28 oktober 2011

Komediant-intrigant Elio di Rupo (Hoegin)

Als de huidige formatiepoging al iets aangetoond heeft, dan wel dat formateur Elio di Rupo er een ietwat speciale leidersstijl op nahoudt. Hoewel hij geen deel uitmaakt van de regering–Leterme II, bestond er weinig twijfel over dat hij de man was die achter de schermen de touwtjes stevig in handen hield. Maar nu hij zelf de leiding moet nemen slaagt hij er niet in zijn reflexen als intrigant achter zich te laten.

Aan de vaststelling dat Elio di Rupo een komediant is, hoeven we niet veel woorden vuil te maken. Wie de persconferentie gezien heeft waar hij de ondertussen beruchte «Comment est-ce qu'il ose?» uitsprak over de nota–De Wever weet immers genoeg. In dat opzicht is Elio di Rupo niet meteen de meest geschikte man om alle clichés over Italianen of homo's als ijdeltuiten en drama queens naar de vuilnisbelt te verwijzen. Dat hij die gewoonte niet meteen van zich zou afwerpen werd niet verwacht, omdat deze trek te fundamenteel is voor Elio di Rupos persoonlijkheid. Uiteindelijk is dit ook niet van zo groot belang voor het komende regeerakkoord of het beleid van de toekomstige regering–Di Rupo I. Ik betwijfel echter wel of dit een stijl is die in Vlaanderen lang in goede aarde zal blijven vallen, als ze dat al ooit gedaan heeft. De dag dat de modale Vlaming er finaal zijn buik van vol krijgt zal Bart de Wever massaal kunnen oogsten.

Opmerkelijker is echter dat hij, nu hij formateur is, gebruik blijft maken van intriges allerhande om in de «Wetstraat 16» te raken. In de plaats daarvan zou hij immers ook kunnen kiezen voor de directe onderhandelingen, voorstellen doen en af en toe zijn wil proberen doordrukken om tot een resultaat te komen. De klacht die al lang meegaat is echter dat Elio di Rupo zich niet wil «smijten», waardoor de onderhandelingen tot in het oneindige blijven aanslepen. Veel tastbaar bewijs hebben we daar als kiezer natuurlijk niet voor, behalve dan dat deze formatie nu al een eeuwigheid duurt. Verder is er nog de manier waarop enkele sleutelmomenten voor deze onderhandelingen tot stand zijn gekomen.

Zo zijn er bijvoorbeeld de liberalen van Open Vld en MR. Eerst mochten ze er niet bij, om uiteindelijk toch te mogen deelnemen aan de gesprekken over de staatshervorming. Het was echter formateur Elio di Rupo niet die hen ten lange leste uitnodigde, maar wel N-VA-partijvoorzitter Bart de Wever. (Achteraf gezien bijzonder ironisch natuurlijk, want precies daardoor kon de N-VA uiteindelijk uit de onderhandelingen geloosd worden, en was het bovendien de Open Vld die als eerste de N-VA als een baksteen liet vallen.) Bovendien moest er eerst nog een rondje komedie met de koning opgevoerd worden vóór de liberalen ook echt mee aan de onderhandelingstafel mochten aanzitten. Officieel «onderging» Elio di Rupo die beslissing, en had hij hen eigenlijk liever niet aan tafel gezien.

Op een gelijkaardige manier verdween de N-VA van de onderhandelingstafel. Officieel had hij hen er liefst bij gehouden, maar wat kon hij eraan doen dat zij zijn uiterst evenwichtige en alleen maar te goeder trouw geschreven nota zomaar pardoes verwierpen? Het zal je als formateur inderdaad maar overkomen! Van een herkansing voor de N-VA kon echter geen sprake zijn – daarvoor was de regeringsvorming natuurlijk te dringend.

Vervolgens was er dan de beruchte donderpreek van koning Albert II de Boze, waarin de vorst een regering hic et nunc eiste, om de volgende dag reeds de onderhandelaars tot maar liefst drie weken vakantie te verplichten. Opnieuw zat er de formateur niets anders op dan de beslissing van een ander te ondergaan, waarna hij gezwind zijn koffers pakte om in Italië weer een beetje bij te kunnen bruinen.

Ei zo na werd aan die drie weken vorstelijk verplichte vakantie nog een vierde week toegevoegd, omdat CD&V-voorzitter Wouter Beke zo dom was geweest een jaar eerder al zijn vakantie een beetje ongelukkig te plannen. Opnieuw een geval van overmacht voor de formateur, zo leek het, tot Wouter Beke de bal terugkaatste en liet weten dat hij dichtbij een TGV-station logeerde, en dus altijd beschikbaar was om snel over en weer te reizen naar Brussel voor een vergadering. Exit vierde week vakantie dus, en Elio di Rupo was bijna betrapt op een beslissing.

Volgend wapenfeit waar Elio di Rupo voor niets tussen zat: het vertrek van de groenen van de onderhandelingstafel eens het luik van de staatshervorming afgerond was. Opnieuwe had de formateur zowel Groen! als Ecolo er liever wel bij gehad in de komende regering, maar Open Vld en in mindere mate ook CD&V hadden nu eenmaal een veto gesteld tegen Groen!, en Ecolo was niet bereid in een regering te stappen zonder hun fractiegenoten uit het Noorden.

Als we het dus allemaal moeten geloven zullen maar liefst drie van de negen partijen die in aanmerking kwamen om deel te nemen aan de volgende federale regering in de oppositie zitten (N-VA, Ecolo en Groen!). Twee anderen waren niet gewenst (MR en Open Vld), maar nemen nu toch deel aan de gesprekken, zij het met de nuance dat één van hen ondertussen met een afscheiding te maken kreeg (FDF). Slechts vier van de negen partijen waren echt gewenst (PS, CD&V, sp.a en cdH), en konden ook aan boord blijven. In aantal kamerleden uitgedrukt betekent dit dat 40 afwezige gewenste kamerleden uitgewisseld werden met 28 ongewenste aanwezigen, terwijl een kern van 65 gewenste aanwezigen behouden werd. Je vraagt je af waar die man feitelijk mee bezig is, want wie de optelsom maakt zal merken dat het aantal afwezigen en ongewensten groter is dan het aantal gewenste aanwezigen. En dat allemaal dus zogezegd buiten zijn wil om!

Een nieuw staaltje van hoe Elio di Rupo liefst elke verantwoordelijkheid van zich afschuift zonder echter de controle te willen verliezen, kregen we deze week te zien. Toen MR-voorzitter Charles Michel op de proppen kwam met zijn eis dat de gewesten en de gemeenschappen een grotere begrotingsinspanning moesten leveren, produceerde Elio di Rupo prompt… twee sets met handpoppen. Het ene setje is beter bekend onder de naam Hoge Raad van Financiën (HRF), en werd eigenlijk gevraagd een nieuwe kopie van een rapport van enkele maanden geleden te maken. Zuiver tijdverdrijf dus, want Elio di Rupo had net zo goed aan Charles Michel kunnen zeggen dat hij gewoon vast zou houden aan het vorige rapport, tenzij Charles Michel goede redenen op tafel zou kunnen leggen om dat niet te doen.

Het tweede setje handpoppen van Elio di Rupo bestond uit het drietal gewestelijke minister-presidenten dat ons landje telt. Twee daarvan, met name de Brusselse minister-president Charles Picqué en zijn Waalse collega Rudy Demotte, zijn van PS-signatuur, en staan bovendien aan het hoofd van twee gewesten die eerder bekend staan om hun chronisch geldgebrek dan hun besparingsijver. De derde minister-president, Kris Peeters, zou wel een inspanning kunnen leveren, was het niet dat hij zich onsterfelijk belachelijk zou maken als hij op het eenvoudige signaal van Charles Michel de Vlaamse buiksriem nog eens zou aanhalen. Zoiets zou geheid voor gerommel binnen de Vlaamse regering zorgen, nog afgezien van het feit dat het ook in zijn voordeel is als de milde sinterklaaspolitiek van volgend jaar ongestoord door zal kunnen gaan zoals reeds jaren geleden gepland. Of toch als hij graag in 2014 herkozen zou willen raken.

Het liet zich dan ook raden dat tweemaal tot dezelfde conclusie werd gekomen: de federale overheid zal zelf de bijdrage moeten leveren die ze moet leveren. Dat stond natuurlijk al van in het begin vast, alleen werd er nog maar eens een week tijd verloren om die dringend noodzakelijke –zegt men toch– federale regering te vormen. Charles Michel kan men echter niet verwijten dat hij voor zijn partijbelangen opkwam, hoe doorzichtig het spelletje dat hij speelde ook was. Dit tijdverlies kan slechts op één iemands conto geschreven worden, en wel dat van Elio di Rupo. In plaats van een stukje dubbel poppenkast op te zetten, had hij Charles Michel onmiddellijk kunnen vertellen waar het op stond. Zich even profileren mag, maar men moet ernstig blijven. En als Charles Michel met dat antwoord geen vrede had kunnen nemen, had hij het bericht moeten krijgen dat hij zich altijd nog naar hartenlust mocht gaan profileren in de oppositie. Met de groenen op de reservebank is de MR nu ook weer niet zo onmisbaar.

Wat betekent dit voor de toekomst? Allereerst dat men zich bij de N-VA nog gelukkig zal mogen prijzen dat men ontsnapt is aan een deelname aan de komende regering–Di Rupo I. Het is best mogelijk dat Open Vld-voorzitter Alexander de Croo deze zomer de vruchten in de bomen zag hangen, maar ondertussen zal misschien toch al het besef gegroeid zijn dat die druiven toch maar zuur smaken. Ga het maar eens aan je achterban uitleggen dat er alweer geen ruimte was voor één van je partijstandpunten na een nieuw stukje theater van Elio di Rupo. De ene keer wordt er één of andere raad van experten opgevist om het liberaal varkentje te wassen, de andere keer een groepje politici van een ander bestuursniveau om zich met een kluitje in het riet te laten sturen. En als wat verteld wordt Elio di Rupo niet zint, zoals recent nog met de Europese aanbevelingen voor de sanering van de overheidsuitgaven, speelt hij gewoon Oost-Indisch doof of voert hij een nieuw nummertje drama op. Het zal dus al goed zijn als de Open Vld in 2014 de kiesdrempel nog haalt.

Ironisch is het trouwens dat Alexander de Croo de regering–Leterme II liet vallen omdat hij onvoldoende liberale accenten kon leggen. Uiteindelijk zal hij terecht komen in precies dezelfde regering, maar dan wel één aangevuld met de sp.a en aan het hoofd ervan een Waalse socialist. Van een centrum-rechts-linkse regering naar een centrum-links-rechtse regering dus. Het is nu al uitkijken naar welke «strategische» zet Alexander de Croo in 2012 zal doen. We wensen hem in ieder geval nu al veel plezier toe in de regering van komediant-intrigant Elio di Rupo. Of zoals ze in het Engels zeggen: May you live in interesting times

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

23 september 2007

Niet de crisis maar België schaadt de Vlaamse economie (Hoegin)

Charles PicquéCharles Picqué deed er bij RTBf zijn beklag over dat Vlaanderen Brussel zou verstikken. Dat is een merkwaardige uitspraak uit de mond van de Minister-President van het Brusselse Gewest dat zich de laatste jaren danig ingespannen heeft om het de luchthaven van Zaventem zo moeilijk mogelijk te maken.

Ik vind het getuigen van surrealisme dat de rivaliteit tussen de politieke strategieën zo ver kan gaan dat ze de mobiliteit bijna verlamt.
Aan het woord is dus wel degelijk Charles Picqué. En eigenlijk moet je er toch maar het lef voor hebben: Jarenlang probeerden de Franstaligen in Brussel de luchthaven van Zaventem tweetalig (lees: vooral Franstalig) te maken, tot daar plotseling de luchthaven van Charleroi –of moeten we Brussels South schrijven?– opdook. Plots werd het geweer van schouder verwisseld, en sindsdien steken de Franstaligen zoveel mogelijk stokken in de wielen van de Vlaamse luchthaven. Nog liever een luchthaven vlak bij de deur om zeep helpen en in de plaats daarvan de langere verplaatsing naar Charleroi maken, desnoods zelfs met de economische nadelen qua werkgelegenheid erbij, enkel en alleen omdat Zaventem nu eenmaal in het Vlaamse Gewest ligt. En dan nu dus moord en brand schreeuwen omdat enkele wegen in Sint-Genesius-Rode er niet effen genoeg bijliggen om de Franstaligen zo snel mogelijk naar Bruxelles te kunnen brengen, en omdat enkele «strategische plaatsen» in Brussel niet voldoende geafficheerd zouden worden op de snelwegen op Vlaams grondgebied.

Waar een mens dan al helemaal van omver valt is dat de Vlaamse Minister van Openbare Werken Hilde Crevits onmiddellijk reageerde om te vertellen dat ze… bereid is om te onderhandelen. Als een Brusselse PS'er even met de vingers knipt, is het inderdaad niet meer dan normaal dat CD&V'ster Hilde Crevits onverwijld in de houding springt. In één moeite door even informeren naar die Brusselse geluidsnormen en hoe het daar nu ook al weer mee zat is er natuurlijk niet bij.

Maar er is meer. Charles Picqué klaagt er bijvoorbeeld ook over dat het gemeentebestuur van Sint-Genesius-Rode voorgesteld had het herstel van de Steenweg op Waterloo op eigen kosten uit te voeren, maar dat het Vlaams Gewest dat weigerde. En hij vindt dat dus ook surrealistisch. Maar doet dit verhaal dan geen belletje rinkelen? Iets van een Vlaams Gewest dat met eigen geld het spoorwegennet in en rond de Antwerpse haven wil verbeteren en uitbreiden, maar dat niet mag doen omdat… ja, waarom eigenlijk? Omdat de Franstaligen in hun solidariteit vinden dat het beter is dat de Antwerpse haven verstikt in een te kleine spoorcapaciteit dan dat ze zou kunnen uitbreiden en meer geld in het laatje brengen om, ik zeg maar wat, de Sociale Zekerheid te spijzen? Als Vlaanderen al egoïstisch is omdat het voor de eigen toekomst wil kunnen zorgen, kan je de houding van de Franstaligen in België niet anders omschrijven dan puur racisme, want ze snijden nog liever indirect in hun eigen vlees dan de Vlamingen economische voorspoed te gunnen. Over het achterbakse gedrag om met de Nederlanders gemene zaak te maken om de IJzeren Rijn te blokkeren willen we het dan nog niet eens hebben…

En dan komt de ULB daar dus met een «studie» uitpakken dat de regionalisatie van het loonbeleid «nutteloos en gevaarlijk» zou zijn. Ik zal het meteen maar toegeven: ik heb de «studie» niet nagelezen, maar het korte bericht erover in De Standaard citeert argumenten die werkelijk nergens op slaan. Zo zouden er in de helft van de paritaire comités al salarisverschillen bestaan tussen de gewesten, en de ULB ziet hierin het bewijs dat een regionalisatie nutteloos is. Iemand anders zou kunnen stellen dat dit juist aantoont hoe noodzakelijk een regionalisatie wel is, want de salarisverschillen treden nu al op ondanks het samenhouden van het loonbeleid. Het tweede argument, dat loonvergelijkingen tussen Vlaanderen, Brussel en Wallonië in de hoofden zouden blijven bestaan en daardoor zouden blijven wegen op de onderhandelingen is ook onzin: vandaag worden de lonen in België ook al vergeleken met die in Nederland, Duitsland en Frankrijk, zonder dat dat een probleem vormt. Of wil de ULB soms pleiten voor een pan-Europees loonbeleid, wat zeg ik, een globaal?

Dat door een regionalisatie de administratie hopeloos ingewikkeld zou worden is een al lang afgezaagd liedje, maar het ultieme argument dat een splitsing van het loonbeleid de weg naar een splitsing van de Sociale Zekerheid zou voorbereiden toont aan dat de ULB met deze «studie» geen serieus wetenschappelijk werk heeft afgeleverd, doch een ordinair Franstalig politiek propagandastukje. Als het werkelijke gevaar van de regionalisatie van het loonbeleid schuilt in de mogelijke voorbereiding van de regionalisatie van iets helemaal anders, dan geeft de ULB toe dat die regionalisatie op zich helemaal niet gevaarlijk is. Daar zullen die geleerde professoren van de ULB wel niet aan gedacht hebben, maar misschien kunnen ze zich voor dit academiejaar nog snel laten inschrijven voor een basiscursus logica aan één van hun faculteiten, zodat ze die kemel in de toekomst niet nog eens hoeven te schieten.

Ook het tijdstip van de publicatie van die «studie» van de ULB is op z'n mint merkwaardig te noemen. Ik heb altijd gedacht dat een serieuze economische studie al snel een paar maanden of zelfs jaren vergt, maar blijkbaar slagen de knappe koppen van de ULB erin zo'n studie in de loop van enkele weken af te leveren. Of zou het werkelijk puur toeval zijn dat de publicatie net nu gebeurt, tijdens de (niet-)onderhandelingen over een staatshervorming? De resultaten van die «studie» passen anders opvallend goed in het rijtje van noodkreten van de laatste dagen dat de crisis de Belgische economie zou schaden. Lees: dat het tijd wordt dat de Vlaamse onderhandelaars rap-rap toegeven aan de Franstaligen en een staatshervorming laten varen, niet dat de Franstalige onderhandelaars maar snel een staatshervorming –volgens hen trouwens totaal bijkomstig, dus wat is voor hen eigenlijk het probleem?– moeten goedkeuren om van het gezaag van die Vlamingen weer even af te zijn.

Neen, dan komt het Voka toch iets serieuzer uit de hoek, niet met een wetenschappelijke «studie», maar een politieke verklaring over de stand van zaken: dat het regeringsoverleg helemaal niet te lang duurt, en dat een goed programma belangrijker is dan een snelle regering. En dat een verdere staatshervorming een absolute prioriteit is voor de Vlaamse economie. En daarmee komen we terug uit bij het begin van dit verhaal, want in het onderhandelingspakket voor die staatshervorming zit ook de Vlaamse eis om in Vlaanderen met Vlaams geld uitbreidingen en verbeteringen aan het spoorwegennet te mogen financieren. En dat mag dus niet van Joëlle Milquet en de rest van de Franstalige onderhandelaars, want dat is egoïstisch en extremistisch. Misschien moet Charles Picqué maar eens naar Joëlle Milquet bellen, en haar eens goed de volgende les lezen:
Ik vind het getuigen van surrealisme dat de rivaliteit tussen de politieke strategieën zo ver kan gaan dat ze de mobiliteit bijna verlamt.
Kon het eigenlijk nog beter gezegd worden? Charles Picqué zal het echter misschien zo niet bedoeld hebben.

Labels: , , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten