4 mei 2011

De Engelse pitbull en de Vlaamse underdog

Gisteren, op 3 mei, werd aan Theodore Dalrymple alias Anthony M. Daniels (op zich een vreemd feit dat een criticus van het politiek-correcte denken zich van een pseudoniem bedient, maar soit) de Prijs van de Vrijheid uitgereikt. Plaats van actie: de grote Aula van het Leuvense Maria-Theresa-college. Een verschrikkelijke plek die meer doet denken aan een anatomisch theater (zoals er zich een in Leuven bevindt), met neonlicht en een erbarmelijke akoestiek. De zaal (voor zo’n 500 toehoorders bedoeld) zat nog niet voor de helft vol, verwonderlijk wanneer Bart De Wever himself als hulderedenaar was aangekondigd. Onderaan het amfitheater, nabij het spreekgestoelte dus, verzamelden zich de m’as-tu-vu-gasten: Liesbeth Homans, Jan Jambon, en meer schoon volk, naast uiteraard de kernleden van Libera! (met uitroepteken, alsof de naam zelf niet volstaat, zie ook Groen! e.d.), de organiserende “klassiek-liberale” denktank onder de bezielende leiding van Boudewijn Bouckaert.


Traditioneel zijn die Libera-prijsuitreikingen qua organisatie een echte ramp, en gisteren was het niet anders: speeches die met een uur vertraging beginnen, geknoei met micro’s, bloemen voor de spreker die niet afgegeven worden, een coördinator (Kristof Van der Cruysse) die op cruciale momenten in de natuur verdwijnt, en gelukkig géén receptie waardoor er ook geen lauwe schuimwijn werd geserveerd. Maar daarover wil ik het verder niet hebben, over naar de laudatio en de laureaatstoespraak, die in een boekje werden gebundeld en die ik ondertussen kon doornemen.

Tegenstellingen, paradoxen en versprekingen

Van Bart De Wever had ik meer verwacht dan het droog aflezen van een Engelse tekst, vrijwel zonder intonatie, maar ik veronderstel dat dit evenement voor de N-VA-voorzitter dan ook niet meer was dan een korte doortocht in een overgevuld dagprogramma. Wat boeiend was en is in deze enscenering, is de confrontatie tussen het universum van de gedegouteerde psychiater Theodore Dalrymple en dat van de conservatieve Vlaams-nationalist Bart De Wever. Het uitgangspunt waarop Dalrymple steeds weer hamert, dat de pampercultuur alleen maar leidt tot meer afhankelijkheid, en uiteindelijk vooral de welzijnsbureaucratie ten goede komt, betwijfelt geen zinnig mens. En dat de schoelies, die de dagjesmensen in Hofstade intimideerden, niet moeten verontschuldigd worden met praatjes over het warme weer, schoolvacantie en toeslaande verveling,- daarover zijn we het allemaal eens.

Toch moet ik Dalrymple erop wijzen dat die verzorgingsstaat een uitvloeisel is van de christelijk-humanistische traditie, waarover de zgn. klassieke liberalen altijd zeer dubbelzinnig doen. Zelf gebruiken ze de termen “liberaal”, “libertariër” en “conservatief” door elkaar, waardoor ik in het verleden van een ideologische hutsepot sprak. Het is een paradox die ik ook bij de vorige editie in 2010, toen Bolkestein de Prijs van de Vrijheid kreeg, behandelde, en ik heb er nog altijd geen afdoend antwoord op gekregen. Zijn ze nu voor of tegen die culturele onderlaag, die ontegensprekelijk sociale klemtonen legt, en die door De Wever als het “kostbare weefsel” wordt omschreven? Concreet: moet ik medelijden hebben met het gezin dat de electriciteitsfactuur niet meer kan betalen –en misschien zelfs kwaad worden op Electrabel en Eandis die als echte liberalen vooral winst willen maken-, of moet ik zeggen zeggen: “vrienden, help u zelf, brand een kaars, want Theodore Dalrymple is tegen de pampercultuur”?

Medelijden, empathie: het zijn gevaarlijke woorden, want Dalrymple kadert alles in een sentimentaliteitscultus, daarover straks meer. Feit blijft dat het discours van onze gepensioneerde psychiater bijwijlen klinkt als een slang die in haar eigen staart bijt: het gedram over de Europese culturele traditie, de collectieve identiteit en de waarden van de Res Publica, als pseudo-argumentatie voor een ontmanteling van sociale voorzieningen. Het is volstrekt onduidelijk waar bij Dalrymple de sociale solidariteit begint of ophoudt. De verzorgingsstaat is overigens eerder Christelijk-caritatief dan socialistisch-collectivistisch, evenals het belastingsysteem als middel tot herverdeling. Het is hoe-dan-ook hypocriet om de sociale vangnetten te willen opdoeken, terwijl men zich beroept op een identitaire cultuur die het individu overstijgt.

Ook in een ander aspect rammelt het liberaal-libertaire discours. Dalrymple hekelt het hedonisme van de consumptiemaatschappij, maar het is juist de vrijemarkteconomie die de mens tot consumptie aanzet en hem gadgets probeert te verkopen die hij niet nodig heeft. Er bestaan nu eenmaal systemen, mechanica’s, raderwerken, die de menselijke vrijheid trachten te usurperen. Het liberalisme kan bv. niet anders dan reclame toejuichen tijdens kinderprogramma’s –in naam van de “vrijheid”-, maar daarmee wordt natuurlijk wel een verslavend consumentisme geprepareerd. Hoe dat dan weer gerijmd kan worden met ethische principes rond de leugen, manipulatie en verlakkerij, en het recht om te revolteren tegen dit systeem (Jezus die de marchands de tempel uitjaagt?), daar vind ik ook niets over terug in de teksten van Dalrymple. Theorievorming is duidelijk zijn zwakke plek.

Tenslotte heeft Dalrymple de neiging om zich te keren tegen de “linkse” systeemkritiek, die het individu zou deculpabiliseren, maar hij doet natuurlijk – op zijn anekdotische, particularistische manier- wel doorlopend zélf aan systeemkritiek, en dat kan ook niet anders. Het individu bevrijden zonder het systeem te herzien, waarin dat individu functioneert, is een illusie. We hebben dus de politieke plicht om ons te moeien met de maatschappelijke structuren en eventueel alternatieve modellen te ontwikkelen. Anders evolueren we zeer snel naar een cryptofascistische kortsluiting tussen extreem vrijemarktdenken en individuele repressie. Jaja, ik lees wel dat Dalrymple als de dood is voor onderdrukking van het individu, maar ik lees hier en daar tussen de regels toch wel dat een sterke staat, wat meer gevangenissen en wat meer politie (en dus wat minder straathoekwerkers) hem ook niet ongenegen is. Zeer snel wordt het rechts-conservatieve liberalisme, via het alibi van de waarden-en-normen, toch weer een embryo van de censuurmaatschappij. Kan hier een libertariër eens recht staan?

Meester Pennewip

Over dan naar de boeiende persoonlijke connectie Dalrymple-De Wever. En hier komen we in een psychologisch register omtrent de wezenskenmerken van de Vlaamse underdog. Wie die typologie nog eens in detail wil nalezen, verwijs ik naar mijn essay “Berichten uit la Flandre profonde”, gepubliceerd in “De Vlaamse Republiek: van utopie tot project” (Leuven, Van Halewyck, 2009). Slechts één gedachte hieruit: de Vlaamse underdog vertoont alle kenmerken van de huisdierneurose,- namelijk blaffen én de hand likken die hem slaat. Hij is af en toe opstandig, maar nooit opstandig genoeg om de ketting door te bijten waaraan hij ligt. Ten gronde is de Vlaming nooit aan het Christelijk-parochiaal universum ontsnapt, waarbinnen zonde, leut, zurigheid (tegen het “establishment”) en gehoorzaamheid de vier Clausiaanse hoekdelen vormen. De zaak Vangheluwe is er een verre uitloper van.

Wanneer ik nu de passages lees in Dalrymples tekst, over de “sentimentaliteitscultuur”, dan krijg ik toch wel de behoefte om dat op de persoon, de leefwereld én de ideologie van Bart De Wever te projecteren. Hierin staan benadrukking van mannelijke deugden, onderdrukking van gevoelens, en zelfcensuur centraal. Dalrymple ontpopt zich als anti-romanticus en geeft een aantal hilarische voorbeelden van “belachelijke” collectieve emoties, zoals het leggen van bloemen op plekken waar verkeersslachtoffers om het leven kwamen. Ook hier zie ik weer rare breukvlakken met de Christelijke waarden van empathie. Maar, fundamenteler nog, is de afwijzing van de filosofie van J.J. Rousseau een Freudiaanse verspreking van de man die schrik heeft van zijn eigen gevoelens.

Persoonlijkheid en ideologie interfereren hier op een curieuze manier met elkaar. De algemeen bekende sociale handicap van De Wever (elke keer dat ik de man sprak, keek hij alleen naar de grond), waardoor hij alleen als demagoog functioneert, én als model-huisvader, rationaliseert zich in een anti-romantisch discours tegen de liefde, de revolutie, de radicaliteit. In essentie gaat het erom dat mensen hun gevoelens vooral moeten controleren en zich gedragen. Er is vrijheid van spreken, maar het moet “beschaafd” gebeuren, en men dient zich te excuseren als men over de schreef gaat.

Dalrymple schijnt hier, meer dan een overtuigend discours tegen het sentiment (dat inderdaad bestaat, maar dan ook weer meer als marktgestuurd fenomeen, vooral via de media), vooral een stukje van De Wevers ziel te hebben blootgelegd, en meteen deze van de Vlaamse schuld- en verdringingscultuur. In wezen is dit het universum van geblokkeerde mannen die met hun gevoelens niet omkunnen, noch met de bochtigheid van het leven. Ik ga me niet wagen aan speculaties over het sexleven van Dalrymple of De Wever, maar ik houd het bij één vermoeden: Geeeuw.

Naadloos gaat het mannelijk-ascetisch discours tegen de emoties over in een zurig conformisme, dat dan toch weer de sterke staat vooropstelt die, eerder dan brutale censuur, vooral mechanismen van zelfcensuur inlepelt. Beheersing dus. En zo komen we weer uit op de Vlaamse underdog: de Engelse pitbull heeft er, onbewust, een perfect model voor geleverd. Zelden uitgelaten, zelden ook echt kwaad; meestal in de pas lopend, en af en toe de katjes in het donker knijpend. 19de eeuwse preutsheid en misogynie, een Victoriaans universum zoals Tom Lanoye het beschreef? Misschien wel. Ik houd het eerder bij Freud en diens verdringingstheorie. Mannen die emoties verbanvloeken, zitten met een probleem. De politieke revolte, maar ook alle poëtische momenten zijn dan flauwekul (men leze de columns van De Wever erop na), en kunst is, in haar hevige, temperamentvolle vorm, alleen maar ordeverstorend en dus nefast.

Ik moest bij de lectuur van Dalrymple’s speech heel de tijd denken aan Meester Pennewip van Multatuli: een schoolmeester-droogstoppel die de gedichten van zijn pupillen taxeert op hun gehalte aan godvrucht, vaderlandsliefde, gezagstrouw, en, jawel, zelfbeheersing. Andermaal: kan hier een libertariër….

Herderlijk

Ik heb het boekje nu weggelegd en zal het nooit meer lezen. De twee gabbers en boezemvrienden, Bart en Anthony, hebben, behalve hun hopeloze gevoelsarmoede en gespeelde mannelijke stoerheid, ook de kortademigheid gemeen van de columnist. Het zijn meer versierde bedenkinkjes, of, met iets minder respect gesteld: toogpraat. En ook hier herkennen we weer iets oer-Vlaams: het café als parochieparlement, als spiegelbeeld van het altaar in de dorpskerk. De Engelse pub en de Vlaamse herberg ontmoeten elkaar hier als twee archaische fora, waar simpele waarheden vermengd worden met lachsalvo’s en schimpscheuten, en dat alles doorgespoeld met liters slecht bier.

Blijft dan natuurlijk nog de grote autoriteit in Vlaanderen van Bart De Wever, waartegen elke vrijheidsstrijder zich met hart en nieren zou moeten verzetten. Zijn dubbele reïncarnatie van de dorpspastoor en de schoolmeester uit la Flandre profonde, die zijn waarheden drenkt in een sopje van Latijnse spreuken,- het bevestigt mijn vooroordeel dat Vlamingen nog altijd op zoek zijn naar een herder. Een woord dat Dalrymple als een scheldwoord gebruikt. Ik vrees dus dat de vrijheid weer elders ligt. Altijd elders. Maar is dat niet eigen aan de vrijheid? Hoe zou men haar dan kunnen lauweren? Waarom is “vrijheid” in alle talen eigenlijk vrouwelijk? Kan hier een libertariër…., neen, laat maar zitten.

Johan Sanctorum

10 Comments:

At 4/5/11 23:19, Anonymous Johan B said...

Hoe zielig toch dat Sanctorum de behoefte voelt om uit te bazuinen dat hij er niets van begrepen heeft. Al in zijn eerste zin geeft hij aan niet te weten waarom Daniels onder pseudoniem schrijft. Het pretentieus etaleren van onwetendheid is blijkbaar Sanctorums handelsmerk.

 
At 5/5/11 00:11, Anonymous Anoniem said...

"Toch moet ik Dalrymple erop wijzen dat die verzorgingsstaat een uitvloeisel is van de christelijk-humanistische traditie,...."
Sociale instellingen zoals wezenopvang,bejaardenhuizen, alsmede "jeugdopvang"
waren al in de middeleeuwen bekend.
Dus indedaad is het socialisme ook hier geen toegevoegde waarde, maar een herhaling van iets wat ooit al bestaan heeft.


" ..maar het is juist de vrijemarkteconomie die de mens tot consumptie aanzet en hem gadgets probeert te verkopen die hij niet nodig heeft."
Kortom de burger is niet een zelfstandig en verstandig wezen en moet dus tegen zichzelf beschermd worden. Of hij/zij het er mee eens is of niet.

Het is nog maar de vraag of de staat de wwelvaartsamenleving onderhouden moet. Dat kan de burger zelf ook wel.
verlaag de belastingen tot 10% van het huidige niveau en verplicht burgers zo'n 30% van verdiend inkomen te sparen/verzekeren/beleggen in aandelen of obligaties voor ziekte, werkeloosheid, ouderdomsvoorziening.
Blijft er 4% over voor hopeloze gevallen.
U ziet het de staat en socialisme is vervangbaar.

 
At 5/5/11 14:02, Anonymous Miel said...

Ik heb het lezen van deze saaie en rancuneuze tekst maar tot de vierde alenea volgehouden, waar de schrijver eindigt met een vraag die hij zichzelf stelt:

"of moet ik zeggen zeggen: “vrienden, help u zelf, brand een kaars, want Theodore Dalrymple is tegen de pampercultuur”?"

Wel, als Sanctorum het had kunnen opbrengen zijn eigen tekst nog eens te herlezen voor hij hem op het internet plaatste (klaarblijkelijk had hij er zelf ook moeite mee), dan had hij in de derde alinea kunnen lezen dat "de pampercultuur alleen maar leidt tot meer afhankelijkheid, en uiteindelijk vooral de welzijnsbureaucratie ten goede komt, [dat] betwijfelt geen zinnig mens."

En hoefde hij zich, indien hij zichzelf een zinnig mens zou vinden, zich niet achter de rug van Dalrymple te verschuilen om een antwoord te geven op zijn vraag.

 
At 5/5/11 16:09, Anonymous Avondlander said...

Meestal ben ik aangenaam verrast door de schrijfsels van Sanctorum. Dit keer is het een tegenvaller. Het punt dat hij wil maken is me niet duidelijk en de argumentatie is onsamenhangend. Maar ik blijf wel een Sanctorum-fan!

 
At 5/5/11 22:06, Anonymous Anoniem said...

Nu bekent Sanctorum zich ook al tot het kamp van de emo-fundamentalisten: alleen emotionele exhibitionisten zijn échte mannen. Een spetterend sexleven is hun waarmerk, de andere droogstoppelnitwits kreunen onder het anathema van johans gaaplust. Misschien kan JS voor ons eens onderzoeken hoe vaak Socrates van bil ging, of Einstein...

 
At 6/5/11 00:06, Anonymous haas said...

Ik vind mijn eigen mening goed terug in de commentaar van Hans Becu op de blog van Sanctorum

Over het saaie seksleven van De Wever. Het is niet omdat men vandaag niet meer opkijkt van vreemdgaan (wat ik best ok vind), dat je nu per se een grijze figuur bent als je niet vreemdgaat. Hoe drukte De Wever dat ook weer zelf uit? (in Volt in debat met Goedele Liekens) "Van constipatie naar diarree". Die uitdrukking past verder heel goed bij dit onderwerp eigenlijk! Constant debatteren over welke intestinale stoornis we nu het liefst hebben: diarree of constipatie... Geef mij dan maar een gezond evenwicht.

 
At 6/5/11 09:24, Anonymous Herman Verbeke said...

Het is duidelijk dat JS zijn lezers weer even op het verkeerde been heeft gezet. Zo interpreteer ik de reacties. Hij begint inderdaad met het beamen van de stelling van Dalrymple over de pampercultuur. Maar niemand verwacht toch dat JS op dat cliché doorgaat?
Wat volgt, is dan een deconstructie van dat liberaal-conservatief complex, dat JS als mannelijke toogpraat kwalificeert. Daar hoeft niemand mee akkoord te gaan, maar het is wel raak getypeerd. Ik was daar in Leuven, die avond van 3 mei, en ik kan u verzekeren: Dalrymple en De Wever zaten daar echt als die twee oude mannetjes uit de Mupett Show.
Het sfeerbeeld en de karakterschets die JS neerzet, moet ik beamen: de N-VA begint steeds meer te gelijken op de Amerikaanse tea-party, een schaduworganisatie van de republikeinen, waarvan karikaturen als Donald Rumsfeld in de vorige legislatuur de dienst uitmaakten. Een club van zielige, oude macho’s. Horresco referens…

 
At 7/5/11 11:07, Anonymous Johan B said...

Het gebrek aan argumenten van de Dalrymple-critici is zo groot dat ze hun toevlucht moeten nemen tot sfeerbeelden en karakterschetsen, die dan op de koop toe nog vals blijken te zijn. Ik was daar ook op 3 mei.

Verder worden alleen stromannen aangevallen, kromme redeneringen opgezet en onwaarheden verteld.
Een paar voorbeelden.

"De verzorgingsstaat is overigens eerder Christelijk-caritatief dan socialistisch-collectivistisch, evenals het belastingsysteem als middel tot herverdeling."
Dat is onzin. Het socialistische systeem van herverdeling is gebaseerd op valse filantropie (de weldoener uithangen met andermans geld) terwijl echte liefdadigheid gebeurt op louter vrijwillige basis.

Uit zijn gezeur over reclame blijkt dat JS het onderscheid niet kent tussen recht en moraal. Het is hem niet bekend dat je een moreel standpunt kunt innemen en tegelijk tegenstander kunt zijn van wetten die overtreding van dat standpunt bestraffen.

"Tenslotte heeft Dalrymple de neiging om zich te keren tegen de “linkse” systeemkritiek, die het individu zou deculpabiliseren, maar hij doet natuurlijk (...) wel doorlopend zélf aan systeemkritiek (...)"
Dus volgens JS mag je je niet keren tegen systeemkritiek A als je zelf aan systeemkritiek B doet. Begrijpe wie kan.

"Jaja, ik lees wel dat Dalrymple als de dood is voor onderdrukking van het individu, maar ik lees hier en daar tussen de regels toch wel dat een sterke staat, wat meer gevangenissen en wat meer politie (en dus wat minder straathoekwerkers) hem ook niet ongenegen is."
Dat leest men niet tussen de regels. Dat behoort tot de kern van Dalrymples betoog. In "Leven aan de onderkant" schreef hij:
"Terwijl de staat zich bemoeit met alle details van hun huisvesting, hun medische zorg en de betaling van hun subsidies om niets te doen, zet hij zijn verantwoordelijkheid volledig aan de kant op dat ene gebied waar de verantwoordelijkheid van de staat absoluut onvervreemdbaar is: recht en orde." (...)
"Het idee dat een rechtvaardiger sociale orde de politie overbodig zou maken, is utopische kletskoek. Een betrouwbare politiemacht is geen ontkenning van vrijheid maar een noodzakelijke voorwaarde voor vrijheid."
Een kind snapt wat hier bedoeld wordt, maar voor JS gaat het hier om "een embryo van de censuurmaatschappij".

"Mannen die emoties verbanvloeken, zitten met een probleem. De politieke revolte, maar ook alle poëtische momenten zijn dan flauwekul (...)"
JS begrijpt niet welke emoties Dalrymple bedoelt (nl. deze die leiden tot geweld en criminaliteit). Hij blijkt evenmin te weten dat politieke revoltes kunnen ontstaan op basis van de rede. Die lijken mij in ieder geval meer legitiem dan poltieke revoltes op basis van emoties. Of om met Dalrymple te spreken: "De triomf van de leer die het gevoel superieur acht aan het verstand, zou de Romantici ongetwijfeld veel plezier hebben gedaan, maar heeft een onvoorstelbare ellende aangericht."
Wie deze onvoorstelbare ellende wil vermijden doet er goed aan te luisteren naar wat Dalrymple te vertellen heeft. De vraag is of valse filantropen zoals Sanctorum daar wel in geïnteresseerd zijn.

 
At 7/5/11 21:44, Anonymous Marc Huybrechts said...

@ Herman Verbeke

Ik was niet aanwezig in Leuven op die avond van 3 mei, en ik weet dus niet of uw karakterisatie ervan enige realiteitswaarde zou hebben. Maar ik weet nu wel dat u weinig of niets begrijpt van de Amerikaanse politieke realiteit, en dat u alleen maar wat karikaturen uit naief-linkse media gelijk De Standaard, de VRT, en de New York Times kunt parroteren.

De Amerikaanse Tea Party afdoen als een..."schaduworganisatie van de republikeinen", getuigt van een zeer vertekend beeld van zowel de Tea Party als van de Republikeinse Partij. Het Tea Party fenomeen is in feite een zeer gedecentraliseerd fenomeen dat onder verschillende vormen in verschillende staten leeft. In sommige staten heeft de Tea Party een sterk ethisch karakter, maar in de meeste gaat het vooral om fiskale conservatieven en om 'patriotten' (in tegenstelling met de heersende culturele zelfhaters van de dominante linkse vleugel van de Democratische Party).

De Tea Party is quasi-spontaan ontstaan in 2009 in directe reactie op het 'vroege' rampzalige beleid van de Obama Administratie, zowel op fiskaal, juridisch, en op buitenlands gebied. Sindsdien is dat beleid enigzins verbetert, en werd erger voorkomen, dankzij de 'grass roots' raectie van talrijke Tea Parties rond de VS. Meer fundamenteel is de Tea Party een reactie op de bestaande 'particratie' in de VS, ook al was die particratie nog niet zo ver gevorderd dan in Belgique in termen van echte democratie-ondermijning.

Het meest-onmiddelijke doel van de Tea Party is van de Republikeinse Partij terug om te buigen naar haar grondwaarden en weg van haar huidige particratische 'derapages' (die hoofdzakelijk te maken hebben met normeloze politieke machtsbestendiging).
Vermits de grote zetelwinst van de Republikeinen bij de jongste Congress-verkiezingen (House) in November door Tea Partiers werd gewonnen, vormen zij een belangrijke nieuwe vleugel in de Republikeinse Partij. Het spreekt vanzelf dat dit vandaag tot grote spanningen leidt met de Republikeinse 'establishment'. Maar, het alternatief, i.e. een tweede ambstermijn voor Obama is te rampzalig om te contempleren voor de toekomst van de USA. Men kan dus verhopen dat oude en nieuwe (Tea Party) Republikeinen hun gezond verstand zullen volgen en water in mekaars wijn zullen kunnen doen om erger te voorkomen.

Dat u Tea Partiers "zielige, oude machos" noemt is het beste bewijs dat u parroteert en niet observeert. En van Donald Rumsfeld kent u blijkbaar alleen maar een "karikatuur" die men u heeft wijsgemaakt, ook al bedoelde u van de betekenis van het woord "karakter te gebruiken in uw verwijzing naar hem.

 
At 16/5/11 09:44, Anonymous Uwe Hayek said...

De vraag is niet of je medelijden moet hebben met mensen die hun energiefactuur niet meer kunnen betalen, in de Belgische contekst.

De vraag is of je medelijden moet hebben met mensen die geen job vinden en moeten leven van een karig vervanginkomen, of die wel een dure job hebben, waarvan alleen een karig nettoloontje overblijft.

En mensen vinden geen job omdat de pamperstaat al de bedrijven naar het buitenland belast/gejaagd heeft.

Komt daar nog bij dat Eandis de monopolie poot van Electrabel is en blijft. Een netwerk dat per kilowatt het transport aanrekend en ongeveer evenveel als de energiekost zelf, dáár zouden héél grote vragen bij gesteld moeten worden.

De mensen worden op alle mogelijke en onmogleijke manieren uitgebuit door de overheid, en dat heeft niets met liberalisme te maken, het is exact de tegenpool ervan.

In deze kontext moeten mensen inderdaad geholpen worden, maar het allerbeste kan je de mensen helpen met alle gebeid te bevrijden, politiek en economisch. Weg met de belastingen en de regelneverij, weg met een miljoen tweeduizend man zwaar ambetantenaren apparaat.

Een apparaat dat zich een belastingvrij loon en pensioen toeëigend dat het dubbele bedraagt van dat van een privé werknemer. Met daarbovenop vastheid van betrekking.

Dat uitbuitingsapparaat, veel efficienter en oneindig veel gulziger dan eender welk industriebaronaat, is óók het product van de "christelijk-sociaal-humanistische traditie". Whatever that may be.

Uwe Hayek.

 

Een reactie plaatsen

<< Home

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>