7 oktober 2011

Het referendum over de splitsing

China is al sinds de jaren ‘60 erg in trek als argument tegen de democratie. De éénpartijstaat China biedt zijn burgers toch maar een betere levensstandaard dan de parlementaire democratie India. Nu China zijn aureool van communistische gidsnatie vervangen heeft door dat van grenzeloze groeier, blijft dezelfde retoriek in trek. Miljonair en “Belg, geen Vlaming” Roland Duchâtelet vindt (DS 10-9) dat politieke partijen door “managementteams” moeten vervangen worden, en dat het stakingvrije China de weg toont: geen democratie, geen debat, alleen management “niet gehinderd door al dat gezever in de gazetten en de politieke spelletjes”.





Hij is maar de zoveelste belgicist die zich tegen de democratie uitspreekt. We gaan hier niet nog eens de antidemocratische drijverijen van de B-militanten opsommen, maar wel ingaan op het ene argument van hun kant dat de omgekeerde indruk wekt: dat het behoud van het structureel ondemocratische België tenminste door een democratische meerderheid gedragen wordt. Volgens hen zou slechts een kleine minderheid desgevraagd vóór een splitsing van België stemmen.


BROV

Merk echter op dat de meeste belgicisten zich niet voor de directe democratie (bindend referendum op volksinitiatief, BROV) in het algemeen uitspreken, en zelfs niet concreet voor het referendum over de splitsing. België is het referendum nooit genegen geweest. Het enige referendum dat dit land ooit meegemaakt heeft was niet op burgerinitiatief en was uiteindelijk ook niet bindend: de uitslag ervan (ruim 57% vóór de terugkeer van Leopold III als koning) werd terzijde geschoven toen de Waalse linkerzijde rellen ontketende en sommigen met een Waalse afsplitsing dreigden. Campagne en uitslag dreven de Vlaams-Waalse tegenstelling op de spits en de vrees bestaat dat elke nieuwe volksraadpleging hetzelfde effect zou hebben. Daarom blokte een nipte maar beslissende meerderheid van de politieke klasse het referendum over de EU-grondwet af, hoewel alles erop wees dat Walen en Vlamingen nu eens hetzelfde zouden gestemd hebben, namelijk allebei tegen, precies zoals de Fransen resp. de Nederlanders. Men achtte het precedent van een referendum te gevaarlijk omdat het bij een volgende gelegenheid onvermijdelijk de scheiding der geesten aan het licht zou brengen.

Wat zou een referendum over de splitsing opleveren? Meerdere omstandigheden bevoordelen de stem pro België. Als de federale overheid de vraagstelling bepaalt, zal die inspelen op de angst voor het onbekende, dus niet bv.: “Wilt u een onafhankelijk Vlaanderen?”, wel: “Wenst u het einde van België?” Kankeren op Belgische wantoestanden is één ding, maar dat vertrouwde kader (met zijn talloze dagelijkse tekenen: identiteitskaart enz.) afschaffen, dat is voor politiek weinig bewuste mensen toch wat akelig, zolang hun aandacht niet op een overtuigend beter alternatief gericht wordt. De media zullen massaal campagne voeren voor de pro-Belgische keuze. Maar vooral: het gebrek aan een vooraf bestaande democratische cultuur met een vertrouwde praktijk van referenda speelt in het voordeel van België.


Antipolitiek

In een echte democratie met BROV doen de burgers zelf aan politiek. In het huidige systeem overheerst bij de massa de antipolitiek, met vrijblijvend gemopper over wat “ze daar in Brussel” weer aan het bekokstoven zijn. Hét actuele voorbeeld hiervan is de veelgehoorde commentaar dat de huidige crisis maar een “politiek spelletje” is, louter aangedreven door grote ego’s. Maar wie zelf aan politiek doet, ondervindt onvermijdelijk de blokkering die inherent is aan de Belgische structuren. Daarom bv. dat Frank Vandenbroucke, door ervaring met de Franstalige onwil wijzer geworden, van het Belgische niveau naar het Vlaamse verkaste, waar hij tenminste iets van zijn projecten zou kunnen verwezenlijken. Als de Vlamingen over de grote politieke kwesties ter stembus waren gegaan, met daaraan voorafgaand een brede maatschappelijke discussie en gevolgd door het soort Franstalige blokkering dat nu onder politici optreedt, dan hadden zij zelf het Belgische probleem ondervonden. Dan waren zij hun sentimentele gehechtheid aan de status quo al lang ontgroeid.

Maar zelfs een uitzonderlijk en door de overheid gecontroleerd referendum zou, weliswaar in mindere mate dan echte ervaring met directe democratie, tot een veel grotere bewustwording van het Belgische probleem leiden. Tijdens de campagne krijgt iedereen de argumenten voor en tegen België onder de neus geduwd, niet als toeschouwersport maar als opstap naar een eigen beslissing. De blauwdruk voor een Vlaamse republiek zou algemene bekendheid krijgen. Het mentale klimaat ten aanzien van het Belgische vraagstuk kan dan snel evolueren. Voeg daarbij dat een eerste referendum binnen het huidige stelsel een gril is en daardoor de neiging om “tegen” te stemmen bevordert. Dat maakt de uitslag veel minder zeker dan de belgicisten ons en zichzelf trachten in te prenten. Daarom nemen zij niet het risico om het referendum te organiseren dat de roep om splitsing voorgoed de kop moet indrukken.


Labels: , , ,

Read more...

9 februari 2011

Vlamingen in de zoo

Wie de Vlaamse beweging aan het werk ziet, stuntelig en amateuristisch, haar traagheid afgewisseld met grillige uitbarstingen, zal zich weinig aangespoord voelen om haar te vervoegen. Wie echter haar belgicistische tegenstanders leest, kan daardoor wel geprikkeld worden om zich te engageren in de weerlegging van hun zelfgenoegzaam discours.



Een vers voorbeeld vinden we in de Knack-bijlage De Onafhankelijkheidsgedachte, 2-2-2011, namelijk de bijdrage van UA-geschiedenisdocent Maarten Van Ginderachter. Het begint al bij de titel: “Wondermiddel of koortsdroom?” Er bestaat bij mijn weten geen enkel belgicistisch wederwoord op de Vlaamse onafhankelijkheidsgedachte dat niet in karikaturen vervalt. Eén voor één doen ze stoer door heel scherp een stropop de grond in te argumenteren, met zorgvuldig vermijden van wat in Vlaamsgezinde kringen echt leeft. Daar zegt immers niemand dat de Vlaamse onafhankelijkheid een “wondermiddel” is. Ze zal de klimaatproblemen niet oplossen, en zelfs met de transferlast van de schouders zal er een enorme staatsschuld uit het verleden te delgen blijven.

De professor beweert: “Wie rationeel de gapende inconsequenties in het Vlaams-nationalisme aanwijst” -- zonder enig voorbeeld -- “krijgt van alles naar het hoofd geslingerd, maar zelden afdoende antwoorden.” Vervang “Vlaams” door “Belgisch”, en het is helemaal juist.

Maar dat zegt hij vlak nadat hij Guy Verhofstadts demonisering van het Vlaams (niet het Belgisch) nationalisme door de reductio ad Hitlerum aangehaald heeft. U weet nog, “l’identité, c’est Auschwitz”. Die keurt hij af, maar ze herinnert er natuurlijk wel aan dat juist wie de onafhankelijkheidsgedachte ernstig neemt, “van alles naar het hoofd geslingerd krijgt”, en wel veel ergere dingen dan de belgicisten ooit hoeven te vrezen. Want inderdaad: “Het grootste verwijt dat je van een Vlaams-nationalist kunt krijgen, is dat je een slechte Vlaming en een nestbevuiler bent.” Och, is het dat maar? Terwijl belgicisten hun tegenstanders wereldwijd als nazi’s belasteren, moeten zijzelf alleen vrezen voor de krachteloze term “slechte Vlaming”. En dan nog, want eerlijk gezegd heb ik in alle communautaire discussies op diverse forums nog nooit die term gehoord, tenzij juist uit de mond van belgicisten die zich met een nep-geuzennaam als het slachtoffer van een vreselijk Vlaams fanatisme willen voordoen.

Zelfs de scheldwoorden worden hier verdraaid: “Critici worden aan de kant gezet als ivorentorenintellectuelen die niet inzien dat de ‘verdamping’ van België een onvermijdelijk historisch proces is.” Het probleem met die intellectuelen is niet dat ze in een ivoren toren leven, verstrooide professoren die zich zodanig in esoterische onderwerpen verdiepen dat ze het contact met de dagdagelijkse werkelijkheid verliezen. Nee, het is inzake zeer eenvoudige dossiers dat zij zeer evidente feiten weigeren te zien, niet de “verdamping van België” (die overigens wel omkeerbaar is, bv. naar het unitaire volledig tweetalige België waarvan de Vlaamse beweging een eeuw geleden droomde), maar bv. de schending van de grondwet inzake BHV. Ik ga ze hier niet verder opsommen, de prof mag zijn eigen huiswerk doen en het gepubliceerde argumentarium tegen België nalezen.

De belangrijkste leugen in de column is de stelselmatige vereenzelviging van de onafhankelijkheidsgedachte met “Vlaams-nationalisme”. Het is net zoals Jos Geysels in zijn recente tv-debat tegen Peter De Roover: toen deze hem totaal gevloerd had met zijn ontleding van het ondemocratische karakter van de Belgische staat, wist hij niets beters te bedenken dan het boewoord “nationalisme”. Ook mensen die niets met nationalisme hebben, ondermeer buitenlandse waarnemers, stellen vast dat België structureel ondemocratisch en een bron van slecht bestuur geworden is.

Maar dat wil de UA-historicus niet geweten hebben, liever psychiatriseert hij de ander: “De Wever heeft het separatisme een rationeel imago aangemeten, maar hoe je het ook draait of keert, de bestaansreden van het Vlaams-nationalisme blijft pure emotie, namelijk wrok tegen België.” Misschien geldt dat wel voor het “Vlaams-nationalisme”, het ligt er maar aan hoe je die boeman definieert, maar het geldt zeker niet voor de onafhankelijkheidsgedachte. Overigens hoeft zogenaamde wrok niet irrationeel te zijn. Is de wrok van een slachtoffer van verkrachting tegen de dader niet gebaseerd op een correcte vaststelling van een reëel onrecht? Het onrecht tegen de Vlamingen zit in de Belgische staat ingebakken, en sommigen hebben hun wrok daarover omgezet in een rationeel gefundeerde onafhankelijkheidsgedachte.

De troefkaart van onze academicus is een brutale drogredenering: “Je kunt toch niet met een uitgestreken gezicht blijven beweren dat Vlaanderen een onderdrukte natie is. Welke maatstaven je ook gebruikt, Vlaanderen duikt voortdurend op in de Top 10 van de welvarendste regio’s ter wereld.” Deze reductie van de mens tot zijn economische dimensie is precies het argument dat ter verdediging van de Apartheid gebruikt werd: je kunt toch niet beweren dat de Zuid-Afrikaanse zwarten onderdrukt zijn? Ze zijn veel welvarender dan de zelfbesturende zwarten in de rest van Afrika!

Er is een verschil tussen economisch welslagen en soevereiniteit. De Vlaming kan niet eens een partij wier beleid hij ondergaat doch afkeurt, zoals de PS, democratisch wegstemmen. Maar waarom over democratie beginnen, jullie hebben toch genoeg te eten? Belgicisten bejegenen Vlamingen als dieren in de zoo.

Labels: , , ,

Read more...

Durven de Vlamingen het aan?

Mia heeft het licht gezien! In een gastcolumn in de vrt-webruimte deredactie.be op 23 januari 2011, “Volksraadpleging kan politieke impasse doorbreken”, pleit Mia De Schamphelaere, oud-CD&V-senatrice, voor een beslissend referendum over de staatkundige toekomst van België.



Zij ziet vier opties waartussen het soevereine kiezerskorps kan kiezen:
1) “terug naar een unitair België”, dus “geen paritaire regering meer, geen bijzondere meerderheden en geen beschermingsmechanismen en het gebruik van de officiële landstalen in alle administraties van Oostende tot Aarlen”;
2) “de huidige grondwet met wijzigingsmogelijkheden behouden”, wat neerkomt op “almaar moeilijker wordende regeringsvormingen”;
3) “een confederatie”, wat betekent “autonomie voor de deelstaten met een Belgische koepel”;
4) “onafhankelijkheid”, wat “het einde van België” impliceert, en “voor Vlaanderen het risico om de band met Brussel te verliezen”.

Het gebeurt zelden dat christendemocratische politici voor het referendum pleiten, evenmin in het tot directe democratie neigende Duitsland als in het ondemocratische België. Ten eerste heeft die politieke familie met haar kerkelijke wortels vanouds een voorkeur voor bevoogding door een hoger gezag, en ten tweede is zij sinds WO2 bijna onafgebroken aan het bewind geweest, een positie waarin men elke volksinspraak als een afknabbeling van de eigen macht ziet. Het is geen toeval dat juist een recent naar huis gestuurde politica (niet herkozen in 2010) nu openlijk met de klassieke partijlijn breekt. Maar de hemel verheugt zich over elke bekeerling.

Er is een tastbare aanleiding voor die toewending tot het democratisch alternatief: “het Belgisch institutioneel kader leidt enkel nog tot wederzijdse blokkeringen”. Wanneer de indirecte democratie vastloopt, “raadpleegt men de eigenlijke opdrachtgevers, de bevolking dus”. In enkele landen is dit een gevestigd gebruik, en met goed gevolg, maar in België? De enige Belgische volksraadpleging, die over de Koningskwestie, dateert van 1950, maar “de uitslag toonde een té grote verdeeldheid tussen beide landsgedeelten en werd om redenen van pacificatie niet gerespecteerd”. Wie met geweld dreigt, overtroeft hier het volksbesluit.

De negatieve lezersreacties op haar voorstel staan dan ook bol van cynisch defaitisme tegenover de antidemocratische krachten in België: als het toen niet kon, waarom het dan nu proberen? Op die retorische vraag bestaan goede niet-retorische antwoorden. Eén is het zelfrespect, dat wij als bevolking onze eigen politieke koers willen bepalen. Maar voor wie geen zelfrespect lust (en dat zijn er nogal wat), is er een dringender reden: “Nu functioneert onze staat zeker niet”, de politieke klasse komt er zelf niet meer uit want de door haarzelf geschapen staatsstructuren blijken onwerkbaar.

Mw. De Schamphelaere geldt als eerder Vlaamsgezind, net als LDD en VLOTT die ook met referendumvoorstellen komen. Maar tegelijk werpen anti-Vlaamse scheldkanonniers als Tom Lanoye de handschoen: durf maar eens een referendum over de splitsing van België te organiseren, je zal zien dat de meerderheid van de Vlamingen (laat staan van de Belgen) daartegen gekant is.

Inderdaad, het is een waagstuk, voor beide partijen. Eerst en vooral voor de Vlamingen. De kiezer in de discretie van het stemhokje heeft misschien meer haar op zijn tanden dan de politicus die niet eens de grondwettelijk reeds vastgelegde splitsing van BHV in feiten weet om te zetten; maar Vlamingen zijn berucht om hun terugkrabbelen in het zicht van de genadestoot. Die slag met de goedendag, dat was in 1302, vergane glorie die de Vlaamse regering in 2002 zelfs weigerde te gedenken. De dolkstoot van aspirant-baron Luc de Bruyckere in de rug van Bart De Wever en van het eigen Voka-programma herinnert eraan hoe zoollikkerij naar hogere machten ten nadele van de Vlamingen diep in de volksaard ingeroest is. Daarnaast zijn er ook eerbare bezwaren, bv. de inschatting dat Brussel dan helemaal verloren gaat.

Anderzijds schept een referendum binnen een samenleving die er geen ervaring mee heeft, onverwachte opiniebewegingen. De antidemocratische kritiek dat referendums altijd in het voordeel zijn van het oppositiestandpunt, heeft een grond van waarheid, namelijk zolang het referendum slechts per uitzondering georganiseerd wordt. Dan kunnen scheeftrekkende kinderziekten optreden, echter slechts totdat de burger ervaart dat hij nu zelf de beslissingen neemt. Vanaf dan hoeft hij geen puberale vuist meer te maken tegen het gezag, omdat hij zelf de gezagspositie bekleedt. In dit geval zou een onverwacht referendum over het voortbestaan van België een lichtjes revolutionaire sfeer scheppen, en die werkt in het voordeel van de Vlaamse eisen, omdat die het oppositionele standpunt vormen. Tussen de aankondiging van een volksstemming en de eigenlijke kiesdag kan er in de geesten veel gebeuren.

Daarom moeten ook de belgicisten niet te zegezeker zijn. De gemiddelde Vlaming van vandaag is een politieke slaapkop, een vijg waarvoor de Coburgs niet bang zijn, en in een gedurfd project volharden ligt niet in zijn aard. Maar in zo’n referendumcampagne kan deze slapende schoothond gewekt worden, en wel door de Vlamingenhaat die de belgicisten in die omstandigheden nog ongebreidelder zullen spuien dan ze de jongste maanden reeds gedaan hebben. Het is allerminst zeker dat hij op de grote dag voor de status-quo zal stemmen.

Labels: , ,

Read more...

<<Oudere berichten