15 juli 2010

La Flandre profonde

Mijn stukje “Lessen voor de verliezers” heeft via verschillende kanalen wat tegenspraak opgeroepen. Ik had betoogd dat de N-VA bij de jongste stembusgang iets juist gedaan moet hebben daar waar de andere partijen qua stijl of inhoud fout zaten. De meeste lezers stellen dat ik Bart De Wever te veel krediet geef, en dat mij dat weldra op een grote teleurstelling zal te staan komen, samen met al die honderdduizenden nieuwe N-VA-kiezers.



Laat ik dan even verduidelijken dat ik mij niet aan een beoordeling gewaagd heb van het N-VA-programma noch van het te verwachten doorzettingsvermogen van die partij tijdens Belgische onderhandelingen. Of De Wever een tweede Yves Leterme wordt, zal gewoon moeten blijken. Hij heeft vandaag nog alle vrijheid om het in de ene of de andere richting te laten evolueren. Of naast hemzelf de rest van zijn partij meer ruggengraat heeft dan pakweg CD&V, dat weet ik evenmin als de meeste lezers, die sedert 13 juni immers nog nagenoeg geen politieke uitspraken gehoord hebben vanwege al die nieuwverkozen NV-A-parlementsleden. De nieuwe NV-A-fractie is nog een groot vraagteken, en ik heb daarover geen mening geuit.

Al wat ik in dat artikel heb willen vaststellen, was dat de Wever de weg naar het hart van la Flandre profonde gevonden heeft, met name dat van de vrouwelijke kiezer. Voor een deel was dat een zuiver persoonlijke prestatie, die een Geert Bourgeois met identiek hetzelfde programma nooit had kunnen evenaren. We doelen daarmee niet alleen op De Slimste Mens, maar ook op hoe hij overkomt tijdens zuiver politieke debatten en vraaggesprekken. Iets wat vele kiezers overtuigt, en dat vermoedelijk authentiek is (hoewel een goede PR-begeleider het ook wel zou kunnen aanleren), is een soort ongecompliceerde nederigheid. Wat is er nederig aan een Antwerpenaar die meteen toegeeft dat hij de grote mond heeft die zijn stadsgenoten schijnt te typeren? Hij geeft altijd meteen zijn beperkingen toe. Hij put zich niet uit in geredeneer om verantwoordelijkheid bij anderen te leggen, of om een mislukking als een succes voor te stellen. Ziedaar het cruciale verschil met de CD&V-tenoren.

Nog een element is dat hij de praktijk met ideeên weet te verbinden. Ook de kijker die niet zelf tot diepe gedachten geneigd is, is daarvan gecharmeerd: hier lijkt politiek weer bezield door een bredere visie. Terzijde, het is om dezelfde reden dat Rik Torfs een goed CD&V-leider zou kunnen worden. Tijdens het gesprek met vier partijprominenten in de laatste Zevende Dag, stak hij gunstig af door de aandacht te verleggen van de dagjespolitiek en de vunzige compromissen, anders het enige thema uit de mond van CD&V-ministers, naar het personalisme, het evenwicht tussen individu en samenleving, het kerstprogramma en de ook wel positieve nawerking van mei ’68. Of het allemaal juist is, laten we even in het midden, maar hij wist zijn vergrauwde partij weer met idealen te associëren. Daar gloorde eventjes licht aan het einde van de CD&V-tunnel.

Het blijkt dat de diepe Vlaming een Vlaamsgezind en centrumrechts beleid verkiest, één met meer pit dan CD&V maar minder hard en “vuil” dan het VB. Misschien is die keuze niet het soort keuze waarop je een onafhankelijkheidsverklaring kan bouwen. Misschien is ze nog te halfslachtig, zoals lezers beweren. Maar ook dan is ze wel de keuze van de Vlaming zoals we hem kennen. U weet nog wel, de Vlaamse zemelaar die na het zoveelste verraad van de CVP de volgende keer toch weer voor de CVP stemde. Nu is het N-VA geworden, maar die Vlaming is niet echt veranderd. ’t Is niets om fier op te zijn, maar zoals Hugo Schiltz zei: “Dit is mijn volk, ik heb er geen ander.”

Diezelfde kiezer houdt ook niet echt van het VB, zelfs al heeft hij daar vorige keren bij gebrek aan beter toch voor gestemd. Hij verkiest een respectabeler alternatief. Het protest is natuurlijk niet nieuw dat de roep om “respectabiliteit” de verdiensten miskent van de ruwe en/of historisch aangebrande harde kern, “de collabo's, met en zonder wapens, die na de repressie Vlaanderen en zijn beweging terug opbouwden”, aldus een lezer. De VMO’ers zeiden het al toen Schiltz hen “wandluizen” noemde. Op een slagveld zal niemand je vragen of je blazoen wel van bruine smetten vrij is; zodra onze samenleving echt in een slagveld veranderd is (en het CGKR werkt eraan), zal niemand er nog om malen. Maar in de parlementaire politiek gelden voorlopig andere regels.

Vele flaminganten willen de Vlaamse zaak niet met zulke associaties besmeurd zien, noch wensen zij te stemmen voor een partij die zich, luidens de media, nog steeds af en toe in het gezelschap laat betrappen van wat onze lezer noemt: “pipo’s die met kaal hoofd en zwarte kleding die brallend ‘Heil Hitler’ lopen roepen”. Dus liever De Wever, ook een repressie-erfgenaam, maar dan één die die bladzijde ondubbelzinnig omgedraaid heeft.

De jongste verkiezingsuitslag wijst erop dat vele Vlaams- en behoudsgezinde kiezers nu een partij gevonden hebben die beter bij hun volksaard past. Dat was eventjes een interessant moment, maar nu staat de kiezer weer voor lang buitenspel. Tijd voor de N-VA om te laten zien of ze het vertrouwen waard is.

Labels: , , ,

Read more...

<<Oudere berichten