24 november 2008

Coveliers, Bush en Romney zeggen zinnige dingen (Vincent De Roeck)

Een uiteenzetting over de visie van de klassiek liberale partij VLOTT op de maatschappij en op de economie als onderdeel daarvan kan anno 2008 niet voorbijgaan aan de zogenaamde kredietcrisis. Betekent deze crisis het faillissement van het liberale denken? Is het kapitalisme dan toch hetzelfde als het liberalisme? Beide vragen moeten negatief worden beantwoord. (...) Het ontstaan van de huidige crisis moet gesitueerd worden op de Amerikaanse vastgoedmarkt. Deze stortte ineen begin 2007, met als grondoorzaak een wet van 1977 de zogenaamde “Community Reinvestment Act”, die onder de Clinton-administratie werd aangescherpt. Deze wet verplicht Amerikaanse banken om op grote schaal hypothecaire leningen te verstrekken aan mensen met onvoldoende spaargelden of inkomen. Dit systeem kon gedurende geruime tijd goed gaan door het optreden van de Amerikaanse Centrale Bank. Deze instelling zorgde voor rentetarieven beneden het marktniveau (zo werd gedurende de periode 2001-2003 de rente verlaagd van 6% naar 1%). Dit kon enkel gebeuren omdat deze bank in staat is geld te scheppen uit het niets, m.a.w. geld zonder economische tegenwaarde. Dit wakkert echter inflatie aan en uiteindelijk spat de luchtbel aangezien de Centrale Bank uiteindelijk de rente fors moet verhogen om hyperinflatie te vermijden.

Dit gebeurde in de Verenigde Staten. In 2006 moest de Centrale Bank de rente verhogen (in 17 stappen van 1% naar 5,25%). Het gevolg hiervan was dat veel bezitters van vastgoed hun lening niet meer konden betalen. De vastgoedmarkt stortte in mekaar gevolgd door de beurzen. (...) Aangezien het Amerikaanse hypotheekrisico mondiaal was doorverkocht breidde de ramp zich uit naar Azie en Europa. De crisis is dus niet het gevolg van het vrije markt systeem maar wel van het overheidsgegoochel met de geldhoeveelheid. (...) Maar er zijn natuurlijk ook liberale recepten voor een oplossing! (...) De eerste stap naar een fundamentele oplossing is het terug op gang krijgen van het bancaire systeem. Het vertrouwen tussen de banken moet hersteld worden, echter zonder dat dit leidt tot een ontsporing van de begroting. De tussenkomst moet dus beperkt blijven tot het garanderen van spaargeld en interbancair krediet.

Wij wensen geen “socialisme voor de rijken” waar de bevoorrechte grootbankiers de winsten mogen houden wanneer het goed gaat, maar wanneer het fout loopt de belastingbetaler moet opdraaien voor de genomen risico’s. Het weze hier toch nog even herhaald: wij Vlaamse Liberalen beschouwen de individuele vrijheid als hoogste goed omdat wij ervan overtuigd zijn dat de mens de grootste kans op geluk heeft wanneer hij of zij zich zo vrij mogelijk kan ontplooien zonder al te veel overheidsingrijpen. (...) Natuurlijk veronderstelt deze vrijheid een verantwoordelijkheid, wij moeten namelijk aan iedereen een zelfde vrijheid en kans op geluk garanderen. (...) Kan men nog van vrijheid spreken wanneer de materiele mogelijkheden van de werkende burger door de staat via belastingen voor meer dan de helft worden afgeroomd?

Is het niet immoreel dat de overheid, in casu de Vlaamse, profiteert van het overlijden van haar burgers via exuberante successierechten? Waarom moeten spaargelden en dividenden nog eens extra belast worden terwijl al deze gelden toch reeds belast worden als inkomen? Is het systeem van de onroerende voorheffing dan zo eerlijk? Hier wordt iemand belast louter op basis van het feit dat hij of zij een onroerend goed bezit! (...) Indien tegenover deze belastingen dan nog een prestatie van de overheid zou staan, maar voor iedere bijkomende daad van de overheid wordt wel een nieuwe belasting uitgevonden. Voor ons Vlaamse Liberalen is de maat vol. De staat leeft beduidend boven zijn stand. In de (nieuwe Vlaamse) grondwet dient bepaald te worden dat iedere burger maximum 25% van zijn inkomen als belasting moet afstaan. (...) De overheid moet het met deze inkomsten stellen. Dit zal leiden tot de beperking van de staat tot diens basistaken. Enkel wat met deze inkomsten kan betaald worden zal de overheid doen. De niet betaalbare prioriteiten moeten aan het privé initiatief worden overgelaten!

Een liberale maatschappij is enkel mogelijk in een onafhankelijk Vlaanderen! Het hoeft geen betoog dat de creatie van een echte liberale maatschappij onmogelijk is in de huidige Belgische staatsstructuur. Op het einde van de vorige eeuw werd in België een Gents man premier. Aanvankelijk dacht die dat het liberalisme in dit land mogelijk zou zijn. (...) Na meer dan acht jaar proberen is gebleken dat niet het land maar de Gentenaar veranderd was. De stoere verklaringen over de Belgische ziekte en de remedies daarvoor zijn ingeslikt. De corrumperende werking van het typische Belgische salonsocialisme deed zijn werk. Van enige grotere vrijheid voor de Vlaamse burger is geen sprake, wel integendeel: de vrijheid van meningsuiting is meer dan ooit ingeperkt (een links Nederlandstalig blaadje vooral bekend voor zijn overzichten van TV programma’s werd gecensureerd door een Franstalige rechter!).

De veiligheid, een noodzakelijke voorwaarde voor een vrij bestaan, wordt nog steeds bedreigd. De staatsuitgaven worden op alle mogelijke manieren verhoogd door een manifeste onwil om een halt toe te roepen aan de illegale immigratie, terwijl wettelijke mogelijkheden zoals familiehereniging op de meest geraffineerde en uitgekookte manier worden misbruikt. Het jeugdsanctierecht, gebaseerd op de idee dat ook jongeren het onderscheid moeten kunnen maken tussen goed en kwaad, wordt op een schandelijke manier door de Walen geboycot! (...) De Gentenaar die acht jaar geleden nog liberaal en een beetje Vlaams was trok zich beschaamd terug in zijn Toscaanse kasteelhoeve! (...) Een andere nam het over. Hij komt uit Ieper, en het is zo mogelijk nog erger.Deze man zegde dat hij, na vijf minuten politieke moed, de hemel op aarde zou creëren voor de Vlamingen. Het heeft wat geduurd voor hij kon beginnen. Eerst moest hij enkele naïevelingen misleiden die nog dachten dat BHV in vijf minuten zou gesplitst zijn, een paar keer door het slijk kruipen voor de Parti Socialiste, en dan was hij premier. Ook deze man brengt er niets van terecht. Volgens een Nederlandse die in Brussel werkt zou Yves Leterme een leugenaar zijn. Men kan van Neelie van alles zeggen maar mensenkennis heeft ze in ieder geval.

Het Belgische staatsbestel rammelt aan alle kanten. De zogenaamde liberalen eisen enkel de aandacht op als het over schandalen gaat van de “poppemiekes” (een steeds weerkerend item bij de Belgische politieke topklasse), over de communicatieadviseur-directeur van de partij (met weinig contracten maar veel geld) tot het misbruik van voorkennis bij de verkoop van aandelen (maar dan zijn wij blijkbaar terug bij een poppemieke). (...) Werkt de Belgische bourgeoisie dan toch zo corruptogeen dat al die stoere mannen en vrouwen de regering ingaan als reuzen maar na enkele maanden tot slaafse dwergen herleid zijn. Zelfs voor wie ziende blind is moet het nu duidelijk zijn: 178 jaar België bewees dat een correcte liberaal georganiseerde maatschappij in dit corrupt land onmogelijk is. (...)

Dit is een samenvatting van de speech die senator Hugo Coveliers op 15 november in Berchem gehouden heeft op het VLOTT-congres.

***


(...) I appreciate you giving me a chance to come and for me to outline the steps that America and our partners are taking and are going to take to overcome this financial crisis. (...) People say, are you confident about our future? And the answer is, absolutely. And it's easy to be confident when you're a city like New York City. After all, there's an unbelievable spirit in this city. This is a city whose skyline has offered immigrants their first glimpse of freedom. This is a city where people rallied when that freedom came under attack. This is a city whose capital markets have attracted investments from around the world and financed the dreams of entrepreneurs all across America. This is a city that has been and will always be the financial capital of the world. (...) We live in a world in which our economies are interconnected. Prosperity and progress have reached farther than any time in our history. Unfortunately, as we have seen in recent months, financial turmoil anywhere in the world affects economies everywhere in the world. (...) We need to focus on five key objectives: understanding the causes of the global crisis, reviewing the effectiveness of our responses thus far, developing principles for reforming our financial and regulatory systems, launching a specific action plan to implement those principles, and reaffirming our conviction that free market principles offer the surest path to lasting prosperity.

First, we're working toward a common understanding of the causes behind the global crisis. Different countries will naturally bring different perspectives, but there are some points on which we can all agree: Over the past decade, the world experienced a period of strong economic growth. Nations accumulated huge amounts of savings, and looked for safe places to invest them. Because of our attractive political, legal, and entrepreneurial climates, the United States and other developed nations received a large share of that money. The massive inflow of foreign capital, combined with low interest rates, produced a period of easy credit. And that easy credit especially affected the housing market. Flush with cash, many lenders issued mortgages and many borrowers could not afford them. Financial institutions then purchased these loans, packaged them together, and converted them into complex securities designed to yield large returns. These securities were then purchased by investors and financial institutions in the United States and Europe and elsewhere -- often with little analysis of their true underlying value.

The financial crisis was ignited when booming housing markets began to decline. As home values dropped, many borrowers defaulted on their mortgages, and institutions holding securities backed by those mortgages suffered serious losses. Because of outdated regulatory structures and poor risk management practices, many financial institutions in America and Europe were too highly leveraged. When capital ran short, many faced severe financial jeopardy. This led to high-profile failures of financial institutions in America and Europe, led to contractions and widespread anxiety -- all of which contributed to sharp declines in the equity markets. These developments have placed a heavy burden on hardworking people around the world. Stock market drops have eroded the value of retirement accounts and pension funds. The tightening of credit has made it harder for families to borrow money for cars or home improvements or education of the children. Businesses have found it harder to get loans to expand their operations and create jobs. Many nations have suffered job losses, and have serious concerns about the worsening economy. Developing nations have been hit hard as nervous investors have withdrawn their capital.

We are faced with the prospect of a global meltdown. And so we've responded with bold measures. I'm a market-oriented guy, but not when I'm faced with the prospect of a global meltdown. (…) This crisis did not develop overnight, and it's not going to be solved overnight. But our actions are having an impact. Credit markets are beginning to thaw. Businesses are gaining access to essential short-term financing. A measure of stability is returning to financial systems here at home and around the world. It's going to require more time for these improvements to fully take hold, and there's going to be difficult days ahead. But the United States and our partner are taking the right steps to get through this crisis. In addition to addressing the current crisis, we will also need to make broader reforms to strengthen the global economy over the long term. (…) History has shown that the greater threat to economic prosperity is not too little government involvement in the market, it is too much government involvement in the market. (…)

We saw this in the case of Fannie Mae and Freddie Mac. Because these firms were chartered by the United States Congress, many believed they were backed by the full faith and credit of the United States government. Investors put huge amounts of money into Fannie and Freddie, which they used to build up irresponsibly large portfolios of mortgage-backed securities. And when the housing market declined, these securities, of course, plummeted in value. It took a taxpayer-funded rescue to keep Fannie and Freddie from collapsing in a way that would have devastated the global financial system. And there is a clear lesson: Our aim should not be more government -- it should be smarter government. (...) All this leads to the most important principle that should guide our work: While reforms in the financial sector are essential, the long-term solution to today's problems is sustained economic growth. And the surest path to that growth is free markets and free people. (...)

This is a decisive moment for the global economy. In the wake of the financial crisis, voices from the left and right are equating the free enterprise system with greed and exploitation and failure. It's true this crisis included failures -- by lenders and borrowers and by financial firms and by governments and independent regulators. But the crisis was not a failure of the free market system. And the answer is not to try to reinvent that system. It is to fix the problems we face, make the reforms we need, and move forward with the free market principles that have delivered prosperity and hope to people all across the globe. (…) Like any other system designed by man, capitalism is not perfect. It can be subject to excesses and abuse. But it is by far the most efficient and just way of structuring an economy. At its most basic level, capitalism offers people the freedom to choose where they work and what they do, the opportunity to buy or sell products they want, and the dignity that comes with profiting from their talent and hard work. The free market system provides the incentives that lead to prosperity -- the incentive to work, to innovate, to save, to invest wisely, and to create jobs for others. And as millions pursue these incentives together, whole societies benefit.

(…) Free market capitalism is far more than economic theory. It is the engine of social mobility -- the highway to the American Dream. It's what makes it possible for a husband and wife to start their own business, or a new immigrant to open a restaurant, or a single mom to go back to college and to build a better career. It is what allowed entrepreneurs in Silicon Valley to change the way the world sells products and searches for information. It's what transformed America from a rugged frontier to the greatest economic power in history. (…) Ultimately, the best evidence for free market capitalism is its performance compared to other economic systems. Free markets allowed Japan, an island with few natural resources, to recover from war and grow into the world's second-largest economy. Free markets allowed South Korea to make itself into one of the most technologically advanced societies in the world. Free markets turned small areas like Singapore and Hong Kong and Taiwan into global economic players. Today, the success of the world's largest economies comes from their embrace of free markets.

Meanwhile, nations that have pursued other models have experienced devastating results. Soviet communism starved millions, bankrupted an empire, and collapsed as decisively as the Berlin Wall. Cuba, once known for its vast fields of cane, is now forced to ration sugar. And while Iran sits atop giant oil reserves, its people cannot put enough gasoline in its -- in their cars. (…) The record is unmistakable: If you seek economic growth, if you seek opportunity, if you seek social justice and human dignity, the free market system is the way to go. (…) And it would be a terrible mistake to allow a few months of crisis to undermine 60 years of success. (…) Just as important as maintaining free markets within countries is maintaining the free movement of goods and services between countries. When nations open their markets to trade and investment, their businesses and farmers and workers find new buyers for their products. Consumers benefit from more choices and better prices. Entrepreneurs can get their ideas off the ground with funding from anywhere in the world. Thanks in large part to open markets, the volume of global trade today is 30 times greater than it was 6 decades ago -- and some of the most dramatic gains have come in the developing world.

(…) We're facing this challenge together and we're going to get through it together. The United States is determined to show the way back to economic growth and prosperity. I know some may question whether America's leadership in the global economy will continue. The world can be confident that it will, because our markets are flexible and we can rebound from setbacks. We saw that resilience in the 1940s, when America pulled itself out of Depression, marshaled a powerful army, and helped save the world from tyranny. We saw that resilience in the 1980s, when Americans overcame gas lines, turned stagflation into strong economic growth, and won the Cold War. We saw that resilience after September the 11th, 2001, when our nation recovered from a brutal attack, revitalized our shaken economy, and rallied the forces of freedom in the great ideological struggle of the 21st century. (…) The world will see the resilience of America once again. We will work with our partners to correct the problems in the global financial system. We will rebuild our economic strength. And we will continue to lead the world toward prosperity and peace. (…)

Dit is een samenvatting van de speech die George W. Bush op 13 november in New York gehouden heeft voor het Manhattan Institute.

***


If General Motors, Ford and Chrysler get the bailout that their chief executives asked for yesterday, you can kiss the American automotive industry goodbye. It won’t go overnight, but its demise will be virtually guaranteed. (...) Without that bailout, Detroit will need to drastically restructure itself. With it, the automakers will stay the course — the suicidal course of declining market shares, insurmountable labor and retiree burdens, technology atrophy, product inferiority and never-ending job losses. Detroit needs a turnaround, not a check. (...) First, their huge disadvantage in costs relative to foreign brands must be eliminated. That means new labor agreements to align pay and benefits to match those of workers at competitors. Furthermore, retiree benefits must be reduced so that the total burden per auto for domestic makers is not higher than that of foreign producers. That extra burden is more than $2,000 per car. Think what that means. (...) Considering this, Detroit has done a remarkable job of designing and engineering cars. But if this cost penalty persists, any bailout will only delay the inevitable.

Second, management as is must go. New faces should be recruited from unrelated industries — from companies widely respected for excellence in marketing, innovation, creativity and labor relations. The new management must work with labor leaders to see that the enmity between labor and management comes to an end. This division is a holdover from the early years of the last century, when unions brought workers job security and better wages and benefits. (...) You don’t have to look far for industries with unions that went down that road. Companies in the 21st century cannot perpetuate the destructive labor relations of the 20th. This will mean a new direction for the U.A.W., profit sharing or stock grants to all employees and a change in Big Three management culture. (...) The need for collaboration will mean accepting sanity in salaries and perks. (...) Investments must be made for the future. No more focus on quarterly earnings or the kind of short-term stock appreciation that means quick riches for executives with options. Manage with an eye on cash flow, balance sheets and long-term appreciation. Invest in truly competitive products and innovative technologies — especially fuel-saving designs — that may not arrive for years. Starving research and development is like eating the seed corn.

Just as important to the future of American carmakers is the sales force. When sales are down, you don’t want to lose the only people who can get them to grow. So don’t fire the best dealers, and don’t crush them with new financial or performance demands they can’t meet. (...) It is not wrong to ask for government help, but the automakers should come up with a win-win proposition. (...) But don’t ask Washington to give shareholders and bondholders a free pass — they bet on management and they lost. (...) The auto industry is vital to our national interest as an employer and as a hub for manufacturing. A managed bankruptcy may be the only path to the fundamental restructuring the industry needs. It would permit the companies to shed excess labor, pension and real estate costs. The government should guarantee post-bankruptcy financing and assure buyers that their warranties are not at risk. (...) In a managed bankruptcy, the government would propel newly competitive and viable automakers, rather than seal their fate with a bailout check.

Dit is een samenvatting van het stuk "Let Detroit Go Bankrupt!" van Mitt Romney dat op 19 november in de New York Times verscheen.


Meer over de toestand op de financiële markten op www.ies.org.
Meer teksten van Vincent De Roeck op www.libertarian.be.


2 Comments:

At 25/11/08 18:21, Anonymous Marc Huybrechts said...

Waarschijnlijk zijn er te velen die al denken van de huidige financiele crisis te kunnen begrijpen. De uitleg van Coveliers over "het ontstaan" van de crisis bevat waardevolle elementen, maar is zeer partieel of onvolledig. Dat mag men hem natuurlijk niet verwijten, maar ik heb wel mijn twijfels over de rol die hij toebedeelt aan "overheidsgegoochel met de geldhoeveelheid". Die twijfels berusten op de fameuse "equation of exchange":

M x V = P x T

Men mag (variabelen van) het geldaanbod (M) niet los zien van de omloopsnelheid of de velocity (V) van geld. De huidige 'credit crunch' of het gebrek aan vertrouwen in (en tussen) financiele instellingen betekent dat er een scherpe daling heeft plaats gegrepen in V, omwille van het bestaan van 'toxic assets', en deze slechte activa resulteren duidelijk uit slechte overheidsregulering van - zeg maar ongepaste interventies op - bepaalde financiele markten (ondermeer de hypotheekmarkten). In normale tijden is de waarde van V vrij stabiel, maar wanneer V scherp - en vooral snel - daalt dan hebben centrale banken geen betere keuze of optie dan het geldaanbod (temporeel) aan te passen in de zin van te verhogen (t.t.z. aan de hogere liquidity preference te voldoen). En de feiten tonen duidelijk aan dat de inflatie zeer beperkt is gebleven in de meeste grote industrielanden, en dat tegelijkertijd de conjuncturele bewegingen in totaal inkomen en tewerkstelling minder scherp waren in recente dekaden dan voorheen.

Het bestaan van regelmatigwederkerende asset bubbles (zoals in vastgoed) en de recente scherpe variatie in de omloopsnelheid van geld (V) wijst in de richting van onderliggende structurele problemen die te maken hebben met 'regulering' van financiele instellingen en met excessieve schuldvorming (in relatie tot inkomen). Zij zijn niet het resultaat van variaties in het geldaanbod. Centrale banken kunnen enkel de korte termijn interestvoet beinvloeden (en dus indirect ook het geldaanbod), maar zij hebben geen vat op lange termijninterest voeten (en dus ook niet op, bijvoorbeeld, hypothecaire leningen).


Ik heb geen glazen bol, en ik weet niet of de huidige economische recessie scherp gaat verschillen van de vorige over de voorbije halve eeuw, in termen van intensiteit en van lengte, maar men moet zich behoeden voor het trekken van voorbarige 'grote' conclusies.

 
At 26/11/08 00:37, Anonymous Anoniem said...

Coveliers for President!

 

Een reactie plaatsen

<< Home

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>