Woordenstrijd schept misverstanden. Deze zin is vooral van toepassing hedentendage op het begrip Libertarisme of Libertarianism. In Europa kent men deze term totaal niet of verwart men ze met het begrip libertijns, wat staat voor het ongebonden zijn door enige moraal of conventie. (zie ook over de begripsverwarring LVB.NET)
Libertarianism staat niet voor een libertijnse moraal. Het kan wel zijn dat een persoon die volgens libertarische principes leeft zich zelf op een libertijnse wijze gedraagt maar het kan evengoed zijn dat een libertariër er een conservatieve levenswijze op nahoudt. Dit kan allemaal, zolang men maar het belangrijkste principe van libertarisme in het vaandel houdt, namelijk: that individuals should be free to do whatever they wish with their person or property, as long as they do not infringe on the same liberty of others. (Bron wikipedia) (Ne vertaling: individuen moeten vrij zijn om te doen wat ze wensen, zolang ze maar niet de rechten of de vrijheid van anderen schenden)
In Continentaal Europa komt de term min of meer overéén met het begrip "liberalisme", alhoewel dat begrip ook meerdere ladingen dekt. Het begrip liberal daarentegen in de Angelsaxische wereld staat eerder voor sociaal-democratisme of socialisme, wat een begripsvervaging van je welste is. Alom bekend is het feit dat de filosoof/econoom Hayek daar reeds lang tegen deze begripsvervaging vocht, helaas tevergeefs in de Angelsaksische wereld.
In Europa probeert men soms het begrip "liberaal" uit te leggen door een toevlucht te nemen tot de onderverdeling tussen ethische/morele kwesties en economische aangelegenheden. Een liberaal zou namelijk op het vlak van morele kwesties "progressief" zijn en op economisch vlak "conservatief", wat derhalve inhoudt dat een liberaal op ethisch vlak voor een vrije moraal staat zonder overheidsinterventie en dat op economisch vlak hij de vrije markt aanhangt.
Het sterke punt van deze weergave is dat het weergeeft dat het begrip "conservatief" helemaal niet alleen kan bekend staan als een negatief begrip maar ook in een positieve betekenis. Conservatief staat hier voor een pro-vrije markt-houding. Toch is deze weergave niet echt zaligmakend.
Maar zoals gezegd wordt het begrip conservatisme, vooral in Continentaal Europa, als iets negatief neergezet door zijn tegenstanders. Conservatisme wordt begrepen als behoudsgezindheid, zelfs als achterlijkheid, of andere kwalen. Dit is slechts één betekenis van dit begrip, dat net als "liberalisme" of "libertarisme" onvermijdelijk ten prooi is gevallen aan begripsverwarring. Zo wordt "liberalisme" soms ook in een geschiedkundig filosofische betekenis gebruikt in plaats van zijn meer politieke inhoud. In zijn geschiedkundig filosofische betekenis staat "liberalisme" bekend als een uitloper van Napoleontische of Franse revolutionaire tijdperk en is het de grondlegger van het controledenken van Marx en Hegel. Duidelijk dus tegenovergesteld aan de inhoud van het politiek liberalisme zoals hierboven reeds uitgelegd. Toch heeft dit geschiedkundig filosofische liberalisme ook uitlopers in de politiek, maar de verklaring daarvoor valt buiten het bestek van dit artikel.
Maar dus naast zijn negatieve betekenis kent het begrip "conservatisme" ook een positieve, ideologische inhoud, zoals bijvoorbeeld helder uitééngezet door Edmund Burke. En daarin stellen we vast dat het ideologisch conservatisme niet tegen "vooruitgang" is, maar dan wel voor wijze en intelligente vooruitgang.
Over het andere begrip, namelijk "progressief" moeten we weinig woorden aan vuil maken. Iedereen beseft wel dat dit begrip het meest verkracht is geworden en eigenlijk voor alles en nog wat wordt gebruikt tegenwoordig. Socialistische partijen noemen zich het vaakst progressief maar juist omdat dit begrip te veel en ook te weinig zegt, kan je het nog moeilijk gebruiken mijn inziens om een politieke woordenstrijd te duiden. Daarom kan is het niet hanteerbaar in de onderverdeling tussen ethisch en economische kwesties. Progressief zou immers daar staan voor het vermijden van overheidsinmenging op ethisch/moreel vlak maar het begrip progressief wordt meestal gebruikt door socialistische groeperingen die juist vaak voor meer overheidsinmenging zijn. Het is dan van in het begin ook duidelijk dat de deling "conservatief-progressief" niet gelijk valt met de ideologische deling "meer overheidsinmenging-minder overheidsinmenging".
Wat moeten we dan gebruiken en vooral is deze woordenstrijd wel van enig belang. Om de eerste vraag te beantwoorden moeten we terug grijpen naar de definitie en de ideologie van libertarisme/liberalisme. Libertarisme stelt drie begrippen centraal: "life, liberty and property" (leven, vrijheid en eigendom) Dit concept is al eeuwenoud en vond via de Magna Charta haar ingang in de Amerikaanse grondwet (de Due process-Clauses: No man shall be deprived of life, liberty and property without a due process of law) Het is de ultieme uitdrukking van het minarchisme. Een mens kan doen met zijn lichaam, vrijheid en eigendom, zolang hij anderen maar niet schaadt. Dit moet de grondvest zijn van iedere beschaafde staat, omdat het de er voor zorgt dat een staat vertrekt vanuit het individu en pas daarna de collectiviteit in het leven roept, in plaats van omgekeerd te beginnen.
Libertarisme stelt derhalve vrijheid centraal. Daarom stellen sommigen dat ze libertarisch zijn op economisch vlak, maar dan niet op ethisch vlak. Persoonlijk heb ik het moeilijk met dit onderscheid omdat het begrip daarmee wordt ondergraven.
Libertarisme wordt bovendien algemeen gezien niet zo begrepen. Dit (redelijke lange)extract uit de Engelstalige editie van Wikipedia geeft dit goed weer:
Libertarianism is often viewed as a right-wing movement, especially by non-libertarians in the United States and Canada, where libertarians tend to have more in common with traditional conservatives than American liberals, especially with regards to economic and gun control policies. [...]
But describing libertarians as right-wing (or left-wing for that matter) is misleading, since the central tenets of their philosophy do not fall strictly into a left-right designation. Libertarians reject the categorization of their principles in terms of right-wing and left-wing. For example, libertarians oppose the War on Drugs, conscription, any war that is not in self-defense or to aid another nation in their defense, while supporting the expansion of free trade and minimizing taxation, clearly bridging the classic left-right political divide.
Another way to understand where libertarians fit into the political spectrum would be to contrast the view with both social democracy, which favors government action to promote equality, and conservativism, which favors government action to promote order. Libertarianism favors freedom and opposes government action to promote either equality or order, in the understanding that order is emergent from a state of justice. For example, conservatives are likely to support a ban on same-sex marriage, in the interests of preserving the traditional order, liberals are likely to favor allowing same-sex marriage, in the interest of guaranteeing equality under the law, and libertarians are likely to attack the notion of government-sanctioned marriage itself. Specifically, they deny that the government deserves any role in marriage other than enforcing whatever legal contract people choose to enter, and to oppose the various additional rights currently granted to married people.
Anderen, zoals Hans-Hermann Hoppe zo te zien, gaan libertarisme dus meer als een adjectief (als vrijheidslievend) gaan gebruiken om hun visie op een bepaald vlak weer te geven, dan het als een ondeelbare allesomvattende term (substantief) te gebruiken die een ideologie omvat. Mijn inziens is het laatste aan te raden maar discussie daaromtrent is onvermijdelijk.
Toch moet daarbij benadrukt worden dat deze woordenstrijd in zekere zin bijzaak is. Al wie vrijheidslievend is, hoe hij zich ook mogen noemen, zet zich in voor een vrije, democratische wereld.