21 april 2014

Een verslag uit het Waterman-tijdperk


 

Welkomveld: herinnering en inzicht. Verslag van een spirituele ontdekkingsreis (Welkomveld, Den Haag 2014) is een soort autobiografie van de schrijver, Geert-Jan Balvert (°1958-). Deze oud-hippie is nu  cultuurwetenschapper, leraar Duits, en spiritueel coach. Na veel omzwervingen is hij in Den Haag gaan wonen,  gelukkig getrouwd met een oer-Hollandse schone. Hun kennismaking en toenadering vormt de gelukkige afloop van dit boek. Maar voor het zo ver is, moet de held van het verhaal van alles doormaken. Als je ooit wil weten hoe de denkwereld van een spirituele zoeker eruit ziet, dan mag je dit boek niet ongelezen laten.

 

Bhagwan

Op het eerste gezicht is de as waarrond deze ontdekkingsreis draait, zijn zeer actieve betrokkenheid bij de beweging van Bhagwan Shree Rajneesh (1931-90), alias Osho, precies samenvallend met de jaren ‘80. Daarin werd de Indiase overlevering van verzaking aan de wereld gekoppeld aan de westerse humanistische psychologie met haar ideeën van zichzelf worden, taboes doorbreken en zich laten gaan. De Indiase buren van Bhagwans hermitage in Pune dachten er het hunne van, maar het soort westerlingen dat daar samentroepte was enerzijds vrank en anderzijds erg onwetend van de beschaving waaruit hun goeroe voortkwam. Levenslustige jongelui die zich daar van hun remmingen kwamen bevrijden (anders gezegd: rondneuken), noemden zich sannyasin, “verzaker”, “alles-weggooier”, hoewel hun levensstijl het tegendeel was van wat Indiërs zich bij die term voorstellen.

Dit boek geeft dan ook een beknopte inside-geschiedenis van de opkomst en ondergang van de Bhagwan. Begonnen als een kruising van allerlei Oosterse spirituele technieken met een modern-Westerse levensstijl van vrijheid-blijheid, kwam zijn beweging in handen van zijn privé-secretaresse Ma Anand Sheela (een echt Indiase naam, °Sheela Patel, Baroda 1950-, door huwelijk Silverman, later Birnstiel), die er een dictatuur van maakte. Vooral de verhuis van de Indiase stad Pune naar de Amerikaanse staat Oregon, waar op een uitgestrekt ranchterrein de stad Rajneeshpuram gebouwd werd, 1981-85, was onzalig en liep op een ramp uit. Geert-Jan Balvert had er naar eigen zeggen van het begin geen goed oog in. Hij noemde het zelfbewierokende weekblad Rajneesh Times “de Pravda” en beschrijft hier hoe de stad gaandeweg een totalitaire samenleving werd, met stelselmatige telefoontap, een paranoïde politiemacht en zelfs moordaanslagen. Het is vooral vreemd dat juist een beweging die haar succes aan haar zeer anarchistische benadering van de spiritualiteit te danken had, toen zo dictatoriaal uit de hoek kwam. Anderzijds is het zeer snel tot stand komen van een heuse stad wel een voorbeeld van hoe religieus enthousiasme mensen tot grootse daden kan motiveren. Zeg gewoon: “Work is worship”, en ze voelen zich extatisch terwijl ze zich gratis uitsloven.

Terloops vernemen we dat een Bhagwancentrum in Portland, de hoofdstad van Oregon, in 1983 doelwit werd van een moslimbomaanslag. De moslims haten hindoes, ook westerse quasi-hindoes, veel feller dan christenen. Maar ook de christenen waren verontrust door de kennelijke geloofsafval van zoveel westerse jongeren. Toch was, achteraf gezien, het experiment met de als utopisch bedoelde Bhagwanstad een godsgeschenk voor de Kerken: het besmeurde de Indiase religie waar vele ex-christenen mee dweepten, als een letterlijk gevaarlijke sekte.

Balvert woonde een tijdje in Rajneeshpuram, maar ging ervan walgen en trok er weg. Wel bleef hij nog enkele jaren binnen de beweging. Hij woonde opeenvolgend in een aantal Bhagwancommunes in Nederland en Zuid-Afrika. In 1985 ging Rajneeshpuram in schande ten onder, de Bhagwan keerde zich tegen zijn luitenants, en enkele kopstukken gingen drie jaar de gevangenis is. Bhagwan zelf kreeg ook zijn beurt: hij werd samen met talloze volgelingen wegens immigratiefraude de VS uitgezet. Na wat omzwervingen dook hij opnieuw in Pune op. Daar kwam Balvert opnieuw in de sfeer, maar na een tijdje had hij er ook daar genoeg van, en dit keer definitief.    

 

Intuïtie

In feite blijkt de Bhagwan-fase slechts een trigger voor iets diepers en in de kiem veel ouder binnenin onze schrijver, die al vroeg een merkwaardige (om niet te zeggen paranormale) intuïtie had. Zo “voelde” de nog piepjonge Balvert, toen hij en zijn Amerikaanse gelegenheidsvriendin in Marokko door hun gastheer een drankje voorgezet kregen, dat er iets niet pluis was. Zijn plotse en schijnbaar irrationele actie redde haar van een weinig benijdenswaardig lot. Op reis in Peru stapte hij door een voorgevoel op het nippertje niet op de trein die even later door een aanslag van het Lichtend Pad zou ten onder gaan.   

Met name kon hij heel wat informatie zichtbaar maken over de vorige levens van zijn naasten en hemzelf. Ik neem het voor wat het waar is, want hoewel ik zowel hier als in Azië voortdurend tussen reïncarnatiegelovigen vertoef, heb ik nooit iets meegemaakt dat op reïncarnatie wijst. “Als we dood zijn, is het gedaan”, zeggen vrijzinnigen, en wat mij betreft is dat evengoed mogelijk. Bij Balvert ligt dat heel anders.

Nog voor hij zich van de reïncarnatiedoctrine bewust was, merkte hij bij zichzelf al aandachtspunten en denkgewoonten die, naar hij later ging beseffen, eigenlijk naar zijn vorig leven verwezen. Ook eerdere levens daagden, ondermeer als Inca-krijger die door de Spaanse conquistadores gedood werd. Hij herkent een vriendin als zijn eigen bevelhebber in de Inca-militie. Als klein kind in de Achterhoek vlakbij Duitsland kreeg hij het gevoel, aan de verkeerde kant van de grens geboren te zijn. Als volwassene gaat hij zich dan gaandeweg herinneren dat hij een welbepaalde officier in de Wehrmacht in WO2 was.

Het Duitse leger, dat was nu niet de SS of de nazi-partij, maar toch behoorlijk gewaagd om daar in het New-Age-milieu mee uit te pakken. Er zijn er tientallen die hun graantje van het Holocaustkrediet willen meepikken door te verklaren dat ze in een vorig leven een kampslachtoffer waren; maar aan de foute kant gestaan hebben, dat was nog niet eerder vertoond. Het heeft wellicht met de evoluerende mentaliteit te maken: dertig jaar geleden zag men de oorlogsjaren nog zeer zwart/wit, vandaag is er meer oog voor de vele grijstinten, bv. een gedenkteken voor de Duitse soldaat die met zijn eigen leven enkele Nederlandse kinderen redde.

Balverts huidige leven wijst er ook helemaal niet op: beide ouders waren los van elkaar weerstanders in de oorlog, hijzelf was on the road sedert hij op zijn zestiende met school stopte, hij heeft bij Joden verbleven en behandelt hen nog steeds als vrienden, en hij heeft in Zuid-Afrika een tijd met een kleurlinge gevreeën toen dat onder de Apartheid nog verboden was. En dan de vrijheid-blijheid waarin hij veel consequenter was dan de meeste Bhagwan-adepten, die rechtvaardigingen bedachten voor zijn autoritaire marsrichting: politiek zou je hem op zicht ergens tussen  D’66 en Groen Links situeren. Niet echt hoe je je een Pruisische sabelsleper voorstelt.

Het is nog wachten op de zelfverklaarde herboren Adolf Hitler of Heinrich Himmler (die op zijn beurt naar eigen zeggen de wedergeboren keizer Heinrich II was), maar nu hebben we toch al een Mof die nog bij Arnhem gestreden heeft. Zijn vereenzelviging met een Duits officier is, wars van de tijdsgeest, eigenlijk wat te verwachten was: er moeten tenslotte miljoenen mensen gestorven en wederbelichaamd zijn die destijds aan het nazibewind of aan de Duitse oorlogsinspanning meegewerkt hebben. Het opent wel perspectieven. Nu de vraag op het VS-immigratieformulier “Hebt u deelgenomen aan de oorlogsinspanning van nazi-Duitsland of zijn bondgenoten?” stilaan zonder voorwerp wordt, kan daar een vraag aan toegevoegd worden: “Ook niet in een vorig leven?”

Eigenlijk heeft Balvert ook aan die mogelijkheid gedacht, al meteen toen hij pas zijn vorige identiteit was gaan beseffen. Maar de prille sannyasin werd door een gezel gerustgesteld: de rechters zouden zich geremd voelen door de vraag wat zijzelf allemaal in een vorig leven hadden uitgespookt. Bij het lezen gaat men zich gaandeweg afvragen: en ik, wat zou ik geweest zijn en gedaan hebben?

 

De grote vragen

De schrijver is wel een geluksvogel. Dit in de gewone zin: hij komt uit een welgestelde en liefhebbende familie, weet van aanpakken, komt altijd goed terecht, en heeft in minder monogame tijden nogal wat vrouwen in zijn bed gekregen, soms op hun eigen initiatief. Maar ook in occulte zin: zelfs de meeste reïncarnatiegelovigen in het Bhagwanmilieu hadden geen weet van hun eigen of andermans vorige levens, maar hijzelf begrijpt beter dan anderen waarom welke persoon wat doet, want hij kent (soms) hun voorgeschiedenis. Tja, het komt voor: de Boeddha beweerde zich al zijn vorige levens te herinneren, en bij elk verhaal uit het verre verleden vertelde hij erbij in welke incarnatie bij zich toen bevond. Zo ver gaat Balvert zeker niet, het is eerder een langzaam ontdekken; maar uiteindelijk komt alles aan het licht.

Hij heeft ook een positievere opvatting van wedergeboorte. De Boeddha beschouwde de wereld als een tranendal, en het doel van zijn meditatie is, het wiel van wedergeboorte te doorbreken en aan deze tredmolen te ontsnappen. Verder is de wet van karma een soort natuurwet: er is geen baardige Sinterklaas daarboven die beloningen of straffen uitdeelt, alleen een wetmatig gevolg van je eigen gedrag. Balvert daarentegen ervaart een lichtwereld, waar oude liefhebbende zielen de gestorvene voorbereiden op zijn nieuwe incarnatie, en waarin zielen een “levensplan” maken om “lessen te leren”. Van karma in de gebruikelijke zin is weinig spoor: vorige levens bepalen grotendeels de aandachtspunten van het huidige leven, maar van een compensatie voor goede of kwade daden is kennelijk geen sprake. Zijn versie loopt sterk gelijk met wat westerse regressietherapeuten en reïncarnatieonderzoekers rapporteren.

In de Bevrijding gelooft hij niet. Als je deze mengeling van westerse psychologenjargon met oosterse meditatie volgt, kan je Bevrijd definiëren als “zonder ego”; en zo gezien vallen de zogenaamd Bevrijde meesters, of althans degene die hij gekend heeft, door de mand. In India, waar de notie “Bevrijding” (of “Ontwaking”) ontstaan is, praat echter niemand over “ego”, een Freudiaans begrip dat tot het gewone spraakgebruik doorgedrongen is en weinig met de geestelijke weg te maken heeft. De westerse therapieën waarop vele Bhagwanpraktijken gebaseerd waren (“encountergroepen”, “dynamic meditation” met veel gespring  en geschreeuw) waren erop gericht, overspannen mensen weer normaal te maken, terwijl oosterse meditatietechnieken erop gericht zijn, normale mensen tot de Bevrijding te brengen. Ik denk niet dat je die twee dooreen moet mengen. Laat hij eens denken aan Swami Premananda zaliger, bij wie hij verbleven heeft, of anderen die ginds als Bevrijd gelden: hun status kan ik niet beoordelen, maar hun sterke positieve uitstraling is onmiskenbaar. Balvert zal er vermoedelijk veel gevoeliger voor zijn dan ondergetekende steenrots, maar zelfs ik kan ervan getuigen.

Dat is dan ook mijn enige kritiek, oriëntalist zijnde, op Balverts verhaal. Op het einde waagt hij zich aan een ontleding van het einddoel van de spiritualiteit, en daar zie je de beperking van de school die hem het meest getekend heeft. Het Bhagwan-denken trok postchristelijke westerlingen aan omdat het zich, net als zijzelf, ergens halfweg bevond. Complexloze westerlingen vonden het maar vreemd; zelfs zonder de misdadige uitwassen noemden ze het een “sekte”. Oosterlingen vonden deze erg lichamelijke sannyasins gewoon te weinig spiritueel. Ze mikten te laag, waren te veel met hun eigen opwellingen bezig, aanvaardden de leefregels niet die met het geestelijke streven nu eenmaal samenhangen. Zowel in het Oosten als in het Westen kon men zich alleszins niet voorstellen dat een spirituele meester met een vloot Rolls Royces uitpakt, zoals de Bhagwan deed.

Niemand hoeft louter op gezag Balverts getuigenis voor waar aan te nemen; dat is wel het laatste dat hijzelf zou willen. Maar als kennismaking met een zoektocht in de geestelijke wereld, met ontdekkingen in een dimensie die voor de meesten van ons gesloten blijft, is dit boek beslist een aanrader.  

Labels: , , , , ,

3 Comments:

At 22/4/14 00:46, Anonymous BC said...

Heel interessant stuk!

een correctie: "Portland, de hoofdstad van Oregon"

De hoofdstad van Oregon is Salem. Portland is de grootste stad.

 
At 22/4/14 13:57, Anonymous Miel D. said...

Ik vond het ook een heel interessant stuk en heb ook één bedenking over mij gekende thematiek:

Ook in het christendom bestaat er een soortement 'natuurwet' (overgenomen uit de Griekse filosofie) die heel vergelijkbaar is met de '(natuur)wet van de karma' zoals u ze beschrijft. Gedenk de recente heisa over een uitspraak van een aartsbisschop die geslachtsziekten als 'immanent rechtvaardig' gevolg van promiscue gedrag bestempelde.

De 'baardige Sinterklaas' treedt daarbij niet op als rechter (dat is een restant uit de heidense traditie, waar Wodan, de latere Sinterklaas, de goeden kwam belonen en de stouten kwam straffen). Maar God, die door schilders als Turner inderdaad bebaard werd afgebeeld, treedt eerder op als een soort koning, die boven het rechtssysteem staat, en die genade kan verlenen aan rechtvaardig gestraften.
Voor bijbelse toepassingen van de regel 'Genade gaat boven recht', zie de passages waarbij Jezus de overspelige vrouw toesprak of de met Hem gekruisigde misdadiger.

 
At 22/4/14 17:03, Anonymous Marc Huybrechts said...

Eigenlijk is iedereen tot op zekere hoogte bezig met een "zoektocht in de geestelijke wereld", en uit dit boekverslag leren we niet wat Balvert uiteindelijk komt te zien als "het einddoel van de spiritualiteit".

Persoonlijk zie ik de lange omweg van zijn hippie-verleden en "Bhagwan-denken" niet als indicaties van een "spirituele zoektocht", maar eerder als uitingen van een overdreven ego-centrische sentimentaliteit en een tekort aan rationaliteit. Dat geldt misschien ook voor zijn mogelijke 'flirtaties' met "wedergeboorte" en andere echte of vermeende oosterse "intuities". Het is al goed dat hij niet in de "Bevrijding" blijkt te geloven. Er zijn natuurlijk vele andere Westerlingen, hoofdzakelijk afkomstig uit "welgestelde families" van een bepaalde generatie, die door dit soort lange omweg zijn gegaan, niet zonder maatschappelijke kosten.

Skepticisme is geboden omtrent mogelijke "ontdekkingen" in deze "dimensie" die, inderdaad, gesloten blijft voor de meesten.

 

Een reactie plaatsen

<< Home

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>