19 mei 2009

Nogmaals Jean-Pierre en Driek ! (vpmc)

Over het martelen van krijgsgevangenen, soldaten of combattanten, kun je van mening verschillen. Sommigen zijn voor, anderen weer tegen. Ook kan één persoon, bij wisselende omstandigheden, daar nu eens zus en later weer zo over denken.
Bijvoorbeeld Mitterrand was destijds een enthousiaste voorstander –we spreken nu van zijn tijd als Ministre de l'Intérieur, tijdens de guerre d’Algérie. Later als president was hij geloof ik tégen. Een opdracht tot moord kon eventueel nog net, bijvoorbeeld met de Rainbow Warrior, maar moorden is nog geen martelen.
Ik zou zijn redenatie eens precies moeten natrekken, misschien in die biografie van Vincent Gounod, maar in elk geval: il n'y a que les fous qui ne varient jamais, en gek was François niet.

Van Bush, Cheney, Rumsfeld, Rice, Bliar &cs. weten we dat ze sterk geloofden in hun goede recht om te martelen –the gloves had to come off– en voor dat martelen hadden ze, zoals al hun historische voorgangers, ook een subtiel vocabularium ontworpen: “enhanced interrogation”, “an alternative set of procedures”, “specific techniques” &c.

Wat Barack Hussein Obama nu doet is deze “procedures” weliswaar afkeuren in theorie, maar in de praktijk wil hij de schuldigen in geen geval voor de rechtbank zien, ook niet als zij persisteren, en openlijk hun opvattingen blijven verkondigen zoals bv. een Dick Cheney dat doet:
"No regrets. I think it was absolutely the right thing to do," he said on CBS television, adamant that techniques decried by critics as torture were essential to break the resistance of captured extremists.
"I'm convinced, absolutely convinced, that we saved thousands, perhaps hundreds of thousands, of lives," Mr Cheney said, arguing again that Al Qaeda was bent on attacking a US city with a nuclear device.
Beetje schooljongensachtig misschien om met grote getallen te willen imponeren – maar met dat “nuclear device” wordt Dick helemaal ridicuul. Voor zijn beweringen kan hij zich trouwens enkel beroepen op geheime documenten.
In de wetenschap worden theorieën die een beroep doen op hidden variables gewoonlijk weggelachen, en elders klinken ze minstens goedkoop. Wil Dick Trom ons echt doen geloven dat Al Qaeda, met hun aanslagen van 11 september, de Amerikanen eerst wilden waarschuwen voor hun nucleaire dreiging, zodat de verrassing niet al te groot zou zijn? Zulke aanpak is in de militaire geschiedenis zeer zeldzaam, en hij zou getuigen van een ouderwetse ridderlijkheid.

Overigens is er altijd nog de vraag, of martelen ook iets nuttigs oplevert. Het is immers bewezen dat gevangenen die gemarteld worden gelijk wát kunnen bekennen, en wat schiet je dan op?

In het gedichtfragment hieronder kunnen wij dit fenomeen waarnemen. Er wordt een –mislukte– aanslag op Willem van Oranje beschreven. Zekere Hans Hanszoon koesterde dit snode plan:

[...dus ging]
Hans Hanszoon Willems gangen na
en toen hij die was nagegaan
dacht hij zijn slag te kunnen slaan

tijdens de godsdienstoefening,
want als de prins ter kerke ging
zat hij steeds op dezelfde stoel.
Dus kocht Hans buskruit met het doel
een gang te graven met een schop
en dan door één druk op de knop
de hele boel te doen ontploffen.
Maar door de nachtwacht aangetroffen
’s nachts op het kerkhof met een spade
zag hij zijn voorbedachte daden
ontijdig in de kiem gesmoord,
en ingerekend en verhoord
ontkende de schavuit eerst alles
zoals wel vaker het geval is
bij lieden die niet willen deugen.

Maar toen men eenmaal zijn geheugen
professioneel had opgefrist

bekende hij als terrorist
tenslotte alles wat men wou:
hij toonde niet alleen berouw
over wat hij met Willem voorhad,
maar ook, nu men hem eenmaal doorhad,
verklaarde hij de moordenaar

te zijn van Jan van Schaffelaar,
Floris de Vijfde en Don Juan,
van Bonifatius en van
de Gorinchemse martelaren.
Hij werd door de gerechtsdienaren
natuurlijk op zijn woord geloofd,
ter dood veroordeeld en onthoofd.

Zo zie je dat ook in die dagen
het stellen van de juiste vragen
de waarheid boven tafel bracht
net zoals nu. Ook in de jacht
op hedendaagse terroristen
–of ze nu moslim zijn of christen–
gaat het vooral om waarheidsvinding
als wapen tegen de verblinding
van allerlei geloofsfanaten:
Door stevig op ze in te praten
tijdens een doelgericht verhoor
slaan op de duur de meesten door.


Voor wie proza boven poëzie verkiest, is dit de versie van P.C. Hooft:

Ten ingaan van Lentemaant lestleeden, bedroegh een Vries, geheeten Aukema, eenen Hans Hanszoon, koopman tot Vlissinge; en meldde, uit hem verstaan te hebben, hoe hy, door bezondren haat gevat op den Prins, dien in d'een' oft d'andre maniere dacht te verdelghen. Dat Hans, in een' kelder onder 't stadthuys, daar zyne Doorluchtigheit gewoon was te herberghen, etlyke tonnen buskruids meinde te zetten, om ze aan te steeken wen zy maaltydt hielde: oft in de kerke, ontrent het gestoelte des Prinsen, een' myne te graaven, en kruyds genoegh, daarin verborghen, te doen slagh maaken door een loopend vuur, als het pas gaave: oft in een huys, gehuurt teeghen oover de Fransche kerk tot Middelburgh, drie oft vierhondert gelaade mosketten te leggen, om ze te lossen op den Prins en zyn gezelschap, in 't voorby gaan: oft eyntlyk, zoo geen van drien gelukken wilde, met eyghen handt, waar hy zyn schoonst zaaghe, zyne Doorluchtigheit om te brengen; en Vlissinge in 's vyands gewelt te stellen. Dit verhaalde de aanbrenger, teffens getuygh, en enkel. Waaroover Hans, gevangen zynde, alles loochende. Doch, scherpelyk ondervraaght, bekende hy 't stuk, en van 't zelve gehandelt te hebben met den Spaanschen Ambassadeur in Vrankryk: werd derhalven onthalst, zyn hooft op een' staak en de veste der stadt geplant.

Ach, veel wat vroeger is gebeurd,
moet ethisch worden afgekeurd!


.

Labels: , , , , ,

Read more...

16 mei 2009

Vaderlandse Geschiedenis (vpmc)

Iedereen weet dat er zaken zijn die je in gezelschap beter kunt nalaten, of die je tenminste wilt onderdrukken. Flatulentie valt daar zeker onder, maar ook het uitspreken van bepaalde woorden. “Poëzie” is er zo een.
Laat je deze term onverhoeds vallen, in een vrolijk gezelschap, dan ontmoet je blikken waarin medelijden, ontzetting, zelfs afgrijzen en walg te lezen staan. Een Engelsman –ik weet niet meer wie– vergeleek het effect met dat van het woord “god”.

Ik vind dat niet onbegrijpelijk. Het gemoraliseer en de navelstaarderij die tegenwoordig voor poëzie doorgaan kun je een mens niet aandoen. Zelfs een kleine droefgeestige haiku kan al snel te veel worden.
Nu had ik hier nochtans graag een gedicht ter sprake gebracht, dat 3944 regels beslaat, en moraliserend van aard is. Bovendien is het een leerdicht, over Vaderlandse Geschiedenis.
Gelukkig werd het door twee verzenmakers geschreven, en niet door wat tegenwoordig zoal voor dichters doorgaat. Meer in de traditie dus van versifiers, als bv. Dryden, Pope of Kipling, die ook onpoëtische thema's gebruiken, en woorden en wendingen die nog naar dagelijks brood smaken, en geen sentimentele of geëffemineerde luchtjes afgeven.

Onze twee dichters spreken in hun gedicht overigens niet zélf, maar geven het woord aan prins Willem-Alexander
die u beter zult kennen als de man van de mooie Maxima.
Deze Willem-Alexander is blijkbaar een goede vader, want aan zijn kinderen vertelt hij voor het slapengaan verhaaltjes uit de geschiedenis van hun land. Immers het onderricht in de scholen, vindt hij, laat wat dit betreft te wensen over, en tenslotte: “Dat alles is zoals het is, komt voort uit de geschiedenis”.

Op het punt waar wij zullen invallen, is vader al bij de Tachtigjarige Oorlog aanbeland …en hij geeft zijn kinderen terloops een actuele beschouwing mee, waar wij allen straks in het kieshokje wellicht ons voordeel mee kunnen doen:

Binnen de Staten-Generaal
besloot men zich niet andermaal
met vreemde snuiters in te laten.
Dat was verstandig van de Staten,
want Nederland werd soeverein
en zo behoort het ook te zijn:
men moet niet naar het pijpen dansen
van Duitsers, Engelsen of Fransen.
Laat die zelfingenomen buren
maar mooi hun eigen land besturen –
wij blijven liever ongemoeid.
Wien Neêrlands bloed in d’aders vloeit,
van vreemde smetten vrij, die ziet
zo’n buitenlander liever niet
die onze lakens uit komt delen.
En hier, ondanks mijn officiële
staatkundige onschendbaarheid,
wil ik sub rosa aan je kwijt
(het blijft tenslotte entre nous)
dat ik dat eenwordingsgedoe
hier in Europa niet zie zitten.
Dat Fransen, Duitsers, Belgen, Britten
eenzelfde lijn ooit zouden trekken
is toch te zot en van de gekke!
Want ondanks alle goeie wil
blijft er een wereld van verschil.
Wat hebben Tsjechen en Slowaken
bijvoorbeeld met elkaar te maken?
Of Zevenburgers met Roemenen?
Straks staan de Turken nog voor Wenen
wanneer je ze een vinger geeft!
[…]

P.S. Bij een volgende gelegenheid kom ik nog terug op dit leerdicht, en wel met een passage waar zelfs Obama iets aan zal hebben.

Jean-Pierre Rawie & Driek van Wissen
Rijmkroniek des Vaderlands
De opkomst van de Nederlandse Republiek (2005)
De Gouden Eeuw (2007)
Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam

.

Labels: , ,

Read more...

<<Oudere berichten