20 januari 2007

Het clandestiene geld van Beieren (Politiek Incorrect)

Gezien het januari is, vieren we ook dit jaar de achtste verjaardag van de euro (op 1 januari 1999 werd de euro in girale vorm in de eurozone geïntroduceerd). De Britse krant The Telegraph publiceerde echter een opmerkelijk artikel over de verschillende munteenheden die anno 2007 in Duitsland en Oostenrijk in omloop zijn (zie http://www.telegraph.co.uk/money/main.jhtml?xml=/money/2007/01/18/cneuro18.xml).

Vooral een initiatief in het Beierse Prien an Chiemsee springt in het oog. Daar werd in 2003 de zogenaamde 'Chiemgauer' (genoemd naar een Beiers district) geïntroduceerd. De oorzaak van de introductie van de Chiemgauer was de onvrede van de lokale bevolking over de euro, die naar hun mening te weinig compatibel is met de lokale economie. Ook redenen zoals de terugdringing van de jeugdwerkloosheid en culturele gronden werden aangegrepen om naast de euro ook een lokaal betalingsalternatief in te voeren.

Het idee werd in het leven geroepen door Christian Gelleri, leraar economie in de Freie Waldorfschule in Prien an Chiemsee. Samen met zijn leerlingen ontworpen zij bankbiljetten en startten een heuse administratie. Na de nodige publiciteit in de regio, zijn er ondertussen reeds 550 ondernemingen in de regio die de Chiemgauer aanvaarden en er zelfs betalingen mee verrichten. De munteenheid kent er 1820 particuliere gebruikers.

Het principe is als volgt: bij de introductie van de Cheimgauer werden de koers gelijkgesteld met de euro. 1 Chiemgauer was in januari 2003 dus gelijk aan 1 euro. Ook werden er bankbiljetten verspreid van 1, 2, 5, 10 en 20 Chiemgauer. Om de drie maanden wordt de Chiemgauer met 2% gedevalueerd door de Waldorfschule; de Chiemgause centrale bank als het ware. Deze devaluatie wordt verantwoord als een soort 'circulatietaks'.

Het concept van de Cheimagauer is gebaseerd op de ideeën van Silvio Gesell, een Duits econoom die leefde van 1862 tot 1930. In weze was hij een overtuigd liberaal die naar de traditie van de ideeën van Bernard Mandeville en Adam Smith eveneens de mening was toegedaan dat het menselijk eigenbelang een gezonde aandrang vormde dat leidde naar collectieve welvaart. Zijn monetaire ideeën waren dat echter niet, want hij kantte zich volledig tegen rente op kapitaal of grond. Dat maakte hem de geestelijke vader van het begrip 'Freigeld' en 'Freiland' (= vrijgrond).

In een monetair systeem gebaseerd op Freigeld, aldus Gesell, mag geld enkel dienen als ruilmiddel en niet als spaarmiddel. Daarom dat het geld volgens hem jaarlijks enkele procenten aan waarde in te boeten. Geen inflatie, maar wel een 'gecontroleerde' manier van devaluatie. Op spaarrekeningen zou dan een minwaarde geboekt moeten worden. Op die manier blijft het geld in circulatie, en wordt het niet opgepot. Want sparen is volgens Gesell als des duivels: het leidt tot economische crisis omdat er niet genoeg geld in omloop is. Binnen datzelfde renteloze paradigma heeft Gesell ook zijn concept van 'Freiland' ontwikkeld. Grond zou namelijk een collectief goed worden, maar het recht van opstal blijft wel gelden (de eigenaar van een huis heeft wel het huis in eigendom, maar bezit alleen maar de omliggende grond waarmee hij dus niet kan speculeren gezien eigendom en bezit vermogensrechtelijk twee verschillende begrippen zijn)

Gesells concept van Freigeld is misschien wel nobel, maar kan alleen maar voor kleine entiteiten zoals een lokale gemeenschap gebruikt worden. Wanneer er ook internationale handel aan te pas zou komen (wat in Chiemgau dus nauwelijks of niet het geval is), lijkt het Freigeld een haast utopisch en dwaas idee. De waarde van een munt tegenover een andere wordt juist bepaald door de grootte van invoer en uitvoer tussen twee landen (en dus ook door de daaraan verbonden kapitaalstromen), wat op zijn beurt op de internationale financiële markten naar een spel van vraag en aanbod leidt. Het principe van renteloos geld zou dus willen betekenen dat vraag en aanbod constant in evenwicht zouden zijn. Wat dus quasi onmogelijk is. Of je zou een maatschappij gebaseerd op 'Freigeld' haast in een economische autarkie moeten omtoveren.

Het succes van het Chiemgauerproject ligt hem er dan ook in dat het zo kleinschalig is. En onafgezien enkele bedenkingen bij de ideeën van Gesell, toont het project duidelijk aan dat niet iedereen even happig is met de introductie van de euro. Getuige hiervan het feit dat er naast de Chiemgauer nog 15 andere gelijkaardige initiatieven lopen in Duitsland en Oostenrijk. Milton Friedman zaliger gedachtenis sprak dan ook terecht nogal meewarig over de euro als een 'one size fits all'-concept dat binnen dit een ten laatste vijftien jaar op de klippen zal lopen. Ondertussen blijkt ook uit een peiling van het Duitse Stern Magazine in december 2006 dat het aandeel eurosceptici onder de (Duitse) bevolking is aangedikt tot 56%. Gelijkaardige peilingen in het Verenigd Koninkrijk en Zweden - twee landen die tot hun groot geluk nog niet tot de eurozone zijn toegetreden - laten overigens eenzelfde tendens zien.

Want buiten het feit dat de euro absoluut geen rekening houdt met de regionale economische diversiteit binnen de eurozone, is er nog een ander kwalijk gevolg. In het voorjaar van 2006 verklaarde Paul De Grauwe - hoogleraar economie aan de KU Leuven en economisch adviseur van EU-commissievoorzitter Barroso - immers dat de euro alleen maar kan overleven indien de Europese Unie ook op andere terreinen meer macht krijgt. Terecht merkt hij immers op dat een munt alleen maar kan overleven indien er ook een vast maatschappelijk en institutioneel draagvlak voor is. De vraag of dat draagvlak verheven moet worden tot op het niveau van de Europese Unie dient echter met een krachtig neen beantwoord te worden. Een antidemocratisch instituut als de EU dat op slinkse en haast onopmerkbare wijze de soevereiniteit van haar lidstaten usurpeert verdient het immers niet nog langer het vertrouwen te worden geschonken. Jammer genoeg is Milton Friedman er niet meer om onze beleidsmakers hiervoor te waarschuwen.

2 Comments:

At 21/1/07 16:55, Blogger Vomit said...

Toch een vreemd concept: geld dat automatisch devalueert, om de mensen te dwingen het binnen een bepaalde periode te doen circuleren. Sinds mensenheugnis dient geld/goud als vervangmiddel voor bederfbare ruilmiddelen.

Het lijkt me een behoorlijk communistisch systeem, een beetje vergelijkbaar met de meta-waardepapieren die onze regering uitgeeft om niet de algemene belastingsdruk te hoeven verlichten: dienstencheques, opleidingscheques, maaltijdcheques, ...

Ook hier bestaat een alternatief monetair systeem (http://www.letsvlaanderen.be) met lokale ruilwaarde. Hét interessante aspect aan dit soort systemen is de grijze situatie over onderhevig zijn aan overheidsafpersing (belasting) op arbeid en waardecreatie. En dat is meteen ook hun zwakte: zodra het ruilmiddel te populair wordt en op de overheidsradar zichtbaar is kan je er gif op innemen dat er tegenmaatregelen volgen...

 
At 22/1/07 04:31, Anonymous Marc Huybrechts said...

-- Dat geld 'devalueert" is de normale situatie, in de zin dat het algemene prijsniveau normaal omhoog gaat, en dus dat een munteenheid koopwaarde verliest over tijd. Er zijn wel tijdelijke uitzonderingen van 'deflatie' mogelijk in bepaalde omstandigheden, maar dat is eerder uitzonderlijk. De devaluatie van de Chiemgauer is dus niet uitzonderlijk onder munten.

-- Als er verschillende munten tegelijkertijd in omloop zijn dan komen de 'slechte' munten normaal boven drijven, en worden de 'goede' munten (langer) achtergehouden of opgepot. Dat heet Gresham's Law ("Bad money drives out good money") en is al enkele eeuwen gekend.

-- Het aanhouden of circuleren van verschillende munten tegelijkertijd schept allerlei inefficienties in een economie en is zeker geen normale of gezonde situatie. Het schept nodeloze kosten. In feite, die Chiemgauer lijkt me het equivalent van een 'zelftaxatie' om inefficientie te 'financieren'.

-- Als sparen "des duivels" zou zijn, hoe zou men dan investeringen kunnen financieren op non-inflatoire wijze in die imaginaire economie van Silvio Gesell?

-- De commentaren van Friedman en De Grauwe m.b.t. de euro hebben te maken met onvoldoende mobiliteit van producutiefactoren binnen de ganse euro-ruimte. Of, alternatievelijk, een gemeenschappelijke munt betekent een gemeenschappelijke wisselkoers voor disparate landen tegenover 'derde landen'. Als er intern dan onvoldoende mobiliteit van productiefactoren bestaat, dan kan dat gemakkelijk leiden tot meer werkloosheid bij sommige landen en meer inflatie bij andere landen binnen de muntunie, vergeleken met een situatie van behoud van de 'nationale' munten. Dus, ofwel moet men de flexibiliteit/mobiliteit van producutiefactoren verhogen (om de 'efficienty gains' van de gemeenschappelijke munt te bekomen), ofwel moet men de nationale munten behouden om grotere macrostabiliteit (in termen van werkloosheid en inflatie) te kunnen behouden. Het zijn twee redelijke keuzes of beleidsopties. Maar, de Chiemgauer (en gelijkaardige munten) is geen redelijke optie voor een rijke gediversifieerde economie als die van Beieren of van Duitsland.

- Waarom een 'redelijke' Beier meer vertrouwen zou kunnen hebben in de "Freie Waldorfschule in Prien an Chiemsee" als geldemissie-instituut, in plaats van in de Bundesbank of in de Europese centrale Bank, dat is voor mij een raadsel. Ik vermoed dat er meer onredelijke (emotionele) Beier rondlopen dan men soms geneigd is van te denken.

 

Een reactie plaatsen

<< Home

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>