17 maart 2011

Verraad

“Verraad”, de term klonk lang geleden regelmatig tijdens donderpreken op de IJzerbedevaart. Hij gold vooral de systeempartijen die de Vlaamse belangen slecht behartigden: “CVP’ers, farizeeërs!” Ook de Egmont-onderhandelaars werden in brede kring van “verraad” beschuldigd.



Maar dat is alweer 32 jaar geleden. Vandaag klinkt dat woord veel te serieus, ook flaminganten zijn niet immuun voor de tijdsgeest. Het wordt vooral ironisch gebruikt, als in Bart De Wevers devies: “Van verraad tot verraad gaan we naar een Vlaamse staat.” Mogelijks is er nog ergens een oudstrijder die in een lezersbrief zijn machteloze woede uit over het “verraad” van de gesubsidieerde cultuursector. Het is te hopen voor die salonjonkers, want anders is hun geweeklaag dat zij warempel “verraders” en ”slechte Vlamingen” genoemd worden, een zoveelste leugen. Geen enkele Vlaamse woordvoerder van enig niveau noemt hen immers zo.

Het is een van de merkwaardigste cultuurverschijnselen van deze tijd dat regimeknechten die alle voordelen van hun gedienstigheid genieten, zich tegelijk als rebels willen voordoen. Die waardering voor de rebellenstatus heeft iets met mei ’68 te maken. Een echte rebel komt in opstand tegen de machthebbers, en dat gold globaal wel voor de oproerlingen van toen, maar de neprebellen van vandaag schreeuwen vooral tegen de underdog, in België dus tegen Vlaanderen. Een originele neprebel zou daarbij tenminste zijn eigen vlag ontwerpen, maar deze neprebellen weten niets beters dan met de vlag van de tegenstander te zwaaien. Vandaar de nieuwe Belgiëliefde bij kunstenaars die tot voor kort even weinig benul hadden van een Belgische identiteit als van een Vlaamse (beide liggen immers even ver van hun navel). In plaats van een nieuwe lijn uit te zetten, kunnen ze niets beters bedenken dan met de tegenpartij te collaboreren.

Er had binnen Vlaanderen zoiets als een “loyale oppositie” tegen de ingebeelde flamingantische overmacht kunnen bestaan, maar de Vlaanderenhaters verkiezen de weg van de overloop naar de vijand. Wat zouden zij graag door aan aftandse flamingant “verrader” genoemd worden, hoe trots zouden ze die badge dragen.

Maar niet iedereen heeft de eer om verrader te kúnnen zijn. Olivier Maingain of Joelle Milquet zijn geen verraders aan de Vlaamse zaak, zij hebben daaraan immers nooit trouw gezworen. Ook de culturele profiteurs die op de Vlaamse hand spuwen die hen voedt, hebben nooit een valse indruk van toewijding aan de Vlaamse zaak gewekt. Een echte verrader was bijvoorbeeld Bert Anciaux, ooit voorzitter van een Vlaams-nationale partij, die in diverse bestuursfuncties geen moeite spaarde om de Vlaamse zaak schade toe te brengen. Nog zo iemand was Patrick Dewael, die zijn functie als hoofd van de Vlaamse regering (te danken aan Jean-Luc Dehaene, die aan ruwaard Luc Vandenbrande verbood om zijn succesvol Vlaams bestuur voort te zetten) alleen gebruikt heeft om Vlaanderen alle zelfrespect te ontzeggen. Eeuwige schande is hun deel.

In de oorlog zijn verraders het mikpunt bij uitstek van haat en wraak. Vijandige strijders doen slechts hun plicht en worden met een zeker respect bejegend, maar voor verraders uit eigen rang is er geen genade. Mocht de Vlaamse beweging zo fanatiek en zo gevaarlijk zijn als de zelfbenoemde “slechte Vlamingen” beweren, dan zouden zijzelf allang vermoord zijn. Maar zij geloven hun eigen grootspraak duidelijk niet.

Koketteren met het verradersstatuut is erg eigentijds maar niet helemaal zonder voorgaande. Denk bijvoorbeeld aan Ramlah, de dochter van Abu Sufyân, de hoofdman van Mekka die zijn volk en tradities tegen de agressieve sekte van een zekere Mohammed verdedigde. Gebruik makend van de vrijheid die Arabische vrouwen toen nog genoten, trouwde zij tegen zijn zin met een volgeling van Mohammed. Toen haar man zich tot het christendom bekeerde, scheidde zij van hem en trad ze toe tot Mohammeds harem. Van al de vrouwen van de profeet kreeg Ramlah de hoogste bruidsgift, want een grotere trofee was nauwelijks denkbaar: de dochter van je hoofdvijand die gewillig naar je eigen kamp overloopt.

Mohammed zelf was een overloper en zelfverklaard verrader. Toen hij in Mekka weinig succes ondervond, stuurde hij een delegatie naar Ethiopië in de hoop om de Negus van Ethiopië warm te maken voor een invasie in Arabië om daar Mohammeds eigen vijanden uit de weg ruimen (tot die delegatie behoorden ook Ramlah en haar man, die er onder de indruk van het christendom kwam). De Mekkanen herinnerden zich een eerdere Ethiopische invasie en beschouwden Mohammed daarom als een collaborateur met hun erfvijand. Zoals D.S. Margoliouth een eeuw geleden reeds aantoonde, ligt daarin de oorsprong van de term moslim. Propagandisten verbinden die term, met als gebruikelijke betekenis “die zich overgeeft”, met het woord salâm, “vrede”; en dat klopt, maar op een andere manier dan zij voorhouden. Een moslim is iemand die zich overgeeft aan, of zogezegd “vrede sluit” met de vijand, terwijl de strijd nog bezig is. Hij laat zijn medestrijders in de steek en loopt naar de vijand over.

Mohammed aanvaardde deze weinig lovende omschrijving om er een geuzennaam van te maken: hij was de “verrader” van het heidense kamp, die zich “overgaf” aan God en het met Hem op een akkoordje gooide om samen de heidenen te bestrijden. Zo stellen ook de Vlamingen die zich tegen Vlaanderen keren, zichzelf graag voor als overlopers naar een Hogere Zaak die in Haar dienst het Vlaamse kwaad bestrijden.

Labels: , , , ,

1 Comments:

At 18/3/11 11:14, Anonymous Anoniem said...

Veel (..) kunstenaars (..) koesterden een felle wrok tegen het gezag en wat zij het Bestel noemden, en meenden dat zij wegens hun staatkundige ideeën telefonisch afgeluisterd werden, en zulks terwijl zij van datzelfde ‘Bestel’ een fortuin aan geld binnen haalden, alles uit de knip van de belastingbetaler, die dan ook terecht niets met kunst te maken wilde hebben.

Gerard Reve, Het hijgend hert, Uitgeverij L.J. Veen, Amsterdam/Antwerpen 1998, blz. 10.

 

Een reactie plaatsen

<< Home

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>