1 mei 2006

Pastoor kakt ongewild op Nederlandse oorkonde (victa placet mihi causa)

Laatst, uit hoofde van mijn beroep, hoorde ik tijdens de mis op Radio1 een pastoor die het in zijn preek had over de geweldige verbazing der Apostelen toen die enige tijd na de kruisdood van hun meester Jezus Christus, Hem plots in levende lijve weer voor zich zagen. Dat verhaal staat in de Evangeliën. Bijvoorbeeld Johannes vertelt dat de elf Apostelen “om de vreze der Joden” achter gesloten deuren vergaderd waren, en dat zij al enige dagen niet meer wisten van welk hout pijlen maken.
De pastoor in de radiomis vertelde ons nu getrouw dat de Apostelen hun ogen niet konden geloven bij de plotse Verschijning, en dat zij Hem niet eens meer leken te herkennen. Christus had daarop Zijn wonden aan handen en voeten getoond, waarna hun ongeloof in blijdschap was omgeslagen.

Allemaal correct weergegeven, en een prachtig verhaal. Het komt bij Lukas vlak na de ontmoeting met de Emmaüsgangers, een al even prachtig verhaal.
Wij lezen in de Statenvertaling, bij Lukas 24:
En zij vertelden, hetgeen op den weg geschied was, en hoe Hij hun bekend was geworden in het breken des broods.
En als zij van deze dingen spraken, stond Jezus Zelf in het midden van hen, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden!
En zij verschrikt en zeer bevreesd geworden zijnde, meenden, dat zij een geest zagen.
En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij ontroerd, en waarom klimmen zulke overleggingen in uw harten?
Ziet Mijn handen en Mijn voeten; want Ik ben het Zelf; tast Mij aan, en ziet; want een geest heeft geen vlees en benen, gelijk gij ziet, dat Ik heb.
En als Hij dit zeide, toonde Hij hun de handen en de voeten.
En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden, en zich verwonderden, zeide Hij tot hen: Hebt gij hier iets om te eten?
En zij gaven Hem een stuk van een gebraden vis, en van honigraten.
En Hij nam het, en at het voor hun ogen.
En Hij zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die Ik tot u sprak, als Ik nog met u was, namelijk dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen.
Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden.
Johannes, ook een goede schrijver, vertelt hetzelfde. Hij voegt er nog een zin aan toe, een echte cliffhanger:
Jezus dan heeft nog wel vele andere tekenen in de tegenwoordigheid Zijner discipelen gedaan, die niet zijn geschreven in dit boek;
Waarom vertel ik dit? Omdat die pastoor mij geweldig tegenstak. Omdat die pastoor nooit nog een preek zou mogen afsteken als er érgens een immanente inspecteur toekeek op wat die kerels allemaal uit hun onwetende botten slaan. Goed dat Reve al begraven was en het niet meer kon horen. Die pastoor bederft met één zinssnede een oeroude prachtige tekst, een stichtingstekst van onze Nederlandse Taal, door ter verklaring er aan toe te voegen dat Christus zijn wonden aan de Apostelen toonde ...als een soort visitekaartje.
Uit mijn ogen gij satan, gij stijlongevoelige!
Nee, geef mij dan die gereformeerde dominee dr. S.D.Post, zoals u hieronder kunt lezen:

28-4-2006
WOERDEN - De tale Kanaäns is zo’n waardevolle verpakking voor een schat van godsvrucht, dat jeugdleiders moeten proberen bevindelijke terminologie aan jongeren over te dragen.

Dat stelde dr. S. D. Post donderdag tijdens de jaarvergadering van de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten (JBGG) in Woerden.
Tale Kanaäns, benadrukte Post, is meer dan alleen verouderd taalgebruik over geestelijke dingen, of Statenbijbel-Nederlands. „Bij tale Kanaäns gaat het over woorden die de Heilige Geest leert. Niet om de verouderde woorden en vaste uitdrukkingen, maar om taal, de communicatie, die innerlijke gemeenschap tot stand brengt. Wat is er dan zo bijzonder aan die taal, als hij alleen door wedergeborenen kan worden gesproken en verstaan? Dat bijzondere zit ’m niet in de woorden, maar in de gemeenschap.”
Volgens Post kunnen geestelijke zaken niet in jongerentaal worden uitgedrukt. „Jongeren op de club of op de vereniging noemen iets soms vet cool of supergaaf. Er is op zich niets mis met dit soort woorden. Maar deze woorden kunnen niet de verpakking vormen voor geestelijke dingen. Daar zijn geestelijke zaken veel te kwetsbaar en te kostbaar voor. Niet elke verpakking is geschikt voor een antieke kristallen vaas.”
Omdat jongeren ook in de preek met de tale Kanaäns worden geconfronteerd, pleitte hij ervoor regelmatig preekbesprekingen te houden. „Waarom doen we dat niet elke maand? Op zondagavond. Voor alle jongeren in een leeftijdsgroep. Als je geen dominee hebt, zou een ouderling het kunnen doen. Het is zo ontzettend belangrijk dat onze jongeren betrokken blijven bij de zondagse preek. Dat raakt de kern van het gemeente-zijn.”

© Reformatorisch Dagblad

Noot: het onbevangen gebruik van het woord "jongeren" door dr.Post, zorgde bij mij aanvankelijk voor enige verwarring.
Wie meer wil weten over de "bevindelijken" verwijs ik naar dit oude artikel uit de Groene Amsterdammer.

.

1 Comments:

At 7/11/09 15:08, Blogger upsidedown said...

Besef wel dat het bij gebruikers der Tale Kanaäns gaat om een geestesbevinden.
De semantiek der woorden is vele malen belangrijker dan het esthetisch gevoelen.
Dat is ook de bedoeling der S.D Post die zijn jeugd een dieper besef wilt meegeven van een oeroude pietische traditie nl; de zuivere leer (lees waarheid)

Ik vrees dat het ook meneer pastoors bedoeling was, maar dan de katholieke waarheid.

 

Een reactie plaatsen

<< Home

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>