29 oktober 2008

De sociale strijd hier en in India

“De werklieden lijden, zij zijn vernederd en verdrukt omdat het kapitaal den arbeid tot zijnen slaaf heeft gemaakt.” Aldus het eerste hoofdartikel, “Wat wij willen”, van Het Volk, de “krant voor de katholieke werkmens”, op 21 juni 1891. Dat was ook zo ongeveer de analyse die de opkomende socialistische beweging maakte, en toch riep Het Volk zijn lezers niet op om de socialisten te vervoegen. Integendeel, zij stelde zich voor als een “antisocialistisch dagblad”, tegen de klassenstrijd, voor de constructieve “verheffing” van de werkende klasse.

Ook in haar analyse van het probleem waar de arbeiders mee geconfronteerd werden, legde de nieuwe krant andere klemtonen dan de goddeloze socialisten. Een groot deel van de schuld lag volgens haar bij de al evenzeer goddeloze Franse Revolutie: “Om de zoogezegde volle vrijheid overal in te brengen, heeft de Fransche omwenteling van 1789 de laatste voorrechten der werklieden afgeschaft. Zij heeft gezegd aan den kapitalist en aan den werkman; ‘Gij zijt gelijk; gij zijt vrij; verrijkt u!’”

Inderdaad, de Franse revolutie schafte de voorrechten van de kerk en de adel af, maar ook die van de ambachtslieden en gildebroeders. Een van die voorrechten was dat de bonden van ambachtslieden de prijs van hun arbeid mochten vaststellen en controleren. Wie beneden die prijs werkte, was een “stielbederver” die een neerwaartse druk op de arbeidsvergoeding op gang bracht. Hij deed zijn collega’s niet alleen inzake de betrokken werkopdracht oneerlijke wedijver aan, maar op termijn maakte hij het hun zelfs onmogelijk om überhaupt nog klanten te vinden die de vastgestelde prijs wilden betalen. Zo zou bv. een vrijgezel die met weinig toekwam, zonder problemen beneden de prijs kunnen werken en daardoor de stiel onleefbaar maken voor vaklieden die een gezin te onderhouden hadden.

De vrije markt maakte de prijsbepaling “vrij”, ook inzake de prijs van de arbeidsprestatie. Je kon de prijs naar beneden drijven zolang je iemand bereid vond om voor die prijs te werken, bv. iemand die vaststelde dat geen enkele opdrachtgever nog een leefbare vergoeding wilde betalen. De prijs voor de arbeid werd niet meer door de gilden vastgesteld, het collectief van de vaklieden, maar door enerzijds de betaalmeesters en anderzijds de stielbedervers. Dit bracht de Verelendung van de arbeidende klasse op gang.

De goed klinkende term “vrij” betekende in dit geval een verbod, namelijk voor de arbeiders om zich te verenigen en als collectief met hun werkgevers over vergoeding en arbeidsvoorwaarden te onderhandelen. Dit schiep het soort vrijheid waarover de Franse dominicaan Abbé Henri Lacordaire (1802-61) zei: « Entre le fort et le faible, entre le riche et le pauvre, entre le maître et le serviteur, c’est la loi qui affranchit et la liberté qui opprime. »

Dat soort vrije markt is, spijts de opvatting van sommige christelijke libertariërs dat “the market is moral”, strijdig met bekende christelijke uitgangspunten. De eerste christen-democraten avant la lettre herinnerden aan de thomistische leer van het “eerlijk loon”, en verwezen naar de uitspraak van Jezus: “De arbeider is zijn kost waard.” (Mt.10:10) Jezus gebruikte dat in een andere context, maar wel als een algemeen bekend principe waarnaar hij kon verwijzen omdat hij en zijn toehoorders het er als vanzelfsprekend over eens waren. Zelfs liberaal aartsvader Adam Smith erkende dat: “Een man moet altijd van zijn werk leven, en zijn loon moet voldoende zijn om hem te onderhouden. Het moet zelfs iets meer zijn, zodat hij een gezin kan grootbrengen, anders zou het ras van dergelijke werklieden niet langer dan één generatie blijven bestaan.” (Wealth of Nations, p.28) Ja, het proletariaat moet genoeg voedsel krijgen om niet uit te sterven: ziedaar de eerste notie van een minimumloon.

Verstandige patroons zien dus ook wel in dat op termijn iedereen voordeel heeft bij de betaling van eerlijke lonen. In hun klasse zijn de kortzichtige stielbedervers echter heel talrijk, en het is maar goed dat een eeuw vakbondsstrijd gezorgd heeft voor een afdwingbare arbeidswetgeving die hun vrijheid om werkvolk uit te buiten inperkt. Het libertaire geloof dat de ongebreidelde vrijheid de best mogelijke maatschappij oplevert, is slechts een variant op het utopische mensbeeld van Jean-Jacques Rousseau, denkmeester van de Revolutie, nu met de staat als bederver van de in wezen goede mens. De ervaring leert daarentegen dat mensen die de kans krijgen om zich op andermans rug te verrijken, haar doorgaans niet laten liggen. En omdat de kapitaalbezitters veel meer middelen en manieren tot hun beschikking hebben om het spel vals te spelen dan de arbeiders, is het zeer begrijpelijk dat Jezus kon zeggen: “De baas is een smeerlap.” (Mt. 19:24) Oeps, dat was een bevrijdingstheologische vertaling, letterlijk staat er: “Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van de naald te kruipen dan voor een rijke om het rijk Gods binnen te gaan.” In ieder geval rechtvaardigt het feit van de menselijke feilbaarheid en vatbaarheid voor de verleiding om anderen uit te buiten, dat het politieke gezag in het economisch leven ingrijpt om bepaalde evenwichten op te leggen en af te dwingen.

Tot daar enkele gedachten ter gelegenheid van de stopzetting van een uitgave die een pijler was van de christen-democratie. Op die ideologie beloven we in deze kolommen later nog nader in te gaan, maar laat ons nu onze aandacht verleggen naar een hedendaags stuk vakbondsgeschiedenis, en wel in een land dat zelden onder juist die optiek besproken wordt: India. Daar bestaat een omvangrijke informele sector waar de vrijheid tot onderbetaling van werkvolk onbeperkt is: door de overvloed aan hongerlijders, ook nu nog, vind je altijd wel iemand bereid om voor een grijpstuiver je klusjes op te knappen. Ook in de nieuwe spitssectoren is het moeilijk om de werknemersbelangen op georganiseerde wijze te verdedigen. Het Westerse vakbondswezen wil nu de Indiase vakbonden helpen, misschien ook wel omdat hogere lonen in India de delocalisatie naar dat “lageloonland” kunnen tegengaan.

Een verslag van de situatie ter plaatse vindt men nu in een reportageboek van Kris Peeraer: India, Ontmoetingen met de Tijd (EPO, Antwerpen 2008). Wie het exotische en spirituele India zoekt, wie kleurrijke verhalen over wonderdoeners, vreemde huwelijkszeden en religieus conflict verwacht, komt hier ruimschoots aan zijn trekken. Het boek gaat echter voor meer dan de helft over de sociaal-economische stroomversnelling waarin India terecht gekomen is, en daar legt de auteur volkomen andere accenten dan de hoerakreten in Trends of De Tijd, want hij bekijkt het mirakel door andere ogen dan die van de nieuwe rijken.

Schrijver Kris Peeraer (°Leuven 1957) was zoon van een topambtentaar van CVP-signatuur. Mensen met die achtergrond en van die generatie kwamen soms wel in extreemlinks terecht, waar ze zich de beginselvaste voorhoede van de revolutie konden voelen, maar slechts uiterst zelden in de klassieke socialistische zuil, die van het gecompromitteerde “reformisme” en “biefstukkensocialisme”. De grote uitzondering is Frank Vandenbroucke, nu SP.a-minister, maar ook hij zat wel eerst enkele jaren in het politburo van de Revolutionaire Arbeidersliga. Peeraer, die een dagjob als bediende bij een transportbedrijf heeft, is inmiddels vakbondsmilitant voor het ABVV geworden. Maar dat ging ook in zijn geval wel via een omweg.

Op zijn achttien jaar liet hij de studies varen en vertrok met zijn rugzak en zijn lief (die nog steeds zijn echtgenote is) de wijde wereld in: Turkije, Iran, Afghanistan, Pakistan, India, Sri Lanka, Maleisië, China, goed voor een jaar of zes reizen. Onderweg vertelde een handlezer aan deze Vlaamse hippie dat hij hét had om een groot schrijver te worden. En dit zou na zijn terugkeer ook blijken. In 1995 oogstte zijn geestverruimde roman De Koningstuin, gebaseerd op de zevenjarige ervaring van zijn broer als persoonlijk leerling van een traditionele hindoe goeroe, in De Standaard der Letteren lof als “dé literaire gebeurtenis van het jaar”. De reisroman Reis naar de Begeerte, waarvan de titel toespeelt op de passus “begeerte heeft ons aangeraakt” uit De Internationale, werd door Frank Hellemans in Knack “dé revelatie van het voorbije boekenjaar” (2003) genoemd.

Peeraers nieuwe boek behoort echter tot de non-fictie. Hij heeft heel wat persoonlijke relaties met Indiërs opgebouwd, zodat dit niet zo’n buitenstaanderboek geworden is van een perscorrespondent die hele bladzijden vol pent over “in de taxi op weg naar mijn hotel”. Hij laat talloze levensechte Indiërs zelf aan het woord. Een zeer goede methode om tot de werkelijkheid van een samenleving door te dringen, maar laat me toch één zwak punt van die methode aanstippen. Mensen spreken niet voor 100% vanuit pure eigen ervaring, want hun ervaring is doorgaans gefilterd door ideologische prisma’s die zij verinwendigd hebben.

Zo laat Peeraer een moslim zuchten: “De overheid moet de moslims niet. Daarom krijgen we weinig kansen en zijn heel wat van onze broeders en zusters arme lui.” En hij schijnt zich het lot van die man aan te trekken: “De moslims van India zijn een achtergestelde minderheid: minder geletterd, ondervertegenwoordigd in overheidsbanen en in de politiek en met moeilijkheden op de arbeidsmarkt.” (p.32) Dat geklaag van de Indiase moslims zou ik toch niet zomaar slikken. Dat ze op de arbeidsmarkt onevenredig aan bod komen, is een feit, maar daaruit volgt niet dat dit aan de overheid ligt, of aan de hindoes, de Grote Satan of het zionistisch wereldcomplot. Het ligt aan henzelf, althans aan hun band met de islam.

De moslimminderheid geniet in India juist een aantal voorrechten, waarvan de meerderheid dus uitgesloten is, zoals een aparte religieuze familiewetgeving (inbegrepen de veelwijverij) en gesubsidieerde maar desondanks niet-seculiere scholen. Dat laatste voorrecht is hun groot ongeluk, want in hun moslimscholen leren de kinderen niet het Hindi (of andere streektalen) van de omgevende samenleving, noch het Engels van de internationale loopbaan, maar het Oerdoe van onder de minaret en het Arabisch van de Koran. Ook wiskunde en wetenschappen worden er stiefmoederlijk behandeld, en het resultaat is dat de meeste moslims voor de moderne arbeidsmarkt gewoon ongeschikt zijn. Laat ze uit hun islamitische cocon treden en het komt heus wel goed.

Soit, in het algemeen is Peeraers luisterend oor bij de Indiërs zelf, mensen van alle gezindten, leeftijden en maatschappelijke posities, toch wel de sleutel tot een verrassende inkijk in wat V.S. Naipaul de “miljoenen muiterijen” genoemd heeft die hun samenleving vandaag in beweging brengen. Als vakbondsman schetst hij tal van situaties waarin werknemers voor hun rechten willen opkomen, of het proberen, of er niet meer in geloven, of gefrustreerd raken maar met de moed der wanhoop doorvechten. Dit zonder opvallende partijdigheid, want hij laat de negatieve kanten van de sociale strijd ook zien, bv. de vakbondsadvocaat die vaststelt dat de vakbonden een slechte reputatie hebben sedert ze in Mumbai de katoennijverheid met een staking weggejaagd hebben: “De internationale concurrentie liet een stijging van de lonen niet toe. De vakbondsleiders staakten de katoenindustrie kapot. Nu creperen de ex-arbeiders, maar dat is niet de zorg van de vakbondsleiders.” (p.32)

Een opvallend grote aanwezigheid in India is de brede waaier van communistische partijen en actiegroepen die er nog steeds floreren. Terwijl de Marxistisch-Communistische Partij door haar regeringsmacht in West-Bengalen en Kerala compromissen begint te sluiten met het grootkapitaal om de vlucht van bedrijven te stoppen, houden een aantal maoïstische organisaties vast aan de orthodoxe lijn van het “marxisme-leninisme-Mao-Zedong-denken”. Zopas hebben die zich nog gedistantieerd van hun zegevierende Nepalese kameraden, die weliswaar ongeveer de staatsmacht in hand gekregen hebben, maar daarvoor de goede zuivere guerrilla tegen de burgerlijk-corrumperende parlementaire politiek ingeruild hebben. Het is misschien minder bekend dat ook in India verschillende maoïstische guerrillalegertjes druk doende zijn om grootgrondbezitters te onteigenen en het “repressieapparaat” te bestoken. Er is op het terrein geen grote tegenstelling tussen enerzijds “reformistische” en anderzijds marxistische vakbonden of sociale bewegingen, zoals die bij ons tijdens de Koude Oorlog bestond (toen sociaal-democraten vaak de felste anticommunisten waren). En op regeringsniveau werkt de sociaal-democratische Congrespartij samen met de diverse Communistische Partijen.

In een land waar goede en goedbedoelde wetten in hun uitvoering doorgaans op bureaucratische traagheid en maatschappelijke onwil stranden, zijn radicalen vaak de enigen die erin slagen om iets te veranderen. Een aantal voorbeelden van die wetmatigheid vind je in dit boek, maar laat mij er ter ondersteuning één uit eigen ervaring noemen. In Varanasi deelden mijn vrouw en ik een tweewoonst met een gezin waarvan de vader tot de ex-onaanraakbare leerlooierskaste behoorde. Ze hadden het niet breed, want van zijn loon moest hij behalve zijn eigen kinderen ook zijn ouders en zijn zus en broer nog onderhouden. Maar hij had het wel tot ingenieur gebracht, en tussen de bouw van twee locomotieven door had hij nog een diploma sociologie behaald. Wel, zei hij, ondanks alle wetten ter bevordering van de kansen van ex-onaanraakbaren, had hij geen kans gekregen om zich op te werken totdat zijn ouders in West-Bengalen gingen wonen, waar de Communistische deelstaatregering op de effectieve toepassing van diverse progressieve wetten toezag.

Een heel ander verhaal dat mijn aandacht getrokken heeft is hoe Arun Shourie als onderzoeksjournalist tussenkwam voor de communist Varavara Rao toen die de voltrekking van de doodstraf afwachtte. De publiciteit die Shourie aan Rao bezorgde, kreeg hem uiteindelijk vrij. Maar vrienden zijn ze niet langer, want, zegt Rao over Shourie, “sindsdien is hij alleen maar rechtser geworden” (p.249). Inderdaad, Shourie, wiens eerste boek een felle kritiek op het hindoeïsme was, is tegenwoordig een leidend ideoloog van de hindoe-nationalisten. Bovendien beheerde hij een tijdlang op zeer gedreven wijze de ministerportefeuille voor privatisering van overheidsbedrijven, waar hij decennia van socialistische overheidsbemoeienis met de economie ongedaan maakte. Tegen zulk een rechtse zak geldt natuurlijk een schutkring, ook in de grootste democratie ter wereld.

Voor een relaas van de sociale verhoudingen en de schakeringen in het opinielandschap in India kan je momenteel niet beter vinden dan dit eerstehands getuigenis door Kris Peeraer. We leren hier dat India nu wel verder kan zonder Moeder Teresa, maar dat er op diverse fronten volop reden bestaat voor sociale strijd, en dat er daarvoor ook een broeiende dynamiek aanwezig is. Wijlen Het Volk zou de verschijning van dit boek alvast toegejuicht hebben.

(verschenen in Nucleus, juni 2008)

15 Comments:

At 29/10/08 19:11, Anonymous Marc Huybrechts said...

1) Ik vrees dat de heer Koens allerlei misconcepties omtrent de "vrije markt" koestert. Als er vandaag meer "leefbare vergoedingen" worden uitbetaald, dan is het NIET omdat zogezegd "verstandige patroons" meer "eerlijke lonen" zouden uitbetalen, noch omdat vakbonden "uitbuiting van werkvolk" zouden beletten, maar wel omdat de totale productie (=inkomen) van de economie vandaag veel hoger ligt dan weleer en dus omdat de gemiddelde arbeidsproductiviteit veel hoger is dan weleer. De met-aanhalingstekens-geciteerde ideologische termen vormen een obstakel om de economische realiteit te kunnen begrijpen, en zij resulteren uit een onvoldoende kritische houding ten aanzien van de gangbare 'orthodoxe' interpretatie van de 'sociale strijd' over de laate twee eeuwen. Termen als "betaalmeesters" en "stielbedervers" zijn sloganeske simplificaties die het plebs helpen dom houden (het nieuwe opium voor/van het volk).

2) Een verbod (in het verleden) op het verenigen van arbeiders (om als collectief te onderhandelen met werkgevers) is zeker geen voorbeeld van "vrije markt". En een werkloze die zijn arbeid aanbiedt aan een lagere prijs dan een bevoorrechte "gildebroeder", die doet ook niet aan "oneerlijke wedijver". Integendeel. Het is eerder de "gildebroeder" die een 'voorrecht' zoekt te bestendigen, want anders zou hij geen moeite hebben om 'zijn' eigen prijs te kunnen bekomen voor 'zijn' eigen product(ie).

3) Het is ook een ideologische aberratie van te denken dat de "vrije markt" in strijd zou zijn met "bekende christelijke uitgangspunten", ook al is dat een aberratie (eerder ketterij) die vandaag de RKK doordrenkt in al haar geledingen. De 'vrije markt' is een economisch allocatie mechanisme, dat in tegenstelling staat met allocatie (van middelen) door 'machtigen' (ongeacht of die nu formeel de overheid zouden uitmaken of ze enkel zouden 'controleren'). De vrije markt heeft niets met christelijke moraliteit te maken, evenmin als een onvrije markt. De bijbel illustreert morele deugden die voor menselijke INDIVIDUEN gelden, maar zegt absoluut niets over 'neutrale' economische allocatiemechanismen, noch over politieke bestellen. Als, bijvoorbeeld, een werkgever meer zou kunnen betalen aan een bepaalde arbeider dan die mogelijks 'waard' zou zijn (volgens een bedrijseconomische calculus van de werkgever die berust op de feitelijke condities op de markten van inputs en outputs die het bedrijf confronteren) dan moet hij verder zijn eigen morele 'calculus' daaromtrent maken. Maar, het is zeker niet "christelijk" voor derden om de economische vrijheid van anderen te gaan beperken, zowel van risico-nemende werkgevers als van werk-zoekende werknemers, op basis van ideologische goestingen.

3) De commentaar in het artikel over India is zeer interessant en leerrijk.

 
At 29/10/08 19:21, Anonymous Marc Huybrechts said...

Correctie: "Koens" is natuurlijk Koenraad Elst. Mijn excuses.

 
At 29/10/08 19:30, Blogger Marc Vanfraechem said...

Beste Marc Huybrechts,
ik vreesde even dat u nog een vijfde, en misschien zelfs zesde "ten derde" zou hebben, maar dat viel reuze mee ;-)

 
At 29/10/08 21:33, Anonymous Johan B said...

Akkoord met Marc Huybrechts, behalve voor punt 3a. De vrije markt is wel degelijk in strijd met "bekende christelijke uitgangspunten".

Neem bv. het uitganspunt van het verbod op rente. Zie Deuteronomium 23:20, Ezechiël 18:8 en 21:12 en Psalm 15:5.
Het renteverbod werd niet alleen in theorie (bijbel) bepleit, maar ook in de praktijk afgedwongen door ondermeer paus Leo I, de Synode van Parijs, het tweede Lateraans Concilie, Paus Urbanus III, Clement V, enz.

Koenraad Elst heeft het ooit zeer terecht als volgt geformuleerd:
"Ook de Kerk was altijd tegen definiërende elementen van het kapitalisme, zoals “woeker”, en recente uitspraken van de “conservatieve” paus Johannes-Paulus II tegen het ongebreidelde kapitalisme nemen (na enkele decennia christelijk-kapitalistische frontvorming in de Koude Oorlog) gewoon de draad weer op van die traditie. In hun ééndimensionale mensvisie die alles tot het economische herleidt, vereenzelvigen linksen al hun vijanden met het kapitalisme."

Dus wat de RKK vandaag verkondigt is helemaal geen "aberratie" of "ketterij" maar een correcte interpretatie van de vijandigheid van de bijbel tov de vrije markt.

 
At 29/10/08 23:49, Anonymous Marc Huybrechts said...

@ johan b

Ik neem aan dat u de bijbel letterlijk veel beter kent dan ik. Tegelijkertijd meen ik dat wij dat 'document' op verschillende wijzen beoordelen. Om te beginnen moet ik waarschuwen tegen elke letterlijke interpretatie van eender welke bijbeltekst, korantekst, of eender welke religieuse en ideologische tekst.

Laat me uw voorbeeld van "rente" in Deuteronomy gebruiken om dit te illustreren. Het 'Oude Testament' staat vol met archaische joodse gedragsvoorschriften (voor INDIVIDUEN) en 'verhalen' om de gelovigen/volgelingen aan te zetten tot moreel gedrag (i.e. tot aanhankelijkheid aan morele deugden). Niet alleen zijn er altijd manifest-moeilijke vertalingsproblemen geweest, maar het ligt toch voor de hand dat die (letterlijke) voorschriften en verhalen zeer tijdsgebonden en plaatsgebonden waren/zijn. En over het aantal en de aard van de betrokken onderliggende 'deugden' kunnen redelijke mensen zeker van mening verschillen, ook al vallen deugden als eerlijkheid en compassie daar zeker onder. In mijn officieel-katholieke (engelstalige) versie van Deuteronomy komen 'moderne' woorden als "rente" en "interest" zelfs niet voor. Ik kijk hier heel specifiek naar de subsectie in Deuteronomy onder de titel "Justice, Equity, and Charity", en kan daar niets vinden over "rente", laat staan over marktwerking op geld- en kapitaalmarkten. Er staan daar wel stories over: een verbod op "taking the debtor's sustenance as a pledge", een verbod op "enslaving and selling of a fellow Israelite", een verbod op "defrauding a poor and needy hired servant", en nog wel enkele andere verhaaltjes die in wezen te maken hebben met respect voor de "rights of the alien, the orphan and the widow", enz... Maar, over de vrije markt als economisch allocatiemiddel staat daar...niets, en evenmin staat er iets over de voor- en nadelen van een onvrije markt als economische allocatiemethode. Ik vrees dus dat u een bijbeltekst van 'linkse' vertalers of van een linkse bisschoppenconferentie volgt.

Ik weet niet wat de heer Elst precies verstaat onder "kapitalisme", maar ik zie "woeker" zeker niet als een "definierend element" daarvan. Integendeel. Net zoals ik ook niet massale armoede en/of massale werkloosheid en/of underemployment als "definierend" voor staatsdirigisme of voor planeconomieen zou zien.

Maar, dat een 'onedimensional' mensvisie - die alles tot het economische herleidt - 'slecht' zou zijn, daar kunnen we het alledrie grondig mee eens zijn. En daar precies wringt het 'linkse schoentje' tegenwoordig (dankzij Marx en nog wel enkele anderen).

@ Marc vf

Heb ik het deze keer dan toch klaar gekregen door alle 'nummeringen' te verbannen? Enfin, het zal wel "reuze" meevallen zeker.

 
At 31/10/08 10:11, Anonymous traveller said...

Peeraer verwijst hier naar de textiel staking van "dokter" Dutta Samant.
Bijna 300.000 textielarbeiders in Bombay en Gujerat staakten 2 jaar zonder geen cent inkomen of stakingsgeld. De marxisten hebben die staking gebruikt in alle mogelijke propaganda instrumenten, terwijl die "gangster" staking alleen tot doel had de gebouwen en bouwgronden er rond in handen te krijgen na het failliet van de fabrieken. Het was de grote opkomst van de 3 gangsterbenden Amar Naïk, Arun Gowli en Daood Ibrahim, die hier allen mee hielpen de staking aan te houden door de arbeiders thuis te houden met geweld.
De fabriekseigenaars verloren hun fabrieken en hun eigendommen en alles werd door de Delhi regering op een laag vuurtje gehouden tot de interim regering van Chandra Shekar, met hulp van Rajiv Ghandi, de "spoils" verdeelde door zijn staatsminister van industrie Kamal Morarka die het ganse plan uitwerkte.
Als Peeraer wil spreken over vakbonden en vakbondsleiders, akkoord, ik spreek over gangsters.

 
At 31/10/08 14:02, Anonymous traveller said...

@ Dr. Elst

Heb jij veel "gesubsidieerde" moslim scholen gezien? Ik geen enkele. Ik heb alleen private gesponsorde moslim scholen gezien met een enorme variëteit aan kwaliteit, van laag tot zeer laag.
Wat betreft de kansen van de moslims in India, aub ernstig blijven, ze krijgen er geen of alleen door "bakshish" of door druk van de gangsterbendes. De politie officieren van Bombay werden geplaatst door meestal Shiv Senna met doorlichting door Arun Gowli en Amar Naïk. Na de dood van Amar zwaait Gowli nu alleen de plak. Moslim politie werd geplaatst door de Dawood bende, nu sterk afgenomen in belangrijkheid.

Ik ben persoonlijk met moslims in een staatsbank binnen gegaan waar ze me vriendelijjk verzochten alleen te komen.
In de Tata hotels in Bombay, Taj en President vroegen ze me discreet niet meer te komen eten met mijn moslim vrienden, want daar hadden de hindu klanten schrik van!!! De bede werd me gedaan door de katholieke manager van het hotel.

Die kansen voor de moslims moeten vandaag dus geweldig veranderd zijn.

Ik woonde in Mohamed Ali road gedurende 2 jaar, ik ken de Bombay moslims dus zeeeer goed.

 
At 31/10/08 20:02, Anonymous Johan B said...

@Marc Huybrechts

Deuteronomy 23:20 "Unto a stranger thou mayest lend upon usury; but unto thy brother thou shalt not lend upon usury ...". Als het in uw officieel-katholieke engelstalige bijbel anders staat, dan hoor ik het graag.
Ezechiël 18:8 "[Rechtvaardig is wie] niet geeft op woeker, noch overwinst neemt ..."
Ezechiël 21:12 "Voor geld heb je bloed vergoten, je hebt je vooraf rente laten betalen en toeslag achteraf, je hebt anderen schade berokkend en uitgebuit, en mij ben je vergeten – spreekt God, de HEER."
Psalm 15:5 "Die nooit zijn geld op woeker geeft [...] Zal nimmer wanklen op zijn wegen."

Wat nu die niet-letterlijke bijbelinterpretatie betreft: over het woord "woeker" zegt A.J. Straaten in zijn boek "Woeker en het verbod op rente" het volgende.
"Eigenlijk ging het bij de bestrijding van woeker om een vorm van hebzucht. Usura stond voor (1) rente, (2) overmatige rente, (3) alle handelswinsten, (4) handelswinsten om rijkdom te verwerven (overwinst), casu quo winst boven een redelijke beloning voor arbeid van de koopman, of wel meer dan nodig is voor zijn levensonderhoud."
Welnu, dit lijken mij wel degelijk definiërende elementen van het kapitalisme te zijn. Zonder die elementen heb je geen vrije markt.

 
At 31/10/08 22:16, Anonymous Marc Huybrechts said...

@ johan b

Met alle respect, maar ik vind dat u zich verliest in semantiek en details, en aan de 'big picture' voorbij gaat. En ik heb al helemaal geen goesting om verschillende bijbel vertalingen te gaan vergelijken (speciaal van het 'joodse' Oude Testament dan nog wel), en ook niet van een discussie over de authoriteit van Straaten te beginnen.

"Rente" is een modern woord. Ik gebruik het in een 'technische' betekenis, i.e. als beloning voor (schaars)kapitaalverschaffing in een vrijelijk-aangegane transactie, of als beloning voor het (tijdelijk) opgeven van (eigen) consumptie. Het woord "woeker" of "usury" is geen technisch woord, maar eerder een pejoratief en zwaar-moralistisch-beladen ideologisch woord (gelijk ook, bijvoorbeeld, "uitbuiting"). Dat zijn zeer verschillende begrippen.

U zegt dat "woeker" een definierend element van "kapitalisme" zou zijn. Maar, u zegt er ook niet bij wat u bedoelt met "kapitalisme". Bestaat er wel echt ergens ter wereld een economisch bestel dat als niet-kapitalistisch zou kunnen beschreven worden? Dus, een bestel waar (als ik de geciteerde definitie van Straaten volg) er geen "handelswinsten" zouden bestaan, of waar kapitaal niet schaars zou zijn (en dus een 'de facto' openlijke of 'verborgen' prijs zou hebben)? Een bestel waar men geen "rijkdom" beoogt te verwerven? En gelooft u dat mensen risico-volle "handel" zou willen en kunnen bedrijven zonder potentiele beloning ("winst")? Weet u wat Straaten bedoelt met "redelijke beloning", met "overwinst", en wie dat "levensonderhoud" zou kunnen/moeten definieren of bepalen?

Nu weet ik wel dat men economische realiteiten, zoals kapitaalschaarste (en dus "rente"), een beetje kan verdoezelen voor de simpelen-van-geest. Gelijk men dat bijvoorbeeld probeert te doen in 'islamic banking', maar dat neemt die realiteit helemaal niet weg, en kan enkel leiden tot semantische spelletjes en gecompliceerde constructies.

En nu wil ik ook nogmaals aannemen dat u de 'christelijke' bijbel letterlijk beter kent dan ik. Maar ik zie geen tegenspraak tussen de talrijke 'parabels' of verhaaltjes in het Nieuwe Testament en ondernemerschap (tenzij u de morele "deugd" van "werken" zeer nauw zou willen beperken tot 'handen vuil maken'). En ik zie daar al helemaal geen naief-linkse of politiek-correcte opinies over contemporele politieke en economische bestellen in. Wat ik wel zie in de parabels dat is aanzetten tot INDIVIDUEEL deugdelijk gedrag. Dat betekent zeker het vermijden van "uitbuiting". Maar de ene zijn uitbuiting kan natuurlijk gemakkelijk de andere zijn dogma zijn.

Eigenlijk zegt u wel impliciet dat "kapitalisme" zou samenvallen met "vrije markt". Wel, libertariers als Vincent De Roeck kunnen u verwijzen naar een extensieve literatuur over de 'vrije markt' die aantoont dat er veel minder "uitbuiting" bestaat op echt-vrije neutrale markten, dan op onvrije markten. En dat is toch het gezond verstand zelve. Op een echt "vrije" markt kan iedereen vrijwillig deelnemen, aan beide kanten van de markt. Hoe zou daar echte "uitbuiting" kunnen bestaan (tenzij we het zouden hebben over 'kinderen en zwakzinnigen', die inderdaad bescherming behoeven)? Bij contrast, "onvrije markten" bestaan in alle kleuren en vormen, en bij definitie zijn het daar 'machtigen' die beslissen wie mag participeren in die markten en onder welke 'condities'. De mogelijkheid tot echte "uitbuiting" op onvrije markten is infinitief-groot en infinitief-divers. En ik heb dat ook professioneel als economist kunnen waarnemen rond de wereld in talrijke politieke en economische bestellen. Onvrije markten zijn het kenmerk van 'privileges'. En de bescherming van 'zwakkeren' in de maatschappij heeft in principe niets te maken met marktstructuren, maar moet wel een kwestie zijn van budgetair beleid van de overheid.

 
At 1/11/08 10:57, Anonymous Johan B said...

@Marc Huybrechts

U schrijft: "Op een echt "vrije" markt kan iedereen vrijwillig deelnemen, aan beide kanten van de markt. Hoe zou daar echte "uitbuiting" kunnen bestaan (...)?"

Dat is nu net mijn punt. Er bestaat in een vrije markt geen verschil tussen "rente" en "woeker", dus ik begrijp niet waarom u zich zo druk maakt over semantische details.
In de bijbel staat niet: "Gaat, en maakt met uw broeder zoveel contracten als u zelf wilt". Nee, er staat "[Die zijn broeder] geeft op woeker, en neemt overwinst; zou die leven? Hij zal niet leven, al die gruwelen heeft hij gedaan; hij zal voorzeker gedood worden; zijn bloed zal op hem zijn! (Ezechiël 18:13)"

Dat voor de Roomse Kerk het verbod op woeker tot 1838 in formele zin heeft bestaan hoeft dan ook niet te verbazen. Het is bijgevolg helemaal geen "ideologische abberatie" van Koenraad Elst om te denken dat de christelijke uitgangspunten in strijd zijn met de vrije markt.

 
At 1/11/08 13:44, Anonymous traveller said...

Ik wou hier feitelijk niet tussen komen maar die "woeker" geschiedenis is gewoon een anti-joodse geschiedenis. Sinds van ouds waren alle kerken tegen interest voor de simpele reden dat alle kerkvorsten massief geld ontleenden voor hun militaire avonturen en andere wereldse zaken.
Aangezien door dat verbod alleen de joden nog geld leenden kregen ze onmogelijk hoge interesten uitbetaald. Sinds de kerken dit als doodzonde bestempelden werd de kerkelijke verordening van tijd tot tijd op een jood toegepast om betalingen te vermijden. Ze mochten het natuurlijk niet te veel toepassen, anders konden ze geen geld meer ontlenen.

 
At 1/11/08 22:13, Anonymous Marc Huybrechts said...

@ Johan b

Ik zal het nog eenmaal herhalen.

Er is wel degelijk een verschil tussen "rente" en "woeker". Het eerste is een modern en 'technisch' woord. Het tweede is een pejoratief ideologisch-geladen woord. Rente is louter 'beschrijvend'; woeker houdt een moreel oordeel in. Rente is neutraal, woeker is 'slecht'. Rente is vergelijkbaar met 'een auto', woeker is vergelijkbaar met een 'vuil (of gevaarlijk, enz...) transportmiddel', enz...

Met "vrije markt" heeft dit niets te maken. "Vrije markt" betekent fundamenteel dat er vrijheid van toegang is tot een markt, aan beide kanten van die specifieke markt. Vrije markt staat tegenover onvrije markt.

Als er in de bijbel staat dat u geen "woeker" mag toepassen, of dat u geen "overwinst" mag nemen, dan betekent dat dat u uw 'broeder' niet mag "uitbuiten". Mijn punt is dat een "vrije markt" in principe niet uitbuitend kan zijn, omdat niemand in die markt moet participeren. Mijn punt is verder dat 'uitbuiting' precies kenmerkend kan zijn voor 'onvrije' markten, omwille van 'gedwongen' participatie aan die markten, of omwille van monopolistische, oligopolistische, of monopsonistische markstructuren.

Uiteindelijk komt ons verschil hier op neer: wat betekent "christelijke uitgangspunten"? Voor mij betekent dat wat er in de Christelijke bijbel staat, i.e. de waarden of gedragsvoorschriften die een verstandige eerlijke mens (zijn eigen geweten volgende) daarin kan onderkennen. Voor u en Koenraad Elst, blijkbaar, betekent Christelijke uitganspunten wat kerkvorsten en ook anderen daarover zeggen. Dat is natuurlijk altijd zeer tijds- en plaatsgebonden. We leven nu al geruime tijd in een tijdsperiode waarin cultureel marxisme domineert in kerken, in academia en in media. We leven zeker niet meer in een tijdsperiode waarin individuele verantwoordelijkheid en deugdelijkheid wordt benadrukt (zoals weleer) en zoals in de bijbel duidelijk staat. Het is dus niet verbazend dat men pejoratieve termen toepast op de 'vrije markt'. De vrije markt is immers een obstakel voor marxisten en andere 'wereldverbeteraars', want de vrije markt versterkt de autonomie van het individu vis-a-vis 'machtigen' en 'controleurs'. Voor jullie is de bijbel dus blijkbaar een 'sociale leer', of een sociale theorie of ideologie. Dat is het helemaal niet voor mij. De bijbel is een document dat zich NIET uitspreekt over soiale, noch politieke, noch economische theorieen en opinies. Het is een document dat aanzet tot INDIVIDUELE deugdelijkheid. Het is voor u (en uw individueel menselijk geweten) om uit te maken of u uw 'broeder' "uitbuit" of niet. Dit is geen pleidooi tegen overheidsinmenging op markten. Maar, dergelijke inmenging moet juist gericht zijn om omstandigheden van marktfalingen te corrigeren, i.e. om echte vrijemarktwerking in de mate van het mogelijke te herstellen of 'nabootsen'.

Een "vrije markt" veronderstelt effectief BESTAANDE en REDELIJKE keuzevrijheid, zowel voor producenten als voor consumenten. Een monopolist (of enkele oligopolisten) die bepaalde consumenten kunnen "uitbuiten", opereren niet op een vrije markt. Wanneer er een grote disproportie bestaat tussen de feitelijke kost en de feitelijke prijs van een product, dan is dat juist een indicatie van een gebrek aan 'vrijemarktwerking'. Dat illustreert immers dat de normale competitie tussen producenten niet werkt, en dat er 'abnormale' winst kan gemaakt (doorgaans omwille van toegangsbelemmeringen aan de aanbodszijde). Het kan ook een indicatie zijn van abnormale 'vraag' voor een bepaalde dienst of product, en die abnormaliteit is doorgaans ook het resultaat van een 'artificele schaarste' (bijvoorbeeld een overheid die zegt dat men enkel maar bij niet-joden mag kopen), enz... Anderzijds kunnen er ook bedrijven zijn die met 'verliezen' moeten werken, bijvoorbeeld omdat de 'normale' competitie aan de vraagzijde niet werkt (of mag werken van de overheid). Uiteraard is dat een 'onhoudbare' situatie op termijn. De wereld zit vol met dergelijke voorbeelden van onvrije markten. Dat is zeker geen getuigenis van enige 'christelijkheid' (of aanhankelijkheid aan christelijke/bijbelse waarden) door de wereld.

 
At 2/11/08 23:56, Anonymous Johan B said...

@Marc Huybrechts

"Als er in de bijbel staat dat u geen "woeker" mag toepassen, of dat u geen "overwinst" mag nemen, dan betekent dat dat u uw 'broeder' niet mag "uitbuiten". Mijn punt is dat een "vrije markt" in principe niet uitbuitend kan zijn, omdat niemand in die markt moet participeren."

Niet akkoord, omdat "woeker" of "uitbuiting" in de bijbel ook slaat op overeenkomsten die vrijwillig door beide partijen worden aangegaan. Dus zelfs als de kredietnemer akkoord gaat met een rente die in de ogen van de bijbelauteurs te hoog is, wordt deze rente verboden. Bijgevolg kan men niet meer spreken van een "vrije" markt.
De essentie van de hele zaak is de afkeer van winst uit kapitaal, dus geld dat verdiend wordt zonder dat er fysieke arbeid moet verricht worden. Dit alleen al wordt als "woeker" aanzien. Christus gaat in het NT nog een stapje verder waar hij zegt: "Doet wel en leent zonder hoop iets terug te krijgen". Het gevolg van dit alles is dat in een markt met godvrezende christenen het aanbod aan leningen drastisch daalt waardoor potentiële kredietnemers in de kou blijven staan of torenhoge interesten moeten betalen aan uiterst "zondige" kredietverstrekkers. Christus had dus al even weinig verstand van economie als de hedendaagse marxistische filantropen. Anders had hij geweten dat zijn moreel voorschrift bijzonder nadelig is voor mensen die krediet nodig hebben.

 
At 3/11/08 04:58, Anonymous Marc Huybrechts said...

@ Johan b

Moet ik het nu echt blijven herhalen? U kijkt naar bepaalde arbitrair-of-moeilijk-vertaalbare (over de eeuwen) woorden op papier, en niet naar de geest van een tekst.

Als iemand een "te hoge" rente kan 'afdwingen' in een zogezegd "vrijwillige overeenkomst", dan is het (1) precies omdat de 'uitgebuitene' een ONredelijk voorstel maakte (i.e. de risisos waren zo enorm, of zijn terugbetalingscapaciteit zo beperkt) dat een 'normale' rente onredelijk is (i.e. een redelijke mens/geldschieter aan de aanbodszijde kan geen dergelijke risicos nemen), (2) ofwel omdat de 'uitgebuitene' geen echte keuzevrijheid heeft en er dus geen sprake kan zijn van een competitieve "vrije markt".

Uitbuiting is typisch voor onvrije markten, niet voor echt-vrije markten. Maar, de bijbelse geest is duidelijk: mensen mogen andere mensen niet uitbuiten. Dat is een kwestie voor ieders individueel geweten. In de bijbel houdt men zich niet bezig met markstructuren en met theorieen allerhande over 'rente'. In de bijbel gaat het om deugden als compassie, eerlijkheid, enz... Dat zal velen natuurlijk niet weerhouden om 'God' voor hun eigen ideologische kar proberen te spannen.

 
At 9/11/08 11:10, Anonymous Johan B said...

@ Marc Huybrechts:

Als ik, doorheen de stortvloed van uw marxistisch taalgebruik ("te hoge rente", "afdwingen", "uitgebuitene", "ONredelijk voorstel", "normale rente", ...) uw punt (1) alsnog goed begrepen heb dan bedoelt u dat sommige kredietnemers een zodanig groot risico willen nemen, of een zodanig beperkte terugbetalingscapaciteit hebben dat zij bereid zijn om een zeer hoge rente te aanvaarden, in vergelijking met wat meer voorzichtige of meer solvabele kredietnemers aanvaarden.

Welnu, dit is een heel normale zaak in een vrije markt waar spelers onderling vrijwillige overeenkomsten sluiten. Als de kredietnemer de rente te hoog vindt, staat het hem vrij om de overeenkomst niet te sluiten en naar een andere kredietverstrekker op zoek te gaan. Ik begrijp dan ook niet waarom u hem een "uitgebuitene" noemt. Misschien omdat de bijbel hem zo noemt en dergelijke vrijwillige overeenkomsten verbiedt, maar net daarom is de bijbel anti-vrije markt, zoals ik al de hele tijd probeer duidelijk te maken.

Wie een godsdienst opricht en zijn volgelingen allerlei bizarre geboden oplegt - zoals geloven in de onbevlekte ontvangenis, of elke zondag drie keer naar de mis, of vijf keer per dag met de kont omhoog richting Mekka bidden, enz... - die richt geen al te grote schade aan, zolang hij uit het economische vaarwater blijft. Maar iemand die, zoals de bijbelauteurs (of zoals de koranauteur), zich gaat bemoeien met vrijwillige economische transacties, en een verbod op "woeker" oplegt, brengt de ecomomie grote schade toe.

 

Een reactie plaatsen

<< Home

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>