26 februari 2012

Paradigm shift (door uitsterving dus) (vpmc)


Een ogenblik van onoplettendheid kan volstaan, en het fascisme steekt de kop weer op. Dat weet iedereen, maar op dit moment lijkt er geen onmiddellijk gevaar te loeren want de discussie over de twintig Belangers die naar de N-VA zijn overgestapt, bewijst dat onze waakzaamheid op peil is gebleven.
Wat soms wel wordt vergeten, is dat die waakzaamheid ook niet mag ontaarden in een soort kramp, waarbij termen als fascisme, racisme, nazisme en dergelijke om de haverklap vallen. De fabeldichter Aisopos toonde in de zevende-zesde eeuw voor Christus al aan dat men niet te snel of te vaak alarm moet slaan, en dat een herder daar beter mee wacht tot er een echte wolf op zijn kudde afkomt.
Roger Scruton werd ooit door de BBC nog voor een wolf gehouden, maar toen hij naderbij kwam, bleek het om een filosoof te gaan:

Things change. People might abuse you for... as a fascist or whatever, for ten years, but you know, when the results of their world view are being felt all around, around them, they might come back and think: well perhaps he was right all along you know, and that’s …I mean to a very small extent I’ve had this experience. I was … when I started coming out [laughter], ah ...as a conservative, and round about 1980, it was to the immense shock of the academic establishment, and there were lots of …I had to sue people to, you know, for libel, for things that I’d said and there was a BBC-program with the sound of marching jackboots behind, you know, somebody commenting on my …on something I had written [laughter]. Everything was done to make it look as though this was the big …the thin end of the fascist wedge. And for a long time I was very disheartened by it, you know, and you can feel very, very distressed. But, things have changed now, and you know, a great many people think that possibly I wasn’t totally wrong about everything, and a certain rehabilitation comes about. You know, I, there is …I was sort of kept out of the British Academy for instance, by all the old left establishment, Wollheim and Williams and Isaiah Berlin and all that crowd*, and then, you know, they all died [laughter], I ah, have to say I was out of the country at the time. I had nothing to do with it. They just died, and the next week I was made a Fellow of the British Academy you know, so that was a sure sign that perhaps things do change.



Dingen evolueren. Mensen kunnen jou misschien beschimpen als …als fascist of zo, een jaar of tien lang, maar kijk, zodra de resultaten van hun eigen opvattingen zich overal rondom hen laten gevoelen, kunnen ze zich toch nog bedenken en vinden dat je misschien heel de tijd al gelijk had, en dat is …laat me zeggen, dat heb ik in enige, zeer geringe mate zo ondervonden.
Ik was …toen ik voor het eerst uit de kast kwam [gelach], euh, als conservatief, om en rond 1980 was dat, toen ging er een immense schok door het academische bestel, en er waren heel wat …weet u, ik zag mij verplicht om mensen voor het gerecht te dagen, voor smaad naar aanleiding van zaken die ik had gezegd, en er was een BBC-programma met op de achtergrond het geluid van marcherende kaplaarzen, waarin, weet u, iemand commentaar gaf op mijn …op iets dat ik had geschreven [gelach]. Men had er alles aan gedaan om het zo te laten voorkomen dat dit het grote …het geniepige begin was van het pad naar het fascisme.
En een hele tijd was ik sterk ontmoedigd daardoor, weet u, want je kunt heel, heel wat pijn voelen. Maar nu hebben de zaken een wending genomen en laat me zeggen, er zijn nogal wat mensen die het voor mogelijk houden dat ik niet totaal ongelijk had in alles, en er is een bepaalde rehabilitatie aan de gang. Weet u, er is …ik werd bijvoorbeeld buiten de British Academy gehouden, door heel het oude linkse establishment, Wollheim en Williams en Isaiah Berlin en heel die club, en toen ...stierven die allemaal [gelach], euh, ik was niet in het land in die tijd, ik zat er voor niets tussen, ze gingen gewoon dood en de week daarop maakte men mij Fellow of the British Academy weet u, en dat was een zeker teken dat dingen misschien toch kunnen veranderen.
____________________

* Richard Arthur Wollheim (1923–2003)
. Sir Bernard Arthur Owen Williams (1929–2003)
. Sir Isaiah Berlin (1909–1997)

Bijeenkomst op 25 januari 2012, in het Gerbeaud Cafe in Boedapest,
van de "Common Sense Society", en hier te zien (na 46'55").

.

Labels: , , , , , , ,

Read more...

25 februari 2012

Implosiegevaar? (Hoegin)

«We moeten alles doen om de Vlaamse partijen in deze regering te steunen, om hen de volgende verkiezingen te laten winnen.» Aldus Elio di Rupo tijdens de eerste ministerraad als eerste minister van de regering–Di Rupo I. Maar is implosie van twee van de drie Vlaamse partijen al reeds een tijdje aan de gang?

Zelden zat een oppositiepartij zo nadrukkelijk mee aan tafel tijdens een ministerraad als de N-VA op 6 december van verleden jaar. Na 540 dagen federaal onderhandelen was er eindelijk weer een regering, maar helemaal lekker zat (en zit) die regering toch niet. Voor het eerst sinds lang is de eerste minister weer een Franstalige. Een echt probleem zou dat niet vormen, ware het niet dat hij tegelijkertijd ook zo overduidelijk Nederlandsonkundig was. Bovendien onderstreept zijn gebrek aan kennis van het Nederlands de dominantie van de Franstaligen in de regering, die binnen de Nederlandse taalgroep van de Kamer niet eens over een meerderheid beschikt. Eigenlijk not done, en ooit verklaarde Yves Leterme dat hij (en zijn partij) zo'n regering van Opgrimbie tot De Panne zou bestrijden. Maar dat waren andere tijden.

Ondertussen zit de schrik er dik in dat de N-VA bij de volgende federale verkiezingen een nieuwe, kletterende overwinning zou halen. Niet helemaal ten onrechte natuurlijk, als we er de resultaten van de laatste opiniepeilingen even bijhalen. Die resultaten vertellen dat alvast onder de gepeilden weinigen geloof hechten aan het verhaal van CD&V-voorzitter Wouter Beke dat zijn partij wel degelijk woord gehouden heeft, en met de staatshervorming een ongeziene Vlaamse overwinning geboekt heeft. En Alexander de Croo zag tijdens de onderhandelingen misschien wel de vruchten in de bomen hangen, voorlopig zijn dat voor zijn partij nog niet veel meer geweest dan enkele zure druiven of zelfs rotte peren.

Er wordt daarom gevreesd voor de nakende implosie van één van de Vlaamse regeringspartijen, waardoor de vorming van de volgende federale regering een nog hachelijkere opgave zou worden dan de vorming van de huidige. Zoals de electorale kaarten op dit ogenblik liggen, is het beste scenario waarop men kan hopen een regering–Di Rupo II, met aan Vlaamse zijde dezelfde quisling-partijen in de federale regering als vandaag. Een implosie van één van die drie partijen –of moeten we schrijven: een verdere implosie– zou echter wel eens ferm roet in het eten kunnen gooien, en N-VA incontournable maken. Het volstaat immers dat de zogenaamde V-partijen N-VA en Vlaams Belang in het Vlaams Parlement samen een meerderheid van de zitjes halen, en dat de N-VA op Vlaams niveau dwars zou gaan liggen als ze opnieuw op federaal niveau uitgesloten wordt, om van de zomer van 2014 politiek een heel interessante periode te maken.

De vraag is ook: een implosie, wat is dat? Of heel concreet: hoeveel meer dan in 2010 moeten CD&V en Open Vld de volgende keer nog achteruit gaan eer men ook zal willen toegeven dat er wel degelijk een implosie plaatsgevonden heeft, en het zo werkelijk niet meer verder kan? Wanneer wordt de minderheid aan Vlaamse zijde te klein om toch maar weer in een Franstalige federale regering te stappen? Het praatje dat als een meerderheid in de Nederlandse taalgroep dan werkelijk toch zo belangrijk is, de N-VA dan maar moet toetreden tot de federale regering (maar wel zonder ook maar één enkele eis te stellen) kan ook niet eeuwig als schaamlapje blijven dienen voor de flamands de service.

Vooral voor de CD&V voor de situatie alsmaar nijpender. Concreet: als die partij het tempo van de laatste 65 jaar aanhoudt, dan komt ze in 2014 rond de vijftien procent uit, en zal ze nooit meer een resultaat boven de twintig procent halen. Een verdere lineaire extrapolatie leert zelfs dat in 2025 de kiesdrempel stilaan in zicht begint te komen. De voorspellende waarde van zo'n lineaire extrapolatie is uiteraard nul, maar het plaatst wel de optimistische geluiden van Mark Eyskens, Pieter Marechal en Eric van Rompuy eerder deze week in hun juiste perspectief. Zij begrepen immers de uitval van Rik Torfs niet, omdat het «volgens de laatste peiling net weer een beetje beter ging met de CD&V». En inderdaad, in de laatste peiling is de partij met anderhalve procent gestegen tegenover de vorige peiling, maar dat was dan ook een absoluut dieptepunt 12,6%. Na die voor die heren uiterst hoopgevende stijging kijkt de partij trouwens nog steeds tegen een verlies van meer dan drie procent aan vergeleken met de laatste verkiezingen, en haalt ze zelfs de vijftien procent nog niet.

Even recapituleren: CD&V zit al 65 jaar in een dalende trend, haalde bij de laatste verkiezingen een historisch lage score, en staat in de peilingen op een verlies dat zelfs nog eens onder de reeds dalende trend onderduikt. Maar aangezien er drie maanden geleden een peiling is geweest die een nóg slechter resultaat weergaf, zien Mark Eyskens, Pieter Marechal en Eric van Rompuy de toekomst van de partij weer uiterst optimistisch tegemoet.

Meer zelfs, Eric van Rompuy verklaarde in Terzake zich nog «1981» te herinneren, de vorige keer dat de partij last had van een «dipje». Voor wie niet zo'n goed geheugen heeft als Eric van Rompuy: de toenmalige CVP verloor dat jaar in de verkiezingen meer dan tien procent, en tuimelde van 43,5% (in 1978) naar amper nog 32,0%. In 1985 kwam echter het herstel, met opnieuw een score van 34,6%. Wat Eric van Rompuy zich echter iets minder goed schijnt te herinneren, is dat de winst van 1985 er in 1987 alweer af moest met de dan weer historisch lage score 31,4%. En daarna is de partij eigenlijk nooit meer in de buurt van de dertig procent gekomen, tenzij in kartel met de N-VA. Vandaag is diezelfde Eric van Rompuy al best tevreden als de partij in de peilingen bijna –bijna!– de helft van «1981» haalt.

De CD&V is echter niet de enige partij waar de implosie niet gevreesd dient te worden, maar gewoonweg vastgesteld kan worden. Niettegenstaande het liberalisme in Vlaanderen de afgelopen 65 in een duidelijk stijgende lijn zat, zit de Open Vld vandaag aan een dieptepunt. Bij de laatste verkiezingen haalde de partij een uitslag waarvoor we al terug moeten naar de jaren zeventig van de vorige eeuw, en in de peilingen gaat het zelfs nog dieper. Zou het kunnen dat die partij zich in de opeenvolgende federale regeringen van de laatste jaren letterlijk kapot aan het regeren is geweest? Ze is er ondertussen al aan haar dertiende jaar toe, en meer en meer kiezers beginnen door te hebben dat de partij er uiteindelijk alleen maar bij zit voor de postjes. Wanneer het er werkelijk toe doet, volstaat het immers dat de PS Laurette Onkelinx even laat blaffen, en de Open Vld gaat alweer braaf in haar mand liggen. En minister van Pensioenen Vincent van Quickenborne mag nog zo zijn best doen de pensioenen te hervormen, wat waarschijnlijk niet meer is dan een seksuele fantasie van Joëlle Milquet over stoere bonken met rode helmen is al ruimschoots voldoende om al zijn plannen grondig om zeep te helpen.

«We moeten alles doen om de Vlaamse partijen in deze regering te steunen, om hen de volgende verkiezingen te laten winnen.» Het was een merkwaardige uitspraak, waaruit duidelijk blijkt dat het Belgisch establishment nog steeds in de negatiefase zit. Drie maanden later blijkt ook dat van die goede intenties nog niet veel in huis is gekomen, want echt veel prijzen hebben die Vlaamse partijen voorlopig nog niet in de wacht kunnen slepen. Het ziet er daarom eerder beroerd uit voor de Belgische constructie in 2014, maar daarvoor zullen we onze slaap uiteraard niet laten. De grootste hoop voor België is misschien nog wel de bijtende vijandschap tussen N-VA en Vlaams Belang, zoals ook deze week weer bleek. Misschien zouden sommigen er goed aan doen in het licht van de komende verkiezingen het Gebed voor het Vaderland nog eens te herlezen.

Labels: , , , , , , , , ,

Read more...

19 februari 2012

Flink

Opdat een stuk Nederlands erfgoed niet verloren ga, duwen wij de lezer even een stichtelijk gedichtje onder de neus. Het is van Jan Pieter Heije (1809-1876), Amsterdams arts en dichter, auteur van protestantse en oecumenische kerkliederen, en vooral bekend van de liedjesteksten Heb je van de Zilveren vloot wel gehoord?, Daar zaten zeven kikkertjes al in de boerensloot, en In ’t groene dal, in ’t stille dal. Hij hield van zedelijk verheffende thema’s, zoals ook dit:




Flink

Ja, als 't niet kan, dan kan het niet !
Zo hoor ik alle dagen
Van flauwerds en van tragen,
Maar ik, ik haat dat laffe lied;
En zo mij God de kracht wil gunnen
Dan zeg ik, wat er ook geschiedt:
't Moet kunnen !

Komt haal de handen uit de zak!
En steek die uit de mouwen.
Gij mannen en gij vrouwen !
Staat af van lust en van gemak!
En valt er soms wat zwaars te tillen,
Denkt: "willen" tilt het zwaarste pak,
'k Wil willen !

Wat flink en eerlijk is, en goed,
Hoe zwaar het ook moog' lijken
Zal licht en handig blijken
Wanneer men 't pittig wil, en doet,
Hoe of 't dan lopen mag en runnen
Zegt steeds met ernstig, vroom gemoed
't Moet kunnen !


Zelf heb ik dit gedichtje geleerd in de aangepaste versie van een onderwijzer aan een schooltje in Flanders’ fields, meester Daniël, met dank aan één zijner oud-leerlingen. Het past goed bij de West-Vlaamse, door gezonde zeelucht gesterkte volksaard:

Flink

Ja, als 't niet kan, dan kan het niet!
Zo hoor ik dikwijls klagen
Door flauwen en door tragen,
Maar ik, ik zing een ander lied;
En zo mij God de kracht wil gunnen
Dan zeg ik, wat er ook geschiedt:
't Moet kunnen !

Wat flink en eerlijk is, en goed,
Hoe zwaar het ook moog' lijken
Zal licht en handig blijken
Wanneer men 't pittig wil, en doet,
Hoe of 't dan lopen mag en runnen
‘k Zeg steeds met opgeruimd gemoed:
't Moet kunnen !

Labels: , , ,

Read more...

12 februari 2012

Naar een overwinningsnederlaag voor N-VA? (Hoegin)

Vrijdagavond raakten de resultaten bekend van een nieuwe peiling van La Libre Belgique en RTBf. In de berichtgeving ging de meeste aandacht naar het resultaat van de PS en de N-VA. «Le PS et la N-VA perdent quelques plumes,» schreef La Libre Belgique. «N-VA sanctionnée» aldus RTBf. «N-VA verliest terrein in peiling RTBf/La Libre,» meende De Standaard. Maar welke Vlaamse partijvoorzitter zou niet willen tekenen hebben voor het resultaat van N-VA: een vooruitgang van nog steeds negen procent vergeleken met de laatste verkiezingen?

Laten we het even op de spits drijven: als Groen in een peiling negen procent haalt – en negen procent als resultaat, geen negen procent winst vergeleken met de vorige verkiezingen zoals de N-VA vandaag – dan zouden de jubelkreten vanuit het hoofdkwartier van de ecologische partij tot ver in de omtrek te horen zijn. Na enkele peilingen waarin de N-VA flirtte met de veertig procent zijn de «kwaliteitskranten» er echter als de kippen bij om het «terreinverlies» van de N-VA dik in de verf te zetten. Dat er ondanks dat terreinverlies nog steeds sprake is van een dikke winst tegenover de laatste verkiezingsresultaten is een detail waar men dan vlug overheen wil stappen. Wie echter een beetje intellectueel eerlijk wil blijven kan niet anders dan vaststellen dat het uiteindelijk over niet meer gaat dan een consolidatie van de enorme vooruitgang die de partij de laatste maanden en jaren meegemaakt heeft.

Bij de N-VA maakt men zich echter best niet te veel illusies: als de partij dit najaar minder dan tien procent winst boekt zullen de staatsbehoudende media haar met plezier een psychologische nederlaag aanpraten. Ook al wordt ze in Vlaanderen een kopje groter dan de in Wallonië alom dominante en in België incontournable PS. Het volstaat trouwens even de gastenlijst van het politieke discussieprogramma De Zevende Dag te lezen om vast te stellen hoe vuil men het spel wil spelen. Van de zeven aangekondigde politici vertegenwoordigt niet één Vlaanderens grootste partij. (Of die andere Vlaams-nationale partij, waarmee ze samen ongeveer de helft van de stemmen haalt.) De openbare omroep wordt misschien dan wel gefinancierd met het belastinggeld van alle Vlamingen, dat hoeft blijkbaar niet te betekenen dat ze zich ook politiek een beetje neutraal opstelt. Zo bruin zou men het in het zo verguisde Hongarije niet eens durven bakken.

Maar zou de N-VA dan toch pluimen laten, zoals La Libre Belgique het formuleerde, dan valt moeilijk te achterhalen welke Vlaamse partijen eigenlijk met die pluimen gaan lopen. Alleen CD&V en Vlaams Belang maken winst vergeleken met de vorige peiling, maar zitten alle twee toch nog steeds op verlies tegenover de laatste verkiezingen. Van die twee is trouwens alleen de winst van het Vlaams Belang statistisch significant, maar daar hoort dan wel weer de nuance bij dat in de vorige peiling de partij een stuk onder de tien procent gezakt was.

Ook bij sp.a of Open Vld is er weinig reden tot juichen. Beide partijen zitten op een bodemkoers met historisch lage resultaten. Gecombineerd met de reeds vermelde vooruitgang voor het Vlaams Belang betekent dit dat het verschil tussen de derde en de vijfde partij in Vlaanderen volgens deze peiling vandaag slechts een dikke anderhalve procent bedraagt. Voor geen van de drie is dit erg comfortabel.

Maar het kan nog erger. Ondanks de economische crisis en de sociale onrust slaagt de enige oppositiepartij op links er nog steeds niet in enige winst van betekenis te boeken. Inderdaad, Groen blijft hangen rond haar resultaat van de laatste verkiezingen, een goede zeven procent. En dan zeggen dat de SP – in principe eerder de tegenhanger van de PVDA, maar die partij zit in Vlaanderen dan weer ver onder de kiesdrempel – op dit ogenblik op één staat in de Nederlandse peilingen.

Mogen we de dominantie van de N-VA nog eens onderstrepen met een simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement? Die levert voor de Vlaams-nationale partij 50 zetels op, amper eentje minder dan CD&V, sp.a en Open Vld samen. Merk op dat die drie laatsten op federaal niveau voorwenden de «meerderheid» te vertegenwoordigen. Voor wie droomt van een zogenaamde V-meerderheid (N-VA, Vlaams Belang en LDD) brengt deze simulatie trouwens bijzonder goed nieuws, want met 65 zetels zou die zelfs ruim tegen een stootje kunnen – lees: een verschuiving van een zetel in een kieskring hier of daar als gevolg van alle fouten en veronderstellingen die nu eenmaal bij zulke simulatie horen. Over V-partijen gesproken: LDD zakt in deze peiling zo ver weg dat ze zelfs haar zetel in West-Vlaanderen niet meer zou kunnen vasthouden.

In Wallonië werd vooral ingezoomd op de achteruitgang voor de PS, de winst van de cdH en de eerste resultaten van het FDF als partij in het Waalse Gewest. De PS maakt inderdaad een diepe duik in deze peiling, maar wat de winst van de cdH betreft is het misschien toch veiliger te spreken van een optie op een herstel. De partij op basis van één enkele peiling op winst tegenover de vorige verkiezingen zetten is mijn inziens toch iets te kort door de bocht.

Het FDF breekt an sich geen potten, en blijft in Wallonië voorlopig nog ver van de kiesdrempel verwijderd. Toch is haar intrede in de Waalse politiek als onafhankelijke partij niet zonder gevolgen, want voor de MR gaan er in deze peiling enkele procenten af.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en in Wallonië sedert 2006 (PDF).

Labels: , , , ,

Read more...

7 februari 2012

België in spotprenten

Het was plezant, de boekvoorstelling van Zonder Woorden, de geschiedenis van België aan de hand van politieke spotprenten. Bart De Wever, Olivier Maingain en andere politici stelden in een zaal van het parlement hun favoriete satirische tekeningen voor, en rondom stond nog een bloemlezing tentoongesteld. Alleszeggend over het Belgische “rien ne va plus” was wel die uit de tijd van Johan Vande Lanotte’s poging tot regeringsvorming, waarop Vandela “ja” zegt maar Elio di Rupo er “mais” aan toevoegt, wat samen leidt tot het eeuwig-Belgische “jamais”.




Het boek is meteen ook een goed overzicht van de Belgische geschiedenis. Een juist begrip van de spotprenten vergt immers een juiste kennis van de feitelijke achtergrond, en daarover krijgen we wel een vloed aan belangwekkende weetjes voorgeschoteld. Lang vergeten thema’s zoals België’s neutraliteitsstatuut, omstreden tijdens de Frans-Pruisische oorlog van 1870 en in de casus belli van 1914; de verzuiling en de talloze fronten in de strijd tussen katholieken en antiklerikalen, zoals de eerste en tweede schoolstrijd en het katholieke protest tegen de oprichting van vrijzinnige zorginstellingen en van de liberale krant De Nieuwe Gazet (met joodse steun); de Kongo Vrijstaat van Leopold 2, zijn overdracht aan België en later de dekolonisatie; de klassenstrijd en zijn institutionalisering in de systeemvakbonden. Tegen de stroom ingaan behoort wel niet tot het opzet van dit boek; zo citeren de auteurs zonder commentaar een Britse en vandaag erg modieuze claim dat Leopold 2 in Kongo “tussen acht en dertig miljoen doden” (p.110) maakte,-- wat gezien de bevolkingscijfers van destijds, met ca. 110 miljoen voor heel Afrika, klinkklare onzin moet zijn.

Tijdens het prettig weglezen en naar de prentjes kijken werd mijn oog getroffen door een detail dat veel minder plezant was. Op p.106, aan het eind van een bladzijde over de verwijzingen naar joden in vooroorlogse spotprenten, schrijven de auteurs, historici Paul Van Damme en Stijn Van de Perre: “Na de Tweede Wereldoorlog bleef het wat betreft antisemitische spotprenten zo goed als windstil. Toch deed zich nog een aantal ernstige gevallen van antisemitisme voor. De meest tot de verbeelding sprekende waren de bomaanslag op joodse kinderen in Antwerpen (1980) en die op de synagoge in de Antwerpse diamantwijk (1981).”

Uiteraard zijn bomaanslagen een verschijnsel van een geheel andere orde dan spotprenten. Daartussen een continuïteit poneren past wel in het pro-censuurverhaal van na de Deense Mohammedcartoons, alsof de uitoefening van het recht op vrije meningsuiting wel tot geweld moet leiden. Wat de auteurs voor hun lezers verzwijgen, is dat de aanslagen in Antwerpen het werk waren van Palestijnen, niet van Vlamingen (noch van cartoonisten). Jongeren die het niet meer zelf meegemaakt hebben, zullen hieruit onthouden dat die lelijke flaminganten zelfs bomaanslagen tegen joden op hun geweten hebben. De Arabische en islamitische jodenhaat is van een veel dodelijker gehalte dan de Vlaamse ooit heeft durven of willen zijn. De insinuatie dat hun aanslagen een continu geheel vormen met het vooroorlogse verbale antisemitisme van Vlaamse katholieken en VNV is volkomen vals. Ze is van een laagheid die onverenigbaar is met het statuut van historicus. De auteurs behoren blijkbaar tot die school academici die, in het spoor van Lode Wils en Bruno De Wever, de Vlaamse beweging ten diepste wil criminaliseren.

Alle hoofdstukken die met de Vlaamse beweging te maken hebben, moeten dus met enig wantrouwen benaderd worden. Ook inzake anticommunisme en de links/rechts-tegenstelling getuigt dit boek van een voorspelbaar conformisme. Zo wordt de rol van de socialisten in het tegenhouden van het vrouwenstemrecht weggemoffeld: “Voor vrouwenstemrecht bleek de tijd [in 1919] nog niet rijp”, zo luidt het heel abstract en onpersoonlijk (p.94). Ook hun protest tegen de feitelijke vrouwenemancipatie door de afdanking van mannen ten voordele van de slechter betaalde vrouwen wordt buiten beeld gehouden, alsof alleen de Katholieken en Rex tegen dit beleid van het grootkapitaal protesteerden (p.160) en socialistische voormannen de vrouw niet op haar plaats wilden houden. De Eerste Wereldoorlog bleek inderdaad “een bittere ontnuchtering voor de arbeidersbeweging” (p.86), maar de uitleg dat de massa zich in 1914 “willoos op sleeptouw had laten nemen in naam van het militarisme, kapitalisme en imperialisme”, laat het cruciale feit onvermeld dat de socialistische partijen in de betrokken landen (spijts de dissidentie van een Jean Jaurès) voor de oorlogsbegroting gestemd hadden.

Kortom, op laag water vinden wij spijkers die allemaal dezelfde ideologische richting uitwijzen. Ook dat is Belgisch.


Paul Van Damme en Stijn Van de Perre: Zonder Woorden, Franse versie Sans Commentaire, uitgegeven door Pelckmans (Kapellen) & Le Cri, 2011.


Labels: , , , ,

Read more...

1 februari 2012

Bij de verguizing van politiek idealisme

Een opinieonderzoek van Gallup reveleerde vorig jaar dat in de VS Republikeinen vandaag veel sterker de mening toegedaan zijn dat politici moeten vasthouden aan hun overtuigingen, terwijl Democraten het belangrijker vinden om compromissen te sluiten om op korte termijn dingen te realiseren. Kortom, idealisme is in Amerika vandaag vooral te vinden aan de "rechterzijde", en een bepaalde vorm van pragmatisme aan de "linkerzijde". Een vergelijking met de situatie bij ons is natuurlijk gevaarlijk, maar men kan niet ontkennen dat ook de Vlaamse burgers hierover grondig verdeeld zijn, en het partijpolitieke spectrum van links naar rechts grosso modo dezelfde variatie vertoont. Aan de linkerzijde een dwepen met het compromis als ultieme moraal van de politiek, aan de rechterzijde een pleidooi voor zuiverheid en tegen participatie aan het systeem, in het midden een bereidheid om de tegenstander tegemoet te komen, maar niet tegen elke prijs. Wat me daarbij vooral zorgen maakt of ergert is de mateloze verguizing door de zichzelfweldenkenden van elk politiek idealisme en van elke houding waarbij hetgeen men voor de verkiezingen aan de kiezer als programma presenteert niet zo snel mogelijk na de verkiezingen overboord wordt gegooid.

De waarneming is wel interessant omdat ze ingaat tegen de idée reçue dat idealisme "links" is en om die reden aan de "linkerzijde" veel moet worden vergeven. De verklaring hiervoor kan zeker niet in één enkele reden gevonden worden, maar ik geef toch een paar mogelijke elementen. Op de eerste plaats is ons politiek bestel wellicht al zo socialistisch geworden dat socialisten er vooral baat bij hebben dit toe te dekken en de roep om ernstige hervormingen te discrediteren. Verder zijn het vooral politici die voor de eigen groep aan zelfbediening vanuit de overheid willen doen, die absoluut aan de macht moeten zien te blijven of te komen; een compromis met andere stromingen met dergelijke bedoelingen is dan ook veel sneller gemaakt dan met diegenen die minder op die zelfbediening uit zijn.

Spreken in termen van idealisme versus pragmatisme kan anderzijds ook leiden tot enkele verkeerde gevolgtrekkingen. Zo bv. valt de hier genoemde tegenstelling m.i. niet samen met de door Max Weber gethematiseerde tegenstelling tussen “overtuigingsethiek” en “verantwoordelijkheidsethiek”. De overtuigingsethiek (in het Duits Gesinnungsethik) kan namelijk afglijden in een opvatting die mensen niet beoordeelt op wat ze doen, maar wel op hun correcte of incorrecte gezindheid, en dit is een fenomeen dat we minstens zo sterk vinden bij de verdedigers van het compromis als aan de andere zijde van het spectrum. En omgekeerd zal verantwoordelijkheid er vaak juist uit bestaan om geen genoegen te nemen met het behoud van het bestaande evenwicht (dat dan als compromis wordt vertaald) maar integendeel een gedurfd antwoord te geven op de noden van de tijd.

Geef mij maar een combinatie van idealisme én verantwoordelijkheidszin boven de lege ophemeling van het compromis.

(verscheen eveneens in Doorbraak februari 2012)
Read more...

23 januari 2012

2007 is al lang geleden (vpmc)

.
"Het wordt wel vaker gezegd: kijk afwisselend naar de journaals van VRT en RTBf, en je krijgt een totaal ander beeld van dit land."

.
Een waar woord van Lieven Verstraeten deze week in Terzake maar, als u het mij vraagt dan was zijn bewering toch minder ter zake dan ze dat vijf jaar geleden nog was. Ik zal dit uitleggen.
.
Op 21 juli 2007 was er in de Sint Goedele in Brussel een Te Deum – dat is namelijk altijd zo op de nationale feestdag. Albert Coburg verschijnt daar dan, met zijn vrouw en zijn wettige kinderen, en alle grote namen van de Belgische politiek verschijnen daar ook, op een paar zonderlingen na die dit met hun geloof niet in overeenstemming kunnen brengen.
Mogelijk lezer, kunt u zich niet meer alle Te Deums van de voorbije vijf jaren levendig voor de geest halen, maar in 2007 gebeurde daarbij iets speciaals, alleszins toch volgens de lui van de RTBf.

Op de monumentale trappen van de Sint Goedele had die omroep een stelletje goddelozen neergezet –en waarom hun namen niet noemen? het waren Jean-Michel Moulin en de beruchte Christophe Deborsu– met als enige opdracht de binnentredende kerkgangers lastig te vallen.
Yves Leterme kwam nu aangestapt, en hem overvielen zij met de vraag waar die datum van 21 juli wel mocht op slaan? Dat wist Yves niet. Nog niet verzadigd, vroegen de nieuwswolven hem lacherig om dan misschien even de Brabançonne aan te heffen. Dat ging helaas ook mis, zoals intussen iedereen weet.
.
Ik zou deze pijnlijke herinneringen hier niet te berde brengen, als mij niet diezelfde avond twee dingen hadden getroffen.
Om te beginnen kijk ik ongaarne naar de televisie, omdat het leven te kort is, maar naar de radio luister ik continu en zeker naar het VRT-nieuws: een dag als een andere daar, verslag van het Te Deum in Brussel, applaus voor de Vorst, weerbericht, verkeersinformatie.
Tot goed zeven uur ’s avonds was ik mij nergens van bewust, maar dan zette ik het journaal van de RTBf-televisie aan, zoals ik dat toen bijna elke dag deed want ik wilde graag vernemen hoe het met de Belgische politiek werkelijk stond, en om de een of andere reden vond ik hun journaal soms een tikkeltje informatiever.
Dat journaal was die avond zo goed als uitsluitend gewijd aan de zangprestatie van de toekomstige premier. Voor alle zekerheid luisterde en keek ik nog even naar de VRT. Volslagen niéts over de vaderlandse geschiedenis, noch over de vocale kunsten.
.
In die dagen was Siegfried Bracke nog de grote baas bij het Nieuws, en omdat wij als Gentenaars elkaar kenden, en in de gangen oenderien altijd Geints klaptegen, stuurde ik hem een SMS-je met de vraag wat er miljaar aan de hand was. De RTBf geeft niets, schreef ik, behalve die Marseillaise van Leterme, en de VRT geeft alles, behalve juist dat.
Nu zat Siegfried –ik was vergeten dat de 21ste juli in de vakantie valt– toen in New York. Hij wist van toeten noch blazen, maar belde direct naar de RTBf-redactie en vervolgens naar zijn eigen redactie.
En daar, het is niet anders, wist men evengoed van niets. Men was zich van geen kwaad bewust, er was niet het minste kwaad opzet in het spel, en zeker geen beschermingsmaneuver rond Leterme (wat ik met mijn paranoïde geest eerst nog als mogelijke verklaring had geopperd): nee, geen enkele VRT-journalist keek toen, vijf jaar geleden naar de RTBf. Dat was niet de gewoonte.
Sindsdien is dat wel anders, maar toch: t
wee democratieën.
.

Labels: , , , , , , , , ,

Read more...

20 januari 2012

Rafistoleren, rafistolage, rafistoleur: drie nieuwe Nederlandse woorden (vpmc)

.
Die koninklijke dotaties, vervolgens de ministervergoedingen, de pensioenregelingen voor 'parlementsleden', de schijnsplitsing van een gerechtelijk arrondissement op grond van vervalste cijfers en (als we een paar episodes mogen overslaan) vandaag weer die hypothecaire aftrekbaarheid –kortom al die zaken die Woeterbècq en de jonge Alexander niet duidelijk voor ogen stonden aan de onderhandelingstafel– welnu, bijna al die dingen kunnen alsnog gerafistoleerd worden.
Gerepareerd worden dus, of toch enigszins rechtgetrokken, geremedieerd, gecorrigeerd. Bijgestuurd lees je ook vaak, of geamendeerd. Synoniemen bestaan niet, maar een hoop namen voor hetzelfde ding zeker wel. Heel soms ontbreekt toch nog een term. Zo heb ik geperfectioneerd nergens gehoord of gelezen. Misschien speelt hier een zekere pudeur, ofwel is het een term die men voor de amendementen op de amendementen in gereedheid wil houden.
Nog een geluk dat het regeerakkoord niet punt voor punt geamendeerd hoeft te worden. Sommige afspraakjes ontsnappen daaraan en blijven gewoon wat ze zijn. Bij de regeling rond dat gerechtelijk arrondissement bijvoorbeeld, zijn aanpassingen zelfs uitgesloten. Die valse cijfers daar moeten vals blijven, om het akkoord niet te denatureren. In dat compromis zitten namelijk bepaalde evenwichten die om zulke cijfers vragen.
.
Maar politiek gesproken blijft de toestand verward genoeg en het zou dus geen kwaad kunnen, meen ik, om de genoemde veelheid van termen die tenslotte één en hetzelfde ding aanduiden, uit de wereld te helpen. Noch de journalist noch zijn lezer is bij verwarring gebaat, en één omvattende term zou hen zeer te stade komen.
Rafistoleren lijkt mij dan een uitstekende kandidaat.
In van Dale komt het woord nog niet voor, maar dat is juist een voordeel: de term krijgt als het ware vanzelf een specifieke, Belgische betekenis die overigens aardig overeenkomt met de etymologie van het woord.
Komt nog bij: wij hebben de term uit het Frans, dus aan de andere kant van de taalgrens zal hij moeiteloos begrepen worden, en in het Brusselse dialect is het werkwoord rafistoleire heel gewoon, net als rafistolaasj en enkele andere afgeleiden.
.
«Rafistoler: remettre en état, réparer grossièrement et avec des moyens de fortune.»
Wellicht, zegt mijn woordenboek nog, is het begrip afkomstig (XVde eeuw) van het Italiaanse fistola: .flûte, chalumeau, fluit of schalmei dus.* Er kwam een prefix a bij, en later nog een prefix r, want ook “afistoler” bestaat in het Frans nu niet meer.
.
Het woordenboek duidt verder nog op la relation entre «flûte, chalumeau» et «tromperie». Denken we maar aan de rattenvangers die in alle landen gebruik maakten van de fistola.
In het middeleeuwse Frans zei men nog “flageoler” als men bedriegen bedoelde. “Piper”, eveneens met die Italiaanse fluit verwant, betekent ook vervalsen (van dobbelstenen dan).
.
Redenen genoeg dus om al dat amenderen, corrigeren, repareren, rectificeren enz. gewoon met een duidelijke technische term aan te duiden: rafistoleren.
.
_____________________
* zie evenwel de opmerkingen hieronder, van lezer bartvs.
.

Labels: , , ,

Read more...

14 januari 2012

Eén tegen allen, maar wie tegen wie? (Hoegin)

Zolang Groen (toen nog Groen!) deelnam aan de federale onderhandelingen, zag de VRT zich genoodzaakt het beruchte cordon médiatique even in de kast te stoppen. Alleen de N-VA als Vlaamse oppositiepartij uitnodigen tegenover maar liefst vier regeringspartijen was zelfs voor de openbare zender een brug te ver. Maar het veto van Alexander de Croo tegen de groenen zorgde ervoor dat het cordon opnieuw uit de kast gehaald kon worden, en sindsdien is van het Vlaams Belang bijna geen spoor meer te merken in politieke programma's.

Mogen we de cijfers over de politieke genodigden van De Zevende Dag als graadmeter gebruiken voor de vertegenwoordiging van de politieke partijen in de media? Hoewel de basis, slechts 122 politici, ettelijke grootteordes kleiner is dan dat van het bredere onderzoek dat onlangs gepubliceerd werd, zijn de conclusies toch opvallend gelijklopend. Het meest in het oog springend: de sterke ondervertegenwoordiging van de zogenaamde V-partijen, namelijk N-VA en Vlaams Belang. Hoewel de twee partijen samen meer dan veertig procent van de stemmen haalden bij de laatste federale verkiezingen, mochten ze amper een vijfde van de gasten leveren. Wie echter wat meer in detail gaat, en de cijfers per partij vergelijkt, kom al snel tot contrasten waaruit men niet anders kan dan concluderen dat de Vlaamse openbare omroep allesbehalve partijpolitiek neutraal is.

Vergelijk bijvoorbeeld N-VA en Open Vld: hoewel N-VA in 2010 dubbel zoveel stemmen haalde als Open Vld (28,2% tegenover 14,0%), mocht de Open Vld de helft meer genodigden voor De Zevende Dag leveren dan de N-VA (30 tegenover 19). Het argument dat de ene partij in de regering zou zitten, en daarom vaker aan bod zou mogen komen dan de andere, houdt voor deze partijen natuurlijk geen steek. N-VA zit immers federaal in de oppositie, terwijl Open Vld in het Vlaams Parlement op het oppositiebankje moet zitten. Zelfs het argument dat men toch geen twee N-VA'ers tegelijk kan uitnodigen voor eenzelfde debat gaat niet op, want het verklaart nog niet waarom een partij die maar half zo groot is de helft meer keren naar De Zevende Dag mocht komen. Ook CD&V en sp.a, twee andere partijen die een pak minder stemmen haalden dan de N-VA, waren vaker te gast dan de N-VA (respectievelijk 27 en 22 keer). Als we bovendien wat strenger zouden zijn, en het triple-interview vanop de betoging in Linkebeek van 18 september met drie N-VA-kopstukken niet als drie gasten, maar slechts één zouden rekenen, dan komt zelfs Groen, met amper een kwart van de stemmen, in de buurt van de N-VA (14 tegen 17).

Grosso modo kan men zeggen dat de N-VA het afgelopen seizoen slechts de helft van de gasten mocht leveren waar het eigenlijk recht op had, als we tenminste de verkiezingsuitslag van 13 juni 2010 als uitgangspunt zouden nemen. Dit is een sterke ondervertegenwoordiging, maar er was een partij die het met nog minder moest doen. Vlaams Belang werd slechts zes keer uitgenodigd, terwijl het met 12,6% van de stemmen recht had gehad op ongeveer 15 uitnodigingen. Groen, een derde kleiner dan het Vlaams Belang, mocht bijna drie keer meer (14) naar de studio's van De Zevende Dag komen, terwijl LDD, met minder dan een derde van de stemmen van het Vlaams Belang toch nog vier keer uitgenodigd werd.

Het valt bovendien op dat het Vlaams Belang in het begin van het seizoen nog regelmatig te gast was, maar eens Groen de federale onderhandelingstafel verlaten had, was de partij amper nog welkom in de studio's. Misschien ligt het aan mijn slecht karakter, maar zou het kunnen dat men het vóór het veto van Alexander de Croo zelfs bij de VRT toch iets te bar vond om de N-VA als enige federale oppositiepartij tegenover de vier onderhandelende partijen te plaatsen? Eens Groen de federale onderhandelingstafel verlaten had was de situatie natuurlijk radicaal anders: plots kon men twee oppositiepartijen tegenover drie regeringspartijen plaatsen, en dus hoefde men het Vlaams Belang niet meer zo vaak uit te nodigen. Dat één van die twee oppositiepartijen door haar steun aan de staatshervorming toch niet helemaal in de oppositie zat was daarbij natuurlijk een detail waar men de kijker liever niet lastig mee wou vallen.

Het is daarmee duidelijk dat de V-partijen sterk ondervertegenwoordigd zijn, maar bovendien dat die ondervertegenwoordiging het Vlaams Belang veel harder treft dan de N-VA. (Het valt bovendien op dat de Open Vld wel heel erg gunstig behandeld wordt. De lezer die zag hoe Ivan de Vadder bijna letterlijk aan de lippen van Guy Verhofstadt hing zal waarschijnlijk wel begrijpen dat ondergetekende zo zijn vermoedens heeft over waarom dat zo zou zijn.) Maar de recente «klacht» van de N-VA dat de gemeenteraadsverkiezingen een strijd van één-tegen-allen wordt, daaronder te verstaan de traditionele partijen én het Vlaams Belang tegenover de N-VA, strookt dan ook niet helemaal met de waarheid. Als er in de media al een één-tegen-allen-strijd gevoerd wordt, dan nog steeds diezelfde, oude één-tegen-allen-strijd tegen het Vlaams Belang. En twee voorvallen bewijzen dat de N-VA daarbij niet helemaal vrijuit gaat.

Het eerste voorval vond tijdens de reeds vermelde uitzending van de De Zevende Dag van 18 september plaats. De VRT maakte er toen met de N-VA de afspraak dat drie kopstukken van de partij rechtstreeks vanop de betoging in Linkebeek geïnterviewd zouden worden, op voorwaarde dat het Vlaams Belang niet aan het woord zou komen. Dit is een hoogst merkwaardige afspraak, een beetje alsof ik met mijn linkerbuur zou afspreken dat mijn rechterbuur met zijn auto de straat niet meer in zou mogen. Of misschien correcter: alsof de VRT tijdens een milieubetoging drie mindere goden van de sp.a zou interviewen omdat de sp.a-voorzitter zijn kat stuurde, terwijl Groen mét partijvoorzitter en met een grotere delegatie parlementairen in de achtergrond dan maar braaf zou moeten staan koekeloeren. Misschien had de N-VA niet zo heel veel keuzevrijheid omdat het inderdaad ontegensprekelijk in een mini-cordon médiatique zit, maar anderzijds hoefde ze zich achteraf ook niet bij het huilkoor te voegen dat vond dat het Vlaams Belang een afspraak gebroken had waarvan het uiteindelijk toch alleen maar het lijdend voorwerp was. Galant kon men de houding van de N-VA al helemaal niet noemen.

Maar misschien nog meer voor de borst stuitend is de oneerlijkheid rond de recente mediarel over het optrekken van de koninklijke dotatie. Zoals Marc Hooghe opmerkte in De Morgen, maar dan vooral om ervoor te pleiten dat ook de N-VA doodgezwegen had moeten worden, was het wel degelijk het Vlaams Belang dat reeds vóór Kerstmis aan het licht bracht dat die dotatie omhoog ging, en helemaal niet omlaag. De mediarel ontstond echter pas toen Theo Francken van de N-VA deze budgettaire «rekenfout» van de regering–Di Rupo I enkele weken later recycleerde. En opnieuw kan men niet verwachten dat de N-VA een politieke concurrent zou verdedigen of zelfs in de bloemetjes zou zetten, maar, ook opnieuw, erg galant was dit toch weer niet. Je zal maar Barbara Pas heten, en Theo Francken een heel week-end lang in alle mogelijk media zien blinken terwijl je zelf twee weken eerder volkomen doodgezwegen werd. Van de stelling dat in de media een één-tegen-allen-strijd tegen de N-VA gevoerd zou worden blijft, voor wie nog een beetje intellectueel eerlijk wil blijven, niets meer over.

Maar de cijfers vertellen ook dat in Vlaanderen geen mediawetten nodig zijn om te bereiken waar Viktor Orbán in Hongarije waarschijnlijk zelfs nog niet van durft te dromen. Of precies van gruwelt. Het ziet er trouwens niet naar uit dat er in het nieuwe seizoen van De Zevende Dag veel verbetering op komst is. Zo mocht in de eerste aflevering PVDA-voorzitter Peter Mertens opdraven om er zijn boek «Hoe durven ze?» voor te stellen, samen met Dimitri Verhulst die het voorwoord schreef. Het werd een gezellig onder-onsje van een dik kwartier, samen met Indra Dewitte, dochter van een andere PVDA'er en die in een ver verleden trouwens zelf nog op een PVDA-lijst gestaan heeft. En dat allemaal voor een boek waarvan er tegenwoordig uiteindelijk toch dertien in een dozijn verschijnen. Er kan gerust gesteld worden dat de PVDA, nog te klein om haar aanhang in een peiling te kunnen meten, hiermee voor minstens tien jaar oververtegenwoordigd is bij De Zevende Dag. We kunnen ons bovendien niet herinneren dat bijvoorbeeld Gerolf Annemans van hetzelfde voorrecht mocht genieten met zijn boek «De Ordelijke Opdeling van België», maar misschien vond de redactie van De Zevende Dag het onderwerp van dat boek niet actueel genoeg op een ogenblik dat federaal België totaal geblokkeerd zat. Of zou het aan iets anders gelegen hebben?

Labels: , , , , , , , , , , ,

Read more...

7 januari 2012

Zijn niet alle Republikeinen achterlijk en achterbaks? (Hoegin)

Met de voorverkiezingen in Iowa is het vierjaarlijkse circus van de Amerikaanse voorverkiezingen opnieuw losgebarsten, en dus is het tijd voor onze Vlaamse kwaliteitsjournalisten om zich nog eens voluit te laten gaan in hun anti-amerikanisme. En dat ze daarbij opnieuw op overtuigende wijze illustreren dat zij noch van Amerikaanse politiek, voorverkiezingen of statistiek veel kaas gegeten hebben zal hen zeker niet tegenhouden om die voorverkiezingen met veel stelligheid te duiden zoals alleen zij dat kunnen.

Voor wie zich mocht afvragen wat Caroline Gennez vandaag in De Standaard bezielde om zich plots op te werpen als dé specialiste van de Republikeinse voorverkiezingen: om meer was het haar eigenlijk niet te doen dan eerst de baarlijke duivel –en zijn de Republikeinen dat niet?– te mogen afschilderen, om aan het einde van haar stukje to the point te komen en een flinke sneer richting N-VA neer te pennen. Alsof de sp.a zich nooit bezondigd zou hebben aan «emo». Of «off the record-gespin». N-VA was er trouwens eerder deze week zelf nog het slachtoffer van, of hoe Caroline Gennez hiermee eigenlijk vooral heel hard «houd de dief!» roept. Als er bovendien in Vlaanderen één partij aan bloedarmoede lijdt, dan toch de sp.a. Inhoudelijk stelt de partij al jarenlang niets meer voor, en in Limburg is men er zelfs niet vies van het afval van andere partijen (ook N-VA-afval) op te scheppen om toch maar de lijsten vol te krijgen. Over in zijn eigen staart bijten gesproken!

Maar wie de nationale media volgt, vraagt zich soms toch af of de journalisten die er de dienst uitmaken misschien wel denken dat Vlaanderen niet alleen een Amerikaanse swing state is, maar zonder meer dé allerbelangrijkste swing state waar alles van afhangt. En dat het dus zaak is de kijkers en lezers goed in te prenten wat voor achterlijk en achterbaks ongedierte die Republikeinen wel niet zijn, en hoe sympathiek, intelligent en vooral ook totaal onbaatzuchtig die Democraten zijn. Van enige nuance hierrond kan in onze kwaliteitsmedia geen sprake zijn, laat staan dat al eens een Republikeinse kiezer opgevoerd zou worden waar de gemiddelde Vlamingen zich misschien toch van ver een heel klein beetje mee zou kunnen identificeren. Republikeinen, en dan bij uitstek de aanhangers van de Tea Party-beweging, moeten immers afgeschilderd worden als lokale dorpsgekken en randdebielen.

Laten we het echter maar zeggen zoals het is: als de Republikeinse partij deze herfst een hond met een hoed op zou voordragen voor de presidentsverkiezingen, dan zal een derde van de Amerikaanse kiezers daar zonder meer ook op stemmen. Caroline Gennez en Bruno Tuybens, die andere specialist in Amerikaanse verkiezingen, zullen dat met veel gretigheid willen bevestigen, en zelfs aangrijpen als bewijs voor hoe dom die Republikeinse kiezers toch wel niet zijn. Maar dat er net zo goed een ander derde Amerikaanse kiezers bestaat dat hoe dan ook voor de Democratische kandidaat stemt, ook al is die dan een hond met een muts op, daar hebben onze nationale duiders en specialisten het al iets moeilijker meer. Intellectueel eerlijk kan men dat echter niet noemen.

Maar het kan natuurlijk nog straffer, zoals voormalig sp.a-specialist in bankbonussen Bruno Tuybens deze week aantoonde. Wie beweert dat de verkiezingen in Congo beter en eerlijker verlopen dan de verkiezingen in de VS, heeft ze ofwel niet allemaal op een rij, of lijdt aan een ernstige vorm van anti-amerikanisme. Of moeten we nu echt denken dat er in Congo niet meer dan een stuk of twintig stemmen verkeerd geteld werden, of dat we in Iowa over verkiezingsfraude in de grootteorde van tientallen procenten moeten spreken? Dit gaat dus al lang niet meer over intellectuele eerlijkheid, maar over eerlijkheid tout court.

Dat Bruno Tuybens het bovendien nodig vindt die ponskaarten er nog eens bij te betrekken, is ronduit pathetisch. Na meer dan elf jaar zou je toch mogen verwachten dat Europees links stilaan over het verlies van Al Gore heen zou geraakt zijn, maar blijkbaar is niets minder waar. Bovendien zijn de feiten wat ze zijn: meerdere malen werden de stemmen in Florida geteld, en telkens was er een meerderheid voor George W. Bush. Het kamp van Al Gore had graag nog een extra telling gezien, maar niet een volledige voor hele Florida, enkel één in die districten waar hij sterk stond. Het Federaal Hooggerechtshof stak daar uiteindelijk een stokje voor, omdat men nu eenmaal niet tot in het oneindige kan blijven tellen, of tot er «eindelijk» een meerderheid voor Al Gore geteld zou worden. Terecht, want alleen hertellen in districten waar Al Gore sterk stond zou fundamenteel oneerlijk geweest zijn. Zo'n gerichte hertelling zou immers vooral meer stemmen voor Al Gore opleveren, om de eenvoudige reden dat eerder verworpen stemmen in zo'n district vooral in het voordeel van Al Gore gerecupereerd zouden kunnen worden. Maar dit zijn natuurlijk nuances waar een sp.a-politicus zich niet mee kan bezighouden. Onze nationale kwaliteitsjournalisten doen trouwens niet veel beter.

Overigens, nu we toch in de statistische afdeling beland zijn: de foutenmarge voor een menselijke stemmentelling zit ergens tussen een halve en een hele procent. Je moet dus al van heel goeden huize zijn om duizend stemmen helemaal correct te tellen, zeker als het zoals in Iowa ook toegelaten is gewoon de naam van de kandidaat op het stembiljet te kriebelen. Dit betekent dan ook dat Mitt Romney niet 30.015 stemmen haalde, of Rick Santorum 30.007, maar dat ze allebei pakweg 30.000 ± 200 stemmen haalden. Een discussie, ja zelfs een kleine mediastorm over een twintigtal stemmen die ergens verkeerdelijk in het voordeel van Mitt Romney geteld werden toont dus geen boze samenzwering van het establishment in de Republikeinse partij aan, wel de totale onkunde van journalisten over stemmentellingen en statistiek. Echt nieuws is dat natuurlijk niet, zoals we al langer weten aan de hand van de ondermaatse berichtgeving over politieke peilingen, maar de statistische puntjes mogen toch nog eens op de wiskundige i gezet worden. Voeg daar bovendien nog eens aan toe dat de resultaten van de voorverkiezingen in Iowa niet bindend zijn, en dat de stemmen dan nog eens proportioneel verdeeld worden, en je vraagt je af waar men het eigenlijk nog over heeft. Of moeten we het gewoon niet verder zoeken dan dat zo'n artikeltje over hoe erg het wel niet gesteld is met die domme Amerikanen toch zo lekker zit?

Labels: , , , , ,

Read more...

3 januari 2012

Terugblik op 2011 (Hoegin)

Wat zal mij bijblijven uit 2011? Het jaar is nog maar pas om, maar enkele gebeurtenissen zullen alvast niet snel uit mijn geheugen verdwijnen. Een kort en uiterst persoonlijk overzicht.

Man van het jaar: Roger van Houtte

Eerst word je op achterbakse wijze aan de deur gezet omdat je dacht dat de eerste opdracht van een journalist eruit bestond je lezers correct te informeren, en dan pas te duiden. En als je dan jaren later plots overlijdt, vindt de krant waar je het grootste deel van je leven voor gewerkt hebt het nog eens nodig na te trappen («verliet» in plaats van in het beste geval alleen maar «buitengewerkt»). En zeggen dat als je geen socialist bent, je geen hart hebt.

O ja, als toetje vond minus habens Tom Cochez het nodig zijn steentje bij te dragen bij de veroordeling van Gazet van Antwerpen. Mag hij natuurlijk altijd, maar dan liefst wel correct, zonder de desinformatie. Want wat schrijft Tom Cochez? «Het Vlaams Belang als een partij zoals alle andere te beschouwen – dat deden in die periode alle Vlaamse kranten, met uitzondering van De Morgen»! Dat was nu net niet het geval, en dat was meteen ook de essentie van het hele verhaal rond het ontslag van Roger van Houtte. Of hoe iemand schijnbaar iemands verdediging kan opnemen om uiteindelijk toch weer vooral zichzelf in de bloemetjes te zetten. Wansmakelijk!

Plaats van het jaar: Ciergnon

Een goed jaar geleden zou 99,99% van de Belgen om de lieve dood nog niet geweten hebben wie of wat Ciergnon was. Maar zijne doorluchtigheid koning Albert II vond het begin september nodig precies daar –in zijn bescheiden chaletje in de bossen, zullen we maar zeggen– te gaan herstellen van een operatie van een uit de hand gelopen puist op zijn neus. Ik wil niet denigrerend doen over de operatie zelf, maar de vaudeville die de koning daarrond zelf in het leven riep tart toch elke verbeelding. Kan die man nu werkelijk niet eens drie dagen na mekaar in Brussel verblijven? Moeten we nu werkelijk geloven dat je in Ciergnon beter tot rust kan komen en herstellen van een operatie dan in een immens paleis in Brussel waar iedereen toch precies doet wat je wil als je maar eens met je vingers knipt? Inclusief stil zijn? Ik hoop dan ook vanuit de grond van mijn hart dat iedere Vlaming goed heeft gezien in wat voor minimaal stulpje koning Albert II daar in de verre wouden zat te herstellen – zo minimaal zelfs dat de cameraploegen hun sterkste telelenzen moesten bovenhalen om er vanop straat nog een beeld van te kunnen schieten. Om maar te zeggen dat ook de koning duidelijk last heeft van de financiële crisis.

Ogenblik van het jaar: 22 juli 2011, 15h26

Ik woon letterlijk ongeveer halverwege tussen het regeringskwartaal in Oslo en het eiland Utøya, en heb op meer dan twintig kilometer afstand de explosie kunnen horen. Later in de avond vlogen de helikopters voorbij, op weg naar Utøya, en de volgende dagen werd ik, net als de meeste Noren, meegezogen in de nieuwsstroom rond de aanslagen. Ik ken geen van de slachtoffers of overlevenden persoonlijk, maar zit net als de meeste Noren niet verder van hen verwijderd dan één enkele schakel. Of van de dader, want bijvoorbeeld een collega van mij zat in dezelfde klas als Anders Behring Breivik. Als er me dus, buiten de geboorte van mijn tweede zoontje, iets zal bijblijven van 2011, dan wel 22 juli en de dagen die erop volgenden.

En o ja, dan was er nog die paljas die het nodig vond de gelegenheid te gebruiken om een poging te wagen me persoonlijk te broodroven of de mond te snoeren. Uiteraard volledig anoniem, of wat dacht je. Hoe laag kan een mens eigenlijk vallen?

Tijdsperiode van het jaar: twintig uur onderhandelen

Over wat voor supermensen beschikken wij toch die 20 –twintig– uren lang kunnen onderhandelen, het nachtje door en dan nog eens de hele voormiddag, om vervolgens dan nog eens de pers te woord te staan zonder omver te vallen van de slaap? Persoonlijk zou ik het al lastig beginnen krijgen na een uur of acht onderhandelen op het scherp van de snee, maar ik ben dan ook geen politicus. Strafst van al: de marathonzitting ging over… de postjes, nochtans zowat het minst belangrijke aspect aan een regeringsvorming. Of dat is het toch wat ze ons bij herhaling proberen te doen geloven.

Haalde het overigens net niet: de meer dan 18 uur een week eerder, om te onderhandelen over de begrotingen voor 2012, 2013 en 2014. Twee uur minder dus, maar zonder verdere commentaar, want we willen niet populistisch overkomen, laat staan cynisch of verzuurd.

Video van het jaar: Bunga bunga aan het Noordstation

Of toch ergens in de omgeving van Brussel. Vermoeden we. Want hoewel er veel over te doen was, lijkt het wel of niemand ooit die beruchte video met in de hoofdrol Steve Stevaert echt gezien te hebben. Er bestaat nochtans geen twijfel over dat de video ook echt bestaat, want de voormalige «GOD» heeft ze zeer doeltreffend bevestigd door algeheel ontslag te nemen. Of het zou moeten zijn dat hij als socialist vond dat hij al voldoende binnen was. Niet iedereen is ACW'er.

Haalde het overigens net niet: die andere video, van een burgemeester die hoopt later dit jaar een torenhoog resultaat neer te zetten, en daarvoor alvast eens duchtig oefende in een Zuiders land.

Uitspraak van het jaar: «Je bent de schaam van België»

Kon nog doeltreffender bewezen worden dat «les wallons c’est du caca»? En vooral, dat het onderwijs van het Nederlands in Wallonië, voor zover het natuurlijk al onderwezen wordt, ondermaats is? Zelfs in groep slagen ze er blijkbaar nog niet in een correcte Nederlandse zin van zes woorden op een spandoek te kliederen! «We drinken de staatsuitgaven terug» hoort trouwens in dezelfde categorie thuis.

Haalde het net niet, wat we de tweet van het jaar zouden kunnen noemen: «Gebruik vh woord ‘denktank’ moet gereglementeerd. Spontane gedachte na lezen domme onzin van VdCl». En dan zou Ghislain Londers niet mogen zeggen dat het vleesgeworden stuk chagrijn en rancune Yves Leterme geen groot staatsman is?

Wie we niet zullen missen in 2012, of waarvan we tenminste hopen niet veel meer van te moeten horen:
  • De regeringsonderhandelingen. Zonder twijfel.
  • Caroline Gennez. Omdat in de politiek de poppetjes en de postjes helemaal niet belangrijk zijn.
  • Yves Leterme. Ik heb echter zo'n vermoeden dat die topjob bij de OESO niet echt veel tijd van hem vergt (omdat hij zo'n buitengewone intellectuele capaciteiten bezit natuurlijk, en niet omdat het niet meer om het lijf zou hebben dan een bureautje en een appartement in Parijs, plus een secretaresse naar keuze die op tijd en stond eens gedekt dient te worden). Hij zal dan ook met de regelmaat van een irriterende klok in de Belgische media blijven opduiken met interviews en uitspraken waar de misplaatste zelfgenoegzaamheid van zal afdruipen.
  • Inge Vervotte. Kan me eigenlijk nu al amper herinneren wie of wat zij eigenlijk was.
  • Frank Vanhecke. Je kan ook een keer of vier–vijf te veel natrappen naar je voormalige partij. De N-VA verdient trouwens betere medestanders dan hem.
  • Guy Verhofstadt. Wordt het Europees Parlement niet stilaan wat te klein voor hem? Aan zijn ego te meten zou één of andere intergalactische raad, waar hij kan pleiten voor kosmo-obligaties en waar hij galactionalisme als bekrompen en crimineel kan bestempelen, al een heel stuk beter passen bij hem. Of anders de Gentse gemeenteraad natuurlijk.
  • Meyrem Almaci. Van fractieleider in de Kamer naar kandidaat-burgemeester in Antwerpen, maar waar ze met wat hulp van de media volgend jaar misschien wel de vierde viool in de gemeenteraad zal mogen spelen, ook al is dat nog steeds iets boven haar niveau, het is een promotie waartegen alleen Yves Leterme nog u zou zeggen. Maar hopelijk hoeven we haar plat links-populisme met nog minder inhoud dan de verzamelde toespraken van Caroline Gennez de eerste maanden niet meer te aanhoren.

Labels: , , , , , , , , , ,

Read more...

25 december 2011

PS en FGTB – wie is de hond, en wie de staart? (Hoegin)

De regering–Di Rupo I was nog niet goed uit de startblokken, of ze had al een eerste ernstig sociaal conflict aan het been. Er bestaat echter weinig twijfel over dat deze regering wel degelijk zal overleven tot 2014, dankzij de anti-N-VA-cement die de zes plus twee partijen sterk aan mekaar bindt. Van een leien dakje zal het echter niet lopen.

Als we de eerste «onthulling» uit de nieuwste kerstserie van De Standaard en Le Soir mogen geloven, dan fungeerde ook deze keer Guy Verhofstadt als vroedvrouw bij de geboorte van de federale regering. Een straffe onthulling, maar helemaal niet ongeloofwaardig. We merkten eerder zelf ook al op dat Elio di Rupo perfect werkt als komediant-intrigant, maar niet als een leider (noch als formateur of als eerste minister) die knopen moet kunnen doorhakken. Terloops, ook Guy Verhofstadt bewijst hiermee dat wat hem betreft het voortbestaan van België primeert op alles, want uit de schilderingen die gegeven worden komt duidelijk naar voren dat wat hem betreft elk compromis een goed compromis was, als er uiteindelijk maar een federale regering gevormd werd. Het interesseerde hem zelfs geen zier wat precies de breekpunten van de Open Vld waren, als hij ze maar naar zijn kameraad Elio di Rupo kon doorcommuniceren om «het spel» opgelost te krijgen. Wanneer zou deze man, in een ver verleden nog de auteur van een pak burgermanifesten, zich eindelijk baron of burggraaf mogen noemen?

Maar deze onthulling leert ook dat te verwachten valt dat deze regering–Di Rupo I sterk zal lijden onder een chronisch gebrek aan leiderschap, met alle chaotische toestanden tot gevolg. Een voorsmaakje van die chaos kregen we deze week al eens geserveerd, met de verwarring rond de hervorming van de pensioenen. De bevoegde minister Vincent van Quickenborne kan men inderdaad geen klein beetje gebrekkige communicatie verwijten –het leek wel de 2.0-versie van de beruchte «snel en efficiënt» van zijn leermeester Guy Verhofstadt–, maar dat neemt anderzijds toch ook niet weg dat eerste minister Elio di Rupo dagenlang in geen velden te bespeuren was. Had hij het te druk om het gepaste strikje of de juiste kleur van lippenstift te vinden voor zijn toespraak in de Kamer? Of liet hij zijn minister van Pensioenen bewust een paar dagen stoven in eigen nat, kwestie van hem meteen op zijn plaats te zetten en te leren wie echt de baas is in deze regering, en vooral, in dit land?

Wat dat laatste betreft zit er in het behang van deze regering een vraag verscholen waarover het tot nu toe in de media akelig stil is gebleven. Het is nochtans dé vraag die zal bepalen wat er de komende maanden te gebeuren staat in België: zakt het land verder weg in het sociaal-economisch moeras, of komen er alsnog echte hervormingen die het weer op het juiste spoor kan zetten? Maar blijkbaar is het in de «kwaliteitsmedia» nog steeds taboe om vragen te stellen over de échte fundamenten van dit land, en heeft men het liever over ongevaarlijke zaken als een koning Albert II die «zeer verheugd» is dat hij dit jaar niet gedwongen met pensioen gestuurd werd.

Waar het immers de volgende maanden echt om zal draaien, is of de PS niet meer is dan de kwispelende staart van de FGTB-hond, dan wel of de FGTB-staart in bedwang zal gehouden kunnen worden door de regeringshond PS. Sommigen zijn van mening dat de huidige sociale onrust niet meer is dan een opbod tussen de drie grote vakbonden met het oog op de sociale verkiezingen van volgend jaar. Ik zou zeggen, laten we hopen dat ze daarin nog gelijk hebben ook. Maar ik word soms toch nog met verbazing geslagen wanneer zelfs de Vlaamse vakbondslui niet schijnen begrepen te hebben dat ook in België de gebraden kippen niet in de lucht rondvliegen. Het valt nog te begrijpen dat de Waalse takken van de vakbonden het fundamenteel onrechtvaardig vinden dat sommigen van hun leden af en toe eens tegen hun zin vroeg moeten opstaan om te gaan werken als er toch genoeg Vlamingen zijn om alle uitkeringen te betalen, maar aan Vlaamse kant zou je toch iets meer realiteitszin verwachten.

Een paar maanden geleden zou ik echter nog geschreven hebben dat een eerste minister Elio di Rupo de Waalse vakbondstroepen met een knip van de vinger wel in het gareel zou kunnen houden als dat nodig zou zijn. De afgelopen week heeft aangetoond dat dit misschien toch niet helemaal het geval is. Dat men aan Waalse zijde gretiger aan een staking deelneemt dan aan Vlaamse zijde zal hoegenaamd geen nieuws zijn voor mijn lezers, maar dat men op dinsdagavond al spontaan het werk neer begint te leggen als «voorbereiding» op een algemene staking op donderdag is toch wel straffe kost. Het contrasteerde trouwens des te meer aangezien de staking op donderdag in Vlaanderen niets anders genoemd kan worden dan net geen mislukking, want de gemiddelde Vlaamse ambtenaar had netjes zijn voorzorgen genomen en zat lekker thuis te werken. Geen stakingspiketten die je moet trotseren, en zonder vergaderingen ben je al snel een pak productiever dan anders!

Maar als de FGTB haar stoottroepen niet helemaal onder controle heeft, en Elio di Rupo heeft via de PS de FGTB niet onder controle, dan zou het prille herwonnen geluk van de koning wel eens van heel korte duur kunnen zijn. Want inderdaad, als er één ding is waarvan men in Laken 's nachts onder het bed ligt te bibberen, dan wel Waals, socialistisch straatgeweld. Daar zijn gebalde vuistjes en een gespeeld boze toon in een televisietoespraak immers niet tegen opgewassen, zoals de familiegeschiedenis van de Saxen-Coburgers ons ook leert. Zoiets werkt misschien perfect op de quislingetjes van CD&V, sp.a en Open Vld om toch maar eindelijk braaf en zoals van oudsher hun bord linzensoep op te beginnen lepelen, maar Waalse metallo's raken van zoiets niet bepaald onder de indruk. Om niet te zeggen dat het louter zou provoceren.

2012 zou dus best wel eens een interessant jaar kunnen worden, maar een vroegtijdige val van de pasgevormde federale regering hoeven we nog niet onmiddellijk te verwachten. Zowel de korte- als de lange-termijnvoordelen van België voor het Waalse politiek-syndicaal complex zijn daarvoor nog steeds te groot. De pensioenhervorming waartegen vooral Wallonië storm lijkt te lopen is bovendien, en ironisch genoeg, precies op maat van Wallonië gesneden –met ArcelorMittal als dankbaar excuse du jour–, zodat het vooral de Vlamingen zullen zijn die binnenkort twee jaar langer zullen moeten gaan werken. Vergis je immers niet, beste lezer, met de heropleving van de Waalse economie is het net zoals met Elio di Rupos verbeterde kennis van het Nederlands: reeds vele malen aangekondigd, maar nog nooit werkelijk waargenomen. En meer is blijkbaar ook niet nodig om de Vlaamse onderdanen koest aan de Belgische ketting te houden.

Labels: , , ,

Read more...

20 december 2011

Muilkorfwetten: geen woorden maar daden

Na onder meer Karel De Gucht, Bart Somers en Jean-Marie Dedecker is het nu aan Bart De Wever om zich als politicus uit een respectabele partij tegen muilkorfwetten uit te spreken. In zijn jongste column in De Standaard haalt hij er VS-president Harry S. Truman bij: "In a free country, we punish men for the crimes they commit, never for the opinions they hold." Goed gezegd, maar net als Truman en anders dan zijn liberale collega's zou hij de daad bij het woord moeten voegen.




Harry Truman was de VS-president die in 1945 als eindoverwinnaar uit de oorlog tegen de nazi's kwam en het Neurenbergtribunaal organiseerde. Er zit dus geen enkele nazi-geur aan een wetgevend initiatief om de racisme- en negationismewet te herroepen onder het motto: "In a free country, we punish men for the crimes they commit, never for the opinions they hold." Het opiniedelict is onverenigbaar met vrijheid en democratie, en toch hebben mensen in een Belgische cel gezeten wegens hun mening over vreemdelingen of WO2. Ofwel laat je dat onrecht voortduren en ben je metterdaad een tegenstander van de vrijheid, ofwel neem je het initiatief om daar een eind aan te stellen.

Politici kunnen in een column al eens hun verstandige inzichten en goede voornemens bekend maken. Maar uiteindelijk moeten we hen op hun daden beoordelen. Al die VLD'ers, LDD'ers en N-VA'ers die al eens gezegd hebben hoezeer zij tegen muilkorfwetten zijn, horen bij het oud vuil als zij voor de volgende verkiezingen geen wetgevend initatief in die geest genomen hebben. We hoeven daar verder geen argumenten aan toe te voegen, de politieke en morele inzet van deze kwestie is zonneklaar.

Natuurlijk, politici die aan deze nieuwe heilige koeien durven raken, zullen veel lelijks naar hun hoofd geslingerd krijgen, het ergst van al wel de verdenking van nazi-sympathieën. Welnu, daarop heeft BDW, zelf historicus en dus lid van een beroepsgroep die zich fel tegen de negationismewet uitgesproken heeft, reeds het antwoord geleverd. De volgende keer willen we hem Truman zien citeren tijdens het parlementsdebat over een (zijn) wetsvoorstel om alle muilkorfwetten volledig af te schaffen.

Labels: , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>