9 januari 2008

Het "Plakkaat van Verlatinghe" herschreven
(Pro Flandria)

Op 26 juli 1581 zwoeren onze moegetergde voorouders in de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden in Den Haag Koning Philips II af. Zij riepen meteen hun onafhankelijkheid uit. Ze waren ten einde raad door de politiek van uitbuiting en vervolging, bedreven in naam van de Koning van Spanje. Ze wilden het de zoon van de in Gent geboren Keizer Karel niet vergeven dat hij hen in de steek liet en onderdrukte, terwijl het toch de plicht van een Vorst moet zijn, “zijn onderdanen te behoeden voor ongeluk, overlast en geweld”. Hij die zijn onderdanen verdrukt en als slaven behandelt, hun eeuwenoude rechten en vrijheden ontneemt en hun bezittingen in vreemde handen doet overgaan, noemden zij een tiran. De Koning heeft door zijn wanbeleid voldoende wettige redenen gegeven om hem te verlaten en het recht te ontzeggen nog als legitieme heerser op te treden.

Ook ikzelf wijdde onlangs een artikel aan het "Plakkaat van Verlatinghe" en aan zijn parallellen met de situatie van vandaag.

Om gelijkaardige redenen hebben onze voorouders Keizer Jozef II als wettige vorst afgezet. Op 22 november 1789 riepen de Staten van Vlaanderen in het Stadhuis van Gent de onafhankelijkheid van Vlaanderen uit. Zij onderbouwden die met een Manifest dat op 4 januari 1790 door de griffier van de Staten van Vlaanderen op de Vrijdagmarkt werd voorgelezen. Op 11 januari 1790 sloten de overige Zuidelijke Nederlanden zich bij deze afscheiding aan in het Tractaet van Vereeniging of van de Vereenigde Nederlandsche Staeten. Deze afscheidingsbeslissingen was geen lang leven beschoren want onze gewesten werden door het revolutionaire Frankrijk geannexeerd, tot ze in 1814 na het Congres van Wenen met de Noordelijke Nederlanden werden herenigd.

In 1830 bewerkten door Frankrijk gesteunde opstandelingen een nieuwe secessie waaruit het Koninkrijk België ontstond, dat zij in handen legden van Leopold van Saksen-Coburg. Na 177 jaar heeft dit Koninkrijk uitgediend. Vandaag delen de Vlamingen, leden en sympathisanten van Pro Flandria tegenover de staat België, die wordt verpersoonlijkt door Albert II van Saksen-Coburg, gelijkaardige gevoelens als hun voorouders in 1581 en 1789.

- 1. België biedt enkel meerwaarde voor een kleine bevoorrechte klasse. Uit de aanslepende pogingen tot regeringsvorming blijkt dat zelfs diegenen die het meeste heil van België verwachten, nog geen minieme geste willen doen om het land te redden. Zelfs voor de toepassing van “de grondwet en de wetten van het Belgische volk” wil men een prijs doen betalen. De elementaire regels van goed bestuur worden voortdurend met voeten getreden, terwijl enerzijds Vlaanderen het recht wordt ontzegd zijn lot grotendeels in eigen hand te nemen en anderzijds Wallonië terugschrikt voor het opnemen van zijn verantwoordelijkheid voor eigen lot.

- 2. Aan de Vlamingen zal het niet gelegen hebben. Zij werden anderhalve eeuw in het unitaire België misdeeld, misbruikt en steeds weer bedrogen. In 1840 dienden ze een eerste wensenprogramma bij de Kamer in, maar dit “Petitionnement” werd er niet eens besproken. Elke latere beschermingsmaatregel moest duur worden bevochten, dikwijls tegen de wil van de Vorst. Tijdens de Eerste Wereldoorlog richtten de Vlaamse frontsoldaten tot Koning Albert I tevergeefs hun smeekbede: “hier ons bloed, wanneer ons recht?” Een halve eeuw geleden mochten de Vlamingen de monarchie en dus het Koninkrijk redden; maar de Koning liet hen systematisch in de steek en koos steevast de kant van de tegenpartij, tot op de dag van vandaag.

- 3. Het sinds 1970 ingevoerde federalisme draaide uit op oogverblinding. Toen de vlijt van generaties Vlamingen zich eindelijk ging vertalen in politieke macht, werd het Belgische roer geleidelijk in federalistische richting omgegooid. Maar zij die in het unitaire België hun zin konden doen, bleven het federale België naar hun hand zetten. De Vlamingen brachten steeds opnieuw de nodige federale loyauteit op en eerbiedigden gewetensvol de bevoegdheidsverdeling tussen de diverse bestuurslagen alsook het grondgebied van de anderen. De andere kant was en is daar nooit toe bereid. Zelfs de vele miljarden EURO die de Vlamingen elk jaar opnieuw voor hun landgenoten veil hebben, volstaan niet om dezen tot loyaal gedrag te bewegen, laat staan tot enig respect voor de donoren.

BESLUIT

Verdere pogingen tot vorming van een federale regering kunnen de doodstrijd van België alleen maar rekken, onnodige tegenstellingen aanwakkeren, grote schade toebrengen aan de inwoners en ondernemingen van het land en de toekomst hypothekeren.

Vlaanderen en Wallonië kunnen best als zelfstandige staten verder door het leven gaan, zoals Tsjechië, Slowakije, de landen van het vroegere Joegoslavië en vroeger Oostenrijk en Hongarije, Noorwegen en Zweden. Ze moeten de boedelscheiding rationeel, in vriendschap en binnen een redelijke tijdspanne, waar nodig met internationale arbitrage kunnen regelen. Vlamingen en Walen moeten beseffen dat ze altijd elkaars buren zullen blijven met een gemeenschappelijk verleden en gedeelde belangen, waardoor ze elkaar binnen de Europese Unie als bevoorrechte partners zullen behandelen. Voor Brussel, dat integraal in Vlaanderen ligt, is een gedurfd statuut aangewezen van Europese, nationale en internationale hoofdstad met ruim zelfbestuur, met medebeheer van en co-financiering door de instellingen die er zijn gevestigd.


Pro Flandria is een Vlaamsgezind socio-economisch netwerk.

1 Comments:

At 9/1/08 19:31, Blogger Marc Vanfraechem said...

Als je nu Verhofstadt nog kunt bewegen tot dit standpunt (dat ook het zijne was, lang geleden ;), dan Vincent, zeg ik met de intonatie van een gospelzanger: Amen!

 

Een reactie plaatsen

<< Home

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>