16 september 2006

Een keizer die zijn kleren niet van een Brusselse bisschop moest krijgen (victa placet mihi causa)

Vaak is er enkel plaatselijk nieuws, soms ook wereldnieuws. Vandaag waren ze er allebei, maar alleen het plaatselijke nieuws heeft onze Vlaamse journalisten kunnen boeien. Hun berichten gingen over het ontslag van een kleine keizer. Dat ontslag was onvermijdelijk luidde hun oordeel, en zoals altijd spreken onze jongens van de vierde macht uit één mond (niets ongewoons: zij laven zich tenslotte allen aan de gulle bron der Uitvoerende Macht). Waarin deze onvermijdelijkheid juist bestond, werd uit gewoonte in het vage gelaten: de kleine keizer was driftig, arrogant, eigengereid &cet. Psychologiseren kost niets en het is plezierig.
Dat het ontslag al jaren eerder had mogen komen, bijvoorbeeld kort na aanwerving, heb ik nergens gelezen. Dat ’s mans Nederlands ondermaats was – toch een handicap in een culturele instelling – werd niet vermeld bij mijn weten. Dat hij eerst nog reclamefoldertjes meende te mogen maken voor zijn Brusselse kleermaker Bisschop, en vervolgens met een rode kop moest verklaren dat hij nu nog meer zijn best zou doen om uit te vissen wat voor verplichtingen er bij deez job kwamen kijken, al evenmin. Wat betreft deze inzichten was onze adelaar aanvankelijk zo onschuldig als een lam, en minister Van Mechelen had naar niets gevraagd.
Laten wij deez zaak rusten, en eens kijken of er nog andere kwesties aan de orde zijn in de wijde wereld.
Vrienden, er is mogelijk een nieuwe cartoonkwestie in de maak! Benedictus de Zestiende heeft een reis naar Duitsland gemaakt, en hij heeft daar een opmerkelijke redevoering gehouden. In onze kranten lezen wij hooguit een zinsnede, maar in Le Monde online vandaag kunnen wij die rede toch partim nalezen, zij het onder de titel Verbatim.
Onze moslimbroeders blijken alweer gekwetst te zijn, en er zijn reacties tot in Azië. Onder meer Turkije, Libanon, Pakistan, en stemmen tot in Indië en Indonesië hebben zich laten horen. Ik vertaal snel wat ik lees, want de commentaar van de Fransen lijkt mij beter dan wat onze verzamelde pers zal voortbrengen in de komende dagen (gesteld dat zij door de feiten daartoe gedwongen worden):

"God is niet op bloedvergieten gesteld"

In zijn rede, gehouden dinsdag 12 september in Regensburg, heeft de paus geciteerd uit een werk van Theodor Koury, een theoloog uit Münster die in de jaren 1960 het verhaal van de “Zevende controverse” ophaalde, waarbij in 1391 de christelijke byzantijnse keizer Manuel II Paleologos (1350-1425) zich tegenover een Perzische geleerde bevond.
Op een manier die voor ons verwonderlijk abrupt mag lijken, stelt de keizer aan zijn tegenstander een vraag , de centrale vraag over het verband tussen religie en geweld. Hij zegt hem:
“Toon mij dan wat voor nieuwigheden Mohammed heeft gebracht. Je zult enkel slechte en onmenselijke dingen aantreffen, zoals de recht om te zwaard het geloof dat hij predikte te verdedigen.” De keizer legt vervolgens uit waarom het absurd is het geloof door geweld te verbreiden. “Dergelijk geweld is tegengesteld aan de aard van God en aan de geaardheid der ziel: God is niet op bloedvergieten gesteld. (…)
Hij die iemand tot het geloof wil brengen, moet zich kunnen verlaten op goede argumentatie en correcte redenering, niet op geweld en dreiging. (…) Om een redelijk wezen te overtuigen hoef je noch je armen te gebruiken, noch wapentuig, noch wat voor middelen ook waarmee je iemand met de dood kunt bedreigen.” (…)
In deze argumentatie van de keizer van Constantinopel, tegen de gedwongen bekering, is de beslissende zin deze: een onredelijke handelwijze gaat in tegen de aard van God. Voor de keizer, een Byzantijn die met de Griekse filosofie was opgevoed, is deze zin vanzelfsprekend.
In de muzelmaanse leer echter is God volkomen transcendent. Zijn wil is niet gebonden aan gelijk welke van onze categorieën, niet eens die van de rede. [*]


Dans son discours prononcé mardi 12 septembre à Ratisbonne, le pape a cité un ouvrage de Theodor Koury, théologien de Münster qui, dans les années 1960, avait rapporté la "Septième controverse" ayant opposé, en 1391, l'empereur chrétien de Constantinople, Manuel II Paléologue (1350-1425), à un érudit persan.
L'empereur pose à son interlocuteur, d'une manière étonnamment abrupte pour nous, la question centrale du rapport entre religion et violence. Il lui dit : "Montre-moi donc ce que Mahomet a apporté de nouveau. Tu ne trouveras que des choses mauvaises et inhumaines, comme le droit de défendre par l'épée la foi qu'il prêchait." L'empereur explique alors pourquoi il est absurde de diffuser la foi par la violence. Une telle violence est contraire à la nature de Dieu et à la nature de l'âme : Dieu n'aime pas le sang. (...)
Celui qui veut conduire quelqu'un vers la foi doit être capable de parler bien et de penser juste, et non de violence et de menace. (...) Pour convaincre une âme raisonnable, on n'a pas besoin de son bras, ni d'armes, ni d'un quelconque moyen par lequel on peut menacer quelqu'un de mort. (...) La phrase décisive dans cette argumentation de l'empereur de Constantinople contre la conversion forcée est la suivante : agir de manière déraisonnable est contraire à la nature de Dieu. Pour l'empereur, un Byzantin éduqué dans la philosophie grecque, cette phrase est évidente. En revanche, pour la doctrine musulmane, Dieu est absolument transcendant. Sa volonté n'est liée à aucune de nos catégories, pas même celle de la raison.


Dit lijkt mij duidelijke taal. Het betreft hier twee werelden, en zowel Ratzinger als Le Monde laten dat ook verstaan.
In die twee werelden gebeurde nog iets: de Nederlandse minister Donner van Justitie, neef van de betreurde schaakgrootmeester en auteur Jan-Hein Donner, zei dat als er ooit in Nederland een 2/3 meerderheid zou worden gevonden voor het invoeren van de shari'a ...dat de democratie zulks dan niet mocht verhinderen. Dat lijkt mij een degelijk democratisch standpunt, en de enige vraag is dus of wij het zover willen laten komen.

[*] Ik moet hem toch ook even aan het woord laten: in zijn voorwoord tot Histoire de ma Vie, zei Casanova: Je suis non seulement monothéiste, mais chrétien fortifié par la philosophie, qui n'a jamais rien gâté.
Ik ben niet enkel monotheïst, maar christen gesterkt door de filosofie, die nooit wat dan ook heeft bedorven.

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>