21 april 2008

Preserving decentralisation (Vincent De Roeck)

I believe that the need for decentralisation is to become one of the main challenges of libertarians and other freedom-loving people in the future, especially in the light of emerging One World tendencies inside supranational organizations like the UN and the EU. Libertarians are to believe that democracy, in spite of being perhaps the best system of government invented by man until this very moment, has its flaws as well, and that in a certain sense, it is nothing else than the dictatorship of a majority. Thomas Jefferson talked about “mob rule where fifty-one percent of the people could take away the rights of the other forty-nine”. Benjamin Franklin even went further by claiming that democracy is “two wolves and a lamb voting on what to have for lunch” and that liberty is “a well-armed lamb contesting that vote”. Instead of being ruled by tiny elites as it was the case throughout history in the absence of democracy, we are now ruled by the majority of the people accidentally living between the same lines as we do.

Dictatorships brought the worst of man to the surface as the world witnessed throughout history - wars, genocide, totalitarianism etc. But democracies weren’t the best solutions for libertarians neither since they all led to the creation of welfare states, the growing powers of central governments and the destruction of civil liberties. Libertarians tend to be a rare breed, so their rights and liberties are under both circumstances - dictatorship as well as democracy - subject to arbitrary decisions made by the state which, however democratically legitimate, is actually acting in exactly the same fashion as totalitarian regimes usually do. They trample upon the freedoms of the individual and tend to justify their actions by constantly referring to their democratic origin.

I believe - of course hypothetically - that the only true democratic form of government is a single citizen democracy where the risks of being ruled by others no longer exist. But because we don’t live in an ideal world, and I acknowledge that, we will have to find a compromise, trying to reach as far as humanly possible towards this libertarian ideal. Hence, to me, such a compromise should consist out of a scarcely inhabited decentralized state where it is much easier to move out or move in, and where it is much easier to put enough libertarians together and grab power. A well-known modern example of this modus operandi is the Free State Project in New Hampshire.

But even within a tiny decentralized state, minorities have to be protected and liberated from the laws voted by the majority, even when it is a libertarian one, so the solution to this is small government. Small government is the only way of preserving the rights of a minority without having to legislate insufficient - and hence useless - protection measures. Under the powers of a small government, no majority, no matter how big or powerful, can control the everyday life of the minority, and even when totalitarians rise to power, they would not have the legislative possibilities to enforce their totalitarian state ideas on the backs of the people.

Thus, decentralization and limited government are, reduced to their core, the two main pillars of every free society, and preserving them is the most important endeavour for libertarians.


Dit commentaarstuk werd in het kader van een zomerseminarie als mini-essay naar het Institute for Humane Studies opgestuurd.

Meer over het Institute for Humane Studies op www.theihs.org.
Meer teksten van Vincent De Roeck op www.libertarian.be.


Read more...

20 april 2008

Durven doordenken om de werkloosheid uit de wereld te helpen.

Debatavond op donderdag 24 April 2008 om 19.30 uur in het Internationaal Perscentrum Vlaanderen te Antwerpen, Grote markt 40 met als titel:

Durven doordenken om de werkloosheid uit de wereld te helpen.

Vorig jaar heeft WorkForAll de krijtlijnen uit de doeken gedaan om de welvaart te herstellen. De basis hiervan is een halvering van het overheidsbeslag wat ook inhoudt dat ons wettelijk bestel grondig vereenvoudigd wordt. De MaxTaks is hierin een sleutel element want het raakt de complexiteit van het overheidsapparaat en zijn aanhangels en met al zijn neveneffecten in de kern. Dat belet niet dat dit maar een tussenstap mag zijn. Op termijn kan elke vorm van inkomsten belasting best verdwijnen. Het is niet alleen welvaartsvernietigend, het bestraft ook de burger die zich inzet in de samenleving door zijn arbeid en kapitaal te investeren.

Daarom willen we op deze avond twee maatregelen voorstellen die aantonen dat verandering mogelijk is. Meer nog, het hoeft de belastingsbetaler niets te kosten.

Eric Verhulst zal het hebben over hoe men elke vorm van Economisch Initiatief ook vandaag kan herstellen. Hij zal het hebben over een voorstel dat breekt met de vastgeroeste visie waarmee elke ondernemer, voltijds of halftijds, dagelijks mee te maken heeft. Het kan de economie een nieuw élan geven en de geest van ondernemerschap herstellen. Het mooie aan het voorstel is dat het de belastingbetalende burger niets extra hoeft te kosten.

Martin de Vlieghere zal het hebben over een voorstel dat aan de basis lag van de oprichting van WorkForAll en het potentiëel heeft alle RVA-trekkers terug aan het werk te krijgen. Eens te meer zonder dat het aan de belastingbetalende burger extra hoeft te kosten.

Beide voorstellen zijn uniek in die zin dat ze probleem van onze tanende economie vanuit een heel andere hoek bekijken dan tot nu gebruikelijk was. Dit beleid heeft gefaald en dat wordt zonder weerlegging aangetoond door de 42% van de actieve bevolking die van een overheidsinkomen leven. De echte werkloosheid is dan ook 26% van de actieve bevolking. De remedie hiervoor is niet nog eens een resem micromaatregeltjes uit te vaardigen die aan de grond van de zaak niets veranderen maar wel handenvol geld kosten aan de werkende en belastingbetalende burger. Het volstaat een beleid te voeren dat deze verloren economische krachten activeert op basis van gezonde marktprincipes. De overheid moet zich niet meer maar minder bemoeien en zijn beslag op de economische welvaart van de initiateif nemende burger drastisch terug schroeven.

Deze twee maatregelen zijn geen simpele recepten die in één slag alles recht kunnen trekken. De analyses die u op deze website kunt lezen tonen aan dat men uiteindelijk op een veel breder vlak veranderingen zal moeten doorvoeren. Het overheidsbeslag moet omlaag, de overheidswerking moet niet alleen veel transparanter en eenvoudiger gebeuren, de burger moet terug effectief betrokken worden op een democratische manier. Deze twee voorstellen tonen evenwel aan dat eenvoudige maatregelen veel kunnen bereiken, maar dan moet men wel het vaste patroon van micromaatregeletjes doorbreken. Na de korte uiteenzettingen laten wij het woord aan externe debatanten en de aanwezigen om deze voorstellen kritisch te bekijken.

Debattanten: Alain Mouton (TRENDS), Anne Vanderstappen (Adviseur sociale zaken UNIZO)

De ingang is gratis met de mogelijkheid de discussie na afloop in de bar van het perscentrum verder te zetten. Graag evenwel vooraf aanmelden op info.request @ workforall.org of maak gebruik van het contact formulier.
Read more...

Meer welvaart en welzijn met directe democratie

Zoals u wellicht weet hebben we vroeger reeds een negatieve correlatie tussen het overheidsbeslag en welvaartscreatie vastgesteld (zie de eerste studies van WorkForAll e.a.). Al geruime tijd zeggen wij dat er werklozen zijn omdat de economie niet meer werkt, dat de economie niet meer werkt omdat de democratie niet meer werkt en dat de democratie niet meer werkt omdat de morele basis ondergraven is. Reden waarom we eerder voor een democratisch staatsbestel op zijn zwitsers pleiten, ook al wordt dit model zo goed als dood gezwegen.

Er zijn nu studies die effectief aantonen dat er een positive correlatie bestaat tussen meer directe democratie en welvaart en welzijn enerzijds. Uitgevoerd door zwitsers en dan nog door binnen Zwitserland de cantonale verschillen te gaan bekijken. Het mooie aan het Zwisterse model met zijn directe en lokale democratie is dat de democratie er in elk kanton anders ingevuld wordt. Een prachtig wetenschappelijk werk. Hierbij een korte tekst van Jos Verhulst it zijn boek dat men op http://www.democracy-international.org/book-direct-democracy.html kan downloaden.

Deze studies zijn infeite verbluffend want ze bewijzen met mathematische nauwkeurigheid hetgeen we al lang zeggen, weten en soms meer aanvoelen dan echt kunnen bewijzen, nl. dat alles samenhangt: democratie - openbaarheid van bestuur - efficiëntie - welvaart - welzijn - ....vrijheid

De tegenhanger hiervan staat voor: dictatuur - corruptie en nepotisme - verspilling - armoede - verzuring - ... een slaaf zijn in eigen land.

In dit landje zitten we ergens halverwege maar het is meer en meer aan het afglijden naar het tweede. Die cirkel moeten we doorbreken. We hebben het hier bewust niet over politieke of ideologische stromingen want geen enkele ervan is zuiver op de graad. Opportunisme en macht doet vroeg of laat de idealen de das om. Reden te meer dat het systeem aan de basis zeer zuiver op de graat moet zijn. De Zwiters hebben hier het voorbeeld gegeven. Hun democratie gaat decennia terug en de jaarlijkse stemming met handopsteking in vele dorpen gaat terug naar het oude Germaanse recht, wellicht een tiental eeuwen oud. Zwitserland kent al 150 jaar geen oorlog maar is wel telkens het toevluchtsoord voor al wie vervolgd wordt. Het heeft ook een van de laagste belastingsregimes in de wereld, maar dat belet niet dat de welvaart er hoog is en men sociaal niets tekort schiet. De hamvraag is vandaag niet of het zwitsers model geen navolgig verdient, de hamvraag is waarom men het angstvallig probeert dood te zwijgen?

Hieronder een extract:

Resultaten economische correlatie studies.

Jos Verhulst & Arjen Nijeboer

“Directe democratie: feiten, argumenten en ervaringen omtrent de invoering van het referendum” Brussel: Democracy International, 2007

De vele referenda die sinds ruim honderd jaar in Zwitserland gehouden zijn, leveren een goudmijn aan gegevens op wat er gebeurt als de bevolking zijn lot in eigen hand kan nemen. Een groep economen en politicologen van de universiteiten van Zürich en St. Gallen – Bruno S. Frey, Reiner Eichenberger, Alois Stutzer, Lars P. Feld, Gebhard Kirchgässner, Marcel R. Savioz en anderen – onderzoeken sinds enige tijd systematisch de effecten op het beleid en de maatschappij van directe democratie. Hierbij maken zij gebruik van het feit dat er grote verschillen bestaan in de mate van directe democratie die de Zwitserse kantons hebben. Omdat de kantons ook grote bevoegdheden hebben – Zwitserland is eigenlijk een confederaal samenwerkingsverbond tussen soevereine kantons – is het mogelijk om op veel terreinen te meten wat de gevolgen zijn van directe democratie. Hierbij hebben zij uiteraard steeds de overige factoren die ook van invloed konden zijn op het onderzochte verband, verdisconteerd in hun statistische berekeningen (het ceteris paribus-beginsel). In 1999 vatten Kirchgässner, Feld en Savioz een groot aantal onderzoeken samen in de studie Die Direkte Demokratie: Modern, erfolgreich, entwicklungs- und exportfähig. Maar ook sindsdien zijn vele nieuwe onderzoeken gepresenteerd. Hieronder een aantal van de meest sprekende onderzoeksresultaten: - Feld en Savioz (1997) namen een nauwkeurige index van de mate van directe democratie in alle Zwitserse kantons en correleerden deze met de economische prestatie van de kantons op diverse tijdstippen tussen 1982 en 1993. Na vele bewerkingen te hebben uitgevoerd en alternatieve verklaringen te hebben uitgesloten, concludeerden zij dat, afhankelijk van het tijdstip, de economische prestatie in de direct-democratische kantons tussen de 5,4 en 15 procent hoger was dan de representatieve kantons. “Het naast elkaar bestaan van representatieve en directe democratie in Zwitserland leidt tot een natuurlijke vraag: indien directe democratie efficiënter is dan representatieve democratie, waarom nemen de representatief-democratische kantons dan niet de succesvolle strategie van hun buren over?”, aldus Feld en Savioz (1997, p. 529)

- Pommerehne onderzocht de 103 grootste steden van Zwitserland op het verband tussen directe democratie en de efficiëntie van de overheid, met als voorbeeld de afvalverwerking. In de steden met directe democratie was de afvalverwerking – ceteris paribus –10 procent goedkoper dan in de steden zonder directe democratie.

Bovendien vond Pommerehne een flinke kostenbesparing indien de afvalverwerking door de stad werd uitbesteed aan een privaat bedrijf. De steden met directe democratie en private afvalverwerking waren de kosten 30 procent lager – ceteris paribus – dan in de steden met een representatief systeem en publieke afvalverwerking. (Kirchgässner, Feld en Savioz, 1999, p. 98-100)

- Kirchgässner, Feld en Savioz (1999, p. 92-98) bekeken 131 van de 137 grootste Zwitserse gemeenten om het verband tussen directe democratie en publieke schuld vast te stellen, met data uit 1990. In de gemeenten waarin referenda over de publieke uitgaven zijn toegestaan, directe democratie was de publieke schuld – ceteris paribus – 15 procent lager dan in gemeenten waar dit niet het geval was.

- Feld en Matsusaka (2003) onderzochten het verband tussen overheidsuitgaven en directe democratie. In sommige Zwitserse kantons bestaat een ‘Finanzreferendum’ waarbij alle overheidsbeslissingen boven een bepaald bedrag (het gemiddelde is 2,5 miljoen Zwitserse frank) verplicht door de burgers moeten worden goedgekeurd.

In kantons met zo’n referendum waren de overheidsuitgaven tussen 1980 en 1998 gemiddeld 19 procent lager dan in kantons zonder dit instrument. - Benz en Stutzer (2004) onderzochten het verband tussen directe democratie en de politieke kennis waarover burgers beschikken, zowel in Zwitserland als in de EU.

Voor Zwitserland namen zij gegevens van 7500 inwoners en correleerden die met een index van de mate van directe democratie van de 26 kantons, van 1 tot 6. De hoogste mate van directe democratie kwam voor in het kanton Basel, indexcijfer 5,69; de laagste mate in kanton Genève, indexcijfer 1,75. Er werd gecontroleerd voor andere relevante variabelen, waaronder geslacht, leeftijd, opleiding, inkomen en het al dan niet lid zijn een politieke partij. Zij concludeerden dat het verschil in politieke kennis tussen een inwoner van Genève en Basel, ceteris paribus, aanzienlijk was en evenveel bedroeg als het verschil tussen wel en niet lid zijn van een politieke partij, of tussen de inkomensgroep van 5000 Zwitserse frank en 9000 Zwitserse frank. Voor de EU, waarbij 15 Europese landen werden bekeken waarvan er 6 in de laatste 4 jaar voorafgaand een nationaal referendum hadden gehouden, kwamen zij tot soortgelijke resultaten.

- Frey, Kucher en Stutzer (2001) onderzocht of het zelfgerapporteerde geluksgevoel (‘subjective well-being’) van burgers beïnvloed wordt door directe democratie. Geluksgevoel kan gewoon worden gemeten, in de zin dat je mensen gewoon kan vragen hoe gelukkig zij zichzelf voelen. Frey nam dezelfde index van de Zwitserse kantons als Benz en Stutzer, en correleerde die aan de antwoorden van 6000 Zwitsers op de vraag: “Hoe tevreden bent u tegenwoordig met uw leven in zijn geheel?” Frey controleerde voor vele andere variabelen. Dit konden zij aangeven in een schaal van 1 tot 10. Een inwoner van Basel (het meest direct-democratische kanton) bleek 12,6 procentpunt hoger te scoren op de geluksschaal dan een inwoner van Genève (het meest representatieve kanton). Ook bekeek Frey het verschil tussen geluksgevoel dat ontstaat omdat het beleid meer volgens de wensen van de burgers is (uitkomst), versus het geluksgevoel dat ontstaat door deelname aan het stemmen zelf (het proces). Dit deed hij door een groep buitenlanders mee te nemen, die op kantonaal niveau niet mogen stemmen, maar wel de vruchten plukken van de uitkomsten van referenda. De niet-stemmende buitenlanders waren in de direct-democratische kantons ook gelukkiger, maar minder dan de stemmende Zwitsers. Hieruit concludeerde Frey dat het deelnemen aan de stemmingen voor tweederde verantwoordelijk was voor het toegenomen geluksgevoel, en het meer met de volkswil overeenkomende beleid voor één derde.
Read more...

Reaktie op "Alleen eigen beleid schept banen"

Brief gericht aan de Guy Tegenbos van De Standaard:

Vandaag verscheen in DS een artikel naar aanleiding van een studie van de verenigde Planbureaus. Dat er opmerkelijke socio-economische verschillen zijn tussen de regio's is een feit. Een tijdje geleden heeft u hierover ook een mooi kaartje gepubliceerd (Banengroei vanaf 1970). Banengroei is een vrij goede indicator van de economische groei. Wat mij toen al opviel was dat Vlaanderen het gemiddeld niet zoveel beter deed dan het grootste deel van Wallonië.

De echte probleemgebieden zijn Charleroi, in iets minder mate de Henegouwse peripherie en Luik. Beide zijn grootsteden met een grote immigranten bevolking en laat ons rechtuit zijn een PS-bewind. In Charleroi en Luik is dit laatste een uitvloeisel van een voorbij gestreefde staal-en kolen industrie en zijn bijhorend hard syndicalisme. Ook in Vlaanderen en Brussel is het fenomeen grootstad en links bewind een duidelijke correlatie factor. We trekken hier geen conclusies uit omdat de correlatie eerder empirisch is maar men kan ze toch ook niet zomaar ontkennen.

Rest nu de vraag of de werkloosheid beinvloed wordt door het "eigen" beleid. De statistieken die men aanhaalt (want de studie is nog niet gepubliceerd) lijken dat te bevestigen. De werkloosheid is inderdaad in Vlaanderen anders geëvolueerd dan in Brussel en Wallonië. In Vlaanderen is ze blijven hangen net onder de 9% en in Brussel en Wallonië is ze nagenoeg toegenomen met een factor 2,5. De foute conclusie die men uit dergelijke evolutie trekt is dat er een oorzakelijk verband zou zijn tussen het regionale beleid en de werkloosheid cijfers. Dit kan men om te beginnen niet wetenschappelijke verantwoorden. Men heeft maar een enkele tijdsreeks en dat er een verband zou zijn met het regionale beleid is een vrijblijvende hypothese. Ik betwijfel het tewerkstellingsbeleid van de lokale overheden wel degelijk veel invloed hebben op de effectieve tewerkstelling en verwijs hiervoor naar het volgende:

1. De stelling dat het Vlaamse beleid zoveel beter was, is bedenkelijk want de werkloosheid is nagenoeg dezelfde gebleven. Men zou dus eerder moeten zeggen dat het Vlaamse beleid neutraal was voor de werkloosheid. Wat wel duidelijk is dat er er verband bestaat tussen de regio's en de toename van de werkloosheid. Dit had wellicht meer te maken met een verschil in andere socio-economische parameters dan met het tewerkstellinsgbeleid. Zoals reeds aangehaald, de probleemgebeiden van Charleroi en Luik wegen statistisch zwaar door en de correlatie is er wellicht meer een van massale immigratie van laaggeschoolden en een algemeen links beleid dat gericht is op sociale verpampering. Streken zoals Waals-Brabant, Namen en Luxemburg geven dan ook een heel ander beeld.

2. De tewerkstelling wordt in grote mate bepaald door de loonkosten (waavan het grootste deel bestaat uit belastingen) en dat is samen met de (dure) Sociale Zekerheid grotendeels nog steeds een federale materie. Een factor die wellicht een rol speelt is de de Vlaamse ondernemingsgeest en cultuur van hard werken. Dit heeft het werkaanbod op peil gehouden terwijl de afwezigheid van deze factoren in Wallonië dat net niet gedaan heeft. Vlaanderen is een dynamisch KMO-land, Wallonië heeft dat veel minder omdat men te lang verknocht is gebleven aan het verleden van zijn groot-industriën.

3. Een derde factor is zuiver statistisch en een van definities. De werkloosheid wordt namelijk anders gemeten dan vroeger. Zoe levert de zogenaamde "geharmoniseerde" definitie eerder een cijfer op dat rond de 14,5 % schommelt. Daarenboven is heel wat effectieve werkloosheid nu verborgen onder de vorm van andere statistische categoriën. Zo zijn er heel wat mensen bij de overheid tewerkgesteld geworden (waarbij de vraag is wat de nuttige economische bijdrage is). Vlaanderen heeft hier een belangrijk deel voor zijn rekening genomen. Er zijn ook veel bruggepensioeneerden, loopbaanonderbrekers, PWAers, dienstenchequers, enz. Veelal leven zij van een RVA-uitkering en dikwijls zijn ze officieel nog tewerkgesteld (omdat ze bv. nog ingeschreven zijn bij de werkgever). Hun aantal bij de RVA bedraagt dan ook 1,2 miljoen waarvan nog niet de helft effectief werkloos is. Het grootste deel is dus effectief niet-actief en dient men als een vorm van werkloosheid in de economische zin te beschouwen. Dit gaat wel over een kwart van de beroepsbevolking. Tenslotte draagt deze groep nauwelijks bij aan de economische groei. Wij hebben vorig jaar hiervan de cijfers (bron: Planburea) in tabel gezet en vergeleken in functie van het bevolkingsaantal per regio. We zijn daarbij tot de ietwat onthutsende vaststelling gekomen dat als men rekening houdt met deze categoriën het verschil tussen Vlaanderen en Wallonië heel wat kleiner is. Vlaanderen scoort inderdaad beter in de effectieve werkloosheid maar scoort veel slechter in de categorie loopbaanonderbreking en brugpensioen. Het totaal beeld is dan eerder dat het verschil maar zo'n 5% bedraagt en niet een factor 2 zoals men dikwijls beweert. In bijlage vindt u deze tabellen.

Wat is nu de conclusie? Vooreerst dat het regionale beleid tot vandaag weinig heeft kunnen veranderen als men het totaal plaatje bekijkt. Daarvoor weegt de federale last nog veel te veel door. Desondanks is Vlaanderen als regio globaal beter af maar dit heeft wellicht meer te maken met de Vlaamse ondernemingsgeest met zijn KMO klimaat dan met een verschillend beleid. De verschillen zijn vooral dat de Vlaamse overheid inventiever geweest is in het wegmoffelen van werklozen in andere categoriën ook al is globaal de actviteitsgraad hoger dan in Wallonië. Zoals iedereen wel weet, de overheid schept geen banen, ze kan ten hoogste statistische tewerkstelling scheppen. Dat was ook wat Verhofstadt met zijn 200000 jobs bereikt heeft. De echte banen worden door de ondernemers gecrëerd.

Wil dit nu zeggen dat een verdere regionalisatie geen zin heeft? Neen, integendeel. De regionale verschillen zijn een feit en op dit moment wordt het meer dynamische Vlaanderen afgeremd door de Waalse regio via zijn greep op het federale beleid. Om die reden ook wil men niet dat er aan de 65 mijard van de Social zekerheid geraakt wordt, ook al betekent dit dat dit land langzaam als geheel failliet gaat. In Vlaanderen is men zich al langer bewust van deze uitdaging, maar elke verandering wordt door de Waalse politici vakkundig afgeblokt. Vroeg of laat gaat dit de kruik doen barsten en daarom zijn doortastende veranderingen dringend nodig.

Eric Verhulst,
Voorzitter www.WorkForAll.org, een onafhankelijke socio-economische denktank.
Read more...

België «Anders» (Hoegin)

België AndersEnkele ondernemers, onder leiding van Rudy Aernoudt, kanten zich tegen te veel regionalisering en springen in de bres voor België, dat zij «anders» bestuurd zouden willen zien. Hun beginselverklaring ademt echter zoveel koekendozennationalisme en naïef belgicisme uit, dat je begint te vermoeden dat de auteurs zich ferm hebben moeten tegenhouden om niet de helft van de woorden met een hoofdletter te schrijven. Intellectueel stelt het echter niet veel voor, en kan het zeker niet tippen aan wat de denkgroep In de Warande op papier zette, ook al is het net tegen deze groep dat België Anders zich wil afzetten.

Het begint al met de eerste zin: «België is een schitterend land met een enorm potentieel». En van dik hout zaag je planken. Zijn Vlaanderen en Wallonië dan twee achterlijke regio's zonder potentieel als ze niet aan mekaar vastgeklonken blijven? Dat is natuurlijk wat je verondersteld wordt te concluderen wanneer je de tekst doorleest, maar echt overtuigend is het allemaal toch niet.

Neem nu het taalbeleid, waar België Anders een kemel van jewelste schiet. België zou een unicum in de wereld zijn omdat het drie officiële talen heeft, naast de naar schatting tweehonderd andere talen die er gesproken worden. Akkoord, landen als Finland (Fins-Zweeds), Canada (Engels-Frans) en Ierland (Engels-Iers) zitten misschien net een categorie lager, maar moeten we echt geloven dat deze lui nog nooit zijn gaan skiën in het officieel viertalige Zwitserland? Of nog nooit gehoord hebben van Zuid-Afrika (elf officiële talen), of India (21 officiële talen, en verder zo'n vierhonderd lokale inheems talen)? Als België al een unicum in de wereld zou zijn, dan alleen maar omdat alleen in België de combinatie Nederlands-Frans-Duits kent, al even uniek als de Belgische vlag dus, maar wie een beetje verder kan kijken dan de schaduw van de eigen driekleurige kerktoren zal opmerken dat België op wereldbasis misschien nog eerder aan de bescheiden kant zit qua officiële meertaligheid. En dat precies de Belgische drietaligheid de oorzaak zou zijn van het economische, wetenschappelijke en culturele succes van België kan dus sterk betwijfeld worden.

Wat dat economische succes betreft, aanhalen dat Wallonië honderd jaar geleden de tweede rijkste regio ter wereld was, is niet bepaald van die aard dat ik onder de indruk raak van het Belgische discours van deze heren. De vraag is immers waarom Wallonië vandaag in een economisch moeras zit, en haar politici nog steeds niet echt de wil schijnen te bezitten om Wallonië uit dat moeras te trekken. Wanneer België Anders vervolgens een contrast wil scheppen met een «soms provincialistische houding», is het duidelijk dat zij hun pijlen onder meer op het Vlaams-nationalisme richten. Hoe die verwerpelijke provincialistische houding gekoppeld kan worden aan de lage werkloosheidsgraad in Vlaanderen is niet meteen duidelijk, en ook de prima PISA-resultaten van het Vlaamse onderwijs scholen contrasteren sterk met de beleden Belgische diversiteit als bron van economische en culturele rijkdom.

België Anders wijst overigens een terugkeer naar het Belgique à papa af, maar de maatregelen die de denkgroep voorstelt baden toch in een sterk Belgique à papa-sfeertje. «Meertaligheid moet de norm worden en volkomen tweetaligheid moet worden nagestreefd en vergemakkelijkt.» Als het dat maar is. Het zou in ieder geval het voordeel hebben dat de faciliteiten afgeschaft zouden kunnen worden, maar iets zegt me dat dat wel niet de bedoeling zal geweest zijn. Integendeel zelfs, de onvermijdelijke federale kieskring duikt immers ook op in hun rijtje maatregelen. En de oproep dat de media meer «nuttige» initiatieven zouden moeten nemen om de taalgroepen dichter bij mekaar te brengen bezorgt me alleen maar koude rillingen. Gewoon de waarheid brengen en de bevolking correct informeren past blijkbaar niet in het Belgische plaatje. Terzijde gezegd, zo gek is die analyse nog niet, maar het zegt veel over de democratische ingesteldheid van dit clubje Belgen.

In een begeleidend interview in De Standaard laat Nicolas Saverys zich trouwens eens goed gaan, maar door de emotionaliteit –op rationaliteit kunnen belgicisten nu eenmaal niet meer spelen– kwam er blijkbaar alleen maar onzin uit zijn mond. Over Brussel-Halle-Vilvoorde: «Het kan toch niet dat wij het goed functioneren van dit land laten afhangen van het al dan niet splitsen van een kiesarrondissement.» Een oproep aan de Franstaligen om hun belangenconflict terug te trekken? De Open Vld zal in ieder geval niet op België Anders moeten rekenen om van een federale kieskring een breekpunt te maken bij de komende (aan de gang zijnde?) onderhandelingen over de staatshervorming. En over het globale perspectief: «Bekijk eens België vanuit een Chinees oogpunt. We zijn een stad, meer niet. Gaan we de haven van Sjanghai ook opsplitsen in gehuchten?» Goed gezien natuurlijk, maar vanuit China bekeken is Luxemburg zelfs nog geen gehucht, maar in het beste geval een steegje aan de rand van het Belgische dorp – annexeren die boel dan maar? Of houdt die man hier een pleidooi om de haven van Antwerpen te fusioneren met die van Rotterdam? Het zou zo gek nog niet zijn, maar een terugkeer naar een verenigd Koninkrijk der Nederlanden, wat zou Nicolas Saverys daarvan gedacht hebben? Jammer dat de journalist hier geen «nuttig initiatief» nam.

Weet je wat ik denk? Dat dit vooral een sollicitatie was voor enkele driekleurige lintjes later dit jaar, een gelegenheid om aan koning Albert II te laten weten dat er in dit land toch nog échte Belgen bestaan die er niet vies van zijn lakei te spelen en graag een paar euro's zouden willen spenderen –voor het goede doel– om zich een echt wapenschild te laten maken. De stijl van hun pamflet is in ieder geval amper te onderscheiden van die van een koninklijke 21 juli-toespraak. Misschien kan sire zelfs hier en daar een zinnetje lenen dit jaar.

Labels: , , , ,

Read more...

19 april 2008

In memoriam Charlton Heston, 1923-2008
(Vincent De Roeck)

Eén van Amerika’s grootste sterren van alle tijden is niet meer. De Amerikaanse Hollywoodvedette Charlton Heston overleed op 5 april 2008 in zijn woonst in Beverly Hills als gevolg van zijn aanslepende gezondheidsproblemen. Zijn vrouw Lydia was bij hem toen hij zijn laatste ademtocht uitblies. Hij laat de wereld twee dochters, 113 films en zeven boeken na. Charlton Heston heeft in zijn leven vele waters doorzwommen en vele mensen weten te bereiken. Na een decennialange carrière als fotomodel, theatermaker, filmacteur, vakbondsman en politiek activist ruilde hij twee weken geleden het tijdelijke voor het eeuwige in. De persoon Charlton Heston mag dan al wel gestorven zijn, de waarden waarvoor hij stond en de projecten die hij doorheen de jaren wist bol te werken zullen de tand des tijds wel doorstaan, als postuum eerbetoon aan Ben Hur. Charlton Heston is 84 jaar oud geworden.

Terugblik op Charlton Heston

Mij zullen echter niet zozeer zijn films of boeken, of zijn zieke jaren in de herfst van zijn leven bijblijven, dan wel zijn politieke realisaties. Longontsteking of niet, Alzheimer of niet, prostaatkanker of niet, heupcomplicaties of niet, Charlton Heston gaf zich niet gemakkelijk gewonnen in het leven, en dat manifesteerde zich ook in de manier waarop hij aan politiek deed. Als succesvol acteur in het linkse bastion van Hollywood brandde hij ook op niet-filmisch vlak van ambitie. Een partijkaart van de Democraten paste bij de politieke ambities van Heston in die tijd.

En dat legde hem alvast geen windeieren, want na actief geweest te zijn binnen de campagneteams van Adlai Stevenson (1956) en John Fitzgerald Kennedy (1960), en na deelgenomen te hebben aan quasi elke burgerrechtenmars van betekenis in de eerste helft van de jaren 1960, werd Heston in 1965 moeiteloos verkozen tot voorzitter van de acteursvakbond in Hollywood, een functie die hij zes jaar lang zou bekleden en het pad zou effenen voor zijn latere stappen in de politiek, net zoals Ronald Reagan het hem vijf jaar vroeger trouwens voorgedaan had.

De dode lichamen van Martin Luther King Jr. en Robert Kennedy waren nog niet koud, of Charlton Heston wisselde zijn Democratische partijkaart in voor een Republikeinse. In 1972 verdedigde hij de presidentsaspiraties van Richard Nixon en in 1980 streed hij aan de zijde van Ronald Reagan en George H. W. Bush tegen de herverkiezing van Jimmy Carter, opnieuw met succes. Ondertussen bleef Heston evenwel acteren en leverde hij nog menig filmpareltje af. Voor hem was en bleef de politiek in de eerste plaats een hobby. Dat zou ook nog in de rest van zijn leven zo blijven.

Na Hestons ruk naar rechts werd hij de spreekbuis van conservatief Amerika met zijn onverbloemde standpunten tegen positieve discriminatie, tegen abortus en euthanasie, tegen de beperkingen van het vrije wapenbezit, tegen de oorlogen in Vietnam en Irak, tegen obsceniteit in de media en tegen de politieke correctheid. “De politieke correctheid is gewoon een tirannie met manieren”, aldus Heston.

Op de barricaden van de vrijheid

Maar uiteindelijk was het zijn zichtbaar voorzitterschap van de “National Rifle Association”, de grootste wapenrechtenlobby in de wereld, tussen 1998 en 2003 dat de politicus in Charlton Heston naar het voorplan bracht, een taak die hij op meesterlijke wijze wist te vervullen, alle pogingen om hem onderuit te halen van Michael Moore en consorten ten spijt.

Charlton Hestons communicatievaardigheden en rotsvaste overtuiging in zijn gelijk brachten Al Gore in 2000 ten val. Voor de eerste keer in de naoorlogse geschiedenis van de VS wist één enkele lobbygroep de presidentsverkiezing te beslissen. De angst van de NRA-leden voor Al Gores posities ten overstaande vrij wapenbezit werd door Heston aangewakkerd, en opnieuw met succes. In 2004 deed de NRA dat nog eens dunnetjes over met haar “Vote Freedom First” rallies die uiteindelijk (mee) de campagne van John Kerry wisten te kelderen.

Door zijn staat van dienst voor de Republikeinse Partij in de laatste kwarteeuw wist George W. Bush ook echt niemand meer te verbazen toen hij Heston in 2003 de “Presidential Medal of Freedom” toekende, de allerhoogste Amerikaanse onderscheiding voor burgers. In hetzelfde jaar nam Charlton Heston wegens gezondheidsredenen ook ontslag als NRA-voorzitter met exact dezelfde staccato-woorden als in 2000: “From my cold dead hands!” En net zoals in 2000 zette hij deze woorden kracht bij door een antiek musket van de “Minutemen” boven zijn hoofd in de lucht te houden. Die beelden gingen de wereld rond en zullen ongetwijfeld langer op mijn netvlies gebrand blijven dan de imposante strijdwagenrace uit Ben Hur. Kortom, Charlton Heston was een polyvalent en een groot man. Laten we hem dan ook zo gedenken.

Het recht op vrij wapenbezit

Ook de zaak waarvoor Charlton Heston zijn leven gegeven heeft, is het zeker en vast waard om vermeld én verdedigd te worden, ook vandaag nog en zeker in Europa. Het recht om vrij wapens te dragen en te bezitten, is immers niet enkel een Amerikaans grondwettelijk verankerd recht, maar in wezen zelfs een algemeen democratisch beginsel dat zijn oorsprong vindt in de teksten van de grote liberale denkers: van een Charles Montesquieu en een Jean-Jacques Rousseau, over een John Locke en een Thomas Hobbes, tot natuurlijk een Thomas Paine en een Thomas Jefferson. Het verband tussen échte democratie en deze fundamentele vrijheid is immers véél nauwer dan het lakse decadente West-Europese volk vandaag de dag wil inzien.

In iedere democratische staat berusten de wapens bij het soevereine gezag. Geen enkel weldenkende verlichte geest zal dit ontkennen, en ook de idee dat het volk het enige soevereine gezag in een democratisch bestel is, kan door geen enkele liberaal die naam waardig gerefuteerd worden. Bijgevolg zouden de wapens niet zozeer bij de staat dan wel bij de burgers - dat soevereine gezag - moeten berusten. Dat dit in onze onvrije slavensamenleving niet het geval is, is niet enkel een regelrechte aanfluiting van onze intrinsieke vrijheid, maar ook van onze menselijke waardigheid. Het miskennen van het recht op vrij wapenbezit, behelst tevens de miskenning van de volkssoevereiniteit en het primaat van de vrijheid van de burgers op de almacht van de staat.

Wat is immers de eerste daad die een dictator stelt zodra hij aan de macht komt? Hij laat beslag leggen op alle wapens in privaat bezit en garandeert zo de vereiste dictatoriale stabiliteit. Hoe kan men dictaturen dus voorkomen? Niet door ons heil te gaan zoeken in socialistische antihaatwetten, in marxistisch geïnspireerde internationale verdragen of in neocommunistische solidariteitsmechanismen, maar door onze eigenste burgers - de enige bouwstenen van een vrije samenleving - het recht te geven henzelf, hun eigendom en hun rechten te beschermen tegen derden met een wapen. Enkel potentaten en despoten geloven niet in de vrijheid van het individu, of in het a priori dat elke vrije burger intrinsiek tot moreel en rationeel handelen in staat is. Want enkel op basis van bovenstaande argumenten kan men een verbod op vrij wapenbezit rechtvaardigen.

Socialisme en anti-Amerikanisme

In de Verenigde Staten is het recht op vrij wapenbezit nagenoeg absoluut. De Amerikaanse samenleving is dan ook zonder twijfel één van de meest vrije in de wereld en ligt ironisch genoeg, net daarvoor voortdurend onder vuur vanuit het “oude” Europa dat als een geitenwollensokkenidioot de arrogantie aan de dag legt om het “land of the free and the home of the brave” af te schilderen als een wetteloos asociaal piratennest van schietgrage gekken. Dat net dat stel onopgevoede barbaarse cowboys gans Europa in 1945 bevrijd heeft, wordt dan ook weer angstvallig verzwegen om het Grote Gelijk van het corporatistische Europese establishment niet al te veel te discrediteren.

Het Amerikaanse leger was indertijd nochtans ook volledig opgebouwd rond de “Minutemen”, de regionaal georganiseerde burgermilities die in oorlogssituaties door de staat opgeroepen konden worden. De logge geïnstitutionaliseerde landlegers van Europa verzinken in de aanblik van deze vrijheidsmilities in het niets, maar ook dat willen onze zelfgenoegzame leidende elites niet geweten hebben. Zij investeren liever in massatewerkstelling binnen defensie dan in de échte verdediging van de nationale soevereiniteit en de vrijheden van de burgers. Zij verwaarlozen de noodzakelijke militaire installaties om hun overvette socialistische welvaartsstaten te financieren en verwijten de grootmachten dat ze niet hetzelfde doen. Zij pleiten voor wapenbeperkingen, niet omdat zij dat rationeel kunnen verdedigen, maar gewoon omdat zij de trein gemist hebben en de trein dan liever ook voor iedereen gestopt zien. Zij schuilen wel onder de paraplu van de Verenigde Staten, maar blijven zich desondanks als ondankbare monsters gedragen, met alle gevolgen van dien.

En leerde Europa uit WO2 dan zijn lesje niet? Neen, na tientallen hervormingsplannen bleef het Europese leger uitblinken in inertie en onbeweeglijkheid, met als kers op de taart de Balkanoorlogen uit de jaren 1990 toen de EU tot zijn eeuwige schaamte beroep moest doen op net die Amerikaanse revolverhelden om de Balkan, nochtans onze allereigenste achtertuin, te komen uitmesten. Ondertussen blijven de Europese leiders zonder dralen het Amerikaanse maatschappijmodel aanvallen en halen ze zelfs de afschaffing van de basisvrijheden van hun eigen burgers aan als stichtend voorbeeld voor hoe de andere landen op onze aardkloot zich zouden moeten gedragen. De schaamte voorbij dus, en begrijpen wie nog begrijpen kan.

Is het trouwens wel een toeval dat een relatief pro-Amerikaans land als Engeland pas in het begin van de jaren 1990 échte wapenwetten doorvoerde? Is het een toeval dat dit net gebeurde op het moment dat linkse krachten meer macht kregen in het Verenigd Koninkrijk na het debacle van John Major en het verraad van Maastricht? Of heeft deze harmonisering van de wapenbeperkingen misschien te maken met de totalitaire tijdsgeest waarin de Europese continentale staten de Europese Vrijhandelszone plots wilden omvormen tot het Euromonster dat we vandaag de dag kennen? De vraag stellen is ze beantwoorden.

Meer wapens, minder misdaad

Nochtans is niet gans continentaal Europa het slachtoffer geworden van dit dictatoriaal geïnspireerd wanbeleid. Zwitserland is één van de veiligste landen in Europa. Tussen 1995 en 2005 kwamen er in Zwitserland welgeteld 812 mensen om ten gevolge van vuurwapens. In diezelfde periode kende België - een vergelijkbaar land qua bevolking en oppervlakte - een slachtoffertol door vuurwapens van maar liefst 2,357 of bijna drie keer zoveel. Nochtans kent Zwitserland een nagenoeg absolute vrijheid van wapendracht en wapenbezit, en België niet, tenzij dan voor terreurgroepen die het pact met de Belgische overheid honoreren, waarbij ze ongestoord op het Belgisch grondgebied hun gang mogen gaan voor zolang ze in België zelf geen aanslagen plegen. Deze cijfers bewijzen de absurditeit van het koppelen van het vrij wapenbezit aan het aantal doden door vuurwapens.

Het privaat bezit van "militaire wapens" in Zwitserland omvat de Volksmilitie (400,000 leden, elk met een wapen in huis), de Gezinswacht (365,000 gezinnen, elk met een wapen in huis) en de Gedemobiliseerde Soldaten (300,000 man, elk met een wapen in huis). Het aantal "oorlogswapens" (het leger, de politie en andere ordediensten) en "sportwapens" (voor pure recreatiedoeleinden) zit hier nog niet eens in vervat. Kortom, Zwitserland is een tot op de tanden gewapende burgerdemocratie waar de staat op wapenvlak minder sterk staat dan de burgers. Een "balance of power" zoals het in een verlichte democratie altijd zou horen te zijn. Zelfs Machiavelli oordeelde in zijn magnum opus “Il Principe” dat “e Svizzeri sono armatissimi e liberissimi”, oftewel dat alle Zwitsers uitermate bewapend zijn en daardoor ook uitermate vrij.

Andere cijfers geven volgens het Canadese “Fraser Institute” aan dat het beperken van vrij wapenbezit meer geweld tot gevolg heeft. Klinkende voorbeelden zijn Engeland, Australië en Canada. Sinds Engeland het wapenbezit aan banden legde, is het aantal moorden met een kleine 60% gestegen en het aantal gevallen van geweldpleging met een vuurwapen met iets meer dan 40%. Sinds Australië vijf jaar geleden een strengere wapenwet doorvoerde, is het aantal gewapende overvallen met meer dan 166% gestegen. Tussen 2000 en 2006 kende Canada, ondanks de mooie propagandafilm van vrijheidhater Michael Moore, een gemiddelde jaarlijkse misdaadratio van 963 aangiftes per 100,000 inwoners. In de VS bedraagt dat 475 aangiftes per 100,000 inwoners, dus ongeveer de helft.

Vrij wapenbezit vermindert de onveiligheid. Tot deze conclusie komt ook de Nederlandse veiligheidsexpert Michiel Smit in zijn boek “Meer wapens, minder misdaad” dat in wezen een Nederlandse implementering is van het alom geprezen boek “More guns, less crime: understanding crime and gun laws” van de Amerikaanse activist John Lott. De Amerikaanse holebivereniging “Pink Pistols” publiceerde in 2007 een rapport waaruit bleek dat sinds hun oproepen aan de holebigemeenschap om wapens te dragen, het aantal aanvallen op holebi’s in de VS met meer dan de helft afgenomen is. Ook de dagelijkse radioshow “What They Didn’t Tell You Today” en de wekelijkse televisieshow “Crime Strike” zijn gewijd aan de talrijke gevallen waarbij gewapende burgers misdadigers van divers pluimage te snel af zijn.

Zwitserland achterna

Volgens de wereldvermaarde historicus Stephen Halbrook is het recht op vrij wapenbezit ook de beste verdediging tegen een externe vijand. Opnieuw geldt Zwitserland als het stichtende voorbeeld. Het was immers het enige Europese land met een geringe omvang dat de Nazi's nooit hebben kunnen of willen innemen. Dat het te onherbergzaam was, is fout daar de Nazi's wel de ontoegankelijke Kaukasische republieken veroverd hebben. Dat het neutraal was, is eveneens onjuist daar de Nazi's wel de neutrale Lage Landen geannexeerd hebben.

Volgens Halbrook beschikte Zwitserland over “een uitzonderlijke defensie van een geweer in elk huis die elke externe dreiging onmiddellijk kon pareren”. Ook de decentralisatie speelde in het voordeel van Zwitserland. Elk kanton afzonderlijk kon de strijd immers voortzetten omdat oorlogs- en vredesverdragen geen centrale bevoegdheden waren en geen enkel kanton door andermans beslissing de strijd dus moest staken. Volgens Halbrook is het dus het Zwitserse systeem van waarachtige volkssoevereiniteit, gedecentraliseerde democratie en vrij burgerlijk wapenbezit, dat de Alpenstaat buiten de Tweede Wereldoorlog heeft gehouden.

De lege doos van onze democratie

Kortom, ikzelf zie geen enkele reden, laat staan ook maar enige justificatiegrond, om geen "tweede amendement" naar Amerikaans voorbeeld in de Europese grondwetten op te nemen. Of zijn onze leiders misschien bang voor de beslissingscapaciteit van hun burgers? Hebben zij misschien dan toch de vaak gesuggereerde ambitie om onze rechten en vrijheden verder in te perken en vrezen zij het volk dan ook in hun queeste naar oneindige dictatoriale macht? En hoe kunnen onze leiders rijmen dat ze enerzijds niet geloven in de rationele keuzevrijheid van de burgers op wapenvlak, maar anderzijds wel in hun rationeel stemgedrag in verkiezingen?

John Locke - nochtans voor menig hedendaags politicus ergens wel een inspiratiebron - beschreef zelfs de plicht van elk volk om in opstand te komen tegen een in onmin gevallen overheid. Maar hoe kan het volk die kerntaak ooit vervullen als het niet over de middelen daarvoor, met name de wapens, beschikt? Democratie zonder een grondwettelijk gebetonneerd recht op vrij wapenbezit blijkt steeds meer een lege doos en wij, de naar vrijheid snakkende burgers, zijn eens te meer overgeleverd aan de willekeur van onze leiders.


Meer over Charlton Hestons kijk op de dingen op www.nra.org.
Meer teksten van Vincent De Roeck op www.libertarian.be.


Read more...

17 april 2008

Russian ambassador Vadim Borisovitch Lukov's lecture in Leuven last Monday (Vincent De Roeck)

After years of continuously professionalizing our organization and reinventing the Liberal Flemish Students Organization (LVSV) as a young dynamic think tank, we decided to join the Stockholm Network in 2007. After having established a solid reputation at home, we are now looking abroad, trying to put the LVSV forward on the international level. In 2006, the LVSV restarted its international activities by activating its dormant membership of LYMEC and IFLRY. In 2007, the LVSV succeeded in establishing a “Mises Youth Club” within the Brussels based think tank “Ludwig von Mises Institute Europe” and attended dozens of seminars and congresses in Europe and North America. In July 2007, the LVSV organized a week-long “Liberty Seminar” for 60 international students and in August 2008, a second edition will be organized in Leuven in cooperation with the "Institute of Economic Studies" and the "Cato Institute".

Throughout the recent years, the LVSV succeeded in getting the most important public figures to Leuven for debates and conferences, including leading politicians and academics, or captains of industry, from Guy Verhofstadt to Etienne Davignon, from Boudewijn Bouckaert to Filip Dewinter, and from Rudy Thomaes to André Oosterlinck. After an unsuccessful attempt to invite the Chinese ambassador last year, we tried it again this year with H.E. Vadim Borisovitch Lukov, the ambassador of the Russian Federation to the Kingdom of Belgium, and with more success. International officer Denis Van Den Weghe made it possible for the LVSV to host for the very first time in its 35-year long history a lecture given by an ambassador. Over a hundred people gathered last Monday in Leuven to listen to the ambassador.

Vadim Borisovitch Lukov graduated from the Moscow State Institute for International Relations and worked for the Russian Ministry of Foreign Affairs ever since. After ambassadorships in South Africa and at the G-8, he was appointed ambassador of the Russian Federation to the Kingdom of Belgium in Brussels in 2004. He also authored two books on international issues ("Russia in the Leaders' Club" - 2002, and "The G-8" - 2004) and speaks five languages.

The following report of ambassador Lukov’s lecture in Leuven is written by LVSV international officer Denis Van Den Weghe.

Russia, the country of the emerging BRIC-countries closest to Europe both in terms of geography and mentality, with recent presidential elections seemed for us a dreamed topic for conversation in the economic and political circumstances we live in. Today, we from the West, start realizing more and more that Russia is ‘back in business’, while it was never really away. The economy is flourishing like never before, as we could deduct from the very impressive facts and figures that Mr. Lukov showed us during his presentation. On the international arena Russia is standing proud and straight, as a world power where you cannot deal around. The economy is providing an important backbone in this process but the Russians themselves are the underlying drive of all this.

The population of Russia has endured a lot of misery and pain over the past centuries and this has made them strong. However, during the 8 years of the Putin-era, the Russians have regained there pride of a great nation, of wich a lot was lost during the nineties. This is clearly showing in the reversed brain-drain of Russian scientists, managers and entrepreneurs coming back to their Motherland because of their belief in a better future wich they want to be part of. A new phase has begun for Russia by the election of Mr. Dmitry Anatolyevitch Medvedev as the new president (ca 70% of the votes). Mr. Lukov came to Leuven to give us a little inside peak in the economic, social and political program of his new president. Russia wants to become the world’s fifth economy by 2020. This is for sure ambitious, but not unrealistic when we see what path they have behind them now, and the effort they are putting into it.

By investing a lot in infrastructure and education fighting corruption effectively and creating a favorable investment climate, the foundations for consistent growth and a stabile economy are being laid. The export of raw materials and energy resources as oil, gas, minerals and steel is still very important today but is however diminishing in relative percentages because of huge growth in car and aircraft industries. Russia is betting on long-lasting growth for the future and is therefore investing a great deal in knowledge-intensive industries, among them nanotechnology. The population of Russia is not that big and, as in many European countries, it is undergoing decrease. The shift to less labor-intensive industries is therefore the right choice to make for a secure future.

All this growth and added value has resulted in better living conditions for the average Russian and many people have been leveraged from the poverty line. We all acknowledge that not all Russians live in good conditions yet but we have to look at the overall facts of improvement. Developing countries have the hard task of carrying the weight of history but improvement is, without a doubt, present in today’s Russia and it is continuing at the same pace. The presentation was ended with the possibility to ask questions by the audience. Topics were ‘a return to the Cold War’, ‘dangers for economic stagnation’ and ‘attention for the educational system’. Mr. Lukov had a satisfying answer on all of them.

It seems that prejudices concerning Russia are often fueled by the media and doom-thinkers. However, when looking at the facts with an objective view, every reasonable person understands that there is mainly good intention coming from our Russian neighbor. Of course they want to protect their sovereignty and their borders, don’t we want the same? Before making an opinion about certain matters, we should always try to see trough the glasses of the second party too. This helps to understand some reactions. Mr. Lukov made this very clear to us. Inflation and a shortage in labor forces are two important facts that Russia will have to deal with if wants to sustain his growth. However, we in Europe, face quite the same problems, be it that our position is even more insecure. The future will show how Russia and Europe independently, will or will not effectively deal with them.

In the nineties there was a shift away from sciences, going towards law, accountancy and banking. People thought these sectors would give them security. The educational system in Russia was being looked after with great care since Mr. Putin came to power in the year 2000. Since then luckily, because of growing importance of the knowledge-economy, it became interesting again to learn for engineer or scientific researcher. Teachers are paid more and on time. Last year 60,000 classes were equipped with computers and the goal is to link them all to the internet next year. Russia is a huge country with remote areas so it cannot be said the process will be easy but the will to do so is present because they know the reward will be far greater.

A very interesting evening was concluded with an amateur-video, shot by Mr. Lukov himself, playing a paparazzo for the occasion of the take off of a rocket somewhere in Russia. An explosive end of an exciting evening that included a hundred attentive listeners!


Meer over de Russische ambassadeur op www.belgium.mid.ru.
Meer teksten van Vincent De Roeck op www.libertarian.be.


Read more...

15 april 2008

The legalization of drug use (Vincent De Roeck)

Sometimes it is hard to differentiate libertarianism from ordinary conservatism, especially in the Anglo-Saxon connotation of both words, since both sides often stand for exactly the same things. Intrinsically libertarian views regarding limited governments, free market economics and individual liberties are often hijacked by conservatives for electoral purposes, making it almost impossible for the masses to make the right perception, let alone to determine the common grounds and differences between both ideologies. To me, drug policy is a very useful discipline since it is one of the most important areas where such a clear distinction between real libertarianism and ordinary conservatism can be made. Ludwig von Mises represents the libertarian side by defending the freedom of the individuals to use drugs, while others representing the conservative side stand for state intervention and zero-tolerance.

Ludwig von Mises states the following on drug policy in his book “Human Action: A Treatise on Economics”:
Opium and morphine are certainly dangerous, habit-forming drugs. But once the principle is admitted that it is the duty of government to protect the individual against his own foolishness, no serious objections can be advanced against further encroachments. A good case could be made out in favour of the prohibition of alcohol and nicotine. And why limit the government’s benevolent providence to the protection of the individual’s body only? Is it not the harm a man can inflict on his mind and soul even more disastrous than any bodily evils? Why not prevent him from reading bad books and seeing bad plays, from looking at bad paintings and statues and from hearing bad music? The mischief done by bad ideologies, surely, is much more pernicious, both for the individual and for the whole society, than that done by narcotic drugs?
Both ideologies try to take advantage of the slippery slope theory. Ludwig von Mises fears that any form of state interference with the freedom of the individual will undoubtedly lead to further state interventions and hence an even more decrease in individual freedom. The conservatives argue that allowing the citizens to use drugs will lead to a vicious circle of abuses with unbearable costs for society. In fact, both sides are right to a certain extent. On the one hand, it can never be the purpose of a libertarian to bankrupt the state by allowing individuals to free-ride on a nation’s health care system, but on the other hand, defending the freedom of choice of the individual implies the very core of libertarian thought, so we should take both arguments in consideration and try to distil a compromise out of it.

Being a libertarian myself, I would immediately state that freedom prevails against state intervention, but this also implies the absence of any form of health care or welfare state system collectively paid by all taxpayers. Liberty always comes together with responsibility, so every individual making the choice to start using dope, eating greasy products, smoking tobacco, or even adopting a risky hobby like bungee-jumping or collecting venomous snakes to name a few, should bear all consequences of that choice. No libertarian can morally force society to pay for the health costs surrounding the use of drugs, but neither can they force drug using individuals to pay for a system they no longer benefit from. So ejecting drug users from free health care also implies that drug users, and by extension all other categories of people potentially envisaged by similar behavioural prohibitions, can opt-out from the system and withhold their taxes.

But since nobody believes in the immediate collapse of the existing health care and welfare state systems, a more practical solution must be put forward by libertarians to counter-argue the conservatives dominating the drug debate. And since even the anti-drug adepts will never be willing to sacrifice their entire welfare state scheme for disallowing some drug users to free-ride on the system, I rather tend to support Ludwig von Mises' views as expressed in "Human Action" and believe that guaranteeing individual freedom always prevails against the attempts, no matter the costs or the arguments invoked, to regulate and prohibit certain behavioural liberties, and especially in this case where there are no real physical exteriorisations of the damage caused by drug use to other people than the users themselves. No state regulation is hence acceptable to me.


Dit commentaarstuk werd in het kader van een zomerseminarie als mini-essay naar het Institute of Economic Studies opgestuurd.

Meer over het Institute of Economic Studies op www.theies.org.
Meer teksten van Vincent De Roeck op www.libertarian.be.


Read more...

13 april 2008

Peiling Le Soir/RTBf: Winst Lijst Dedecker, verlies voor Vlaams Kartel (Hoegin)

Alle Vlaamse peilingen sedert 2006Donderdag publiceerden Le Soir en de RTBf de resultaten van een nieuwe opiniepeiling, met voor het eerst sedert de verkiezingen van verleden jaar weer een Vlaams luik. Aan Vlaamse zijde vallen de vooruitgang van Lijst Dedecker en de achteruitgang van het Vlaams Kartel op, aan Franstalige zijde de vooruitgang voor cdH en Ecolo en de achteruitgang van MR en de PS.

Alle Vlaamse peilingen sedert 2006 (15-35%)Tegenover de federale verkiezingen van juni verleden jaar meet deze peiling aan Vlaamse zijde slechts twee significante verschuivingen: een vooruitgang voor Lijst Dedecker en een achteruitgang voor CD&V/N-VA. Waar het eerste resultaat volledig in overeenstemming is met de twee andere peilers, is de achteruitgang voor het Vlaams Kartel nieuw. Voor het kartel is dit het slechtste resultaat in een peiling sedert bijna twee jaar. Eén mogelijke verklaring is natuurlijk dat dit het eerste effect is van het aantreden van de regering-Leterme I –de laatste peilingen van de twee andere peilers zijn nog van vóór Pasen–, maar deze nieuwe trend zal dan wel bevestigd moeten worden in latere peilingen.

Voor de nummers twee en drie in het Vlaamse partijpolitieke landschap meten Le Soir en de RTBf nagenoeg geen verandering op. Het Vlaams Belang haalt exact dezelfde score als bij de laatste verkiezingen, terwijl de Open Vld een licht verlies lijdt. Daarmee zit deze peiler veel dichter bij de laatste peiling van La Libre Belgique dan die van De Standaard/VRT.

Voor sp.a-SPIRIT tenslotte valt er geen verrassing te noteren in deze peiling: een klein, niet-significant verlies tegenover de desastreuze verkiezingsuitslag van juni 2007. Het is duidelijk dat het linkse kartel nog niet uit haar electorale dal geraakt is.

Alle Vlaamse peilingen sedert 2006 (0-10%)Voor Lijst Dedecker bevestigt deze peiling wat de twee andere peilers al langer vertellen: de lijst staat op winst, maar raakt voorlopig nog niet over de psychologische grens van tien procent. De partij wordt wel duidelijk een maatje groter dan de concurrent aan de andere zijde van het politieke spectrum, Groen!, dat nog steeds niet helemaal veilig uit de buurt van de kiesdrempel is geraakt.

Alle Franstalige peilingen sedert 2006Aan Franstalige zijde wijken de resultaten van deze peiling weinig af van die van de andere peilers, maar er is wel beweging tegenover de vorige peiling van Le Soir/RTBf. Ecolo gaat krachtig achteruit, maar blijft toch ruim boven haar resultaat van de vorige verkiezingen. De resultaten van de laatste maanden lijken aan te tonen dat de partij over een hoogtepunt is gegaan, en zich nu stabiliseert op een kleine winst tegenover juni 2007. MR doet een pas achteruit, terwijl cdH een pas vooruit neemt. De MR zit duidelijk een dalende trend, terwijl de cdH de laatste maanden de wind in de zeilen heeft. De PS stabiliseert zich op een klein verlies, terwijl het Front National aan een kleine remonte begonnen is, en opnieuw boven de kiesdrempel uitkomt.

Bijlagen: Alle Vlaamse en Franstalige peilingen sedert 2006 (PDF)

Labels: ,

Read more...

Verbod van Vitalski-toneelstuk is kortzichtig, kleingeestig en paternalistisch (Jules Van Rie)

In Temse is een try-out van Vitalski (Vital Baeken) afgelast door CD&V-schepen van cultuur Annemie Blommaert. Het toneelstuk zou niet kunnen omdat de inhoud ervan te kritisch zou zijn voor premier Yves Leterme. Op de affiche staat immers de premier in een romantische omhelzing met CDH-voorzitster Joëlle Milquet. Wat het toneelstuk betreft argumenteert de CD&V-schepen Blommaert als volgt: “Wij stonden eerlijk gezegd niet te springen om in ons jeugdhuis een voorstelling te brengen waarin mogelijk de draak wordt gestoken met Leterme”, aldus Blommaert. “Wij moeten toch een beetje fair zijn tegenover onze partijgenoten, nee?” Toen werd voorgesteld in de plaats een film van Herman Brusselmans te tonen (“Ex-Drummer”) werd dit ook prompt verboden door de cultuurschepen. Volgens Blommaert zouden “sommige scènes zo grof (zijn) dat jongeren zonder voorbereiding zouden schrikken”.

Ik vind de aangehaalde argumenten kortzichtig, kleingeestig en vooral paternalistisch. Net zoals in de jaren ‘50 zijn het opnieuw politici die beslissen wat het publiek mag zien en wat niet. Het gaat hier duidelijk om een geval van censuur waarvoor de lokale coalitie van christen-democraten en liberalen verantwoordelijk is.

Op korte tijd is dit dus een tweede geval van overheidscensuur, na de "Fenominale Feminatheek" van Louis Paul Boon die verboden werd door provinciaal député Ludo Helsen (CD&V) in Antwerpen. Opnieuw mengen politici zich dus in een artistiek en cultureel project.

Voor mij is dit een onaanvaardbare gang van zaken. De vrijheid van meningsuiting, waaronder ook de creatieve vrijheid van de artiest valt, komen door zulke beslissingen in het gedrang. De overheid bepaalt hier wat mensen al dan niet mogen zien, iets wat bij mij meteen beelden oproept uit George Orwell's "1984".

Als liberaal verzet ik mij tegen elke vorm van totalitair bestuur en censuur. Als jonge liberaal heb ik immers genoeg vertrouwen in mensen opdat ze zelf kunnen oordelen. Misschien dat een andere stad bereid is te zoeken naar een zaal voor de try-out. In andere steden is men misschien de jaren ‘50 al wel ontgroeid.


Read more...

12 april 2008

Een onvoorzichtige beroepsjournalist (victa placet mihi causa)

.
Voor iemand die de taal der dieren verstaat, zal niets heerlijker zijn dan het gesprek afluisteren tussen twee ezels. Ezels gaan in de volksmond door voor dom, maar ik geloof dat ze eigenlijk slim zijn, slimmer dan paarden in elk geval, en bijna net zo slim als honden en zwijnen.
Laten wij deze kwestie terzijde – dat was een vorige blog – maar toen ik vanmorgen mijn Kwaliteitskrant las, had ik even de indruk dat de uitzonderlijke, prematuur pinxterlijke Gave der Talen ook over mij was nedergedaald.

Ze hadden bij De Standaard een interview van de journalist Kristof Hoefkens, met de Amerikaanse schrijver en denker Andrew Keen. Deze laatste had een boek geschreven (The Cult of the Amateur, De @-cultuur) over de volslagen domheid van bloggers, en over hun narcisme. Ook waren, enigszins verrassend, deze bloggers een gevaar voor de democratie.
Ik weet niet waarom, maar zulke dingen lees ik altijd graag in mijn gazet.
Andrew Keen, een Engelsman die een bedrijfje in Silicon Valley had of heeft, flatteert zich met de gedachte dat hij de Neil Postman van deze tijd wordt, en waarschuwt ons dat de zaken uit de hand lopen met dat bloggen. De reguliere journalistiek verliest meer en meer terrein. Zelfs enige paniek is op haar plaats, want om zijn boekje te omschrijven gebruikt Keen militaire termen, zoals wake up call. Ook roept hij onverbloemd op tot censuur.
Quand la populace se mêle de raisonner, tout est perdu, vond Voltaire al – à l'insu de Keen et de Hoefkens, is mijn vrees – en bloggers verspreiden zomaar wat banaliteiten, herhalen zich heel de tijd, en worden nooit tot de orde geroepen want ze hebben geen Eindredacteur:
[…] terwijl kranten verrassen en nieuwe dingen aanreiken. […] Ik heb liever dat mensen hun mening vormen met de hulp van journalisten of nieuwsmanagers die hen het hele verhaal geven, die context scheppen. Dat lijkt me een veel betere manier om de politiek te ontdekken dan via links van vrienden.
Hier stelt zich de vraag of journalisten en nieuwsmanagers dan zelf wel links van vrienden mogen openen, en waarom zij weer wel, maar kom, gelukkig is Keen nog zo voorzichtig om geen instanties te noemen die hij met zijn censuurtaak wil belasten.
Censureren is namelijk een veeleisend en arbeidsintensief proces, intensiever nog dan schrijven misschien. Zoals mijn lezer weet, maakten in hun dagen Heine en Poesjkin zich al vrolijk over, of deden hun beklag over de onbekwame, overbelaste en onderbemande Officiële Censuur.
Wat zijn de problemen? Naast vele andere zaken veronderstelt degelijk censureren vooreerst een grote eruditie. Nu wil ik wel aannemen dat noch Hoefkens noch Keen het ambt van censor zullen ambiëren, echter: .ook om over zulk moeilijk onderwerp nog maar mee te mogen praten, mogen er vereisten gelden.

En laat die Hoefkens nu toch Andrew Keen niet ergens beginnen ...over twee auteurs, genaamd Marx en Prudent !
Hemel, dat was schrikken! Hoefkens is wél goed in fonetische transscriptie – alvast één talent – want ik moet toegeven dat ik die naam ook zo zou uitspreken, als ik een Engelsman was die in Amerika woont. Maar als journalist ben je ook geacht minstens bepaalde woordbeelden te kennen. Je hebt die in de loop van je vorming al eens ontmoet.
En die Keen dan, dié zal toch iets geweten hebben over Prudent Proudhon? Nee, helaas niets. Hij noemt de naam wel, maar deelt Prudent ongelukkig in bij de communisten. Meteen beseft de lezer dat aan Keen, behalve Proudhon (la propriété c'est le vol!) ook de hele Marx is voorbijgegaan, want deze kerel dacht wel anders over naïeve, vóórwetenschappelijke socialisten of anarchisten.

Als u of ik een bepaalde naam niet kennen, dan googlen wij hem op. Andrew Keen niet, want:
Google werkt met algoritmen, maar dat maakt ons zeker niet slimmer.
Och, er zaten nog wel enkele zaken scheef in dat ondermaatse blogje van onze Kristof. Bij het begin heeft hij het over het pamflet J’accuse van Émile Zola. Nu was dat helemaal geen pamflet, maar een artikelenreeks, trouwens na enig tegenstribbelen zo genoemd door de uitgever van Zola, die de titel van een oudere reeks van Heine als voorbeeld nam.
Ook valt zijn inleidende verhaaltje over de bioloog Huxley nogal dunnetjes uit:
Bloggers noemt hij [Andrew Keen] 'apen', een verwijzing naar een theorie van Thomas Huxley: zet een oneindig aantal apen achter een typemachine en uiteindelijk krijg je een meesterwerk.
In mijn herinnering (ik durf het nu niet meer opgooglen) is dat verhaal helemaal niet van Huxley, en natuurlijk nog in de verste verte geen “theorie”. Ik meende dat het Twain was die de vraag stelde, concreter: .of een aap per toeval de Divina Commedia zou kunnen typen?
Het antwoord is ja. Alleen is die kans kleiner dan één, gedeeld door het aantal elementaire deeltjes (geen atomen, Kristof) in het ons bekende Heelal.
Ik geef toe, dat is een straf getal, en nochtans, als je weet dat bijvoorbeeld een groot getal als vijfduizend veertig ook geschreven kan worden als 7!, (het algoritme hier is 1x2x3...tot 7 ;-) dan moet het voor gelijk welke ezel, of andersoortig hoefdier mogelijk zijn om zich een soort van voorstelling te maken.
_________________________
PS: Vrijdag verscheen er in De Morgen al eenzelfde interview (kranten brengen allemaal hetzelfde) en ik moet zeggen: de interviewster Evy Ballegeer stelde heel scherpe en erudiete vragen, en zij vertelde ook geen begeleidende onzin. Dat was wel zeer ten nadele van Keen, maar zeer ten voordele van haar lezers.

Labels: , , , , ,

Read more...

Een moedige vrijheidslievende Egyptenaar

Ik ben helemaal niet bang. Mijn vreugde dat de vijanden van het vrije denken me behandelen door het gebruik van dergelijke methodes – waar alleen zij die intellectueel bankroet zijn in uitblinken – maakt me zelfzekerder, meer standvastig in m'n principes en in m'n bereidheid om alles het hoofd te bieden in het belang van het vrij uiten van m'n mening, zonder beperkingen die me opgelegd worden door regeringen, religieuze instellingen, of zelfs de totalitaire samenleving, tot wiens voortbestaan deze verachtelijke methodes dienen, die door de vijanden van het denken en de liefhebbers van het drogeren, met religie of met drugs, zo amateuristisch worden toegepast.

Abdul Kareem Nabeel Suleiman – 28 oktober 2006: 4 maanden voor z'n veroordeling

KareemOp 22 februari 2007, werd Abdul Kareem Nabeel Suleiman, een 23 jarige student uit Alexandrië, veroordeeld tot 4 jaar gevangenisstraf wegens het "minachten van religie" en het "belasteren van de Egyptische president". Kareem studeerde rechten aan de islamitische Al-Azhar universiteit. Zijn doel was om zich na zijn studies als advocaat in te zetten voor de mensenrechten. In maart 2006 werd hij echter uit de universiteit gezet, omwille van teksten die hij op zijn weblog publiceerde. In die teksten liet hij zich zeer kritisch uit over de Egyptische overheid, zijn universiteit en de islam. Op initiatief van de decaan van Kareems voormalige faculteit, opende het gerecht een onderzoek naar zijn uitspraken. Dit leidde in februari vorig jaar tot zijn veroordeling.

Kareem wordt nog steeds vastgehouden in de Borg El-Arab gevangenis in Egypte. Omwille van z'n teksten over de islam, kan hij in de Arabische wereld op weinig sympathie rekenen. Z'n familie heeft hem verstoten. Z'n vader heeft opgeroepen om hem volgens de Sharia te berechten, wat de doodstraf zou betekenen. Toch staat Kareem er niet helemaal alleen voor. Een groep bloggers voert campagne voor zijn vrijlating. Zij roepen op om voor 21 april zoveel mogelijk post naar Kareem te sturen. Om hem een hart onder de riem te steken, maar ook om de Egyptische autoriteiten te tonen dat er wereldwijd mensen de situatie van Kareem volgen. Niet onbelangrijk in een land als Egypte, waar politie en gevangenispersoneel gevangenen vaak zeer hardhandig behandelen.

Post in het Engels (of Arabisch) kun je sturen naar:

Alexandria
Borg Al-Arab Prison
Room 1 Section 22
Prisoner Abdul Kareem Nabil Suleiman
The Arab Republic of Egypt
Arabisch adres
(Vergeet niet om ook het Arabisch adres op de omslag te vermelden, anders komt de brief niet aan.)

Kareem schreef op z'n weblog in het Arabisch. Hieronder vind je enkele vertaalde fragmenten uit z'n teksten:

Op 21 oktober 2005 werd in Alexandrië een kerk aangevallen en werden winkels van christenen geplunderd door een woedende menigte moslims. De dag na deze rellen schreef Kareem een tekst, waarvoor hij enkele dagen later gearresteerd zou worden. Hij werd 18 dagen zonder proces vastgehouden.

De islamitische leer die Mohammed 14 eeuwen geleden verkondigde moet met moed en durf benaderd worden, we moeten de gebreken blootleggen en de mensheid waarschuwen voor de gevaren. We moeten, ook al zijn we verschillend - met rede deze leer onderzoeken die mensen aanzet om monsters te worden die enkel nog denken aan moorden, roven, plunderen en verkrachten.

20 november 2005, na zijn vrijlating schreef hij:

Ik was niet opgesloten, want mijn geest was en is nog steeds vrij van elke fysische en psychologische beperking die hem niet kan schaden. En als mijn lichaam opgesloten was, dan is daar niets nieuws aan. Het betekent alleen dat ik overgeplaatst werd van een grote gevangenis naar een kleine cel omdat ik de regels niet volgde die 70 miljoen Egyptenaren gedwongen worden te gehoorzamen en omdat ik met de tradities gebroken heb van de grote gevangenis die de Arabische Republiek Egypte is.

Nadat hij in maart 2006 uit de El Azhar universiteit wordt gezet:

De El Azhar universiteit is een racistische universiteit, in elke betekenis van het woord racisme. Haar imams en docenten verwerpen constant Westerse landen, die op het vlak van mensenrechten veel verder staan, omdat ze in het verleden racistische landen zijn geweest.
Zouden deze hersenloze tulbanden niet beter het zand uit hun ogen wrijven voor ze anderen veroordelen omwille van daden die eeuwen geleden plaatsvonden? Het is een racistische universiteit omdat ze, ondanks het feit dat ze door belastinggeld van alle Egyptenaren wordt gefinancierd - moslims en christenen - enkel islamitische studenten toelaat. Is dat geen racisme?
Het is een racistische universiteit omdat ze mannelijke en vrouwelijke studenten gescheiden houdt op verschillende campussen. Vrouwelijke studenten worden bovendien uitgesloten uit sommige studierichtingen. Is dat geen racisme? Als er één zaak is waarvoor ik de Al Azhar universiteit wil bedanken, dan is het omdat ze me haar ongesluierde gezicht heeft getoond. Een gezicht dat ik nooit gezien zou hebben als ik niet een van haar studenten was geweest.
Ik dank de universiteit omdat ze haar deuren voor mij geopend heeft, zodat ik zelf de laboratoria van hersenspoeling en twee benige bommen kon aanschouwen, waar onschuldige kinderen na enkele jaren rottende moerassen worden, waar de stank van haat, geweld en het verwerpen van anderen uit opstijgen.

In mei 2006 moet Kareem enkele documenten ophalen aan de universiteit. Hij beschrijft hoe hij door een 20-tal studenten wordt aangevallen, terwijl het veiligheidspersoneel toekijkt. In zijn tekst hierover verwijst hij naar de 3 bomaanslagen in Egyptische badsteden tussen oktober 2004 en april 2006, waar een Al Azhar student bij betrokken was:

De Al Azhar universiteit vertrekt geen spier wanneer een van haar studenten zichzelf opblaast of weerloze onschuldigen vermoord. Maar wanneer een van haar studenten een onafhankelijke, vranke en vrije mening heeft, breekt de hel los.

Read more...

Antwoord aan Walter Pauli (cleppe.be)


Antwoord aan de adjunct- hoofdredacteur van De Morgen, naar aanleiding van zijn editoriaal van 11 april 2008
.



Toen ze achter Frank Vanhecke aangingen, heb ik hen nog wat aangespoord. Ik was immers geen racistische nationalist, maar een wat achterhaalde socialist.

Toen ze achter de moslims aangingen, heb ik getwijfeld om te protesteren, maar heb dan toch gezwegen. De rode partij telde dan misschien wel veel moslims, maar die moslims zeiden inderdaad hetzelfde als de blokkers. Ik kon hen immers niet verwijten te doen waartoe ik hen in het geval van Vanhecke had aangespoord.

Toen ze achter de liberalen aangingen, vond ik dat overdreven, want politiek incorrect zijn en racistisch is toch nog iets anders. Ik heb toch maar gezwegen. Stonden radicalisme en racisme niet op dezelfde lijst van de staatsveiligheid? Ik nam mij voor om voortaan enkel brave meningen te verkondigen en mijn hoofd niet meer boven het Vlaamse maïsveld te steken.

Toen ze achter mij aangingen – ze hadden immers een nuttige idioot nodig om een voorbeeld te stellen - was er niemand meer om mij te verdedigen.

Vrij naar Martin Niemöller

Het editoriaal:

Vanhecke

Het Belgische gerecht vraagt het Europees Parlement de opheffing van de onschendbaarheid van ex-VB-voorzitter Frank Vanhecke wegens een overtreding op de wet op het racisme en prompt haalt het VB zijn klassieke argument boven. Of het Bart De Bie is of Frank Vanhecke, telkens is het zogezegd een politiek proces.

Elke justitiële act tegen een VB'er is een complot, opgezet door dat per definitie partijdige want Belgische gerecht. Waarbij het VB er snel aan voorbijgaat dat datzelfde gerecht ook PS'er Laloux achtervolgt voor een paar liter benzine.

Wellicht heeft het gerecht een goede reden om Vanhecke aan pakken. De vraag is immers: wat deed Vanhecke als 'verantwoordelijke uitgever' op een lokaal VB-pamflet, waarvan hij de inhoud wellicht niet kende? Terwijl elke redactie van elk medium weet dat er met die 'titel' geen eer te halen valt. Verantwoordelijke uitgever is een functie waarvan je weet dat je er vroeg of laat mee met het gerecht in aanraking kunt komen.

Waarom maakt het VB dus zijn eigen voorzitter bij voorbaat extra kwetsbaar door hem op zoveel VB-publicaties als verantwoordelijke uitgever op te voeren? Waarom geen niet-mandataris ermee belasten? Wel, precies omdat Frank Vanhecke parlementair onschendbaar is.

Door de verantwoordelijke uitgever voor het gerecht nagenoeg ongrijpbaar te maken, werden bij uitbreiding zowat alle VB-publicaties 'onschendbaar', ongeacht de vuilspuiterij erin. En waarom Frank Vanhecke? Omdat hij Europees Parlementslid is, met een loggere procedure om de onschendbaarheid op te heffen dan het geval is voor Belgische parlementsleden.

De truc wordt trouwens ook door links toegepast. In de jaren tachtig was SP-europarlementslid Marijke Van Hemeldonck verantwoordelijke uitgever van het befaamde Haltfonds, dat de eerste anti-VB-boeken uitgaf. Nu doet het VB hetzelfde.

In zijn gespeelde verontwaardiging draait het VB natuurlijk de uitleg om en is het Vanhecke die 'gezocht' wordt. Mon oeil: het VB heeft bewust de naam van Vanhecke gebruikt als verantwoordelijke uitgever, ongetwijfeld na advies van de bevriende juristen. Omdat zo het risico van gerechtelijke vervolging tot het minimum beperkt wordt. Nu dat toch gebeurd is, klinkt bij het VB iets wat 'protestgehuil' moet voorstellen, maar wat eigenlijk het gejank is van een dier dat afdruipt met de staart tussen de benen.

Walter Pauli

Adjunct- hoofdredacteur


Read more...

11 april 2008

Belgisch parlement is schuldig aan landverraad (Vincent De Roeck)

Gisteren ratificeerde de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers het Verdrag van Lissabon, zonder consultatie van de bevolking en zonder debat. De plenaire zitting stond gisteren eizona integraal in het teken van een kat- en muisspel tussen Vlamingen en Walen over wijziging van de BTW-tarieven op bouwgronden. Ook in de media maakte men nauwelijks gewag van de ratificatie van het Verdrag van Lissabon, nochtans een cruciaal verdrag voor de verdere Europeanisering van onze nationale wetgeving. Een referendum kregen de Belgen niet, maar zelfs een echt debat ten gronde over deze Europese Grondwet werd ons niet gegund. Het is erg gesteld met de democratie in België. Schijnbaar moeiteloos stemde ons parlement de soevereiniteit van het Belgische volk weg. En geen kat die reageerde. De barricaden bleven onbemand. Het forum bleef leeg.

Volgens professor Anthony Coughlan geeft het Verdrag van Lissabon de Europese Unie een grondwettelijke basis en zijn onderstaande tien elementen uit het Verdrag van Lissabon de belangrijkste veranderingen in de relatie tussen de burgers en de staat, en tussen de lidstaten en de Europese Unie.
1. It establishes a legally new European Union in the constitutional form of a supranational European State.
2. It empowers this new European Union to act as a State vis-a-vis other States and its own citizens.
3. It makes us all citizens of this new European Union.
4. To hide the enormity of the change, the same name – European Union – will be kept while the Lisbon Treaty changes fundamentally the legal and constitutional nature of the Union.
5. It creates a Union Parliament for the Union's new citizens.
6. It creates a Cabinet Government of the new Union.
7. It creates a new Union political President.
8. It creates a civil rights code for the new Union's citizens.
9. It makes national Parliaments subordinate to the new Union.
10. It gives the new Union self-empowerment powers.
Via The Brussels Journal kan je deze tien inhoudelijke bezwaren van professor Anthony Coughlan verder uitgewerkt zien.

Alle traditionele Belgische partijen keurden het Verdrag van Lissabon goed: Waalse en Vlaamse liberalen, Waalse en Vlaamse socialisten, en Waalse en Vlaamse christen-democraten. Extreem-rechts (Vlaams Belang en Front National) stemde tegen, en de rechts-liberale Lijst Dedecker onthield zich. Verder waren er ook nog twee dissidenten binnen de ecologische fractie die zich onthielden, terwijl de rest van hun fractie het Verdrag wel goedkeurde. Als burgers hun land overdragen aan vreemde overheersers worden zij als landverraders beschouwd, maar als politici de soevereiniteit van het land aan een supranationaal orgaan overdragen, is er kennelijk geen vuiltje aan de lucht. Hoe is het toch zo ver kunnen komen in het Avondland?


Meer over het Verdrag op www.european-no-campaign.com.
Meer Eurokritische teksten op www.libertarian.be.


Read more...

Social conflicts and the law (Lucas Decuypere)

Considering for example the social actions from the Belgian labour unions as a response to the government's Generation Pact a couple of years ago, it seemed utmost interesting to perform some research in the social cohesion. Therefore a profound analysis of the relation between the right to strike and the right to work seemed very accurate. As a result of this research I will provide a suitable answer to our proposition of research which will harmonise the controversies of both rights. Quite often, Belgium is shaken by massive general strikes, which are nothing else than offensive acts performed by the employees as reactions to some decisions of the government. The Generation Pact for instance was designed to boost retention of older workers and to increase youth employment. Therefore it included an increase of the age of retirement, from 58 to 60. The pact was necessary; otherwise an entire generation of youthful people would have had to pay for the nation's highly elevated pension scheme.

Although the content of the Pact might seem logical, the leadership of the Christian trades union ACV and the socialist trades union ABVV had decided to reject the Generation Pact. They were calling for more provision for older workers, saying that employees over 50 are often dismissed when companies attempt to decrease their socioeconomic work expenses. For this reason, the labour unions were willing to take actions. Thus they persuaded all their members to express their protest by means of a general strike. But due to the perseverance of the Belgian government, they considered it as utmost obligatory to boycott the Belgian economy a second time with an equally strong general strike.

The strikers made use of roadblocks and pickets, which often gave conflicts between people who have joined the action and people who wanted to work because this last group is being kept away from the entrance to their respective companies. The same problem can also be situated at the level of the employers and labour unions. Whereas one party appeals to the right to work, the other refers to the right to strike in defence of their distinct statements and actions. In order to comprehend the conflict between the two rights, a juridical comparison might seem appropriate.

Article 6 paragraph 4 of the European Social Charter recognises the right of workers to take collective action in cases of conflicts of interest, including the right to strike, sometimes described at a landmark in international labour law, as the first recognition in a treaty in force of the workers’ right to withdraw his or her labour as part of the process of collective bargaining. The acceptance of the right to take industrial action of this type recognises the inherent inequality of the positions of employer and employee and, in particular, the difficulties faced by an employee in acting alone to better his or her conditions of service.

The Charter does not provide an absolute right to strike in all circumstances and for all employees. The Appendix tot the Charter provides that a state may regulate the exercise of the right to strike, provided that any restrictions so imposed can be justified under the terms of Article 31. In the first supervision cycle the Committee of the European Union had held that “where the limits within which the right to strike could be exercised have been determined, in a state, not by legislation but by the courts, it is for the Committee to examine whether the case law thus established is in accordance with the requirements of the Charter”. So this particularity of the right to strike means that the limitations to the right must be considered by jurisprudence rather than by legislation. This evokes greater power in the hands of a judge.

The right to work is the first right protected by the European Social Charter. As the Committee pointed out in the first supervision cycle, it is of fundamental importance within the context of the Charter, for the effective exercise of several essential rights set forth in the charter is inconceivable unless the right to work is guaranteed first. Examples are the right to just conditions of work (article 2), and the right to fair remuneration (article 4). The right to work cannot however mean what it appears to mean: that a state must guarantee a job to every person who desires one, which is evidently impossible to fulfil, as the availability of work depends on the situation of the labour market and on whether the skills of jobseekers correspond to the demands of the market. Accordingly, Article 1 does not aim to provide employment to all those who are in search of it: instead, it consists of four specific undertakings which will improve job opportunities. The Committee thus stated that this article aims to ensure the effective exercise of the right to work.

The right to work occupies a central place in the Social Charter, not only because it is important in its own right, but also because the actual exercise of several basic rights enshrined in this instrument are unconceivable unless the right to work is guaranteed first. However, the right to work does not mean that the state must guarantee a job to everyone who wants one, as any such provision would be unworkable. The government has to make full employment the primary objective of their economic policy.

As the right to work seems to be the ground on which the right to strike is a complement to, logically the right to work should enjoy a complete independence and inviolability. The right to strike will pop up when necessary; this is when abuses are being made in the social labour context. But in reference to the actual Belgian problem, where the government’s decision is doubtable in questions of social unfairness, the employees should be given the individual choice whether they want to participate in the actions or rather work. This then is related to the employee's opinion about the governmental decision. This refers to an individual and liberal solution where people who want to work don't harm people that are striking, and vice versa, the rights of the people who want to work should not be violated by strikers who make it impossible to reach the workplace, by means of roadblocks or train delays.

Both rights have separate reasons of existence. Considering both rights separately, they seem very important in a 21st century society. The right to work is the ground foundation that supports today's world economy along with the modern society. World economy provides to all of its participants a continuous elevation of the prosperity level. But to prevent employers of abusing their own employees, the right to strike is indispensable. Otherwise, the situation of the 19th century where employers have a unlimited monopoly on the global work institution, where history has proven that dishonest situations in the employer-employee sphere were every day’s habitude.


Lucas Decuypere
www.autoblog.org.

Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>