15 juli 2010

La Flandre profonde

Mijn stukje “Lessen voor de verliezers” heeft via verschillende kanalen wat tegenspraak opgeroepen. Ik had betoogd dat de N-VA bij de jongste stembusgang iets juist gedaan moet hebben daar waar de andere partijen qua stijl of inhoud fout zaten. De meeste lezers stellen dat ik Bart De Wever te veel krediet geef, en dat mij dat weldra op een grote teleurstelling zal te staan komen, samen met al die honderdduizenden nieuwe N-VA-kiezers.



Laat ik dan even verduidelijken dat ik mij niet aan een beoordeling gewaagd heb van het N-VA-programma noch van het te verwachten doorzettingsvermogen van die partij tijdens Belgische onderhandelingen. Of De Wever een tweede Yves Leterme wordt, zal gewoon moeten blijken. Hij heeft vandaag nog alle vrijheid om het in de ene of de andere richting te laten evolueren. Of naast hemzelf de rest van zijn partij meer ruggengraat heeft dan pakweg CD&V, dat weet ik evenmin als de meeste lezers, die sedert 13 juni immers nog nagenoeg geen politieke uitspraken gehoord hebben vanwege al die nieuwverkozen NV-A-parlementsleden. De nieuwe NV-A-fractie is nog een groot vraagteken, en ik heb daarover geen mening geuit.

Al wat ik in dat artikel heb willen vaststellen, was dat de Wever de weg naar het hart van la Flandre profonde gevonden heeft, met name dat van de vrouwelijke kiezer. Voor een deel was dat een zuiver persoonlijke prestatie, die een Geert Bourgeois met identiek hetzelfde programma nooit had kunnen evenaren. We doelen daarmee niet alleen op De Slimste Mens, maar ook op hoe hij overkomt tijdens zuiver politieke debatten en vraaggesprekken. Iets wat vele kiezers overtuigt, en dat vermoedelijk authentiek is (hoewel een goede PR-begeleider het ook wel zou kunnen aanleren), is een soort ongecompliceerde nederigheid. Wat is er nederig aan een Antwerpenaar die meteen toegeeft dat hij de grote mond heeft die zijn stadsgenoten schijnt te typeren? Hij geeft altijd meteen zijn beperkingen toe. Hij put zich niet uit in geredeneer om verantwoordelijkheid bij anderen te leggen, of om een mislukking als een succes voor te stellen. Ziedaar het cruciale verschil met de CD&V-tenoren.

Nog een element is dat hij de praktijk met ideeên weet te verbinden. Ook de kijker die niet zelf tot diepe gedachten geneigd is, is daarvan gecharmeerd: hier lijkt politiek weer bezield door een bredere visie. Terzijde, het is om dezelfde reden dat Rik Torfs een goed CD&V-leider zou kunnen worden. Tijdens het gesprek met vier partijprominenten in de laatste Zevende Dag, stak hij gunstig af door de aandacht te verleggen van de dagjespolitiek en de vunzige compromissen, anders het enige thema uit de mond van CD&V-ministers, naar het personalisme, het evenwicht tussen individu en samenleving, het kerstprogramma en de ook wel positieve nawerking van mei ’68. Of het allemaal juist is, laten we even in het midden, maar hij wist zijn vergrauwde partij weer met idealen te associëren. Daar gloorde eventjes licht aan het einde van de CD&V-tunnel.

Het blijkt dat de diepe Vlaming een Vlaamsgezind en centrumrechts beleid verkiest, één met meer pit dan CD&V maar minder hard en “vuil” dan het VB. Misschien is die keuze niet het soort keuze waarop je een onafhankelijkheidsverklaring kan bouwen. Misschien is ze nog te halfslachtig, zoals lezers beweren. Maar ook dan is ze wel de keuze van de Vlaming zoals we hem kennen. U weet nog wel, de Vlaamse zemelaar die na het zoveelste verraad van de CVP de volgende keer toch weer voor de CVP stemde. Nu is het N-VA geworden, maar die Vlaming is niet echt veranderd. ’t Is niets om fier op te zijn, maar zoals Hugo Schiltz zei: “Dit is mijn volk, ik heb er geen ander.”

Diezelfde kiezer houdt ook niet echt van het VB, zelfs al heeft hij daar vorige keren bij gebrek aan beter toch voor gestemd. Hij verkiest een respectabeler alternatief. Het protest is natuurlijk niet nieuw dat de roep om “respectabiliteit” de verdiensten miskent van de ruwe en/of historisch aangebrande harde kern, “de collabo's, met en zonder wapens, die na de repressie Vlaanderen en zijn beweging terug opbouwden”, aldus een lezer. De VMO’ers zeiden het al toen Schiltz hen “wandluizen” noemde. Op een slagveld zal niemand je vragen of je blazoen wel van bruine smetten vrij is; zodra onze samenleving echt in een slagveld veranderd is (en het CGKR werkt eraan), zal niemand er nog om malen. Maar in de parlementaire politiek gelden voorlopig andere regels.

Vele flaminganten willen de Vlaamse zaak niet met zulke associaties besmeurd zien, noch wensen zij te stemmen voor een partij die zich, luidens de media, nog steeds af en toe in het gezelschap laat betrappen van wat onze lezer noemt: “pipo’s die met kaal hoofd en zwarte kleding die brallend ‘Heil Hitler’ lopen roepen”. Dus liever De Wever, ook een repressie-erfgenaam, maar dan één die die bladzijde ondubbelzinnig omgedraaid heeft.

De jongste verkiezingsuitslag wijst erop dat vele Vlaams- en behoudsgezinde kiezers nu een partij gevonden hebben die beter bij hun volksaard past. Dat was eventjes een interessant moment, maar nu staat de kiezer weer voor lang buitenspel. Tijd voor de N-VA om te laten zien of ze het vertrouwen waard is.

Labels: , , ,

Read more...

14 juli 2010

Els Ampe legt uit waarom ze elfjulitoespraak Peumans verstoorde.

Tijdens de receptie in het Brusselse stadshuis op de 11juliviering onderbrak OpenVLDster Els Ampe de speech van Jan Peumans, Vlaams Parlementsvoorzitter, met de edele woorden: “‘hou op, u besmeurt de reputatie van de Vlamingen met uw nationalisme.”.

U kan de toespraak hier integraal terugvinden (pdf)
. Na afloop van die toespraak begon het dan. N-VA eist excuses, VLD’er Sven Gatz en Els Ampe hadden kritiek…net als SP.a’er Pascal Smet omdat ‘Brussel’ vergeten werd. Vandaag verscheen een ‘Open Brief’ van Els Ampe in De Standaard.

Ik heb Els Ampe haar argumenten uit de Open Brief naast de toespraak gelegd (zie hieronder) om mijn eigen persoonlijke conclusie te trekken uit het incident. Ik was er niet, ik heb de toespraak niet gehoord. Na de vergelijking tussen toespraak en argumenten kom ik tot de conclusie dat haar tussenkomst tijdens de toespraak onbeleefd en misplaatst was.


In de toespraak van Peumans heeft hij het over identiteitsvorming en het concept natie. Een Natie wordt doorgaans omschreven als een politieke en/of culturele gemeenschap, een groep mensen die hecht met elkaar verbonden zijn omwille van politieke en/of culturele elementen (de ‘identiteit’). De Natie vormt de sterkste basis voor de Staat, het liberale concept van de Natiestaat, waarbij de Staat fungeert als een gemeenschappelijk mechanisme om voor de gemeenschap te zorgen & beschermen.

1. Nergens pleitte Peumans voor een onafhankelijke Vlaamse Staat, daarin vergist Els Ampe zich. Peumans sprak over het samenwerken tussen twee deelstatelijke ‘natiestaten’. Twee deelstaten die op zich een eigen ‘natie’ vormen en tegelijk ’statelijke’ bevoegdheden hebben. Hij verwees vooraf in zijn toespraak naar Catalonië als voorbeeld.

2. “Het is de eerste keer dat een voorzitter van het Vlaams Parlement, die geacht wordt boven de partijgrenzen heen te staan, zich op een dergelijke manier het monopolie van het ‘goede-Vlaming-zijn’ toe-eigent.” aldus Els Ampe. Het is een reactie op de uitspraak van Peumans over Marc Reynebeau dat niets te maken had met een monopolie over wie de ‘goede Vlaming’ en wie de ‘Slechte Vlaming is’. Het gaat om de invulling van de ‘nationale identiteit’ met een voorbeeld van iemand die de Vlaamse invulling steevast tracht af te breken in het voordeel van de ‘nieuwe Belgitude’. Ik citeer letterlijk uit de toespraak van Peumans:

“Maar hoe zit dat dan met de Vlamingen? Velen schamen zich bijna voor hun Vlaming-zijn. Dé Vlaamse identiteit gold als een gevaarlijk iets. Het is bovendien nog steeds bon ton in een aantal artistieke en intellectuele kringen om dat Vlaamse identiteitsgevoelen te minimaliseren, ja zelfs te ontkennen. Ik verwijs onder meer naar de historicus Marc Reynebeau die er een sport van maakt om af te rekenen met wat hij “de mythe van de Vlaamse identiteit” noemt. Iedere verwijzing naar die identiteit , dat “Vlaming-zijn” is uit den boze. En in die milieus heeft er zich een nieuwe vorm van belgitude ontwikkeld. België wordt verheerlijkt wegens het gebrek aan identiteit.” aldus Peumans in zijn toespraak.

3. Het voornaamste probleem voor Els Ampe is dat ‘Brussel’ als politieke entiteit geminimaliseerd werd, zodus ook zij. “U sprak over een contract tussen Vlaanderen en Wallonië, alsof het Brussels Gewest al afgeschaft is. Uw N-VA vindt dat Brussel moet bestuurd worden vanuit Vlaanderen en Wallonië of nog: door de ‘twee grote gemeenschappen’. Ook dat is geen algemeen Vlaams standpunt. Nogmaals: als parlementsvoorzitter moet u de standpunten van alle Vlamingen kunnen vertegenwoordigen.” aldus Els Ampe.

Zover ik weet is er een Vlaamse meerderheid voor een België met een deelstatelijk concept dat meer bevoegdheden krijgt. Deelstaat is iets anders dan gewoon een gewest of een provincie. Koppel daaraan het liberale concept van de NatieStaat en het aspect identiteitsvorming/natievorming in de speech van Peumans met de huidige Belgische Staatsconstructie dan kom je logischerwijze uit op een contract tussen de twee voornaamste gemeenschappen en laat je het Brussels Hoofdstedelijk Gewest links liggen.

Binnen het concept van de Natiestaat is het belangrijk dat men bezit over een Natie, dat wordt vertolkt binnen de Belgische Staatsstructuren als een Gemeenschap. Er zijn 3 Gemeenschappen in België: De Vlaamse, De Franse en de Duitstalige gemeenschap. Twee daarvan beschikken over een Gewest (-Staat) waarbinnen hun politieke gemeenschap domineert: Vlaams Gewest & Waals Gewest, het BHG moeten beiden ‘delen’. Logisch gevolg is dat men spreekt over een contract tussen beide Gemeenschappen en dat men ‘Brussel deelt’. De echte schandvlek is dat Peumans de Duitstaligen is vergeten!

Voor Els Ampe is Brussel heeft belangrijk. Als Brussels Parlementslid is ze gemakkelijker verkozen zonder in competitie te moeten treden met de rest van Vlaanderen bij gewestverkiezingen, dit komt omwille van de absolute Vlaamse numerieke minderheid woonachtig in het Hoofdstedelijk Gewest. Sven Gatz en Pascal Smet zijn eveneens politiek afhankelijk van Brussel.

4. Els Ampe heeft wel één terecht punt van kritiek op de toespraak van Peumans, ik citeer uit de Open Brief: “U wees op de uitbreidingsdrang van Brussel, alsof Brussel een louter Franstalige stad is — letterlijk: ‘De Brusselse institutionele eisen zoals de uitbreiding van Brussel (…)’. U kent duidelijk de situatie in onze hoofdstad niet. In Brussel wonen immers ook Vlaamse Brusselaars. Geen enkele Vlaams Brusselse partij heeft gepleit voor de uitbreiding van Brussel. Ook het Brussels Gewest heeft dat niet gedaan.”

Vanuit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is er geen enkele eis gekomen voor de uitbreiding van ‘Brussel’. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vroeg tot dusver enkel voor meer financiële middelen. De territoriale uitbreiding kan ze niet eisen zonder hulp van de Vlaamse Brusselaars in die gewestregering omwille van de paritaire samenstelling. Maar, zonder die pariteit waren de Brusselse Vlamingen politiek onmachtig en zal de gebiedsuitbreiding wellicht onderdeel zijn geweest van de ‘Brusselse gewestelijke’ eisen. De realiteit is dat ‘Brussel’ politiek gedomineerd wordt door de Franstaligen, zij steunen op de absolute aanwezige numerieke meerderheid van hun taalgemeenschap binnen de 19 Brusselse gemeenten. Zonder de beschermende pariteit was het verhaal anders geweest, dat vergeet Els Ampe gemakshalve. Daarnaast kan geen enkele Brusselse afdeling van de Vlaamse partijen zich politiek permitteren om aan te sluiten bij de Franstalige uitbreidingseis van ‘Brussel’.

Voor het overige schermt Els Ampe met een soort ’strijd tegen het verfoeilijke nationalisme’ dat zij bespeurde in de toespraak van Peumans, nationalisme dat volgens mij niet zichtbaar was in de eigenlijke toespraak. Het sloot geen enkele Gemeenschap uit en sprak niet over een ‘Vlaamse superioriteit’ tegenover anderen. Om alsnog haar ‘Vlaamse flank’ te versterken verwees ze – terecht – naar haar achterhoedegevecht met Antoinette Spaak die weigerde Nederlands te spreken in het Brussels Parlement. Alleen, wanneer gaat men eens iets doen aan het respecteren van de taalwetgeving in de Brusselse gemeenten?…Heeft Els Ampe daar al iets rond gedaan?

In conclusie. De retoriek omtrent identiteitsvorming en de Natiestaat die gehanteerd werd door Peumans was mogelijk iets te onduidelijk maar met verdere academische (droge) uitleg zou de toespraak verworden tot een lezing over identiteitsvorming, dat was niet de bedoeling. Els Ampe heeft terecht kritiek over één fout mbt. Brussel in de toespraak van Peumans maar dat vergoelijkt haar tussenkomst helemaal niet.

Labels: , , , , , , ,

Read more...

10 juli 2010

Uitreiking van de Orde van de Vlaamse Leeuw aan Luc van den Brande te Dendermonde op 9 juli 2010

Toespraak door prof. Matthias E. Storme
Voorzitter van de Orde van de Vlaamse Leeuw

Hoogedelgestrenge Heer burgemeester in wiens stad wij te gast zijn, hoogedelgestrenge heer voorzitter van ons Vlaams Parlement,
Hooggeachte Heer en Mevrouw Van den Brande,
en eerdere dragers van de Orde van de Vlaamse Leeuw,
Hoogedelgestrenge dames en heren vertegenwoordigers van het volk op de verscheidende niveau's
Waarde landgenoten uit Noord- en Zuid-Nederland !

De Orde van de Vlaamse leeuw wordt vandaag voor de 27e maal uitgereikt. Het is vooreerst mijn droeve plicht om Lode Campo te gedenken, Ordedrager 1984, die vorig jaar overleden is. Het is ook de gelegenheid even in dankbare herinnering terug te denken aan andere ver-sienstelijke Vlamingen die ons het voorbije jaar ontvallen zijn, van leiders tot voetvolk. Met de woorden van André Demedts:

Zo staan wij hier, oeroud, als tijdeloos,
en toch zo jong als het seizoen in mei,
herdenkend de Brigands, die roekeloos
de trouw beleefen, kampend vrank en vrij,
opdat de vrijheid hun een recht zou zijn,
outer en heerd, twee linden aan de poort,
één kruis, en kindren in de zonneschijn,
zoals hun vaadren levend, immervoort,
het recht op eigen ziel en lotgeval,
de vreugde van het woord uit moeders mond
gehoord, de kleine dingen zonder tal,
waaruit voor hen gans het geluk bestond.

(Voor de Brigands)

De Orde van de Vlaamse leeuw wordt toegekend ter erkenning van verdiensten in verband met :
- een consequente en kordate houding in de sociale en culturele ontvoogding van de Vlaam-se gemeenschap;
- prestaties die de integratie van de Nederlanden bevorderen;
- acties en initiatieven met het oog op de uitstraling van de Nederlandse taal en cultuur.

Geachte heer Van den Brande, beste laureaat, deze omschrijving die reeds sedert 1971 wordt gehanteerd, is U op het lijf geschreven. Het is niet nodig om alle drie de verdiensten te heb-ben om in aanmerking te komen voor de Orde, maar U hebt ze wel op de drie vlakken. Het is ook niet mogelijk om ze hier allemaal te bespreken, en de belangrijkste stappen uit uw politieke loopbaan zijn omzeggens iedereen hier wel bekend. Zonder alle verwezenlijkingen voor 1992 te willen minimaliseren zou ik de toehoorder toch op de eerste plaats enkele rede-nen willen aangeven waarom uw zevenjarig minister-presidentschap was, van 1992 tot 1999, zo ongelooflijk belangrijk geweest is voor Vlaanderen en welke minder bekende verdiensten daar ook mee gepaard gingen.

Het waren immers zeven vruchtbare jaren, en ze hadden nog een pak meer vruchten kunnen opleveren indien de kortzichtigheid op Vlaams niveau niet had toegeslagen vanaf 1999.

Mag ik even herinneren aan de visie die werd ontwikkeld in het project Vlaanderen-koppelteken-Europa 2002 (1)? Dat kan geen kwaad gezien de verkeerde voorstelling van za-ken die daarover soms tot op heden circuleert. Het was een “oproep van de Vlaamse regering tot alle Vlamingen om met meer visie en in nauwe samenwerking met elkaar te werken aan een nieuw Vlaanderen dat zijn eigenheid in Europa en de wereld bewaart en versterkt” (ondertitel).

Vlaanderen-Europa 2002 was dus op de eerste plaats een cultureel project, een oproep aan de Vlamingen om samen te werken aan een cultureel project “Vlaanderen”, een gemeen-schapsproject voor een Vlaamse Gemeenschap. Is zo'n gemeenschapsproject niet iets waar-aan we in de éénentwingste eeuw duidelijk nood hebben: iets dat onze individuele willekeur overstijgt, waarin onze gefragmenteerde maatschappij terug tot gemeenschap wordt, niet enkel tot een trefpunt van individuen (2), en waarin sociale cohesie wordt mogelijk gemaakt door culturele cohesie.

In Vlaanderen-Europa 2002 werd Europa gezien als “gekenmerkt door een gemeenschappelijk cultureel erfgoed, dat zich manifesteert in een veelheid van vormen en talen”.

In Vlaanderen-Europa 2002 werd Cultuur nog omschreven als “individuele en collectieve zingeving aan een gebeurtenis, een voorwerp, ruimte en materialen, kortom aan het bestaan zelf”. Of zoals U op 11 juli 1997 schreef in de Standaard : "Vlaamse identiteit is een werkwoord".

Dit alles vereiste een visie en een bereidheid om ons collectief erfgoed, zowel op lokaal, op Vlaams, op heelnederlands als op Europees vlak, op te nemen en te her-denken, dit laatste in beide betekenissen van dankbaarheid aan het verleden en van opnieuw denken en dus vernieuwen, om het zo, verrijkt, door te geven aan de volgende generaties. En met erfgoed bedoel ik behalve onze materiële cultuur ook onze waarden en instituties, onze myten en onze gebruiken, onze taal en onze symbolen, alles wat “ons” is en waardoor de vele ikken eerst “wij” kunnen zijn.

Vlaanderen-Europa 2002 had de verdienste al in de eerste zin te spreken over de staatsvorming van Vlaanderen. Niet staatshervorming, maar staatsvorming. Vlaanderen 2002 zei iets over de positie van Vlaanderen in Europa : een volwaardige. Als men over een regio sprak, ging het om een institutioneel én cultureel concept, niet om een louter geografisch concept.

Maar het project Vlaanderen-Europa 2002 moest verdwijnen omdat er geen koppelteken mocht zijn tussen Vlaanderen en Europa. Omdat die twee weer door België moesten worden gescheiden. En het klopt natuurlijk dat een belangrijk deel van uw beleid in die 7 jaren, en van uw inspanningen in de jaren sindsdien, een "buitenlands" beleid voor Vlaanderen inhield, een beleid van rechtstreekse buitenlandse betrekkingen: formeel, door het sluiten van Verdragen, het ijveren voor een sterkere positie van de constitutionele regio's in de Europese Unie, e.d.m. Informeel, door een buitenlands cultureel beleid, met de culturele ambassadeurs, het ondersteunen van de Nederlandse cultuur in de wereld, het promoten van de bilaterale verenigingen tussen Vlaanderen en andere landen en regio's in Europa. Bij dat alles nam de andere tak van ons volk, het Staatse deel der Nederlanden, steeds een bijzondere positie in.

Na de bekendmaking van de toekenning van de Orde dit jaar ontving ik een reeks entoesias-te reacties, die omzeggens allemaal herinnerden aan een of ander initiatief in die zin dat U genomen of ondersteund hebt, zo bv. het Eramus Lectureship on the History and Civilization of the Netherlands and Flanders aan de Harvard University, of de Vlaamse cultuurprojecten in Sint-Petersburg van Harold van de Perre, uw voorganger in de Orde die het erg jammer vond er vandaag niet bij te kunnen zijn omdat hij op dit ogenblik opnieuw Vlamingen gidst in Sint-Petersburg. Andere herinnerden me aan de ten onrechte na 1999 afgeblazen initiatieven zoals 7 eeuwen Vlaamse kunst.

Men heeft U soms verweten dat U het te groot zag. Dat zegt natuurlijk meer over de klein-heid van wie zoiets opmerkt. Daarom wil ik U dit vers van Fernando Pessoa opdragen:

Je mag het leven waardig dragen.
Slechts kleine zielen maakt het klein.
Als bedelaars zich als je broers gedragen
kun jij nog altijd koning zijn.

(Koningslied)

Of met de woorden van een andere drager van de Orde van de Vlaamse Leeuw, onze dichter Hubert van Herreweghen,

Eenvoudigen wij, hoog van geboorte
Op de berg waar bronnen springen.
Hou je dan hoog en buk je, hoor je,
Nooit anders dan voor hogere dingen.
(....)

(uit: Kortwoonst in de heuvels)

Niet bukken dan voor hogere dingen, U hebt dat volgehouden. En precies op dit punt zou ik uw echtgenote in mijn lof willen betrekken, want insiders weten ook hoe belangrijk zij is geweest in uw volharding. Dank, Mevrouw, voor uw steun ook aan de Vlaamse zaak.

Het beeld dat mij persoonlijk bijblijft van uw minister-presidentschap is overigens dat van een intense ruggespraak met het middenveld, steeds goed voorbereid en opgevolgd. Dat was in het bijzonder het geval door de zeer regelmatige ontmoetingen op uw kabinet met vertegenwoordigers van de Vlaamse verenigingen verenigd in het Overlegcentrum. Wij mochten op voorhand punten agenderen en U zorgde ervoor dat deze punten ook effectief voorbereid waren en een verantwoordelijke medewerker aanwezig was. Wij kregen ook een daadwerkelijk verslag en de punten werden effectief opgevolgd. Het ging dus niet om een beleefdheidsontvangst zoals bij sommige andere Minister-presidenten. En het is sedert 1999 eigenlijk nooit meer echt zo geweest. Deze ruggespraak toont overigens aan dat U niet enkel het verticale subsidiariteitsbeginsel beleed, maar ook het horizontale subsidiariteitsbeginsel toe-paste. Na 1999 werd dat vervangen door een politiek van afschaffing van de culturele koepels, van gedwongen eenheidsorganisaties in het culturele veld, kortom een veel Jozefinischer politiek dan voordien.

Het beleid na 1999 heeft natuurlijk niet kunnen verhinderen dat de drang naar meer Vlaamse autonomie en het inzicht in de noodzaak ervan is blijven toenemen. Uitspraken waarvoor U verketterd werd of op het matje werd geroepen zijn nu veeleer een teken van gematigheid of van pogingen om België te redden. Wat niet belet dat er nog flink wat werk aan de winkel is vooraleer de Vlaamse ontvoogding zal zijn voltooid. Zonder te beginnen zingen, wil ik hierbij de woorden van Paul van Vliet in herinnering brengen:

Ik verlang naar jou, dus kom naar Vlaanderen
Ik kan hier nog niet weg, want ik heb hier nog te doen
Als je naar mij verlangt, kom dan naar Vlaanderen
Dan laat ik het je zien: Vlaanderen van nu en dat van toen
De mensen en de dingen waar ze in Vlaanderen kunnen zingen
Ik blijf hier nog wat spelen, maar we kunnen Vlaanderen delen
Want Vlaanderen komt dichterbij met ieder nieuw seizoen.

Als ik tot slot nog even de deugniet mag uithangen: speciaal voor de stoute tongen die beweerden dat uw door de camera achtervolgde kwispelende hond ooit met een Waalse haan en niet met een Mechelse koekoek aan het spelen was, herinner ik aan de volgende verzen over de Waalse koekoek, ook nuttig om Brussel-Halle-Vilvoorde te begrijpen:

Waalse koekoek, die uw eieren legt
In 't warme Vlaamse nest,
wij hebben ze groot gekweekt uw jongen,
Wij kennen hun schreeuwen, kennen hun sprongen,
De onzen hebben ze eruit gedrongen.
Waalse koekoek in 't Vlaamse nest,
Wij kennen u best.

Wat voor een vogel is er de Blauwvoet,
Dat hij de koekoek niet aan en kan?
Niets met zijn bek en niets met zijn klauw doet?
Wat voor een fladderaar is hij dan?
(..)

Ginds mag hij roepen, te zomertijd,
Met hoge borst en fraaie stem,
Koe koe, koe koe,
Dat het galmt door beuk en sperre.
Zijn wij de lastige kerel kwijt,
Niet ongeren horen wij hem
Af en toe
van verre, koe koe, van verre.

Was de koekoek niet zo'n dief
Alle vogels hadden hem lief.

U zal de versvoet herkend hebben van René de Clercq, die toen reeds perfect de betekenis van het territorialiteitsbeginsel in vers uitdrukte.

Om al de genoemde redenen is het dan ook met groot genoegen dat wij U de Orde van de Vlaamse Leeuw uitreiken en dat ik U nu het hieraan verbonden zilveren plaket overhandig.


(1) L. Van den Brande e.a., Vlaanderen-Europa 2002. Een project van de Vlaamse regering, Lannoo Tielt 1993.
(2) Zie mijn kritische vergelijking van het project Vlaanderen-Europa 2002 en de "Kleurennota" van de daaropvolgende Vlaamse regering-Dewael: "Ze zijn zo kleurrijk, meneer", elfjulirede Kortrijk 10 juli 2000, in Vivat Academia nr. 108 september 2000 = http://www.storme.be/guldensporen2000.html.
Read more...

8 juli 2010

Alleen woestijnvissen kunnen hier nog zwemmen

Over voetbal, biermonopolies, verboden minirokken en ontplofte boorplatforms

Een paar dagen geleden kon men in de krant lezen dat het in de gemeente Werchter tijdens de festivalperiode niet toegestaan is om in het openbaar naar het wereldkampioenschap voetbal te kijken. Jawel, het is geen grap: een inboorling die in zijn voortuin (dus strikt genomen zelfs nog op privé-terrein) samen met enkele Hollandse fans naar Nederland-Brazilië aan het kijken was, kreeg een proces-verbaal aan zijn been. Volgens CD&V-burgemeester Dirk Claes moet Werchter gedurende de tijd van het festival “helemaal aan de muziek gewijd zijn”. Pardon? Aan de muziek, of aan de business van evenementengigant Live Nation, waaraan organisator Herman Schueremans zijn florerend festival verkocht?

Wellicht is dit monopolie op vertier en amusement inderdaad het onderdeel van een deal tussen de organiserende instantie en de lokale overheid. Het doet denken aan de manier hoe de FIFA in Zuid-Afrika in een wijde perimeter rond de voetbalstadia absolute exclusiviteit heeft bedongen voor haar sponsors. Het WK kreeg het statuut van ‘speciaal evenement’, waardoor het onder de Merchandise Marks Act uit 2002 valt. Daar valt niet mee te lachen. Bier dat niet uit de vaten van AB Inbev vloeit (met dank aan bestuurder Jean-Luc Dehaene), is ten strengste verboden. Zelfs de uithangborden kilometers in het rond dienen overplakt als ze namen van concurrerende biermerken vermelden: de lokale brouwerijen zullen aan dit wereldkampioenschap alvast geen Rand verdienen. Elke ondernemer of zelfstandige die ook maar durft om zijn product te linken aan iets wat op een voetbal lijkt, krijgt een boete aan zijn been. Het incident waarbij enkele Hollandse meiden met oranje jurkjes rondliepen, en hardhandig uit het stadion werden verwijderd (de kleur zou verwijzen naar het biermerk Bavaria!), geeft ons een idee welke proporties dit aanneemt: de FIFA en haar sponsors gedragen zich als een bezettingsmacht.
Het inpalmen van de publieke ruimte (in de zin van: “ruimte, eigen aan de gemeenschap”) door grote commerciële organisaties en event-producers, met de gulle medewerking van de overheid, is een fenomeen dat ons enigszins zou moeten verontrusten. Het gaat uiteraard niet alleen om het verbod op oranje rokjes en verplicht Jupiler of Budweiser drinken: dit heeft een symbolisch-politiek karakter van vrijheidsberoving en gijzeling. De vrijheid inzake beweging, kleding, gewoonten, enz. die wij inherent achten aan de publieke sfeer, is een rituele beleving van liberale grondwaarden, eigen aan de Europese culturele traditie. Zopas protesteerde VLD-politica Gwendolyn Rutten tegen fatsoenrakker Siegfried Bracke, die vond dat zijn partijgenote Kim Geybels zich te sexy kleedde volgens de senaatsnormen. Lulkoek natuurlijk. Van mij mag ze in bh en broekje komen, of nog minder. En haar leuze klopte als een bus: 'Free your mind', geen democratie zonder recht op zottigheid, geen vrijemeningsuiting zonder vrijheid van bierkeuze.
Bij wijze van symbolische manifestatie mag en moet ons heilig spreekrecht, de freedom of speech, dus ook benadrukt worden via ogenschijnlijk onnozele acties, zoals het dragen van een minirok in een deftige herenclub zoals de senaat, of het drinken van Duvel op een wei waar Inbev vindt dat je alleen Leffe mag drinken. Maar dat laatste wordt dus een probleem: de wei is verkocht. Waar wij met hand en tand, op het fetisjistische af, onze burgerlijke vrijheidsidealen verdedigen, staan we ze moeiteloos af als een drankengigant erom vraagt. De overheid, grondwettelijk gebonden aan die liberale principes, plooit en laat zich door de arrogante privé-business de wetten dicteren. Ook op straat.
De privatisering en monopolisering van de publieke ruimte is daarmee een feit. De politieke dictaturen zijn out. Niet zij leggen beslag op het openbare leven, maar de grote commerciële concerns die een verzwakt politiek systeem hun wil opleggen. Dat leidt uiteraard tot zeer libertaire, zelfs anarchistische denkpistes, diegenen die daar niet tegen kunnen mogen hier stoppen.
Het grootkapitalisme is helemaal niet “liberaal”, in de filosofische zin, maar integendeel monopolistisch, totalitair, en zelfs ronduit repressief, zoals van Werchter tot Johannesburg mag blijken. Er wordt veel geblaat over de hoofddoek en de boerka (en inderdaad schuilt er een totalitaire, achterlijke ideologie achter die kledingstukken), maar de confiscatie van de publieke ruimte door commerciële belangengroepen, daar kraait geen haan naar, ook Gwendolyn Rutten niet natuurlijk, die vanuit haar ideologie beslist de Inbev-parade toegenegen is.
Het conflict tussen klassiek liberalisme en monopoliekapitalisme wordt veel te weinig geanalyseerd. Allicht koesteren de liefhebbers van de vrijemarkteconomie een zekere gêne rond dit onderwerp. Toch schuilt er een niet te onderschatten maatschappelijke verschuiving achter. Het aloude feest, als sociaal verzoeningsritueel, wordt helemaal geabsorbeerd door een megalomane marketinglogica die eigenlijk alleen de aandeelhouders van de sponsor ten goede komt. De commercialisering van de massasport toont ons heel duidelijk die verschuiving. Om het wereldkampioenschap voetbal binnen te halen, doen nationale politici letterlijk hun broek af. Steden en gemeenten vrijen de organisatoren van de Ronde van Frankrijk op, dat het niet leuk meer is (“We moeten onze stad op de wereldkaart zetten!”). Achter deze evenementen draait een geoliede marketingmachine die exclusieve sponsors toelaat om de meest exuberante eisen te stellen naar de overheid, het publiek, de neringdoenden. Het is mijn groot bezwaar tegen dat soort sportieve massa-manifestaties: ze hebben de neiging om beslag te leggen op onze handel en wandel, op eten en drinken, op doen en laten, op alles eigenlijk. De Ronde van Vlaanderen is een prachtig volksevenement, maar ondertussen heeft de steenrijke Woestijnvisdirecteur Wouter Vandenhaute de Ronde opgekocht en schuimen zijn agenten alle plekken van het parcours af, om te zien of een of andere neringdoende geen graantje probeert mee te pikken. Alain Corneille en Marieke Van Ghyseghem kunnen er met hun “VIP-tent” van meespreken: afdokken alstublieft, of opkrassen

Laat ze begaan,en alles eindigt in zwarte blubber

Het bekende adagio van Pierre-Jospeh Proudhon, “La propriété c'est le vol”, lijkt in de postmoderne globalisering een nieuwe betekenis te hebben gekregen: het grootkapitaal eigent zich, in de hoedanigheid van “sponsor”, de stad, de openbare plekken, de publieke netwerken, de evenementen, schaamteloos toe. Dit is gelegitimeerde diefstal. Uiteraard werkt de totale privatisering van openbare diensten, volgens de beruchte Europese Bolkenstein-richtlijn, dat proces in de hand. In België heeft de “liberalisering” van bv. de energiemarkt alleen maar het quasi-monopolie van Electrabel versterkt, een tak van de Franse groep GDF Suez die met de Belgische overheid zowat doet wat ze wil. Onze electriciteitstarieven zijn dan ook zowat de duurste van Europa, idem dito voor de telecomsector.
Vreemd genoeg implodeert, samen met de publieke ruimte en het publieke management (de overheid dus), ook de privésfeer. Wellicht heeft het ene met het andere te maken. Het TV-voyeurisme is groter dan ooit, we gooien alles te grabbel op Facebook en de zgn. “sociale netwerken”, intimiteit is geen enkel criterium meer. Dit gaat niet meer over Big Brother, niemand verplicht ons tot die indiscreties, we doen het spontaan en met overgave. Men zou dus kunnen vermoeden dat mensen, door de aftakeling van de publieke sfeer en de usurpatie door de grote commerciële concerns, ook het besef verliezen van eigenheid, onderscheid en intimiteit. Deze dubbele degradatie is een van meest essentiële psychologische gevolgen van de globalisering en de zgn. “liberalisering”. De totale openheid kraakt elke identiteit.
Liberalisering en monopolievorming lijken twee kanten van één medaille. De ontdekkingsreizen en de wereldwijde usurpatie door Europa van de natuurlijke rijkdommen en grondstoffen, vanaf de 15de eeuw, tonen op planetaire schaal hoe het toeëigeningsmechanisme werkt. De verloedering van het Afrikaanse continent heeft daarmee te maken, niets anders. Dit is uiteraard het verhaal van het (neo-)kolonialisme, Leopold II en zijn privé-bedrijfjes, de moord op Patrice Lumumba met de actieve medewerking van de CIA, de Belgische Haute Finance (die vreesde voor onteigening), en het Koninklijk Hof. Wat we vandaag meemaken in Congo, de verkrachtingen en plunderingen, het rechthouden van het schandalige Kabila-regime, is allemaal terug te brengen tot de plutocratie van enkele grote spelers op de mondiale grondstoffenmarkt. De politici dansen naar hun pijpen. Een tweede Lumumba is er nooit meer gekomen: opgeruimd staat netjes.
Op de achtergrond en diep onder de waterlijn speelt zich momenteel dan nog het ergste af, namelijk een spuitende oliebron die nu al heel de Golf van Mexico vervuilt en wellicht grote delen van de Atlantische kusten zal teisteren. Oorzaak: een multinational die van de VS een concessie kreeg om olie uit de zeebodem op te boren, zonder de technologie te bezitten om een ramp als deze afdoende te bemeesteren. Tenzij het ook hier een kwestie van cost saving is natuurlijk. Van hoog tot laag, van Obama tot die brave Werchterse burgemeester, bemerkt men een manifest gebrek aan politiek leiderschap en een knieval voor de wetten van de big bussiness.
Het grenzeloze cynisme van BP-topman Tony Hayward is kenmerkend voor de manier hoe het grootkapitaal heel onze planeet naar de haaien helpt. De smurrie zal blijven spuiten: het lijkt meer een boekhoudkundig dan een ecologisch probleem. Naar verluidt worden Vlaamse technici, die een plan voor een oplossing zouden op zak hebben, door de VS en BP uit het gebied geweerd. Ik hoop dat de enthousiaste voorstanders van de vrijemarkteconomie en het postmoderne globalisme beseffen dat dit soort après-nous-le déluge-mentaliteit met vrijheid (van ondernemen) niets meer te maken heeft, integendeel: de “vrijheid” van Tony Hayward maakt de vrijheid kapot van allen die in aan de zuidkust van de V.S. leven van visvangst, toerisme, etc. Alles eindigt in zwarte blubber. Voor niets of niemand heeft dit graaierig pletwalskapitalisme respect. Niet voor de mens, als individu, als sociaal wezen, als soort, noch voor het leven, de aarde, de natuur. Alleen woestijnvissen kunnen hier nog zwemmen.
Dat grootindustrieel Jan De Clerck, onder het goedkeurend oog van het gemeentebestuur van Waasmunster, openbare wegen annexeert en in zijn domein inlijft, is een schandaal op zich, doch slechts peanuts in vergelijking met de wereldwijde toeeigeningsmechanismen die zich voltrekken zonder dat er een haan naar kraait. We verliezen de wereld, elke dag een beetje. De Sepp Blatters, de Wouter Vandenhautes, de Tony Haywards, de Mark Zuckerbergs,… bezetten deze planeet en we hebben er met onze stomme kop geen erg in.
Ziezo, daarmee hebben we in deze dorstige tijden heel de actualiteit van de laatste weken op een hoopje geveegd. Het draait altijd rond dezelfde dingen. Conclusie van deze column: meer minirokjes in het parlement, bier van alle merken overal beschikbaar, weg de topsport en zijn sponsors, feesten graag, maar zonder verplichte nummertjes, Kabila aan de galg, afschaffen van olieboringen onder zee, Hayward voor de rechters.
Het klinkt hard en drastisch, maar vrijheid is een totaalbegrip en moet maximalistisch ingevuld worden, door zoveel mogelijk individuen. Vrijheid is totaal-distributief, of ze is niet, zo spreekt een rechtgeaarde libertariër. De aantasting van die vrijheidsmaxime door monopoolkapitalistische uitholling is de grootste bedreiging. Een hercollectivisering lijkt me dan ook de enige oplossing, zeker wat betreft publieke diensten, de openbare ruimte, de netwerken, verkeersinfrastructuur, maar zeker ook natuur, landschap en groene ruimte. Paradoxaal genoeg is die hercollectivisering de ultieme remedie om onze bewegingsvrijheid te waarborgen.
We verliezen de wereld, elke dag een beetje, we zijn op drift. Er moet dus dringend uit andere vaatjes worden getapt. En jawel, met de herovering van de publieke sfeer zou ook de privésfeer, de coccon, opnieuw inhoud kunnen krijgen, en zou het mediatieke en digitale exhibitionisme, de manische drang om alles aan iedereen mee te delen en op het “net” te gooien, zijn glans kunnen verliezen. Een groot publiek debat dringt zich op rond deze kwesties. Buiten de grote media om natuurlijk, want die sponsoren lustig mee…
Johan Sanctorum
Read more...

7 juli 2010

Nogmaals het islamdebat

Het zijn sombere tijden voor de pleitbezorgers van de multicultuur. Zopas heeft de Maastrichtse onderwijskundeprofessor Jaap Dronkers aangetoond dat etnisch gemengde scholen voor alle betrokkenen tot slechter onderwijs leiden. Moslimscholen hebben een lager niveau dan redelijk homogene inheemse scholen, maar zelfs zij zijn beter dan de echt gemengde scholen. Diversiteit is beslist geen verrijking. Etnisch aparte scholen, waar het VB twintig jaar geleden voor pleitte, zouden volgens hem een verbetering zijn.



Dronkers is nog zeer voorzichtig in zijn verklaring van de feiten. Zo waagt hij zich niet aan een raciale uitleg zoals de jongste jaren uitgewerkt door evolutionair-psychologen. Dat Chinezen het beter doen dan Europeanen, en die weer beter dan Arabieren, zou volgens hen aan de IQ-gemiddelden liggen: boven 105 voor Oost-Aziaten, rond 100 voor Europeanen, minder dan 95 voor Turken, minder dan 90 voor Maghrebijnen. Uit Dronkers’ gegevens blijkt trouwens dat andere factoren dat eenvoudige plaatje doorkruisen.

Eerder onderzoek in het Verenigd Koninkrijk en de dagelijkse ervaring in India hadden al uitgewezen dat hindoes en moslims, raciaal identiek maar cultureel zeer verschillend, ook erg verschillen in schoolprestaties. De hindoecultuur motiveert meer tot kennisverwerving en onderwerping aan de schooldiscipline dan de islam.

Motivatie maakt een wereld van verschil. Nog in het VK is gebleken dat bij meisjes uit Afrika, zogezegd met een lager IQ begiftigd maar meestal overtuigde christenen, het beter doen dan hun ongemotiveerde inheemse medeleerlingen. Bij deze “white trash” is het de genotcultuur die hen ongeïnteresseerd maakt en te blasé voor studie. Bij de Pakistani’s heeft de islam datzelfde effect. De scholen weerspiegelen daarmee de grotemensenwereld, waar de moslimlanden opvallen door intellectuele dorheid en geringe creativiteit.

Schade aan het onderwijs is natuurlijk niet het meest gehoorde bezwaar dat tegen de islam geopperd wordt. Het bevestigt wel het beeld van een islam die tegen integratie in de moderne samenleving militeert.

Aan die verdenking jegens de islam heeft de Vrijzinnige Dienst van de Universiteit Antwerpen op 23 juni een debat gewijd. Tegenover elkaar stonden Wim Van Rooy, ervaren beleidsman in de onderwijswereld, en Tom Naegels, schrijver-columnist. Van Rooy behoort tot de alarmistische school, Naegels ziet het allemaal zo’n vaart niet lopen. Voor hem zijn de moslims in zijn Antwerpen gewoon brave sloebers die niets te maken hebben met de vervolging van niet-moslims in Egypte, Irak of Bangladesj. Je moet mensen in hun context zien, en de context van de Vlaamse samenleving is van die aard dat hier wel geen djihaad zal ontbranden. .

Vooral geen geopolitieke verbanden zien in de plaatselijke faits divers, zo pleitte de Antwerpse schrijver. Hier treedt hij toch even de culturele elite bij die anders haar banbliksems op de “bekrompen” en “xenofobe” volksmens laat regenen, maar zelf onze horizon zo klein mogelijk wil houden. Toen het VB op het platteland stembuswinst boekte, commentarieerde men dat dit toch absurd was, aangezien er in Zoersel of Waasmunster nauwelijks vreemdelingen wonen. Zij impliceerden dat die dorpers nooit verder kijken dan hun kerktoren en niets geven om de bredere maatschappelijke trends. Tom Naegels zegt ons datzelfde doen geloven over de moslims. De geafficheerde solidariteit van Marokkaanse jongeren met Gaza zou slechts een uiting zijn van identiteitsaffirmatie, of wat jongeren nu eenmaal doen. Immers, “Borgerhout is Pakistan niet.”

Veel van die VB-stemmers in Zoersel waren inwijkelingen die in Antwerpen gezien hadden wat er in een diverse samenleving fout kan gaan. Zij brachten hun “perceptie” mee. Wel, ook de moslims hebben hun wereldbeeld van elders meegebracht. Zelfs de hier geboren jongeren staan voortdurend bloot aan invloeden uit het thuisland, ondermeer via importpartners. Natúúrlijk moet men de ontwikkelingen in de Vlaamse moslimmilieus in geopolitieke termen begrijpen,-- zijzelf doen dat alleszins. In de o zo geruststellende “Vlaamse context”, waar de overheid het islamonderwijs en de zelforganisatie langs religieuze lijnen bevordert, komen alle specifieke ervaringen van Tsjetsjenen of Palestijnen of Vlaams-Marokkaanse “’racismeslachtoffers” samen in de molen van de politieke islam.

Van Rooy citeerde de pro-moslim onderzoeker John Esposito, dat 7% van de moslims wereldwijd zich tot een militante islam bekent en terreuracties goedkeurt. Dat zijn zo’n 91 miljoen mensen, zelfs als “kleine” minderheid nog altijd een serieus aantal. Bovendien toont de geschiedenis van burgeroorlogen en revoluties aan dat een kleine maar gemotiveerde minderheid de weifelende meerderheid voor haar kar kan spannen.

Hoeveel ruggengraat heeft de “gematigde moslim”? Er is nader onderzoek nodig van wat de werkelijk opiniebewegingen onder moslims eigenlijk zijn. Van Rooy wees erop dat geen enkele van de gesubsidieerde Deense moslimverenigingen de uitingsvrijheid van de Mohammed-cartoonisten wilde eerbiedigen, Naegels counterde dat de belangrijkste Vlaamse moslimverenigingen na het UA-incident wél het spreekrecht van Benno Barnard verdedigd hebben. Was dit laatste louter bedrieglijke tactiek, of dringt de geest van de Europese vrijheden stilaan toch door in het moslimmilieu? Voor beide is wat te zeggen.

Vooral zou de alarmistische school wat oplossingen moeten gaan formuleren. Van Rooy laat zich daartoe niet uitdagen door de beleidsvoerders die de huidige islamproblematiek hebben laten verrotten, maar onder moeten we wel degelijk de eindoplossing van het islamvraagstuk in Europa uitstippelen. Het centrale bestanddeel daarvan is dit.

Er is geen enkele reden waarom mensen vandaag moeten blijven steken in het illusoire geloof dat de stem die Mohammed hoorde, van goddelijke oorsprong was. De Koran was slechts het product van zijn eigen zieke geest. Het is te gek voor woorden dat hedendaagse mensen zich bij levensbeslissingen, en ook in hun houding tegenover andersdenkenden, door zijn woorden laten leiden. De inspanning van overheid en cultuurelite moeten erop gericht zijn, hen uit die onzin te bevrijden.

Labels: , , , , ,

Read more...

5 juli 2010

Be Careful What You Wish For (Hoegin)

Op het ogenblik dat ik dit artikel schrijf, probeert informateur Bart de Wever een akkoord te smeden met Elio di Rupo van de PS over een nieuwe federale regering. Het wordt echter hoe langer hoe meer duidelijk dat Bart de Wever met zijn succes van 13 juni in een behoorlijk lastig parket verzeild is geraakt. Dat hij als anti-royalist informateur voor de koning moet spelen, is daarbij waarschijnlijk nog de minste van zijn zorgen.

Wat voor akkoord Bart de Wever precies nastreeft is voorlopig voor de buitenwereld niet helemaal duidelijk. Eén of andere oplossing voor Brussel-Halle-Vilvoorde – van een splitsing is eigenlijk al lang geen sprake meer – is voor alle Vlaamse partijen op dit moment een conditio sine qua non om in een nieuwe federale regering te stappen. Dat het echter wel eens fout durft te lopen met de beginselvastheid in het Vlaamse kamp eens de contouren van een nieuwe federale regering zichtbaar worden, mochten we al eens ontdekken in 2007. Het zal dus afwachten worden hoe het deze keer zal aflopen, en vooral, als er een oplossing zou gevonden worden, hoe die oplossing er precies uit zal zien. In Sint-Genesius-Rode schijnt men er alvast niet bepaald gerust in te zijn…

Is het al koffiedik kijken wat Brussel-Halle-Vilvoorde betreft, dan is het een volledig mysterie voor de rest van België hoe Bart de Wever erin zal slagen de rest van het communautaire programma van de N-VA te verzoenen met dat van de PS, of eender welke andere Franstalige partij. Op dat punt heeft hij zichzelf in ieder geval behoorlijk vastgereden. Opgeven en zich aan de kant zetten is geen optie, want dan geeft hij Vlaams Belang impliciet gelijk, precies die partij die hij al jaren met grote gretigheid beschuldigt van eeuwige maagdelijkheid. Anderzijds was de enorme verkiezingsoverwinning van 13 juni voor hem geen cadeau. Op dat punt ben ik het alvast eens met wat Ivan de Vadder gisteren in zijn analyse ook al schreef. Want uiteraard had Bart de Wever wel degelijk zin om deel te nemen aan de federale paringsdans na 13 juni, maar was het nooit de bedoeling dat hij die zelf zou moeten leiden. Straks zal misschien wel blijken dat ook N-VA aan de kant van de verliezers van 13 juni zit!

Want als opgeven voor Bart de Wever geen optie is, is hij genoodzaakt om in iets te slagen. En aangezien de N-VA op dit ogenblik niet goed genoeg uitgerust is om aan de eigenlijke onderhandelingen voor een staatshervorming zelf te beginnen, zal men waarschijnlijk niet veel verder raken dan een akkoord over een staatshervorming tegen een termijn, ver genoeg in de toekomst om de N-VA de kans te geven voorbereid aan de onderhandelingstafel te verschijnen. Misschien is het voor de N-VA al voldoende als er in dat verband tegen volgende zomer iets op tafel gelegd kan worden?

Want inderdaad, men kan toch niet verwachten dat de voltallige federale regering al zijn energie zou gebruiken om te onderhandelen over een communautair akkoord op een ogenblik dat België verondersteld wordt de Europese Unie voor te zitten? Als de N-VA bovendien een ministerpost toegeworpen krijgt waarmee het zich tijdens dat voorzitterschap ook wat kan profileren, zowel nationaal als internationaal, dan zal men dat argument in de partijraad ongetwijfeld wel kunnen aanvaarden, zelfs zonder de dood in het hart. Na het Europese voorzitterschap moet men natuurlijk even de tijd nemen om terug op adem te komen – en uitgebreid Nieuwjaar te vieren! Daarna is het al snel weer Pasen, en sinds Jean-Luc Dehaene er een begrip maakte dat nog rekbaarder is dan Congolees rubber, kan men niet meer verwachten serieus genomen te worden wanneer men die datum voorstelt als deadline voor nieuwe communautaire onderhandelingen. Het zal dus de zomer van 2011 moeten worden.

De vraag die zich dan stelt, is of de Franstaligen ondertussen hun les geleerd hebben. En zo ja, welke les dat precies zou zijn. Enerzijds blijkt immers uit de enorme verkiezingsoverwinning van de N-VA dat men aan de overzijde van de taalgrens gevaarlijk met vuur speelt als men zijn (haar?) Non blijft volhouden. Anderzijds leert de geschiedenis van 2007 tot 2010 de Franstaligen dat de strategie van het aangehouden Non wel degelijk zijn vruchten heeft afgeworpen: geen staatshervorming, en geen splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. Lezen de Franstaligen een principeakkoord om tegen de zomer van 2011 tot een staatshervorming te komen in de eerste plaats als een belofte dat er vóór de zomer van 2011 voor geen staatshervorming gevreesd hoeft te worden, dan kan men in 2011 net zo goed met het argument afkomen dat men van hen toch geen toegevingen in de faciliteitengemeenten kan verwachten, zo vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2012. En dat de Vlamingen dus maar wat meer geduld zullen moeten oefenen als ze een staatshervorming willen.

Bovendien: zal de N-VA zelf zich op dat ogenblik dan wél communautaire toegevingen kunnen veroorloven? Want daar zit je dan met een heleboel lokale mandatarissen en hoopvollen – ze zullen de komende maanden ongetwijfeld in trosjes tegelijk toegestroomd komen – die dachten in 2012 de slag van hun leven te kunnen slaan in hun eigenste gemeente, zo een beetje naar het voorbeeld van 13 juni. En dan nog wel met mandaten die zes jaar lang kunnen meegaan als men er zelf de brui niet aan geeft!

Wat is dan het andere alternatief voor de zomer van 2011? De federale regering laten vallen als andermaal blijkt dat een Franstalig gegeven woord om in de toekomst tot een communautair akkoord te komen minder waard is dan Griekse overheidsstatistieken? Dankzij het systeem van de overheidsdotaties zal er voor de N-VA zoveel op het spel staan dat Bart de Wever al zeer zeker van zijn stuk zal moeten zijn om het recente voorbeeld van Alexander de Croo te mogen volgen. En we hebben het dan nog niet gehad over alle mandatarissen die ervoor zullen moeten vrezen niet herverkozen te raken. Helemaal uitsluiten kunnen we natuurlijk niet, maar het zou ons sterk verbazen als de N-VA van na 13 juni 2010 uit eigen beweging vervroegd uit een federale regering zou stappen.

Daarmee ligt de conclusie dan ook voor de hand: stapt de N-VA vandaag (of morgen) in een federale regering met een Franstalige belofte over een staatshervorming in een niet al te nabije toekomst, dan zal ze naar alle waarschijnlijkheid in die regering gevangen zitten tot 2014. Bovendien loopt ze het risico dat een op wraak beluste CD&V in die regering dezelfde rol op zich zal nemen als die van de Open Vld in de opeenvolgende regeringen-Leterme I, -Van Rompuy I en -Leterme II. Weigert de N-VA echter toe te treden tot een regering, riskeert ze nog voor het jaar om is een aanzienlijk deel van haar mandaten en overheidsgeld kwijt te spelen, en dat dan nog bovenop het feit dat het daarmee haar aartsvijand Vlaams Belang impliciet gelijk heeft moeten geven. Je zou al voor minder beginnen wensen dat de verkiezingsoverwinning een beetje minder groot was geweest.

Labels: , , , ,

Read more...

3 juli 2010

Het meisje is sterk

Toen ik vorig jaar een uitnodiging kreeg om op een symposium in Amsterdam (dat komende zaterdag 10 juli plaatsvindt) het veelgenoemde maar slechtbegrepen begrippenpaar yin & yang te komen verduidelijken, stonden de Vlaamse media net bol van gekakel over de avonturen van VB-politica Marie-Rose Morel. Haar wedervaren was geen soap, zoals de kranten toen schreven, maar hoog drama, echt stof voor de Grote Vlaamse Film, te maken nadat de Vlaamse onafhankelijkheid een einde stelt aan de steeds slechter wordende vaudeville van de Belgische politiek. Bovendien bleek het een illustratie te vormen bij het yin/yang-denken en vooral bij een welbepaalde passus uit de grondtekst ervan, het 31 eeuwen oude Boek der Veranderingen (Yijing, I Tjing).




“Nü zhuang, wu yong qu nü”, zo opent hoofdstuk 44 (Gou, "Het tegemoetkomen") van dat 31 eeuwen oude Boek: “Het meisje is sterk; trouw niet met dat meisje.” Hoewel allerlei softies dat werk als een vrouwvriendelijk en zweverig boek beschouwen, zou ik het een hard boek noemen, een boek over staatkunde en loopbaanplanning, en bovendien geschreven vanuit een bij uitstek patriarchaal standpunt. Het is eigenlijk de bijbel van het seksisme. Het gaat uit van de tegenstelling tussen yin en yang, vrouwelijk en mannelijk, zacht en hard, de weerkaatsende maan en de lichtende zon, de aarde beneden en de hemel boven. De aarde ondergaat lijdzaam alles waarmee de hemel haar bestookt: meteoren, zonnestralen, regen, blikseminslagen. Zo moet, volgens de Chinese wijzen uit de voortijd, ook de vrouw de penetraties en slagen van haar man ondergaan. Later heeft de beschaving toegeslagen en zijn de Chinezen het wat vrouwvriendelijker gaan omduiden, maar de rauwe grondtekst houdt de vrouw er onbeschroomd onder.

De basisbetekenis van yin is “bewolkt, dof”, die van yang is “zonnig, fel”. Dat zou dus het wezensverschil zijn tussen de vrouw en de man. Het Boek wijst de geslachten ondubbelzinnig hun plaats: de man is sterk en geeft leiding, de vrouw is zwak en gehoorzaamt. Hoofdstuk 37, Jia, “Het gezin”, is terzake ondubbelzinnig. Het beveelt de vader aan, liever te streng te zijn dan vrouw(en) en kinderen zich te laten uitleven. Over de rol van de vrouw bestaat geen twijfel: “Zij moet niet toegeven aan haar gril, zij moet binnen voor het eten zorgen.”

In "Het tegemoetkomen" neemt de vrouw echter het initiatief. Het bijbehorende beeld toont één vrouw die zich bij een uitsluitend mannelijk gezelschap voegt. Ziedaar de moderne vrouw die mannelijk terrein betreedt, de politiek bijvoorbeeld. En die daar allerlei seksistische verdachtmakingen moet trotseren, zoals Marie-Rose Morel ruimschoots ondervonden heeft, zowel van collega’s als van de media. En die dubbel zo goed moet presteren om halvelings voor vol aanzien te worden.

Koning Wen en zijn zoon, de hertog van Zhou, de samenstellers van het Boek, evenals de latere confuciaanse commentatoren, beschouwden zulk stoutemeisjesgedrag als strijdig met de juiste verhoudingen. In de cycliciteit van de natuur gebeurt het weliswaar dat het sterke geslacht soms zwak is en het zwakke sterk, maar een gunstig moment is dat toch niet. Zoals de herfst onvermijdelijk en noodzakelijk is maar toch minder verwelkomd wordt dan de lente. De krachtenconfiguratie die toelaat dat de vrouw domineert, moet men vooral niet voeden doch laten overwaaien. Seksistisch, ongetwijfeld, maar de oude Cultuurkoning zou zich in de wereld van na de vrouwenemancipatie best thuis gevoeld hebben. Immers, hoe meer de moderne maatschappij van zijn beginselen afwijkt, hoe meer de gevolgen daarvan hem gelijk geven.

Sterke vrouwen liggen inderdaad niet zo goed in de markt. Al die geslaagde carrièrevrouwen van tegenwoordig schrikken de mannen af. Persmuskieten en politieke collega’s gingen zich klein en wrokkig voelen in Marie-Rose Morels schaduw. In hun privéleven worden geslaagde vrouwen veelal genoopt om alleen te blijven. Of ze zijn getrouwd en hun man kan het niet meer uitstaan, zo’n vrouw in de wereld in plaats van op haar plaats binnenshuis. En dan volgt een vechtscheiding, zoals Morel er één te beurt gevallen is. Of twee, één met haar echtgenoot en één met de leiding van haar partij.

Ja, een vrouw die zich vrij vecht, tornt niet alleen op tegen haar omgeving, maar tegen het gewicht van een hele traditie, teruggaand tot het begin der mensheid en zelfs tot het ontstaan van de geslachten. Vanuit het oogpunt van de ervaring der beschavingen zou men het project vrouwenemancipatie als een knettergekke afwijking kunnen beschouwen. Zoals de hemel/yang voorgoed boven is en de aarde/yin voor eeuwig aan hem ondergeschikt, zo is de verhouding tussen de geslachten onwrikbaar vastgelegd.

Aha, maar juist daar vinden we de zwakke plek in het yin/yang-conservatisme. Dat eeuwig statische ontkent juist de yin/yang-polariteit tussen statisch en dynamisch. Er is in die verhouding wel degelijk beweging mogelijk, maar daar is actie voor nodig. Actie en dynamiek zijn yang, mannelijk, en het is natuurlijk de man die kosmische veranderingen tot stand gebracht heeft en daarmee de mogelijkheidsvoorwaarden geschapen voor de vrouwenemancipatie. Door de wasmachine uit te vinden, bijvoorbeeld, iets wat geen vrouw ooit bedacht of gekund heeft. En de man heeft in de hemel/yang nog iets tot stand gebracht dat als kosmische rechtvaardiging kan dienen voor evoluerende geslachtsverhoudingen op aarde/yin.

Dat het zwerk boven is en de aarde beneden, is niet onontkoombaar. Zolang de trilobieten en brontosaurussen en Neanderthalers op deze aarde gevangen zaten, leek het wel zo. Maar dan is de moderne mens (en daarmee bedoelen we natuurlijk de moderne man) aan dat vertrouwde wereldbeeld gaan sleutelen. Tussen 1969 en Morels geboortejaar 1972 hebben 12 mannen op de maan gewandeld. Zoveel als er Olympische goden zijn en tekens in de dierenriem. Zij behandelden een hemellichamen zoals de mensheid tot dan de aarde behandeld had: zij zetten er hun voeten op. Waar zij stonden, keken zij neer op een donker hemellichaam en zagen zij op naar de aarde, die nu op haar beurt een blauw glanzend hemellichaam werd, groter zelfs dan zon of maan van op aarde. Zij hebben proefondervindelijk bewezen wat voor de primitieven absurd moet geleken hebben, voor de antieken hoogstens een stout vermoeden was, en voor Isaac Newton slechts een theoretisch afgeleide zekerheid: dat de aarde een deel is van de hemel, dat op hemellichamen dezelfde natuurwetten gelden als op aarde, dat de verschillen tussen de aarde en de hemellichamen louter een kwestie van veranderlijk standpunt zijn.

Neerkijken op een hemellichaam onder je voeten, opkijken naar de aarde: de astronauten hebben een miljarden jaren oude zekerheid doorbroken. In dat licht wordt de anti-autoritaire golf van die jaren volkomen vanzelfsprekend. Als zelfs de oerpolen hemel/yang en aarde/yin van plaats kunnen wisselen, dan is het toch maar normaal om ook andere ingeroeste machtsverhoudingen in vraag te stellen: tussen bestuurders en onderdanen, tussen ouders en kinderen, tussen leerkrachten en leerlingen, en tussen man en vrouw. De mannen die de uitdaging van XX-bechromosoomde nieuwkomers als een onrecht ervaren, dat zijn als het ware diegenen die nooit voet op de maan gezet hebben, die bij Moeder Aarde’s rokken zijn blijven zitten. Ondernemende mannen die van de grond geraakt zijn en zich het yange/hemelse gezichtspunt eigen gemaakt hebben, zijn klaar voor de vrouw die op haar beurt haar plaats aan de uitspansel verwerft.

Het meisje is sterk en zal nog van zich laten horen.

Labels: , , ,

Read more...

2 juli 2010

4 essentiële elementen in de nieuwe Belgische (con)federatie.

Dit artikel werd al enige tijd geleden geschreven. Naar aanleiding van het persbericht over het 'voorstel Eyskens' publiceer ik het nu op IFF met enkele aanpassingen (ingekorte inleiding).

Al jaren bekijk ik het Belgische stelsel met het oog op een Staatshervorming gericht op een pacificatie van het communautaire conflict (in zekere mate) die eveneens een omschakeling vereist naar een bottom-up (con)Federale Staat. Deze visie is gebaseerd op het concept van de Natiestaat als fundamentele hoeksteen van een Staat, waarbij de Natie gedefinieerd werd als een politiek-culturele gemeenschap gesitueerd op een duidelijk afgebakend grondgebied.

België omvat 3 naties in verschillende stadia van ontwikkeling: een Vlaamse, een Franstalige (Belgisch-nationalistische) en een ontluikende Duitse 'Belgische' invulling...concreet: de drie gemeenschappen met als gebiedsafbakening de taalgebieden. Het concept is ook opgebouwd vanuit een Vlaamsgezind perspectief met een indringende invloed die men kan omschrijven als een 'internationaal veiligheidsbeleid' gericht op de overleving van een Vlaanderen in een internationale wereld.

Wat volgt is mijn persoonlijke mening over de nakende Staatshervorming waarbij ik 4 essentiële elementen opsom die mij noodzakelijk lijken. Het is en blijft een theoretisch concept over een nieuwe Belgische (Con)Federatie...beter iets dan niets.

Op basis van Artikel 35 van de Grondwet (1) kan men beslissen welke bevoegdheden nog Federaal uitgeoefend zullen worden en welke bevoegdheden geregionaliseerd zullen worden. Hiervan lig ik veel minder wakker, eigenlijk laat ik aan anderen om hierin hun keuze te maken.

1. Het probleem 'Brussel' en BHV.

De communautaire pacificatie - één van de drijfveren voor de Staatshervormingen in het verleden - heeft één conflictzone niet weten te pacificeren: 'BHV'. In essentie draait Brussel-Halle-Vilvoorde niet louter om een juridische techniciteit, een schending van de grondwet, maar om een oud communautair pijnpunt.

De taalwetgeving is nooit één dag naar behoren gerespecteerd geweest in de 19 Brusselse gemeenten, het huidige Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. De 'stadsvlucht uit Brussel' die men beter zou kunnen omschrijven als 'gewestvlucht' naar Vlaanderen houdt een sluipende Verfransing van de Vlaamse Rand levend, terwijl het net de bedoeling was om die Verfransing 'te stoppen'. Conclusie: het systeem werkt niet, geen communautaire pacificatie in BHV. Nog steeds dringt het niet door dat men respect moet hebben voor de indeling in taalgebieden.

BHV is een defensieve Vlaamse reactie (scheiding Brussel van Vlaanderen) die een Franstalige offensieve tegenreactie teweeg bracht ('uitbreiding Brussel'). Een simpele splitsing van BHV ontneemt de Franstalige inwoner in Halle Vilvoorde geen enkel recht en zou een discriminatie beëindigen. In België heerst er stemplicht, geen stemrecht...m.a.w. een plicht, geen recht.

Het probleem voor de Franstalige partijen is dat - bij een scheiding van BHV - zij aparte kieslijsten zullen moeten indienen in de kieskring Vlaams Brabant, dat zal heel wat administratief werk opleveren en zetels kosten. Bovendien komt er dan een scheiding tussen Franstaligen woonachtig in Vlaanderen & woonachtig in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot stand...opmerkelijke Franstalige tegenkanting, zij die steeds weer spreken over een Volwaardig Brussels Gewest los van Vlaanderen en klagen over de 'Vlaamse omsingeling'.

Het gevolg van de ingenomen stellingen is een botsing tussen twee beginselen: het ('Vlaamse') Territorialiteitsbeginsel tegen het ('Franstalige') Persoonlijkheidsbeginsel. In essentie stellen de Franstaligen dat grenzen van geen belang zijn, de taalrechten voor een Franstalige volgt hem of haar ongeacht waar men zich vestigt in België. Terwijl het territorialiteitsbeginsel verduidelijkt dat dit land opgedeeld is in diverse gebieden waaraan bepaalde rechten & gevolgen verbonden zijn, in Vlaanderen zwaait het Vlaams Gewest & Gemeenschap de plak voor haar bevoegdheden en is Nederlands de enige officiële bestuurstaal in het Nederlandstalige taalgebied.

Mijn persoonlijke mening is dat een communautaire pacificatie in BHV deels mogelijk is, in samenspraak met een oplossing voor het probleem BHV. Om hiertoe te komen moet men wel bereid zijn om ingrijpende veranderingen door te voeren, hervormen om te behouden voor sommigen...hervormen om een stap voorwaarts te zetten voor anderen. Wat volgt is een theoretische oplossing waarbij vooral de indeling in taalgebieden behouden blijft maar de gewest en gemeenschapstructuren aangepast worden.

2. Fouten in de Staatsstructuur weggommen en hertekenen.

Het eerste probleem binnen de Belgische Staatsstructuur is de asymmetrie tussen Gewesten en Gemeenschap (2). Deze moet weggewerkt worden om te komen tot 3 volwaardige deelstaten: Vlaanderen, Wallonië, Eupen-Malmedy/Duitstalige.

Ik ga volkomen akkoord met Bart De Wever toen hij stelde dat Brussel niet de bevoegdheden moet beschikken om een land te regeren maar om een stad te besturen. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verdwijnt best, het tweetalig taalgebied zal blijven bestaan en omwille van de federale hoofdstedelijke functie stel ik voor deze onder toezicht te brengen onder de bevoegdheid van de Eerste Minister. De gewestelijke bevoegdheden van het huidige BHG moeten overgaan naar het Vlaams Gewest, de Gemeenschapsbevoegdheden blijven behouden binnen de huidige verdeling.

Op het Duitstalige taalgebied komt een Duitstalige deelstaat tot stand met een federale parlementaire vertegenwoordiging. Het Nederlandstalige taalgebied blijft exclusief beleidsgebied van het Vlaams Gewest en Gemeenschap dat gezamenlijk een 'Vlaamse deelstaat' zullen vormen. Het Franstalige taalgebied blijft exclusief beleidsgebied van het Waals Gewest en Gemeenschap dat samen een 'Franstalige deelstaat' zal vormen.

De invoering van een Duitstalig taalgebied komt eigenlijk tegemoet aan een Franstalige opmerking/visie...een België bestaande uit twee gemeenschappen zal uitmonden in een vechtfederalisme tussen twee kemphanen zonder een neutrale derde partij. De Franstaligen zien echter Brussel als 'neutrale derde' zonder rekening te houden met de verdeling tussen NL & FR binnen die gewestelijke structuren. De Duitstaligen vormen de enige derde volwaardige gemeenschap in België die een neutraler standpunt zouden kunnen innemen, indien ze minder afhankelijk werden van het Waals Gewest.

De 19 Brusselse gemeentebesturen zullen samengevoegd worden tot één paritair samengesteld Stadsbestuur Brussel(3) - in ruil voor behoud van de pariteit i/d Federale regering. Er komt één Politie- en Brandweerzone Brussel, met volledig tweetalig personeel bij de hulpdiensten. De Federale overheid zal ertoe moeten zien dat het Brusselse Stadsbestuur geen beslissingen nemen die zouden indruisen tegen de hoofdstedelijke functie, daarbij zal zij ook voorzien in verdere financiële hulp aan het Brusselse Stadsbestuur omwille van die hoofdstedelijke functie. Desnoods kan men goochelen met 'DC' statuten.

Blijft het probleem van de gemeenschapsdeling in het tweetalige taalgebied, de oplossing ligt bij de invoering van de 'subnationaliteit'(4). Het concept is simpel doch praktisch. Allen hebben we een Belgische nationale identiteitskaart maar we zijn tevens Vlaming/Nederlandstalige, Waal/Franstalige en Duitstalige. Laat ons die drievuldigheid invoeren in de Belgische nationaliteit en daaraan de persoonsgebonden materies koppelen. De Belgische burger zal zelf moeten aangeven tot welke taalgemeenschap hij of zij wenst te behoren, hij of zij zal eveneens moeten voldoen aan 'toetredingscriteria'. Die keuze brengt gevolgen met zich mee indien de sociale zekerheid gesplitst zou worden, enz.

De invoering van subnationaliteit zou het theoretisch mogelijk maken om over te schakelen naar een niet-gebiedsgebonden kiessysteem, naar een persoonsgebonden kiessysteem. Ongeacht waar u woont ter wereld, u beschikt over de Belgische nationaliteit en over een bepaalde subnationaliteit...u kan stemmen op politici en lijsten die toebehoren tot uw taalgemeenschap. Gedaan met de inschrijving van buitenlandse ingezetenen in BHV-gemeenten. Het impliceert wel een 'nationale kieskring' doch met een duidelijke en strikte invulling van een taalwetgeving, hetgeen de dreiging voor grenswijzigingen moet wegnemen.

Andere mogelijkheid is een aanpassing van de taalwetgeving, indien u gaat wonen in een ander ééntalig taalgebied kan u ervoor zorgen om uw oorspronkelijke bestuurstaal te behouden...mits het betalen van een vertaalvergoeding uit uw eigen persoonlijke geldbeugel...dan kan men eveneens de taalfaciliteiten afschaffen. Een verstrenging van de taalwetgeving in de ééntalige taalgebieden gericht op commercieel taalgebruik, naar analogie met Quebecq, zou eveneens een mogelijkheid vormen net als het invoeren van het Engels als vierde officiële bestuurstaal (voor internationale verrichtingen).

De invoering van subnationaliteit impliceert de regionalisering van het asiel-, migratie- en naturalisatiebeleid naar de drie deelstaten. Dit zou net één van de pijnpunten in de Belgische politiek kunnen oplossen: Franstaligen zijn voorstander van een zeer soepel asiel-, migratie- en naturalisatiebeleid, Nederlandstaligen hebben een totaal tegenovergestelde visie. Mensen die beschikken over voldoende potentieel om een gezonde toekomst op te bouwen zijn welkom, politieke vluchtelingen kunnen tijdelijk asiel bekomen tot het onheil voorbij is, economische vluchtelingen kunnen mits tewerkstelling wellicht tijdelijk toegang verkrijgen. Subnationaliteit kalibreert ook de taalverhoudingen opnieuw en stelt het mogelijk om een proportionele taalverhouding in te voeren bij het asiel-, migratie- en naturalisatiebeleid.

3. Conclusie

Het gevolg van deze wijzigingen is een (con)federaal België met een bottom-up structuur die gestroomlijnd werd met drie symmetrische Deelstaten en met een nieuwe kans tot communautaire pacificatie.

Lukt het dan nog niet...dan loopt 'België' op zijn laatste benen.

Het vereist wel serieuze opofferingen die wellicht nooit zullen plaatsvinden, de voornaamste zwakte van dit plan. De Franstaligen moeten wel gek zijn om het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op te doeken en tegelijk een Duitstalige Deelstaat in hun achtertuin toe te laten. Uitbreidingseisen voor het 'tweetalige taalgebied Brussel' zullen wellicht op tafel komen. Het minderhedenverdrag komt er niet, is niet nodig mits de geopperde aanpassingen aan de taalwetgeving. Langs Vlaamse zijde zal men moeilijk doen over bepaalde geopperde facetten bij de invoering van subnationaliteit zoals een 'nationale kieskring', versoepeling taalwetgeving waarbij Franstaligen - op eigen kosten - het Frans kunnen hanteren als administratieve taal. Franstaligen zullen dan weer klagen over de regionalisering van het asiel-, migratie- en naturalisatiebeleid.

Labels: , , , , , , , , , , ,

Read more...

1 juli 2010

Van Husserl tot Van Dun: de fenomenologie als metatheoretische fundering voor de argumentatie-ethiek (De Anarcho-Kapittels)

Deze tekst, dewelke u met onderstaande link via Google Documenten kunt afladen (wegens technische redenen kreeg ik het niet in een Blogbericht gepubliceerd), diende als voorbereiding bij een presentatie gegeven op de Rothbard Kring te Leuven op maandag 28 juni jongstleden. Ik publiceer ze bij deze louter ter informatie voor zij die geïnteresseerd mochten zijn het te lezen. Niettemin wil ik de potentiële lezer er wel voor waarschuwen dat lectuur ervan zich best leent tot dit komend weekend of de dagen erna, vermits volgens - weliswaar louter probalistische! - voorspellingen de temperatuur naar een ietwat aangenamer dalmoment zal afzakken, wat ongetwijfeld een beter begrip van deze tekst met zich mee zal brengen. De begeleidende whisky die u bij dit overzicht nuttigt, mag daarentegen wél een hoog aantal graden tellen.

Tot slot wens ik me nog te verontschuldigen ten overstaan van diegenen die afgelopen maandagochtend de verzengende hitte hebben getrotseerd om mijn lezing bij te wonen, wegens mijn filosofische blunder om enkele essentiële notaties in verband met symbolische conjunctie, disjunctie en predicaat op een weinig orthodoxe manier weer te geven. Deze fout is in deze elektronische versie vanzelfsprekend rechtgezet.

Xavier Meulders


Voor de tekst in kwestie, zie https://docs.google.com/leaf?id=0BzrJvpRlBNmqM2IzNzQ3YTYtZjM2Ni00ZGZmLTkwMDgtMWUzOThmYTUyZWQ4&hl=nl
Read more...

28 juni 2010

Het «schitterende» resultaat van Yves Leterme in West-Vlaanderen (Hoegin)

Dat de CD&V op 13 juni in Vlaanderen een historisch slecht resultaat neerzette, daar twijfelt niemand aan. Maar onder de journalisten schijnt er wel een consensus te bestaan dat Yves Leterme in West-Vlaanderen een goed, ja zelfs een «schitterend» resultaat zou behaald hebben. Maar was dat resultaat dan werkelijk zo goed?

Bart Brinckman schreef afgelopen zaterdag nog in De Standaard het volgende ter verdediging van Yves Leterme: «Zijn West-Vlaamse uitslag was schitterend. Mocht elke christendemocraat het even goed hebben gedaan, CD&V keek niet aan tegen de grootste nederlaag uit de geschiedenis.» Voor zichzelf had Yves Leterme de dag vóór de verkiezingen de lat nog op 23% gelegd, met een eerste plaats voor de partij. Die lat kwam er overigens als reactie op de verwachtingen voor de CD&V op Vlaams niveau – niet het West-Vlaamse niveau dus. Daarmee hielp hij zelf, al dan niet bewust, de verwarring over het resultaat van zijn partij in zijn eigen kieskring in de wereld.

Vandaag weten we dat de CD&V op 13 juni 2010 in West-Vlaanderen 23,01% van de stemmen haalde. Op een totaal van 785.221 stemmen spreken we daarmee over een overschot van welgeteld 102 stemmen boven het eerste deel van de zelfopgelegde lat van Yves Leterme. Wat het tweede deel betreft, moeten we vaststellen dat de N-VA ook in West-Vlaanderen de grootste partij werd, met bijna één procent stemmen meer dan de CD&V. Als we dus naar de zelfopgelegde lat kijken, moet Yves Leterme al heel mild voor zichzelf zijn – en dat is hij natuurlijk ook – om tevreden te kunnen zijn over zijn resultaat van 13 juni. Maar misschien past het toch even het resultaat in een locale en historische context te plaatsen, kwestie van na te gaan of Yves Leterme de lat voor zichzelf überhaupt wel bóven de grond had gelegd…

Vergelijken we de score van deze maand immers eens met de verkiezingen van verleden jaar voor het Vlaams Parlement, dan betekent 23% in West-Vlaanderen voor CD&V wel degelijk een stevige… achteruitgang. De partij haalde er in 2009 nog meer dan 28%, een vijfde meer dus. Bovendien was ze toen tweemaal zo groot als haar eerste achtervolger, de sp.a. Zich kunnen handhaven als de grootste partij had in West-Vlaanderen dus eigenlijk een makkie moeten zijn, maar toch lukte het niet. Vergeleken met 2009 kan het resultaat van Yves Leterme in West-Vlaanderen dus moeilijk als «schitterend» omschreven worden. De achteruitgang is er misschien minder groot dan in de rest van Vlaanderen, maar het is en blijft een stevige aderlating. Over de invloed van Yves Leterme op de uitslag van de partij buiten West-Vlaanderen hebben we het dan nog niet eens gehad.

Maar gaan we nog verder terug in de tijd, dan blijkt dat CD&V en N-VA in kartel in 2007 voor de Kamerverkiezingen nog 34,2% haalden in West-Vlaanderen. In 2004 waren ze voor de Vlaamse verkiezingen nog goed voor 33% van de stemmen. In 2003 stemde iets minder dan 27% van de West-Vlamingen voor CD&V. In 1999 haalde de CVP in West-Vlaanderen nog 28% van de stemmen; vier jaar eerder zat ze nog boven de 31%. Bij elk van die verkiezingen was CVP/CD&V, al dan niet in kartel met de N-VA, met afstand de grootste partij in de provincie. Kijken we dus meer dan één jaartje terug in de geschiedenis, blijkt alweer dat het resultaat van 13 juni 2010 in West-Vlaanderen helemaal geen goed resultaat was voor de CD&V. Ook historisch gezien kan het resultaat niet anders dan slecht genoemd worden.

Blijft nog de vraag waarom zoveel journalisten denken dat Yves Leterme eerder deze maand in West-Vlaanderen een goed resultaat zou behaald hebben. Vergeleken met de Vlaamse uitslag – 17,58% – lijkt 23,01% misschien een relatief goede resultaat. Maar het West-Vlaamse resultaat dient niet vergeleken te worden met het Vlaamse resultaat, wel met de locale historische uitslagen van de partij in West-Vlaanderen. Appelen en citroenen, het blijft duidelijk een moeilijke oefening is voor onze Vlaamse journalisten…

Labels: , , ,

Read more...

27 juni 2010

Doorgeprikt staat netjes, ook bij Evita Neefs

Evita Neefs schaart zich in De Standaard aan de kant van Barack Obama die zijn Europese collega’s waarschuwde tegen het te snel stopzetten van de economische stimulus. Neefs wil dat er een halt wordt toegeroepen aan de besparingsdrift van de Europese leiders. Die besparingsdrift dreigt ons sociaal zekerheidssysteem in gevaar te brengen. Nonsens.

Enkele maanden geleden nog lanceerde Jean-Pierre Van Rossem zijn eigen stimulusplan. Zijn voorstel bestond erin dat de overheid gedurende een periode van vijf jaar een deel van het spaargeld van de burgers in beslag zou nemen. Ze kregen het uiteindelijk terug, met rente, maar kwijt waren ze in die periode van vijf jaar wel degelijk. Een dwangmaatregel dus.

Met dat geld - tientallen miljarden euro’s - zou dan een mastodont van een staatsbedrijf worden opgericht, dat onmiddellijk honderdduizenden werkzoekenden aan een jobs zou helpen. Dit bedrijf zou dan geleid worden door CEO’s van private ondernemingen en door economisten zoals Paul De Grauwe en Geert Noels. Die CEO’s en economisten moesten dan op zoek gaan naar investeringsprojecten. Het resultaat was een onmiddelijke injectie van koopkracht, een verminderde overproductie en een economisch herstel.

Maar wat als al die extra koopkracht opnieuw zou worden gespaard? Dan wordt het een pure vestzak-broekzakoperatie. Het in beslag genomen spaargeld komt via een omweg terug terecht bij de banken. Zo zijn er nog andere gaten in het idee, maar de belangrijkste hinderpaal is toch wel het planmatig karakter van het ...plan. De planeconomie is bij het voorstel van Van Rossem volledig terug. De overheid die beslist wat met het spaargeld van de burgers wordt gedaan, de overheid die honderduizenden werklozen tewerk stelt, de overheid die de investeringsprojecten kiest. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de overheid zo’n taak tot een goed einde kan brengen, met of zonder hulp van private CEO’s en economisten.

Punt is dat de Europese besparingsdrift helemaal niet tegengesteld hoeft te zijn aan het stimuleren van de economie. Het voorstel van Van Rossem had vooral de verdienste dat er geen geld werd bijgecreëerd en dat het overheidstekort en bijgevolg de rente niet steeg.

Maar er zijn betere alternatieven.

Waarom verlagen we niet massaal de personenbelasting alsook de werkgeversbijdragen? De verlaging van de personenbelasting vertaalt zich direct in een verhoging van de private koopkracht. En een verlaging van de werkgeversbijdragen zet de bedrijven ertoe aan extra mensen in dienst te nemen. Ook dat stimuleert de economie. Het is dus niet nodig om spaargeld van de mensen in beslag te gaan nemen en een nieuw overheidsbedrijf op te richten.

Maar lopen hierdoor de overheidstekorten niet op, en daardoor de rente? Deels wel en deels niet. Er zijn uiteraard terugverdieneffecten, waarvan we kunnen aannemen dat die in tijden van crisis en overproductie, groter zijn dan anders.

Daarop volledig vertrouwen zou echter verkeerd zijn. Net daarom is die besparingsdrift zo belangrijk. Om deze vrij simpele maar effectieve stimulus voor de economie mogelijk te maken en zelfs te versterken, moet de overheid de tering naar de nering zetten. Hierdoor worden de tekorten gedrukt en stijgt de rente niet. Bovendien kan de burger erop vertrouwen dat de overheid in de toekomst de belastingen niet opnieuw moet verhogen om het tekort te dichten. Dit vertrouwen vertaalt zich doorgaans in meer consumptieuitgaven. Besparen bij de overheid is dus stimuleren van de private consumptie.

Bewijzen stapelen zich bovendien op dat het terugdringen van de overheidsuitgaven geen negatieve impact heeft op de economische groei, geen noemenswaardige gevolgen heeft inzake inkomensongelijkheid, en net de redding van de sociale zekerheid kan betekenen.

Dat is het Europa dat we willen uitbouwen, Evita!

Labels: , , ,

Read more...

Het Kerkelijk Rookgordijn

Op 24 Juni 2010 viel het gerecht binnen in het Aartsbisschoppelijk paleis en Sint-Romboutskathedraal. 475 dossiers van de Commissie ‘Adriaenssens‘ werden meegenomen, archiefstukken werden in beslag genomen voor verder onderzoek omtrent Pedofiliezaken. Tijdens die ‘huiszoeking’ werd ook een crypte opengebroken nadat een plaatselijke medewerker gewezen had op recente werken die er plaatsvonden. De media springt eveneens iets te gretig op het verhaal, een smeuïg schandaal die de Belgische Kerk op haar grondvesten doet daveren met bovenop een verkiezingsnederlaag voor de CD&V (‘De Katholieke Partij’ van Vlaanderen)…times are changing?

In een eerste reactie sprak men over een schending van de privacy en vertrouwensband tussen slachtoffers & de Commissie Adriaenssens. De privacy van de meegenomen dossiers is niet in gevaar, een onderzoeksrechter mag deze niet zomaar openbaren.

Uiteindelijk is de Commissie Adriaenssens een intern Kerkelijk systeem om klachten inzake pedofilie te behandelen & af te handelen, een soort intern verwerkingsapparaat. Daarnaast bestaat het Statelijke Gerechtelijk apparaat om strafbare feiten te onderzoeken, de schuldigen te vinden & bestraffen. Eigenlijk had de Commissie Adriaenssens meteen moeten samenwerken met het Gerecht. Professor Adriaenssens verklaarde in de pers dat de Commissie goed samenwerkte met het Gerecht, alleen vergat hij te verduidelijken wat die samenwerking inhield. Wat hield het akkoord tussen de Commissie Adriaenssens (de Kerk) en Justitie – onder voogdij van Minister De Clerck – juist in? Dat blijft onduidelijk.

Ik sluit me eigenlijk aan bij de uitspraken van de Luikse procureur-generaal Cédric Visart de Bocarmé geuit in Het Nieuwsblad (27 Juni 2010) : ” ‘Het parket en de commissie hebben niets met elkaar te maken en werken absoluut niet samen in verband met individuele dossiers. Maar we kunnen die commissie niet verbieden te bestaan en dossiers te verzamelen. Ze mag verzamelen wat ze wil. En het is de verantwoordelijkheid van de commissie om te beslissen wat ze doet met die verzamelde dossiers. Maar als ze beslist dat ze sommige van die dossiers niet aan het gerecht geeft, dan loopt ze het risico dat een onderzoeksrechter zal beslissen dat ze opgehaald moeten worden. Het was te verwachten dat het zou gebeuren, en dat is nu ook gebeurd.’”

Het onderzoek lijkt mij eveneens een logisch gevolg rond de pedofiliezaak Van Gheluwe, daarin was er sprake dat de Kerkelijke autoriteiten – lees Kardinaal Danneels – op de hoogte waren van de misbruiken. Hoe is die pedofiliezaak aan het licht gekomen? Door het gedwongen ontslag van Bisschop Van Gheluwe omdat het slachtoffer niet met zich liet sollen en geen doofpotoperatie duldde. Sindsdien zijn er meer dan 400 dossiers bijgekomen! Bijgevolg lijkt het mij logisch dat de Staat verder onderzoek voert naar mogelijke doofpotoperaties binnen de Kerk en verder misbruik door geestelijken. Kindermisbruik is zowat één van de zwaarste en meest inhumane vergrijpen ten aanzien van kinderen, ten aanzien van minderjarigen…daar kunnen we geen medelijden voor hebben. Het wegmoffelen van zulke zaken evenmin.

De Kerk kloeg over imagoschade…het Gerecht heeft gewoon een huiszoeking uitgevoerd in het kader van een strafonderzoek. Het imago van de Kerk was al geschonden, dat heeft de Kerk aan zichzelf te danken in de moderne mediatieke wereld. Sinds die huiszoeking is de Kerk begonnen met het aanleggen van een rookgordijn onder de noemer ‘Kerkelijk diplomatiek incident‘. Nu spreekt men over een gebrek aan respect voor het Kerkelijk Instituut, grafschennis en disproportionele onderzoeksverrichtingen. De realiteit is dat we spreken over een onderzoek naar Pedofilie in de Kerk, daar gaat het om. Het gaat niet om de Heilige Onschendbaarheid van de Kerk.

De pogingen van de Kerk om de discussie af te wenden naar een ‘diplomatiek incident’ vind ik eigenlijk grotesk. De Kerk zou beter wat meer nederigheid en respect hebben voor de slachtoffers van pedofiele geestelijken. De Kerk heeft er baat bij om die interne rotzooi op te ruimen.

Als de Kerk deze zaak wil laten escaleren tot een diplomatiek incident waarbij ze een gebrek aan respect verwijt van de Staat dan is het tijd hen erop te wijzen op het gebrek aan respect van de Kerk aan de Staat…zoals het ondersteunen & onderdak verlenen aan illegale asielzoekers die met hongerstakingen, chantagepraktijken, trachten hun regularisering af te dwingen. De enige reden waarom de Kerk momenteel zo hoog van de toren kan blazen is omdat er tot dusver ‘niets gevonden’ werd. Er is geen ’smoking gun’, niets om de kritiek van de Kerk in de kiem te smoren. Anderzijds kan men de reactie van de Kerk ook interpreteren als een intimidatiepoging. Een donderpreek om te voorkomen dat het Gerecht nog dieper zou graven of verdere huiszoekingen zou verrichten, hetgeen de huidige crisis zou laten verder escaleren.

Labels: , , , ,

Read more...

23 juni 2010

Lessen voor de verliezers

Er is nog rechtvaardigheid in deze wereld. Terwijl Bart De Wever zijn informateursopdracht doorworstelt, bekijken wij hier eens rustig hoe zijn verkiezingszege enkele andere politieke actoren hun eerlijk verdiende loon bezorgd heeft.



Tinne Van Der Straeten, Groen!-parlementslid voor Brussel, verloor door het systeem van de apparentering haar zetel aan Eva Brems, Groen!-kandidate te Leuven. Wat een onrecht, zul je zeggen, zo’n doorgewinterde trouwe partijmilitante die baan moet ruimen voor een wit konijn dat nooit iets aan de partij of de Groene zaak bijgedragen heeft. Wel, er is ook een andere kant aan. Alleen in Brabant bestaat het systeem van de apparentering nog, elders is het door de invoering van provinciale kieskringen verdwenen. De uitzonderingspositie van Brabant is een gevolg van de niet-splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. En wie stal ook weer het hart van het FDF en de Coburgs door zich tijdens de BHV-stemming van de Vlaamse consensus te desolidariseren en niet voor de toepassing van de Grondwet (d.w.z. de splitsing) te stemmen? Groene Tinne toch wel zeker. Zij heeft haar uitstoting uit het parlement hartsgrondig verdiend. Hopelijk put zij nog lang troost uit de schouderklopjes die ze destijds in Le Soir gekregen heeft.

De Lijst Dedecker, ooit gelanceerd als de “partij van het gezond verstand”, kan over gezond verstand wat leren bij de N-VA. De partij had zich in enkele jaren kunnen profileren als het écht liberale alternatief voor de verworden Open VLD. Daartoe hoefde ze niet eens een programma te schrijven, ze had kunnen beginnen met de oude Burgermanifesten van Guy Verhofstadt. Er is daar een breed liberaal publiek voor, dat teleurgesteld is in het feitelijke gedrag van de Open VLD en rijp voor een alternatief. Nu is het omgekeerde gebeurd: een aantal van die teleurgestelden vonden hun ideologische gading niet in de LDD, die alleen negatief het nieuws haalde, en gaven hun oude partij onder de geïnspireerde leiding van Alexander De Croo een nieuwe kans. Maar vooral, zowat een derde van de LDD-kiezers heeft de beschaafde N-VA als een beter voertuig voor een beleid van het gezond verstand herkend.

Iets dergelijks geldt ook voor het VB. Een groot deel van het kiespubliek wil wel voor een uitgesproken Vlaamse en verklaard conservatieve partij stemmen, maar nooit voor het VB. (Om die reden was al het gepraat over een “Forza Flandria” bij voorbaat kansloos: in verspreide slagorde trekken de V-partijen meer kiezers dan als een ééngemaakte “partij van Filip Dewinter”.) De “vuile” stijl en de formeel afgestoten maar nooit echt volledig uitgewiste nazi-connotaties blijven een hindernis. Zelfs kiezers die vorige keer dat bezwaar doorgeslikt hebben, vonden deze keer in Bart De Wever een voldoende geloofwaardig alternatief. Hij brengt de fatsoenlijk conservatieve partij waar E.H. Johan Leman vijftien jaar geleden al om vroeg.

De partij die meer dan alle andere een ernstige les te trekken heeft uit haar nederlaag, is echter CD&V. Zij is niet alleen het meeste zetels verloren, maar ook haar statuut van Vlaanderens natuurlijke volkspartij. Doorheen de decennia hebben de Vlaamse kiezers heel veel verraad van haar op de koop toe genomen, trouw als zij waren aan hun zuil, aanhankelijk aan de typische CVP-vaderfiguren. Omdat de partij zich, net als talloze kiezers, in het centrum positioneerde, groeide de indruk dat haar ruggengraatloosheid nu eenmaal de onvermijdelijke prijs is die je voor een christendemocratische politiek moet betalen.

Maar dat is natuurlijk niet zo. Terwijl hier de CVP altijd naar de kiezer moest met een reeks leugens en uitvluchten om een regeringsbeleid te verdedigen dat niet haar eigen programma verwezenlijkt had maar wel dat van de PS, zien we in Duitsland dat de CDU-CSU wel degelijk een eigen programma nastreeft en uitvoert, en daar in coalitiebesprekingen een breekpunt van kan maken. De Duitse christendemocraten hebben ook weinig last van de ontkerkelijking die CD&V gestadig doet afkalven: zij hebben een duidelijk politiek profiel als gematigd conservatieve partij, die ook voor rand- en ex-christenen aantrekkelijk blijft. CD&V daarentegen teert nog op historische banden met de zuil, bij gebrek aan een overtuigend politiek-ideologisch palmares.

Toch kan zelfs CD&V al eens de rug rechten: bij het veto tegen de opname van Jean-Marie Dedecker in kartelpartner N-VA werd geen enkele toegeving gedaan. Toen kon zij wel vijf minuten politieke moed opbrengen. Dat zij dit zelfs lang kon volhouden, bleek bij het tragikomische mandement van de zuilverwante vakbondsleiders om vooral niet voor de N-VA te stemmen. Voorzitster Marianne Thyssen toont ook veel lef in het feitelijk verwerpen van de vijf Vlaamse resoluties en de grondwettelijke regeling inzake BHV. CD&V-ers met lef, wat gaan we nog meemaken?

De bezadigde centrumkiezer zou dat graag wat vaker zien, maar dan bij andere controverses: een partij die zijn eigen opvattingen uitdraagt en daarin kan volharden, één die niet bij de minste tegenwind door de knieën gaat. En kijk, niemand zag het aankomen, maar nu is er blijkbaar zo’n partij. Uit zijn geliefde Beieren heeft Bart De Wever een politiek model meegebracht dat mutatis mutandis tot de natuurlijke volkspartij van Vlaanderen kan worden. We weten nog niet of de indruk die hij persoonlijk van zijn overtuiging geeft, en die goed bij la Flandre profonde aansluit, ook het politiek profiel van de partij is, maar voorlopig is de kiezer bereid om dat aan te nemen. Als CD&V nog een toekomst wil, dan moet ze zichzelf tot Vlaamse CSU omvormen. Anders valt die rol voor lang aan N-VA toe.

Labels: , , ,

Read more...

21 juni 2010

We are NOT all socialists now! (Nick Roskams)

Een persbericht van het Liberaal Vlaams Studentenverbond

Het Liberaal Vlaams Studentenverbond (LVSV) waarschuwt voor ‘Griekse toestanden’ als men nog langer wacht met het voeren van een strikt budgettair beleid. Als liberale studenten zijn we vooral bezorgd om de gevaarlijke houding van de Franstalige socialisten naar aanleiding van de regeringsvorming. Het is duidelijk dat de PS geen voorstander is van de broodnodige budgettaire discipline, men komt zelfs met nieuwe belastingen en nieuwe uitgaven op de proppen. De verkiezingen van 13 juni hebben de PS wel een overwinning bezorgd, maar dat betekent niet dat de economische logica van de socialisten geloofwaardig is geworden, integendeel!

Met een hoge belastingsdruk, uitgaven die men niet onder controle krijgt en een stijgende rentelast vormt de huidige budgettaire situatie een gevaar voor de toekomstige generaties. Besparingen en de afslanking van het overheidsbeslag zijn essentieel als we willen vermijden dat België het Griekenland aan de Noordzee wordt. Alle internationale rankings geven aan dat het slecht gesteld is met de efficiëntie van de Belgische overheden en wijzen op een betere besteding van de middelen als beste oplossing. België zit bovendien aan zijn limiet van fiscale druk. De lage economische groei en een grote zwarte economie zijn hier het beste bewijs van. Het probleem van de ontsporende begroting ligt dus niet aan de inkomsten maar aan de uitgaven.

Ondanks deze feiten blijven sommige politieke partijen, met de PS op kop, nog steeds blind voor de noodzakelijke hervormingen. Zij weigeren de zuinigheid te tonen die de modale Belg al jaren noodgedwongen toepast. Ze vragen zelfs dat wij allemaal nog meer van ons geld op tafel leggen om deze inefficiëntie te blijven bekostigen. In deze economisch onzekere tijden is er niets asocialer dan de mensen te laten betalen voor de eigen inefficiëntie van de overheid en de schulden door te schuiven naar de toekomst. De liberale studenten waarschuwen: “Alle verspilling die men vandaag gedoogd, zal door de jonge generatie dubbel worden betaald.”

De liberale studenten roepen alle partijen op om de ernst van deze situatie in te zien en niet mee te stappen in de socialistische retoriek van de PS. Beleidskeuzes moeten gebaseerd worden op feiten en rationaliteit, niet op de sentimentele houding van sommige politici. Besparen heeft immers niets te maken met harde maatregelen maar met verantwoordelijkheid jegens de bevolking. Met besparen raakt men niet de modale Belg maar wel de inefficiënte werking van de overheid waar de modale Belg onder lijdt. Het is de socialistische laksheid die de huidige begrotingssituatie heeft gecreëerd. De oplossing voor dit probleem is niet meer van hetzelfde maar minder!


Voor meer informatie:
Franc M.J. Bogovic, voorzitter LVSV Nationaal
Nick Roskams, politiek secretaris LVSV Nationaal


Het LVSV is een onafhankelijke studentenvereniging die al sinds 1930 de liberale studenten aan de Vlaamse universiteitssteden verenigt en ideologische bewogenheid verzoent met studentikoziteit. Vanuit een overtuiging van individuele vrijheid pleit het LVSV boven partijen heen voor een consequente liberale koers binnen het politieke landschap.

Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>