16 oktober 2005

Sommige mensen lenen zich voor gelijk wát ...maar niet voor stukjes op een blog (victa placet mihi causa)

Op een blog mensen als Eyskens, Decroo, De Gucht, Verhofstadt uitlachen is geloof ik zeer wel mogelijk. Over die kerels kan iets verteld worden, er zitten facetten aan. Er is ook geen brede maatschappelijke consensus : niet iedereen vindt hen exact even slim, even dom, even gewiekst, even kortzichtig &cet, en dat geeft speelruimte. Ik meen zelfs dat over Dedecker iets te verzinnen valt. À la rigueur ook nog over Verstrepen of over onze exquise ex-skiër, de motard Michel en zijn poulain, de voetballende senator.
Maar een levensgroot probleem stellen mensen als Bert (of is het Bart, Gérard?) Anciaux. Ik stel mij de vraag of één blogger het al heeft aangedurfd om over Bert te beginnen.
Die jongen, die destijds door Marc Uytterhoeven van de straat is geraapt, mocht sindsdien een paar keer minister worden. Dat was een gevolg van de spelingen van de kieswet en van zijn genegenheid voor Steve. De schade moest natuurlijk beperkt blijven beseften anderen, en daarom maakten ze hem minister van cultuur. Dat hij De Nachten van Gerard Corneliszoon van het Reve kende was een goed punt hierbij.
Maar nu lees ik in mijn kwaliteitskrant over iets dat zich op de televisie moet hebben voorgedaan:

donderdag 13 oktober 2005
KRETEN EN GEFLUISTER
Slimste mens
Wie kent er dat impressionistische boegbeeld Edouard Manet niet? De man die met zijn schilderij Déjeuner sur l'herbe aan de basis lag van een revolutionaire kunststroming.
Wel, de Vlaams minister van Cultuur, Bert Anciaux (Spirit), bleek tijdens het tv-programma
De slimste mens slecht op de hoogte. Hij verwarde Manet zelfs even met het surrealisme. Even surrealistisch was Anciaux' reactie op de vraag van presentator Erik Van Looy wie er meespeelt in een blazerskwintet. "Die zijn zeker met vier?"
_____________


Ga daar maar eens tegenaan...



P.S.__Elk in zijn gewichtsklasse !
Ik weet niet of dezer dagen het soort van ridderlijkheid dat ik nu zal beschrijven nog voorkomt, maar als je dertig jaar geleden ‘s nachts in Gent in een café iets had miszegd tegen een struis figuur dat er zo te zien een volgehouden bokstraining had opzitten, en als je dan tegelijk het geluk had dat die kerel zijn eigen kracht kende én voldoende verachting koesterde voor bleke schlemielen, dan zei die gast:
'k En sloa nie oender ma gewicht.

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>