10 augustus 2008

Arrest-Metock: Ieren hadden gelijk (Hoegin)

Twee maanden geleden hielden de Ieren hun referendum, met de gekende uitslag. Eén van de elementen in de aanloop naar dat referendum was de bezorgdheid over de Ierse abortuswetgeving. Niet alleen zijn de Ieren zo achterlijk er een abortuswetgeving op na te houden die in de ogen van menig progressieve journalist niet paars genoeg is, bovendien denken die eilandbewoners dan nog dat het Verdrag van Lissabon die wetgeving zou kunnen liberaliseren en stemden ze daarom massaal No, zelfs na uitdrukkelijke beloftes door politici dat er absoluut geen reden was om bang te zijn. Op 26 juli gaf het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG) de Ieren echter gelijk: nationale wetgeving is ondergeschikt aan eender wat men op Europees niveau ook zou mogen verzinnen, en de Deense Eerste Minister Anders Fogh Rasmussen zat meteen opgezadeld met een levensgroot binnenlands probleem. De Deense immigratiewetgeving mag immers na het arrest-Metock op straat gezet worden bij het groot vuil.

Ik citeer letterlijk uit de persmededeling van het Hof van Justitie over het arrest-Metock:
A non-community spouse of a citizen of the Union can move and reside with that citizen in the Union without having previously been lawfully resident in a member state. The right of a national of a non-member country who is a family member of a Union citizen to accompany or join that citizen cannot be made conditional on prior lawful residence in another Member State.
Het arrest kwam er na een rechtzaak aangespannen door vier mannen die in Ierland asiel hadden aangevraagd. Hun asielaanvraag werd door Ierland afgewezen, maar ondertussen hadden ze zich wel al gehuwd met niet-Ierse EU-burgers, en beriepen zich op de EU-wetgeving om toch in Ierland te mogen verblijven. De Ierse staat was van oordeel dat dat niet kon omdat zij voor hun verblijf in Ierland niet eerst in een ander EU-land hadden verbleven, maar het Europese Hof van Justitie wees die voorwaarde dus van de hand.

Onmiddellijk na de uitspraak dienden zich in Kopenhagen al «spontaan» enkele koppels aan op het stadhuis om een verblijfsvergunning te eisen voor hun respectievelijke niet-EU wederhelften. Zoals de lezer waarschijnlijk wel weet heeft Denemarken sedert 2002 de mogelijkheden tot immigratie sterk beperkt, maar het arrest-Metock dreigt de volledige Deense immigratiewetgeving nu onderuit te halen. Het arrest komt dan nog bovenop een klein schandaal dat de laatste maand aan de oppervlakte is gekomen, omdat kandidaat-immigranten niet altijd even volledig geïnformeerd werden over álle mogelijkheden die zij bezitten om Denemarken binnen te raken en er aan een verblijfsvergunning te raken.

Maar laat ik even teruggaan naar de achtergrond van de huidige –of moet ik nu schrijven vorige?– Deense immigratiewetgeving. Zoals zo ongeveer elk West-Europees land bezit ook Denemarken een belangrijke groep migranten die cultureel en religieus niet helemaal naadloos aansluit bij de oorspronkelijke bevolking. Gedwongen huwelijken met neven of nichten uit het thuisland op vaak heel jonge leeftijd die vervolgens jarenlang aangewezen waren op sociale uitkeringen waren schering en inslag, en vandaar ook de concrete voorwaarden die de Deense regering de laatste jaren ingevoerd heeft om zulke wantoestanden aan te kunnen pakken. Van die voorwaarden blijft na dit arrest waarschijnlijk niets meer over. En ook de Indvandringsprøve die op stapel stond, een beetje te vergelijken met de Duitse Einbürgerungstest maar dan voor immigranten, komt nu op losse schroeven te staan.

Voor alle duidelijkheid, de Deense publieke radio-omroep DR vatte de toestand als volgt samen:
  1. Tot nog toe moesten echtgenoten of kinderen die gebruik wilden maken van de wet op familiehereniging eerst een vaste verblijfsvergunning gehad hebben in een ander EU-land. Deze voorwaarde valt nu weg door het arrest-Metock.
  2. Een Deen die vanuit het buitenland terugkeert naar Denemarken samen met zijn echtgenoot of echtgenote van buiten de EU moest tot voor kort werk gehad hebben of als zelfstandige aan de slag geweest zijn tijdens dat verblijf in het buitenland. Die voorwaarde is teruggeschroefd tot slechts enkele weken.
  3. Bij zijn terugkeer naar Denemarken diende de Deen in zijn eigen onderhoud te kunnen voorzien. Die voorwaarde viel in december van verleden jaar reeds weg door het arrest-Eind, afgeleverd door hetzelfde Hof van Justitite van de Europese Gemeenschappen.
  4. Bovendien laat de EU nu ook familiehereniging toe zonder rekening te hoeven houden met de Deense regels zoals de leeftijdsgrens van 24 jaar, het bewijzen van een sterkere binding van het koppel met Denemarken dan met thuisland van de echtgenoot of echtgenote, voldoende woonst en inkomsten, financiële garanties en de neef-nicht-regel.
In de praktijk betekent dit nu dat iedere Deense immigrant zich kan beroepen zijn Europese rechten om de Deense immigratiewetgeving te omzeilen. Het volstaat immers de wittebroodsweken door te brengen aan de andere kant van de Øresund in het Zweedse Malmö met één of ander eenvoudig baantje –achter de kassa staan of taxichauffeur spelen volstaat al ruimschoots– en klaar is kees.

Hoeft het gezegd dat het arrest-Metock ter rechterzijde van het Deense politieke spectrum enige commotie deed ontstaan? Pia Kjærsgaard van de Deense Volkspartij (Dansk Folkeparti, DF) vond alvast dat de regering het arrest gewoon naast zich neer moest leggen. De conservatieve Eerste Minister Anders Fogh Rasmussen van de Liberale Partij (Venstre) vond dan weer dat de Deense Volkspartij beter wat zou afkoelen van de zomerwarmte. Volgens hem zou het onverantwoordelijk zijn om het oordeel van de rechters van het Hof zomaar te trotseren en op termijn kunnen leiden tot chaotische toestanden in de EU. Een opiniepeiling uitgevoerd voor de krant Jyllands-Posten toont echter aan dat de bevolking hem daar niet in schijnt te volgen: 57% meent dat de Deense immigratiewetgeving behouden moet blijven, terwijl slechts 33% de Deense wetgeving wil afstemmen op de Europese. Die resultaten staan echter in scherp contrast met een andere peiling, uitgevoerd door de krant Børsen , die aantoont dat er nog steeds een meerderheid bestaat voor de afschaffing van de vier zogenaamde EU-uitzonderingen op het Verdrag van Maastricht. Anders Fogh Rasmussen wil echter de diplomatische weg bewandelen, en samen met negen andere EU-lidstaten, waaronder Ierland, Finland en Groot-Brittannië, wil hij de andere Europese Eerste Ministers ervan overtuigen de regels voor het vrije verkeer van werknemers beter te preciseren.

De kern van het probleem is immers dat die regels niet voldoende gepreciseerd werden, en de rechters van het Europese Hof van Justitie dus de mogelijkheid hadden die regels zo ruim mogelijk te interpreteren. Dat betekent meteen ook dat wanneer onder meer Deense politici hun kiezers beloofden dat Denemarken haar soevereiniteit niet opgaf door lid te worden van de Europese Unie en vervolgens de implementatie van een hele reeks verdragen en andere «niet-grondwetten» door te voeren, zij die beloftes waarschijnlijk wel degelijk ter goeder trouw deden. En om dan even terug te koppelen naar het Ierse referendum: wanneer vandaag de Deense immigratiewetgeving op zulke wijze volledig onderuit gehaald kan worden, wie zegt dan dat het morgen niet de beurt zou kunnen zijn aan de Ierse of Poolse abortuswetgeving?

In dat verband is de bocht van 180 graden die Maria Wetterstrand van de Zweedse Milieupartij (Miljöpartiet de Gröna) eerder dit jaar uitvoerde veelzeggend. De officiële partijlijn is nog altijd dat de Milieupartij wil dat Zweden zich volledig uit de Europese Unie terugtrekt, maar Maria Wetterstrand is persoonlijk tot de conclusie gekomen dat het Zweedse EU-lidmaatschap al bij al zo slecht nog niet is. Reden? De manier waarop er binnen de EU aan milieuvraagstukken gewerkt wordt en dat de Unie niet te beroerd is om daarbij álle middelen waarover ze beschikt aan te wenden. In Denemarken hoeven ze daar waarschijnlijk nu geen tekening meer bij.

Voor wie daar toch nog een tekening bij hoeft: de Europese Commissie was alvast behoorlijk enthousiast over het arrest-Metock. Waarom de Ieren zo massaal No stemden is hen echter nog steeds een volkomen mysterie.

Labels: , , , , ,

Read more...

Humo valt McCain, Obama én Europa aan!
(Vincent De Roeck)

De wekelijkse portie vitriool die het journaille van de “Humo” brouwt, hoeft geen verdere uitleg op deze weblog. Hun meningen en manier van werken zijn ons bekend. De kwaliteit van hun nietszeggend egalitarisme verheerlijkende columns en hun goedkope vunzigheden van én voor linksmensen zijn dat ook. Maar ondanks al deze vooroordelen, overtrof het weekblad “Humo” zich deze week wel op twee verschillende manieren. In de eerste plaats waren de traditionele vulgariteiten, ditmaal geperst in een reportage over nudisten, naturisten, seksverslaafden en sekstoeristen in de badplaats Cap d’Agde, kennelijk de Franse versie van Soddom en Gomorrah, nog vunziger dan anders, en verder was ook de column “Snelvuur” van Tom Lanoye wonder boven wonder eens meer dan gemiddeld smaakbaar. Onder de titel “Raspaardjes” maakte Lanoye komaf met McCain én Obama, en viel hij het anti-Amerikanisme in Europa aan.

Eerlijk is eerlijk dus, en een kat is een kat: Tom Lanoye weet dit meesterlijk in woorden te gieten. Sit back … and enjoy!
Barack Obama, een halve zwarte die poseert als een hele, versloeg een feministe die haar naam en faam dankt aan haar man. Vervolgens voorspelden kenners dat de Republikeinse tegenkandidaat, een botoxdwerg met huidkanker, moeiteloos de stemmen van gefrustreerde vrouwelijke kiezers zou binnenrijven. Benieuwd of dat lukt.

Met wie vergeleek John McCain zopas zijn tegenstrever? Met een stom wijf à la Paris Hilton en Britney Spears. Hij had ook zijn eigen vrouw Cindy kunnen nemen - een barbiepop die twintig jaar te laat gered is uit een microgolfoven. Peu importe! Hoe bewijst de 71-jarige zombie, die nog nooit een e-mail verstuurde en die na één verwijderde moedervlek al sussende persconferenties moet geven, zijn potentie? Door zijn opponent te herleiden tot domme voetveeg!

Wij, wijze West-Europeanen, schudden daarbij als altijd het hoofd: “Zijn die Amerikanen wel klaar voor een zwarte president?” Alsof wij dat zelf zijn! Oké, in Berlijn lopen we te hoop voor iemand van wie wij vinden dat alle Amerikanen ervoor moeten stemmen - maar zouden alle Europeanen in eigen land hetzelfde doen? Tijdens het afgelopen Boekenbal, in hartje Amsterdam, trok een beschonken schrijfster van leer tegen Obama: “Hoezo, geen moslim? Je weet het nooit, hé! En al die ongeletterde negers die zomaar mogen stemmen voor die snotneus!” Haar gehoor sprak haar niet noemenswaardig tegen. Dát is Europa anno 2008.

En dit: een prima politicus als Ahmed Aboutaleb, die van de immer vooroplopende Nederlanders geen minister mocht worden, en amper staatssecretaris, vanwege zijn roots.

In 1994 had Antwerpen bijna een schepen met uitheemse roots. Nahima Lanjri kwam in haar CVP-afdeling een paar stemmen tekort. Sindsdien is er geen reet veranderd. “Patrick” of geen “Patrick”. De Vlaamse poppenkastregering? De Vlaamse poppetjes in de federale hutspot? Heel ons vorstenhuis? Unaniem bescheten, blank en behoudend. In de overkoepelende opiniepeiling van “Pollster” staat Obama een straatlengte voor.

Zelfs al verliest hij, dan nog mogen wij een punt zuigen aan Amerika. Maar neen, wij kijken er liever op neer. Als versleten mannetjesputters op een domme, onnozele versie van onszelf.


Read more...

9 augustus 2008

The Freeman: Ideas on Liberty

In deze blogpost haal ik twaalf interessante artikelen uit de laatste edities van “The Freeman”, het maandblad van de New Yorkse denktank “Foundation for Economic Education”, aan. Abonnementen op dit tijdschrift kunnen hier aangevraagd worden. Het merendeel van hun teksten is eveneens vrij op hun website terug te vinden.

De notoire Amerikaanse feministe Wendy McElroy, die als onderzoekster o.a. aan het Californische “Independent Institute” verbonden is, bespreekt de desastreuze gevolgen van het Chinese gezinsbeleid waarbij ouders slechts één enkel kind op de wereld mogen zetten. Ook haalt zij de traditionele argumenten van schaarste en de nefaste consequenties van de vermeende overbevolking in de wereld onderuit.
The one-child policy has stirred worldwide controversy both for its violation of civil rights - including the forced abortion of “extra” children - and for its unintended consequences - for example, a preference for sons has created a sex ratio of almost 120 boys to every 100 girls born. (…) To this day no one knows precisely how many babies and women have died at the hands of the population control fanatics in China. What we do know is that this program will go down in history as one of the greatest abuses of human rights in the 20th century.
Robert Murphy, de auteur van de satirische bestseller "The Politically Incorrect Guide to Capitalism", wijdt een stuk aan de recente vastgoed- en kredietcrisis, en stelt klaar en duidelijk dat de overheid, én niet de vrije markt, voor deze situatie met de vinger gewezen moet worden.
Not only is the housing market continuing to fall, its drop is arguably accelerating. In this environment, it’s natural that the government—and in particular the presidential candidates—are offering their “solutions.” As we’ll see, most of these proposals would only make things worse. (...) Our current housing and credit crises are quite serious—perhaps the worst since the Great Depression. As usual, the free market is not to blame; numerous government policies caused or exacerbated the situation. The host of “solutions” being implemented or recommended will only make matters worse.
Gene Callahan, de auteur van "Economics for Real People" en één van mijn professoren tijdens "Freedom University", biedt ons de nodige inzichten in de klimaathype en reikt ons zelfs een échte oplossing aan: meer vrije markt!
The phrase“global warming” has been around for quite some time, but in the past year it has captured the spotlight as never before. (...) Thus far the typical libertarian response to the growing clamor has been to challenge the science behind it. Now it really is the scientific consensus that global warming occurred during the twentieth century. (...) Government programs don’t ameliorate world poverty or sickness, and no libertarian would deny that these are serious problems. So even if manmade global warming is a real threat, why should we expect governments to get it right on this issue?
Ook onze eigen Vlaamse libertariër, professor Frank Van Dun van de Universiteit Gent, komt ruimschoots aan bod. Hij behandelt één van de meest existentiële vragen onder libertariërs, namelijk of de mens wel écht vrij kan zijn als hij in de eerste plaats niet door Rede maar door zijn passies gedreven wordt.
Natural law refers to the principles of order (law) in the human world that the mind can discover, no matter how great the conflicts of interest and opinion among persons. The natural-law philosophy held that those principles ought to be respected by all because they are true principles. The advocates of natural law readily acknowledged that people might not always perceive a personal advantage in conforming their actions to the law. However, they were confident that enough people were sufficiently open to reason to accept the validity of the natural-law principles and to use them in their active life. (...) Freedom and justice are not served well by appeals to the universal consent of mankind, alias the sentiments of the rabble. If that wasn’t clear in David Hume’s time, it most certainly became clear in the nineteenth and especially the twentieth centuries. (...) It is one thing to mine Hume’s writings for nice quotes on freedom, justice, and property; it is another thing to assume that the philosophy he helped launch is an asset in the struggle for freedom, justice, and property.
De Australische professor Sudha Shenoy, die o.a. aan de LSE en de universiteit van Newcastle doceert, analyseert op meesterlijke wijze het inherente falen van het Scandinavische model ten overstaande de - min of meer - vrijemarktwerking in de Angelsaksische landen. Ook Jeffrey Sachs, de Harvard-econoom die alom gelauwerd wordt voor zijn werk rond de Oost-Europe economieën na de val van het IJzeren Gordijn, krijgt er van langs in dit artikel.
Jeffrey Sachs, economic consultant to governments and the UN, argues (yet again) for higher U.S. U.S. taxes and more government officials with ever-increasing powers over their subjects. These perennial and inevitable conclusions are hung on a Nordic peg. (...) Thus (according to Sachs) high taxes and high “social spending” have not “crippled prosperity” in the Nordic territories: “Von Hayek was wrong. In strong . . . democracies, a generous social-welfare state [is] a road to . . . fairness, . . . equality and international competitiveness,” not serfdom. (...) As a government adviser, Sachs must naturally see officials’ activities as the source of all goodness, including international competitiveness. The causation is rather the other way about. Successful integration into the international economic order produces output that officials then tax and remove from the people. Then officials (under the relevant authorizing legislation) use the revenues to support themselves (and their families), and to spend money or disburse it to authorized recipients under various authorized headings, namely, pensions, other incomes, schooling, medical and hospital services, aged care, child and after-school care, and so on. From the standpoint of government officials, and therefore their academic advisers, this is a delightful paradise. Naturally, therefore, Sachs describes this as “a generous social-welfare state . . . fairness. . . equality . . . international competitiveness.” This is exactly how it appears to the officials involved.
Andrew Moriss, een bekende energiespecialist en professor aan de University of Illinois, hekelt in zijn essay "Putting a bureaucrat in your tank" de overregulering van de gas- en benzinemarkt, en reikt vrijemarktoplossingen aan om uit de spiraal van immer stijgende energieprijzen te geraken.
Energy markets have demonstrated the power of private enterprise each time they have been permitted to function freely. A waste product, gasoline, became a valuable commodity, and production yields soared. Better engines required higher octane, and the quality of gasoline increased dramatically. But as this brief account describes, the American gasoline market has moved away from a national market and toward a series of fragmented regional markets. Further, domestic refining capacity is well below what a free market in gasoline would have produced in the absence of the pervasive government interference of the 1960s and 1970s. The combination leaves the market fragmented and vulnerable to price spikes caused by everything from hurricanes to refinery fires. If we want to fix gasoline markets, the first step is to take the bureaucrats out of the process.
De Californische columnist en bekende voorvechter van het recht op thuisonderwijs Steven Greenhut geeft ons inzichten in de recente ontwikkelingen in de "Golden State" op het gebied van homeschooling en de regulering daarvan.
Anyone interested in the nearly criminal mismanagement of the nation’s government-run schools need only do research on the acronym LAUSD. In March 2006 Los Angeles Mayor Antonio Villaraiogosa gave a speech blasting the LAUSD—Los Angeles Unified School District—for its “culture of complacency” and described the dropout problem in the district as “the new civil rights issue of our time.” These aren’t the words of a conservative education reformer, but of a liberal Democratic mayor with close ties to the teachers’ union. He is the latest in a string of LA mayors who have tried to deal with a school system that’s immune from serious reform, not to mention unable to keep students safe. (...) I offer this as a background to an article on homeschooling for this simple reason: California officials operate some of the worst education bureaucracies in the nation.
David Boaz, de ondervoorzitter en woordvoerder van het "Cato Institute", vat zijn eigen boek "The Politics of Freedom" samen in een gelijknamig essay, en ook een ander intellectueel idool van mij, professor Walter Williams van George Mason University, krijgt in "The Freeman" andermaal een forum voor zijn radicale visie op de samenleving. Niet enkel trekt hij van leer tegen het vermeende "recht op gezondheidszorg", maar hij neemt ook de "intellectuele verdediging van de vrijheid" op zich.
Critics of the U.S. health-care system often suggest that we should adopt the single-payer universal systems of other countries. The serious problems encountered by those systems are increasingly documented and well known, such as the long waiting lists, restrictions on physician choice, and rationing. (...) charitable efforts to help one’s fellow man in need are noble. Reaching into one’s own pockets to help is praiseworthy and laudable. Reaching into someone else’s pockets to do so is despicable and worthy of condemnation.

All too often defenders of free-market capitalism base their defense on the demonstration that free markets allocate resources more efficiently and hence lead to greater wealth than socialism and other forms of statism. While that is true, as Professor Milton Friedman frequently pointed out, economic efficiency and greater wealth should be seen and praised as simply a side benefit of free markets. The intellectual defense should focus on its moral superiority. Even if free markets were not more efficient and not engines for growth, they are morally superior to other forms of human organization because they are rooted in voluntary peaceable relationships rather than force and coercion. They respect the sanctity of the individual. (...) Societies with a tradition of freedom, such as the United States, have found it an insufficient safeguard against encroachment by the state. Why? Compelling evidence suggests that a general atmosphere of personal freedom does not meet what might be considered its stability conditions. As is often the case, political liberty is used to stifle economic liberty, which in turn reduces political liberty.
De uittredende FEE-voorzitter Richard Ebeling gebruikt zijn maandelijkse vaste column voor een vlijmscherpe analyse van de mensenrechtensituatie in China en doet een oproep om de volkswil ten alle tijden te vrijwaren, en secessiebewegingen dus te steunen, ook in Tibet.
The most guarded prerogative of every government is its legitimized monopoly over the use of force within its territorial jurisdiction. The second most important prerogative is its exclusive control over all its territory. By implication, governments therefore claim an exclusive right over the political, economic, and cultural destinies of the people under their control. If people may not voluntarily and peacefully separate from the state in which they live, then it is tacitly claiming ownership over them. (...) Of course, the most fundamental right of self-determination is the individual’s right to live his life as he chooses, as long as he does not violate any other person’s right to life, liberty, and honestly acquired property. In other words, the core principle underlying any free society is the right of self-ownership. The individual is not the property of the state, any collective group, or any other individual. Without this principle, freedom is unsustainable in the long run. (...) Alas, neither the government of China nor other governments seem ready or willing to respect the sovereignty of their citizens, which individual freedom and self-determination require. We continue to live in a time when governments presume to claim ownership over all they administer, including the people.
En tenslotte komt ook Ebelings opvolger aan het hoofd van de FEE, Lawrence Reed, nog aan bod in deze artikelenreeks. Zijn artikel "History for sale, why not?" behandelt de recente veilingverkoop van een originele kopie van de Magna Carta aan een schatrijke Amerikaanse advocaat, die het manuscript nadien permanent én gratis in bruikleen gaf aan het "Smithsonian Institution" in Washington, een publieke museuminstelling, en zo bewees dat er in een overheidsloze vrijemarktsamenleving ook plaats en geld zal blijven zijn voor erfstukken en kunst.
A privately owned Magna Carta? Aren’t such important things supposed to be public property? (...) The more one looks into this, the more apparent it is that private efforts have not just been a sideshow in historical preservation. They have been the centerpiece. And why should it be otherwise? Private owners invest their own resources, acquiring an instant and personal interest in the “capital” value of the historical asset. Being a government employee does not make one more interested in, or better equipped to care for, the things we regard as historically valuable than those many private citizens who put their own resources on the line. (...) By the way, have you ever noticed that the greatest book-burners in history have been governments, not private individuals? So what’s the problem with a copy of Magna Carta being purchased by a private citizen? Nothing at all. To suggest otherwise is simply to repeat an uninformed and antiquated prejudice. In a civil society of free people, that prejudice should be rare enough to be a museum piece.

Read more...

8 augustus 2008

Liberty Seminar 2008 (Vincent De Roeck)

De tweede editie van het “Liberty Seminar” was een groot succes. Het Liberaal Vlaams Studentenverbond kon op haar zomerseminarie in Leuven dit jaar alweer uitpakken met vijf gevierde gastprofessoren, schitterende partners en bovenal zéér interessante onderwerpen. Tussen 3 en 6 augustus 2008 zakten een vijftigtal studenten uit Europa en Noord-Amerika af naar de studentenstad voor deze klassiek-liberale zomerschool, die mede mogelijk gemaakt werd door de steun van het Franse “Institute for Economic Studies” en het Amerikaanse “Cato Institute”. Zowel de deelnemers als de organisatoren waren uitermate tevreden met het resultaat, en een derde editie volgend jaar ligt dan ook in de lijn der verwachtingen, tenminste als opnieuw de nodige private fondsen gevonden kunnen worden om dit “gratis”-seminarie te financieren. En dit laatste is in overbelast Belgenland helemaal geen sinecure.

Pierre Garello, de voorzitter van het IES en een economieprofessor aan de universiteiten van Parijs en Aix-Marseille, maar vooral bekend als goedlachse Occitaan met eeuwige pijp in de mond, besprak in zijn lezingen het faliekant falen van de “Derde Weg” doorheen de jaren 1990 en toonde aan de hand van Franse data en Europese vergelijkingen aan dat landen als Ierland en Estland die geen derdewegpolitiek gevoerd hebben, maar resoluut gekozen hebben voor deregulering, privatiseringen en vrijemarktwerking volgens alle parameters beter presteren dan de anderen, en dat het verschil tussen autarchieën en de Europese derdeweglanden uitermate klein is. Ook blijkt uit studies dat de inwoners van derdeweglanden doorgaans anti-globalistisch zijn en nauwelijks vertrouwen hebben in de toekomst, opnieuw in tegenstelling tot vrijemarktlanden. Verder bewees Garello ook nog dat de markt geen nood heeft aan regulering, maar wel aan regels, maar dat deze regels spontaan zullen ontstaan binnen de markt en dat overheidsingrepen in het beste geval te laat komt of onnodig is, en in het slechtste geval contraproductief werkt of welvaartsvernietigend is.

De ondervoorzitter van Cato en de bezieler van hun Europese en Arabische programma’s, Tom G. Palmer, was nog maar net terug van zijn eigen “Cato University” in San Diego, waar ook enkele LVSV’ers het mooie weer zijn gaan maken, maar van jetlag of oververmoeidheid was zeker niets te merken. Zijn overtuigingen waren gekend, zijn lezingen pareltjes en zijn joviaal gedrag tijdens de vrije momenten legendarisch. Hij analyseerde de filosofie van het klassiek-liberalisme, hamerde op het verschil tussen negatieve en positieve rechten, besprak kort een hele resem libertaire denkers, of filosofen die hij het libertarisme toedichtte zonder dat zij zelf dat ooit toegegeven hebben, en besprak het belang én de inherente meerwaarde van een minimale overheid. Palmer is geen anarchist, maar een minarchist, en hoewel hij in Amerika misschien als gematigde libertariër beschouwd wordt, zou hij in Europa als extremist en reactionair versleten worden, wat typerend is voor het latente gebrek aan ingewortelde vrijheidsgevoelens in Europa.

Carlo Lottieri, de voorzitter van het “Instituto Bruno Leoni” in Turijn en een professor aan de universiteit van Sienna, kon zijn Noord-Italiaanse afkomst niet verdoezelen. Zijn lezing over het recht op afscheiding was meesterlijk. Vol enthousiasme en spontaneïteit maakte hij komaf met alle tegenargumenten en legitimeerde hij het recht op secessie aan de hand van liberale principes zoals het recht op privaat eigendom. Theoretisch hebben alle personen die op legitieme wijze eigendom van grond verkregen hebben het recht om zich af te scheiden. In de praktijk sprak Lottieri wel over een “grote meerderheid” van de eigenaars, in plaats van over “alle”, en stelde hij een vorm van territoriale éénheid voorop, alsook doorgangsrechten wanneer een secessie een ander “land” in twee verdeelt. Israël heeft bestaansrecht omdat het oorspronkelijk gesticht werd op eerlijk gekochte gronden. De Franstaligen in de Brusselse rand mogen zich van Vlaanderen afscheiden, maar de moslims in onze grootsteden niet omdat zij hun eigendomsrechten vaak verkregen hebben via staatssubsidies zoals uitkeringen en bouwtoelagen, en dat overtreedt dus de regel van “legitiem verkregen eigendom”. Ook zijn minder tot de verbeelding sprekende lezingen waren best te smaken, zoals de geschiedkundige schets van staatsvormingen en de “slippery slope” van méér en méér overheidsmacht.

Maar uiteindelijk waren het toch onze eigen twee Vlaamse professoren van de Gentse universiteit die andermaal de show wisten te stelen. Frank Van Dun dreef de denkpatronen van de seminariegangers tot het uiterste met zijn pleidooi voor “convivial order” (een radicaal individualisme dat komaf maakt met de bestaande hiërarchische sociale orde) en zijn uiteenzettingen over de natuurrechtelijke achtergrond van waarachtige gerechtigheid. Zijn stuk over het afschaffen van de “beperkte aansprakelijkheid” van bedrijven en zijn beargumenteerde afkeer voor “big corporations” ging velen van ons wel het petje te boven, maar zoiets hoort natuurlijk ook wel eens te gebeuren op zulk een seminarie. Boudewijn Bouckaert haalde dan weer zijn stokpaardjes boven en oogstte zéér veel bijval met zijn geanimeerde spreekstijl. Justitie kan geprivatiseerd worden en spontane orde werkt beter dan wetten! Ik heb daar niets meer aan toe te voegen. Tot volgend jaar dan maar!


Meer over dit zomerseminarie op www.libertyseminar.be.
Meer teksten van Vincent De Roeck op www.libertarian.be.


Read more...

Vincent De Roeck for U.S. President



His name is Vincent De Roeck and he approves this message!
Paid for by "VDR FOR AMERICA". ;-)

Read more...

7 augustus 2008

Freedom University 2008 (Vincent De Roeck)

Het residentiële Westchester County in Upstate New York, of het historische stadje Irvington om precies te zijn, was tussen 28 juli en 1 augustus de setting van de 2008-editie van de “Freedom University”, die al tientallen jaren ononderbroken doorgang vindt en uitgaat van ’s werelds oudste libertarische onderwijs- en onderzoeksinstelling, de Foundation for Economic Education of gewoon FEE. In tegenstelling tot andere soortgelijke zomerseminaries werd hier niet geopteerd voor een campusomgeving, maar voor een luxehotel en een Socratische debatstijl op de 18de eeuwse Estate van de FEE, antieke bibliotheek incluis. Maar gelukkig was het prestigieuze kader niet het enige hoogtepunt van deze vijfdaagse, maar overtroffen ook de lezingen alle verwachtingen en bood ook dit seminarie alweer een schitterende kans om te netwerken en socializen met libertariërs van over de ganse wereld. Ongeveer de helft van de zestig deelnemers waren immers maar Amerikanen, en Europa was ditmaal wél goed vertegenwoordigd, en zowel het “oude” als het “nieuwe” trouwens.

Naast de maiden speech van de kersverse FEE-voorzitter Lawrence Reed, die de erfenis van zijn in libertarische wol geverfde voorganger Richard Ebeling niet enkel moet zien te bewaren, maar ook eigen toekomstgerichte accenten moet zien aan te brengen binnen FEE, en de urenlange gesprekken over het libertarische gedachtegoed in Europa met FEE-hoofdonderzoeker Greg Rehmke, die jarenlang de zomeruniversiteit van het Institute of Economic Studies in Aix-en-Provence mee vorm heeft gegeven, waren het toch vooral de hoogwaardige gastprofessoren die over het algemene niveau van het seminarie waakten en de deelnemers voortdurend aanspoorden om out of the box te denken. In tegenstelling tot andere seminaries lag de nadruk hier immers op kennisverspreiding en stonden ook de vrije momenten integraal in het teken daarvan. De eerste lezing begon steevast om 9u30 en de laatste eindigde pas om 20u30, en de dagorde werd enkel onderbroken door twee ultra-korte koffiepauzes, een lunchbreak en een diner. Het was met andere woorden een zéér intensieve vijfdaagse, en ook verstek geven was geen mogelijkheid omdat er steeds aanwezigheden opgenomen werden en het transport tussen het hotel en de Estate enkel ’s ochtends en ’s avonds door FEE-Lincolns verzorgd werd.

De onderwezen onderwerpen waren doorgaans economisch van aard, maar omdat vaak ook praktische vertalingen gebruikt werden in plaats van ijle grafieken en wiskundige berekeningen konden ook de niet-economiestudenten probleemloos mee, mezelf incluis. De FEE is apolitiek en stelt zich tot doel om de socio-economische principes van de Oostenrijkse School te verspreiden onder jongeren. Gene Callahan, een onderzoeker van het Ludwig von Mises Institute aan Auburn University in Alabama en de auteur van het boek “Economics for Real People”, volgens velen de meest leesbare en meest volledige inleiding tot de Oostenrijkse School, nam de algemene economische inleiding op zich en vertaalde deze ook in concrete politiek-filosofische en historische toepassingen. Geoffrey Lea, de programmadirecteur van de FEE en een docent aan George Mason University in Washington D.C., besprak in hoofdzaak dan weer de plaats van de vrijheidsleer in de hedendaagse politiek en gaf ons ook een aantal basisinzichten in de libertaire filosofie, zoals het verschil tussen positieve en negatieve rechten, en de interne discussies over natuurrechten tegenover consequentialisme.

Sheldon Richman, de hoofdredacteur van het FEE-maandblad “The Freeman” en een libertarische autodidact, haalde in zijn lezingen het minimumloon onderuit, net als overheidsingrijpen in het onderwijs en de sociale zekerheid. Het minimumloon zou enkel vakbonden en andere belangenorganisaties dienen, de allerarmsten hun laatste kansen op sociale promotie ontnemen en een negatieve impact hebben op de economische groei van een land. Staatsonderwijs zou burgers indoctrineren, ondermaatse leerniveau’s cultiveren en vaak uitsluitend dienen als openbaar tewerkstellingsproject voor zwakkelingen en lafaards die de “rat race” van de échte private economie niet aandurven. Sociale zekerheid zou niet nodig zijn om mensen te helpen. Tot diep in de 20ste eeuw lag het primaat immers op coöperatieven, verzekeringspools, liefdadigheid en mutualiteiten, en ook toen werden de pechvogels gedepanneerd wanneer ze ziek, te oud of werkloos waren. En “sinds wanneer is Bismarck, de uitvinder van de sociale zekerheid, plots de held van links geworden?” was een andere retorische vraag die Richman zich stelde.

De professoren Paul Cwik van Mount Olive College en Daniel D’Amico van Loyola University spraken dan weer over de enorme meerwaarde van ondernemers voor de economie, in tegenstelling tot overheidsgecontroleerde “groei”, over de verkrachting van de vraag-en-aanbodgrafieken door klassieke economen en de media, over de praxeologie waarbij de handelingen van de mens centraal staan in plaats van lege statistieken, overroepen probabiliteiten en economische modellen, de vrijemarktantwoorden op de klimaathype via het privatiseren van de natuur en het decommoniseren van lucht en water, de link tussen instellingen en economische groei, met een extra nadruk op de ontwikkeling van de derde wereld, de impact van fiatgeld op inflatie en de meerwaarde van alternatieve muntstandaarden, en het Oostenrijkse antwoord op “business cycles”. Volgens de Oostenrijkse School zijn “business cycles” inherent aan elke economie, maar worden vermeende negatieve gevolgen van een recessie steeds onterecht benadrukt. Kunstmatige bubbels moeten openspatten zodat de foute investeringen geliquideerd kunnen worden. Een recessie is immers zéér heilzaam voor de economie, omdat nieuwe opportuniteiten mogelijk gemaakt worden en verouderde weinig competitieve industrieën zich drastisch gaan moeten herstructureren. Dit is wat Joseph Schumpeter het proces van “creative destruction” noemt. Paul Cwik nuanceert wel: de Oostenrijkse School pretendeert niet dat de bubbels en crunches in een vrije markt zouden verdwijnen, maar wel dat het overheidsingrijpen van vandaag om crunches tegen te gaan via subsidiëringen en reguleringen, contraproductief werkt.

Uiteindelijk waren het echter de lezingen van professor Ivan Pongracic van Hillsdale College in Michigan die als mijn absolute favorieten golden. Hoe hij socialisten en etatisten de mantel uitveegde, en onverstoord populaire personaliteiten als John Stewart bleef afdoen als “pinko-communists”, was ongezien én meesterlijk. De vrije markt was zijn credo, ook (vooral?) in het “public choice”-debat. Volgens Pongracic, die opgroeide onder het communisme in Joegoslavië, was er in de economie geen enkele plaats voor enig overheidsingrijpen. Aan de hand van honderden statistieken, analyses en vergelijkende onderzoeken, toonde hij onweerlegbaar aan dat regulering faalt, en de initiële situatie steeds verslechtert. De New Deal bracht immers geen einde aan de Great Depression, maar verlengde deze laatste gewoon. Verder was het vooral zijn frisse kijk op antikartel- en antimonopoliewetten die mij heeft weten te overtuigen. Kartels zijn inherent onstabiel en dus per definitie tijdelijk. Monopolies kunnen enkel behouden blijven als het monopoliebedrijf voortdurend blijft innoveren, en dan is hun marktmonopolie de normaalste zaak van de wereld, of als de overheid via allerlei marktreguleringen de positie van de monopolist betonneert, wat onaanvaardbaar is voor liberalen omdat zo alle incentives tot innovatie van tafel geveegd worden. Pongracic maakte ook komaf met antidumpingwetten, omdat een dumpingpolitiek doorheen de geschiedenis nog nooit écht gewerkt heeft, en met de idee-fixe dat monopolisten steeds woekerwinsten nastreven. Woekerwinsten zijn immers de grootste incentives voor nieuwe spelers om zich op de monopoliemarkt te wagen.


Meer over deze zomerschool op www.fee.org/summerseminars/.
Meer teksten van Vincent De Roeck op www.libertarian.be.


Read more...

Paris Hilton for U.S. President



Hat tip: GeenStijl.nl

Read more...

6 augustus 2008

Zwijgen als het Hof gesproken heeft ! (vpmc)

.
Het mag warm geweest zijn deze zesde augustus, laten wij toch eens kijken wat Walter Pauli vanochtend in De Morgen te vertellen had in een stukje dat wellicht nog in de koelte van de nacht tot stand was gekomen.
Kijk begin augustus maar goed uit met 'groot nieuws'. Ooit heette dit 'de pruimentijd', toen kinderen gedichten leerden als 'Jantje zag eens pruimen hangen'. 'Pruimen' zijn nu de metafoor voor primeurs: unieke, belangrijke en spectaculaire nieuwsberichten die slechts één medium heeft.Vroeger moesten die ook juist zijn. Nu niet meer.
Beste en schaarse zomerse lezer! voor we verder gaan, zult u van mij enkele stilistische opmerkingen bij Pauli zijn laatste geschrift moeten accepteren.
Om te beginnen zijn we amper drie zinnen ver in zijn artikel, en hebben we al zes, nauwelijks gejustifieerde aanhalingstekens gehad. Nu weet ik wel dat soortgelijke opmerkingen mensen kunnen irriteren, en daarom hou ik er na de volgende paragraaf mee op.
Een kind weet dat Walter bij een echte Nederlandse krant geen kans zou krijgen, al was het door zijn kleffe nadrukkelijkheid. Dat overigens pruimen een metafoor zou zijn voor primeurs, op zich een metafoor, was nieuw voor mij. Gentse biljarters hoor je het woord pruim nog wel eens gebruiken voor een gelukstreffer, een carambole die enkel door hoeresjanse lukte. Erg is dat niet – waarom zou Pauli hoeven weten dat primeur een Frans woord is, met een oorspronkelijke betekenis? Het is niet onmogelijk dat de gemeenschappelijke beginletters pr hem in verwarring hebben gebracht. Alliteraties zijn tenslotte een soort stafrijmen, en stafrijmen zijn stapstenen waarop wij steunen met de stemme, leerde ons de Dichter. Hij leerde ons niet om meteen ook de gedachten daarop te laten steunen.
Neem de twee recentste primeurs. Primeur één: koning Albert koopt een Toscaanse villa. Meer nog: een kasteel, een paleis. Kostprijs: 50 miljoen euro. En dat voor een vorst die vorig jaar zijn vermogen bekendmaakte: 12,4 miljoen euro. Oproer, want de koning had zijn land voorgelogen. Of ook: Albert koopt een ballingsoord voor het geval België splitst, want zo bespaart hij zijn familie het lot van de Romanovs.
Helaas, het nieuws klopte niet. Het paleis ontkende formeel. Geen enkele kenner geloofde er iets van. Het bewijs stopte met de verkoper van het vastgoed die zei gecontacteerd te zijn door een Belgische edelman met goede connecties met het hof. Huh huh. Een broodje aap, zij het met een royale portie saus.
Nu weet ik niet of Albert Coburg misschien nog een ongedeclareerd fortuintje bezit, voortbouwend laten we zeggen op dat van Leopold, met zijn baard en zijn bloedrubber? Dat geld zal toch niet allemaal opgesoupeerd zijn?
En verder is het toch woord tegen woord ? . Mogen wij burgers – geen kenners – al niet meer twijfelen bij formele ontkenningen van het Hof ?
Neen! .zegt Pauli, als een vorst spreekt, is het ongepast dat zijn onderdanen twijfels blijven koesteren. Het woord van een roturier weegt niet half zo zwaar als dat van een edelman, volgens de Paulinische Grondwet.
Een dochter ontkennen mag dat Coburgkereltje dan gedaan hebben, maar hier spreken wij over serieuze kwesties: .Geld ! Na het noemen van dit heilige woord, is het verder uitzoeken van de waarheid niet minder dan een impertinentie.
Ce Pauli-là, il n'a pas froid aux yeux, zal Albert met genoegen hebben vastgesteld.

Een royalistische kruiper, die vaag en ver een adeltiteltje beoogt: dat misstaat nergens, ook niet bij De Morgen.
Tenslotte publiceerden ze daar vroeger al
op hun titelpagina, volle breedte, cinq colonnes à la une, interviews die nooit of nimmer hadden plaatsgehad.

Vroeger moesten die ook zo juist niet zijn!
.
.

Labels: , ,

Read more...

5 augustus 2008

The Economist vindt haar tweede adem en zweert haar markthaat en Eurofilie eindelijk terug af...

Het Britse magazine “The Economist” heeft kennelijk opnieuw haar oude libertarisch-conservatieve drive gevonden, en dat is maar goed ook, want de laatste jaren stelde ik mij vaak vragen bij bepaalde van hun standpunten. De Europese Unie is terug iets dat bestreden moet worden, in plaats van bejubeld, en de vrije markt moet terug haar ingang vinden in de financiële sector, in plaats van allerhande contraproductieve overheidsingrepen.

In die optiek, sprak het artikel “Housing bill: A hair of the dog” over de nakende overheidsinterventies in de Verenigde Staten rond de overheidsfondsen Freddie Mac en Fannie Mae boekdelen.
Congress has been too lenient on Fannie Mae and Freddie Mac. It is hard to deal with an alcoholic. But most experts would agree that the answer is not to leave your credit card behind the bar, persuade the pub landlord to stay open till dawn and leave the inebriate to get on with it. Sadly that is how the American Congress, in its new housing bill, is treating those troubled mortgage groups, Fannie Mae and Freddie Mac. A rescue of the pair was inevitable. With some $5.2 trillion of debt owned or guaranteed by the duo, their collapse could have ushered in financial catastrophe. Nor could the government close Fannie and Freddie to new business and wind down their old operations. Without them, the mortgage market in America would shut.

But imagine that Fannie and Freddie had turned for financial support to Hank Paulson not as treasury secretary but in his old incarnation as head of Goldman Sachs. Goldman would have insisted that the companies paid a high price: shareholders would probably have been wiped out. Just look at the deal that Lone Star, a private-equity firm, has struck with Merrill Lynch to buy the latter’s dodgy mortgage-related assets: not only is Lone Star paying a mere 22 cents on the dollar, Merrill is lending it most of the purchase money. By comparison, the federal government’s negotiating skills look more like those of Donald Duck than of Donald Trump.

The housing bill imposes no changes in management or approach on Fannie and Freddie and no penalties on shareholders. The American taxpayer is instead given two flimsy protections. The first is that the treasury secretary will have the right to dictate terms if the government does have to stump up equity capital. In the past Mr Paulson could generally be trusted to do the right thing, but he will be gone in six months. The second protection is the creation of a new regulator. But the existing regulator has been hamstrung by Congress, thanks to the immense lobbying clout of Fannie and Freddie. Shamefully, a proposal to eliminate their lobbying budgets was not even put to a vote on the Senate floor. Government departments are not allowed to lobby Congress; why are these two firms, whose debts now have an explicit government guarantee, permitted to do so?

If Fannie and Freddie are too important to be allowed to collapse, and the American government is really responsible for their debts, then they should be nationalised. The current arrangement allows managers and shareholders to take all the profits and leave the losses to the taxpayer. If they were nationalised, Fannie and Freddie could be returned to the private sector when the housing market recovers. Privatisation should then create a much wider range of competing entities. It is not entirely clear why the core business of the enterprises - providing guarantees for mainstream (not subprime) mortgages - needs government sponsorship.

The bill does have some prudent parts. The plan to alleviate home foreclosures via a government guarantee both penalises the lenders (they must accept a loss of 10-20%) and gives the government a share of the upside if prices recover. But these provisions are voluntary and it seems unlikely that many lenders will go for them; an earlier scheme, requiring a write-down of only 3% for the banks, had few takers. The whole package is an attempt to throw government cash at a market that is already heavily distorted by tax breaks and subsidies. And it comes at a time when house sales, if not prices, look at last to be bottoming. Nationalisation, followed by speedy, full privatisation would have been so much better. Are there are any free-market capitalists left in Congress?
Naast twee interessante artikels over de beschuldigingen van corruptie aan het adres van de Republikeinse senator Ted Stevens van Alaska en de plannen van een Saoedische ondernemer om de Rode Zee te overbruggen en in zowel Djibouti als Jemen privé-steden neer te poten, kreeg ook de Europese Unie een veeg uit de pan.
The economic slowdown is testing all of Europe’s cherished economic philosophies. During the plague of 1665, Londoners sought to avoid infection by sniffing flowers and herbs, clearing deadly “miasmas” with smoke, killing cats and praying for neighbours whose sins were thought to have brought divine wrath. Only later did the horrid understanding dawn that nobody was immune.

Something of the same mood is starting to grip the European Union. One by one, countries across the block are in danger of succumbing to the global economic downturn. A big claim was made for the “European social model” - actually several different models - during the recent years of benign growth: that European countries generally tempered the efficiency of the markets with a commitment to social justice and equality that put places like America to shame.

If that claim was made of Europe’s models on the way up, it seems reasonable to study how they fare on the way down. The 15 EU nations that use the single currency - the euro area - offer an additional experimental advantage. Because they all share one currency and one monetary policy, an important variable has been taken out of the equation. Countries can no longer devalue their way out of trouble, for one thing. Instead, their underlying competitiveness and resilience is going to be put to the test.

A widely read 2005 study by Bruegel, a think-tank in Brussels, divides long-standing members of the EU into four groups: Mediterraneans, Continentals, Anglo-Saxons and Nordics. Two criteria were used to judge each: their success at getting lots of people into work and their ability to keep citizens out of poverty. The author, André Sapir, found that Mediterranean countries (eg, Greece, Spain and Italy) fail on both counts. Their social spending is skewed towards old-age pensions, and employment policies are focused on making it hard to fire people already in work. The result is low employment rates and a poor record of helping people escape poverty.

Continental countries (France, Germany, Belgium and the like), with their generous welfare systems, are good at helping people avoid poverty, but less good at getting them into work. The Anglo-Saxons (Ireland and Britain) have high employment rates but lots of inequality. Only the Nordics (Denmark, Finland, Sweden, plus the Netherlands) are hailed as combining the best of both worlds. The tough love of Danish “flexicurity” has won special praise in recent years, thanks to its apparent success at protecting workers (with things like welfare payments and government retraining schemes), rather than the jobs they currently hold (it is rather easy to hire and fire Danes).

Three years on, at least one country from each of Professor Sapir’s four groups is in serious trouble. Denmark (an honorary member of the euro zone, with its krone firmly pegged to the single currency) recently became the first EU state to enter a formal recession, thanks in part to a housing bust. The bursting of property bubbles is also causing misery in Ireland and Spain, with an estimated 1.5m unsold homes in Spain alone.

In France the housing market is looking soft and almost every index of French economic confidence is plunging, including one particularly important one - household spending on food. Underlining the gravity of the crisis, Le Monde reports that French holiday-makers are eating sandwiches (a wretched English invention) instead of decent leisurely lunches this summer. Even Germany, which never underwent a housing boom, is reporting its lowest levels of business confidence since 2001. This is bleak news given that Germany pulled off some painful reforms during the boom years - controlling state spending, restructuring big companies and holding down real wages.

Such diversity points to two immediate lessons: macroeconomic cycles matter more than politicians will admit, and the slowdown is not all about Anglo-Saxon sinfulness. When the credit crunch hit Ireland and Britain, the response from much of Europe was tut-tutting about “contagion” from America to other countries tempted by the quick profits of “financial capitalism”. Schadenfreude does not do justice to the mood of EU officials and ministers as they watched Britain’s Prime Minister, Gordon Brown, struggle with his country’s first bank run in a century after years spent lecturing Europeans about deregulation.

But Professor Sapir, for one, stands by his calls for structural reforms in Europe. He argues that talk of “contagion” has been left behind by events. All manner of financial institutions are now in trouble, not just those in Anglo-Saxon countries. To that must be added rising inflation. “In a sense, it would be easier if everything were contagion,” he says. Countries with big financial sectors have so far suffered more, he concedes, but that is because they are intrinsically more volatile, not because their economic model is based on fraud and illusion. If Europe’s problems are not only caused by the excesses of financiers (though some bad and stupid behaviour cannot be denied), what can the model-watchers learn from a wider crisis? One question is whether the countries whose policies they admired during the good times are more resilient in hard times.

Denmark’s model of kindly rigour is still delivering extremely low unemployment, despite negative growth. Tell Danes on the street that they are in recession, and they will look at you strangely, says Torben Andersen of Aarhus University. The real test of the Danish economy may not be whether it avoids recession, but its determination to recover from such a crisis. If things get nasty, predicts Professor Andersen, some politicians will want to ease tough measures that push Danes back into work. In other words, when all other things are equal, the fit should fare better than the frail. This is true of economies as well as of people. Nobody wishes for an epidemic, but if one really is about to strike, Europe is in for a revealing few years.


Read more...

4 augustus 2008

Letermes kantelmoment (Hoegin)

Yves LetermeHet schijnontslag van 14 juli, hoogtepunt van de crisis van vorige maand, was volgens Yves Leterme ook een «kantelmoment» in de Belgische geschiedenis. Dat er die dag iets kantelde kan best waar zijn, de vraag is alleen maar wát er die dag dan wel precies kantelde, en wat voor gevolgen dat zal hebben.

Welke betekenis geeft de Eerste Minister zelf aan dat kantelmoment, dat hij in een interview met De Standaard zelfs historisch durft te noemen? Ik citeer: «Het federale overlegmodel heeft op dat moment zijn grenzen getoond. We zitten in een dynamiek waarbij een uitsluitend federale oplossing voorgoed onmogelijk is geworden. We moeten nu verder werken vanuit de gemeenschappen en gewesten». Tussen de lijnen kan men begrijpen dat hij aanneemt dat ook de Franstaligen dat toen zo begrepen hebben, en dat ze er nu van overtuigd zijn dat er wel degelijk een staatshervorming moet komen.

Zouden de Franstaligen het nu dan werkelijk begrepen hebben? Ze hebben met Raymond Langendries, François-Xavier de Donnea en Karl-Heinz Lambertz nu wel drie bemiddelaars het veld ingestuurd, maar meer dan drie randfiguren –van de onderrand wel te verstaan– kan men hen niet noemen. Veel hebben zij de eerste veertien dagen overigens niet bereikt, of zoals Peter de Lobel in De Standaard raak schreef: «Nieuwe naam, geen inhoud». En vooral dat laatste past natuurlijk perfect in de Franse agenda: wel praten, maar liefst niet te veel vooruitgang boeken, laat staan ooit tot een akkoord te komen, lijkt op dit moment de zekerste strategie om een staatshervorming af te houden en het status quo te behouden. Het werkt ondertussen al veertien maanden, en zal nog minstens anderhalve maand werken.

En er zijn nog andere tekenen dat de Franstaligen hun houding nog niet veranderd hebben. Zo stellen de drie bemiddelaars een «interinstitutionele dialoog» voor. En hoewel de drie bemiddelaars nog maar weinig inhoud hebben kunnen of willen leveren, verraadt die naam genoeg om te weten dat het voornaamste doel van die interinstitutionele dialoog is zolang mogelijk te kunnen praten zonder tot een akkoord te komen, onder andere door zoveel mogelijk gesprekspartners te betrekken in de dialoog. En dat is overigens uitdrukkelijk geen interregionale dialoog, zoals men aan Vlaamse zijde eist.

Een ander teken dat de Franstaligen hun houding nog niet veranderd hebben, was de reactie van Elio di Rupo op de verlenging van het mandaat van de drie bemiddelaars. Hij wil immers een «constructieve» staatshervorming die de «levenskwaliteit van alle Belgen, maar met name die van de Walen en Brusselaars, verbetert». In het beste geval vindt Elio di Rupo dus dat de levenskwaliteit van de Vlamingen al zo hoog is dat zij gewoonweg niet meer verbeterd kan worden door een staatshervorming, maar ik laat het aan de lezer over om te oordelen of het werkelijk dát was dat hij met die uitspraak probeerde te zeggen.

Is er dus aan Franstalige zijde nog niets veranderd, laat staan gekanteld, aan Vlaamse zijde zou dat wel eens anders kunnen zijn. Met name bij de N-VA lijkt er iets gebroken te zijn door de schijnvertoning die Yves Leterme opvoerde in juli. De partij werd door het schijnontslag immers met een kluitje in het riet gestuurd, en dit op een bijzonder publieke en dus pijnlijke manier. Partijvoorzitter Bart de Wever liet zich al ontvallen dat «het einde nu toch in zicht is» en «voor ons de kous af is» in een reactie op het eerste rapport van de drie bemiddelaars. Dat werd vandaag dan weer wat getemperd, maar de frustratie lijkt deze keer toch wel erg diep te zitten. Het lijkt er in ieder geval niet op dat Bart de Wever van plan is een verderzetting van het vertrouwen in de regering-Leterme I te verdedigen als er tegen het partijcongres van 21 september niets substantieels –een dikke vis?– op tafel ligt.

Let deze keer trouwens op de volgorde van de partijcongressen van N-VA en CD&V: de N-VA komt deze keer eerst samen, op 21 september, terwijl het partijcongres van de CD&V gepland staat voor 27 september – nu ja, voorlopig toch. En dat levert een heel andere dynamiek op dan wat tot nu toe het geval is. Als de N-VA het vertrouwen in de federale regering opzegt, is het het partijcongres van de CD&V dat het kartel opblaast als het het vertrouwen wil handhaven. Dat maakt het zowel voor de N-VA- als de CD&V-leden veel gemakkelijker om de regering-Leterme I eind september te begraven. Als de volgorde van de partijcongressen gehandhaafd wordt, zijn de dagen van Yves Leterme als federaal Eerste Minister hoogstwaarschijnlijk geteld, maar heeft het kartel nog een kans om te overleven. Wordt het partijcongres van de CD&V echter vervroegd om het vertrouwen in Yves Leterme te herbevestigen vóór het partijcongres van de N-VA, dan is het duidelijk dat de krachten binnen de CD&V die de Belgische belangen dienen en daarvoor desnoods, en waarschijnlijk met veel plezier ook, het kartel willen breken, de bovenhand gehaald hebben, en dan staan de N-VA-leden op 21 september plots voor een veel moeilijkere keuze.

14 Juli was dan misschien wel een kantelmoment in de ogen van Yves Leterme, het ziet er niet naar uit dat het het laatste voor dit jaar was.

Labels: , , , , ,

Read more...

Enkele notities...

Ik ben net terug uit de Verenigde Staten, en volg deze dagen een libertarisch seminarie in Leuven dat veertig studenten uit de ganse wereld verzamelt en georganiseerd wordt door mijn eigen Liberaal Vlaams Studentenverbond, in samenwerking met het Franse “Institute of Economic Studies” en het Amerikaanse “Cato Institute”. In deze blogpost kunnen jullie commentaren van mij terugvinden, alsmede enkele links naar interessante online beschikbare artikels.

Ik heb het hier op deze blog al verscheidene malen gezegd: de media in West-Europa zijn doorgaans anti-Israël, en ook in de Verenigde Staten, ofschoon tot op heden nog steeds de grootste bondgenootnoot van de Joodse Staat, krijgt Israël vaak een negatieve pers, en dan vooral in “progressieve” publicaties zoals de New York Times en de Washington Post. De Joods-Amerikaanse organisatie AISH gaf enkele dagen geleden haar jaarlijks rapport over de objectiviteit van de NYT inzake Israëlisch-Palestijnse relaties. U kan dit rapport hier inkijken.

Via deze link kan u dan weer mijn aangekondigd verslag van de Freedom University in Irvington (New York) terugvinden, die andermaal georganiseerd werd door ’s werelds oudste libertarische denktank, de Foundation for Economic Education. Ik had er tevens de gelegenheid om met de nieuwe voorzitter, Lawrence Reed, kennis te maken, die - zoals op deze blog al eerder aangehaald - Richard Ebeling zou opvolgen aan het hoofd van FEE. Ebelings contract liep deze zomer gewoon af en het is een FEE-traditie om contracten nooit te verlengen en zo een continue “frisse wind” te garanderen, en dit voorlopig al 62 jaar met succes.

Lawrence Reed gaf op het FEE-seminarie zijn “maiden speech” als kersvers voorzitter en stelde zijn laatste publicatie als oud-voorzitter van het Mackinac Center for Public Policy Research in Midland (Michigan) voor, de heruitgave van “Great Myths of the Great Depression”, een schitterend historisch overzicht van het inherent falen van overheidsingrijpen in de economie onder het presidentsschap van Franklin Roosevelt. Deze publicatie maakt komaf met de idee-fixe dat de GOP-presidenten voor Roosevelt échte freemarketeers waren. Zij zouden zich niet zozeer hebben laten inpakken door vermeend sociaal-darwinisme maar door een verregaand staatsinterventionisme in de economie.

Tevens werd het baanbrekende onderzoek van James Tooley over de meerwaarde van privaat onderwijs, ook (vooral?) in ontwikkelingslanden en voor straatarme personen, door Reed opgehemeld en van de nodige commentaren voorzien. De bevindingen van dit onderzoek werden verzameld in het rapport “Private Schools for the Poor”. En, hoe kan het ook anders onder libertariërs in de VS, natuurlijk kwam ook het gekende essay “A Republic, If You Can Keep It” van “ons” Congreslid Ron Paul uitgebreid aan bod.

En ook van het Europese front kan ik u een aantal updates bezorgen. Niet enkel vertoeft een goede vriend van mij en mede-IFF’er (ik noem zijn naam bewust niet, omdat ik niet weet of dit nu al publiekelijk bekendgemaakt mag worden en omdat ik hem persoonlijk de kans wil geven om er zelf over te spreken, of net niet) momenteel in Londen om er een opleiding bij de Eurosceptische denkgroep Open Europe, waarvan ik al jaren een enorme fan ben, te volgen, maar ook zal hij vanaf oktober hun Brusselse desk gaan vormgeven. Hopelijk staat dit garant voor - nog meer - sterke Eurokritische artikels.

Elsevier haalde op haar website onlangs trouwens een OE-peiling in Ierland aan waaruit onomstotelijk blijkt dat ook een tweede referendum in Ierland voor de EUSSR geen zoden aan de dijk zal brengen: bijna drie op de vier Ieren is tegen een tweede referendum en 62% van hen verklaarden om ditmaal tegen het Verdrag van Lissabon te stemmen, oftewel 9 procentpunten meer dan in juni.

Het Europees Hof van Justitie heeft geoordeeld dat de niet-Europese echtgenoten van Europese burgers het recht hebben om in het EU-land van hun echtgenoot te wonen. Om dit in mensentaal te zeggen: de Europese Unie heeft een eerste aanzet gegeven tot het harmoniseren van het immigratie- en integratiebeleid, en is duidelijk niet van plan om de strijd tegen schijnhuwelijken en gezinsherenigingen in de EU terdege te voeren. Dat belooft - alweer - voor de toekomst.

De citatenblog van Luc Van Braekel en de weblog van Daniel Hannan kwamen elk ook aandraven met interessante teksten, respectievelijk over de toename van de levensverwachting door global warming en de veel mildere temperaturen, en over de situatie in Bosnië-Herzegovina na de arrestatie van Radovan Karadzic en het groeiende separatisme onder de Servische minderheid daar. Hannan adresseerde op zijn blog verder ook nog de mogelijke hereniging van Wallonië en Frankrijk en de centraal opgelegde leerplannen.

In de Verenigde Staten komen de aanstormende presidentsverkiezingen stilaan in een stroomversnelling. 66% van de Amerikanen zou Barack Obama “arrogant” vinden, en John McCain begint zijn underdogpositie te cultiveren door o.a. allerlei verwijten naar het adres van Obama te slingeren over zijn “raciale campagne” en zijn Irakvoorstellen af te doen als “audacity of hopelessness”. Hillary Clinton kondigde aan om de Democratische partijconventie toe te spreken, wat de speculaties over haar eventuele VP-kandidatuur alleen maar in aantal heeft doen toenemen, ook al zou de Democratische mainstream-senator Joe Biden eveneens kans kunnen maken. Bij de GOP komt Bobby Jindal, de Indisch-Amerikaanse gouverneur van Louisiana, meer en meer in beeld als de topkandidaat voor het VP-ticket, alhoewel ook de zichtbare Minister van BuZ Condoleezza Rice daar nog niet volledig afgeschreven lijkt.

De presidentsverkiezingen leven echt overal in de Verenigde Staten, althans dat is mijn perceptie van de alomtegenwoordige affiches daar. In New York City waande ik mij in Obamaland, maar amper een half uurtje commuter rail verder, in Westchester County (upstate New York) om precies te zijn, waar ik een FEE-seminarie bijwoonde, zwaait John McCain de plak en domineren zijn affiches het straatbeeld. Nu wonen er waarschijnlijk een pak minder kiezers in residentiële gebieden als Westchester dan in de metropool New York, maar toch wijst deze enorme discrepantie op de sterke polarisatie van de Amerikaanse politiek. De “haves” lijken massaal voor McCain te kiezen, terwijl de “havenots” eerder geneigd lijken om de lege change-rhetoriek van Obama te volgen, en daar er meer “havenots” zijn, lijkt een overwinning van Obama in november stilaan onafwendbaar te worden. De laatste peilingen geven Obama 48% van de stemintenties, tegenover slechts 40% voor McCain…

Interne peilingen van de Libertarian Party geven dan weer aan dat meer dan 10% van de Amerikaanse kiezers overwegen om deze keer écht op een third party-kandidaat te stemmen. De LP hoopt met Bob Barr het gros daarvan achter haar naam te zetten, maar voorlopig komt Barr in publieke peilingen niet verder dan 5%. Het andere libertarische boegbeeld, Ron Paul, is ook druk bezig. Op 2 september houdt hij in Washington zijn Campaign for Liberty officieel boven het doopvont. Jesse Ventura en Barry Goldwater Jr. hebben al toegezegd om dan te komen spreken. Ondertussen verkiest de “neutrale” media liever de samenzweringstheorieën van Barack Obama te volgen dan John McCains, Bob Barrs of Ron Pauls campagne.

Read more...

Floru for Europe!



Jean-Paul Floru, een oud-voorzitter van het Liberaal Vlaams Studentenverbond en een goede kennis van mij, woont nu al een tiental jaren in het Verenigd Koninkrijk, waar hij student en advocaat was, alvorens resoluut te kiezen voor het ondernemerschap en de politiek. Floru runt aan de universiteit van Cambridge ook al een aantal jaren het zomerseminarie “Freedom Week” in naam van de “Freedom Association” en tal van andere Britse denktanks.

Nadat hij twee jaar geleden voor de Tories in de gemeenteraad van Westminster (Londen) verkozen geraakte, koos hij vorig jaar definitief voor de Britse nationaliteit, en nu staat hij op de vierde plaats op de Tory-lijst in Londen voor de EU-verkiezingen van 2009. De Tories zouden in Londen alvast drie zetels binnenhalen, wat van Floru’s plaats een échte strijdplaats zou kunnen maken. Ik hoop alvast dat Floru in zijn opzet slaagt, want we kunnen zijn libertarisme en Euroscepsis best gebruiken in het Europees Parlement.

Read more...

2 augustus 2008

In memoriam Jesse Helms, 1921-2008
(Vincent De Roeck)

Jesse Helms is niet meer, zo blijkt uit “The Economist”, die aan deze vijfvoudige Republikeinse senator uit North Carolina een paginalang obituarium wijdde. Helms maakte niet zozeer furore met zijn politiek werk, ook al was hij tussen 1995 en 2001 zes jaar lang de voorzitter van de Senaatscommissie voor Buitenlandse Zaken, maar wel met zijn conservatieve standvastigheid én, vooral, met zijn onverbloemd racisme, of “raciaal conservatisme” om het met zijn eigen woorden te zeggen. Helms is volgens Wikipedia “the last unreconstructed Southern conservative” die lange tijd met de Democratische Partij dweepte alvorens gedesillusioneerd over hun burgerrechtenbeleid naar de GOP over te stappen in het begin van de jaren 1970. Maar de erfenis van Helms gaat verder dan het pure raciale. Hij introduceerde tal van nieuwe mediatechnieken in het politieke bedrijf en was de eerste grote pleitbezorger van het Internet als nieuw politiek communicatieplatform. Maar vooral na zijn actieve politieke carrière won Helms bekendheid als top-fundraiser voor politici via zijn campagnevehikel, de “National Congressional Club”.

Volgens “National Review” was Helms dan weer een soort moderne Robert Taft, een “mister conservative” zoals er maar zelden politiek actief zijn, die vaak tegen de consensus in traditioneel-conservatieve standpunten durfde innemen, en die op alles afgerekend mag worden maar niet op basis van zijn gehypet racisme. NR is daarin zéér duidelijk: “Helms was an icon of conservatism in the United States. He was respected for his steadfastsness of convictions, and, unlike other Southern politicians, for never apologizing for his past views.” De eerlijkheid gebiedt mij wel u te zeggen dat ik tot het bewuste obituarium in “The Economist” nog nooit van deze Republikeinse senator gehoord had, terwijl ik toch al jaren de Amerikaanse politiek van nabij tracht te volgen en prat durf gaan op mijn kennis van het Amerikaanse systeem en de actualiteit aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Misschien kunnen lezers van dit artikel mij hierin tegenspreken, maar ik denk dat ook de Amerikaanse pers de laatste jaren nog maar weinig aandacht besteed heeft aan Jesse Helms, die in 2003 de politiek definitief vaarwel zei, en dus eerder deze maand, op 4 juli, overleden is. Jesse Helms is 86 jaar oud geworden.

Los van zijn politiek palmares gold Helms als een joviale persoonlijkheid die zowel door Democraten als Republikeinen gefêteerd werd en net door zijn charisma uiteindelijk weggeraakt is met zijn rabiaat-racistische prietpraat. Volgens “The Economist” was hij een anticommunist die alle anderen deed verbleken en alles in zijn werk stelde om de Amerikaanse soevereiniteit te bewaren, vaak tegen de VN en andere supranationale structuren in. Helms was een aanhanger van de “John Birch Society” en een Amerikanist in hart en nieren. Hij beschouwde de VS als “het land van God” en “de hoop van de wereld”, en de linksmensen als duivelse schepsels die via hun media en celebrities alles in het werk stelden om de VS onderuit te halen. Helms was echter ook een libertariër, die in de senaat compromisloos gestreden heeft voor een beperkte overheid, sterke burgerrechten, het recht op vrij wapenbezit en een drastische vermindering van de belastingen. Doorheen de jaren 1990 was hij bijvoorbeeld de drijvende kracht achter de Congresbeslissingen om de VS-bijdragen aan de Verenigde Naties op te schorten zolang de VN haar eigen corrupt huis niet op orde had gebracht, naast ook het bevriezen van overheidsgelden voor gehandicapten en kansarmen.

Maar de positieve verwezenlijkingen van de persoon Jesse Helms werden overschaduwd door zijn racistische opvattingen. Tot diep in de jaren 1990 bleef hij de “Civil Rights Act” van 1964 afdoen als communistisch en on-Amerikaans, en ook de “Voting Rights Act” kon niet meteen op zijn steun rekenen. Helms werd een ster in (blank) conservatief Amerika door tegen deze laatste, zogezegd “het meest gevaarlijke stuk wetgeving dat ooit aan het Congres voorgelegd werd", maandenlang te filibusteren. Zijn nauwe vriendschapsbanden met extreem-rechtse groepen in Zuid-Afrika en zijn onvoorwaardelijke steun aan het Apartheidsregime daar werden hem ook vaak aangewreven, maar hij gaf geen krimp. Na de val van de Apartheid weigerde Helms met Nelson Mandela te praten, ook niet als voorzitter van de Senaatscommissie voor Buitenlandse Zaken, en begon hij zijn pijlen op de homoseksuelen te richten. “Walgelijke schepsels, die met hun onnatuurlijk gedrag AIDS in de wereld gebracht hebben, en zullen eindigen zoals Sodom en Gomorrah”, aldus Jesse Helms in één van zijn laatste scheldtirades voor de senaat.

“The Economist” besloot haar in memoriam met het volgende: “Old age brought a mild repositioning, but no repentance, and no yielding on the subject of race. It was hard-wired into him. (…) But the truth is that American conservatism owes much to Mr. Helms, who was let loose in the Senate, (…) without any hope of bipartisanship. Legislation and appointments alike were blocked on conservative principle.” Jesse Helms was inderdaad een controversiële figuur, die in tal van zaken een verwerpelijke mening had, maar bovenal trouw bleef aan zijn eigen principes. En alleen dat al, verdient een pluim, want het is net die soort ideologische standvastigheid die de hedendaagse mediageile politici volledig ontberen.


Meer over senator Jesse Helms op www.wikipedia.org.
Meer teksten van Vincent De Roeck op www.libertarian.be.


Read more...

1 augustus 2008

Vlaktaks (boekbespreking door Willy De Wit)

Vlaktaks: Dit is de titel van een zopas verschenen belangrijk, zeer eenvoudig en uiterst boeiend boek, dat een einde wenst te maken aan de fiscale uitbuiting van de werkende klasse.

Een nieuw belastingstelsel met een uniform tarief van 15 %, geen aftrekposten en een belastingvrije som van 12.500 euro. Kostprijs voor de Schatkist? Nul. Dat stellen Trendsjournalist Eric Pompen en advocaat en fiscaal expert Werner Niemegeers voor in hun nieuwe boek over de vlaktaks.

De auteurs stellen :

“Het is het enige middel om onze welvaart te behouden”

De auteurs tonen aan dat ons huidig zogenaamd progressief belastingstelsel helemaal niet meer progressief is, wegens de vele aftrekposten en de enorme ingewikkeldheid, die toelaat aan de beter geïnformeerden om steeds achterpoortjes te vinden.

Bovendien is ons stelsel chaotisch, inefficiënt, welvaartvernietigend en is het vooral gekenmerkt door uitbuiting van de werkende klasse. Het zijn vooral de arbeiders en al diegenen, die nog bereid zijn om hard te werken, die het grote slachtoffer zijn van ons huidig stelsel. Bovendien is het contraproductief voor de overheid, omdat een hoge belastingdruk leidt tot minder inkomsten. Het is dan ook helemaal niet verwonderlijk, dat ons land bestendig kampt met begrotingstekorten. Het is volledig normaal dat onze veel te hoge belastingdruk geleid heeft tot een enorme overheidsschuld. Ons stelsel draait vierkant, werkt niet meer en is economisch totaal onverantwoord. Het moet dringend vervangen worden.

De populistische retoriek van linkse politici dat ons huidig systeem noodzakelijk is, dat stelt dat de sterkste schouders nu de zwaarste lasten dragen, stemt niet overeen met de werkelijkheid. Thans zijn het vooral de zwakke schouders die veel te zware lasten moeten torsen. Om te bekomen dat de sterkste schouders dit zouden doen, moet een totaal nieuw belastingstelsel worden ingevoerd.

Over de desastreuze gevolgen van ons hopeloos ingewikkeld en inefficiënt belastingstelsel schrijven de auteurs o.m. “…In de reportage van De Tijd van 20 januari 2007 – De weeskinderen van Didier Reynders- schetsen journalisten Frank De Mets en Pieter Blomme de huidige malaise bij de fiscus. Om de belastingadministratie uit het moeras te trekken, lijkt tabula rasa de enige weg…………………….Het hele Belgische belastingstelsel moet op de schop. De gulden regel dat voor elke belasting in dit land 100 uitzonderingen en aftrekposten gelden, moet overboord. Zelfs met een leger belastingambtenaren dubbel zo groot als vandaag is een efficiënte controle met de huidige wetgeving onmogelijk. De fiscus slaagt er niet eens in berekeningsprogramma’s te ontwikkelen die een efficiënte controle mogelijk maken. Zelfs op het eerste gezicht aantrekkelijke initiatieven van de voorbije jaren-zoals de notionele intrestaftrek, tax-on-web of de fiscale hervorming van het woonkrediet- strooien nog meer zout in de wonde. De controle erop is zo complex dat ze de facto niet bestaat” (blz. 60)

De Vlaktaks als oplossing

De auteurs stellen voorop : een uniform vlaktakstarief van 15 %, zowel in de personenbelasting als in de vennootschapsbelasting. In de personenbelasting worden alle aftrekposten afgeschaft en is er een belastingvrije som van 12.500 euro. Door deze belastingvrije som heeft een dergelijke vlaktaks een sterk progressief karakter, waardoor de lagere inkomens procentueel veel minder belasting betalen dan de hogere inkomsten. In de vennootschapsbelasting verdwijnen eveneens alle aftrekposten, behalve natuurlijk de echte beroepskosten.

De auteurs berekenden, dat de eenvoud zou leiden tot enorme besparingen en tevens tot een sterke herneming van de economische groei en van onze welvaart, dit laatste wegens het lage tarief. Er zal terug een sterke motivatie ontstaan om te werken, te investeren en economische initiatieven te nemen; De burgers zullen netto veel meer overhouden. Zij zullen terug kunnen sparen, wat een absolute noodzaak is voor de op ons afkomende vergrijzing. Tevens zal hun koopkracht hersteld worden. Volgens zeer gedetailleerde berekeningen zou de operatie geen cent kosten aan de overheid. Iedereen zou er dus wel bij varen.

De voorgestelde vlaktaks is progressief

Dit komt wegens de voorgestelde invoering van een belastingvrije som van 12.500 euro. Een cijfervoorbeeld illustreert dit duidelijk.

Inkomen Vrijstelling Belastbaar Belasting 15 % Procentuele last

20.000 12.500 7.500 1.125 5.625 %
40.000 12.500 27.500 4.125 10.312 %
100.000 12.500 87.500 13.125 13.125 %

Alhoewel iemand met een inkomen van 100.000 vijfmaal meer verdient, dan diegene die 20.000 verdient, betaalt hij meer dan elf maal meer belasting. Het stelsel is dus zeer sterk progressief.

Ervaring

De auteurs geven een gedetailleerde analyse van de toepassing van de vlaktaks, die thans reeds met groot succes in een 25-tal landen wordt toegepast, vooral in de vroegere Oostbloklanden.

Rusland

Vooral het voorbeeld van Rusland is merkwaardig. Wat schrijven zij daarover o.m.? “De show werd evenwel gestolen door Rusland. Menig waarnemer was verrast toen Rusland, de bakermat van het communisme, in 2001 radicaal koos voor een door de linkerzijde verguisde kapitalistische vlaktaks. Inderdaad onder het presidentschap van Vladimir Poetin…werd het belastingstelsel van Rusland afgeschaft en op 1 januari vervangen door de invoering van een vlaktaks van 13 % in de personenbelasting, het jaar daarop gevolgd door een vlaktaks van 24 % voor ondernemingen. …..Na aanpassing voor inflatie stegen de ontvangsten uit de inkomstenbelasting met 25.2 % in 2001, 15.2 % in 2003 en meer dan 16 % in 2004. Deze permanente aangroei van de opbrengsten voor de Russische schatkist zijn het resultaat van minder belastingontwijking en –ontduiking, grotere stimulansen om te werken, sparen en investeren. Sinds de invoering van de vlaktaks in 2001 groeit het BBP in Rusland met gemiddeld 5.50 %. …”.

Quid linkse politici en vakbonden?

Vermits deze voorgestelde vlaktaks sterk progressief is en vermits iedereen er beter van wordt, zouden normaal gezien ook linkse politici en ook de vakbonden dit stelsel moeten toejuichen. Zij beweren toch, dat zij vooral de belangen van de gewone man verdedigen. Laat ons hopen dat zij woord houden.

Tot Slot : welke kansen heeft dit prachtige voorstel?

Vermits het voorstel in grote mate voordelig is voor de arbeidende klasse, gunstig is voor de economie en aan de overheid geen cent kost, is het goed mogelijk dat de vakbonden dit zullen steunen, evenals de linkse politici. Maar ook vanuit de bevolking zou er meer actie en belangstelling moeten komen. De kiezer kan in het boek in elk geval een overzicht vinden van denktanks en politieke partij(en) die een of andere variant van een vlaktaks verdedigen.

Het boek “Vlaktaks” is uitgegeven bij Roularta Books, Roeselare. Tel 051-26.65.59 . e-mail : roulartabooks@roularta.be en is zonder twijfel verkrijgbaar in elke boekhandel. Een goede raad : lees het boek en propageer het bij je vrienden en kennissen. Willen we de wereld verbeteren (en dit lijkt wel dringend nodig, alleszins wat ons onrechtvaardig en welvaartsvernietigend belastingstelsel betreft), dan moeten wij ook bereid zijn er iets voor te doen.

Willy De Wit
Medewerker www.workforall.org

Economische Nieuwtjes 30 juli 2008

Read more...

Internauten en bloggers zijn de échte hoeders van de vrijheid en de democratie (Vincent De Roeck)

Naast natuurlijk de eindeloze reeksen persoonlijke nonsensfilmpjes, zijn websites als YouTube, DailyMotion of GoogleVideo de laatste jaren uitgegroeid tot heuse maatschappijkritische platformen waar geïnteresseerde opiniemakers en -volgers steevast hun gading kunnen vinden tussen de massa’s statements, politieke montages, satirische komedies en kritische filmpjes. Vooral ten overstaande het reilen en zeilen op EU-niveau bieden dit soort online-filmarchieven een schat aan informatie, maar ook met betrekking tot buitenlandse politiek en internationale relaties valt er aardig wat bijeen te sprokkelen.

Ik heb hier echter twee bedenkingen bij, zoals bloglezer A.Griffon onlangs ook al opmerkte. Hoe komt het toch dat onze traditionele media ziende blind blijven inzake het nochtans op peliculen vastgelegde EU-wanbeleid? En hoe verklaart men het latente gebrek aan Belgische of Nederlandse politieke montages op YouTube, DailyMotion en GoogleVideo, terwijl activisten uit alle andere landen wel gretig inspelen op deze nieuwe massacommunicatiemiddelen? Heeft het iets van doen met onze kleinburgerlijkheid? Onze technologische ongeïnteresseerdheid? Onze onvolwassen politieke cultuur? Of gewoon met onze schapenkuddementaliteit ten aanzien van de linkse leugens die de traditionele media en politieke kaste ons voortdurend door de strot rammen?



Hat tip: Nigel Farage MEP via zijn nieuwsbrief



Hat tip: MetaMilitant via Nationalisme.info

Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>