16 november 2008

De nazi’s en het neoliberalisme

Pogingen om Hitler en de nazi’s af te schilderen als een ondemocratische variant van het socialisme, bleken niet altijd even succesvol. Wat met het omgekeerde? Ik bedoel wat met de stelling dat het nazisme een vroege variant van het neoliberalisme is geweest. Hitler als een neoliberaal avant la lettre? Bespottelijk natuurlijk. Hoewel.

Wat is neoliberalisme? Neoliberalisme kan het best omschreven worden als een ideologie die voorstander is van het terugtreden van de overheid. Vrije markten en vrijhandel staan voorop. Dat kan het best worden gerealiseerd door liberalisiring, deregulering en privatizering. De heilige drievuldigheid van het neoliberalisme. De inperking van de interventies van de overheid hebben uiteraard als gevolg het verminderen van de overheidsuitgaven.

Waren de nazi’s volgens deze omschrijving neoliberalen? Op één vlak zeker wel. Het waren ijverige privatiseerders. Zeer ijverige privatiseerders. De eerste grote privatiseringsgolf in Europa dateert inderdaad niet van het begin van de jaren tachtig in het Groot-Brittannië van Margeret Thatcher. De eerste grote privatiseringsgolf vindt plaats in het Duitsland van de jaren dertig. Het Duitsland van Hitler en de nazi’s.

Onder Weimar waren er belangrijke bedrijven en banken genationaliseerd. De nazi’s verkochten ze terug aan de private sector. Het grootste overheidsbedrijf ter wereld werd verkocht: de Duitse spoorwegen. Verenigde Stahlwerke werd overgeleverd aan Fritz Thyssen, één van de twee (ja slechts twee!) grote industriëlen die toetraden tot de nazipartij voor ze aan de macht was. Mijnbedrijven, banken, scheepsbouwwerven, lokale nutsbedrijven..werden geprivatiseerd. Ook publieke diensten werden overgelaten aan de private sector. Zelfs de welvaartstaat werd geprivatiseerd, hoewel het hier niet bedrijven waren die de functies overnamen, maar organisaties gelieerd met de nazibeweging. In dit geval kunnen we dus hooguit spreken van een semi-privatisering.

Hoe belangrijk waren deze privatiseringen? Voor de tweede helft van de jaren dertig wordt de opbrengst geschat op 1,4 percent van de totale ontvangsten van de overheid. Dit is in dezelfde grootte-orde als de opbrengst van de privatiseringen die plaatsvonden in de Europese Unie tussen 1997 en 2000. Zoals gezegd, de nazi’s waren ijverige privatiseerders. En ze waren de eersten.

Betekent dit nu dat de nazi’s neoliberalen waren? Hoegenaamd niet. Voor het overige was er in nazi-Duitsland géén mars richting neoliberale hervormingen. Eerder integendeel. De privatiseringen vonden plaats in een klimaat van almaar grotere bemoeienissen van de staat met de private sector. In tegenstelling tot het Europa van eind jaren negentig was er in nazi-Duitsland sprake van méér regulering, minder liberalisering, méér overheidsuitgaven en -interventies. Dit staatsinterventionisme betekende een grote aanslag op de private eigendomsrechten in het algemeen, ook al werd door het privatiseringsprogramma de eigendomsrechten van sommige privé-kapitalisten wel goed gevrijwaard. De nadruk ligt hier op het woord sommige.

De nazi’s privatiseerden dus niet om ideologische redenen. Het waren geen neoliberalen, laat staan libertariërs. In principe stonden ze ideologische neutraal tegenover het privatiseringsvraagstuk. Van Hitler is de befaamde uitspraak dat het niet nodig was om banken en bedrijven te nationaliseren omdat de nazi’s de mensen zouden socialiseren. Toch tendeerden de economische programma’s van de NSDAP eerder naar nationalisering dan privatisering. In de praktijk echter was privatisering geen probleem omdat de staat toch de controle zou houden via strikte regulering. Wat uit de grote privatiseringsoperatie onder de nazi’s blijkt, is dat een autoritair bestuur en een private economie wel kunnen samengaan, maar autoritair bestuur en een echte geliberaliseerde vrije markteconomie niet.

Waarom privatiseerde de nazi’s dan wel? Hoofdzakelijk om politieke redenen. De nazi’s stonden zwak in het parlement en ze zochten dus buitenparlementaire allianties zoals die met "big business". Die laatsten hadden ze bovendien nodig voor de uitvoering van het herbewapeningsprogramma en voor het bestrijden van de werkloosheid (het Keynesiaans doel van volledige werkgelegenheid was ook een belangrijke doelstelling van de nationaal-socialisten). Met de privatisering van de "commanding heights" van de economie slaagden de nazi’s erin de industriëlen aan hun kant te krijgen. Het bleef dus niet bij de twee industriëlen die de nazi’s steunden voordat ze aan de macht kwamen.

Privatisering had ten slotte ook een praktische oorzaak. In directe tegenstelling tot het neoliberalisme verhoogden de nazi’s fors de overheidsuitgaven, en dit niet alleen voor de uitbouw van de oorlogsstaat. Die verhoging was uniek in vergelijking met andere landen, zelfs met de V.S., toen volop met de uitvoering bezig van de New Deal. En de New Deal kan je bezwaarlijk neoliberaal noemen. Om aan de nodige inkomsten te geraken, zagen de nazi’s zich verplicht de kroonjuwelen te verkopen.

Kortom, privatisering was een praktische noodzaak als gevolg van de toenemende controle van de economie door de staat; en had als politieke reden het zoeken naar partners voor de uitvoering van het economische programma van de nazi’s. Ironisch is het niet? Dat een anti-liberaal sociaal-economisch programma aanleiding gaf tot de massale verkoop van overheidsbedrijven aan de private sector! Dubbel ironisch eigenlijk, want het was blijkbaar geen probleem om de nodige industriële partners ook te vinden, zelfs partners die vanuit ideologische overwegingen fel tegen dat linkse programma gekant hadden moeten zijn.

De conclusie is duidelijk: voor echte (neo)liberale hervormingen moet je niet bij "big business" zijn.

Labels: , ,

2 Comments:

At 20/11/08 18:30, Anonymous Anoniem said...

Kijk dit is nu eens goed leesvoer!

 
At 22/11/08 00:43, Blogger Ivan Janssens said...

Hehe, toch iemand. Bedankt.

 

Een reactie posten

<< Home

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>