21 april 2006

Dure grond; overheidsgrond (Politiek Incorrect)

Er wordt wel eens spreekwoordelijk gezegd dat de Vlaming met "een baksteen in de maag zit", verwijzende naar zijn lust om een eigen nestje voor hem en diens kroost te kunnen bouwen. Dat spreekwoord klopt als een bus. In 2003 bijvoorbeeld werden in gans België niet minder dan 44.800 bouwvergunningen voor nieuwbouwwoningen (zowel huizen als appartementen) uitgereikt. Het jaar nadien waren dit er volgens de Confederatie Bouw zelfs 51.519.

Maar bouwen heeft zo ook haar prijs. En in een land waar bijna de helf van je brutoloon in de diepe catacomben van de fiscus belandt, is dat vanuit financieel oogpunt zeker geen sinecure. Tegenover 1994 zijn de prijzen van de bouwgronden in Vlaanderen met maar liefst 197 % gestegen. Vandaag de dag is de gemiddelde prijs van een stuk bouwgrond 94,3 euro per vierkante meter, en in sommige landelijke gebieden zijn er soms uitschieters tot 200 euro/m². Kortom: onbetaalbaar.

Daarom lanceerde de SP.A - nooit verlegen om een demagogisch voorstelletje meer of minder - midden januari dit jaar nog het idee om een heuse heffing op niet-bebouwde bouwgrond in te voeren, die dan ongeveer 1 euro per vierkante meter zou bedragen en per jaar verder zou oplopen. Dit om de speculanten - de verderfelijke kapitalisten - van bouwgronden aan te zetten hun gronden zo snel mogelijk te verkopen, om zo grondspeculatie tegen te gaan.

Gisteren beëindigde de Commissie Ruimtelijke Ordening van het Vlaams Parlement echter een reeks hoorzittingen omtrent de Vlaamse vastgoedmarkt. De Vlaamse regering had in februari reeds enkele positieve maatregelen inzake vrijstelling van successierechten doorgevoerd, iets wat zeker de prijs van de bouwgronden ietwat kan drukken. Maar na afloop van de commissievergadering gisteren wist Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening Dirk Van Mechelen (VLD) echter te melden dat de overheid "niet zo veel" kan doen aan de hoge bouwgrondprijzen.

Hoezo, de overheid kan hier niet veel aan doen? Uit de notulen van de vergaderingen blijkt namelijk dat de overheid een verpletterende verantwoordelijkheid speelt inzake de problematiek van de hoge bouwgrondprijzen. Volgens het rapport der Vlaamse Regionale Indicatoren (Vrind) 2004-2005 zijn er nog 48.000 hectaren bouwgrond voorhanden in de woongebieden. Nog eens 28.271 hectaren woonuitbreidingsgebieden kunnen nog aangesneden worden. Die kunnen natuurlijk niet allemaal benut worden, gezien 6.367 hectare louter juridisch gezien niet bebouwd kunnen worden. En volgens het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RVS) is er in Vlaanderen een totale capaciteit van 227.500 hectare bouwgrond aanwezig.

Wat blijkt nu? Maar liefst 65 % van al die bouwgronden zijn niet in handen van de "speculanten" - het verderfelijke kapitaal waartegen de socialisten ten strijde wilen trekken - maar wel van de... overheid! Om precies te zijn: 41 % is in handen van gemeentelijke overheden, 10 % in die van huisvestingsmaatschappijen, 3 % van de federale overheid en ten slotte nog eens 2 % in handen van de Vlaamse overheid. Amper 26 % van Vlaanderens bouwgronden zijn in handen van de privé-sector (particulieren en vastgoedsector). Dat betekent dus dat niet de speculanten, maar wel de overheid de grote schuldige is van de almaar stijgende bouwgronden. Gezien haar veel te grote aandeel op de markt kunnen onmogelijk de spelregels van de vrije concurrentie uitgespeeld worden. De overheid dient dus haar toegeëigende bouwgronden onverwijld... euh... zo snel mogelijk terug te geven aan de vrije markt. Nadien pas zullen de vastgoedprijzen veeleer dalen door de onzichtbare hand van Adam Smith, danwel door het groot mombakkes van Vande Lanotte.

Minister Van Mechelen heeft dus wel in zekere zin gelijk dat de overheid hier niets aan kan doen, gezien hij waarschijnlijk de Vlaamse overheid bedoelde. Het zijn echter in eerste instantie de lokale overheden die dringend moeten stoppen met hun 21ste eeuwse mercantilistische bouwgrondpolitiek. Maar dan rijst natuurlijk ook de vraag welke gronden verkocht moeten worden, gezien de Vlaamse gemeenten administratief zeer "performant" georganiseerd zijn. Van Mechelen, die zelf woonachtig is in het Antwerpse Kapellen, had inzage in een inventaris die het gemeentebestuur aldaar liet opmaken van haar patrimonium. De minister getuigt: "Het was ontluisterend om te ontdekken wat we allemaal bezaten. Heel wat gemeenten en overheidsdiensten dragen een verpletterende verantwoordelijkheid voor de dure bouwgronden."

Dat de heren en dames schepen- en burgemeesterkandidate(n/s) naar aanleiding van 8 oktober aanstaande de wijze woorden van deze wijze minister maar goed in hun oren knopen.

1 Comments:

At 7/5/06 09:33, Anonymous Anoniem said...

wat een dikke zever!

 

Een reactie plaatsen

<< Home

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>