21 december 2016

Abicht over de Bijbel



Ook op zijn tachtigste blijft Ludo Abicht maar schrijven. Het boek De Bijbel. Een vrij zinnige lezing wil geen vlotte samenvatting van de Bijbel zijn voor de hedendaagse lezer die in enkele hapklare brokken het Bijbelvormige gat in zijn cultuur wil vullen. Wel wil het hem via minder bekende feiten terugwerpen op een lezing van de Bijbel zelf.

Met steun van de recentste Bijbelse archeologie verwerpt Abicht de historiciteit van Abrahams tocht uit Oer, Mozes’ uittocht uit Egypte, en het roemrijke koninkrijk van David en Salomo. De Schrift reikt slechts terug tot rond -700, met twee staten in Palestina: het multiculturele Israël versus het fundamentalistische Juda. Er is geen aanwijzing dat zij ooit één staat vormden.

De Bijbel behoort tot de wereldliteratuur omdat hij zo’n grootschalige invloed gehad heeft en zijn beeldspraak tot de dagelijkse cultuur is gaan behoren; en omdat talloze schrijvers er hun schrijfarbeid in gestoken hebben. Maar niet, aldus Abicht, omdat het Gods Woord zou zijn.



Doorgeefluik

De auteur prijst de Bijbel: “Hij is tegelijkertijd een van de bronnen van onze universele ethiek. (…) Hier werd voor de eerste keer in de westerse geschiedenis een grote nadruk gelegd op de rechten van het individu en de sociale rechtvaardigheid”. (p.42)

Precisering: de Verlichtingsdenkers met hun mensenrechten waren, zelfs al hadden ze het geloof verlaten, nu eenmaal in het Bijbelse kader doorkneed.  Maar dat betekent niet dat die mensenrechten uit de Bijbel voortkwamen en er zonder de Bijbel niet zouden geweest zijn. Het monotheïsme is inderdaad op de Bijbel gebaseerd (hoewel, wat was daarin dan weer de rol van farao Achnatons monotheïsme?), de rest niet.

Meteen geeft hij zelf aan dat juist de sympathiekste trekken van het oudste godsbeeld in de Bijbel al eerder betuigd waren in de teksten gevonden te Oegarit (Syrië, tot -1400). De oppergod El Elyon “kan beïnvloed worden door andere goden, maar ook door de gelovigen. Dit portret lijkt heel erg op het beeld van God in de eerste boeken van de Bijbel (…) waarin de patriarchen met God onderhandelen.” (p.48)

In de Tien Geboden zijn alleen de eerste twee origineel: zij formuleren een nieuwe theologie. De rest bevat klassieke zedenleer en werd toegevoegd juist om de eerste twee in een gezaghebbend kader te plaatsen. Waarden als de naastenliefde werden al geformuleerd in oudere teksten, die (mede door toedoen van de Bijbel) in de vergetelheid gedrongen waren: “Zo bevat het Egyptische Dodenboek [rond -1400] onder meer de volgende bepalingen: ‘Ik heb mijn plaatselijke God niet vervloekt… Ik heb een god bij zijn processie niet in de weg gelopen… Ik heb niet gestolen… Ik heb geen mannen gedood… Ik ben niet hebzuchtig geweest…’” (p.106) De waardigheid van het individu spoort Abicht terug tot het hellenisme, met het christendom als doorgeefluik. (p.197)

Abicht ziet het monotheïsme niet explosief ten tonele verschijnen, bv. in psalm 89 zit God net als in Oegarit een raad van goden voor, en “prijst de kring van hemelingen de Heer om zijn trouw”. Een van die oude goden was trouwens Sjalem, aan wie de stad Jeruzalem gewijd was (niet aan de vrede/sjaloom). Zelfs de verrijzenis, namelijk van El’s zoon Ba’al, vinden we in Oegarit terug. (p.51)


Verkrachting

Terecht ziet hij in het Gouden Kalf geen symbool van materialisme: het bestond juist uit geschonken juwelen. (p.109) Hij ontdekt veel goeds in de boeken Job en Prediker, die hij uitvoerig ontleedt, en in het Hooglied, dat hij pas in de -3de eeuw situeert, met Griekse en Perzische invloeden; niks geen Salomo. (p.170)

Op fouten laat hij zich niet betrappen, behalve één loeier: de “verkrachting van Dina”. (p.91) Deze frequente bewering van gelovigen voegt laster toe aan moord. Zoals de tekst zelf zegt, hadden Dina en Sjechem voorhuwelijkse betrekkingen. Hij deed vervolgens het eerbare ding door haar hand te vragen, en haar vader stemde toe. Omwille van haar bekeerde hij zich en lieten alle Sjechemieten zich besnijden,-- waarop Dina’s broers hen kwamen doden. Niet omdat Dina verkracht zou zijn, maar omdat ze met een vreemdeling ging trouwen, is de stam van haar bruidegom uitgemoord. (Om dezelfde reden had Jakob aan Esau, met diens Hethitische vrouwen, de erfopvolging ontfutseld.)

Op deze genocide volgden er nog: op de Kanaänieten en Amalekieten, door God verordend. Dat geweld wordt volgens Abicht wel wat verzoet doordat het onhistorisch is: er was nooit een gewelddadige landname van Kanaän, de Jahweh-getrouwen waren een deel van de inheemse bevolking. Hier bevestigt hij zijn joodslievend maar niet zionistisch palmares.

Over het Nieuwe Testament is Abicht kort, en als vrijzinnige erg voorspelbaar: Grieks qua vorm, joods qua inhoud (“messias”, “verbond”, eindtijdverwachting), met het fictieve verrijzenisverhaal als middel voor de apostelen om de dood van hun Heiland te verwerken. Echte gelovigen zullen dit boek allicht mijden.





Ludo Abicht: De Bijbel. Een vrij zinnige lezing, Vrijdag, Antwerpen 2016, pp., €, ISBN .

Labels: , , , , ,

Read more...

19 oktober 2015

Handleiding voor het islamdebat (6): "Jamaar, de Bijbel is ook niet fraai"


 
('tP, 15-10-15)


Mensen die de islam tegen kritiek afschermen, zullen pas in laatste instantie de islam inhoudelijk verdedigen. Eerst gebruiken zij verstrooiingstactieken, eender wat dat de aandacht van de onweerlegbare absurditeit en boosaardigheid van de Koran afleidt.

Eén ervan is het argumentum ad hominem, dat hierop neerkomt: “Ik hoef mijn gelijk niet te bewijzen, want mijn tegenstander is onwaardig.” Zo heb ikzelf pas het verwijt gekregen dat ik door mijn band met India “vooringenomen” ben tegen het islamland Pakistan, en dus ongeschikt om over de islam te informeren. Ten eerste kan zelfs een vooringenomene soms eens de waarheid zeggen, dus als ik dat al zou zijn, maakt het nog niets uit voor de juistheid van mijn stellingname. Ten tweede bén ik niet vooringenomen. Toen ik voor het eerst naar India ging, had ik aangaande de islam geen mening, maar kennismaking met de geschiedkundige en schriftuurlijke feiten heeft mij tot een bepaald standpunt gebracht. Dat is geen “vooroordeel”, wel een “geïnformeerd oordeel”.

 

Bijbel

De meest gebruikte verstrooiingstactiek is echter het “tu quoque”-argument. De aanval is de beste verdediging, dus men schermt de islam af door zelf iets wat de gesprekspartner dierbaar is, aan te vallen.

De laatste paar eeuwen is er een intens debat geweest tussen vrijdenkers en gelovigen over de absurditeiten en onfrisse elementen in de Bijbel. Daarbij werd de framasson nooit door de kaloot onderbroken met: “Jamaar, de Koran is ook niet fraai.” Durf daarentegen de Koran te bekritiseren, en onmiddellijk komt het antwoord: “Jamaar, de Bijbel is ook niet fraai.”

De Bijbel is binnenste buiten geanalyseerd, en allerlei theorieën doen er de ronde over. Er is geen behoefte aan nog meer Bijbeldebat, zeker niet ter onderbreking van het veel actuelere Korandebat.

Heel kort het verschil. Ten eerste heeft de Bijbel een bredere basis, met vele literair begaafde auteurs; daar waar de Koran de rauwe direct genoteerde “godsspraak” van één halfgeletterde bevat. Tegen de meeste bijbelteksten is er wel een bijbels tegencitaat. Het Nieuwe Testament is bovendien bijeengeschreven binnen een kleine sekte in een wereldrijk, zonder de ambitie om een eigen wet op te leggen; daar waar de islam vanuit een machtspositie gevormd is.

Ten tweede is “gewijde geschiedenis” voor joden en christenen vooral geschiedenis, geen gebod tot navolging. Om een heel geladen voorbeeld te geven: Jozua’s landname van Kanaän, waarbij hij de volledige bevolking uitmoordt. Het zionisme heeft dat voorbeeld nadrukkelijk niét nagevolgd: de plaatselijke Arabieren werden niet uitgemoord, noch zelfs maar verbannen. Zij hadden zonder integratieprobleem in de grote, vaak rijke en arbeidverschaffende Arabische wereld terechtgekund. Israël heeft maar een Palestijns probleem, met ettelijke duizenden doden, juist omdat het het bijbelse voorbeeld, zelfs in moderne light-versie, niét nagevolgd heeft. De katholieke en orthodoxe Kerken staan nog veel verder van de Schrift af. Het islamitische recht staat veel dichter bij de letter van de Schrift, die in de islam een veel centralere plaats inneemt

Dat leidt, ten derde, tot nog een ander belangrijk verschil: christenen passen zich redelijk goed aan de moderniteit aan, terwijl vernieuwing in de islam taboe is. Christenen zijn anders gaan denken over de slavernij en hebben ze afgeschaft. De islamwet erkent die instelling onverminderd, en de door het Westen afgedwongen afschaffing ervan is er nooit van harte aanvaard. De jezidi-heidenen hebben het pas nog ondervonden.  

 

Kruisvaart

De kruistochten dan? Zij zijn een volstrekt vaste waarde in elke poging tot islamdebat. Deze militaire avonturen zijn voor kritiek vatbaar, maar zeker geen provocatie tot de eeuwen oudere djihaad. De Kerk besloot ertoe na vier eeuwen islamitische agressie tegen de christenheid. De helft van de christelijke wereld was onder moslimgezag gekomen; in de Maghreb was het christendom zelfs verdwenen.

Toch waren de kruistochten heel multicultureel. Net als in de Reconquista hoort men voortdurend van tijdelijke bondgenootschappen tussen groepen moslims en christenen, bv. tussen Tempeliers en sjiïtische Assassijnen (die steun wilden tegen hun vijand, het Kalifaat,-- de huidige strijd tussen sjiïeten en Kalifaat is niets nieuws). Onze multiculturalisten zouden pro kruistocht moeten zijn.

Daarna maakte de idee van “strijd voor het geloof” wel school, eerst in de kruisvaart van de Duitse Ridders tegen de Baltische heidenen, later in de godsdienstoorlogen en sommige koloniale expedities. Dus ja, het christendom heeft wat gebreken, maar heeft ook bijzondere verdiensten die we in de islam niet terugvinden.  

 

“Alle” religies

Sommigen gaan in hun sabotage van het islamdebat nog verder: “alle religies” zouden in hetzelfde bedje ziek zijn. Deze bewering is logisch gebaseerd op ofwel volledige inductie, dus élke religie na studie gelijkaardig aan de islam bevonden hebben (wie durft?); ofwel op deductie, dus een definitorisch kenmerk van religie als zodanig. Welnu, wie de religies bestudeert, vindt vele tegenvoorbeelden: religies die geen leer over kalifaat, sjari’a of djihaad hebben. En dat volgt uit de definitie van religie, in wezen het ontzag voor het heilige. Als zodanig is ze niet noodzakelijk (zelfs meestal niet) monotheïstisch, en draait ze niet om het geloof in Mohammeds profeetschap,-- de twee definiërende geloofspunten van de islam. Er zijn dus ook religies, volop zelfs, die geen notie van djihaad of “heilige oorlog” kennen.

Een nieuw vertoog vonden we recent op de voorbladzijde van Time: een boeddhistische monnik met het bovenschrift: The face of Buddhist terror. Als zelfs de glimlachende bedienaren van het o zo vredelievende boeddhisme al tot “terreur” in staat zijn, dan moet religieus terrorisme wel héél wijdverspreid zijn. Die “boeddhistische terreur” (die qua geweld het niveau van straatrellen niet overstijgt, maar hier toch hetzelfde etiket krijgt als 9/11) is echter slechts de tweede helft van een verhaal waarvan onze media de beginhelft verzwijgen. Telkens weer blijkt namelijk dat incidenten tussen de twee gemeenschappen uitgelokt zijn door moslimgeweld, meestal verkrachtingen. De Thai en de Myanmarezen zijn geen volgevreten Europeanen, dus zij reageren wanneer hun meisjes verkracht worden. Het is kwade trouw om die reactie, die geen enkel religieus gebod achter zich heeft en weer verdwijnt zodra de provocatie ophoudt, gelijk te stellen met veertien eeuwen islamitische agressie tegen ongelovigen.

 

Veralgemening

Deze veralgemening komt door luiheid. Die is ofwel moedwillig, omdat zij een strategisch voordeel biedt, namelijk het islamdebat verhinderen. Ofwel is zij het traagheidseffect van decennialang in de kaas van het Systeem gezeten te hebben: islamvrienden zijn zo gewend aan afscherming tegen wederwoord dat zij te zelfgenoegzaam geworden zijn voor enige onderzoeks- of argumentatieve inspanning. Een derde reden, bij gehaaide vrijzinnigen, kan zijn dat zij heel hun leven tegen religie überhaupt gefulmineerd hebben en het huidige islamprobleem tot dat bekendere religieprobleem herleiden. In ieder geval, hun vlotte veralgemening miskent de specificiteit van de islamleer.

Labels: , , ,

Read more...

26 maart 2007

Der kinderen tanden zijn stomp geworden (victa placet mihi causa)

.
O
nrechtvaardig, maar kinderen dragen al van oudsher de zonden van hun ouders mee... en dus kan Wouter van Bellingen gerust een zwartzak genoemd worden, wellicht voor zaken die zijn adoptiefgrootouders nog hebben verricht, of ook niet verricht. Misschien komt het hem onder omstandigheden wel van pas om te wijzen op een Bijbels verbod:

Ezechiël 18:1 Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
18:2 Wat is ulieden, dat gij dit spreekwoord gebruikt van het land Israels, zeggende: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en de tanden der kinderen zijn stomp geworden?
18:3 Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo het ulieden meer gebeuren zal, dit spreekwoord in Israel te gebruiken!

In de King James is die Heere HEERE natuurlijk the Lord God, en over het algemeen bewijst de KJ-vertaling haar nut als er in de Statenvertaling dingen staan waar een moderne mens kop noch staart aan krijgt. Maar de Staten blijft de schitterende stichtingsoorkonde van ons Nederlands — net zoals Luther het Duits heeft geschapen[*] uit een warboel van dialecten.

Eze 18:1 The word of the LORD came unto me again, saying,
18:2 What mean ye, that ye use this proverb concerning the land of Israel, saying, The fathers have eaten sour grapes, and the children's teeth are set on edge?
18:3 As I live, saith the Lord GOD, ye shall not have occasion any more to use this proverb in Israel.


Ik wil dit citaat aan Wouter Van Bellingen aanraden, want het maakt tegenwoordig indruk als je met de bijbel aankomt! Men denkt dan al vlug dat je wel meer achter de hand hebt ...al zijn zulke zaken tegenwoordig makkelijk te vinden, bijvoorbeeld met het geweldige programma E-sword, waar je, vers voor vers, alle mogelijke bijbelvertalingen naast elkaar kunt leggen. Véél meer dan de zesvoudige vergelijking, de Hexapla van de Griekse heilige Origenes (Ὠριγένης, 185–ca.254).
Geen boek werd ooit beter geanalyseerd dan de Bijbel, en filologie (natuurlijk niet politicologie of aanverwante, en ik zwijg helemaal over journalistiek, die enkel zelfgefabriceerde pseudo-evenementen en enquêtes nog verslaat ...maar dat zei ik allemaal eerder al) is de echte basis van de democratie, want zij laat toe om te bewijzen dat teksten (inzonderheid ook Heilige Teksten) altijd louter mensenwerk zijn.

Ja, ik val in herhaling, maar omdat ook in de Bijbel alles twee of drie, of zeven keren gezegd wordt, is er nog:
Jeremía 31:29 In die dagen zullen zij niet meer zeggen: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en der kinderen tanden zijn stomp geworden.

______________________

[*] Er [Luther] schuf die deutsche Sprache. Dieses geschah, indem er die Bibel übersetzte.
In der Tat, der göttliche Verfasser dieses Buches scheint es ebensogut wie wir andere gewußt zu haben, daß es gar nicht gleichgültig ist, durch wen man übersetzt wird, und er wählte selber seinen Übersetzer und verlieh ihm die wundersame Kraft, aus einer toten Sprache [Hebreeuws], die gleichsam schon begraben war, in eine andere Sprache zu übersetzen, die noch gar nicht lebte.
Heinrich Heine
Zur Geschichte der Religion und Philosophie in Deutschland (1834)
Sämtliche Werke, Meyers Klassiker-Ausgaben
Ernst Elster, 1893, vierter Band, S.196-7

Hij schiep de Duitse taal. Dit geschiedde doordat hij de Bijbel vertaalde.
Inderdaad, de goddelijke Steller van dit Boek schijnt evengoed als wij allemaal geweten te hebben dat het een heel verschil maakt door wie je vertaald wordt, en hij zocht zich zelf zijn vertaler uit en verleende hem de wonderbaarlijke kracht om uit een dode taal, die als het ware al begraven was, te vertalen naar een andere taal, die nog niet in leven was.

.

Labels: , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten