31 juli 2016

Het sterven van Kemalistisch Turkije

15 Juli 2016 werd een spannende dag in Turkije. Een deel van het Turkse leger mobiliseerde zich in Istanboel en Ankara tegen de Turkse regering en president Erdogan, specifiek militaire eenheden uit de Turkse NATO Rapid Deployment Corps. De uitkomst van deze poging tot staatsgreep is ondertussen gekend. 

Een coup d'état die mogelijk Kemalistisch Turijke de 'coup de grace' heeft gegeven. De weg naar een onbekende toekomst met een meer 'neo-Ottomaans' Turkije ligt open. Het hanteren van termen als 'Neo-Ottomaans'  moet men eerder aanzien als een vulgarisatie, een simplisme. Uiteindelijk kan men het beleid van Erdogan evenzeer spiegelen met dat van Poetin doorheen de jaren, maar dan in een ander land met een andere historische en culturele context. Uiteraard is onderstaand artikel enigszins onderhevig aan Eurocentrisme.



Staatsgreep zonder veel greep. 

President Erdogan kon via smartphone en social media zijn aanhangers oproepen om op straat te komen in opstand tegen de militaire staatgreep. De coupplegers maakten een aantal fundamentele fouten die indruisen tegen de fundamentele wetten van de Staatsgreeptheorie, zoals het uitschakelen van de Turkse beleidsvoerders door arrest of doding en het continue domineren van de media. Deze fundamentele blunders gaven aanleiding tot bedenkingen over de ‘echtheid’ van de poging tot staatsgreep. De 'coup' was mijn inziens reëel maar voorbarig en onvoldoende omkaderd. Allicht kwam de ‘operationele veiligheid’ in gevaar en werd de staatgreep halsoverkop uitgevoerd.

Het Turkse leger staat gekend als zijnde de verdediger van de Kemalistische waarden en heeft een verleden van staatsgrepen (en pogingen hiertoe), zo ook tegen Erdogan. Naast de afbraak van de Kemalistische Staat door Islamitische erosie is Erdogan ook een regionale brokkenpiloot: de vrede met de Koerden werd opgeblazen; officieuze 'samenwerking’ met IS; ruzie met omliggende en voorheen bevriende landen; de dubieuze houding tov de Europese Unie. Een Kemalistische 'traditionele' interventie drong zich op, maw een nieuwe militaire staatsgreep gericht op het vrijwaren van de regionale vrede (Vrede thuis, vrede in de wereld). 

Het is éénieder opgevallen hoe snel en uitgebreid de ‘tegencoup’ tot stand kwam en uitgevoerd werd. Logisch, men is hierop voorbereid en maakt gebruik van de situatie om alle mogelijke tegenstand tegen Erdogan en het AKP weg te werken, tot op de rand van een burgeroorlog toe in de richting van een ‘Neo-Ottomaans Turkije’. Dag na dag snijdt men de Kemalistische 'kanker' en de 'ziekte' weg, al dan niet onder Gülenistische of Koerdisch voorwendsel. 

De hervormingen die President Erdogan wil doorvoeren in de richting van een executief presidentschap en het blijven ondermijnen van de Turkse democratie en persvrijheid…zijn voor de meeste Europese observatoren rasse schreden richting dictatuur (zo ook voor Kemalisten), maar moeten vooral gezien worden als stappen in de richting naar een politieke AKP-dominantie binnen Turkije om een welbepaalde politiek project uit te voeren. Het uitschakelen van de ‘politieke democratie’ en onmachtig maken van het parlementaire systeem alsook politieke oppositie past hier mooi in. 

Turkije glijdt steeds meer af naar een Staat gefundeerd op strengere Islamitische waarden en normen. Geostrategisch van belang, industrieel krachtig (productie en handel), een energetisch doorgeefluik (diensten) zonder geheel afhankelijk te zijn van de beslommeringen van energetische productie. Een soort van Saoedi-Arabië 'light' aan de Bosphorus maar dan met een iets meer gediversifieerde machtsbasis (buiten energetische markt, kapitaalmarkt en exportwahabisme). Ik kan het enkel verwoorden als een 'Neo-Ottomaans Turkije'. 

Erdogan en de Europese Unie.

Het is in mijn ogen duidelijk dat Erdogan niet echt bij de Europese Unie wil horen, tenzij enkel op zijn voorwaarden. Alle lusten, zoals vrije markttoegang en vrije migratie voor Turkse Staatsburgers, zonder de lasten, zoals mensenrechten et tutti. De Turkse regering doet er alles aan om zich onmogelijk te maken binnen de Europese Unie, maar weet toch zich ergens een weg naar binnen te dwingen. Een recent voorbeeld hiervan is het temperen van de vluchtelingenstroom naar Europa toe. Meer toetredingsstappen en miljardensubsidiëring, voor beloftes waarvan men vraagtekens bij de uitvoerbaarheid kon stellen. Jaar in, jaar uit zet Turkije stappen verder weg van de Europese waarden en normen...en toch komt het niet tot een definitieve breuk. 

Recent werd de term 'vijfde kolonne' in een andere context van boven het stof gehaald...toepasselijk. Erdogan heeft de afgelopen jaren bewust een ondersteuningspolitiek gevoerd tegenover Turkse inwoners in de Europese Unie, en dat loont. Hoewel de Europese Unie niet tot de Turkse Staat behoort kwamen Erodogansupporters op 15 Juli ll. eveneens op straat; al dan niet om keet te schoppen tegen Gülenisten. Diezelfde Turkse getrouwen hebben een politieke impact binnen de Europese lidstaten en zodus ook binnen de Europese Unie. Ze vormen voor Erdogan een interessante stem binnen Europa om zijn beleid mee te helpen ontplooien  en bestendigen. Een doelbewuste politiek, maar in welke richting wil Erdogan en de AKP gaan? Het is ook allemaal tekenend voor de zwakheid van de Europese Unie. 

De Europese Unie staat wankel door de aanhoudende Eurocrisis, interne dissidentie zoals de brexitcrisis of de asielcrisis waarbij de Oost-West tegenstellingen bloot werden gelegd, de clinch met Rusland en bijhorende gecrispeerde Oost-Europese houding. Binnen de West-Europese lidstaten is er een enorm intern veiligheidsprobleem waarvan Oost-Europa niet echt wakker van ligt zolang het niet hun richting uitkomt. 

In mijn ogen maakt Erdogan en de AKP gebruik van iedere opportuniteit om meerwaarde te creëeren voor haar eigen achterban. De rijkdom van de Europese Unie en haar Europeanen zijn welkom in de vorm van handel en toerisme, niet in de vorm van waarden en normen. Een politiek zwakke Europese Unie komt Turkije goed uit, een verdere zweem van Ottomaanse grandeur is mooi meegenomen. De vraagt stelt zich wat het uiteindelijke einddoel is tov Europa, louter als geldkoe of misschien toch meer?

Erdogan, de NAVO en Rusland. 

Turkije is al het ware een ‘onzinkbaar vliegdekschip’ waarmee men het Midden-Oosten kan bestrijden en tegelijk met de Bosphorus over een slot op de Zwarte Zee beschikt (in beide richtingen). Het is ook een energetisch knooppunt. Turkije bezit met andere woorden een aanzienlijke geostrategische meerwaarde. Traditioneel is dit vooral een interessant gegeven voor de NAVO (onder Amerikaanse vaandel) en Rusland. Ook hier zie ik een dualiteit van Neo-Ottomaans beleid. 

De NAVO vormt voor Turkije een extra beschermingsbuffer, een schild waarachter men schuilt nadat men venijnig uithaalt. Het perfecte voorbeeld hiervan  was de Turkse positionering tov Syrië en het neerhalen van een Russische SU-24. Schoorvoetend moet Erdogan wel toestaan dat vanuit Turkije aanvallen worden uitgevoerd op Islamitische Staat, terwijl Turkije de Koerdische milities aanpakt die net het meest efficiënt zijn tegen IS. Terwijl vanuit Turkije wapens geleverd worden aan IS en illegaal IS-olie wordt ingevoerd, al dan niet oogluikend toegelaten door Erdogan's regering. De NAVO is ook een bron van informatie en technologieoverdracht, dit Turkije is nog niet klaar om als regionale macht volledig op eigen benen te staan manu militari. 

Relaties met Rusland zwalpen ook in een soort van haat-liefde verhouding. Turkije heeft goede relaties met Rusland nodig om meer bereik te hebben in het Zwarte Zee-gebied en de Kaukasus...waar Rusland nog steeds de bovenhand heeft. Anderzijds stoort Erdogan zich duidelijk aan de Russische aanwezigheid in de vroegere Ottomaanse achtertuin; vooral in de Mashreq (Syrië, ea). Eigenlijk de traditionele animositeit tussen Rusland en het Ottomaanse rijk, maar in een nieuw jasje. 

Erdogan schrikt er ook niet van terug om aan te sturen op een (militaire) krachtmeting met Rusland, maar momenteel is Turkije nog niet krachtig genoeg en net iets te afhankelijk van de NAVO als schild, maar voor hoelang nog? 

Een neo-Ottomaans rijk in wording?

Het is duidelijk dat onder Erdogan Turkije zich verder wenst te ontwikkelen tot regionale speler met een zekere mate van autonomie. Men teert op een zweem van grandeur van het Ottomaanse rijk om de Kemalistische Staat teniet te  doen en tegelijk de mensen een identitair referentiekader te geven dat hen vertrouwen kan inboezemen. Op zich is daar niets mis mee. 

Alleen waren de Ottomanen groter dan Turkije alleen. Hoever wil Erdogan en het AKP gaan? Willen ze territoriaal de klok terugkeren naar het Ottomaans tijdperk of niet? Zo ja, in welke richting? Richting Midden-Oosten lijkt meer aangewezen, daar liggen reeds verzwakte gebieden klaar om te 'grijpen'...een verleiding waaraan Erdogan tot op heden wist te weerstaan. Diplomatiek wil men duidelijker een véél grotere invloedsfeer. 

De rollen lijken nu omgekeerd. Waar men vroeger sprak over de Ottomanen als de 'oude zieke man in Europa', is dit nu het geval voor de Europese Unie. Een verzwakte Europese Unie opent opportuniteiten voor Turkije, een meer afhankelijke markt alsook meer 'diplomatieke invloed'.



Labels: , , , , , , , , , , ,

Read more...

25 juli 2016

IS vs. al-Qaida


 ('tP, 10-2015)

 

 

 

De Syrische burgeroorlog en de opmars van het Kalifaat zijn de aanleiding geworden voor heel wat publicaties. Vaak zijn die zeer informatief, behalve op één wezenlijk punt: de rol van de islam. Daar draaien zij om de hete brij heen, of beweren zelfs met uitgestreken gezicht dat “de Islamitische Staat niets met de islam te maken heeft”.

 

Een antwoord daarop is The Complete Infidel’s Guide to Isis (Regnery, Washington DC 2015) door Robert Spencer, die ooit in ‘t Pallieterke geïnterviewd is. Het documenteert de islamitische grondslag en de historische precedenten van elke IS-beleidslijn. In het Nederlands is er nu Islamitische Staat van Perry Pierik (Aspekt 2015, 145 pp., ISBN 9789461537614).

 

Een origineel feitenluik betreft de onderlinge strijd tussen verschillende djihaadfracties, hier met name het Noesra-front (met bondgenoten) en de Islamitische Staat, compleet met alle relevante namen en foto’s. Een cynische buitenstaander zou mogen stellen dat ze gelukkig te bezig zijn met elkaar bestrijden om hun energie tegen de ongelovigen te kunnen bundelen. Het is in broedertwisten als deze dat de geschiedenis echter nogal wat voorbeelden geeft van leidersfiguren die er toch in slaagden, een eenheid te smeden en dan verrassend naar de buitenwereld toe te slaan. Inderdaad, de prille islam zelf was hiervan een voorbeeld: de disparate Arabische huurlingenmilities in het Byzantijnse en Sasanidische leger gingen gemene zaak maken en versloegen hun vroegere werkgevers. Dus het nu hopeloos verdeelde Midden-Oosten kan altijd omslaan in een te duchten vijand.

 

Maar voorlopig worden we vooral getroffen door de ruziënde onbekwaamheid en het op de spits drijven van leerstellige details, bv. de wel of niet verering van Mohammeds neef Ali, die het verschil maakt tussen sjiïeten en soennieten. Lang voor de huidige crisis hadden Iran en Saoedi-Arabië al een obscurantistisch bewind: “In het algemeen zou men kunnen zeggen dat er weinig gematigde krachten zijn waarmee men in zee kan. Anderzijds waren die er nimmer.” (p.57)

 

In zijn no-nonsense perspectief als krijgshistoricus slikt Pierik de heersende smoesjes natuurlijk niet, bv. over “westers racisme” als oorzaak van radicalisering. Anderzijds houdt hij wel het hoofd koel in zijn inschatting van waar de huidige krachtsverhouding toe leidt. Het problem is ernstig, maar er is geen reden tot paniek: “IS zal het kalifaat hoogstwaarschijnlijk niet in de huidige omvang kunnen behouden. De tegenkracht die hun radicalisme heeft opgeroepen, zal zich vroeg of laat tegen hen keren.” (p.56)

 

Als Europa zijn verstand gebruikt, wordt de politieke islam slechts een vervelende  huidziekte, die weer overgaat. Maar in het Midden-Oosten zal eerst nog heel wat gevochten worden: “En ook het verdwijnen van IS betekent met zekerheid niet het einde van de conflicten (…) De kaarten zijn te wild geschud om in één keer weer een full house te leggen.” (p.139)

 

 

 

Labels:

Read more...

7 juli 2016

Orde van de Vlaamse Leeuw aan Lieve en Louis Vos-Gevers


Uitreiking van de Orde van de Vlaamse Leeuw
aan Lieve en Louis Vos-Gevers
te Aalst op 10 juli 2016


Toespraak door prof. Matthias E. Storme
Voorzitter van de Orde van de Vlaamse Leeuw


Hoogedelgestrenge burgemeester en schepenen in wier stad en stadhuis wij te gast zijn (men moet altijd eerste de plaatselijke goden eren),
Hooggeachte collegae Vos-Gevers
en eerdere dragers van de Orde van de Vlaamse Leeuw,
Dames en heren vertegenwoordigers van ons volk op de verscheidene niveaus,
Waarde landgenoten uit Noord- en Zuid-Nederland !

Zoals U weet wordt de Orde van de Vlaamse leeuw sinds 1971 regelmatig toegekend, vandaag voor de 33e maal,  ter erkenning van verdiensten in verband met :
- een consequente en kordate houding in de sociale en culturele ontvoogding van de Vlaamse gemeenschap;
- prestaties die de integratie van de Nederlanden bevorderen;
- acties en initiatieven met het oog op de uitstraling van de Nederlandse taal en cultuur.

Ik weet niet of het veel of weinig zeggend is dat in het lijstje van 33 ordedragers er weliswaar een redelijk aantal historici zijn opgenomen, maar dat het nog maar de tweede keer is dat een historicus omwille van zijn werk als historicus is gelauwerd. En de eerste was in 1981 Arie Willemsen die door professor Wils zopas nog onder uw aandacht werd gebracht.

In Lieve Gevers en Louis Vos eren wij twee historici van de dynamiek van ons volk en vooral zijn jeugd in de 19e en 20e eeuw. In een 35 jaar tijd hebben zij de geschiedenis van de Vlaamse "Bewogen jeugd"[1] in talloze facetten uitgeplozen, geanalyseerd, beschreven, inzichtelijk gemaakt en gesynthetiseerd. Beiden hebben ze enkele jaren geleden afscheid genomen van hun respectievelijke leerstoel met een magnum opus, een groot fresco van de religieuze, politieke en socio-culturele en daarmee ook spirituele geschiedenis van de Vlamingen in de 20e eeuw: "Kerk in de kering"[2] is de ene titel, "Idealisme en Engagement"[3] is de andere.

In een tijdperk waarin een zeker cynisme veel idealisme verdacht heeft gemaakt staat hun werk als een baken van tegelijk kritische en geëngageerde studie die ons niet alleen leert hoe dat idealisme en engagement is ontstaan en zich heeft ontwikkeld, maar ook wat het heeft teweeggebracht, in goede en kwade zin, en wat het verval van die traditie vandaag meebrengt, welk gemis wij daar toch in zekere zin aan hebben.

Dit wetenschappelijk werk was niet mogelijk geweest indien de auteurs niet zelf in dat engagement geworteld waren, en met name uit de jeugdbeweging komen, Lieve Gevers uit de scouts of liever meisjesgidsen, en Louis Vos uit de KSA. Ik ga mij hier niet vermeien om de verhouding tussen beide te bespreken, al hoop ik een beetje op een nieuw gezamenlijk opus van beide laureaten hierover. Van mijn ouders leerde ik dat Wilfried Martens uit de KSA kwam en Leo Tindemans uit de scouts en dat dit veel van de verschillen tussen hen verklaarde. Hoe dat verschil zich bij het echtpaar Vos-Gevers heeft uitgewerkt durf ik hier echter niet te fantaseren, maar ik ben ervan overtuigd dat het mede daardoor thuis een huis van toevlucht is geworden zoals Wies Moens dichtte op Kerstmis 1918, een gedicht waar jullie zoveel waarde aan hechten, en dat ik natuurlijk geleerd heb uit De dubbelfluit van Anton van Wilderode:

Laat mij mijn ziel dragen in het gedrang !  
Tussen geringen staan en hun ogen richten  
naarboven waar blinken Uw eeuwige sterren.  
Ik wil een snoeier zijn in de wijngaard,
een werkman bij het druivepersen.  

Laat mij mijn ziel dragen in het gedrang !  
Mijn woord in de mond van stamelaars, 
mijn hand voor die liggen langs het pad.  
En voor het raam van mijn woning  
een vlam in de nacht:  
dat wie verdolen mocht  
richt zijn schreden  
naar het Huis van Toevlucht.  

Ik zal het wasbekken klaar zetten,
brood en wijn op de tafel –
 en het Boek geopend
aan de parabel van de Goede Herder.

Dit gedicht heeft ook vele jaren opengelegen op een lezenaar in het salon van mijn ouders.

In zijn uitermate boeiende werk "De romantische orde"[4], waarin hij wil aantonen hoezeer onze cultuur vandaag nog steeds beheerst wordt door de dynamiek van de romantiek, bespreekt Maarten Doorman het belang van wat hij noemt "de romantische orde" voor de geschiedschrijving als een geëngageerde, op het leven betrokken verhouding tot dat verleden. Die verhouding bestond volgens Doorman uit pogingen om erdoor geïnspireerd te geraken en er identiteit aan te ontlenen. Tegelijk hield dat een poging in om het wezenlijk andere van het verleden te begrijpen[5], en daar koppelen wij dan natuurlijk onder meer de naam van Ranke aan. De lezing zowel van Karl Drabbe, zeker, heel duidelijk, en toch ook wel, zou ik durven zeggen, die van Lode Wils, misschien willens nillens, getuigen mijns inziens nog altijd van die romantische orde in de geschiedschrijving.

Doorman probeert zoals gezegd aan te tonen dat ook vandaag de meeste vormen van verwerping van de romantiek, wat bon ton is, daar zelf nog ten zeerste door zijn bepaald. Wie de geschiedenis niet kent is gedoemd ze te herhalen[6], en volgens Marx komen alle zaken twee keer terug, eerst als tragedie en dan als komedie[7].

Dat mag ons natuurlijk niet verhinderen erg kritisch te zijn voor sommige hedendaagse uitwerkingen van die romantiek, in een cultuur van consumptie en fragmentatie, waar de doorgeslagen secularisering het zeer moeilijk maakt nog authentiek te zijn. Hét ideaal van de romantiek, de authenticiteit, veronderstelt immers zingevende kaders die het individuele leven overstijgen[8]: gemeenschap, natuur, religie. De idealen van de Vlaamse studerende jeugd in een traditie van zo'n 150 jaar zijn versplinterd geraakt. Louis Vos en Lieve Gevers hebben aangetoond hoezeer ook het nieuwlinkse engagement van de rode jaren 1968 en nadien uit die traditie voortkwam, maar ook hoe die daarmee is uitgedoofd. Was het door het verval van het gevoel van verantwoordelijkheid ? Wellicht niet, maar misschien toch wel door het wegvallen van een gevoel van verantwoordelijkheid voor de eigen gemeenschap geruild voor een zogenaamd kosmopolitisme.  In een tijd van globalisering echter herontdekken mensen het identitaire, zoals Louis Vos in een interview enkele jaren geleden[9] nog benadrukte, er ons aan herinnerend dat er geen democratische staten zijn zonder een nationale identiteit.

Die identiteit moet weliswaar permanent herdacht worden, om opzettelijk een mij geliefd meerzinnig woord te gebruiken: herdenken en hér-denken. En daarvoor hebben we vanzelfsprekend ook historici nodig. Natuurlijk zijn de opdracht van de historicus en die van het engagement buiten de bibliotheek verschillend, maar zij staan niet volledig los van elkaar, zoals ik heb proberen uiteen te zetten in de toespraak die ik gaf toen het tijdschrift Wetenschappelijke Tijdingen de Visser-Neerlandia-prijs kreeg in 1998[10]. Ook vandaag blijft dat onze opdracht, namelijk "Dat volk moet herleven"[11]. En wellicht hebben we daar ook  - zoals Newman dichtte - een vriendelijk licht voor nodig om ons te leiden (Lead, kindly light van Newman was het lievelingslied van mijn grootvader August de Schryver dat hij nog heeft gezongen in het laatste interview dat hij voor zijn overlijden op televisie heeft gegeven). Want vergeten wij niet, traditie is niet de as aanbidden, maar het vuur doorgeven[12].

Om alle redenen die hier vandaag zijn genoemd, door professor Wils en Karl Drabbe die ik hierbij wil bedanken voor hun boeiende toespraken met veel à boire et à manger, om die redenen en de enkele die ik daar nog aan heb mogen toevoegen, is het dan ook met groot genoegen dat wij jullie de Orde van de Vlaamse Leeuw uitreiken en dat ik jullie nu het hieraan verbonden zilveren plaket overhandig.







[1] Lieve GeversBewogen jeugd. Ontstaan en ontwikkeling van de katholieke Vlaamse studentenbeweging (1830-1894), Davidsfonds Leuven 1987.
[2] Lieve GeversKerk in de kering. De katholieke gemeenschap in Vlaanderen 1940-1980, Pelckmans 2014.
[3] Louis VosIdealisme en Engagement. De roeping van de katholieke studerendee jeugd in Vlaanderen (1920-1990), Acco Leuven 2011. Zie eerder ook Louis VosBloei en ondergang van het akvs, Davidsfonds Leuven 1982.
[4] M. DoormanDe romantische orde, Bert Bakker Amsterdam 2004.
[5] De romantische orde, 78.
[6] George Santayana Reason in Common Sense (1905), 284"Those who cannot remember the past are condemned to repeat it".
[7] Karl Marx, in Le 18 Brumaire de Louis Bonaparte, 7.
[8] De romantische orde, 46.
[9] "Want er komen andere tijden", interview met Louis Vos door Frans Crols, http://www.doorbraak.be/nl/nieuws/want-er-komen-andere-tijden.
[10]  Matthias Storme"De verhouding tussen een beweging en haar geschiedenis - een bewogen verhouding ?" Toespraak bij de uitreiking van de Visser-Neerlandiaprijs aan de Vereniging voor Wetenschap en het tijdschrift Wetenschappelijke Tijdingen, Gent 14 november 1998,  http://www.storme.be/WT.pdf.
[11] Louis & Lieve Vos-GeversDat volk moet herleven. Het studententijdschrift de vlaamsche vlagge 1875-1933, Davidsfonds Leuven 1976.
[12] Het auteurschap van deze uitdrukking wordt aan velen toegeschreven: Gustav Mahler, Jean Jaurès, Thomas More, enz....
Read more...

Twee soorten romantiek

Waar men gaat langs Vlaamse wegen, worden we deze dagen overspoeld door driekleurige kitsch in alle vormen en maten. Tegelijk eist men met een beroep op de Verlichting als fundament van onze beschaving preambules voor de Belgische Grondwet om daarmee elke religie uit de staat en zelfs de politieke te bannen. Linkse Occupyers plaatsen het “Hart” boven de harde ratio van een tering naar de nering zetten, maar scharen zich tegelijk achter modieuze ideologische spinsels die moeten aantonen hoe die flaminganten toch vooral ook mystieke identiteiten aanbidden. Enkele decennia reeds is het bon ton om de Vlaamse Beweging vooral af te schilderen als vendelzwaaiende romantici en dus per definitie oubollig, op zijn best dromerig en wereldvreemd, maar als het enigszins kan eerder doordrenkt van bloed en bodem. Kortom, hoewel in de sfeer van privéleven en vrijetijd wij gebombardeerd worden met alle variaties van romantiek om ons te verleiden, is romantisch in het publieke politieke en culturele leven steeds meer een scheldwoord geworden. Ernstige politici, schrijvers, wetenschappers doen niet aan romantiek, maar belijden de verlichting, de universele ratio die de mens emancipeert van zijn irrationele wortels en gevoelens.

Welnu, in onze samenleving is niet zozeer de romantiek een illusie, maar de verwerping ervan. De hedendaagse Westerse mens is door en door getekend door de romantiek, ten goede én ten kwade[1].Wat we onszelf ook mogen voorspiegelen, niets is ons vreemder dan een geestesgesteldheid waarbij de invloed van de romantiek wordt weggedacht. De cultus van de authenticiteit, de natuur, de verbeelding zowel als het bovennatuurlijke beheerst onze samenleving, ook al kan het voorwerp van die cultus verschuiven en soms sterk verschillen. Proberen wij ons terug voor te stellen dat kinderen enkel maar kleine volwassenen zijn, zoals voor de romantiek: weg met de idee van aparte rechten van het kind, of de idee van onaanraakbaarheid van kinderen die per definitie de onschuld zelve zijn zoals in elk pedofilieschandaal. In onze opvattingen over huwelijk en relaties moet alles wijken voor de slogan van de liefde als enige norm. In de politiek heerst de cultus van het slachtoffer en is het betuigen van medeleven met slachtoffers de opperste politieke plicht. Publieke emotie en publieke biecht lijken zwaarder te wegen dan goed beleid.

Stilaan wordt duidelijk dat de klassieke romantiek van de Vlaamse Beweging, geboren uit de dynamiek van bewogen jeugd, misschien toch wat meer te bieden heeft dan de uitwassen van dat losgeslagen romanticisme vandaag. Zij draaide met name rond enkele idealen, zoals de volksverheffing, de emancipatie van de persoon door "Bildung", de natie als culturele en historische gemeenschap, de verbondenheid met de natuur en een cultuur van waarachtigheid, naast het politieke ideaal van de volkssoevereiniteit: "dat volk moet herleven". Daarbij hoort in de politiek het bestrijden van verduistering die met een beroep op realisme wordt gerechtvaardigd: het verhinderen van regionaal gesplitste statistieken in België omdat die letterlijk staatsgevaarlijk zijn, of het verbergen van waar men heen wil met Europese of internationale beslissingen omdat de bevolkingen ze andere niet zouden slikken.

Laten we het aloude idealisme niet vervangen door zogenaamd realisme alleen. Idealisme zonder realisme is blind, maar realisme zonder idealisme is en blijft volkomen leeg. En, naar Jan Engelman: hou de waarheid als een vuursteen in ons ogen, want leugen staat de Nederlander tegen.



[1] Voor een grondige uitwerking van deze gedachte, zie M. DoormanDe romantische orde, Bert Bakker Amsterdam 2004.
Read more...

28 juni 2016

Boekbespreking: Nieuw-Rechts voor de praktijk


(Doorbraak, 24 juni 2016)

Nadat ik in 1992 onverwacht uitgenodigd was om de redactie van het Nieuw-Rechtse tijdschrift TeKoS te vervoegen, vroeg ik me af waar ik nu in terecht gekomen was.  Het was allemaal erg retro, met nieuwheidenen wier Indo-Europese theorievorming in het interbellum was blijven steken, traditionalisten die met de Franse islambekeerling René Guénon uit het interbellum dweepten, historici met hyperfocus op oorlog en repressie, en vooral een algemene fascinatie met de mij tot dan onbekende Conservatieve Revolutie, een gedachtenstroming uit de Weimar-republiek. En die situeerde zich, wat dacht u, in het interbellum. Artikels over dat onderwerp kreeg ik met veel moeite doorgeploegd, of ze bleven ongelezen. (Uit die stal heb ik uiteindelijk alleen het Reisetagebuch eines Philosophen van graaf Hermann Keyserling gelezen, dat hoofdzakelijk over Aziatische beschavingen handelt.)

Wat mij dan toch met dat milieu kon verzoenen, was, behalve de onmiskenbare toewijding van de redactieleden aan de conservatieve zaak, de originele invalshoek op ecologie door de zopas van ons heengegane Guy De Maertelaere, en de lucide commentaren op hedendaagse politieke kwesties vanuit Nieuw-Rechtse hoek. Zo signaleer ik de duidelijke pro-Europese opstelling van de redactie, destijds vanzelfsprekend maar vandaag een strijdpunt.


Nieuw Rechts

De Nouvelle Droite is een in Frankrijk ontstane stroming (°1968) rond Alain de Benoist, die ideologisch dieper wou gaan dan de in de politiek actieve rechtse stromingen. Ze werd beschreven als een “gramscisme van rechts”: zoals de Italiaanse communist Antonio Gramsci rond 1930 het standpunt ontwikkelde dat een politieke revolutie maar kan mits de verwerving van de culturele hegemonie (door naoorlogs links met succes in de praktijk gebracht, zonder in een politieke revolutie uit te monden maar wel in “bizarre en schadelijke sociale experimenten”, p.13), zo stond de Nouvelle Droite een herovering van de cultuursfeer voor. Ze heeft echter politiek nooit enige potten gebroken en is in eigen land ook op het intellectuele forum marginaal gebleven; de beoogde herinname van het culturele domein werd een totale mislukking. Vandaag is de bejaarde duizendpoot de Benoist, door zijn vroegere medestanders verlaten, denkmeester van enkele interessante tijdschriften, maar verder dan lezenswaardige duiding reikt zijn invloed niet.

De eerste generatie van de Nouvelle Droite deed baanbrekend denkwerk, haar tweede ging van debat over in ruzies en splitsingen en loste op in irrelevantie, maar haar kleinkinderen blijken nu een verrassende opmars te doen. In het voormalige Sovjet-blok heeft zij reeds enkele triomfen geoogst. In de heel verschillende omstandigheden van West-Europa, met zijn agressief opdringend multiculturalisme, blijkt zij nu toch door te breken.

Een jaar of wat geleden deed het boek Avondland en Identiteit van Sid Lukkassen (Aspekt, Soesterberg 2015) veel stof opwaaien. Het maakt de diagnose van de overheersende ideologie, het cultuurmarxisme, of wat zichzelf de “kritische theorie” noemt, ontsproten aan de Frankfurter Schule. Verder trok het de aandacht met zijn uitgebreide ontleding van de effecten van deze culturele revolutie op de geslachtsrollen en de relaatsiemarkt. Dat leidde ertoe dat TeKoS twee heel verschillende besprekingen publiceerde, waarbij de vrouwelijke recensente heel wat mannelijke subjectiviteit in Lukkassens verhaal ontwaarde. Maar allen waren het eens over zijn uitstekende diagnose van, en weerstand tegen, het cultuurmarxisme. Hij dacht parallel met de Nouvelle Droite hoewel hij er zich niet uitdrukkelijk op beriep.

Zopas kreeg ik ter bespreking de Nederlandse vertaling aangeboden van het boekje van de Zweedse oppositieleider Daniel Friberg: De Terugkeer van Echt Rechts. Een Handboek voor de Echte Oppositie (Arktos, London 2016). In zijn geval is het Nieuw-Rechtse gedachtengoed ontdekt en relevant geworden vanuit de praktijk, een heel andere setting dan de Parijse salons. Zweden was schijnbaar de slechtste plaats ter wereld voor een tegenbeweging tegen de opdringende multiculturele staatsideologie. Voor de beginnende Zweedse Democraten was het jarenlang een harde strijd. Hun enige kracht was de zekerheid dat zij gelijk hadden, dat zij een terugkeer naar de normaliteit nastreefden tegen de tegennatuurlijke utopieën van de almachtige cultuurmarxisten in.

In 2005 kwam een kleine groep hoogstudenten in Göteborg bijeen om Nieuw-Rechtse denkers te lezen: “Deze artikels openden onze ogen voor dit nieuwe intellectuele arsenaal van rechts”, in het bijzonder voor de “metapolitiek van rechts”. (p.10) Dat leidde tot de oprichting van de Nieuw-Rechtse denktank Motpol op 10 juli 2006. Eerst skeptisch bejegend door links en door “oud, impotent rechts”, groeide het uit tot een gerespecteerd netwerk dat in heel Zweden seminaries organiseert en een degelijk online magazine uitgeeft. Friburg geeft blijk van groot vertrouwen in de toekomst en hij beschrijft de “dalende relevantie” (p.43) van links, waarvan hij de nakende ondergang voorspelt.


Programma

Enkele concrete blikvangers uit Fribergs ideologische zelfprofilering. Tegen de grootmachten “is een verenigd, onafhankelijk Europa noodzakelijk” met “een gemeenschappelijk buitenlands beleid, een verenigd leger en een gemeenschappelijke wil om Europa’s belangen globaal te verdedigen”. (p.14) In beperkte zin, enkel op deze terreinen, wil hij “Imperium Europa, of een Europese federatie”. (p.25) Nationaal-populistische partijen als de PVV of het Front National zijn nogal eens tegen de Europese eenmaking in een overreactie tegen de antidemocratische en totalitaire uitspattingen van de EU.

In de buitenlandse politiek beveelt hij zelfbeheersing en omzichtigheid aan. Europa heeft een militaire poot nodig om geloofwaardig in het machtspolitieke spel te kunnen meespelen, maar niet om zich naar Amerikaans voorbeeld met andermans conflicten te moeien. Hij verzet zich tegen “de fanatieke oorlogsstokers die, terwijl ze clichés uitgalmen over mensenrechten en democratie, miljoenen mensen doden over heel de wereld en tegelijkertijd dezelfde retoriek gebruiken om massa-immigratie vanuit de Derde Wereld naar Europa aan te moedigen.” (p.28)

Gehard door de praktijk, geeft Friberg raad voor de omgang met extreemlinkse haatgroepen zoals Searchlight en het Southern Poverty Law Center, op kleinere schaal vertaalbaar als ons Anti-Fascistisch Front. Die komt erop neer dat je hen niet méér belang moet geven dan ze verdienen, namelijk hoe langer hoe minder. Weiger elke medewerking wanneer ze je belasteren (“geen commentaar”), en maai de grond onder hun voeten weg door alternatieve netwerken en media uit te bouwen. Vóór het internet een democratisch circuit schiep, konden zij beschikken over de officiële media met hun monopolie, wier partijdigheid en leugens je machteloos moest ondergaan. Vandaag leven we in een nieuwe wereld waarin de greep van het cultuurmarxisme op het eerste gezicht machtiger is dan ooit, maar in feite steeds meer terrein moet prijsgeven.  

Maar is er dan geen waakzaamheid (de zich protsering antifa’s noemende fichenbaktijgers heten ook “watchdogs”) nodig tegen het geweldpotentieel van rechts? Niet bij deze stroming: “Politiek geweld, hetzij georganiseerd of door individuen, kan geen enkele positieve rol spelen in de wedergeboorte van Europa. (…) Revolutionaire praatjes brengen enkel de mentaal onstabielen in beroering om gewelddaden te plegen die immoreel zijn en geen enkel tactisch nut hebben. We moeten deze daden overlaten aan extreemlinks en radicale islamisten, voor wie ze een tweede natuur zijn. (…) Onze methode is, nogmaals, de metapolitieke methode – de maatschappij geleidelijk veranderen in een richting die gunstig is voor onszelf, en belangrijker, voor de maatschappij in het algemeen.” (p.30-31)

Metapolitiek is diametraal tegengesteld aan de spontaneïstisch-gewelddadige methode van Anders Breivik, die we met een variatie op Lenin de “de extreemrechtse stroming, de kinderziekte van het antimulticulturalisme” kunnen noemen. In zijn Manifest zegt Breivik zelf dat hij vroeger lid was van de Noorse immigratiekritische Vooruitgangspartij, maar dat hij niet meer in de binnenparlementaire werking gelooft en nu hoopt dat zijn misdaden zoveel mogelijk schade zullen toebrengen aan zijn vroegere vrienden. En inderdaad, de media hebben de Vooruitgangspartij volop in “schuld door associatie” ondergedompeld, wat haar tijdelijk heeft doen achteruitgaan, zoals beoogd. Breivik-Antifa, zelfde strijd! 

Een praktische raad betreft het domein dat Lukkassen al ruim verkend had: de uitdagingen van de betrekking tussen de geslachten en de paarvorming. “Mannen en vrouwen hebben in het moderne Westen niets om trots op te zijn.” (p.45) Wanneer de Nouvelle Droite destijds het gelijkheidsdenken als probleem bij uitstek aanwees, verdacht ik haar ervan een bedekt pleidooi voor uitbuiting en dergelijke ongelijkheid te houden; maar het problematische van het gelijkheidsideaal wordt veel duidelijker wanneer je de schade ziet die het aan de geslachtsrelaties toegebracht heeft. Van quota om vrouwen in mannenberoepen binnen te loodsen beleefden we een crescendo naar “‘genderstudies’, een belachelijke wetenschap met als enige doel, de genderrollen af [te] breken”. Hij raadt de jongeren aan, niet te veel in het zoeken naar en beleven van relaatsies te investeren, tenzij dan om iets duurzaams uit te bouwen en uiteindelijk een gezin te stichten. Dat is minder stoer en opzichtig dan stereotiepe rechtse rakkers wensen, maar des te opbouwender voor het Europa van de toekomst.



Identiteit

Vertaler van het werk is Jens De Rycke. Uitgever John Morgan wijst in zijn voorwoord op het revolutionaire karakter van Echt Rechts, vooral ook in zijn oorspronkelijke betekenis: terugdraaien naar de begintoestand. Hij definieert die stroming als “niet conservatief in de normale betekenis van het woord, aangezien [ze] niet de hedendaagse Europese beschaving tracht te behouden (…) maar de waarden en idealen te hernieuwen die voor de komst van het liberalisme als natuurlijk beschouwd werden.” (p.ix) In een tweede voorwoord prijst Joakim Andersen, redacteur van Motpol, nog eens de verdiensten van de auteur. Het boekje besluit met een verklaring van de relevante politieke termen en een nawoord.

Voor de goede orde herhaal ik even dat voor mijzelf de “identiteit” geen voorwerp van politieke actie kan zijn: identiteit is er gewoon en zorgt wel voor zichzelf. Zij is de toevallige resultante van het samenspel van die krachten waar het werkelijk om gaat. Wanneer de Kerk haar traditionele waarden verdedigde, was dat vanuit een geloof in haar eigen boodschap en in de humani generis unitas (eenheid van de menselijke soort), niet vanuit enige zorg om identiteit. Toen de Action Française de Kerk voor de kar van haar Franse identiteitsproject wilde spannen, deed de Kerk haar in de ban. Op dat ene punt ben ik geneigd, de erfenis van de godsdienst van mijn jeugd trouw te blijven.

Zodus, ik identificeer (c’est le cas de le dire) mij niet met de “identitaire” stroming die in dit boek aan het woord is. Ik neem het de multiculturalisten echter kwalijk dat zij het belang van identiteit enorm opgeblazen hebben juist door hun kruistocht ertegen. En ik herken een bondgenoot wanneer ik er een zie: Friberg is een strijder tegen het cultuurmarxistische kwaad, die in die strijd volop zijn morele en intellectuele kwaliteiten heeft kunnen scherpen en bewijzen.

Labels: , , , , , ,

Read more...

25 juni 2016

Brexit onwards: a vision for a new European project


On 23 June 2016 the British people voted in favor to leave the European Union with a minor majority (51.9% in favor) despite a large voter turnout (72%) [BBC, Results in full 24/06/2016]. There is a clear distinction in voting between Northern Ireland, Scotland and the remainder of the United Kingdom (Wales and England). It would seem the more ‘Protestant’ regions of Northern Ireland voted in favor of leaving the EU, whilst more ‘Catholic’ regions voted in the opposite direction. In Scotland a clear vote in favor of remaining in the EU (62%) is visible and is oddly enough already forming the basis for a renewed call for a referendum for Scottish independence. For a population anxious to regain its own proper sovereignty boasting its capability for independence based on oil revenue and its own smart they are quite willing to turn over their sought sovereignty back over to the Eurocrats in Brussels.

Unbelievably, just before the referendum took place threats were issued about economic loss, loss of access to the European market and such. Whilst a Brexit has repercussions on EU member states as well. Nobody can accurately predict the effect of the Brexit for the United Kingdom, nor for the European Union. Already European politicians are stating that the ‘European Union’ has issues with selling itself to the public, problems with proving its positive effects…this is exactly why the EU has launched several communication campaigns in the past decade. The European Union has a severe legitimacy issue due to its democratic deficit, which clearly Eurocrats and Eurofederalist do not wish to understand.  A renewed European project is necessary as it can bring advantages and improve our lives, however it must have legitimacy.


A prelude to the liberation of Europe, anew?

The British European referendum was clearly a battle on matters of sovereignty and current institutional evolution of the European Union (towards a more federal entity). One could perhaps go as far as say that a new Battle of Britain was won, not in the skies above the United Kingdom but in its voting stations against a European Continental foe, the mainly German dominated French-German European Union axis supported by the Brussels Eurocrats. The question rises wether this ‘victory’ is a prelude for a new course in history as was the Battle of Britain back in 1940.

Will the Brexit lead to a change in the European Union, whereby dissent (resistance) will force the EU’s undemocratic hand towards a more democratic solution? For those that cannot or will not understand, I quote Margaret Tatcher: ‘Our choice is clear. Either we exercise democratic control of Europe through cooperation between national governments and parliaments which have legititmacy, experience and closeness to the people. Or we transfer decisions to a remote multilingual parliament, accountable to no real European public opinion and thus increasingly subordinate to a powerful bureaucracy’ (Benjamin Grob-Fitzgibbon, 2016: 462pp.*).

The new ‘Blitz’ has already started with the Jean-Claude Junckers (President European Commission/ The Guardian, 24/06/2016) demanding a swift and fast ‘fait accompli’ of the Brexit. As expected European Federalist guru Guy Verhofstadt (ALDE) already admitted that the current European Union doesn’t work, mainly because of the cumbersome decision process involving 28 member states… he doesn’t advocate a ‘superstate’ but his proposition for a 12 member ‘government’ with a European Coast and border guard as well as a defence community does sound much like his beloved United States of Europe (HLN, 19/06/2016).

It is time again for the allies of the United Kingdom to stand up for a new liberation of the Europe, side by side in rank and file, against the Eurocrats and their ‘Blitz’ as Brexit punishment. As historic allies, Flanders should be at the forefront to keep an open trade route between the United Kingdom and the European Union, and seek continued deep relations despite the Brexit. Fear has struck the Eurocrats which leads them to charge forward, yet again. Fear of a ripple effect amongst member states with a growing number of dissent towards the European Union. The momentum has been set, it is time a different European project. A new Winston Churchill is needed to lead the way, whom else than Boris Johnson could this currently be?

The (s)urge for a new European project.

During a recent trip to London I discovered and bought a very interesting book ‘Continental Drift. Britain and Europe from the End of Empire to the Rise of Euroscepticism’ written by Benjamin Grob-Fitzgibbon (2016,*). Most students who receive university courses on the history of the European Union will learn that it all started with the  European Coal and Steel Community (ECSC) established in 1951. Yet, rarely any of them shall have been taught anything about the immediate postwar period and the scramble for a renewed Europe leaving behind the rubbles of the second world war and facing  the communist threat as the Cold War resurfaced. Grob-Fitzgibbon’s book sheds an important light on this period and more importantly on the role of the United Kingdom in relation the France and Germany.

A long story short. A need arose for a new continental system whereby warring Germany and France could be controlled so as to not renew their hostilities and yet face the rising (and imminent) Communist threat emerging from post-war Soviet Union. The United Kingdom as well as Winston Churchill were in favor of a European system of cooperation, including a defence community, whereby the United Kingdom would retain its sovereignty (and empire) without being fully engorged into a federalist or even confederalist European system. The United Kingdom sought to accommodate both France and Germany, despite huge post-war French reticence and revanchism towards Germany. The Benelux was desperate for a British commitment and support. However, the United Kingdom was muscled out (if not betrayed) by France which suddenly raced for the ECSC with Benelux aid with a clear agenda to ‘dominate’ Germany. What started as the ECSC had grown in the European Union, founded and refounded as we know today (Maastricht treaty, Treaty of Lisbon). 

The French-German axis is the dominant European continental political drive within the European Union, with a slightly more dominant position taken by Germany. The clearest and most recent proof thereof is Angela Merkel’s unilateral ‘wir schaffen das’ asylum crisis in the wake of the Syrian Civil War. A crisis which the Eurocrats have failed to control going as far as to sell itself out to the Turkish President Tayyip Erodogan who sees himself as a neo-Ottoman Sultan. Whilst Eastern Europe remains politically too weak in Brussels. Time has proven there is no popular nor democratic support for the open flood gates policy unleashed by Angela Merkel nor the shabby EU policy. 

A new European institute does remain a necessity - preferably with the United Kingdom, but that clearly doesn’t mean it needs to be the European Union.
  •  A common European Defence in the form of a renewed (as initially thought of) European Defence Community integrated in the North Atlantic Treaty Organisation (NATO) remains a necessity due to the resurgence of an ‘neo-Tsarist’ Russia and ‘Neo-Ottoman’ Turkey as well as the ongoing political changes (and conflicts) in the Islamic world [Maghreb, Mashreq] .
  • The common European market holds the value of standardization but can be replaced by a Free Trade Association such as EFTA. The Eurocrats can be replaced by representatives of member states that seek mutual benefits and cooperation amongst sovereign member-states on issues such as innovation & technology; economic development; education; labor…without the diktats from Brussels but with bilateral or multilateral agreements.
At heart the new European project must be a democratic one. 'Real progress comes not from more bureaucracy, but from the values and institutions of government by consent, through ministers seen to be accountable. These things are in tune with the instincts of the people. They are part of the heritage we have built up over the centuries.’ Margaret Tatcher (Benjamin Grob-Fitzgibbon, 2016: 462pp.*). Modern technology doesnt really need Eurocrats creating diktats in their own world to be unleashed onto the European member-states, this can be done under supervision of accountable ministers duly elected and truely accountable.

Whomever thought the basic principle of democratic Nation-States is dead, guess again. It is alive and has matured, without the burden of imperialism nor racial theory. For me personally, more than ever does John Stuart Mill’s ‘On Liberty’ hold truth and value. The Nation-State is the political entity built on a community that through democracy offers the establishment of true liberty. A European Union defaults on this by definition, an intergovernmental or confederal European project does not.

Labels: , , , , , , , , ,

Read more...

22 juni 2016

Ook bij ons: de Culturele Revolutie


 
(Doorbraak, 25 mei 2016)
 

 

Bij de gemuilkorfde herdenking van 50 jaar Culturele Revolutie in China, en de erkenning door de Chinese overheid dat dit een vergissing was, merkte ik op dat ook hier de denkmeesters en uitvoerders van de Culturele Revolutie best hun fout zouden toegeven. Een vriend heeft mij uitgedaagd om de term "culturele revolutie" voor het betrekkelijk vredige Westen te rechtvaardigen: hier is toch geen Laogai (Goelag, kampennetwerk), Pol Pot of ander ergs te melden?

Welnu, het gaat naar mijn eigen zeggen niet om een gewelddadige, wel om een "culturele" revolutie. En op het vlak van "cultuur" in de brede zin heeft zich zeker een revolutie voltrokken. Op sommige terreinen zelfs meer dan één: van versmachtend-katholieke "zedenadel" naar naaktcultuur en omniseksualisering, en weer terug naar hoofddoekjes en gescheiden zwemmen.

In China begon de Culturele Revolutie met de georganiseerde kritiek van leerlingen op hun leerkrachten, en ook hier is het het onderwijs dat een doorslaggevend toneel van de revolutie geweest is. Alleen al qua onderwijsstructuur, lesprogramma  en gezagsverhoudingen mogen we het zo noemen. En dan hebben we het niet eens over nieuwlichterijen als het afgedwongen zwijgen over de holocaust of de evolutieleer. Revolutionair is alleen al de overweging dat we geen feiten mogen behandelen die iemands gevoelens zouden kunnen kwetsen.

Sla De Standaard open en vergelijk met vijftig jaar geleden: ooit flamingantisch en katholiek, verdeelt zij vandaag haar kolommen tussen belgicistische stemmingmakerij, gender-propaganda en islam-witwassing. Dat gender-vertoog illustreert aardig hoe zeer wij met een revolutie te maken hebben. Na het feminisme en de normalisering van de holebi's braken de geopereerde transgenders door (dat thema heeft al de heropvoedingssoap Thuis bereikt), en nu zitten we al een stadium verder: de erkenning van "de man die zich vrouw voelt" als vrouw, ook zonder operatieve “transitie”.

Dan is er de taal: heel wat dat je vijftig jaar geleden zonder gewetensproblemen in een brief of artikel zou gezet hebben, is vandaag controversieel en “fout”. Dat gaat over meer dan begrijpelijke sociolinguistische verschuivingen, zoals het Hollandse gebruik van mannelijke voornaamwoorden voor vrouwelijke woorden (“de koe: hij geeft melk”) door Vlaamse snobs, die het juiste Vlaamse gebruik zelf “fout” durven noemen. Het gaat wel over de veroordeling van examens Nederlands waarbij de vereiste van kennis van het Nederlands als “racistisch” afgewezen wordt.

Vooral het feminisme heeft zijn agenda hier opgedrongen. Bij de uitdrukking “de man die zich vrouw voelt” veronderstelt mijn ouderwetse taalgevoel ook het omgekeerde geval, want zoals de spraakkundigen zeggen: "Het mannelijke omhelst het vrouwelijke". Maar sedert de aanhef van Paulus’ brieven, adelphoi, “broeders”, vertaald wordt als “zusters en broeders”, is de druk toegenomen om hier minstens "en vice-versa" aan toe te voegen, of nog vaker een langdradige herhaling van dezelfde uitdrukking maar dan omgekeerd.

De niet-geopereerde transgender moet nu verplicht toegang krijgen tot de toiletten van het andere geslacht, wat natuurlijk de basis van de bekende man/vrouw-bordjes ondergraaft. Daarom stellen de zogenaamd christendemocratische en een zogenaamd conservatieve partij “gender-neutrale” toiletten voor. Ach, wellicht heeft iemand daarom gevraagd en beantwoordt het wel aan een behoefte, ik ga over deze "revolutie" echt geen slaap laten. Maar wie had het zich vijftig jaar geleden kunnen voorstellen?

En het gaat steeds verder. Vandaag gaat de New-Yorkse overheid reeds de firma’s bestraffen die de taalnieuwlichterijen van transgender-militanten weigeren over te nemen. Of er, als normale mensen, niet eens aan denken. Soon coming to a country near you: gebruik geslachtsneutrale voornaamwoorden, zoals het Amerikaanse “ze” and “hir”. Tevens moet een man die zich vrouw voelt, als “mevrouw” aangesproken worden; en omgekeerd.

Het geslacht wordt dus niet langer bepaald door objectieve feiten van lichaamsbouw of genetica, maar door subjectieve gevoelens. Idem voor “racisme”: bepalend is niet wat de vermeende racist objectief doet, wel wat volgens het zich zo noemende slachtoffer het subjectieve gevoel is dat het daaraan beweert over te houden. Bijvoorbeeld: objectief verwijst Zwarte Piet naar het doden- of geestenheir of naar de “groene man” in Indo-Europese mythologieën, veel ouder dan de eerste waarneming van een neger, en ook gebruikelijk in landen die met kolonisatie of slavenhandel geen ervaring hebben; maar subjectief klagen neo-racisten over een “verheerlijking van de negerslavernij”.

Deze verschuiving van objectief naar subjectief mag echt een revolutie genoemd worden. Zij is ook heel analoog aan de beschuldigingspraktijken uit de Culturele Revolutie in China. Een gezagsfiguur die van “heimelijke bourgeoisgewoonten”, van “samenzwering tegen het proletariaat” of van “voor de CIA werken” beschuldigd werd, had voor zijn verdediging niets aan de harde feiten. Reeds Lenin veroordeelde de “bourgeois-objectiviteit”, maar zelfs hij had zich niet voorgesteld welke vormen die demonisering in een recenter verleden zou aannemen.

Om in China en bij de politiek wenselijke voornaamwoorden te eindigen: het Chinees kent al duizenden jaren een geslachtsneutraal voornaamwoord, ta. Aan het woord kan, en aan het bijbehorende karakter kon, je niet zien welk geslacht er bedoeld werd of wordt. (Het woord voor “mens”/ren is er trouwens ook niet identiek aan, noch afgeleid van, het woord voor “man”/nan.) Juist onder westerse invloed is men het karakter gaan differentiëren door een deel van het karakter bij vrouwelijk gebruik te wijzigen. Ta met een vrouw-radicaal () betekent vandaag “zij”, met een mens-radicaal (ren) “hij”, duidend op hetzij een man, hetzij iemand van onbepaald geslacht. Want ook daar “omhelst het mannelijke het vrouwelijke”. Revolutie is in dit geval: een terugkeer naar hoe het voor de moderne tijd altijd geweest is.

Terugkeer naar hoe het altijd geweest is: dat moet inderdaad het einddoel van alle revoluties zijn.

Labels: , , , , ,

Read more...

8 juni 2016

Het neoracisme


 

 (Doorbraak, 5 juni 2016)

 

In "De bende van Annemie" (1 juni 2016, Radio 1) noemde presentatrice Annemie Peeters het een "probleem" dat de meeste festivalgangers "blank" zijn. Voeg er maar aan toe dat ook in musea, in de bibliotheek, in de opera en op natuurverkenningen de autochtonen, doorgaans blank, "oververtegenwoordigd" zijn. De anderen oefenen hun recht uit om zich niet voor onze cultuur en natuur te interesseren. Herinner u hoe het bestuur van het Lake District de geleide wandelingen afschafte omdat praktisch alleen autochtonen kwamen opdagen, en voor hen troostte het zich die moeite niet.

 

Omdat ik een fan van Annemie ben, zal ik aannemen dat ze het niet besefte, maar dat was een loepzuiver voorbeeld van racisme. Het herleidt individuen tot vertegenwoordigers van hun ras, en het hecht een bepaalde waardering aan de niets ter zake doende raciale samenstelling van een gebeuren met vrije toegang voor iedereen. Er is wel een verschil met de hoogtijdagen van het onverbloemde racisme: vandaag tooit het onderhavige soort racisme zich met de naam "antiracisme". Die nieuwe vorm van racisme zullen we voorlopig onderscheiden middels de term "neoracisme".

 

Maar ze deed meer dan voor een nietsvermoedend publiek het probleemkarakter van een raciaal statistisch gegeven onthullen. Ze wou dat probleem van te veel blanken ook "opgelost" zien. Endlösung der Weissenfrage in Europa!

 

Er zijn zo al genoeg niet-raciale problemen. De islam, bijvoorbeeld, is een kleurloze levensbeschouwing die mensen van elk ras (zeker ook problematische blanken) aansteekt. Hij vormt werkelijk een "probleem" voor wie om levensbeschouwelijke vrijheden en vrouwenrechten geeft. Daarentegen heeft een onevenredigheid in het ras (tiens, was dat niet "vermeend ras"?) van festivalgangers, zowel in de ene als in de andere richting, volstrekt geen belang. Alleen racisten willen er een probleem van maken.

 

Ideeën hebben gevolgen. De kanker van het neoracisme, die de maatschappij in verschillende gemeenschappen met een eigen plaats in de hiërarchie van slachtofferschap en voorrechten verdeelt, zal ons nog veel schade berokkenen. Zoals antiracisten ons altijd voorgehouden hebben, is de loutere overtuiging van een verdeling van mensen in wenselijke en problematische groepen de beginvoorwaarde voor de daadwerkelijke achterstelling tot zelfs genocide van één van die groepen. Zelf zou ik het hoofd koel houden, maar antiracisten voorspellen hierbij altijd de ergst mogelijke afloop, en rechtvaardigen zo hun extreme "waakzaamheid" tegen elk "racistisch" idee. Welaan dan, écrasez le néoracisme!

Sorry, lieve Annemie, dat ik in je schalks bedoelde uitstapje in de muziekwereld een uiting van een sinistere en snel veld winnende ideologie herken. Een volgende keer zal ik mijn pijlen op de meesterdenkers van het neoracisme richten. Maar het neoracisme is nu eenmaal niet onschuldig. Het verziekt de atmosfeer met afgunst en rechtvaardigingen voor rassenstrijd. Het legt de kiemen voor een burgeroorlog. In een variatie op Ronald Reagans stelling over de Sovjet-Unie, mogen we zeggen: neoracism is the focus of evil in the postmodern world.

Labels: ,

Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>