12 mei 2009

Waarom centraal bankieren crisissen veroorzaakt

Mises waarschuwde ons al decennia geleden. "Nothing harmed the cause of liberalism more than the almost regular return of feverish booms and of the dramatic breakdown of bull markets followed by lingering slumps. Public opinion has become convinced that such happenings are inevitable in the unhampered market economy." Etatisten en socialisten vallen vandaag eens te meer het kapitalisme aan als oorzaak van de economische crisis die ons vandaag het leven zuur maakt. Maar zij dwalen. Hun argumenten worden enkel door etatistische en socialistische economen, zoals een Paul Krugman of een Joseph Stiglitz, weerhouden.

Jammer genoeg controleert deze strekking in het debat nu net de toegang tot de media en weten zij als geen ander de burgers te indoctrineren met mooi bekbare slogans en licht verteerbare redeneringen. Links schuwt de drogredenen niet. Het volk luistert naar hen, maakt zich hun theorieën eigen en parroteert hun nonsens. Links heeft de oorlog om de woorden gewonnen. Zij controleren de terminologie van het debat. Liberalen zitten nu in de hoek waar de klappen vallen. Ook al weten wij dat enkel de Austrians een detailanalyse van 'business cycles' gemaakt hebben en dat enkel Oostenrijkse recepten de crisis in tijd kunnen minimaliseren, toch vinden deze ideeën de weg maar niet naar het grote publiek. Simon Van Wambeke is één van die zeldzame kruisvaarders tegen de opmars van Keynes en de verstaatsing van de economie, ook - misschien zelfs vooral? - in tijden van crisis. Hieronder vinden jullie zijn laatste artikel. Hij is duidelijk: het kapitalisme veroorzaakt helemaal geen crisissen, centrale banken en overheidsprogramma's doen dat.
Waarom centraal bankieren crisissen veroorzaakt
(Artikel van Simon Van Wambeke voor Blauwdruk)
Na elke economische crisis worden er schuldigen aangewezen, en na elke crisis blijkt de grote schuldige het kapitalisme te zijn. Zo beschreef de econoom Joseph Schumpeter het: "Capitalism stands its trial before judges who have the sentence of death in their pockets. They are going to pass it, whatever the defense they may hear; the only success a victorious defense can possibly produce is a change in the indictment." Of de aanklacht nu hebzucht, deregulatie of de wispelturige “animal spirits” van vrije investeerders zijn, heeft weinig belang, de doodstraf wacht het kapitalisme in ieder geval. Ondanks het feit dat de overheidsuitgaven rond 50% van het BBP bedragen, vakbonden boven de wet staan, de interestvoet gemanipuleerd wordt door centrale banken, de productie van regelgeving hallucinant is, 1 op 3 werknemers bij de overheid werkt, … en we onze economie dus moeilijk als zuiver kapitalisme kunnen zien, blijft het ongehoord om te onderzoeken of er eventueel ook socialistische maatregelen of instellingen enige rol gespeeld zouden hebben in de ons al eeuwen bekende sequentie van boom en bust.

Het blijft voor velen buiten kijf staan dat met de socialistische kant van onze economie niets verkeerd kan zijn. Deze reeds geregelde en geplande kant is er volgens hen juist gekomen als controle op het wilde kapitalisme. De onstabiliteit van het systeem kan dus enkel nog komen van de nog niet (of minder) geregelde delen van de economie. Dat het weldegelijk een socialistische activiteit, namelijk de centrale planning van de interestvoet, is die tot economische booms en busts leidt, toont het tweede deel van dit artikel aan. Eerst bekijken we waarom we ondanks de negatieve gevoelens die velen koesteren ten opzichte van de vrije markt, we haar dienen vrij te spreken van de ernstige aantijgingen die nu in alle kranten verschijnen.

Conjunctuurbewegingen (de opvolging in de economie van een boom door bust), die we hieronder verklaren, zijn duidelijk iets anders dan de alledaagse fluctuaties in de economie. Zo zal een verandering van smaak van consumenten van aardbeien naar bananen bijvoorbeeld de aardbeienindustrie doen verkleinen en de bananenindustrie doen bloeien. De opkomst van de autosector deed de koetsenindustrie zo goed als verdwijnen. Deze fluctuaties zijn echter beperkt en het inkrimpen van één sector gaat hier steeds gepaard met het groeien van andere sectoren. De fluctuaties gebeuren ook steeds op verschillende tijdstippen verspreid over de verschillende sectoren. De conjunctuurbewegingen gebeuren daarentegen economiewijd. En in tegenstelling tot de fluctuaties in sectoren, maken ondernemers hier in heel grote delen van de economie op hetzelfde moment foute investeringen (de boom), die later geliquideerd dienen te worden (de bust). De Grote Depressie-econoom Lionel Robbins noemde de fouten van ondernemers, op hetzelfde moment gemaakt in vele sectoren, een “cluster of errors”.

Deze “cluster of errors” is onverklaarbaar in een vrijemarkteconomie. Ondernemers die onverantwoorde beslissingen nemen, worden immers automatisch uit de markt geduwd. Zij zullen door de verliezen die ze oplopen steeds minder kapitaal en arbeiders onder hun controle krijgen en uiteindelijk helemaal van het economische toneel verdwijnen. Dit in tegenstelling tot goede ondernemers die weten wat de consument wenst en zich aan die patronen voortdurend weten aan te passen. Deze zullen via de winst die ze maken steeds meer kapitaal en arbeiders kunnen aantrekken. De markt kent dus via winst en verlies een systeem waarbij slechte ondernemers steeds minder slechte beslissingen kunnen nemen en goede ondernemers nog meer goede beslissingen kunnen nemen. Dat deze geselecteerde ondernemers allen op hetzelfde moment dezelfde soort fouten maken is zo goed als onmogelijk.

Er wordt vaak gedacht dat een manie onder ondernemers zorgt voor de onstabiele boom, die dan later eindigt in een bust. Zij die ingaan op deze manie zullen hevige verliezen lijden en dus niet verder kunnen investeren in hun droomprojecten. Stel dat investeringen in de dotcom-sector vanwege een onverantwoorde hype enorm toenemen. Hierdoor gaan de lonen van informatici, computers en webdomeinen ook enorm toenemen. Door de toegenomen vraag naar te lenen fondsen zal ook de interestvoet omhoog gaan. Hoe meer ondernemers meegaan in de manie, des te meer zullen ze zich zorgen moeten maken over hun stijgende kosten. Als ze nog wat geld willen overhouden, zullen ze dus bij een uitdijende manie steeds meer moeten afvragen of consumenten die dotcom-producten later wel zullen aanschaffen aan een redelijke prijs. Zoniet wordt de druk steeds groter om met de waanzin op te houden. Zelfde verhaal bij de recentere woning- en hypotheekbubble. Bij overdreven vraag naar hypotheken, zal de rente stijgen wat de manie zal temperen. Een overheidsinterventie zal dus steeds nodig zijn opdat een manie niet vroegtijdig geaborteerd wordt door stijgende kosten en interestvoeten, maar verder kan evolueren naar een boom. Wat deze interventie is, lees je in wat volgt.

Als boom en bust onmogelijk zijn in een laissez-faire-economie, welke interventie op de markt zorgt er dan wel voor? De opvatting van de Oostenrijkse school is dat de centrale bank hiervoor verantwoordelijk is. De centrale bank is een instelling die de interestvoet centraal plant. Een socialistische instelling bij uitstek dus, aangezien ze één van de belangrijkste prijzen in de markt, de interestvoet, verstoort. Voor we kunnen inzien hoe deze interestvoetmanipulatie tot boom en bust leidt, moeten we eerst begrijpen hoe een economie groeit in de normale, vrije markt en hoe de interestvoet deze groei coördineert.

De hoeveelheid investeringen in een economie wordt bepaald door de vraag en het aanbod van leenbare fondsen. Het aanbod wordt bepaald door de bereidheid van mensen om te sparen, de vraag wordt bepaald door de bereidheid van investeerders om de gespaarde fondsen te lenen. Wanneer mensen meer toekomstgericht beginnen denken, gaan ze uit hun inkomen minder geld aan consumptie besteden en meer opzij zetten voor later; ze gaan sparen. Wanneer er meer gespaard wordt, en het aanbod aan leenbare fondsen dus groeit, betekent dit een beweging naar rechts van de aanbodscurve aangezien men bereid is om aan lagere interestvoeten geld uit te lenen aan investeerders (veelal niet rechtstreeks maar via bankrekening, aandelen, obligaties, etc.). De beweging van de aanbodscurve naar rechts betekent een verlaging van de interestvoet (de prijs waarop alle investeerders, een spaarder vinden en omgekeerd, de marktprijs voor leenbare fondsen).

Deze lagere interestvoet gaat investeerders overtuigen om meer fondsen aan te wenden voor investeringen. Deze investeringen zijn investeringen die voor de lagere interestvoet niet winstgevend waren en interestbetalingen als grote factor in hun totale kosten hebben. Het zijn dus investeringen die pas lonen na langere tijd, zoals bvb. mijnbouw of R&D. Deze interestgevoelige sectoren worden “hogere orde sectoren” genoemd. Wanneer in deze sectoren geïnvesteerd wordt, gaat het productieproces verlengen en het dus langer duren eer de finale consumptiegoederen de markt bereiken (dit is een belangrijk gegeven voor straks). Doordat er minder wordt geconsumeerd (maar meer gespaard) vermindert de vraag in de op consumptie gerichte sectoren (de “lagere orde sectoren”). In hogere orde sectoren is de vraag verhoogd daar er met het nieuw gecreëerde geld geïnvesteerd wordt. De winsten gaan hierdoor verlagen in de lagere orde sectoren en verhogen in de hogere orde sectoren. De arbeiders en andere productiefactoren verplaatsen zich dan ook van de lagere orde sectoren naar de hogere orde sectoren. De nieuwe investeringen zorgen voor een meer tijd vragende, maar grotere productie en er zal in de nabije toekomst dus meer geconsumeerd kunnen worden. M.a.w. de levensstandaard stijgt.

Wat nu wanneer centrale banken artificieel de rente verlagen zonder dat mensen meer toekomstgericht zijn gaan denken en dus niet meer zijn gaan sparen? De centrale bank verlaagt de rente door geld te creëren en dit aan de banken te geven. Het gecreëerde geld komt op de markt voor leenbare fondsen terecht en doet de aanbodscurve naar rechts opschuiven. Belangrijk is dat de aanbodscurve enkel verschuift doordat er geld in de kredietmarkten is gepompt en niet door een verhoogde spaarquotiënt. De interestvoet valt en investeerders gaan net als hierboven de totale investeringen verhogen in de hogere orde sectoren. De productiestructuur wordt verlengd. Door de artificieel verlaagde interestvoet wordt sparen ontmoedigd (met meer consumptie als gevolg); er zal minder worden gespaard. Er ontstaat dus in tegenstelling tot op de vrije markt een kloof tussen gespaarde fondsen en investeringen. De artificiële groei van productie (de boom) die de lage interestvoet induceert, gaat over in een bust waanneer de geldcreatie vermindert en investeringen terug in lijn dienen te vallen met de gespaarde fondsen. Ook wanneer de geldcreatie blijft bestaan, komt de realiteit vroeg of laat opduiken.

De artificieel lage interestvoet gaat niet enkel investeerders aanzetten tot het lenen en investeren van het gecreëerde geld, maar ook sparen ontmoedigen en dus consumeren aanmoedigen. Zowel vanuit de op consumptie gerichte sectoren (of lagere orde sectoren) als vanuit de sectoren waarin met het nieuwe geld geïnvesteerd is (interest gevoelige sectoren of hogere orde sectoren) gaat nu de vraag naar krediet, niet-specifieke geschoolde arbeiders en andere niet specifieke productiefactoren groter worden. Er wordt dus van twee kanten van de economie gevraagd naar krediet en productiefactoren, met als gevolg dat de interestvoet stijgt, net als de prijzen voor deze niet-specifieke productiefactoren. Het gecreëerde geld dat de ondernemers investeren in de hogere orde sectoren gaat naar arbeiders, andere ondernemers en eigenaren van grondstoffen. Hun inkomen gaat nu in grotere mate dan voorheen naar consumptie gaan, doordat de interestvoet artificieel verlaagd is en consumeren dus voordeliger wordt. Daarbij is er een verlenging van de productiestructuur, waardoor het langer duurt dan voorheen eer het productieproces afgerond is, i.e. tot de consumptiegoederen de markt bereiken. Dit verhoogt de schaarste van de consumptiegoederen. De verhoogde vraag en schaarste zorgen voor winsten in de lagere orde sectoren die groter worden dan deze in de hogere orde sectoren.

Het raadbare gevolg is de productiefactoren die in de hogere orde sectoren waren ingezet, zich nu gaan verplaatsen naar de meer winstgevende lagere orde sectoren en zo het evenwicht herstellen. De eerder gemaakte investeringen in de hogere orde sectoren worden verlaten met als gevolg, onafgewerkte bouwwerven, arbeiders die hun job verliezen, etc.. In de volgende zinnen vat ik alles nog eens samen. Bij een normale economische groei, gaan productiefactoren zich verplaatsen van de lagere naar de hogere orde sectoren. Dit wordt gecoördineerd door de interestvoet. Bij artificieel gecreëerde groei, via een gemanipuleerde interestvoet, gaat er een strijd om productiefactoren ontstaan tussen de hogere en de lagere orde sectoren. Deze strijd wordt gewonnen door de lagere orde sectoren en doet de economische activiteit in de hogere orde dalen.

We komen even terug op de manieverklaring van bubbels. Wanneer in de dotcom-wereld of de hypotheekmarkt een manie ontstaat dan wordt deze, zoals in het voorgaande deel besproken, afgeremd door een stijging van de interestvoet (de vraag naar leenbare fondsen neemt tijdens de manie sterk toe) en andere kosten. Wanneer de interestvoet vals verlaagd is door de geldcreatie van de centrale bank, dan blijven ondernemers in de waan dat er nog spaargeld genoeg is om hun projecten te realiseren. Ze worden niet afgeremd door de stijgende interestvoet en blijven lenen; de manie wordt een bubbel, die later onvermijdelijk kapot zal spatten.

Een eerste belangrijke opmerking is dat de hier voorgestelde theorie enkel geldt ter verklaring van de boom en bust. Of na de bust de economie zich snel van de foute investeringen kan ontdoen en arbeiders en middelen terug naar hun juiste plaats in het economische systeem kunnen verschuiven, richting meer consumptiegerichte of lagere orde sectoren, hangt van de genomen politieke maatregelen na de bust. In een vrije economie gebeurt dit vrij snel, maar wanneer extra krediet wordt gecreëerd en de rente terug naar beneden wordt geduwd, consumptie-uitgaven worden verhoogd, prijzen en/of lonen niet mogen dalen, etc kan een bust zich voortzetten in een jarenlange depressie. Een tweede punt is de zwakheid van onze banksysteem dat bij een economische schok, veroorzaakt door de interestmanipulatie van de centrale bank, al snel als een kaartenhuisje lijkt in te storten. Dit wordt veroorzaakt door ons systeem van fractionele reserves, waarbij banken maar een fractie van hun zichtrekeningen in reserve hebben. Hier kan niet verder op ingegaan worden in dit korte artikel. Een derde opmerking is dat een centrale bank niet noodzakelijk is voor de creatie van bubbels (het is louter de manier waarop ze tegenwoordig gemaakt worden); elke manier waarop gecreëerd geld in de markt voor leenbare fondsen komt en zo de interestvoet lager duwt dan ze op de markt zou zijn, leidt tot een onstabiele groei gevolgd door een correctie. Elke bubbel in de geschiedenis is dan ook voorafgegaan door een groei in de geldhoeveelheid.

Zoals uit het voorgaande blijkt is niet kapitalisme maar de socialistische instelling, die centrale bank heet, verantwoordelijk voor het ontstaan van artificiële groei, gevolgd door de onvermijdelijke liquidatie van de foute investeringen, de crisis. Het wordt tijd dat men het belang van een marktconforme interestvoet inziet. Het afwijzen van elke manipulatie van de interestvoet door centrale banken zou een belangrijke eis moeten zijn van iedereen die de steeds wederkerende crisissen verafschuwt.


Simon Van Wambeke is betrokken bij het Murray Rothbard Instituut. Zelf gaf ik in oktober 2008 nog een powerpointpresentatie voor het LVSV in Leuven over de Oostenrijkse 'business cycle theory'.

6 Comments:

At 12/5/09 13:11, Anonymous Simon said...

Op deze site vindt u illustraties die de verschuivingen van de curves op de markt voor leenbare fondsen duidelijk maken: http://www.auburn.edu/~garriro/a1abc.htm

Ik ben trouwens geen bestuurder maar AV-lid van het Murray Rothbard Instituut.

 
At 12/5/09 15:18, Anonymous Steven Devijver said...

Deze analyse van de werking van centrale banken zit er helemaal naast. Centrale banken creëren altijd nieuw geld door te lenen aan banken. De interestvoet wordt los daarvan bepaald. Het maakt niet uit hoe hoog of laag de interestvoet gehanteerd wordt, de creatie - en verwijdering - van onpersoonlijk nationaal geld in de economie door centrale banken is altijd dezelfde.

Daarnaast is er iets paradoxaal aan uw analyse van boom-en-bust cycli. Volgens uw analyse is de markt altijd in staat om de "echte" waarde van een aanbod te bepalen. Maar wat indien voldoende mensen in de vrije markt overtuigd geraken van de waarde van een nieuw product of dienst (emergence), en navenant hun uitgaven aanpassen?

Indien die waarde achteraf overroepen blijkt dan is er toch nog steeds een bust, ongeacht hoe vrij de markt is? Of bestaat hysterie niet in de vrije markt, volgens u?

Volgens uw analyze zijn vrije sociale netwerken dan ook de vijand van de vrije markt, aangezien ze hysterie meer lijken te bevorderen dan tegen te houden. Volgens u is het alleen aan ondernemers om te creëren en alleen aan consumenten om te consumeren (en is het hun vooral niet toegestaan om te creëren!) Volgens uw eigen analyse - lijkt mij - is het u niet toegestaan om zonder officiële toestemming op een blog te publiceren!

Graag een update van uw ideologie voor de 21ste eeuw.

Bedankt

 
At 12/5/09 16:09, Anonymous Simon said...

@Steven Devijver:

U lijkt nogal veel "tussen de regels te lezen". Ik zeg nergens iets over sociale netwerken, een verbod op creëren voor consumenten(een consument is louter een economische functie; een persoon is vaak consument en ondernemer tergelijkertijd) noch over censuur op blogsites.

Wat de rest van uw post betreft:

Hoe centrale banken via vernietiging en (vooral) creatie van geld de interestvoet bepalen leest u hier: http://en.wikipedia.org/wiki/Open_market_operations

Er is geen sprake van boom en bust wanneer mensen teleurgesteld zijn in de aankoop van een bepaald product waardoor de sector die dit produceert dient in te krimpen. Zoals ik in mijn tekst schrijf, zijn dit kleine fluctuaties die elke dag gebeuren in een zeer beperkt stuk van de economie. De productiefactoren die voorheen gebruikt werden om het uit smaak gevallen product te maken, verdwijnen naar andere delen van de economie waar de vraag is toegenomen. Dit veroorzaakt weinig deining. Een boom (en bust) daarentegen is economiewijd, vnl in interestgevoelige sectoren en onstaat op een bepaald moment nl wanneer gecreëerd geld de interestvoet onder de markt-interestvoet duwt.

Hysterie bestaat zeker in een vrije markt, zoals overal, maar wordt afgeremd door een stijgende interestvoet en stijgende kosten van input. Stel iedereen gaat ineens aardbeien produceren, dan gaat de prijs van productiefactoren van aardbeien sterk toenemen, alsook de interestvoet (de vraag naar leenbare fondsen stijgt). Een ondernemer merkt deze kostenstijging en gaat enkel verder kunnen deelnemen aan deze hysterie wanneer de centrale bank de interestvoet artificieel verlaagt en er zo geld genoeg is om dwaze projecten uit te voeren. Deze, door de consument ongevraagde projecten, gaan later geliquideerd dienen te worden daar ze niet voldoende gaan opbrengen aan de ondernemer om uit de kosten te geraken.

 
At 12/5/09 19:32, Anonymous Marc Huybrechts said...

Drie opmerkingen:

1) Het is niet helemaal duidelijk in welke mate dit een tekst van Simon Van Wambeke is, of van Vincent De Roeck. Het zou moeten duidelijker gemaakt worden waar de ene begint en de andere eindigt, en volledige citaten zouden als dusdanig moeten gepresenteerd worden.

2) We moeten oppassen met het gebruik van de term "kapitalisme" tegenwoordig, of alleszins een duidelijk onderscheid maken tussen enerzijds 'marktwerking' en 'kapitaals-eigemdom-structuur'. In feite, de wereldeconomie wordt in toenemende mate gekarakteriseerd door meer staatskapitalisme. Men ziet dat vooral in de groeiende rol (en macht) van genationaliseerde oliebedrijven, van andere staatsbedrijven, van 'nationale kampioenen' (ook al zijn ze uitwendig in 'private' handen) en van zogenaamde "sovereign wealth funds" (of SWF's, waarmede de overheden van China, Rusland, Brazilia, Turkije, enz...investeringen maken in productiesectoren rond de wereld). Dit systeem van staatskapitalisme (en het gevaarlijke ervan) kan samengevat worden als volgt:

"The state functions as the leading economic actor and USES MARKETS primarily for political gain."

(cf. Ian Bremmer, State Capitalism Comes of Age, Foreign Affairs magazine, May-June 2009. Een zeer aanbevolen artikel, dat ook nog onlangs aanleiding gaf tot een interessante column van George Will - de 'beste' contemporele Amerikaanse conservatieve/liberale pundit - in The Washington Post.)

3) Wat de rol van de centrale banken betreft, moet men een onderscheid maken tussen (a) de economische conjunctuur (business cycle) en (b) speculatieve prijs bubbles op 'asset markets' (bijvoorbeeld de prijzen van aandelen op beurzen en van bestaande huizen). Dat zijn verschillende fenomenen, die mekaar soms wel doorkruisen, maar die zich min of meer onafhankelijk van mekaar kunnen voordoen.

Het monetaire beleid van centrale banken richt zich primair op de 'conjunctuur', i.e. bewegingen in tewerkstelling, in output of productie indicatoren, en in algemene prijsbewegingen. Dat er recentelijk te weinig rekening werd gehouden met speculatieve prijsbubbles op 'asset markets' dat is duidelijk. Hoe dat beter zou kunnen ge-incorporeerd worden in het monetaire beleid is geen gemakkelijke vraag.

 
At 13/5/09 16:50, Anonymous Vincent De Roeck said...

@ Marc Huybrechts

Ter verduidelijking. De eerste twee alinea's zijn mijn inleiding en commentaar bij een artikel van Simon Van Wambeke dat dus vanaf de derde tot de laatste alinea loopt.

 
At 14/5/09 09:18, Anonymous Anoniem said...

@ Steven Devijver:

[A] new mone­tary world has arrived ... For now that the gold standard has been eliminated, the Fed can and does increase the money supply all the time, whether it be boom or recession.
There hasn't been a contraction of the money supply since the early 1930s, and there is not likely to be another in the foreseeable future.

So now that the money supply always increases, prices in general are always going up, sometimes more slowly, sometimes more rapidly. Murray N. Rothbard, "For a New Liberty" - Chapter 9, "Inflation and the Business Cycle: The Collapse of the Keynesian Paradigm"

 

Een reactie plaatsen

<< Home

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>