3 augustus 2012

Vrij spreken en verantwoorden in 500 woorden



Deze bijdrage verscheen in: Auteurs in de bres voor auteurs, PEN Jaarboek 2011 (http://www.penvlaanderen.be/deploy/index.php/jaarboek), p. 36-37. Het is een bijgewerkte en ingekorte versie van mijn tekst "Vrijheid van meningsuiting: de puntjes op de i" (http://vlaamseconservatieven.blogspot.be/2008/10/vrijheid-van-meningsuiting-de-puntjes.html)




Vrij spreken en verantwoorden in 500 woorden.

Mij werd gevraagd in zowat 500 woorden te reageren op de woorden van Philippe van Parijs over de vrijheid van meningsuiting (1). Deze instructie geeft de mogelijkheid al dadelijk ex absurdo aan te geven wat de vrijheid van meningsuiting niet inhoudt: de redacteurs van dit boek hebben niet de plicht om mij de kans te geven mijn mening in méér dan 500 woorden te uiten. Ze hebben zelfs niet de plicht mij 500 woorden te gunnen. Wanneer ik omgekeerd zelf een boek samenstel heb ik de vrijheid te bepalen wie daarin mag publiceren en mag ik daarin zelfs naar hartenlust discrimineren door de mij welgevallige auteurs ruimte te geven voor 5000 woorden en de andere 500 woorden of zelfs helemaal geen. De vrijheid van meningsuiting als juridisch begrip omvat immers enkel de vrijheid om op eigen kosten - of die van iemand die de kosten wil dragen – zijn mening te uiten in de publieke ruimte of in de eigen private ruimte – of die van iemand die daarmee instemt -. Er geldt dus geen “recht op vrije meningsuiting”, maar wel een “vrijheid van meningsuiting”.

Dat houdt in dat die vrijheid, zoals omschreven, niet mag worden ingeperkt door de overheid. Bij meningsuitingen in de publieke ruimte mag de overheid die uitingen ook reglementeren, zolang het niet de inhoud is die gereglementeerd wordt; bij die reglementering mag de overheid evenmin discrimineren op grond van de inhoud van die meningsuiting. Uitwerking en nuancering hiervan gaat dit kort bestek te buiten. Inhoudelijke beperkingen aan de zo begrepen vrijheid van meningsuiting zijn slechts zeer uitzonderlijk gerechtvaardigd: met name waar een meningsuiting een kennelijk en onmiddellijk gevaar betekent voor een belangrijk rechtsgoed zoals het leven, de lichamelijke integriteit en gezondheid of de eer en goede naam van individuele personen. Elders heb ik dit meermaals nader uitgewerkt, zodat ik mijn resterende woorden aan een ander aspect wil wijden. Verdedigers van verdergaande beperkingen aan de vrijheid van meningsuiting verwarren namelijk een – ontoelaatbaar – juridisch of feitelijke verbod door de overheid met de beperkingen die voortvloeien uit het gebruik dat andere burgers van hun vrijheden maken. Zij verwarren ook juridische verantwoordelijkheid met morele verantwoordelijkheid.

Die morele verantwoordelijkheid houdt in dat men door zijn medemensen ter verantwoording kan worden aangesproken wanneer men nodeloos kwetst, of over de morele en maatschappelijke invloed van de eigen meningsuitingen, of bij gebrek aan tolerantie voor andermans meningen, en dergelijke meer. Over de graad van moraliteit, fatsoen en tolerantie kan men echter van mening verschillen; zo deel ik de mening van Philippe van Parijs niet dat de Deense “karikaturen” nodeloos kwetsend waren; de meeste bekende ervan illustreerde volgens mij juist de kern van de zaak, dat de profeet die als onverbeterbaar voorbeeld wordt opgevoerd handelingen stelde die naar onze maatstaven vandaag terroristisch zijn. Maar precies omdat we daarover van mening kunnen verschillen is het zo nodig om de juridische vrijheid van meningsuiting intact te laten. Dat iets wettelijk is toegelaten, kan echter nooit inhouden dat andere burgers verplicht zijn om die  uiting ook moreel aanvaardbaar te vinden. Eenieder heeft dus evenzeer de vrijheid om meningsuitingen van anderen aan de kaak te stellen en om anderen omwille van hun onfatsoenlijke meningen desgevallend te "discrimineren". Soms heeft men zelfs de morele plicht om handelingen van anderen ook al zijn ze juridisch toegelaten, als immoreel te verwerpen. We moeten de caritas beoefenen tegenover personen, maar zonodig hard zijn in het aanklagen van bepaalde praktijken, zelfs indien die door de heersende moraal als belangrijke verworvenheden worden beschouwd. Het gebruik van de vrijheid brengt altijd een morele verantwoordelijkheid met zich mee voor de wijze waarop die vrijheid wordt gebruikt; die verantwoordelijkheid eist echter vooreerst een juridische vrijheid zonder dewelke ze niet kan bestaan.

(1) Het betreft de redevoering van Philippe van Parijs bij ontvangst van de Arkprijs voor het vrije woord op 25 mei 2011, eveneens in hetzelfde PEN jaarboek verschenen.

5 Comments:

At 9/8/12 19:33, Anonymous Johan B said...

Storme schrijft: "Er geldt dus geen “recht op vrije meningsuiting”, maar wel een “vrijheid van meningsuiting”."

Eigenaardig. Storme blijkt niet het verschil te kennen tussen een (grond-)recht en een privilege.

Volgens zijn redenering geldt er dus ook geen eigendomsrecht omdat dit kan geïnterpreteerd worden als het recht om eigendom te krijgen van anderen. Begrijpe wie kan.

 
At 9/8/12 20:16, Blogger Marc Vanfraechem said...

en nog eigenaardiger Johan B, is het om over een "privilege" te spreken om iets aan te duiden dat iederéén toekomt, want etymologisch betekent het woord "privilegium": "wet toegeschreven op een particulier" (of een groep particulieren).

 
At 10/8/12 23:41, Anonymous Johan B said...

@ Marc V:
Waar lees jij dat ik met "privilege" iets wil aanduiden dat iedereen toekomt? Een grondrecht komt iedereen toe. Ik zei dat er een verschil is tussen een grondrecht en een privilege. Rara wat zou dat verschil kunnen zijn?

 
At 14/8/12 00:33, Anonymous Marc Huybrechts said...

We mogen/kunnen gerust veronderstellen dat Storme het verschil kent tussen een recht en een privilege. In het bewuste citaat maakte hij een subtiel onderscheid tussen een "recht op" en een "vrijheid van", en met een "privilege" heeft dit al helemaal niets te maken.

Uit de context blijkt duidelijk dat Storme het onderscheid maakt tussen (A) een positief recht, of iets dat men NIET altijd kan /mag opeisen (e.g. een eigen opinie in de regimekrant De Standaard te mogen uiten), en (B) een negatief recht, i.e. een recht dat altijd en overal zou moeten gelden voor iedereen gelijk de vrijheid om een eigen mening te mogen uiten (wat er op neerkomt dat een overheid nooit iemand strafrechterlijk zou mogen vervolgen voor de INHOUD van een mening).

 
At 28/8/12 12:05, Anonymous Johan B said...

@Marc H:
In het bewuste citaat spreekt Storme helemaal NIET van een "negatief recht". Hij stelt het "recht op vrije meningsuiting" gelijk met een "positief recht" (i.e. een privilege), om te kunnen besluiten: "Er geldt dus geen “recht op vrije meningsuiting”".

Nu mag jij de volgende vraag beantwoorden: geldt er een recht op vrije meningsuiting, zoals er een eigendomsrecht geldt? Ja of nee. De vraag is dus of jij - net als Storme - ten prooi bent gevallen aan de socialistische newspeak, die alle rechten per definitie als positieve rechten (privileges) wil zien.

 

Een reactie plaatsen

<< Home

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>