19 mei 2013

Mindfulness in opspraak


 

De Boeddha zou niet geweten hebben waar heel de heisa rond "Mindfulness" over gaat. Ook hij had in zijn tijd al met misbruiken af te rekenen, maar andere dan zich nu voordoen. Er wordt vandaag veel beloofd, vooral beterschap bij psychosomatische ziekte, en er zijn charlatans op pad. Maar als het boeddhisme alleen maar een therapie was geweest, een manier om van ziek naar gezond te evolueren, dan zou het nooit een wereldreligie geworden zijn.

 

Hij vond waarschijnlijk de techniek uit, en was alleszins de eerste die hem propageerde, onder de naam Vipassana, "gewaarzijn" of "aandachtsmeditatie". In tegenstelling met concentratie op een klank, een lichaamsdeel of een visualisatie richt Vipassana zich op de onbevangen waarneming van wat zich spontaan aandient. Men kan deze meditatievorm leren in tiendaagse retraites, waar een kadaverdiscipline heerst: om half vijf opstaan, volstrekt zwijgen, heel de dag (met korte onderbrekingen) onbeweeglijk zitten. Het is een eerste kennismaking met het kloosterleven. En dat was voor de Boeddha nog een "middenweg" tussen de zelfkastijding en de gebruikelijke genotzucht.

 

Westerse psychologen en therapeuten hebben daar een fluwelen versie van gemaakt, onder de naam Mindfulness. Zij hebben daarmee een verandering in ernst en intensiteit doorgevoerd, die misschien wel aangepast is aan de hedendaagse westerse mens. Maar zij wijzigden ook de oorspronkelijke bedoeling.

 

Het doel van Siddharta Gautama, de asceet van de Sakya-clan, alias de Ontwaakte (Boeddha), was de bevrijding of "uitwaaiing" (Nirvana). Hij vatte deze op als de beëindiging van de kringloop van wedergeboorten. Het geloof in reïncarnatie, waar veel westerlingen problemen mee hebben, staat volstrekt centraal in de zienswijze van de Boeddha. In zijn preken gingen verwijzingen naar figuren uit het verleden vaak samen met de vermelding van wat hijzelf in zijn toenmalige incarnatie was. Hij maakte er aanspraak op, zich al zijn vorige levens te herinneren.

 

In zijn tijd bloeiden verschillende opvattingen over de bevrijding. Zo kennen veel mensen uit het milieu de Yoga-Sutra van Patanjali, een tekst die de bevrijding louter technisch definieert: het is de toestand waarin het bewustzijn in zichzelf rust, en zich dus niet op eender welke waarneming of denkinhoud buiten zichzelf richt. Ontsnappen aan het wiel van wedergeboorten komt er niet in voor. En dit verschil in wijsgerige benadering van de meditatie werd nog groter wanneer het boeddhisme zich buiten India verspreidde.

 

In China vonden de confucianen de boeddhistische wijsbegeerte maar een wereldvreemd gedoe. De wereldse effecten van meditatie konden ze echter wel waarderen. De uitwaaiing uit het wiel van wedergeboorten zei hun niets, maar ze gingen de meditatie overnemen om hun "instrument te stemmen", om des te beter paraat te zijn voor hun maatschappelijke verantwoordelijkheden. Dat is meestal ook de motivatie van de moderne westerling om te gaan mediteren.

 

De omduiding van de meditatietechniek van de Boeddha voor andere doeleinden dan de "bevrijding" heeft dus al een lange geschiedenis. Het moderne gebruik van meditatietechnieken voor therapeutische doeleinden is wel echt een nieuwigheid. Monniken mochten geen wereldse beroepen uitoefenen, maar maakten een uitzondering voor de geneeskunst. Deze heeft namelijk met het boeddhisme gemeen dat zij een einde wil maken aan het lijden. In zekere zin is het probleem van de menselijke bestaanswijze analoog aan een ziekte, en bevrijding aan gezondheid. De behandelende monniken dachten er echter niet aan, hun eigen meditatiepraktijk aan hun patiënten aan te leren. 

 

De oorspronkelijke bedoeling van meditatie was, gezonde mensen tot bevrijding te brengen. De bedoeling van therapie daarentegen is, zieke mensen weer gezond te maken. Daarvoor meditatietechnieken aanwenden vergt een zeer specifieke invalshoek en de bijbehorende vaardigheden. Niet voor niets zijn de bekendste namen inzake Mindfulness in Vlaanderen een psychiater en een huisarts. In Nederland bestaat een therapiecentrum met alleen maar behandelingen vanuit het boeddhisme. De sterk opkomende wetenschap van het hersenonderzoek heeft een aantal weldadige effecten van deze benadering bewezen, maar brengt ook haar beperkingen in kaart.

 

Het boeddhistisch kloosterleven was onderhevig aan zijn eigen vorm van moreel verval, goed vergelijkbaar met wat we uit katholieke kloosters kennen. De verschuiving naar de therapiesfeer brengt andere vormen van decadentie met zich. Wanneer men een publiek van moderne lijders aan stress en aan de psychosomatische gevolgen daarvan bedient, een doorgaans onwetend en weinig kritisch publiek bovendien, dan maakt men het charlatans gemakkelijk. Om hun misbruiken uit te wieden, kan men sommige regels toepassen die de Boeddha zelf in reactie op misbruiken invoerde. Maar omdat dit een eigentijds probleem is, veroorzaakt door een heel eigentijdse toepassing van meditatietechnieken, kan men ook eigentijdse oplossingen zoeken. Het is in ieder geval een wantoestand die moet geremedieerd worden.     

 

Dr. Koenraad Elst

 

Dr. Koenraad Elst is oriëntalist en auteur van het boek De donkere zijde van het boeddhisme (Mens en Cultuur, Gent 2010).

Labels: , ,

2 Comments:

At 19/5/13 08:54, Anonymous Anoniem said...

Het oorspronkelijke doel van de mindfulness training is mensen met fysieke of geestelijke pijn te helpen hier mee om te gaan. Hoe kun je optimaal functioneren tijdens een (periode van) een ernstige ziekte, van langdurige stress, van burn-out?

Met de methode van mindfulness ga je allereerst open en zonder oordeel observeren wat je nu eigenlijk voelt en denkt. Door jezelf niet langer te identificeren met je ziekte, of met je gedachten, ga je ontdekken dat je meer keuzemogelijkheden hebt dan je dacht. Je hoeft je niet mee te laten slepen in een automatisch gedachten patroon. Er valt iets te kiezen. En die keuze kun je makkelijker maken wanneer je leert een pauze te nemen, te observeren, te accepteren, op waarde te schatten en voor jezelf te zorgen.

Mindfulness geneest niet en pretendeert dat ook niet te kunnen of te willen. Als iemand met een burn-out bijvoorbeeld uiteindelijk merkt dat een zeker herstel zich inzet na het volgen van een mindfulness training dan is dat heel fijn en mogelijk het gevolg van een meer open en ontspannen levenshouding van die persoon.

Mindfulness is geen therapie en het is geen religie. Mindfulness is hooguit een techniek waar je een training voor kunt volgen. Voor sommige mensen kan mindfulness een eyeopener zijn die kan helpen uit een vicieuze cirkel van denken, angst en pijn te breken. Dat is mooi meegenomen voor die mensen. Voor mij bijvoorbeeld.

Met vriendelijke groet,
Mirjam

 
At 17/9/13 18:26, Anonymous Anoniem said...

In die oosterse disciplines zit het vol van malafide figuren.Yoga is daarvoor een koploper.Let wel ik bedoel iedere vorm van yoga.Mensen worden daar binnen gelokt onder het mom dat yoga bevorderlijk zou zijn voor lichaam en geest.Niets is minder waar,yoga is een sektaire afsplitsing van het hindoeisme.Het maakt mensen onverschillig en vernietigt de menselijke wil en de persoonlijkheid.Yogis gaan uiterst manipulatie te werk en buiten uit wie ze maar kunnen.

 

Een reactie plaatsen

<< Home

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>