaign, who is also a Libertarian candidate for the Texas Supreme Court.

A 2006 Texas Supreme Court decision ruled that state laws "does not allow political parties or candidates to ignore statutory deadlines."

Orrin Grover, attorney for Bob Barr and Wayne Root, said that he believes that the Texas Secretary of State is bound by Texas law to remove the Republican and Democratic nominees from the November ballot. "Either we have rules and deadlines, or we do not!"

The Chairman of the Texas Libertarian Party, Pat Dixon stated, "Libertarian principles require personal responsibility for your acts and failures. Obama and McCain failed to meet the deadlines. They must follow the law like everyone else."

The petition also alleges that the Democratic Party's late presidential filing falsely claimed under oath that Senator Obama had been nominated hours before the nomination actually occurred.

"The facts of the case are not in dispute," says Russell Verney, manager of the Barr campaign. "Republicans and Democrats missed the deadline, but were still allowed on the ballot. Third parties are not allowed on the ballot for missing deadlines, as was the case for our campaign in West Virginia, yet the Texas secretary of state's office believes Republicans and Democrats to be above the law."

Barr will be holding a press conference this Thursday at the Texas Supreme Court at 11:00 a.m. Libertarian Party presidential candidate Bob Barr represented the 7th District of Georgia in the U. S. House of Representatives from 1995 to 2003.

Read more...

16 september 2008

België is de 2de grootste nettobetaler van de EU

http://www.money-go-round.eu/
België is de tweede grootste nettobetaler van de Europese Unie.
Enkel Nederland doet slechter. In % van BNP gemeten wel te verstaan.
(Hat tip: Pieter Cleppe)

Read more...

Wat literatuur ...

Voor de lezer die erin geïnteresseerd is te weten waar ik me de laatste maanden op "rechtswetenschappelijk" gebied zoal mee beziggehouden heb (behalve les geven en syllabi voor mijn vakken bijwerken), hier enkele gegevens.

In januari verscheen eindelijk na vele jaren hard werk de "interim versie" van ons ontwerp voor een Gemeenschappelijk Referentiekader voor europees verbintenissenrecht: Principles, Definitions and Model Rules of European Private Law - Draft Common Frame of Reference (DCFR), edited by Christian von Bar, Eric Clive and Hans Schulte-Nölke and Hugh Beale, Johnny Herre, Jérôme Huet, Peter Schlechtriem†, Matthias Storme, Stephen Swann, Paul Varul, Anna Veneziano and Fryderyk Zoll. Het is te vinden op http://www.storme.be/DCFRInterim.html. Het definitief ontwerp verschijnt begin 2009.

Verder ben ik er eindelijk in geslaagd om de uitgeschreven tekst van enkele lezingen op punt te stellen. Dat betreft op de eerste plaats een lezing over mensenrechten, die U elders op deze blog vindt: "Tegendraadse bedenkingen betreffende de invulling van de mensenrechten", een lezing uit februari 2008 aan de Universiteit Antwerpen in een lezingenreeks naar aanleiding van 60 jaar Universele verklaring voor de rechten van de mens (1948-2008).

Vervolgens de Engelse versie van een lezing aan de Karlsuniversiteit van Praag in december 2007 over nogal complexe vragen van privaatrecht: "The structure of the law on multiparty-situations in the Draft Common Frame of Reference". Het colloquium kaderde in een reeks colloquia die de uitwisseling van ideeën tussen juristen uit Tsjechië en andere Europese landen tot doel had in het kader van de hercodificatie van het Tsjechische burgerlijk wetboek. De tekst is nog niet elektronisch beschikbaar, maar zal ook wel op mijn thuisblad verschijnen.

Verder diende ik op een colloquium in Trier in maart stelling te nemen in een debat over de inhoud van het ontwerp voor een Gemeenschappelijk Referentiekader voor europees verbintenissenrecht, wat ik dan maar op de mij eigen scherpe manier heb gedaan ("trenchant" zei een Engelse luisteraar me achteraf). De tekst heet "Une question de principe(s) ? Réponse à quelques critiques à l’égard du projet provisoire de « Cadre commun de référence »", en is nu te lezen in ERA-Forum 2008 nr. 3 en op http://storme.be/ERA-ForumTrier2008.pdf.

Een update van een artikel over contractsvrijheid werd gepubliceerd in TSAR (Tydskrif vir die Suid-Afrikaanse Reg/Journal of South African law) 2008-2, p. 179-195. Het artikel is ook te vinden "Freedom of contract, mandatory and non-mandatory law in European contract law". De samenvatting luidt als volgt: Deze bijdrage ontstond in het debat dat in de Europese rechtswetenschap wordt gevoerd betreffende de noodzaak, de omvang en de inhoud van een uniform of minstens geharmoniseerd contractenrecht in Europa. Ze behandelt één enkel thema, namelijk de diverse vormen van regels die de contractsvrijheid beperken.
In een eerste deel wordt ingegaan op de vragen naar het nut of de noodzaak van een harmonisatie van dergelijke regels. Daarin wordt gepleit voor een uniforme modelwet die als uitgangspunt zou fungeren voor het nationale recht, maar de nationale wetgever de mogelijkheid laat daarvan af te wijken door middel van een uitdrukkelijke bepaling.
In een tweede deel wordt een overzicht gegeven van regels van die aard in het op 1 januari 2008 gepubliceerde ontwerp van Gemeenschappelijk Referentiekader voor een europees contractenrecht en kritisch ingegaan op sommige van die regels. In het bijzonder wordt ingegaan op de voorgestelde regel die de nietigheid uitspreekt van contracten voor zover dit vereist zou zijn ter bescherming van fundamentele rechtsbeginselen en vervolgens op de invoering van discriminatieverboden in het contractenrecht.

Verder heb ik een rapport dat ik met collega Heirbaut in 2006 in het Engels schreef over "De Belgische rechtstraditie" (voor het wereldcongres van de Academie voor rechtsvergelijking) in het Nederlands vertaald en bijgewerkt. De tekst is nu te vinden op http://storme.be/heirbaut&storme,debelgischerechtsraditie.pdf. De lezer moet wel weten dat de keuze van de behandelde themata grotendeels bepaald is geworden door de vragen die de auteur van het vergelijkend syntheserapport daartoe had gesteld; de vragenlijst is bijgevoegd. De oorspronkelijke Engelse versie is te vinden op http://www.storme.be/heirbautstorme.html. De aangevulde Nederlandse versie bevat wel nog wat "gevoelig" materiaal in verband met communautaire verhoudingen en juridische strategie, waarover ik het ook reeds had in mijn artikel "De Maskers Vallen Af: Het Gaat (ook) om Ordinaire Gebiedsroof" in juni jl.

Op 12 september gaf ik het syntheserapport op het Colloquium "Civiel beleid in België", Instituut voor rechtsgeschiedenis Universiteit Gent, over het beleid van meer bepaald het Belgische ministerie van justitie inzake wetgeving en privaatrecht van 1831 tot nu. Daarvan zal er wellicht nooit een uitgeschreven versie komen.

Verder was me gevraagd een artikel met enkele algemene kritische beschouwingen over contractenrecht te schrijven als voorwoord bij een bundel met de tekst van lezingen die gehouden worden op een Studiedag in gent op 23 oktober a.s.; de bundel verschijnt als nr. 2 van de jaargang 2008 van het tijdschrift voor privaatrecht en mijn voorwoord "Het contractsbegrip op dieet ?" is alvast in "preview" te vinden op http://www.storme.be/contractsbegripopdieet.pdf.
Read more...

Olympische Spelen waren andermaal schaamlapje voor totalitarisme (Vincent De Roeck)

Nu de Olympische Spelen al weer enkele weken achter ons liggen en het normale leven in Peking stilaan hervat kan worden, vind ik de tijd gekomen om ook mijn licht even over deze gebeurtenis te werpen. Zoals de lezers van deze blog misschien nog wel weten, was ik een voorstander van het boycotten van deze Olympiade. En vandaag, 43 wereld- en 132 Olympische records verder, blijf ik nog steeds bij die persoonlijke opvatting van mij. Nog steeds vind ik de deelname van Palestina aan de Spelen totaal misplaatst, net als het wangedrag van de Chinese Volksrepubliek in de laatste jaren. Het argument van de Chinese Communistische Partij dat de OS niets met politiek van doen zouden mogen hebben, vind ik ronduit belachelijk, des te meer omdat ook communistisch China in het verleden vaak om politieke redenen haar kat gestuurd heeft naar andermans Olympische Spelen. China onteigende duizenden families, legde de burgerrechten van haar inwoners tijdens de OS nog meer dan anders aan banden, dreigde haar bevolking met monsterlijke strafmaatregelen af om zich “te gedragen” en spendeerde in totaal 42,2 miljard USD aan de organisatie van deze Olympiade. Dit laatste komt neer op de som van de zes eerdere Olympiades samen.

Het Britse magazine “The Economist” stelde vlak na het einde van de Spelen dan ook onomwonden: “De OS waren zo goed als de Chinese apparatsjiks maar konden hopen. De ceremonies waren spectaculair, de stadions degelijk, de medaillewinst voor China ongeëvenaard en de boycotdreiging bleek uiteindelijk impactloos. Maar na een maandenlange verlamming van de Chinese politiek en de verspilling van tientallen miljarden USD is onze conclusie toch de volgende: het was het allemaal niet waard!” Persoonlijk deel ik de conclusie van “The Economist” volledig, ook al staat deze in schril contrast met de odes van politici en andere tenoren uit de sportwereld, zoals IOC-voorzitter Jacques Rogge. Die laatste noemde de Olympische Spelen “buitengewoon” en kon de communisten maar niet genoeg bejubelen. Zelfs na de tonnen kritiek op alles wat ook maar enigszins bekritiseerd kon (mocht?) worden, bleef hij vasthouden aan zijn beslissing om de Spelen aan de Chinese Volksrepubliek toe te kennen, en achteraf liet hij zich ontvallen “nooit enige spijt of twijfel gehad” te hebben over de succesvolle kandidatuur van Peking. Een communistisch regime legitimeren, daar is in de ogen van een Rogge of een Yves Leterme nu eens echt niets twijfelachtigs aan.

China wou de Olympische Spelen gebruiken om zichzelf te bewijzen als valabele wereldspeler en dat is hen in hun ogen zeker gelukt. Maar de andere kant van de medaille werd onderbelicht in het Westen. China beloofde wel een verbetering van de mensenrechtensituatie in het land, maar deed uiteindelijk bitter weinig. De Oegoeren en de Tibetanen worden nog steeds vervolgd. De willekeurige onteigeningen blijven nog steeds doorgaan. De corruptie en het nepotisme vieren nog steeds hoogtij. Elke aardschok of regenbui brengt nog steeds massa’s ellende met zich mee door de alomtegenwoordige bouwmaterialenfraude. Religieuze en politieke bewegingen worden nog steeds onderdrukt, eigendomsrechten worden nog steeds miskend, Taiwan wordt nog steeds als afvallige provincie beschouwd, het internet en de media worden nog steeds gecensureerd, machtsmisbruik door lokale partijbonzen is nog steeds schering en inslag, en zelfs de uitvoering van de duizenden doodstraffen elk jaar werd na de Spelen opnieuw opgestart. Tony Blair bewees dan ook zijn naïviteit door in begin september in de “Wall Street Journal” te spreken van een “new epoch” als gevolg van de OS en de weinige Chinacritici “blatant ignorance and irrational fear” te verwijten.

De Chinese leiders gaven garanties dat hun land klaar is voor nieuwe politieke ideeën, maar hun drang naar almacht en volledige controle bleef onveranderd. Drie parken in Peking werden voorbehouden voor betogingen, maar geen enkel van de 79 aanvragen werd ingewilligd. Twee oude-van-dagen in hun zeventiger jaren die het aandurfden de overheid te contacteren met de vraag voor een eerlijke schadevergoeding voor de onteigening van hun huizen werden arbitrair gestraft met één jaar dwangarbeid in een werkkamp. Alle beelden werden met enkele minuten vertraging uitgezonden om eventuele protesten te kunnen wegmaskeren. En ook bedrog schuwden de Chinezen niet. Tienduizenden opgevorderde vrijwilligers moesten de lege plaatsen in de stadions opvullen. Het zangeresje van de openingsceremonie bleek niet echt de zangeres te zijn maar een playbackster van andermans werk. Het vuurwerk van de ceremonies bleek in de foto’s en beelden grotendeels getrukeerd te zijn. De jurysporten waren doorgestoken kaart en Chinese turnsters werden steevast beloond met gouden medailles, ook al vielen zij bijvoorbeeld tijdens hun oefeningen. Enkele chronofouten deden aardig wat mensen tenslotte ook nog twijfelen aan de accuraatheid van de metingen, net als het abnormaal hoge aantal nieuwe records op zich.

Zonder de atletiek met Kim Gevaerts viertal en Tia Hellebaut op de laatste twee dagen van de Spelen, hadden de Belgen nog het meeste kans op een medaille met uitgeweken Hollander Jos Lansinck. Tien jaar geleden kwamen onze sporters nog naar huis met zes medailles, nu nog amper met twee. En deze wanprestaties kregen afgelopen week zelfs een schijnwetenschappelijk staartje: de VUB bewees via één van haar onderzoeken dat het Belgische sportbeleid abominabel slecht is en niet kan concurreren met de buurlanden. De analyse is mijns inziens correct, maar de oplossingen zijn dat niet. De VUB pleit immers voor meer overheidsinvesteringen in infrastructuur, sportonderwijs en topsport. Dit is in mijn ogen al even grote kwatch dan het gepaai van communisten door Rogge en consorten. Topsport kan alleen maar ontstaan als men het bedrijfsleven mee aan boord krijgt, en daarvoor heb je nu net geen overheid nodig, maar lage belastingen en een niet opgedrongen “social responsibility”. Bedrijven hebben belang bij aanzien in een samenleving en vaak dragen investeringen in de sportwereld daartoe bij. In plaats van alweer meer geld te gaan versmossen via de centrale planning van sportpromotie zou de Belgische overheid, net zoals in de Verenigde Staten, beter de regelneverij en de belastingen op bedrijven terugdringen en het bedrijfsleven zo aansporen om meer in sport te gaan investeren. Op termijn is dit immers de enige duurzame oplossing.

Op vlak van sportprestaties hebben wij als Belgen natuurlijk weinig recht van spreken, maar toch. De Chinezen mogen dan wel trots zijn op hun gouden medailles, voor échte prestaties moesten we toch elders zijn. Usein Bolt werd de nieuwe “snelste man van de wereld” in de atletiek en Michael Phelps werd de “grootste Olympiër aller tijden”. De VS behaalden meer medailles, en dit in beter bezette sportdisciplines, dan de Chinezen, die hun gouden plakken uitsluitend wonnen in de sporttakken waar vroeger de Oostbloklanden goed in scoorden. Sporten zoals worstelen, turnen en gewichtheffen vergen nu éénmaal geen enkel talent maar alleen wat oefening, en dat is nu net wat communistische regimes perfect kunnen regelen. China, net zoals Roemenië onder Ceaucescu, Joegoslavië onder Tito of de USSR onder Chroetsjov vroeger, dwingt onderdanen van kindsbeen af in bepaalde sporten en laat hen van ’s ochtends tot ’s avonds onafgebroken trainen, hun ganse jeugd door. Op die manier is het niet moeilijk een paar goudenmedaillewinnaars voort te brengen natuurlijk. Maar ten koste van welke prijs? Het opofferen van burgers voor de manifestatiedrang van de leiders is enkel maar mogelijk in totalitaire staten, en op deze regel is China zeker geen uitzondering. En wat hebben wij tegen dit alles ondernomen? Niets. Wij hebben dit circus gelegitimeerd door er aan deel te nemen en er belang aan te hechten, net zoals 72 jaar geleden. De OS van 2008 in Peking zullen immers de geschiedenis ingaan als een modernere versie van Berlijn 1936. En ook toen hadden we het zogezegd allemaal niet zien aankomen…


Meer over de Chinese Olympiade op www.beijing2008.cn.
Meer teksten van Vincent De Roeck op www.libertarian.be.


Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>