9 februari 2007

Een opmerkelijke bocht

“Wij passen alleen wet van Dehaene toe.” stelt premier Guy Verhofstadt in de Kamer als antwoord op de vraag of hij iets gaat doen aan het wetsontwerp van Onkelinx om frauderende bedrijven strenger te straffen. Maar is dit wel zo? Is de regering aan handen en voeten gebonden door een beslissing van de rooms-rode regering Dehaene?

Wie de situatie analyseert merkt onmiddellijk dat de premier de zaken anders voorstelt dat ze in werkelijkheid zijn, wat een eufemisme is voor liegen dat hij zwart ziet. De waarheid is immers veel complexer.

Voor 1998 konden rechtspersonen niet strafrechtelijk aangesproken worden. Ze konden enkel tot een schadevergoeding veroordeeld worden. Het Hof van Cassatie, het parket en de politie waren echter voorstander om bedrijven ook strafrechtelijk te kunnen vervolgen, wat inhoudt dat ze bijvoorbeeld kunnen veroordeeld worden tot het betalen van een boete of, in zeer ernstige gevallen, tot de(tijdelijke of definitieve) sluiting van het bedrijf.

In 1998, onder toenmalig minister van justitie Tony Van Parys kwam er een dergelijke wet die toelaat rechtspersonen strafrechtelijk te vervolgen. De wet was echter hier en daar onduidelijk wat aanleiding gaf tot een aantal discussies in de rechtspraak. Minister Onkelinx besloot daarop de wet te aan te passen maar tegelijkertijd ook te verstrengen. Zo verhoogde ze bijvoorbeeld fiks de boetes en voerde de draconische maatregel in dat bedrijven die voor een tweede keer veroordeeld zijn een sluiting riskeren van één tot tien jaar.

Dit is een sterk verschil met de huidige wet, aangezien de rechter een zekere appreciatiemarge krijgt en dus niet zomaar een bedrijf zal sluiten omdat er een tweede overtreding is gebeurd. Zo zal er wel rekening gehouden worden met de reden van oprichting van het bedrijf. Bedrijven die een werkelijke economische activiteit uitoefenen zullen minder rap gesloten worden dan rechtspersonen die enkel en alleen zijn opgericht om belastingen te ontlopen. Het wetsontwerp van Onkelinx duwt de rechters in een keurslijf waarbij ze gedwongen zullen worden om steeds te oordelen of een bedrijf dat twee keer een misdrijf gepleegd heeft, gesloten moeten worden of niet.

De rol van de VLD

Het is dus wel een wet uit de periode Dehaene waarmee we geconfronteerd worden maar het is wel de verstrenging van Onkelinx die het probleem vormt. De premier weet dan ook niet waar hij het over heeft. Blijkbaar weet hij zelf niet wat hij goedkeurt in de ministerraad. Het was immers slechts door de kritiek van UNIZO en het VBO dat hij uiteindelijk iets trachtte te doen aan het wetsontwerp.

Dit leidde tot één van de meest opmerkelijkste politieke bochten uit de geschiedenis. In de voormiddag beloofde Verhofstadt nog het wetsontwerp aan te passen, in de namiddag was hij plots de grootste verdediger ervan. Hij reciteerde daarbij de oude wet van Dehaene zonder echt in te gaan op de verstrenging door Onkelinx. Het was echter niet de wet van Dehaene waar de bedrijven kritiek op hadden maar wel de verstrenging. De reden van de bocht van Verhofstadt was dat hij vastgesteld had dat hij moeilijk het ontwerp nog kon wijzigen. Het was reeds in de ministerraad goedgekeurd. Het is nu aan de Kamer om het voorstel goed of af te keuren (of het aan te passen).

Uiteraard moet het wetsvoorstel van Onkelinx verdwijnen. Waar vroeger bedrijven enkel bij zware misdrijven gesloten konden worden, zouden nu alle bedrijven voor éénder wat kunnen getroffen worden. Een slechte zaak. Toch maakt dit nu zeer duidelijk wat de taak is van de VLD in de regering: stilzwijgend goedkeuren wat de PS voorstelt of af en toe eens wat voorstellen van de PS milderen. Denk maar aan de recente hervorming van het huurrecht waar inbreng van de VLD er vooral in bestond in het temperen van de radicale anti-liberale maatregelen van Onkelinx. Dergelijke toestanden noem ik geen compromis maar is eerder te vergelijken met het gieten van wat lauw water in een grote kuip met kokend water: te verwaarlozen. De rol van de VLD in de regering: verwaarloosbaar.

Labels: ,

2 Comments:

At 10/2/07 00:40, Anonymous yupie said...

Om nog een andere reden is deze maatregel bijzonder ongunstig: hij straft vooral de bonafide bedrijven (gevestigde namen en merken, die sowieso omwille van publicitaire redenen al minder kunnen uitspoken). Malafide zakenlui en recidiverende personen liggen wel van andere dingen wakker dan dat NV X gesloten wordt - morgen wordt toch NV Y opgericht.

 
At 12/2/07 12:35, Anonymous Anoniem said...

Puur juridisch gezien lijkt het nog min of meer haalbaar voor bedrijven, indien ze er keihard op toezien dat het bedrijf geen enkele fout meer maakt. Een beetje zoals vanaf nu 110 km/u op de snelweg rijden en 30 km/u bij wegenwerken.
Het grootste probleem is dat banken niet juridisch maar economisch denken. Banken financieren namelijk bedrijven aan de hand van hun EBITDA of cashflows (via non-secured loans). Wanneer het bedrijf eenmaal is veroordeeld voor een boete van meer dan 130 000 EUR, trekt de bank alle leningen terug. Bij een volgende aanklacht mag het bedrijf immers zichzelf niet verarmen en kan de bank dus geen geld terugvragen alvorens een uitspraak is van de rechtbank. De bank zal een dergelijk risico niet nemen dat de kasstromen van het bedrijf zouden wegvallen. Gevolg, alle bedrijven gaan na 1 veroordelen tegen torenhoge financieringskosten aankijken of gewoon op de fles gaan. een fantastisch liberale maatregel dus.

 

Een reactie plaatsen

<< Home

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>