1 januari 2008

Vijftien slappe romeinen - romein I tot V

Vijftien kleine romeintjes ...

I. Het imago van België, met als hoofdstad Brussel, tevens hoofdstad van Europa, kan nooit worden geëvenaard door de regio's. Regio's hangen dus beter hun karretje aan Belgie/Brussel, dan te splitsen en belastinggelden te investeren in image-building die nooit de Internationale allures van Brussel zal overschrijden.

Dit argument berust op de premisse dat bij een eventuele onafhankelijkheid van Vlaanderen, Brussel voor deze nieuwe republiek dan verloren zou zijn. En in de opiniërende literatuur over Brussel blijkt dat tegenwoordig als een paal boven water te staan. Maar is dat wel zo zeker? Hoe sterk de Brusselse francofonie – met FDF op kop – het Gewest ook als Franstalig wil bestempelen, dat is het niet. Hoewel Frans onomstotelijk de voertaal is in het straatbeeld van onze hoofdstad, zijn de autochtone Franstaligen er zélf een minderheid geworden. Daarnaast kent het Nederlandstalig onderwijs in Brussel een nooit geziene groei, pendelen dagelijks (uw eigen cijfers) nog steeds 250 000 Vlamingen naar de hoofdstad en ligt Brussel tot nader order geografisch nog steeds in Vlaanderen. De visie dat Brussel en Vlaanderen ‘noodgedwongen’ twee verschillende entiteiten zijn, berust dan ook op het nogal statisch vaststellen van de verschillen. Ik zou het positief formuleren: Vlaanderen en Brussel zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden op politiek, economisch en sociaal vlak. Sinds 1989 zijn tussen deze stad en haar hinterland echter artificiële muren opgetrokken die elk beleid dat te maken heeft met gewestmateries blokkeert: mobiliteit (GEN, terwijl de files van en naar Brussel niet meer te overzien zijn), arbeidsbemiddeling (grote allochtone werkloosheid in BRX terwijl veel vacatures openstaan in Vlaams-Brabant) en ruimtelijke ordening (Hoe plannen we de verstedelijking van de Rand in?), om er maar enkele te noemen. Het is duidelijk dat Brussel en Vlaanderen in hetzelfde schuitje zitten. Uw uitgangspunt, namelijk dat een onafhankelijk Vlaanderen a priori Brussel verliest, is te wankel als fundament van uw betoog om geloofwaardig te zijn.

Bovendien is uw idee van image-building blijkbaar nogal eng. Een goed imago uitbouwen zou een kwestie zijn van een goeie reclamecampagne, en dan volgt de rest wel? Welnu, men kan inderdaad een verpakking gaan aanprijzen, maar de inhoud moet er eerst wel zijn. We vernietigen dorpen als Doel om nieuwe dokken te graven, maar de containers die er arriveren krijgen we nog niet eens efficiënt getransporteerd: onze wegen zitten vol, terwijl dat via het spoor zou moeten kunnen. En hoeveel sporen zijn er voor goederenverkeer die de Antwerpse haven ontsluiten? Eén! Hallucinant, niet? En dat terwijl Vlaanderen via meer zeggingschap in de NMBS - met eigen geld nota bene – weerhouden wordt te investeren in deze spoorontsluiting. De beste investering voor onze economie zou misschien zijn dat we dát eens aanpakken, en dan komt dat imago wel vanzelf. Good products sell themselves.

II. De impact van België in de Europese Unie is veel groter dan de som van de impact van de regio's. België is een van de stichtende leden van de Europese Unie en kan meer wegen in het Europese proces dan Vlaanderen of Wallonie dat zouden kunnen als een van de bijna driehonderd regio's die de Unie telt, zelfs als het een onafhankelijk land zou worden.

Dit argument spoort toch nauwelijks samen met uw elfde argument? Langs de ene kant wijst u op de kleinheid van Vlaanderen in relatie tot België, en hier doet u net het omgekeerde: België in relatie tot Vlaanderen lijkt plots veel meer macht te hebben? Laat ons meteen maar eerlijk zijn over zowel Vlaanderen als België: het is niet omdat in de schoot van de Benelux de Europese gedachte ontstaan is, dat wij daarom vandaag nog de leidende actoren in het debat zijn. Dat is hoogmoed. Iedereen weet dat Frankrijk en Duitsland de toekomst van Europa bepalen, de ene in het landbouwbeleid, de andere in het industrieel beleid. Maar wat mij nog het meest verwondert, is uw verwijzing naar de regio’s. Als u die als constitutieve elementen ziet voor Europa, dan gebruikt u eigenlijk de logica van de Europese onafhankelijkheidsbewegingen. Die zeggen al jaren dat de vertegenwoordiging via de nationale staten zoals die nu bestaat ondemocratisch is, omdat het de rompstaten zijn die bepalen wat de stem in het Europese debat zal zijn, zonder daarbij rekening te houden met regionale verschillen. Andalusië is Catalonië niet, Schotland Engeland niet, Vlaanderen Wallonië niet. Tot daar aan toe. In ieder geval moet u stelling nemen: ofwel blijft u beweren dat België groot en almachtig is, ofwel erkent u de werkelijkheid: het is klein en onbeduidend. In het eerste geval zal de “almachtigheid” van Vlaanderen, dat instaat voor een groot deel van het BNP van België, dan ook evenredig zijn met zijn rompstaat. In het tweede geval is Vlaanderen even onmachtig als België en is er al helemaal geen argument meer om België te behouden; wat maakt het dan immers nog uit? Het verschil tussen een golf en een break is zijn koffer. Maar de auto bolt.

III. Intraregionale verschillen zijn groter dan interregionale verschillen. Zo zijn de verschillen inzake gebruik van de sociale zekerheid groter tussen Oostende en Antwerpen dan tussen Vlaanderen en Wallonie. Zo is ook Waals-Brabant de rijkste provincie en krijgen zes van de acht West-Vlaamse arrondissementen transfers. De interregionale verschillen zijn dan ook geen afdoende basis voor splitsing.

Dit is het soort van argumenten waar je op debatten even paf van staat, maar waarvan je instinctief voelt dat ze ergens niet kloppen. Pas later daagt het je dat ze eigenlijk geen steek houden. Ik zag u bezig op het debat, georganiseerd door VVB op 19 april 2007 in de UGent en ook daar bracht u mij even aan het twijfelen. Maar laat ons het hele verhaal van die intraregionale verschillen eens kort en krachtig analyseren.

Laat ons beginnen met Waals-Brabant. Dat is inderdaad de rijkste provincie van het land. Maar dat betekent dan ook meteen dat de vier andere Waalse provincies relatief gezien stukken armer moeten zijn dan Waals-Brabant, als we weten hoe laag het gemiddeld inkomen van Wallonië sowieso al is. En dat is ook zo, in Seraing bij Luik of in het Centre-Bekken bij Charerloi is het huilen met de pet op. Waals-Brabant trekt het gemiddelde dus serieus omhoog, de dualiteit in Wallonië is dus zeer groot. Kijken we eens langs Vlaamse kant dan. Antwerpen, als één van de twee economische longen van Vlaanderen, genereert ook heel wat welvaart die naar de andere Vlaamse provincies stroomt. Of het voorbeeld van de appendixoperatie in Eeklo die meer kost dan die in Gent, het zijn natuurlijk mooie plaatjes. Maar het Vlaams gemiddelde inkomen ligt over het totaal nog steeds stukken hoger dan dat van Wallonië.

En daar loopt deze redenering al meteen mank: de intraregionale transfers tussen Vlaamse gemeenten kunnen dan relatief misschien wel groter zijn dan de interregionale transfers tussen Vlaanderen en Wallonië, maar absoluut gezien verdwijnen ze door hun geringe omvang in het niets. Zelfs al is de armste Vlaamse gemeente tien keer zo arm als de rijkste, dan nog zijn de transfers daartussen peanuts in vergelijking met de interregionale transfers naar Wallonië. Maar goed, iedereen bekijkt de transfers op het niveau dat hem het beste uitkomt. Laat ons daarom België, zolang het nog kan, als één geheel bekijken. Maar zelfs dan. Indien we alle transfers over het hele Belgische grondgebied bestuderen, dus België als één statistische eenheid beschouwen, komen we nog op hetzelfde resultaat uit. Het volstaat de absolute bijdrage aan de welvaart van elke gemeente op te tellen, dat bedrag te delen door het aantal gemeentes, en u heeft het nationaal gemiddelde. Vervolgens nemen we alle gemeentes die boven dat gemiddelde scoren en kleuren ze in op een kaart. Dan zult u zien dat het merendeel van die gemeentes in Vlaanderen ligt.

Het is dus inderdaad mogelijk dat tussen twee Vlaamse gemeentes relatief gezien de geldstromen groot zijn. Maar neemt dat de snoeiharde werkelijkheid van de totale gemiddelden per regio weg? Helemaal niet! U bekijkt de gegevens altijd op een niveau waar de vergelijking in het voordeel van uw stelling uitvalt. Dat is op zich al niet erg koosjer. Maar de enige relevante vergelijking laat u gemakshalve achterwege: uit Vlaanderen stroomt volgens de meest voorzichtige cijfers jaarlijks meer dan 6 000 000 000 euro weg naar Wallonië en Brussel. And counting. Dat valt gewoonweg niet te relativeren, zelfs niet door het uitspelen van extreme waarden tegenover elkaar. Ik bedenk me net: de volgende keer dat wij elkaar zien, betaalt u mij een pint. Dat is vast relatief goedkoper voor u.


IV. De taal als scheidingscriterium is een archaïsche maatschappijopvatting die uitgaat van de gedachte één volk, één natie, één taal. We hebben al diverse malen in de, ook recente, geschiedenis gezien tot welke inhumane toestanden dat kan leiden.

Inderdaad. België werd van den beginne af geconcipieerd als een ééntalige Franstalige staat en we hebben gezien tot welke inhumane toestanden dat kon leiden. Vaders die boetes kregen omdat ze hun kinderen in het Nederlands wilden aangeven bij de burgerlijke stand. Vlamingen aan het Ijzerfront die de dood vonden omdat de hogere officieren quasi altijd Franstalig waren, en ofwel hun taal niet spraken, ofwel veilig achter het front zaten bevelen te geven. En de vele Vlamingen die niets met collaboratie te maken hadden, maar door de publieke opinie meer dan dertig jaar lang als één fascistisch volk, één onverdraagzame natie over dezelfde kam geschoren werden? U hebt gelijk, dat mag nooit meer gebeuren. Daarom ook dat in de grondwet van onze nieuwe republiek moet staan dat het gebruik der talen vrij is. Men mag alle talen spreken, Swahili voor mijn part (Kena langu ni Smithson) maar met de overheid communiceert men in het Nederlands voor wat Vlaanderen betreft, of in het Frans voor de materies waarvoor de toekomstige Communauté Française de Flandre betreft. In elk land ter wereld hanteert de overheid een standaardtaal om historische redenen. En daar is niets archaïsch aan. En nu we toch bezig zijn, laat het ons dan eens hebben over het archaïsch instituut dat de monarchie is. U als kennelijk liefhebber van de moderniteit zal daar vanzelfsprekend samen met mij luidkeels tegen fulmineren. Ik wacht op uw uitnodiging.

V. Economisch komen alle regio's, Wallonie, Brussel en Vlaanderen, verarmd uit de splitsing. Dit geldt zeker voor Vlaanderen indien het bij de splitsing ook, noodzakelijkerwijze, zou opteren afstand te doen van Brussel. De 250.000 Vlamingen die er werken zouden daar dan hun belastingen betalen wat de "winst uit transfers" al bijna volledig zou neutraliseren.

Het discours is bekend: belasting betalen waar je werkt in plaats van waar je woont, is dé oplossing voor Brussel. Kan zijn. Maar getuigt dit van een coherente visie op moderne fiscaliteit in een geglobaliseerde wereld? Of van lapjespolitiek? Als men het principe van “belasting op de werkplaats” huldigt, dan moet dat overal toegepast worden, en niet louter om Brussel uit de wind te zetten. Aan beleid gaat een beleidstheorie vooraf, en die mis ik in dit verhaal volledig. Wat gaat u vertellen aan bedrijven die met datzelfde principe benaderd worden? Uw zetel is misschien in Parijs, maar u gaat in Brussel belastingen betalen? Dat zou meteen de slechtste zet zijn in de hele Belgische fiscale geschiedenis, waar we sinds de publicatie van het werk van Juul Hannes überhaupt al geen te grote dunk van moeten hebben.

Bovendien is uw notie van “pendeltransfers” wel leuk. Passen we die redenering toe op de Belgische geschiedenis, dan moeten we misschien ook maar eens rekening houden met het om en bij half miljoen Vlamingen die in de 19e E in Wallonië gaan werken zijn, een achtste van de toenmalige Vlaamse bevolking. Hadden die hun belastingen moeten betalen in Wallonië, dan zou de historisch bewezen benadeling van Vlaanderen nog groter geweest zijn. Alweer een argument contra de voortzetting van België. U blijft maar own goals scoren.

Toen waren ze nog met tien ...

1 Comments:

At 3/1/08 01:10, Blogger Parmenides said...

Wat betreft intraregionale transfers, hier is geen enkele draagkracht voor een intraregionale splitsing in de besluitvorming en fiscaliteit. Indien die er wel zou zijn heeft Aernoudt een punt en is een intraregionale splitsing zelfs wenselijk, vermoedelijk onder een Vlaamse koepel. De belangrijkste reden voor een splitsing langs Vlaamse, Waalse en eventueel Brusselse scheidingslijn is de totale reeds feitelijke scheiding in geesten, media, politieke partijen...

 

Een reactie plaatsen

<< Home

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>