1 maart 2022

De islamgeschiedenis, antiek maar actueel

  


De islamgeschiedenis, antiek maar actueel

(Doorbraak, 23 februari 2022)

 

In zijn jonge leven (34) is de Gentse imam Khalid Benhaddou al vaak een gegeerde partner gebleken voor uitgevers, Antwerpse burgemeesters en interviewers. Zopas mocht hij in een vraaggesprek voor De Morgen (21/2) zijn diepste onbehagen onthullen: "De islam komt altijd in het nieuws als er problemen zijn. Ik denk dat veel moslims daar genoeg van hebben." Hij zegt het warempel nog beschaafder dan destijds ons Mieke Vogels, die verklaarde dat ze "het beu" was.

 

Dat moslims de eeuwige associatie met harde en zachtere, dichtbije en verderafgelegen vormen van terreur, vrouwenmishandeling en ongelovigenvervolging zouden willen afschudden, zal wel. Maar kan dat eigenlijk?

 

De hier vaak opduikende smoes dat "er in elke gemeenschap wel rotte appelen zitten" zonder iets over die gemeenschap zelf te impliceren, snijdt geen hout. De islamgemeenschap heeft een hechtere band met haar problematische gezichten dan andere gemeenschappen met hun rotte appelen. Als rabauwen roofovervallen plegen hoewel ze gedoopt zijn, fronst hun gemeenschap de wenkbrauwen, want dat is niet heel katholiek. Maar moslims kunnen zich op de hoofdbron van de islamwet beroepen: het voorbeeldgedrag van Mo zelf, die 26 overvallen op karavanen persoonlijk leidde. 

 

Het christendom komt al dichter bij de islam waar het de slavernij betreft, die 18 eeuwen in de christelijke wereld gebloeid heeft. Maar toen Verlichte vrijzinnigen in de 18de eeuw haar afschaffing gingen eisen (doorgevoerd door Franse Revolutionairen, 1794), sprongen talloze christenen mee op die kar. Zij gingen in tegen Paulus' oproep aan de slaven om hun meesters te gehoorzamen, maar de Bijbel bevat allerlei contradicties, en Jezus, die de slavernij stilzwijgend aanvaard had, beoefende tenminste zelf nooit de slavernij. Je kon verdedigbaar je geloof zo duiden dat het met een wereld zonder slavernij verzoenbaar was. Wereldhistorisch was de invloedrijkste figuur in de afschaffing van de slavernij de Britse politicus William Wilberforce (van wie bekendere *emancipators of the slaves* als Abraham Lincoln en Leopold II slechts epigonen waren), en hij was tevens een groot pleitbezorger van de christelijke missie. De islamwereld heeft daarentegen nooit een abolitionisme gekend en is door het Britse Rijk en later door de Verenigde Naties tot afschaffing moeten gedwongen geworden. Zeer tegen de zin, zoals bleek bij de prompte herleving ervan toen de Islamitische Staat in 2014 de Jezidi heidenen onderwierp. Waarom? Omdat het slechts de naleving was van slaafnemer Mohammeds voorbeeldgedrag.

 

De associatie van ook de gewone brave moslims met "hun" terroristen is dus niet helemaal ongefundeerd. Dezen zijn geen "rotte appelen", uitgespuwd door hun eigen gemeenschap, zij voegen slechts de daad bij een woord dat door alle moslims beleden wordt. Dat de meeste moslims geen terroristen zijn, betekent niet dat er "ook een andere, niet-militante islam bestaat", en nog minder dat "de islam niets met terrorisme te maken heeft", wel dat de meeste nominale moslims slechts oppervlakkig zijn in hun geloofsbeleving. Maar zolang zij verbaal bij de islam blijven zweren, zijn zij wel degelijk met een navelstreng aan de scherpe kantjes van die godsdienst verbonden.

 

Die hele argumentatielijn heb ik in eerdere publicaties ontwikkeld (bijvoorbeeld in mijn boek *Moordwapens en Dooddoeners*), ik hoef ze hier niet te hernemen. Op basis daarvan kan ik imam Benhaddou echter wel een oplossing voorstellen: bevrijd de moslims uit de geestelijke gevangenis die Mohammed rond hen gebouwd heeft. 

 

Absurd? Onmogelijk? De praktijk bewijst het tegendeel. Nadat West-Europa en stilaan ook delen van de VS een verregaande ontkerkelijking kennen, stellen we de jongste decennia vast dat steeds meer moslims de islam verlaten, naargelang hun situatie openlijk of in stilte. In veel gevallen is kennismaking met de kwalijke elementen in de islamleer de aanleiding.

 

Er is de jongste decennia, vooral sedert het doodvonnis over Salman Rushdie in 1989, veel geschreven over de ontluisterende ontstaansgeschiedenis van de islam als verklaringsgrond voor de islamwet van vandaag. De profeet Mohammed heet bijvoorbeeld een pedofiel (die het met Aisja deed op haar negende), beul van zijn critici, en slavenhandelaar. Dat zulke dingen ook in tal van andere antieke culturen bestonden, is niet terzake: niemand kan aanvoeren dat hij het recht op pedofilie of slaafneming heeft *omdat* de Romeinen dat ook kenden, terwijl Mohammeds zogenaamd modelgedrag via de islam wél tot vandaag gevolgen heeft, bijvoorbeeld dat de wettelijke leeftijdsgrens voor meisjes om te huwen in Iran negen jaar is. Ajatollah Chomeini kon op zijn 29 een tienjarig meisje huwen *omdat* Mohammed daartoe het voorbeeld gegeven had.

 

Het betreft hier de polemische bekendmaking van de versie die islamieten zelf onderling aanleren, of die alvast in de grondteksten van de islam vastligt. Meer dan het hedendaagse christendom neemt de islam zijn grondteksten ernstig door er zijn wetgeving ofte sjari'a op te baseren, dus de daarin verhaalde 7de-eeuwse geschiedenis is geen antiquiteit zonder belang. Veruit de beste Nederlandse inleiding, ook volgens wijlen Etienne Vermeersch, tot de werken & dagen van de profeet is het boek *De Gekaapte Religie* van Eddy Daniels. 

 

Maar er is nog een andere ontstaansgeschiedenis van de islam. geschiedenis, één die geen beschuldigingen bevat doch bij verdere bekendwording nog drastischer aan de boom van de islamitische zelfzekerheid zal schudden. Want hoe subjectief belangrijk de islamitische zelfgeschiedenis ook is, aan haar objectieve geldigheid wordt de jongste decennia getwijfeld, althans onder vaklui. Daarover volgende week meer.

 

 

 

 

De islamgenese en de moslims

 (Doorbraak, 2 maart 2022)


Er zijn talloze bijzonderheden over de woorden en daden van de profeet Mohammed bekend, van de sleuteldata van zijn loopbaan tot zijn dagelijkse lichaamsverzorging, met zijn alom nagebootste “baard van de Profeet”. Dat omvat ook enkele gênante toegevingen tegen het eigenbelang in. We bedoelen niet de slavernij of andere zaken die vandaag onverkoopbaar zijn en door apologeten weggemoffeld worden, maar destijds aanvaard werden; wel daden die ook toen al vreemd of laakbaar moeten gevonden zijn, van Mohammeds zelfmoordpoging nadat hij zijn eerste “openbaring” gekregen heeft en denkt dat hij door een duivel bezeten wordt, tot zijn poging om een verwachte moordpoging op hemzelf laffelijk af te wenden naar zijn neef Ali. Die verlegenheid is een belangrijk criterium voor historiciteit, want een hagiograaf zou zoiets niet verzinnen, hij geeft het alleen toe omdat het nu eenmaal al te bekend is. Dat alles schijnt de indruk van Ernest Renan te bevestigen dat de islam "in het volle licht van de geschiedenis" ontstaan is.

 

Maar bestaan er ook niet-islamitische bronnen die dat ontstaansverhaal bevestigen? Zulke uitwendige getuigenissen zijn bijvoorbeeld wél aanwezig voor het verhaal van Jezus: dat Hij de verrezen Zoon Gods is, wordt wel nergens geschreven, maar figuren als Herodes, Pontius Pilatus en Kajafas blijken volgens Romeinse en Joodse bronnen wel degelijk op de juiste plaats en tijd bestaan te hebben. Ook Jezus zelf duikt in de teksten al na enkele decennia op. Nog enkele millennia eerder wordt een andere godsdienststichter, Zarathoestra, onrechtstreeks (en zijn werkgever koning Vistaspa zelfs uitdrukkelijk) genoemd in een andere, vijandige bron, namelijk de Rig-Veda. Maar Mohammed?

 

De eerste Arabische bron die het woord muḫammad bevat, is de inscriptie op de Rotskoepel-moskee uit 691, dus 59 jaar na Mohammeds traditionele sterfdatum. Als men de betrokken zin eruitlicht, is het gewoon de tweede helft van de islamitische geloofsbelijdenis: “(Er is geen god behalve Dé God [= Allah], en) muḫammad is de gezondene van God.” Daarin zien moslims de bevestiging van hun geloof. Wie echter de volgende zin erbij leest, ziet de man die als Gods gezondene beschreven wordt, Jezus is. Als gezondene Gods heet Jezus dus muḫammad, “geprezen”, de basisbetekenis van het woord vóór het ook een eigennaam werd. Ook de munten die in die periode in de Levant geslagen worden en de eerste Byzantijnse vermeldingen van de nieuwe Arabische heersers aldaar wijzen niet op een nieuwe godsdienst ter vervanging van het christendom; hoogstens op een christelijke “ketterij” ter vervanging van het Byzantijnse, dan nog katholieke christendom. Met name was deze Aramees-sprekende gemeenschap in Syrië (en als minderheid ook in het Perzische rijk) anti-trinitair: zij verwierpen dat er naast God de Schepper nog een andere goddelijke persoon bestond. “Zoon Gods” kon als eretitel geduld worden, maar Jezus was niet goddelijk, en ook zijn verrijzenis was niet nodig, al was hij wel een na te volgen modelmens.

 

De 7de eeuw weet ook niet van een stad Mekka, zelfs niet op landkaarten. De stad wordt pas in 741 vermeld, hoewel ze in de islam als oeroud geldt, waar Adam en Eva terechtkwamen en ook Abraham woonde. De oudste moskeeën hebben als gebedsrichting niet Mekka maar de stad Petra in Jordanië, een duizend kilometer noordelijker. De islamitische traditie dateert de definitieve redactie van de Koran rond 650 maar erkent zelf dat de levensbeschrijving van de Profeet, basis van de islamwet tot vandaag, pas uit de 9de eeuw stamt. Er gaapt dus een grote inhoudelijke leegte in de beginperiode van de islam.

 

Wat dan wel gebeurd is, is de jongste dertig jaar in kaart gebracht door een groep Britse, Franse en vooral Duitse geleerden. We gaan het in de nabije toekomst vaker en in grotere bijzonderheid over hun werk moeten hebben, en ook een keertje over de voorspelbare tegenstand die zij vanwege het steeds pro-islamitischere academische bestel hebben moeten ondervinden. Maar dat laatste is sub specie aeternitatis een onbeduidende kanttekening bij een echte revolutie in ons begrip van de islamgeschiedenis. Hier slechts een samenvatting.

 

Arabieren dienden als huurlingen of hulptroepen voor zowel het Byzantijnse als het Perzische rijk in hun oorlog begin 7de eeuw. Na een lange reeks overwinningen werden de Perzen in 622 verassend verslagen en in 628 van de kaart geveegd. In 622 kwam de Levant in handen van de Arabische troepen omdat de Byzantijnen nog niet sterk genoeg waren om hun overwinning te verzilveren; samen met een groot deel van het verslagen Perzische rijk. Spoedig duiken vermeldingen op van een Arabische kalender beginnend in hun annus mirabilis 622; later omgeduid tot de islamkalender.

 

Plots in bezit van een rijk, herinneren de Arabieren zich dat het Byzantijnse en Perzische rijk een ideologische ruggengraat hadden, een staatsgodsdienst gebaseerd op een boek waarin een profeet centraal stond (de niet-Zoon Jezus respectievelijk Zarathoestra). Op basis van het anti-trinitaire christendom, dat dominant blijft onder het Oemmajadenkalifaat van Damascus, smeden zij zich een eigen religieuze identiteit die tot wasdom komt onder de Abbasidenclan, die vanaf 750 in Bagdad het kalifaat waarneemt.

 

Nog onvoldoende in kaart gebracht is de onmiskenbare invloed van de (dan al verdwenen geachte) Ebionieten: joden die in Jezus als niet-goddelijke messias geloven maar wel de joodse wet blijven volgen, waarvan we belangrijke trekken in de islamwet vinden, vooral de spijstaboes. Dat hielp alvast een identiteit te smeden die van het christendom verschilde. Een ander onchristelijk element zijn de seksuele zeden, te beginnen met de veelwijverij, die de Arabieren dierbaar was en een tegenstelling vormde met het Romeinse rijk, waar het christendom onder invloed van de bestaande heidense wet de monogamie gekozen had.

 

Een heilige steen wordt in 687 uit Petra naar het woestijndorpje Mekka overgebracht, en gaat vanaf het kalifaat van Bagdad de gebedsrichting bepalen. Het woord muḫammad wordt omgeduid tot een eigennaam, en na 750 duikt een geschiedenis van leven en werken van die Mohammed op, zelf de basis voor een wetstelsel. In de 9de eeuw vindt de islam zijn definitieve vorm.

 

Geschiedkundigen krijgen er een probleempje bij: als er geen profeet Mohammed bestaan heeft, wat is er dan waar van de verrassend realistische verhaallijn in zijn orthodoxe levensbeschrijving? Is dat overdracht van iemand (of meerderen) die wel bestaan heeft, of echt gewoon uitgevonden? Maar dat de nieuwe school van historici een veelbelovend spoor aangeboord heeft, is niet meer te negeren. Uiteraard blijven er bijzonderheden aan te vullen, maar dat de ontstaansgeschiedenis van de islam grondig verschilt van de officiële versie, is steeds zekerder.

 

Gevolgen voor de moslims? Argumenteren dat “Mo een schurk was”, kan de ogen van gelovigen en goedgelovige ongelovigen openen, maar wekt vooral weerstand op. Zeggen dat “Mo nooit bestaan heeft”, dus dat moslims vooral voor de gek gehouden zijn, zou hen de weg naar de uitgang kunnen wijzen.

Labels: , , , , , , , ,

<<Oudere berichten