17 oktober 2008

Oh ye of little faith! (Vincent De Roeck)

Mijn editoriaal voor het oktobernummer van "Blauwdruk".

Hallo lezers. Het land verkeert in crisis. Noord en zuid staan met getrokken messen tegenover elkaar. Populistische argumenten domineren het politieke debat. De begroting hangt met lappen aan elkaar. De feitelijke tekorten stapelen zich op. De vergrijzing komt alsmaar dichterbij en het Zilverfonds blijft leeg. Internationaal zakt het land verder weg in alle parameters. De “sans papiers” bezetten de Brusselse kerken en universiteitsgebouwen. En als kers op de taart maakt de heersende economische toestand elk normaal beleid onmogelijk, ook al blijft "krachtdadig bestuur" de mantra van Letermes schepencollege. Kortom: het is weer oktober in België.

Gelukkig is deze “Blauwdruk” er nog om jullie te berichten over het reilen en zeilen binnen de liberale beweging en om de klinkklare nonsens in het huidige politieke bedrijf aan te kaarten. Een taak die in een vrij land normaal door de onafhankelijke pers op zich genomen wordt, maar niet in België, waar het monsterverbond van academici, politici, vakbonden, werkgeversverenigingen en de traditionele media het échte diepe maatschappelijke debat al jarenlang onmogelijk gemaakt heeft. In deze editie bieden de scherpste pennen en de meest kritische geesten van het LVSV u een waaier aan thema’s als tegengif voor de sociaal-democratische consensuscultuur en feitelijke gedachtepolitie in dit land.

Xavier Meulders brengt u enkele filosofische tractaten. Jens Moens analyseert de milieuproblematiek en zoekt oplossingen voor het milieuvraagstuk. Koen Deconinck zoekt naar verbanden tussen het liberalisme en het anarchisme. Philippe Caeymaex en Joris Vanlessen geven hun kijk op de communautaire problemen. Denis Van den Weghe kaart de hypocrisie aan rond de arrestatie van wapenhandelaar Victor Bout en noemt hem met recht en rede een “politiek gevangene”. Norman Barry bespreekt “The Law” van Frédéric Bastiat en Matthias Storme onderwijst ons over de kern van het recht op vrije meningsuiting. Christophe Charpentier brengt een impressie van zijn studies in Hongkong. Ikzelf laat mijn licht schijnen over de economie en trek andermaal van leer tegen de Europese Unie als opkomende superstaat. En tenslotte vinden jullie in dit nummer ook nog teksten terug van enkele ereleden van het LVSV, zoals Herman De Croo, Kristof Willekens, Patricia Ceysens en Johan Van Woensel. Ook andere ereleden zijn bij deze nogmaals uitgenodigd om eigen tribunes voor de volgende nummers in te sturen.

De “Blauwdruk” die nu voorligt, is niet enkel de eerste van dit werkingsjaar, maar ook de eerste met mij als hoofdredacteur. Aan de lay-out werd niet meteen geraakt, maar binnen vindt u voortaan ook boekrecensies, interviews, cartoons en citaten. Mocht u nog bemerkingen hebben, dan hoor ik die graag van u. Veel leesplezier gewenst. En keep on rocking in the free world!

***

Het gaat trouwens ook niet meteen goed met de vrijheid en het liberalisme in ons vaderland. De vliegtuigtaks die Open Vld en CD&V in de begroting hebben ingeschreven, is op leest van de DDR geschreven. Het bemoeilijken en duurder maken van reizen is nu immers net wat totalitaire dictaturen doorgaans doen. Een taks is nog niet meteen een muur, maar toch. Het geeft wel de richting van het denken aan. Idem voor het unisono positieve onthaal van Paul Krugman als Nobelprijswinnaar economie. Krugman is een neo-Keynesiaan die vindt dat de overheid zomaar moet ingrijpen om "infant industry" te beschermen en de geografische spreiding van bedrijven via centrale planning op zich moet nemen.

Maar uiteindelijk is het de aanpak van de bankcrisis die mij het meeste zorgen baart. Deze crisis is het gevolg van monetair wanbeleid en overheidsfalen, en helemaal geen gevolg van de vrije markt. De steun van Open Vld en LDD aan de bail-outs en de staatsgaranties is liberalen onwaardig. Met partijen als deze als vrienden heeft de vrije markt eigenlijk niet eens vijanden nodig.

***

Nochtans bood afgelopen week ook een aantal momenten die mijn "cynisch optimisme" deden overhellen naar een iets positiever toekomstbeeld. Op maandagavond had ik het genoegen om voor het Liberaal Vlaams Studentenverbond in Leuven een lezing te mogen geven over de Oostenrijkse School en hun kijk op "business cycles" met natuurlijk de huidige bankcrisis en kredietcrunch als specifieke "case study". Het was wonderbaarlijk om na afloop van deze presentatie amper negatieve reacties te zien. Nochtans was het een open discussieavond en zaten er tal van niet-LVSV'ers in de zaal. Dat ze mijn uiteenzetting misschien gewoon niet begrepen hebben, kan hier natuurlijk ook een reden voor zijn, maar de vragen achteraf lieten dat niet uitschijnen. Eén van de aanwezigen gaf wel kritiek op mijn lezing omdat ik "te weinig de nadruk gelegd zou hebben op monetair wanbeleid en kredietexpansies." Ik kon op dit stokpaardje van mij tijdens de discussie natuurlijk nog meer hameren, en dat deed ik dan ook, tot groot jolijt van de vraagsteller.

Verder was ik dinsdag- en woensdagnamiddag in het Europees Parlement te gast op twee denktankevenementen van het "Brussels Network", respectievelijk een conférence over "tax competition" tussen de EU-lidstaten en de maandelijkse "Wednesday Meeting", waarbij vrijemarktdenkers en -activisten uit zowat alle lobbygroepen en onderzoeksinstellingen gedurende enkele uren met een schare Europarlementsleden van gedachten kunnen wisselen en elkaar kunnen briefen over vanalles en nog wat. Het was deze week de allereerste keer dat ik hiervoor uitgenodigd was en ik heb er van genoten. Ik kijk alvast uit naar de volgende woensdagmeetings de volgende maanden, en ook voor de "International Leaders Summit" van de "Heritage Foundation" en het "Adriatic Institute" in november heb ik nu (eindelijk) een uitnodiging op zak, allemaal met dank aan Tory-Europarlementslid Syed Kamall, één van de peters van de "Mises Youth Club". De conferentie over fiscale concurrentie versus harmonisering werd mede georganiseerd door het "Ludwig von Mises Institute Europe" dat sprekers van de Europese Commissie, van de "Taxpayers' Association of Europe" en van het "European Policy Forum" wist aan te trekken. Het was frappant hoe zeker de Europese Commissie van haar stuk was over de naderende fiscale harmoniseringen, en het was bemoedigend dat zowel de TAE als het EPF de argumentatie van de Europese Commissie resoluut verworpen. De toekomst zal uitwijzen wie aan het langste eind zal trekken.

En tenslotte woonde ik woensdagavond nog een lezing bij van Tom G. Palmer, de vice-president van het Amerikaanse "Cato Institute", in een auditorium van de Universiteit Antwerpen. Palmer is een oude bekende van mij en het was dan ook een leuk weerzien. En ook al was zijn lezing over "social order, law and the state" bij mij eerder een déjà-vu, toch waren de andere aanwezigen geboeid en enthousiast. En dat is met weinig conventionele ideeën als het onderscheid tussen "wetten" en "recht", het primaat van de "spontaneous order" op een gecontroleerde orde, en het verwerpen van de "state" als noodzakelijk intermedium, niet meteen vanzelfsprekend. Nadien nam ik van hem trouwens ook nog een interview af voor "Blauwdruk" dat ik één van de volgende dagen ook hier op deze weblog zal publiceren. Hadden wij maar meer mensen als Tom Palmer in ons eigen land!

***

Download hier mijn presentatie over business cycles en de bankcrisis.

(De presentatie was gebaseerd op het werk van de professoren Paul Cwik en Roger Garrison van Auburn University. Een soortgelijke interessante presentatie van deze laatste kan je hier terugvinden.)

Read more...

From freedom to fascism... (Vincent De Roeck)

Aaron Russo maakte onlangs een meesterlijke documentaire over de oprichting van de "Federal Reserve" in de Verenigde Staten, het verval van de goudstandaard onder de akkoorden van "Bretton-Woods", de officiële introductie van fiatgeld onder Richard Nixon, en de algemene berusting in een door de overheid, tegen de grondwettelijke bepalingen in, opgelegde inkomstenbelasting. Deze 95min-durende documentaire draagt de alleszeggende titel "America: from freedom to fascism" en is echt de moeite om te zien. En ook al spitst hij zich hoofdzakelijk toe op de Amerikaanse situatie, de parallellen met andere landen en bvb. de ECB zijn zeker te trekken.

In de betere videotheek kunnen jullie deze TV-documentaire zeker terugvinden, of op de gespecialiseerde websites. Voor zij die geen belang hechten aan grote schermen en hoogwaardige beeldkwaliteit, kan ik jullie onderstaande YouTube-opname aanraden. In elf delen krijgen jullie zo ook de volledige documentaire te zien.























Read more...

14 oktober 2008

Big brother wordt een voyeur (Vincent De Roeck)

Vlak voor de laatste drukke zomerperiode besliste de veiligheidswaakhond voor de vervoersector in de VS, de “Transportation Security Administration” of TSA, om een nieuw soort scanner te gaan uittesten in de elf meest risicovolle Amerikaanse luchthavens op vlak van terreur. Dit is niets anders dan een prelude voor de installatie van zulke scanners op termijn in alle publieke en semi-publieke ruimten, en de TSA windt daar zelfs geen doekjes om. Deze scanners zijn gebaseerd op millimetergolven, gaan los door kleren en onthullen eizona het volledige lichaam daaronder. Passagiers moeten niet meer apart genomen worden om te strippen op commando voor de ogen van de veiligheidsagenten; de scanners doen dat voortaan ongevraagd bij iedereen, en doorgaans zelfs zonder dat de passagiers zich hiervan bewust zijn.

Deze nieuwe technologie is volgens de TSA noodzakelijk in de strijd tegen de terreur want zo kan men wapens die passagiers aan hun lichaam plakken onmiddellijk detecteren. En zoals u en ik weten, is dat nu eenmaal het geval bij het merendeel van de passagiers… Ze gaan tevens voorbij aan het feit dat TSA-beambten nog nooit een terrorist hebben weten te onderscheppen, niet met wandingen, grondfouillage of welke andere techniek ook, evenmin met hun schoenenfetisj en laptopschizofrenie van de laatste maanden, maar deze scanners gaan daar schijnbaar verandering in brengen. Of hoe de ziekelijke zoektocht naar terroristen ons uiteindelijk alleen maar belastinggeld en burgerrechten kost.

Maar vooralsnog is er geen probleem, aldus de TSA als antwoord op kritieken in de Verenigde Staten, want enkel “verdachte passagiers” worden apart genomen en “zelfs” zij krijgen nog de keuze tussen de nieuwe scanners en de virtuele striptease of de oude beproefde fysieke uitkleedpartij. Natuurlijk kiest 90% van de verdachten voor de scanners, omdat virtueel strippen nu eenmaal nog altijd minder denigrerend is dan zich fysiek te moeten laten molesteren tegen een muur of op de grond, of zijn/haar lichaam fysiek moet ontbloten voor de ogen van een onbekende beambte, maar daar stopt het niet.

ACLU-medewerker Peter Bibring stelde in een recent persbericht dat “slechts weinig mensen zich ervan bewust zijn hoe accuraat en gedetailleerd de beelden van hun virtueel ontbloot lichaam eigenlijk zijn.” FEE-columniste Becky Akers stelde het in een artikel in “The Freeman” dan weer als volgt: “De TSA geeft mensen eigenlijk een Leviathankeuze; ofwel worden ze op de grond geslagen en manueel bepoteld, ofwel kunnen ze vrijwillig kiezen voor een virtuele fotoshoot die nog goed bij een magazine als Playboy zou passen.” De uitermate gedetailleerdheid van de scans is mijns inziens op zich al een afbreuk van onze privacy, of zoals Akers terecht opmerkt: “Deze manier van onderzoek betekent een regelrechte aanval op de essentiële waardigheid van passagiers die burgers van een vrij land eigenlijk nooit zouden moeten tolereren.”

Ook de tegemoetkomingen die de TSA lanceerde om bepaalde kritieken te pareren, hielden enkel in theorie enigszins steek. De personeelsleden zouden de beelden niet kunnen opslaan, verzenden of afdrukken, en ze zouden de onderzochte personen niet eens in levende lijve kunnen zien. De gezichten zouden onzichtbaar gemaakt worden en de bedieners van deze scanners zouden extra in de gaten gehouden worden door de interne toezichtsdiensten van de TSA. Volgens de ACLU biedt dit echter onvoldoende garanties tegen eventuele wantoestanden. “Zoiets volstaat niet als excuus om ons niet enkel van onze kleren maar ook van onze grondwettelijke vrijheden te ontdoen,” klinkt het bij de ACLU.

Maar uiteindelijk is het vooral de angst voor misbruik van deze scans die bij de tegenstanders primeert. Celebrities hebben nu al te kampen met uitgelekte sekstapes en naaktfoto’s, en ook nu al gebeurt zeer veel chantage of revanche via compromitterende en/of onthullende foto’s. Dit kan alleen maar erger worden eens deze nieuwe scanners overal ingevoerd zijn. Want zelfs de meest betrouwbare beambte heeft uiteindelijk zijn prijs, en vaak zijn er voldoende geïnteresseerden die elke prijs maar al te graag willen betalen.

En de eerlijkheid van de TSA-beambten op zich zou ook al in vraag gesteld moeten worden. In 2005 stal een TSA-beambte op de luchthaven van Boston (Logan) een ring van 7,000 USD van ene John Wright die later via de rechtbanken zijn gram wist te halen. En een feministengroep hield in 2006 een onderzoek naar het selectiegedrag van TSA-beambten op de luchthaven van Washington (Ronald Reagan) en kwam onomstotelijk tot de ontdekking dat knappe vrouwen meer uit de lijn gehaald werden dan anderen. Het “random”-element werd geneutraliseerd door af en toe zelf eens de scanner aan te tikken, zo bleek uit dat onderzoek waaraan o.a. in enkele talkshows van ABC ruchtbaarheid werd gegeven.

Kortom, in mijn ogen moet de invoering van deze scanners dan ook onmiddellijk teruggedraaid worden. Er zijn onvoldoende garanties voor de rechten en vrijheden van de passagiers en de impact ervan op de terreurdreiging is onbestaande. De TSA zweert bij een efficiëntietoename van 58% door de invoering van deze scanners, maar ik zie daar het heil niet van in. 58% toename op een totaal van nul betrapte terroristen blijft volgens mij nog steeds, inderdaad, nul. Alweer een leuk ballonnetje van de overheid, daar niet van, maar andermaal: “thanks, but no thanks!” En zeker niet met belastinggeld.


Meer over dit soort burgerrechtenissues op www.aclu.org.
Meer teksten van Vincent De Roeck op www.libertarian.be.


Read more...

13 oktober 2008

Neue Zürcher Zeitung over slavenhouderij

.
NZZ 13 oktober 2008
Gedoogd, verdrongen en vergoelijkt

De geschiedenis van de slavernij is een pijnlijk hoofdstuk in de islamwereld

Theorie en praktijk van de slavenhandel zijn een der donkerste hoofdstukken in de geschiedenis van de islamwereld, en tot op de huidige dag blijven er situaties bestaan die veel weg hebben van slavernij. Er rust een sterk taboe op dit thema, maar het wordt nu toch aangepakt door een nieuwe generatie vorsers, mediamensen en geëngageerde burgeressen, met op kop de antropoloog Malek Chebel.


Beat Stauffer

Waar in het oude gedeelte van Marrakech bevond zich de slavenmarkt? Wanneer werden hier de laatste slaven verhandeld? Welke families en dynastieën profiteerden van deze mensenhandel? En komen er ook vandaag in de “Parel van het Zuiden” eventueel nog toestanden voor die veel weg hebben van slavernij?
Zulke vragen zouden toeristen in Arabische landen eigenlijk moeten stellen; niet enkel in Marrakech, maar ook in Ghadames, Cairo en andere voormalige centra van de slavenhandel. Maar toeristen die vandaag deze landen aandoen, worden, als het al gebeurt, hoogstens terloops en anekdotisch geconfronteerd met het feit van de slavernij; en de omstandigheid dat een deel van de slavinnen en slaven in harems belandden lijkt het hele ding niet enkel fascinerender, maar ook nog draaglijker te maken. Gedenkplaatsen die herinneren aan de meer dan duizendjarige handel, die miljoenen mensen tot slaaf maakte, vernederde en tot het niveau van lastdieren verlaagde, zul je in de vroegere centra van de Arabische slavenhandel vergeefs zoeken, en ook de handboeken in de scholen van de islamwereld bevatten nauwelijks verwijzingen naar dit donkere kapittel.
Tot voor kort was het een uitgemaakte zaak dat het fenomeen van de slavernij gold voor het Westen, en in de eerste plaats Europese landen en de Verenigde Staten betrof. De jongste tijd wordt deze zienswijze evenwel meer en meer in twijfel getrokken.
In de jaren tachtig al had de Zürichse historicus, wijlen Albert Wirz, er op gewezen dat de slavenhandel al van vóór de aankomst van de Europeanen in Afrika bedreven werd door Arabisch-moslimse handelaars, en dat dezen bij het bezorgen van slaven voor de Europese behoeften een centrale rol hebben gespeeld. Tot gelijkaardige besluiten kwamen ook andere auteurs. Het brede publiek heeft van de meeste van hun publicaties echter nooit kennis genomen.

Nieuw wetenschappelijk onderzoek

De laatste tijd echter begint wat dit betreft een andere zienswijze stilaan opgang te maken. Eén factor hierbij is, dat er intussen zulke solide documentatie voorhanden is over toestanden, in meerdere islamlanden, die zo met slavernij verwant zijn dat het probleem zich niet langer laat afdoen met een verwijzing naar het gebrek aan precisie van de bronnen. Overigens zijn er de jongste tijd enige publicaties over dit thema verschenen.
In de eerste plaats dient hier het werk van de Algerijns-Franse antropoloog en psychoanalyticus Malek Chebel vermeld te worden, dat eind 2007 verscheen onder de titel «L'esclavage en terre d'Islam». Het betreft hier de eerste studie die op een grondige manier de slavernij in de islamitische ruimte onder de loep neemt.
Chebel, die met zijn talrijke wetenschappelijke werken internationaal erkenning vond, komt er duidelijk voor uit dat hij een humanist is, en als zodanig is slavernij hem een gruwel. Toch heeft de auteur zijn nuchtere kijk op dit moeilijke thema weten te behouden, en weerstond hij de verleiding om een pamflet tegen de slavernij te publiceren.
Dat Chebel uit de Maghreb stamt en zelf moslim is, speelt in dit verband mogelijk een beslissende rol; want doordat hij hardnekkig tegen de praktijk van de slavernij argumenteert op basis van de islamitische geschriften, haalt hij het (voor de hand liggende) verwijt van islamvijandigheid meteen onderuit. “God heeft niets geschapen dat hij meer liefheeft dan de bevrijding van slaven, en hij haat niets meer dan het zondigen hiertegen”, luidt één van de hadiths, overgeleverde uitspraken van de profeet waarop Chebel zich steunt.
Men kan inderdaad niet zomaar van de hand wijzen, dat een deel van de auteurs die over dit thema gepubliceerd hebben, van hun principieel islamkritische houding geen geheim maken. Hetzelfde geldt voor een reeks van hulporganisaties, die zich inspannen voor het “vrijkopen” van slaven; voor het merendeel zijn die onder te brengen in een Evangelisch-christelijke omgeving.

Verdringing en afweer

Het onderzoek naar het thema slavernij, waarin Chebel volgens zijn eigen woord eerder toevallig was terechtgekomen, bleek al gauw de “moeilijkste opgave” in zijn leven. In de Arabische wereld zou op het thema “slavernij” namelijk een sterk taboe rusten, en momenteel zouden er noch een bewustzijn van de betekenis van dit fenomeen, noch ernstige wetenschappelijke studies voorhanden zijn.
Des te heftiger, zo meldt Chebel, waren alle slag van aanmaningen en bedreigingen waar hij in de loop van zijn meerdere maanden durend onderzoek mee geconfronteerd werd. Meer in het bijzonder de waarschuwing, dat een dergelijke studie enkel aan de vijanden van de islam munitie zou leveren, sloeg Chebel in de wind, en hij stelde zich eenvoudig ten doel om “de ganse waarheid omtrent de slavernij” te registreren, niettegenstaande mogelijke gevolgen. Hij is daar grotendeels in geslaagd.
Chebels onderzoek was van tweeërlei aard. Ten eerste doorzocht hij, vanuit het oogpunt der slavernij, schriftelijke bronnen uit de hele islamitisch traditie en geschiedenis. Daarbij gelukte het hem, om praktische handleidingen voor de slavenhouderij en andere documenten te ontdekken, die op schrikbarende manier aantoonden hoe alledaags, ja “normaal” het tot slaaf maken van mensen eeuwenlang is geweest in de islamitische wereld. Volledigheidshalve dient vermeld te worden dat de auteur ook enkele “lichtpuntjes” wist op te delven, zo bijvoorbeeld een pamflet van een Marokkaanse abolitionist.
Ten tweede ondernam Chebel een uitvoerig onderzoek naar de hedendaagse praktijk van de slavenhouderij, en dat bracht hem in zowat alle islamitische landen. In interviews met slachtoffers, in gesprekken met juristen, theologen, politici en mensenrechtenactivisten poogde de auteur zoveel mogelijk aan de weet te komen over dit fenomeen, het liefst uit de eerste hand.
Het resultaat is een indrukwekkend overzicht van de theorie en praktijk van de slavernij in de islamitische wereld.
Daarbij komt dat, in weerwil van zijn openlijk partijkiezen voor de rechtelozen en zijn diepe humanistisch engagement, de “correspondenties ter plaatse” die Chebel ons heeft bezorgd een voorzichtige indruk maken, nuchter blijven, en geenszins dramatiseren; .kortom, in hoge mate geloofwaardig zijn. Enkel de omstandigheid al, dat de auteur tot nu toe door niet één islamitische staat voor de rechter is gedaagd, spreekt voor de ernst van zijn analyse.

Vrijlating als “godgevallig werk”

Maar eens temeer, hoe staat de islam dan wel tegenover het tot slaaf maken van mensen? Had de profeet werkelijk de bedoeling om de in zijn tijd wijdverbreide praktijk van het slavendom stap voor stap uit te roeien? of ging het eerder hem erom, de meest stuitende en vernederende uitingen te milderen? Chebel houdt nadrukkelijk vol dat de koranische passages waarin de slavernij aan de orde is, verhoudingsgewijs verbazend “slaafvriendelijk” zijn. Zo wordt bijvoorbeeld de vrijlating van slaven als een “godgevallig werk” uitdrukkelijk aanbevolen, en wordt het tot slaaf maken van moslims – en in principe ook van de aanhangers van de andere boekreligies – zelfs duidelijk verboden.
Naar de mening van Chebel vertoont de houding van de profeet inzake het fenomeen der slavernij evenwel een niet geringe ambivalentie. Er zijn immers ook passages die ondubbelzinnig wijzen op de godgegeven hiërarchie tussen “heer” en “knecht”, en in het kader van oorlogsvoering en razzia’s geldt het tot slaaf maken van niet-moslims uitdrukkelijk als legitiem.
Wat ook zwaar weegt, is vooreerst de omstandigheid dat het nogal “slaafvriendelijke” standpunt van de profeet in de volgende eeuwen niet goed terrein wist te winnen.
Oorzaken daarvoor ziet Chebel in de eerste plaats hierin, dat de bevrijding van slaven in de koran “geen sterk leidmotief” is, en voor de gelovigen ook geen verplichting. Veeleer werd het louter aan het persoonlijk initiatief en de goede wil van slavenhouder overgelaten om een “godgevallig werk” te verrichten.
De islamitische rechtspraak zou met betrekking tot de slavenhouderij altijd “vaag, dubbelzinnig en deels tegenstrijdig” blijven, schrijft Chebel, en in de praktijk zou zij “absolutistische potentaten, rijke handelaars en feodale heersers van alle categorieën” er nooit van weerhouden hebben om zich met zoveel slaven te omringen, als zij wenselijk achtten.
“Op die manier is de slavernij van dynastie tot dynastie tot een moslims feit geworden”, noteert Chebel. Wel zouden in de geschiedenis van de islam de religieuze autoriteiten af en toe enig voorbehoud hebben geformuleerd wat betreft de gangbare praktijken van de slavernij, maar zij stuitten daar op dovemansoren.
Zijn slotsom is duidelijk: in de beginfase van de islam was er beslist een emancipatoire tendens merkbaar, maar die heeft zich in de volgende eeuwen nooit kunnen doorzetten, en heeft plaats gemaakt voor een verregaande aanvaarding van de slavernij.
Het zou een van de “meest ontnuchterende en treurigste resultaten” van zijn onderzoek zijn geweest, dat zelfs vooraanstaande islamitische geleerden zich hebben willen lenen tot het codificeren van de slavernij. “Dit houdt in dat de ‘moskee’ niet neutraal stond tegenover dit kwaad”, schrijft Chebel. “In plaats van de wortels van de slavernij aan te pakken, namelijk de hebzucht van de slavenhandelaars en de criminele achteloosheid van de eigenaars, heeft zij hen van de nodige juridische middelen voorzien, om een handel uit te oefenen die daardoor bijna alledaags, banaal en onschuldig werd.”
De oeroude traditie van de slavenhouderij heeft zich in de voorbije eeuwen als het ware op de islam “geënt”, en heeft zodoende diens oorspronkelijke, emancipatoire boodschap gecamoufleerd.
Ja, in zekere zin is de islam “aan de mentaliteit van de slavenhouders ten offer gevallen”, verklaart Chebel in een bijgevoegd interview.
Daarmee haalt hij de islam duidelijk uit de schootslijn, en laat hij de mogelijkheid open voor een “progressieve” lectuur van de heilige geschriften. Slechts in bedekte termen werpt hij de vraag op, of de “onderwerping” aan de goddelijke wil – een van de mogelijke vertalingen voor de term islam – niet ook als “voorspel” zou kúnnen begrepen zijn voor een geheel en al wereldlijke onderwerping en ondergeschiktheid, waar de slavenhouders zich al te graag op zouden hebben gesteund.
Precies zo zien conservatieve islamtheologen het tot vandaag; het standsverschil tussen heer en slaaf is voor hen onderdeel van de goddelijke ordening. Een prominente Saoedische islamgeleerde, genaamd sjeik Saleh al-Fazwan zou zich nog vóór een paar jaar openlijk tegen de afschaffing van de slavernij hebben uitgesproken, zo bericht bijvoorbeeld de Amerikaanse journalist en islamcriticus Daniel Pipes. Slavernij zou een “onderdeel van de islam zijn, net als de jihad” en zulks ook blijven zolang de islam zou bestaan, zo moet de geleerde, die deel uitmaakt van het hoogste religieuze orgaan van Saoedi-Arabië, verkondigd hebben.
Ook andere – zelfverklaarde of deugdelijk erkende – religieuze autoriteiten hebben zich in deze zin uitgelaten.

Slavernij in Mauritanië

Dat het debat over het thema slavernij volstrekt niet academisch van aard is, blijkt in alle scherpte in Mauritanië. Op papier was de slavernij in dit West-Afrikaanse land in de loop van de 20ste E. al drie keer afgeschaft, zonder dat er in de praktijk veel veranderde: in 1905 per Frans koloniaal decreet, in 1960 met het verwerven van de onafhankelijkheid, en tenslotte een derde keer in het jaar 1980. Drieëntwintig jaar later, in het jaar 2003, werd een wet afgekondigd die mensenhandel in gelijk welk vorm strafbaar stelde, maar die het woord slavernij naar beste vermogen vermeed.
Maar dat volstond niet: goed een jaar geleden, in september 2007, nam het Mauritaanse Parlement een bijkomende wet aan ter veroordeling van de slavernij, en besloot het parallel daarmee tot een reeks van begeleidende maatregelen.
Achter deze verordening staat in de eerste plaats een niet-gouvernementele organisatie genaamd SOS Esclaves, die al jaren kampt voor de afschaffing van de slavernij, en poogt om internationale druk op te bouwen. In 1995 werd deze organisatie opgericht door afstammelingen van voormalige slaven, maar drie jaar later al werd zij per rechterlijk besluit verboden, en tegelijk werden haar leidende figuren veroordeeld tot hoge boetes en gevangenisstraf. Pas in 2005 verkreeg “SOS Esclaves” legaal bestaansrecht, dat zij meteen benutten om een reeks voorbeeldprocessen te voeren tegen feitelijke slavenhouders.
Voor Boubacar Messaoud, medestichter en voorzitter van “SOS Esclaves”, staat het buiten kijf dat het bestaan van zijn organisatie gerechtvaardigd is. “In Mauritanië gaat de slavernij gewoon door, en wel in de traditionele, zelfs archaïsche vorm, waarin een persoon direct van zijn heer afhangt”, verklaart Messaoud aan de NZZ. Concreet wil dat zeggen dat een mens net als een zaak overgeërfd kan worden, niet zonder de instemming van zijn heer een huwelijk kan aangaan en de facto ook niet de voogdij over zijn eigen kinderen kan uitoefenen. Daarnaast stelt de mensenrechtenactivist het voortbestaan vast van talrijke bezwaarlijke afhankelijkheidsrelaties, die van slavernij in enge zin niet essentieel verschillen.
De nieuwe wet van het jaar 2007 heeft naar de mening van Messaoud daadwerkelijk geleid tot een juridische lotsverbetering van slaven en “vrijgelatenen”. De omzetting in de praktijk geschiedt echter zeer halfslachtig, en de geplande sensibiliseringscampagne is tot de grote steden beperkt gebleven. Op die manier heeft zij de slachtoffers, die grotendeels op het platteland leven, in het geheel niet bereikt, merkt Messaoud afkeurend op. Tegelijk zou zijn organisatie onder aanzienlijke druk staan, omdat haar van staatswege verweten wordt dat haar activiteiten het imago van het land schaden.
Slotsom: het thema slavernij heeft – minstens in het geval Mauritanië – niets aan explosiviteit ingeboet. In een aantal andere islamitische landen, Soedan bijvoorbeeld, zal de situatie nauwelijks beter zijn.

Rekensommetjes leiden nergens toe

Volgens de onderzoekingen van Chebel, en volgens andere studies, komen er ook in vele andere landen van de islamitische wereld traditionele vormen van slavernij voor, zowel als moderne vormen van lijfeigenschap en brutale uitbuiting – van dienstmeisjes en boerenknechten bijvoorbeeld.
Slavernij is dus ongetwijfeld een sociaal probleem met grote explosieve kracht, dat dringend aan een oplossing toe is. Maar zowel Malek Chebel, als verschillende mensenrechtenorganisaties roepen nadrukkelijk op om het heikele thema in geen geval ideologisch aan te pakken, en de “oriëntaalse” slavernij af te wegen tegen die welke ooit door Westerse staten werd bedreven, of tegen hedendaagse vormen van “slavernij” in industrielanden.
Effectiever veeleer zou het zijn om alle vormen van dwangarbeid, seksuele uitbuiting en mensenhandel radicaal te bekampen, waar zij ook plaats mogen hebben.
Amper betwistbaar is evenwel het gegeven dat de impuls tot afschaffing van de slavernij zich uit de Europese cultuur heeft ontwikkeld, en geenszins vanuit de islamwereld kwam; vele islamkritische auteurs situeren het verbod op het houden van slaven dan ook onder de grootste prestaties van de Westerse cultuur.
Afgezien van de huidige cultuurconflicten tussen de moslimwereld en het Westen, lijkt het intussen duidelijk dat enkel een universalistische houding, die aan de fundamentele mensenrechten een onbeperkte gelding toekent, het mogelijk maakt om het tot slavernij brengen van mensen in de ban te doen; als een misdaad tegen de gehele mensheid.

___________________________

Malek Chebel: L'Esclavage en Terre d'Islam. Éditions Fayard, Paris 2007.
Albert Wirz: Sklaverei und kapitalistisches Weltsystem. Edition Suhrkamp, Neue Historische Bibliothek. Suhrkamp-Verlag, Frankfurt am Main 1984.

Beat Stauffer leeft als onafhankelijke publicist in Bazel. Zijn belangstelling gaat hoofdzakelijk naar de islamwereld, inzonderheid de Maghreb.
.

Labels: , , , , ,

Read more...

Steden van het licht (Vincent De Roeck)

Enkele weken geleden besprak “The Economist” een plan van Tarek Bin Laden, de broer van Osama, om de Rode Zee te gaan overbruggen tussen Jemen en Djibouti ter hoogte van de Bab El Mandeb-zeeëngte. Als libertariër voelde ik mij niet zozeer aangesproken tot dit project omwille van de architectonische hoogstandjes die ermee gepaard zullen gaan maar vooral met het opzet daarachter. De brug zou immers twee nieuwe tweelingsteden met elkaar moeten gaan verbinden, die samen op termijn zeven miljoen inwoners zouden moeten kunnen herbergen. Dit project draagt de naam “Noor City” en is het allereerste in een lange rij van soortgelijke geplande bouwprojecten onder de noemer “Cities of Light”. Niet enkel zouden deze nieuwe steden ecologisch neutraal moeten zijn, ze zouden ook over een verregaande graad van zelfbestuur beschikken. En laat het nu net dat aspect zijn dat mij als libertariër ronduit fascineert. Jemen en Djibouti hebben elk immers een deel van hun grondgebied afgestaan aan de bouwpromotoren en zullen zich later nauwelijks moeien met de interne bestuursstructuren van deze steden, op een minimale belastingheffing na natuurlijk. Een “gated community” van zeven miljoen zielen staat dus in de steigers en libertariërs kunnen daar eigenlijk alleen maar blij om zijn. Of misschien toch niet?

Het was uiteindelijk de grote libertarische academicus Hans-Hermann Hoppe die al jaren geleden pleitte voor de vervanging van de huidige staatsstructuren door kleine privaat gerunde “gated communities” waarbij elk woonerf volledig autonoom zou zijn en volledig vrij in het beheer van zijn interne keuken. En doordat het bestuursniveau zich op een veel kleinere schaal zou situeren, kunnen inwoners die het niet eens zijn met de bestuurskoers eenvoudigweg verhuizen. Het principe “love it or leave it” weet u wel. En moest er geen enkel woonerf bestaan dat de structurele wensen van die persoon inwilligt, dan is hij nog steeds vrij om een eigen “gated community” te stichten. Iets wat met de huidige staatssystemen niet mogelijk is. Hoppe vergelijkt zijn idee met de Far West waar de lokaliteiten ook eizona 100% onafhankelijk waren in hun doen en laten. In tegenstelling tot die andere anarcho-kapitalist Patri Friedman, die met zijn “Seasteading Institute” boorplatformen aan het bouwen is in internationale wateren om daar libertarische walhalla’s te stichten, kende Hoppes ideeën tot voor kort nog geen praktische toepassingen in de wereld. Maar daar is nu dus verandering in gekomen met de bouw van de eerste volledig private steden aan de beide oevers van de “Gate of Tears”.

De eerlijkheid gebiedt mij wel om te zeggen dat de motieven van de Bin Ladens niet zo libertarisch zijn als ik zou willen. Zij willen in beide steden immers de moslimwetten invoeren en deze veel strikter afdwingen dan nu het geval is in de Arabische wereld. Maar de invulling van de bestuursvrijheid is in mijn ogen ondergeschikt aan de gecreëerde mechanismen. Niemand zal immers gedwongen worden om in beide steden te gaan wonen en zich dus te onderwerpen aan de sharia-wetgeving. De inwoners zullen er vrijwillig voor gekozen hebben en dat is hun volste recht. Het wonen op boorplatformen of het energie steken in massale verhuiscampagnes naar bepaalde Amerikaanse staten mag misschien ook wel aanlokkelijk zijn, toch gaat er mijns inziens niets boven de bouw van eigen steden. Het enige wat libertariërs als mezelf die “liberty in our lifetime” nastreven dan ook nog rest nu, is 200 miljard USD zien te verzamelen om onze eigen libertarische tweelingsteden te kunnen bouwen. De vrijheid lonkt. Alleen lijkt dat nu net nog niet voor morgen te zijn...


Meer over dit nieuw bouwproject op www.economist.com.
Meer teksten van Vincent De Roeck op www.libertarian.be.

Read more...

It's time for some campaigning...



“It’s time for some campaigning” met mezelf als speelbal van de twee politici wordt u gebracht door JibJab.com.

Read more...

12 oktober 2008

Opnieuw tripartite nodig (Hoegin)

Alle Vlaamse peilingen vanaf 2006 tot 10 oktober 2008De resultaten van twee peilingen zagen de laatste dagen het licht: verleden week publiceerde La Libre Belgique de resultaten van haar driemaandelijkse partijbarometer, en dit week-end maakten De Standaard en de VRT de resultaten van hun peiling bekend.

De peiling van De Standaard en de VRT werd uitgevoerd na de kartelbreuk, terwijl La Libre Belgique twee resultaten publiceerde: één van voor de kartelbreuk, en één van na de kartelbreuk. De resultaten van de peiling van De Standaard/VRT en die van La Libre Belgique van na de kartelbreuk zijn gelijklopend, en statistisch gezien equivalent.

Alle Vlaamse peilingen vanaf 2006 tot 10 oktober 2008 (14 tot 26%)De eerste peilingen na de kartelbreuk plaatsen de CD&V net boven de drempel van de twintig procent, met enige marge de grootste partij van Vlaanderen. Daarmee zit de partij in de buurt van het resultaat van de federale verkiezingen van 2003 (21,4%), dat historisch gezien een absoluut dieptepunt was voor die partij. Veel reden tot juichen heeft die partij dus eigenlijk niet.

Open Vld lijkt er op dit ogenblik beter voor te staan, en behoudt haar score van de laatste verkiezingen. Er zijn echter twee partijen die het hard te verduren hebben in de peilingen: Vlaams Belang en sp.a (met kartelpartner Vl.Pro, voor zover dat nog bestaat). Het Vlaams Belang hangt nu gemiddeld rond de 15%, een achteruitgang van bijna tien procent vergeleken met twee jaar geleden, en ook op korte termijn kan de achteruitgang in de peilingen niet ontkend worden. Bij sp.a-Vl.Pro is de achteruitgang kleiner, maar een verkiezingsuitslag onder de vijftien procent zou voor die partij een even historisch dieptepunt zijn als waar de CD&V vandaag voor staat.

De absolute winnaar in de peilingen is natuurlijk Lijst Dedecker, die in de laatste peiling van De Standaard/VRT er zelfs in slaagt zowel Vlaams Belang als sp.a-Vl.Pro voorbij te steken, en daarmee de derde grootste partij van Vlaanderen zou worden. En Open Vld ligt zelfs in zicht op minder dan een foutenmarge. Hoewel dit de partij ongetwijfeld helpt om meer leden en steun te werven en de structuren uit te bouwen, zitten er ook angeltjes aan dit succes. Indien de partij volgend jaar «maar» tien of twaalf procent weet te halen, kan ze op de verkiezingsavond met een zware kater komen te zitten en psychologisch de verkiezingen verloren hebben, ook al heeft ze haar stemmenaantal verdubbeld.

Alle Vlaamse peilingen vanaf 2006 tot 10 oktober 2008 (0 tot 12%)Zowel bij Groen! als bij N-VA is men waarschijnlijk ook blij met de uitslag van de laatste twee peilingen. Groen! zit weer in een lichtjes stijgende lijn die ongetwijfeld moed zal geven aan de partijleiding, maar die de partij nog steeds niet uit de gevarenzone brengt. N-VA zit op ongeveer hetzelfde niveau: de partij scoort waarschijnlijk net genoeg om discussies over een zoektocht naar een nieuwe kartelpartner te kunnen vermijden, maar echt comfortabel is de situatie toch niet.

Het belangrijkste resultaat van deze peilingen is misschien wel dat ze aantonen dat er na de verkiezingen van 2009 terug een tripartite nodig zal zijn om een Vlaamse regering te vormen. Twee coalities liggen daarbij voor de hand: een voortzetting van de huidige coalitie (CD&V, Open Vld en sp.a-Vl.Pro), of een rooms-blauw-blauwe coalitie (CD&V, Open Vld en LDD). Een olijfboomcoalitie (CD&V, sp.a-Vl.Pro en Groen!) zal vermoedelijk niet over een meerderheid beschikken, en dus geen optie zijn, en een coalitie van CD&V, LDD en sp.a-Vl.Pro lijkt politiek weinig waarschijnlijk als ze al een meerderheid zou behalen. Het lijkt er daarmee op dat CD&V en Open Vld in Vlaanderen zullen kunnen rekenen op een vernieuwde regeringsdeelname, en een keuze zullen moeten maken tussen sp.a-Vl.Pro en LDD.

Alle Franstalige peilingen vanaf 2006 tot 3 oktober 2008De peiling van La Libre Belgique bevatte ook resultaten voor de Franstalige partijen, en daaruit blijkt opnieuw dat de PS in Wallonië weer de leiding heeft genomen. Of de twee partijen al dan niet vooruit gaan tegenover de laatste verkiezingen doet blijkbaar al veel minder ter zake.

Alle Franstalige peilingen vanaf 2006 tot 3 oktober 2008 (24 tot 36%)Want inderdaad, als er gekeken wordt naar de resultaten van de MR en de PS tegenover de laatste verkiezingen, blijkt dat de PS eigenlijk niet veel meer doet dan ter plaatse blijven trappelen – overigens op een historisch laag niveau. De MR daarentegen lijkt af te steven op een verlies van zo'n vijf procent. Kijken we echter twee verkiezingen achteruit, dan staat de MR netto nog steeds op winst, terwijl het de PS is die stevig achteruit gaat. De MR stond overigens vóór de laatste verkiezingen nog lager in de peilingen genoteerd dan vandaag, en behaalde toch een enorme verkiezingsoverwinning.

Alle Franstalige peilingen vanaf 2006 tot 3 oktober 2008 (10 tot 22%) Ecolo gaat er in de peiling van La Libre Belgique weer lichtjes op vooruit, terwijl de cdH haar plaats als derde Franstalige partij bevestigt. De twee partijen lijken echter mekaar stilaan te naderen, en dat het ook tussen die twee volgend jaar tot een zwaar duel zal komen valt dus niet uit te sluiten.

Alle Franstalige peilingen vanaf 2006 tot 3 oktober 2008 (0 tot 12%)Het Front National ten slotte blijft in Wallonië rond de kiesdrempel zwalpen, en veel verbetering lijkt er voor hen voorlopig ook niet in zicht te zijn.

Labels:

Read more...

Mathias De Clercq mag voor mijn part opstappen: het libertarisme is niet failliet! (Vincent De Roeck)

Vorige week publiceerde “De Tijd” een opiniestuk van de stamboomliberalen Mathias De Clercq, tegenwoordig naast kleinzoon van ook al Kamerlid en schepen voor Open Vld, en Egbert Lachaert, zoon van en binnenkort waarschijnlijk Vlaams Volksvertegenwoordiger voor dezelfde partij, onder de alleszeggende titel “Het failliet van het libertarisme”. De tijd dat kranten de inhoud van opiniestukken nakijken en niet louter afgaan op de adelbrieven van de auteurs lijkt bij deze dan ook volledig voorbij te zijn. Dit opiniestuk, ongetwijfeld ingefluisterd door Dirk Verhofstadt, broer van en de leermeester van beide, en binnen de beweging vooral bekend van dogmatische stellingen tegenover libertarischgezinde studenten als “zolang jullie geen boeken geschreven hebben, doet jullie mening er mijns inziens niet toe”, is larie en apekool. Gewoon zever in pakjes.

In “De Tijd” klonk het deze week als volgt:
De financiële crisis die deze week hard kwam overwaaien uit de Verenigde Staten brengt een belangrijk en noodzakelijk ideologisch debat op gang. Het roept wezenlijke vragen op, zoals hoe we onze samenleving inrichten, welke waarden daaraan ten grondslag liggen en hoe we de financiële markten organiseren. De vraag wordt gesteld welk wereldbeeld de beste garantie voor welvaart en welzijn van éénieder biedt? Dit debat is fundamenteel en raakt de kern van ons menszijn. De huidige financiële crisis werd in eerste instantie aangewakkerd door een crisis op de Amerikaanse huizenmarkt. Bij gebrek aan adequate regelgeving bij het afsluiten van kredieten kwamen tal van banken in de problemen toen een groot deel van hun klanten er niet meer in slaagden de leninglast te dragen en bovendien de prijs van de huizen devalueerde. Het wantrouwen op de markt zette een sneeuwbal in werking die vandaag ook in Europa belandde.
Mathias De Clercq moet betere research doen als hij dit soort tribunes denkt te moeten schrijven. De hypotheekmarkt, ook in de Verenigde Staten, is één van de strengst reglementeerde en gereguleerde van alle economische sectoren. Meer dan 70 jaar lang tracht de overheid banken te reguleren en te controleren. Als ze het nu al niet lukt, waar haalt Mathias De Clercq dan in godsnaam zijn blind vertrouwen in de overheid vandaan dat ze het nu wel plots aan zou kunnen?
De actualiteit van de afgelopen dagen verleidde bijvoorbeeld Rudy De Leeuw (ABVV) en Meryem Kacar (Groen!) ertoe het liberalisme als oorzaak van de crisis aan te wijzen. Ten onrechte, de huidige Amerikaanse financiële malaise legt vooral het failliet van het zogenaamde “libertarisme” bloot en niet dat van het liberalisme. Het libertarisme verwerpt per definitie elke overheidsinterventie. Het staat een ongebreidelde vrijheid voor en hecht een blind geloof in een absoluut vrije werking van maatschappelijke en financiële krachten. Het libertarisme staat evenwel haaks op het liberalisme. Een liberaal erkent immers wel de noodzaak van een efficiënte en slagvaardige overheid. Liberalen zijn net overtuigd van de noodzaak van transparantie en toezicht op de markt om die goed te laten functioneren. Een vrije markt kan immers niet echt vrij zijn zonder adequate en efficiënte regelgeving en een overheid die daarop toeziet.
Mathias De Clercq kent zijn geschiedenis niet. De term “liberalisme” werd in de Verenigde Staten gekaapt door de “New Deal”-beweging van Franklin Roosevelt en daardoor aan de andere kant van de oceaan vandaag gelijkgesteld aan “socialisme”. In de jaren 1970 kozen échte liberalen in de VS voor de term “libertarisme” om zich van de sociaal-democratische “liberals” te kunnen onderscheiden. In de jaren 1990 wint het sociaal-liberalisme ook de strijd in Europa en beslissen ook daar de échte liberalen om de term “libertarisme” over te nemen, synoniem dus voor klassiek-liberalisme. Mathias De Clercq geeft met deze tribune toe aan welke kant hij staat: die van het sociaal-liberalisme, of gewoonweg socialisme. Liberalen streven helemaal geen efficiëntie aan binnen de overheid maar efficiëntie in de verdeling van bevoegdheden tussen de staat en het individu. Een slagvaardige overheid wordt enkel ondersteund binnen de kerntaken van de staat en niet als mantra op zich naar voren geschoven. De markt is per definitie transparanter dan de overheid en elke vorm van staatscontrole op de markt is een idioom voor planeconomie.
Als overtuigde liberalen verzetten we ons zelfs met klem tegen de profetie van het markfundamentalisme en het principe van een absolute vrijheid. Het liberalisme keert zich ons inziens tegen het dogmatisme van libertariërs die elke structurele verantwoordelijkheid ten aanzien van de medemens negeren. Evenwel dient evenzeer ingegaan te worden tegen de plotse roep naar neo-marxistische recepten zoals de nationalisering van belangrijke ondernemingen en de retoriek voor een centraal geleide (financiële) markt. Deze recepten doden de creativiteit en de vrijheid van de mens en leiden, net als het libertarisme, tot rampzalige excessen ten koste van de burger. Daar hebben we in de loop van de geschiedenis voldoende voorbeelden van gezien. Het gevaar van een gebrek aan overheid is evenwel hetzelfde als deze van een totaal dominerende, alomvattende overheid. In 1989 zagen we het failliet van de centraal geleide economie en in 2008 zien we voor de tweede maal in de recente geschiedenis (na de crash van de jaren '30 van de 20e eeuw) het failliet van het libertarisme.
Met dit soort stellingen plaatst Mathias De Clercq zich eigenlijk buiten de filosofie van het liberalisme/libertarisme. De derde weg die hij propageert is een nieuwe “road to serfdom” en zijn aanvallen naar het adres van neo-marxisten is totaal misplaatst omdat zijn slagvaardige overheid opnieuw de deur zal openzetten voor overheidsbemoeienissen, centrale planzucht en, inderdaad, communisme. Nochtans lagen monetair beleid en overregulering aan de basis van deze crisis, en niet de markt op zich.
Het komt er de komende maanden en jaren dan ook op aan om vanuit de overheid voldoende grendels in te bouwen om de vrije markt te waarborgen en goed te laten functioneren. Een efficiënte kartel- en mededingingswetgeving is daarbij essentieel, net als een efficiënte wetgeving inzake consumentenkrediet en voldoende transparantie over de financiële situatie van beursgenoteerde ondernemingen (inclusief de lonen van het topmanagement). Verder dient het toezicht op het bank- en financiewezen voldoende sterk te zijn (bij voorkeur op Europees niveau) om tijdig te kunnen ingrijpen indien zich op de financiële markten scheeftrekkingen voordoen die op termijn de markt kunnen verstoren. Vrijheid betekent ook dat men verantwoordelijkheid neemt ten aanzien van anderen en de samenleving. Dat is de essentie van het liberalisme én niet – zoals diens tegenstanders voorhouden – de absolute vrijheid om zich te verrijken ten koste van alles en iedereen.
Dit is de eerste keer dat een liberaal de staat boven de markt verdedigt. Theoretici zullen het erover een zijn: dit is een weinig verhuld pleidooi voor socialisme. Het zou Mathias De Clercq en Egbert Lachaert dan ook sieren moesten ze hun mandaten ter beschikking van de liberale partij stellen en hun partijkaarten zouden inwisselen voor die van de SP.A. Deze ideeën zijn zeker niet die van een Guy Verhofstadt of een Willy De Clercq, en moeten door hen eigenlijk zelfs als een belediging opgevat worden. En als dit soort intellectuele nonsens de nieuwe partijlijn van de Open Vld wordt, dan zal ondergetekende op het ideologisch congres van februari 2009 tegen “Liberale Partij” als nieuwe naam stemmen. Niet omdat ik de naam ongenegen ben, maar omdat ik het gebruik van deze term voor dit zootje etatisten een totale aberratie vind, én een totale miskenning van de eeuwenlange traditie van het liberalisme. Inclusie, mijn oor.

Read more...

11 oktober 2008

De enige oplossing voor de financiële crisis is het herstel van de goudstandaard (cleppe.be)

Maakt de jongste crisis duidelijk dat het kapitalisme, de vrije markt en het ideologische liberalisme falen? Uiteraard niet, integendeel. Nochtans is dat wat vele sociaal-democraten ons proberen wijs te maken. Dit weekend in De Morgen schrijven Yves Desmet en Caroline Gennez dat het liberalisme een nederlaag heeft geleden. Zonder veel argumenten. Elio Di Rupo schrijft op zijn website over wat hij als liberalisme beschouwt: “Basta! We willen het niet meer”. Maar hoe jammer ook voor deze oud-strijders van de linkse zaak, zij hebben de ideologische oorlog verloren met de val van de muur, en zullen nu geen overwinning boeken. Als het anti-individualisme terugkomt, zal het in een andere, veel gevaarlijker vorm zijn: die van het groene fundamentalisme. Het groene fundamentalisme van de radicale Islam. En van de menshatende eco-fundamentalisten.

Wat is de ultieme oorzaak van deze financiële crisis, die de wereldeconomie treft? Om dat te begrijpen moet men inzien waarop de wereldeconomie is gebaseerd en dat is maar op één ding: op de Amerikaanse Dollar. De rots van vertrouwen die de munt is als bekroning van de Westerse beschaving. De Westerse beschaving die zijn centrum had in ons land, meerbepaald in Brugge, het financiële centrum waar de familie van den Beurze haar naam heeft geleend aan het beursinstituut, dat natuurlijk een veel ouder bestaan heeft. Over Antwerpen, Holland en Londen, heeft een rebelse protestants-liberaal-verlichte cultuur haar bekroning gekend in de stichting van de nieuwe wereld, waar niets minder dan de absolute individuele vrijheid als voldoende werd geacht voor het mensdom en waar zonder twijfel de hoogste vorm van beschaving is bereikt, tot nijd en spijt van de minder ontwikkelde culturen buiten de nieuwe wereld, met hun repressie, jaloezie en geslotenheid die zich op gezette tijdstippen uiten in de plaatselijk oprispende zuurideologieën. De Daalder werd door de eeuwen heen de zekere rots van de zwakken, armen en ondernemenden, ook buiten de nieuwe wereld.

Helaas waren de inherente neigingen van de oude wereld niet helemaal verdwenen in de nieuwe wereld, en werd de val van de Hollandse Republiek nog eens overgedaan in de V.S. Een staand leger, een centrale bank, en eindeloze oorlogen lieten de Dollar een turbulente geschiedenis ondergaan, waardoor de munt er meer en meer verzwakt is uitgekomen. De ondergang van de Dollar is het ware drama van de huidige crisis.

Een kritisch punt was zonder enige twijfel het definitief opgeven van de goudstandaard in 1971. Onder het systeem van de goudstandaard is een bankbiljet een eigendomspapier dat men kan omruilen voor echte waarde, namelijk goud. Goud werd in de loop der geschiedenis steeds het minst imperfect geacht om “echte waarde” te vertegenwoordigen. Als Piet zijn goud aan de bank geeft en als bewijs daarvan een bankbiljet krijgt, zal hij het wellicht niet leuk vinden dat Pol, een goede vriend van de bankier, opeens ook zo’n bankbiljet krijgt, zonder goud binnen te brengen dan wel. Als gevolg vermindert het bankbiljet van Piet in waarde, maar heeft Pol gratis en voor niets waarde verkregen (gestolen) van Piet. Al te vaak is Pol natuurlijk de overheid, die op slinkse manier zo toch Piet nog wat geld weet af te troggelen, dat via belastingen nog niet is verkregen.

Door de massale militaire overheidsuitgaven in wereldoorlog I kwam de goudstandaard zwaar onder druk, waardoor die werd opgegeven. Pol hield de schijn niet langer op. In een korte periode in het Interbellum en tijdens het Bretton – woods systeem na Wereldoorlog II werd een afgezwakte vorm van goudstandaard geduld. In 1971, onder meer als gevolg van de hoge Amerikaanse overheidsuitgaven, liet men het systeem definitief varen. In plaats is een systeem gekomen dat werkt op basis van vertrouwen. Men heeft het recht niet om zijn geld om te gaan ruilen, maar de overheid (Pol) doet een plechtige belofte dat zij zo weinig mogelijk bankbiljetten zal laten bijdrukken.

Zo’n systeem kan werken, als de overheid zich inderdaad aan die belofte houdt. De Amerikaanse overheid, gecontroleerd door een strikte protestants-liberale cultuur, heeft zonder twijfel van alle overheden die de grote economieën controleren het minst die belofte overtreden, zoals ook blijkt uit het aantal aangehouden buitenlandse reserves. In 2007 was de Dollar nog steeds goed voor 63.9% van alle reserves, terwijl dat voor de Euro, de opvolger van de D-Mark, nog steeds maar 26.5% is, hoewel in stijgende lijn. Geen twijfel dus mogelijk: de wereldeconomie draait nog steeds op de Dollar. Een alternatief is er nog lang niet. De Dollar is echter sterk aan het degenereren. De Amerikaanse overheid is de val van de Hollandse republiek aan het overdoen in het groot. “A republic, if you can keep it”, zoals Benjamin Franklin antwoordde op de vraag of er nu in 1787 een Republiek of een Monarchie was gesticht. Dat Duitsland zijn D-Mark heeft opgegeven voor een ECB naar Duits model zorgt er gelukkig voor dat de smeekbedes en afdreigingen van politici als Sarkozy en Reynders om de interest te verlagen vooralsnog niet zijn doorgedrukt. De Fed is echter zeker sinds het aantreden van Clinton een politiek instrument.

Bush senior moest immers besparen en de schulden van Reagan afbetalen. De economie kende een inzinking, en Bill Clinton (president van 1993 tot 2001) werd met zijn slogan “it’s the economy, stupid”, verkozen door de Amerikanen, die de overwinning van Bush in Irak niet beloonden, maar de economie lieten primeren. De crisis onder Bush was vooral te wijten aan de opstelling van de liberaal Alan Greenspan, gouverneur van de Amerikaanse federal reserve, die terecht weigerde, vanwege de hoge kost in de toekomst, om de rente artificieel laag te laten zakken om zo de economie een duw in de rug te geven, De schulden waren gemaakt, door Reagan, en een sanering was dus nodig.

Greenspan veranderde zijn opstelling onder Clinton. Onder zware druk sloot hij met Clinton een “pact”, dat erin bestond dat Greenspan de rente artificieel laag zou houden, met als tegenprestatie vanwege Clinton dat hij een strikt begrotingsbeleid zou voeren en geen schulden zou maken. Clinton hield zich aan de afspraak, en de economie kon blijven groeien, voortgaand op Reagans hervormingen. Een poging van Clinton om de welvaartstaat weer in te stellen werd in 1994, in een vrij liberale tijdsgeest, door de kiezer afgestraft, wat Clinton noopte tot de uitspraak dat "het tijdperk van big government over was". De lage rente leidde in 2000 tot het einde van de grote groei, en een aandelencrash in maart 2000 van de IT-zeepbel.

Onder George Bush junior (president sinds 2001) kende de Amerikaanse economie harde tijden. De belofte van Clinton voor een gezonde begroting is door Bush niet verschuldigd, en Greenspan verwerd tot een lakei om de rente laag te houden. Zware schulden voor militaire uitgaven zorgden er zo voor dat de huidige Amerikaanse economische groei vals was want zij leggen een hypotheek op de Amerikaanse toekomst. Natuurlijk was de echte oorzaak van Greenspans beleid natuurlijk geen echt akkoord, maar eerder het politieke klimaat dat Clinton tot besparingen dwong en Bush na 9-11 krediet gaf om massaal geld uit te geven, maar het maakt toch duidelijk dat Greenspan - een libertariër die de Fed in feite wil schaffen - niet meer dan een marionet van de politiek was.

Na het barsten van de internetzeepbel in 2000 en de kredietzeepbel sinds 2007 staan de V.S. dus een periode van saneringen en besparingen te wachten, temeer daar het protectionisme van Bush maakt dat pijnlijke herstructureringen uitgesteld zijn en er dus nog aankomen. Bovendien zijn in de nasleep van 11 september wetten gemaakt die de burgerlijke vrijheden aantasten, wat een stap is in de richting van de aantasting van economische vrijheden, om nog maar te zwijgen van de nog altijd zwaar doorwegende Sarbanes-Oxley Act (zie ook).

Een blik op de financiële regelgeving zal de linkse oudstrijders snel leren dat de financiële sector wereldwijd hopeloos is gereguleerd, in die mate dat het bijvoorbeeld niet mogelijk is om een eigen bank te starten in ons land en de grootbanken in feite franchisehouders zijn die via een kartel proberen zoveel mogelijk geld te verdienen en zo weinig stimulansen krijgen om goed te werken. Dat een bank qua werking niet zoveel van de overheid verschilt zal elke bankbediende dan ook bevestigen.

Voor de huidige financiële crisis kan het niet genoeg worden benadrukt dat de overheid de schuldige is, in de eerste plaats de Amerikaanse overheid, die de Dollar kapot maakt door de invloed die ze heeft om de Centrale Bank de rente artificieel te laten zakken. Daarnaast waren er ook andere regelgevende oorzaken, zoals de Community Reinvestment Act. Ook een oorzaak is het feit dat enkel reguliere, gekende producten werden gereguleerd, waardoor investeringen meer en meer naar gesofisticeerde maar risicovolle financiële producten zijn gevloeid, zoals bijvoorbeeld de minder gereguleerde hedge funds.

Vandaag is er een groot verschil met de vele andere crisissen die we hebben gekend sinds het definitieve einde van de goudstandaard in 1971. Het gaat niet over een een regio (Azië in 1997) een economische sector (IT in 2000) of een onverwachte gebeurtenis (11 September 2001). Ditmaal gaat het over een structureel falen van een wereldwijd systeem. Tot nog toe waren de antwoorden nog meer regulering en nog meer uitgeven van belastingsgeld. Die maatregelen kunnen verdedigbaar zijn. Een overheid die het probleem creëerde en alle instrumenten naar zich toe heeft getrokken, moet op korte termijn zijn verantwoordelijkheid nemen om voor stabiliteit en vertrouwen te zorgen. Maar iedereen is zich best bewust van het feit dat het vertrouwen in het overheidsgeleide financieel systeem en meer bepaald in de Dollar, de rots waarop de wereldeconomie rust, weg is. Enkel een herinvoering van de goudstandaard kan dit terug herstellen.

Labels:

Read more...

Patrick Stouthuysen is fout: sociaal-liberalisme is helemaal géén liberalisme! (Vincent De Roeck)

Dat het gedrag van liberaal geïnspireerde partijen als een Open Vld of een LDD ten overstaande de kredietcrisis onaanvaardbaar is, ga ik hier nu niet herhalen. In de politiek spelen er nu immers andere factoren mee dan in het louter academische, althans dat hoop ik toch, want anders zijn de bail-outs totaal onbegrijpelijk. In de Verenigde Staten kantten bijvoorbeeld alle levende Nobelprijswinnaars economie zich tegen het plan-Paulson, maar toch keurde het Congres het goed. In West-Europa is deze spreidstand iets minder duidelijk, net omdat wij geconfronteerd worden met een consensuscultuur en een feitelijk monsterverbond tussen de politiek, de media, de academische wereld en de economische actoren. Tot voor kort konden vrijdenkers als mezelf zich geregeld nog optrekken aan enkele afwijkende geluiden in het maatschappelijke debat, maar ook dat lijkt minder en minder het geval te zijn. Tijdens de herstructureringen van Ford Genk pakte “De Standaard” nog uit met tribunes vóór de saneringen. Vandaag blijft het volkomen stil en lijkt iedereen zich erbij neer te leggen dat de overheidsinterventie de enige mogelijke beleidsmaatregel was.

Misschien heeft dit te maken met een veranderende samenleving of met het feit dat de mensen lak hebben aan technocratische argumenten, en daarboven slechte kenners zijn van hun geschiedenis. Maar om deze nefaste evolutie te kunnen ombuigen heeft men nood aan woestijnprofeten en klokkenluiders, en in de Belgische constellatie kunnen die tegenargumenten enkel aangedragen worden door academici. Anders komen ze niet onder de aandacht van de mensen en worden ze door de beleidsmakers als irrelevant beschouwd. Net daarom vind ik het betreurenswaardig én beangstigend dat zelfs oude rotten als een Geert Noels of een Paul De Grauwe vandaag een gemengde economie met sociale beschermingen, centrale planning, fiscaal doelgroepenbeleid en een inflatoir monetair beleid verdedigen. En uit het laatste nummer van “Het Volksbelang” blijkt dan ook nog eens dat iemand als professor Patrick Stouthuysen van de VUB zich ook heeft laten vangen door slechte kennis van het verleden en verdraaiingen van de intellectuele werkelijkheid.

In het bewuste interview met Patrick Stouthuysen staan tal van goede ideeën en ergens hangt hij nog wel een consequent beleden liberalisme aan, daar niet van, maar de rode draad (“politieke partijen zijn wel degelijk terug meer met ideologie bezig”) leidde bij hem tot een totaal verkeerde omschrijving van de liberale ideologie.
Het liberalisme heeft altijd uit twee stromingen bestaan: het meer klassieke en het moderne liberalisme. Die twee tradities hebben elk hun waarde. Ook al kiest men vandaag voor een progressief liberalisme, het zou heel onverstandig zijn om een aantal opvattingen van het klassieke liberalisme niet te bewaren. Die twee moeten gecombineerd worden: op levensbeschouwelijk vlak progressief zijn, op economisch vlak de klassieke opvatting van de sociaal gecorrigeerde markteconomie verdedigen.
De VUB-professor maakt niet enkel een intellectuele gaffel door de “sociaal gecorrigeerde markteconomie” als klassiek-liberaal te bestempelen, beide staan gewoon diametraal tegenover elkaar, maar speelt ook de vijanden van het liberalisme in de kaart door de vrijheidsideologie nodeloos in twee aparte stromingen op te splitsen. De kern van het liberalisme is immers inherent tweeledig: progressief op ethisch vlak en conservatief op economisch vlak. Het klassiek-liberalisme of libertarisme kan eigenlijk met dit ersatz-liberalisme worden gelijkgesteld want ook zij plaatsen de individuele vrijheid centraal in het sociale debat en geven de vrije markt de vrije hand op economisch vlak. Als Stouthuysen vasthoudt aan het bestaan van een “sociaal-liberalisme” om economisch socialisme te kunnen aanhangen, doet hij de waarheid oneer aan. “Liberalen” die de vrije markt willen terugschroeven kunnen zichzelf misschien “sociaal-liberaal” noemen, maar in wezen zijn zij gewoon geen liberalen. En dat manifesteert zich in tijden van crisis dan ook als nooit tevoren in de praatbarakken die wij parlementen noemen.

Read more...

Nous sommes tous des Juifs allemands...

Open brief aan prof. dr. med. Paul Van Cauwenberge, rector Universiteit Gent. Hat tip: Tom Vandendriessche.

Geachte heer Rector. Op dinsdag 7 oktober 2008 plande de Nationalistische Studenten Vereniging (NSV) een debat in aud. E, Blandijnberg. U besliste de NSV als niet erkende vereniging het auditorium te verhuren. Niet enkel handelde u hiermee conform wettelijke bepalingen, maar koos u ontegensprekelijk ook voor het toelaten van vrij debat aan de Universiteit Gent door het verhuren van een auditorium aan de NSV. Zeker in het kader van de lopende erkenningsprocedure van de NSV in het Politiek en Filosofisch Konvent kan uw beslissing enkel maar ondersteund worden.

Wij verwijzen in deze tevens graag naar Cass., 9 december 1981, Arr.Cass., 1981-82, 491, dat stelt dat art. 14 (huidig art. 19) van de Grondwet de overheid verbiedt de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting te onderwerpen aan een preventieve controle op de meningsuiting. Wij wijzen er ook op dat het Europees Hof Turkije reeds veroordeelde voor de schending van de vrijheid van vergadering louter wegens het niet actief ter beschikking stellen van vergaderruimte aan oppositie.

Tenslotte mogen we het arrest van de Raad van State van 10 maart 2004 (http://www.raadvst-consetat.be/Arresten/129000/100/129118.pdf) niet vergeten waarbij de Universiteit Gent veroordeeld werd voor schending van de Grondwet door op basis van een bezetting van een auditorium een debat af te gelasten en waarin duidelijk gesteld werd: “ (…) een vergadering door verzoekers, wel een tegenstander protest zal aankondigen, dat verweerster beroep dient te doen op de politie om de orde te handhaven in plaats van het debat te verbieden, dat het relatief eenvoudig is overigens partijen gescheiden te houden in de concrete context van dit debat nu de deelnemers aan de vergadering zich in een gesloten ruimte bevinden en er wat de samenwerking met de ordediensten betreft geen problemen kunnen worden verwacht (…) tegen die protestbijeenkomsten op te treden, desnoods met een beroep op de bevoegde ordediensten.”

Ondertekenaars van deze open brief kunnen u enkel maar feliciteren met deze correcte en democratische beslissing die getuigt van een oprecht respect voor democratie, debat en de grondrechten van elkeen, in het bijzonder van zij waar men het niet mee eens is.

De erkende PFK-verenigingen Actief Linkse Studenten, Comac, Anarchistisch Kollektief, Vonk – Marxistische Studenten, Animo StuGent, Gras, ’t Zal wel Gaan, Rood UGent en de niet-erkende verenigingen ABVV-jongeren en Flux besloten een vreedzame protestactie te organiseren vanaf 18u die avond tegen het geplande debat van de NSV. Op basis van de videobeelden, ooggetuigenissen van studenten, alumni en medewerkers van de UGent en verklaringen van de organisatoren aan de manifestatie blijkt deze protestactie allerminst vreedzaam is te zijn verlopen.

De intentie van deze protestactie wordt zeer duidelijk weergegeven door één van de organisatoren in hun persbericht van 07/10/2008. Kliment Kostadinov, bestuurslid van Animo verklaart: “Ze [de organisatoren van de protestactie] wilden verhinderen dat het NSV (Nationalistische Studenten Vereniging) een activiteit mocht houden binnen de muren van de universiteit.” Het verloop van de actie wordt tevens vermeld door dhr. Kostadinov: “Na onderhandelingen met de security van de universiteit werd de toelating voor een vreedzame blokkade van het gebouw gegeven. Omstreeks 17u braken een 30-tal leden van het NSV! aan de zij-ingang van de Blandijn op gewelddadige wijze door de barrière van de security van de UGent, waarna het tot een treffen kwam met de aanwezige studenten. Al snel werden de extreemrechtse amokmakers bijeengedreven in een auditorium. Vervolgens werden de deuren van dit auditorium vergrendeld door enkele actievoerders.” In bijlage vindt u het persbericht van de organisatoren van de protestactie.

Op de website van de ALS lezen we het volgende: “Immers, indien de rector, zoals hij zelf stelt, telkens zou moeten toegeven aan juridisch getouwtrek, dan kan elke vereniging de universiteit als ‘openbare instelling’ gebruiken om een activiteit te organiseren. Dit waren dan ook de voornaamste argumenten van de verschillende verenigingen die deelnamen aan de succesvolle blokkade tegen NSV en consoorten.” en verder: “Met een delegatie van een 35-tal mensen was ALS alleszins goed aanwezig en konden we een basis leggen voor verdere antifascistische strijd. (...) ALS heeft een belangrijke rol gespeeld in zowel de mobilisatie als de organisatie van deze vreedzame blokkade.” Het is dus duidelijk dat men als organisatie, dus niet als individuen, deelnam aan deze actie.

Over de intenties deze praktijken ook elders toe te passen lezen we het volgende: “In Antwerpen zou een dergelijke mobilisatie en actie vandaag wellicht nog niet haalbaar zijn, de krachtsverhoudingen liggen hier spijtig genoeg wat anders. Maar wij willen er alles aan doen om dat te veranderen en zullen daar ook in slagen met jouw hulp en bijdrage!” (bron: http://www.socialisme.be). Op 30 september kon LVSV-Brussel tenslotte ervaren wat dit betekent: http://www.dailymotion.com/relevance/search/turtelboom/video/x6xg1w_ministre-bloquee-par-des-etudiants_news

Tenslotte nog opmerken dat twee bestuursleden van de organiserende verenigingen, Koen Hostyn en Marc Puyol, in Schamper verklaren dat ze op voorhand wisten wat het resultaat van hun actie zou zijn en erkennen meteen dat door de ‘vreedzame’ demonstranten baldadigheden gebeurd zijn. Op de vraag of ze erkennen dat er vanuit linkse hoek heel wat baldadigheden gebeurd zijn, antwoorden beiden overtuigd: “zeker en vast. Maar dat was niet door studenten aan de UGent. En hoe ga je nu in godsnaam voorkomen dat er keetschoppers gewoon mee komen doen om te vechten?” Ze verklaren evenwel boven de wet te staan: “Als je alle verenigingen die meegedaan hebben gaat schorsen, dan bestaat het PFK niet meer.” Dus als we het goed begrijpen, is men maar met genoeg en is men maar gewelddadig genoeg, dan kan men anderen hun rechten ontnemen en daar niet voor gesanctioneerd worden? Ondertekenaars vinden dat zelfs een grote meerderheid geen democratische grondrechten van individuen of van organisaties kan ontnemen.

Studenten van de UGent werden opgesloten, zeg maar onrechtmatig van hun vrijheid beroofd, in een auditorium. Hun individuele vrijheid werd met andere woorden zwaar geschonden, vrijheid van beweging is immers een primair recht aan een universiteit. Nooduitgangen werden geblokkeerd en brandblusapparaten werden leeggespoten. Wat als brand uitgebroken was? Studenten en alumni van de Universiteit Gent, zelfs de PFK-voorzitter, werden door manifestanten geïntimideerd, bedreigd of aangevallen. Eigendommen van de Universiteit Gent, ook onderzoeksmateriaal, werden vernield of beschadigd. Het recht op eigendom is toch fundamenteel in een democratisch rechtsstelsel? We betreuren vooral de daarop volgende geweldplegingen van beide partijen waarin uzelf ook slachtoffer werd. De videobeelden, ooggetuigenissen van studenten, alumni en medewerkers van de UGent, en niet te vergeten, verklaringen van de organisatoren aan de protestactie, stellen ondertekenaars van deze open brief vast dat er allesbehalve een vreedzame protestactie georganiseerd werd. Integendeel protesteerde men door middel van blokkades, intimidatie, geweld, opsluiting en vernielingen.
Daarbovenop protesteerden de meeste organiserende verenigingen vorige week tegen een verduidelijking van de definitie van geweld en sabotage binnen het PFK. Elke verduidelijking werd door deze verenigingen als een politiek gemotiveerde motie gericht tegen ‘links’ ervaren (zie verslag PFK-vergadering 2 oktober 2008).

Ondertekenaars erkennen het fundamentele grondrecht van zowel de NSV als de organisatoren en deelnemers aan de protestactie, als van gelijk welke andere burger of organisatie om een standpunt te uiten. Dit moet evenwel op een democratische manier gebeuren, wat betekent met respect voor de fundamentele grondrechten van anderen en waarbij de persoonlijk integriteit van de andersdenkende en de goederen van de UGent niet aangetast worden.

Ondertekenaars stellen dat op een moreel en filosofisch niveau het vrij debat, discussie en dialoog de essentie vormen van een democratische rechtsstaat, vanwege de uitoefening van onaantastbare grondrechten zoals de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering.

Ondertekenaars stellen op een wettelijk-juridisch niveau vast dat de UGent de verplichting heeft dit vrij debat, de uitoefening van de grondrechten van elkeen te vrijwaren en te faciliteren, en de persoonlijke integriteit van studenten en alumni van de UGent en de integriteit van de goederen van de UGent moet beschermen. (supra)

Omdat grondrechten zodanig fundamenteel zijn in een democratische rechtsstaat kan het niet getolereerd worden dat de uitoefening hiervan niet door de overheid gegarandeerd kan worden. Dat zou betekenen dat straatterreur, intimidatie en geweld het halen van de rechten en vrijheden van elke burger. Dat zou betekenen dat de UGent er niet zou in slagen om deze grondrechten te vrijwaren. Vandaar moet gepast gereageerd worden.

Daarom vragen ondertekenaars ook een grondig onderzoek door de UGent naar de incidenten van dinsdag 07/10/2008. Wij eisen een sterk signaal vanwege de UGent dat dergelijke praktijken niet kunnen en zich in de toekomst niet mogen herhalen. Meerbepaald vragen wij de geijkte toepassing van het tuchtreglement voor studenten om individuele studenten te sanctioneren en de toepassing van de reglementering van de Dienst Studenten Activiteiten om betrokken verenigingen te sanctioneren.

Bij vergelijkbare, zoniet identieke feiten legde het Bestuurscollege in mei 2004 een schorsing op van één maand aan de verenigingen Actief Linkse Studenten en Anarchistisch Kollektief. Het is duidelijk dat deze verenigingen in deze recidief handelen en geen respect tonen voor de democratische rechtstaat en voor de reglementen van de UGent. Het is tevens duidelijk dat zij hierover geen spijt uiten, gezien hun eigen verklaringen (supra).

De vraag kan gesteld worden of de strafmaat van één maand schorsing een effect gehad heeft voor bovengenoemde verenigingen om deze tot de geijkte democratische protestmogelijkheden aan te zetten. Sterker nog, andere verenigingen hebben zich bij deze praktijken aangesloten.

Bijgevolg vragen ondertekenaars een duidelijke toepassing van de vigerende reglementering. Hoewel de beslissing bij de universitaire overheid ligt, zijn de ondertekenaars vragende partij voor:
- Onmiddellijke uitsluiting de recidive organiserende verenigingen.
- Onmiddellijke schorsing van de andere organiserende verenigingen.
- Onmogelijkheid voor niet-erkende organiserende verenigingen om het komende jaar erkenning te verkrijgen.
- Onmiddellijke schorsing of uitsluiting van de individuele studenten die actief betrokken waren bij de ongeregeldheden waarbij de persoonlijke integriteit en de integriteit van de goederen van de UGent in het gevaar werden gebracht. Dit op basis van het tuchtreglement voor studenten.

We mogen veronderstellen dat de slogan van de UGent, “durf denken” geen inhoudsloze reclamecampagne is, maar een oprecht en fundamenteel respect en garantie betekent op de fundamentele grondrechten, met nadruk op vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vergadering en een uitdrukking is van een diep en doorleefd respect voor andermans mening. In totalitaire regimes heerst de straat. In de democratische rechtsstaat heerst de wet.

Om met de woorden van Voltaire te eindigen: “Je ne suis pas d'accord avec ce que vous dites, mais je me battrai jusqu'à la mort pour que vous ayez le droit de le dire.”

Hoogachtend,

Brecht Arnaert, voorzitter Jong N-VA UGent, namens Jong N-VA UGent
Maarten Marechal, voorzitter CDS-Gent, namens CDS-Gent
Dries Staelens, praeses KVHV-Gent, namens KVHV-Gent
Patrice Viaene, voorzitter LVSV-Gent, namens LVSV-Gent

Read more...

10 oktober 2008

Overheidsfalen heeft niets van doen met de markt (Vincent De Roeck)

In geen enkel land ter wereld is de berichtgeving over de kredietcrisis en de schuldaflossingen van de probleembanken door de overheid zo éénzijdig en subjectief als in België. Nergens anders in de wereld parroteren de media zo nuanceloos de overheid en de linkse kerk na. Het mag dan ook niemand verbazen dat de gewone man in de straat een afkeer gekregen heeft van de “vrije markt” en het “liberale kapitalisme”, en dat de Leuvense burgemeester Louis Tobback op een recente gespreksavond van het Liberaal Vlaams Studentenverbond zonder tegenkanting van het publiek weg kon komen met uitspraken als “ik verkneukel mij voor de nakende achteruitgang van Open Vld nu de volledige draagwijdte van dit marktfalen stilaan bekend is” of een Laurette Onkelinx met haar cryptocommunistisch wereldbeeld en haar ongefundeerde kreet “dit is de ondergang van het liberale kapitalisme!” op het één of ander kameradencongres.

Uiteindelijk waren het nog de korte opmerkingen van een George W. Bush (“het zijn maar gewoon aanpassingen van de markt”) of een John McCain (“de fundamenten van de economie blijven nog steeds sterk”) die de waarheid het meeste eer aan deden. En dit ondanks de felle kritieken op deze uitspraken in de media, en ondanks het feit dat Bush en McCain een weekje later het geweer van schouder veranderden en resoluut de kant van de bail-outs kozen. Of hoe de mediaberichtgeving economisch onderbouwde visies afstraft en interventionistische waandenkbeelden naar het voorplan brengt.

In de “Metro” van enkele dagen geleden werd Paul D’Hoore met een paginalang interview in de bloemetjes gezet. Maar los van zijn praktische tips en duiding over de financiële markten sloeg ook hij de bal schromelijk mis met betrekking tot de overheid en de kredietcrisis. Zijn boutade dat “nergens ter wereld ook maar één spaarder of fondsbelegger zijn geld kwijtgeraakt is” werd deze week doorprikt door het faillissement van een IJslandse bank. De IJslandse regering - waar o.a. de lokale libertariërs deel van uitmaken - besliste immers om deze bank niet te ondersteunen én om ook de spaarders en fondsbeleggers van die bank niet te hulp te schieten.

En in deze zaak is het ook typerend dat de grootste kritiek op deze beslissing niet zozeer van de duizenden IJslanders zelf kwam, want die kenden nu eenmaal van in het begin de risico’s van beleggingen in deposito’s of spaarfondsen, maar van de paar buitenlanders die in IJsland belegd hadden, hiertoe aangezet door de aantrekkelijke interest- en rendementvoeten. In de mooiste heel-linkse traditie verwachten die buitenlanders dus van de belastingbetalers dat zij hen nu tegemoet komen terwijl de exorbitante winsten van de laatste jaren wel naar die beleggers ging… Ben ik de enige die deze “moral hazard” verwerpelijk én gevaarlijk vindt? De woorden van Frédéric Bastiat zijn al eeuwen oud maar blijken vandaag nog bijster actueel: “de staat is de sociale fictie waarbij iedereen op de kap van de anderen wil leven.” Andermaal met dank aan onze overheid.

En ook Paul D’Hoore waagde zich in dat interview aan het overheidsgeknuffel dat zo typerend is voor alle gezaghebbende analisten in deze crisistijd. “Banken kunnen niet failliet gaan”, aldus D’Hoore, omdat “de overheid steeds voor een oplossing zal zorgen”. Opnieuw gaat Paul D’Hoore hier dus compleet de mist in. De overheid komt nooit met oplossingen, maar wentelt deze steevast af op de belastingbetaler. De kredietcrisis is het gevolg van monetair wanbeleid en totaal verkeerde regulering door dezelfde overheid die nu de wijsheid in pacht pretendeert te hebben wanneer het op oplossingen aankomt. Mensen zouden vanaf het begin beseft moeten hebben dat beleggingen, ook onder de vorm van deposito’s of bepaalde spaarfondsen, een risico inhouden.

De overheid heeft met de incentivestructuur geknoeid op twee verschillende manieren: door inflatie te promoten (o.a. om de staatsschuld te kunnen monetariseren) via geldcreatie en door de burgers de fictie voor te houden dat hun bankbeleggingen gegarandeerd zouden zijn. Zo heeft de overheid alle burgers naar de banken gedreven. Hadden we vandaag een goudstandaard gehad en was een euro binnen vijftig jaar nog steeds een euro waard geweest, en hadden de burgers het risico-element beter begrepen, dan hadden we vandaag niet met deze complexe situatie gezeten en hadden we de banken gewoon kunnen laten failliet gaan. Ronald Reagan had twintig jaar geleden dan ook overschot van gelijk toen hij stelde dat de overheid niet de oplossing kan zijn. De overheid is het probleem.

En natuurlijk haalt Paul D’Hoore in dat interview ook nog de gekende argumentatie aan van het hellend vlak. “De grote winst voor de gewone burger bestaat er immers in dat het financiële systeem overeind blijft,” klinkt het bij hem. Opnieuw vergeet hij echter de lange kapitalistische traditie in beschouwing te nemen en het concept van “wat men ziet en wat men niet ziet” in een economie. Het wil immers niet zeggen dat wanneer we een aantrekkelijk resultaat bekomen, in casu een gestut financieel systeem, dat het resultaat (“wat men ziet”) de middelen (“wat men niet ziet”) legitimeert. Het systeem zou sowieso overeind gebleven zijn, alleen zouden de rotte appels met een vrijemarktaanpak uit de mand gezift zijn en gebeurt dat met een overheidsaanpak net niet. Het systeem is gestut, daar niet van, maar de kiemen voor de volgende crisis zijn al lang uitgezaaid: aan de slechte banken en de incompetente bankiers werd zonder veel vragen gewoon amnestie verleend en zij blijven nog steeds functioneren binnen het systeem. Binnen afzienbare tijd zullen de steunbalken dan ook opnieuw bezwijken en zullen de rotte appels de ganse mand verziekt hebben.

En voor die financiële Apocalyps houd ik mijn hart vast. Maar waarschijnlijk zal geen enkele politicus of bankier er één minuut slaap voor laten. En waarom zouden ze ook? De overheid zalft hen in nood en laat hen met rust in tijden van voorspoed. Er is eigenlijk maar één oplossing en dat is, alle goedkope linkse kritiek ten spijt, net de vrije markt. We moeten de overheid uit onze zakken halen, van onze rug werpen en gewoon uit ons leven bannen. Alle andere discussies zijn in hun kern eigenlijk niets meer dan achterhoedegevechten.

Read more...

Lectuurnotitie 10 oktober 2008

bij de standaard van gisteren en vandaag (Neefs, Reynebeau, Sinardet):

1. Zie het slot van het artikel "Moeders in Missouri in gevecht met de zorgmacht
": Ook de Standaard heeft ontdekt dat er tussen hippies en conservatieve evangelicals geen tegenstrijdigheid hoeft te bestaan.

Iskander heeft al een paar keer over het "crunchy conservatism" bericht. Nou ja, de Standaard: eigenlijk het NRC. Want Evita Neefs beseft nu wel dat democraten en republikeinen erg gesegregeerd zijn (zie "Segregatie") maar slaagt er blijkbaar toch nog niet om ook die andere helft van Amerika te ontmoeten

2. Een goed artikel van Marc Reynebeau: "De staat heeft het gedaan" ("als het goed is, zeggen we het ook ;)"). De stelling van Reynebeau staat trouwens niet evrder van het ordoliberalisme van de Freiburger Schule (niet te verwarren met de Frankfurter Schule): een vrije markt veronderstelt een overheid die een juridisch kader schept voor de vrije markt en sterke regelgeving heeft om die markt eerst te doen functioneren. Bijvoorbeeld een mededingingsrecht dat misbruik van machtspositie aanpakt.

3. in het artikel van Sinardet gisteren ("Brussel boven ?") staat weer meer venijn dan ik in een alinea kan aankaarten. Bourgeois en Vanlouwe hebben vandaag al gereageerd in de "lezersbrieven" op wat hij schreef over de houding van de Vlaamse Beweging en N-VA tegenover Brussel. Ik beperk me tot een ander puntje, venenum in cauda: het Vlaanderen dat Sinardet kansen heeft gegeven om prof. te worden en zich te ontwikkelen is volgens de auteur natuurlijk achterlijk en bekrompen, of letterlijk "zee van Vlaamse onverschilligheid, die een nog steeds antistedelijke onderstroom verbergt". Wel, dat fabeltje van antistedelijkheid berust op de eerste plaats op een verkeerd gebruik van het woord stad. De echte stad is de "polis", de echte stad is die waar de burgers nog een overzichtelijke gemeenschap kunnen vormen om samen aan politiek te doen. De echte steden in West-Europa zijn niet de conglomeraten van anonimiteit en metissage als Brussel, Londen of Parijs maar steden als Gent of Kortrijk, Hasselt of Mechelen. Wellicht ook steden als Bologna, Bazel of Grenoble,Keulen of Maastricht, Edinburgh of Valencia, Porto of Oslo (ik zeg wellicht omdat ik natuurlijk beter kan oordelen over binnenlandse voorbeelden). Steden waar een volksraadpleging nog zin heeft, waar er nog een relatief belangrijk gemeenschapsleven is. Waar er dus nog politiek mogelijk is in de echte zin van het woord.
Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>