20 januari 2012

Rafistoleren, rafistolage, rafistoleur: drie nieuwe Nederlandse woorden (vpmc)

.
Die koninklijke dotaties, vervolgens de ministervergoedingen, de pensioenregelingen voor 'parlementsleden', de schijnsplitsing van een gerechtelijk arrondissement op grond van vervalste cijfers en (als we een paar episodes mogen overslaan) vandaag weer die hypothecaire aftrekbaarheid –kortom al die zaken die Woeterbècq en de jonge Alexander niet duidelijk voor ogen stonden aan de onderhandelingstafel– welnu, bijna al die dingen kunnen alsnog gerafistoleerd worden.
Gerepareerd worden dus, of toch enigszins rechtgetrokken, geremedieerd, gecorrigeerd. Bijgestuurd lees je ook vaak, of geamendeerd. Synoniemen bestaan niet, maar een hoop namen voor hetzelfde ding zeker wel. Heel soms ontbreekt toch nog een term. Zo heb ik geperfectioneerd nergens gehoord of gelezen. Misschien speelt hier een zekere pudeur, ofwel is het een term die men voor de amendementen op de amendementen in gereedheid wil houden.
Nog een geluk dat het regeerakkoord niet punt voor punt geamendeerd hoeft te worden. Sommige afspraakjes ontsnappen daaraan en blijven gewoon wat ze zijn. Bij de regeling rond dat gerechtelijk arrondissement bijvoorbeeld, zijn aanpassingen zelfs uitgesloten. Die valse cijfers daar moeten vals blijven, om het akkoord niet te denatureren. In dat compromis zitten namelijk bepaalde evenwichten die om zulke cijfers vragen.
.
Maar politiek gesproken blijft de toestand verward genoeg en het zou dus geen kwaad kunnen, meen ik, om de genoemde veelheid van termen die tenslotte één en hetzelfde ding aanduiden, uit de wereld te helpen. Noch de journalist noch zijn lezer is bij verwarring gebaat, en één omvattende term zou hen zeer te stade komen.
Rafistoleren lijkt mij dan een uitstekende kandidaat.
In van Dale komt het woord nog niet voor, maar dat is juist een voordeel: de term krijgt als het ware vanzelf een specifieke, Belgische betekenis die overigens aardig overeenkomt met de etymologie van het woord.
Komt nog bij: wij hebben de term uit het Frans, dus aan de andere kant van de taalgrens zal hij moeiteloos begrepen worden, en in het Brusselse dialect is het werkwoord rafistoleire heel gewoon, net als rafistolaasj en enkele andere afgeleiden.
.
«Rafistoler: remettre en état, réparer grossièrement et avec des moyens de fortune.»
Wellicht, zegt mijn woordenboek nog, is het begrip afkomstig (XVde eeuw) van het Italiaanse fistola: .flûte, chalumeau, fluit of schalmei dus.* Er kwam een prefix a bij, en later nog een prefix r, want ook “afistoler” bestaat in het Frans nu niet meer.
.
Het woordenboek duidt verder nog op la relation entre «flûte, chalumeau» et «tromperie». Denken we maar aan de rattenvangers die in alle landen gebruik maakten van de fistola.
In het middeleeuwse Frans zei men nog “flageoler” als men bedriegen bedoelde. “Piper”, eveneens met die Italiaanse fluit verwant, betekent ook vervalsen (van dobbelstenen dan).
.
Redenen genoeg dus om al dat amenderen, corrigeren, repareren, rectificeren enz. gewoon met een duidelijke technische term aan te duiden: rafistoleren.
.
_____________________
* zie evenwel de opmerkingen hieronder, van lezer bartvs.
.

Labels: , , ,

2 Comments:

At 22/1/12 12:41, Anonymous traveller said...

@ Marc Vanfraechem

Rafistoler: réparer à la va vite.
Perfecte belgische politieke uitdrukking.

 
At 23/1/12 13:45, Anonymous Anoniem said...

Vanuit de etymologie kunnen we het dus ook over 'schalmeiëren' hebben of gewoon rechttrekken. Probleem met rechttrekken is natuurlijk dat ze een krom akkoord niet willen rechttrekken maar juist goed gekromd laten

 

Een reactie plaatsen

<< Home

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>