12 november 2007

Over de verborgen transactiekosten van de solidariteit

De NGO's staan in de kijker. Thierry Debels (in zijn boek 'Hoe goed is het goede doel?") berekent dat wellicht maar een paar % van hun budget bij de arme boer in het Zuiden terecht komt. De rest is grotendeels eigen personeelskosten, dubieuse promotiecampages en ja zelfs een deel corruptie en fraude. Wie na wat speurwerk eindelijk wat gedetailleerde boekhoudingen van een OCMW in handen krijgt, stelt vast dat soms tot 80% van het budget uit eigen personeelskosten bestaat. De Lijn dan weer dekt met eigen inkomsten nauwelijks 15% van de kosten, de rest zijn subsidies. Dienstencheques worden voor 75% bijgepast door de belastingsbetaler. Al deze organisaties (en de overheid telt er heel wat meer) danken hun bestaan en hun inkomsten aan de begrippen solidariteit en dienstverlening. Blijkbaar hebben ze dikwijls gemeen dat ze weinig efficiënt met hun inkomsten omspringen. Ze hebben ook gemeen dat het niet echt schoolvoorbeelden zijn van transparantie en goed bestuur. Wordt die solidariteit en diensverlening niet onnodig veel te duur betaald?

Waar betalen wij voor ?

In economische termen gaat het hier over organisaties die diensten aanbieden. Of het nu over belastingen, vergoedingen of giften gaat, het maakt weinig uit. Men betaalt (of moet betalen) en in ruil verwacht men een tegenprestatie. Van de NGO's wordt verwacht dat ze het merendeel van de inkomsten effectief gebruiken om arme mensen te helpen. Van een OCMW wordt verwacht dat ze vanuit hun kerntaak vooral de behoeftige burgers helpen. Het is dan ook verwonderlijk dat het grootste deel van hun inkomsten naar eigen personeels- en werkingskosten gaat. Voor betalende diensten zoals busvervoer en poetswerk wordt verwacht dat de dienstverlening zelfbedruipend is. Bij De Lijn en de dienstencheques kan dit blijkbaar alleen door flink onder de marktprijs te werken. Is dit dan geen gesubsidieerde sociale dumping?

De hamvraag in al deze is of de betalende burger waar voor zijn geld krijgt. Het antwoord is duidelijk neen. Wat men ook moge beweren, het appel aan de solidariteit is daar duidelijk geen garantie voor. Wie kritische vragen durft te stellen, wordt bijna als een verrader aan de schandpaal genageld. Hij zou de Sociale Zekerheid willen ondermijnen, verzuurd zijn of een anti-sociale burger zijn. Diegenen die het aandurven toch de vinger op de wonde te leggen worden zelfs zoals in het geval van Debels bedreigd met een rechtszaak. Klokkenluiders krijgen hun ontslag. De doelstellingen van de democratische rechtsstaat zijn ver te zoeken.

Een dag rusthuis als voorbeeld

Laat het ons daarom even eenvoudig houden en een voorbeeld nemen uit de vergrijzingsproblematiek. Veel van onze ouderen slijten vandaag hun laatste dagen in een rusthuis. Rusthuizen zijn een verworvenheid van een welvarende maatschappij die het welzijn van zijn ouderen in gedachten heeft. Rusthuizen zijn ook een noodzaak geworden omdat het familiale weefsel onder druk is komen te staan. Hardwerkende tweeverdieners (uit noodzaak) hebben veelal geen tijd noch de middelen om grootmoe nog thuis op te vangen. Een combinatie van privé- en overheidsinitiatieven komt aan de behoefte tegemoet. Een gemiddeld rusthuis kost zo'n 100 euro/dag per inwonende ouderling. Even slikken, dit is de prijs van een degelijke hotelkamer met ontbijt. De inwoners betalen gemiddeld maar zo'n 35 euro/dag. Dit hoeft ons niet te verwonderen want dit is ongeveer wat een gemiddeld pensioen oplevert. De rest wordt bijgelegd onder de vorm van overheidsubsidies. Waarvoor dienen die 100 euro? Het grootste deel dient voor de personeelskosten waarvan zo'n 75 euro via belastingen en Sociale Zekerheidsbijdragen terug naar de staatskas vloeit. Het is maar een schatting, maar wellicht vergen die 65 euro subsidies na toevoeging van administratieve kosten het dubbele aan te innen belastingen. Die belastingen zelf vergen dat het bedrijf van de werkgever de deze belastingen betaalt ongeveer vijfmaal zoveel aan netto inkomsten boekt. Men kan infeite beter de loonbelasting gewoon afschaffen en dan zijn de subsidies niet meer nodig, noch de inning van de belastingen om die subsidies op te brengen. Dient daarbij gezegd dat de kostprijs van een rusthuis een tiental jaren geleden maar 50 euro bedroeg. Door overheidsreglementering zoals bijkomende adminstratie, gedwongen indienstname van bijkomende dienstverleners kinesisten, ergotherapeuten is de prijs over een aantal jaren verdubbeld. Ga eens op bezoek in zo'n gemiddeld rusthuis. Ik vermoed dat u het toch wat duur zal vinden aan 100 euro/dag. De vergrijzing wordt onmiddelijk betaalbaar als men die verborgen transactiekosten zou elimineren. Dat het leven vandaag zo duur wordt, heeft daar alles mee te maken. Zelfs een brood bij de bakker bestaat voor de helft uit belastingen.

De verborgen transactiekost

Wat is hier aan de hand? In eenvoudige termen, we hebben hier te maken met een verborgen transactiekost. Die loopt in de aangehaalde voorbeelden zeer hoog op. In het geval van de rusthuizen is die transactiekost grotendeels belastingen, administratieve kost bij de overheid en extra overheidsregels. Zonder deze transactiekosten zou 35 euro/dag volstaan om de kosten te dekken. Nu moet er zo'n 100 euro extra opgelegd worden door u en mij en de economie op volle toeren draaien om dit alles op te brengen. Bij de NGO's en vele andere overheidsdiensten ligt de verhouding nog ongunstiger.

NV Overheid en zijn aandeelhouders

Als belastingsbetaler zijn we allen impliciet aandeelhouders van de NV Overheid. Aandeelhouders in de private sector zouden evenwel nooit in dergelijk bedrijf investeren. Vooreerst, ze zouden beschikken over uitgebreide informatie over het reilen en zeilen van de onderneming. Ze zouden als het moet, een bijzondere algemene vergadering kunnen samenroepen om de bestuurders ter verantwoording te roepen. Natuurlijk, de NV Overheid heeft een machtswapen: ze heeft een wettelijk monopolie en kan dus zonder veel verantwoording de prijzen vastleggen en zoals het een monopolist beaamt, meestal betekent dit de prijs verhogen als de kosten stijgen in plaats van zoals het een competitef bedrijf beaamt de efficiëntie te verhogen. Meestal betekent dit dus dat dergelijke monopolist nog weinig oog heeft voor rendabiliteit. Wat telt is de eigen mensen en eigen structuren in stand te houden voor het grootste deel op kosten van de belastingbetaler en dus op kosten van de private economie.

De inertie van een monopolist in deze omstandigheden is zeer groot. De Trein der Traagheid is zijn motto. Maar vroeg of laat komt de trein tot stilstand en dan breekt de illusie van "we zijn goed bezig". Het management is machteloos geworden, verstrikt in zijn eigen tegenstellingen. Het is niet alleen machteloos geworden. Het houdt zich exclusief bezig met het bedenken van onbenullige micro-maatregel plannetjes. Ondertussen begint Lopende Zaken door te hebben dat het perpetuum mobile van de begroting lek geslagen is. Eenmalige activeringen van immateriële activa bleken lege dozen te zijn en sommige afdelingen zijn in de pot gaan graaien van andere afdelingen. Er is een groeiend gat in de romp en de Titanic dreigt te zinken. Hoge tijd voor een Plan B.

Plan B

Plan B is zeer eenvoudig: we moeten de verborgen transactiekost durven in vraag te stellen en durven te meten. We moeten durven beseffen dat de NV Overheid geen lang leven meer beschoren is. Plan B betekent dat we de NV Overheid saneren en opsplitsen in meerdere competitieve delen. Plan B betekent dat al die delen een doorzichtige boekhouding voeren en openbaarheid van bestuur. Plan B betekent dat we de aandeelhouders van de NV Overheid terug de macht geven om de bestuurders aan te stellen en ter verantwoording te roepen.

Eric Verhulst,

Voorzitter www.WorkForAll.org, een onafhankelijke socio-economische denktank.

2 Comments:

At 13/11/07 15:55, Anonymous Simon said...

"Natuurlijk, de NV Overheid heeft een machtswapen: ze heeft een wettelijk monopolie..."

Aangezien plan B wettelijke monopolies behoudt, blijft de oorzaak van de malaise onaangetast.

 
At 13/11/07 18:59, Anonymous Anoniem said...

In Brussel zijn er 1000 à 1500 daklozen. Voor die daklozen stelt de overheid jaarlijks een bedrag beschikbaar dat omgerekend voor 1500 daklozen neerkomt op een maandelijks bedrag gelijk aan het minimum dopgeld (verklaringen van Pascal Smet op TV-Brussel). Dwz. ongeveer 800 euro maandelijks per dakloze. Voor dat bedrag kunt ge een bescheiden appartement huren en nog genoeg overhouden om van te leven.

 

Een reactie plaatsen

<< Home

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>