31 augustus 2011

Gij zult wel oordelen

Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt. Wie het zich permitteert een moreel oordeel uit te spreken over andermans levenswandel krijgt algauw deze uitroep uit Mattheus 7:1 voorgeschoteld.

Vaker nog allicht een "Bemoei U met uw eigen zaken" of zo – de meesten zullen immers in nauwelijks nog een zin uit de Bijbel kunnen citeren. Varianten zijn ook “de straat is van iedereen” (wat juist is, maar niet inhoudt dat iedereen daar gelijk wat mag doen) of “wat mensen in de slaapkamer doen gaat niemand anders aan”. Of het afdoen van kritiek op vulgariteit als een inbreuk op de vrijheid van mengsuiting. De idee dat esthetische smaken verschillen wordt misbruikt om elke morele beschouwing bij bepaalde soorten muziek of andere expressievormen de kop in te drukken, zoals Theodore Dalrymple mocht ervaren na zijn kritiek op sommige vormen van populaire muziek (1). Kritiek op religie verwordt dan tot een verboden fobie, kritiek op zogenaamde lifestyle een aanslag op iemands “identiteit”. Britse auteurs hebben deze houding de naam non-judgmentalism gegeven. Ze wordt vaak ideologisch onderbouwd met de stelling dat iedereen zijn eigen opvatting van het goede leven mag hebben en nastreven. De multiculturele ideologie gaat er ook vaak mee gepaard: zij verbiedt immers elke opvatting die op een bepaald gebied de normen of praktijken van de ene cultuur “beter” vindt dan die van de andere.

Bij nader toezien bestaat er zowel een liberale als een socialistische variant van dit non-judgmentalism. In de liberale variant wordt zowat alles aan het morele oordeel van anderen onttrokken zolang er maar geen belastinggeld voor wordt gebruikt. In de socialistische variant moet elke lifestyle bovendien ook nog eens met belastinggeld worden ondersteund. Wanneer iemand vaststelt dat vele aspecten van die levenswandel het maatschappelijk weefsel vernietigen, de kansen van de kinderen zwaar hypothekeren en meer algemeen de zwakkeren in alle opzichten ongezond houden, wordt op de boodschapper geschoten. Wijst men erop dat in veel van die populaire cultuur geweld en immoraliteit worden verheerlijkt, duurt het geen dag of men wordt voor verzuurd uitgescholden. Anders dan die liberale of socialistische nonjudgmentalisten vinden gemeenschapsdenkers het wezenlijk dat mensen moreel worden opgevoed en op hun moraliteit worden aangesproken en in het sociale leven ter verantwoording worden geroepen. Recent analyseerde de Hongaars-Britse socioloog Frank Furedi in een lezing te Leuven nog de perverse verwarring tussen tolerantie of ‘een open geest hebben’ en gebrek aan moreel oordeel (2). Er is voorts ook niets neoliberaals aan om die morele verantwoordelijkheid ook van de zogenaamde onderklasse te eisen, zolang men hetzelfde oordeel ook aanwendt jegens de “rijken”. Wie hoofdstuk 7 van het Mattheüsevangelie voortleest, zal trouwens dadelijk merken dat de passage gericht is tegen diegene die met twee maten en gewichten meten: “want met het oordeel, waarmede gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden, en met de maat, waarmede gij meet, zal u gemeten worden (7.2)”. Om die reden dan maar niet willen oordelen is dan vaker een vorm van lafheid dan van openheid van geest.

(1) Zie Th. Dalrymple, "Geen rock, maar barok", http://standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=LE3A4NQL en de reacties in de Standaard de dag nadien, waaronder van de Standaard-redacteur Peter Vantyghem "Klereherrie", http://standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=HO3A98UN&s=1
(2) Multatulilezing Leuven 30 maart 2011 door Frank Furedi, "De ambivalente implicaties van tolerantie", voorstelling op http://www.multatuli-lezing.be/page.php?LAN=N&ID=518&CID=18&FILE=congres_subject&PAGE=1. Het thema wordt ook uitgewerkt in zijn boek "On Tolerance: The Life Style Wars: A Defence of Moral Independence", http://www.continuumbooks.com/books/detail.aspx?BookId=159026

Deze column verscheen (zonder voetnoten) in Doorbraak september 2011.

19 Comments:

At 31/8/11 17:27, Blogger Brecht Arnaert said...

The precept: “Judge not, that ye be not judged” . . . is an abdication of moral responsibility: it is a moral blank check one gives to others in exchange for a moral blank check one expects for oneself.

There is no escape from the fact that men have to make choices; so long as men have to make choices, there is no escape from moral values; so long as moral values are at stake, no moral neutrality is possible. To abstain from condemning a torturer, is to become an accessory to the torture and murder of his victims.

The moral principle to adopt in this issue, is: “Judge, and be prepared to be judged.”

The opposite of moral neutrality is not a blind, arbitrary, self-righteous condemnation of any idea, action or person that does not fit one’s mood, one’s memorized slogans or one’s snap judgment of the moment. Indiscriminate tolerance and indiscriminate condemnation are not two opposites: they are two variants of the same evasion. To declare that “everybody is white” or “everybody is black” or “everybody is neither white nor black, but gray,” is not a moral judgment, but an escape from the responsibility of moral judgment.

To judge means: to evaluate a given concrete by reference to an abstract principle or standard. It is not an easy task; it is not a task that can be performed automatically by one’s feelings, “instincts” or hunches. It is a task that requires the most precise, the most exacting, the most ruthlessly objective and rational process of thought. It is fairly easy to grasp abstract moral principles; it can be very difficult to apply them to a given situation, particularly when it involves the moral character of another person. When one pronounces moral judgment, whether in praise or in blame, one must be prepared to answer “Why?” and to prove one’s case—to oneself and to any rational inquirer.

“How Does One Lead a Rational Life in an Irrational Society,” Ayn Rand, The Virtue of Selfishness, p. 72

 
At 4/9/11 12:26, Blogger matthias e storme said...

Dank, Brecht voor het Rand-citaat, heel mooi.

 
At 6/9/11 15:27, Anonymous Anoniem said...

The precept: "Judge not, that ye be not judged" . . . is an abdication of moral responsibility: it is a moral blank check one gives to others in exchange for a moral blank check one expects for oneself.
There is no escape from the fact that men have to make choices; so long as men have to make choices, there is no escape from moral values; so long as moral values are at stake, no moral neutrality is possible. To abstain from condemning a torturer, is to become an accessory to the torture and murder of his victims.

The moral principle to adopt . . . is: "Judge, and be prepared to be judged."

°°°
The absurd lengths to which such thinking can go is demonstrated by Rand's pronounced judgements on her followers of even the most trivial things. Rand had argued, for example, that musical taste could not be objectively defined, yet, as Barbara Branden observed, "if one of her young friends responded as she did to Rachmaninoff . . . she attached deep significance to their affinity." By contrast, if a friend did not respond as she did to a certain piece or composer, Rand "left no doubt that she considered that person morally and psychologically reprehensible." Branden recalled an evening when a friend of Rand's remarked that he enjoyed the music of Richard Strauss. "When he left at the end of the evening, Ayn said, in a reaction becoming increasingly typical, 'Now I understand why he and I can never be real soul mates. The distance in our sense of life is too great.' Often, she did not wait until a friend had left to make such remarks" (p. 268).
www.2think.org/02_2_she.shtml

 
At 6/9/11 16:04, Blogger Brecht Arnaert said...

Beste,

Voor degenen die niet bekend zijn met deze kritiek: Barbara Branden was de vrouw van Nathaniel Branden, met wie Rand een affaire had. De bron die hier spreekt is dus zeker niet een afstandelijke waarnemer, maar iemand die door Rand persoonlijk hartzeer heeft opgelopen. Dit is echter niet het belangrijkste.

Nog los van de vraag of deze kritieken op de persoon van Rand terecht zijn, stel ik me vooral de vraag wanneer er eens inhoudelijke, intellectuele kritiek op haar werk mag komen. Zelfs al was ze een arrogant, zelfvoldaan, en niet te pruimen mens, dat neemt niet weg dat haar filosofisch denkwerk nog steeds overeind staat als een huis. In mijn ervaring is het zo dat wie kritiek heeft op Rand haar ofwel niet eens gelezen heeft, ofwel dat ad hominem doet.

Ten gronde kan ik over het citaat hierboven enkel dit zeggen: het feit alleen al dat Rand het aandurfde om in de postmoderne tijd en het ethisch en cultureel relativisme waarin we beland zijn een esthetisch oordeel uit te spreken, en dit op grond van een uitgewerkte theorie (behalve dus inderdaad op het vlak van muziek) is een prestatie om u tegen te zeggen. Meestal spreekt men ook op esthetisch vlak niet eens meer een oordeel uit, maar wentelt men zich in een deconstruerend vocabulaire dat vooral uitblinkt in vaagheid en vergoelijking.

Men kan het oneens zijn met haar oordeel, maar het oneens zijn met een stelling is nog geen refutatie van die stelling. In haar esthetische schrijfsels (The Romantic Manifesto) erkent ze trouwens dat muziek het allermoeilijkste is om te beoordelen omdat het direct op het onderbewustzijn lijkt in te spelen, nog voor het bewustzijn de informatie kan filteren.

Ik erken evenwel dat zij in haar omgang met anderen een hyperrationele houding aannam, en zij op zijn zachtst gezegd haar affectieve kant pas liet zien nadat ze overtuigd was van het moreel en psychologisch karakter van zij die haar omringden. Maar misschien is dat op zich nog niet zo slecht. Is het zo vreemd dat men zijn morele inzichten wil toepassen in de omgang met anderen?

Rand kun je hoogstens onsympathiek vinden. Maar niet inconsequent.

Beste groeten,

Brecht

PS: Het artikel vermeldt ook: "As Max Planck observed about science in general, only after the founders and elder statesmen of a discipline are dead and gone can real change occur and revolutionary new ideas be accepted." Dit geldt evenzeer voor de critici van Ayn Rand. Niemand (en zeker Branden niet) durfde zelfs de eigen biografie te schrijven voor zij in 1982 stierf. Dat er voor haar dood door hen geen intellectueel weerwerk werd geboden, en na haar dood enkel persoonlijke kritiek, zegt al veel.

 
At 6/9/11 17:44, Anonymous Anoniem said...

Ik stel me vooral "de vraag wanneer er eens inhoudelijke, intellectuele kritiek op haar werk mag komen."
°°°
Objectivism and the Corruption of Rationality: A Critique of Ayn Rand's ... By Scott Ryan

http://books.google.com/books?id=pwMwwfKgUT8C&printsec=frontcover&dq=objectivism&hl=en&ei=WD9mTq2JNsWVOr_-9OEI&sa=X&oi=book_result&ct=result&resnum=6&ved=0CEUQ6AEwBQ#v=onepage&q&f=false

 
At 6/9/11 18:14, Blogger Brecht Arnaert said...

Beste anoniem,

Wat ik te leren heb van een "theologically liberal panenttheïst" (p.9) is mij voorlopig nog onduidelijk, maar goed, ik zal het bekijken.

Beste groeten,

Brecht.

PS: Lees ook eens "The Passion of Ayn Rand's Critics"

 
At 6/9/11 20:01, Blogger Brecht Arnaert said...

Beste anoniem,

Een eerste vluchtige blik leert me alvast dat de schrijver in de eerste vijftig pagina's vooral zegt hoe hij Rand's theorie gaat weerleggen, en het vervolgens niet doet.

Hij citeert zijn eigen favoriete filosofen, maar laat ze niet "debatteren". Rand wordt bovendien vaak geciteerd uit haar private en vroege schrijfsels (Ayn Rand Journals) en niet uit haar publieke statements. Wie schrijft nooit eens zijn twijfels neer voor hij officieel publiceert?

Maar nog het ergste van al vind ik dat deze auteur haar definities gewoon niet tegenspreekt. Als zij het heeft over "the problem of universals" en uitlegt wat volgens haar dat probleem is, dan volstaat het mijns inziens niet om gewoon andere interpretaties van dat idee te citeren en dan te besluiten dat zij ongelijk heeft. Er is geen connectie gemaakt, er is niets uitgelegd of bewezen.

De normale manier zou zijn om de inconsistenties bloot te leggen die ontstaan als gevolg van haar theorie, en dan pas, met behulp van interpretaties van anderen haar fout expliciteren en illustreren. Niets van dat alles: de auteur denkt dat het volstaat om te zeggen dat hij niet akkoord is en de citaten die hij aanvoert dienen dus mijns insziens meer als gezagsargumenten dan als iets anders.

Ik probeer elke kritiek op haar filosofie de waarde te geven die ze verdient, maar ik vind het moeilijk om aan wat ik al gelezen heb waarde te hechten. Wat er bijvoorbeeld ook niet is, is een alternatief idee, dat de oplossingen voor de zogezegde denkfouten van Rand incorporeert in iets nieuws dat dan wel bestand zou zijn tegen verdere kritiek.

Deze kritiek, net zoals vele andere, komt op mij over als een pot-pourri van defaitisme (niemand kan de grootste filosofische problemen oplossen, wie dacht Rand wel dat ze was?), mystiek (hoe kan iemand die zichzelf panentheïst noemt en dus de goddelijke présence in de wereld én boven de wereld veronderstelt anders genoemd worden) wat uitmondt in filosofisch nihilisme (de waarheid bestaat niet, de zintuigen zijn onbetrouwbaar, logica is een conventie, moraal is subjectief, vrijheid bestaat niet, en schoonheid is een interpretatie), net alle dingen waar Rand voor waarschuwde.

Mocht je nog bronnen hebben, ik zou ze graag lezen. Maar na de ad hominem aanvallen zijn de aanvallen op strooien poppen intellectueel misschien nog het ergst.

Beste groeten,

Brecht.

 
At 7/9/11 18:30, Anonymous Anoniem said...

"Rand kun je hoogstens onsympathiek vinden. Maar niet inconsequent."

She despised Immanuel Kant but then actually invokes "treating persons as ends rather than as means only" to explain the nature of morality. Perhaps she had picked that up without realizing it was from Kant. Thus Rand says: "The basic social principle of the Objectivist ethics is that just as life is an end in itself, so every living human being is an end in himself, not the means to the ends or the welfare of others..." ["The Objectivist Ethics," 1961, The Virtue of Selfishness, Signet, 1964, p.27]

 
At 8/9/11 13:45, Blogger Brecht Arnaert said...

Beste anoniem,

Kun je me aanwijzen waar in zijn werk Kant beweert dat mensen voor zichzelf mogen leven? Heeft u deze alinea uit het voormelde boek? Wat vindt u van de argumentatiestijl van dat boek?

Ten gronde dan:

Als je zoals Kant beweert dat het materiële gescheiden is van het geestelijke, en vervolgens dat het materiële via de rede veroverd wordt, terwijl het geestelijke denken daarentegen via niet-achterhaalbare middelen tot ons komt, dan moet je wel tot de conclusie komen dat moraliteit niet van deze wereld is. Immers, hoe kan moraal nu iets praktisch zijn? Kun je moraal zien? Kun je moraal vastnemen?

Moraal heeft aldus Kant geen basis in de phenoumenale realiteit. Dat wat goed is voor allen wordt aan ons geopenbaard, komt uit een transcendente, andere, spirituele werkelijkheid. Een ondernemer kan winst maken door stenen te configureren tot een huis (rationele vraag: hoe bouw ik een huis?), maar dat beantwoordt de vraag nog niet wat hij dan moet doen met zijn winst: opsouperen, investeren, of een deel ervan geven aan de armen? (morele vraag: hoe doe ik het goede?)

Volgens zijn denksysteem heeft die ondernemer gebruik gemaakt van de rede om de materiële wereld te veroveren, maar moet hij die rede, die hem welvaart gebracht heeft, nu volledig achterwege laten bij het beslissen over hoe hij die welvaart zal aanwenden, want dat is een geestelijk proces, een kwestie van het immateriële.

De moraal overstijgt namelijk het platvloerse materialisme, aldus Kant. Moraal berust op hogere, immateriële principes. Volgens Kant moet er naast het nastreven van het eigenbelang ook nog ruimte zijn voor een beetje zelfopoffering.

De ondernemer protesteert: “Als ik iedereen betaald heb, niemand verplicht heb om met mij samen te werken, geen schade veroorzaakt heb aan anderen, en elke klant tevreden heb gesteld, heb ik dan niet voldaan aan mijn verplichtingen?”

Neen, zegt Kant, want al die zaken waren in je eigen voordeel, en dat maakt dat het eigenlijk geen morele handelingen meer zijn. Als je het goede doet omdat je er zelf voordeel bij hebt, dan kun je dat bezwaarlijk een hoogstaand moreel gedrag noemen. Voor Kant is de deugd zelf dus niet de beloning. Alles wat uit persoonlijke motivatie gebeurt omdat het persoonlijk voordeel oplevert, is waardeloos.

Als een man eerlijk wil zijn, verdient hij volgens Kant geen moreel krediet. Kant zou zeggen dat dergelijke morele actie “lovenswaardig, maar zonder morele betekenis” is. Alleen een verachtelijke onderdrukker, die een diepe wens voelt om te liegen, stelen en bedriegen, maar die zichzelf in de naam van de morele plicht dwingt om eerlijk te zijn, zou morele erkenning krijgen van Kant.

 
At 8/9/11 13:45, Blogger Brecht Arnaert said...

DEEL II:

De vrouw die liefde voelt voor haar partner, omwille van de waarden die die partner belichaamt, is een morele misdadigster in vergelijking met de vrouw die mishandeld wordt door haar man, maar die uit de plichtsgevoel bij die persoon blijft.

De bediende die overuren werkt, omdat hij zich kan vinden in de filosofie van het bedrijf en door zijn extra inspanningen graag hogerop zou klimmen, is een morele lilliputter in vergelijking met zijn collega die al jaren uitgekeken is op zijn job, maar uit puur plichtsbesef het elke dag presteert om elke dag nog precies 7u36 te kloppen.

De ondernemer die door zijn vindingrijkheid, ondernemingszin, jarenlange keiharde werk, sparen, opleiding volgen en perfectioneren van zijn product beloond wordt met een bloeiend bedrijf, is van een moreel lagere orde dan de perfect werkbekwame nietsnut die uit puur plichtsbesef dagelijks gaat stempelen.

De standaard om een morele actie aan af te meten is dus niet de bevordering van je eigen geluk. De enige standaard van deugdelijkheid is het volgen van je plicht om de plicht zelf. Niet omdat het je zelf voordeel geeft: alleen morele actie die gemotiveerd is door exclusief altruïsme, uit het zichzelf wegcijferen voor een ander is kredietverhogend op moreel vlak. Wie eerst het eigen geluk nastreeft, en pas daarna dat van een ander, is in wezen een immoreel egoïstisch mens.

Mij lijkt de Kantiaanse moraal dus eerder uit te gaan van een deontologisch startpunt: de plicht om de plicht. Dat er occasioneel een citaat van Kant kan gevonden worden dat dit tegenspreekt, ligt enkel aan zijn eigen inconsistentie, niet die van Rand.

Overigens zou ik het appreciëren dat u uw identiteit kenbaar maakt. Ik discussieer niet graag met vreemden.

Beste groeten,

Brecht.

 
At 8/9/11 17:59, Anonymous An Noniem said...

Ik ben een andere anoniem, en het stuit me altijd een beetje tegen de borst wanneer mensen er problemen mee hebben te discussiëren met anoniemen, doch alléén als die anoniemen kritisch zijn. Anonieme schouderklopjes zijn geen probleem. Je bent dan maar beter consequent en negeert anoniemen altijd.

 
At 8/9/11 18:06, Blogger Brecht Arnaert said...

Beste "andere" anoniem,

Tot nader order heb ik elke kritische opmerking van de "eerste" anoniem (zie je hoe moeilijk dit wordt) met een uitgebreid antwoord bedacht.

Ik ben consequent in die zin dat ik elk argument, of het nu komt van een anoniempje of van iemand die de moed heeft zich kenbaar te maken, bekijk voor wat het waard is. Het staat mij echter volledig vrij daarbij te vermelden dat ik liever discussieer met mensen die zich kenbaar maken.

Uw cynische ondertoon, alsof ik hier meer op zoek ben naar schouderklopjes dan naar kennis, mag u dus gerust achterwege laten.

Beste groeten,

Brecht Arnaert

 
At 9/9/11 08:49, Anonymous pieter said...

As I will seek to demonstrate over the course of this book, Rand’s philosophy of Objectivism is open to many serious objections. Rand was a surprisingly sloppy and even maladroit thinker who apparently believed that matters of fact can be determined by the manipulation of logical or rhetorical constructions. Indeed, some of the most important doctrines in her philosophy, such as her theories of human nature and value, are based on nothing more than a mere play on words. But this is not the least of it. What is most astonishing about Rand is not that she made errors (all philosophers make errors), but that she made stupid errors—the kind of errors philosophers make when they are too precipitous in their judgments and haven't stopped to really think things through. Even when Rand’s philosophical conclusions are substantially correct, she is often right for wrong reasons. Her rejection of philosophical idealism (i.e., the belief that reality is primarily mental) represents a case in point. As I will explain in detail through the course of this book, none of Rand’s arguments against philosophical idealism are relevant. Yet I believe she is right to consider idealism an invalid theory. She is simply unable to explain why she is right.
(...)
All philosophers like to believe that their doctrines are in accord with empirical reality. The question, however, is whether this belief is justified. In Rand’s case, I do not believe it is. As I will attempt to demonstrate during the course of this book, I believe that Rand is either wrong or confused about many of the central issues in philosophy. She is wrong about the nature of man, about the role of philosophical ideas in history, about the validity of induction, about the absolute objectivity of values, about the feasibility of laissez-faire capitalism, and about the nature of romanticism; and she is confused about philosophical idealism, the nature of consciousness, the relation between ideas and the things they represent in reality, the psychology of altruism, and the issue of a benevolent versus a malevolent sense of life. In this book, I will attempt to explain, in language as lucid as possible, why Rand is wrong on the former issues and confused about the latter.
Greg Nyquist, "Ayn Rand Contra Human Nature"

 
At 9/9/11 10:45, Blogger Brecht Arnaert said...

Beste Pieter,

Kijk, dit is het soort reacties waar ik "de wubben" van krijg. Er is een verschil tussen beweren dat een filosoof fouten gemaakt heeft, en die fouten ook daadwerkelijk gaan analyseren en weerleggen. Greg Nyquist is een bekende criticus van Ayn Rand. Maar niet van haar filosofie.

Beste groeten,

Brecht

PS: Waar de regelrechte afkeer van Ayn Rand vandaankomt, snap ik echt niet. Mocht Nyquist "Introduction to Objectivist Epistemology" gelezen hebben, dan zou hij niet zo snel de lichtvaardige claim maken dat haar stellingen "are based on nothing more than a mere play on words". Nogmaals: wanneer komt eens iemand die haar werk GELEZEN heeft, en door eigen denken tot de conclusie kan komen dat ze fout was.

 
At 9/9/11 13:40, Anonymous pieter said...

"wanneer komt eens iemand die haar werk GELEZEN heeft"

1/ Critics of Rand are often accused of misinterpreting her work. The underlying assumption of this view is that anyone who dares to question Rand’s authority must be guilty of willfully distorting Rand’s views. I don’t see how this criticism could apply to "Ayn Rand Contra Human Nature." I have merely taken Rand at her word.

2/ We now come to a point on which I believe Rand misinterprets Kant. She attributes to him the view on which she says “[t]he entire apparatus of Kant’s system . . . [rests as] on a single point: that man’s knowledge is not valid because his consciousness possesses identity” (Introduction to Objectivist Epistemology. Enl. 2nd ed.,p. 80). By “possesses identity” Rand means having “a specific nature.” When she attributes to Kant the view that consciousness is not valid, she means that he holds that “reality, as perceived by man’s mind, is a distortion,” “a permanent pre-determined collective delusion” (For the New Intellectual: The Philosophy of Ayn Rand, p. 32–33).

Consider the form of the argument Rand is here attributing to Kant. It is the following hypothetical syllogism: If man’s consciousness has a specific nature, it cannot have true knowledge. Now Kant never said this, and, in fact, no evidence has ever been presented that he did. First, he never asserted the major premise: “If man’s consciousness has a specific nature, it cannot have true knowledge.” As a matter of fact, if this view was ever held by a great philosopher, that philosopher was Aristotle. He said that the intellect “must, then, since it thinks all things, be unmixed . . . in order that it may know . . . hence too it must have no other nature than this, that it is potential” (Aristotle 1968, De Anima 3.4.429a18–23). The exact meaning of this is disputed by scholars, but here is at least some evidence that Aristotle held the view in question, whereas there is no evidence whatever that Kant ever did or that he ever argued from it to the impossibility of our having knowledge of reality by means of adding a minor premise that man’s consciousness indeed has identity.

http://enlightenment.supersaturated.com/objectivity/walsh1/

 
At 9/9/11 14:40, Blogger Brecht Arnaert said...

Pieter,

Dit wordt een spelletje over de semantiek van wie wat al dan niet gezegd heeft. Nog steeds zijn we niet op het niveau beland van het ontkennen van een actuele stelling die Rand ingenomen heeft. Een korte repliek op je twee punten.

1) ... I have merely taken Rand at her word.

==> Dat valt natuurlijk te bewijzen. Dit beweren, en dit bewijzen, zijn twee verschillende zaken. Nogmaals, poneer een stelling - niet hier, dit artikel gaat eigenlijk helemaal niet over Rand - en toon aan waar de bewijsvoering van Rand misloopt. Dat mag op het epistemologische vlak, maar ook daar gelden algemeen aanvaarde discussieregels. Ik verwijt mensen niet dat ze Rand verkeerd begrijpen, ik verwijt ze dat ze niet komen met argumenten. Al moet ik erkennen dat in de Objectivistische gemeenschap de tendens bestaat om datgene wat Rand gezegd heeft als het evangelie te zien. Daar heb ik echter lak aan: elke andere filosoof had kunnen ontdekken wat zij ontdekt heeft.

2) Het tweede punt trekt er al beter op, alhoewel. Wat deze auteur in feite beweert, is dat Rand Kant niet goed gelezen heeft. Merk op dat dit dezelfde objectie is die men tegen aanhangers van Rand aanvoert: "Jullie hebben eenvoudigweg Kant niet begrepen". Als punt één dan al een argument was, dan is het bij deze steriel.

Ten gronde nu. Dat Rand stelde dat Kant ooit woordelijk beweerd heeft dat menselijke kennis ongeldig is omdat het bewustzijn identiteit heeft is een misvatting. Wat ze zei was dat zijn hele filosofie, in zijn volste logische consequenties doorgedacht, neerkwam op één centrale stelling:

"The entire apparatus of Kant’s system rests on a single point"

Nu kun je betwisten of Rand hier voldoende zorg aan de dag gelegd heeft om duidelijk te maken dat die centrale stelling haar eigen logische afleiding, en niet de woordelijke termen van Kant waren. Maar als dat waar is, dan zou geen enkele filosoof die een stelling van een ander becommentarieert nog gevolgtrekkingen mogen maken. Zelfs al is de uitspraak van Rand dus haar eigen logische afleiding van zijn systeem, dan nog ontkracht je daarmee de validiteit van die afleiding niet.

Een ontkrachting zou betekenen dat je kan aantonen dat Kants filosofische aannames NIET leiden tot de conclusie van Rand. Alleen is het grappig te zien dat er zoveel interpretaties van Kant bestaan als er Kantianen zijn. Er zijn wel grote scholen, maar binnen die strekkingen is elke filosoof toch een eiland.

Dit op zich is voor mij al een illustratie van het postmodernistisch onvermogen om universele ideëen te appreciëren, maar dat is bijzaak. Waar het hier om gaat is dat Rand nog maar eens een intentieproces moet ondergaan, en dat critici van haar filosofie zich op voorhand immuniseren door te stellen dat wie haar filosofie verdedigt ook haar verdedigt, net zoals in een sekte de leden de leider verdedigen. Dat is een intellectueel oneerlijke positie, temeer daar omdat de beschuldigden zich nooit van dat odium kunnen bevrijden.

De verwijzing naar Aristoteles is dan ook hulpeloos. Wie zijn werken leest, en vooral de helderheid van zijn denken, is niet geïmponeerd door dit irrelevant citaat. "The exact meaning of this is disputed by scholars" en dat is het dan.

Twee vaststellingen:

1) Deze discussie gaat niet over haar ideëen, maar over de al dan niet correcte interpretatie van Kant. Maar zelfs al interpreteerde Rand Kant volledig verkeerd, zelfs was Kant een crypto-objectivist, dan nog invalideert dat haar eigen denken voor geen milimeter: het bewustzijn heeft identiteit.

2) Uw oppositie in dit debat wordt niet gestoffeerd uit eigen denken, en kennis van haar teksten, maar uit het presenteren van andermans argumenten, en het citeren van secundaire bronnen van kritiek. Nogmaals: neem een stelling van Rand, probeer die te ontkrachten, en stuur me het resultaat naar brechtarnaert apestaartje gmail.com.

Ik denk dat we nu lang genoeg de thread van professor Storme's artikel gemonopoliseerd hebben.

Beste groeten,

Brecht.

 
At 15/9/11 18:09, Anonymous Pierre Saelen said...

"Ik denk dat we nu lang genoeg de thread van professor Storme's artikel gemonopoliseerd hebben."

Klopt.

Nu terug naar de blogpost van professor Storme.

1) De stelling dat er zowel een "liberale als een socialistische variant van dit non-judgmentalism bestaat", vind ik een interessante invalshoek.

2) Het is toch wel vreemd dat de adepten van het niet willen oordelen, zich überhaupt tegen het gemeenschapsdenken uitspreken.
Lijkt me toch wat inconsequent, want dit houdt in dat ze hun eigen non-judgmentalism met bijhorende multiculturele ideologie als beter, als superieur beschouwen.
Ook al vermijden ze elk oordeel, aan dit ene oordeel is er geen ontsnappen aan.
En wat ze ook mogen beweren, heel die multiculturele ideologie komt enkel in de Westerse wereld voor.
Wat mij betreft is die een capitulatie om vanuit de eigen cultuur nog over andere culturen te oordelen, maar tegelijk willen ze die capitulatie aan iedereen uit de eigen cultuur opleggen. Opleggen, want al mogen we er als individu anders dan hen over denken, we mogen er als gemeenschap niet naar toe te handelen, ook al zouden de adepten van het multiculturalisme een minderheid vormen.
Moet ik hen nu als volgt antwoorden: "Bemoei u met uw eigen zaken"?

 
At 15/9/11 22:01, Blogger Brecht Arnaert said...

"Het is toch wel vreemd dat de adepten van het niet willen oordelen, zich überhaupt tegen het gemeenschapsdenken uitspreken.
Lijkt me toch wat inconsequent, want dit houdt in dat ze hun eigen non-judgmentalism met bijhorende multiculturele ideologie als beter, als superieur beschouwen."

Of nog summierderderder gesteld: "Je kunt niet niet oordelen".

 
At 21/9/11 17:27, Anonymous Pierre Saelen said...

Amen

 

Een reactie plaatsen

<< Home

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>