16 oktober 2005

Het vrije woord en de ideologie van de multiculturele samenleving

Bij wijze van inleiding, een wekroep.

1. Na de bezorgde lezing door onze Noord-Nederlandse collega Cliteur (The Nature and Limits of Academic Freedom in a multicultural society) wil ik op mijn beurt graag een antwoord proberen te geven op de vraag naar de staat van de vrijheid van meningsuiting in dit land met betrekking tot de zogenaamde problematiek van de multiculturele samenleving.

Laat mij maar dadelijk zeggen dat het antwoord op de vraag of die vrijheid van meningsuiting rechtens nog bestaat in dit land m.i. duidelijk neen is. Die vrijheid wordt in ons land weliswaar nog niet vermoord met kogels. Doch in andere opzichten is het in ons land nog slechter gesteld: het is niet één of andere doorgeslagen terrorist die de vrijheid hier inperkt, maar de overheid zelf, de staat, de regering, het gerechtelijk apparaat dat precies tot taak zou moeten hebben die vrijheid te beschermen. Een steeds groeiend deel van de Vlaamse bevolking heeft dan ook terecht het gevoel dat de vrijheid van meningstuiting inzake de multiculturele samenleving sinds enige tijd niet meer geldt.

2. Die vrijheid is in het bijzonder afgeschaft in de volgende omstandigheden:
"in openbare bijeenkomsten of plaatsen; in tegenwoordigheid van verscheidene personen, in een plaats die niet openbaar is, maar toegankelijk voor een aantal personen die het recht hebben er te vergaderen of ze te bezoeken; in om het even welke plaats, in tegenwoordigheid van de beledigde en voor getuigen; in geschriften, al dan niet gedrukt, prenten of zinnebeelden, die aangeplakt, verspreid of verkocht, te koop geboden of openlijk tentoongesteld worden; en zelfs in geschriften, die niet openbaar gemaakt, maar aan verscheidene personen toegestuurd of meegedeeld worden."

Dat is immers de ruime definitie van "openbaar" in het Belgisch Strafwetboek. En in al die omstandigheden is het volgens de Belgische wet verboden om aan te zetten tot discriminatie of haat jegens een persoon, een groep, een gemeenschap of de leden ervan wegens een zogenaamd ras, zijn huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming, en zelfs verboden om nog maar openbaar het voornemen tot discriminatie of haat te uiten, waarbij reeds als discriminatie geldt "elke vorm van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur, die tot doel heeft of ten gevolge heeft of kan hebben dat de erkenning, het genot of de uitoefening op voet van gelijkheid van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel terrein of op andere terreinen van het maatschappelijk leven, wordt teniet gedaan, aangetast of beperkt".

3. Die bepaling criminaliseert dus wel degelijk loutere meningsuitingen. Zoals ze door de Belgische onrechtspraak wordt uitgelegd, verbiedt zij openbaar verkondigde meningen waarin getwijfeld wordt aan alvast één aspect van de nieuwe staatsgodsdienst. Die nieuwe godsdienst is de godsdienst van het multiculturalisme (1). Een van de belangrijkste dogmata van die nieuwe godsdienst is precies de zogenaamd multiculturele samenleving - niet als een feitelijk begrip, maar als iets wat normatief wordt opgelegd als een te belijden ideaal. Dat ideaal is een dogma geworden dat niet meer in vraag wordt gesteld. Vandaar dat precies in het openbaar geuite afwijkende meningen over het onderscheid tussen mensen naargelang hun afkomst of gemeenschap waartoe ze behoren meer nog dan elke andere afwijkende mening moet worden bestreden. En dat bestrijden gebeurt niet met woorden - want daartoe heeft eenieder voor mij natuurlijk wel het recht - maar met georganiseerd geweld, namelijk gevangenisstraf en andere penale sancties.

Dat die bepaling, zoals ze wordt geïnterpreteerd, niet alleen hatelijk gedag criminaliseert maar ook loutere meningsuitingen, blijkt duidelijk uit het beruchte arrest van het Hof van beroep te Gent van 21 april 2004 - bevestigd door het Hof van cassatie op 9 november 2004 -: er is reeds een misdrijf door het loutere feit in het openbaar te pleiten voor een discriminerende wetswijziging, dit is een wetswijziging die in bepaalde opzichten een onderscheid maakt tussen categorieën van mensen naargelang hun afkomst of zelfs hun nationaliteit, wanneer dat onderscheid volgens de rechter niet redelijk en objectief is verantwoord (2). Ook wie stelt dat de bestaande wetten moeten worden geëerbiedigd, maar wel tegelijk pleit voor een wijziging van de wet in die zin, is dus strafbaar. De teksten van het EVRM en het Handvest van grondrechten in de Europese grondwet zijn vandaag gesacraliseerd tot heilige teksten die misschien nog wel op blote lijven mogen worden geschreven, maar waarvan de invraagstelling verboden is en zelfs strafrechtelijk wordt gesanctioneerd (3). Nog juister is misschien te zeggen dat het niet de grondrechten zijn die gesacraliseerd zijn, maar het gelijkheidsbeginsel. In naam van dat gelijkheidsbeginsel worden echte grondrechten zoals de vrijheid van meningsuiting afgeschaft.

4. Door de genoemde wet wordt aan alle burgers de plicht opgelegd om voortdurend mee te bouwen aan het "op voet van gelijkheid" garanderen van hetzelfde genot van rechten aan iedereen. Welnu, zoals ik elders heb uitgewerkt is het juist een van de basiskenmerken van een totalitaire staat dat er geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen de plichten van de overheid en die van de burger, dat de burger geen enkele andere vrijheid meer heeft dan de overheid. Kort gezegd: dat de burger niet meer de vrijheid heeft om te discrimineren, de fundamenteelste van alle vrijheden (4).

Dat deze nefaste tendens niet alleen in de Belgische wetgeving aanwezig is, blijkt uit een ander voorbeeld, namelijk de anti-misbruikbepaling van het Handvest van grondvesten in het ontwerp van Europese grondwet (art. II-114 (5)). Die bepaling stelt dat geen van die rechten en vrijheden gebruikt mogen worden om ook maar één ervan af te schaffen of te beperken. Als men weet wat er intussen allemaal al tot mensenrecht gepromoveerd is, zoals bv. het recht op betaalde vakantie, dan betekent dit dat na goedkeuring van die grondwet er geen vrijheid van meningsuiting meer is om het recht op betaalde vakantie aan te vallen. Zo zou men ook niet meer mogen bepleiten dat menselijk bloed een verkoopbaar goed moet zijn. Een van de bepalingen uit het Handvest is immers dat het verboden is om bloed te verkopen. In dezelfde zin zal men niet langer de stelling mogen verdedigen dat het nastreven van een hoog niveau van consumentenbescherming in sommige aangelegenheden nonsensicaal is. Uit deze voorbeelden ziet men dat het een kwalijke gewoonte is om over "de mensenrechten" te spreken, terwijl zich binnen die categorie rechten van zeer uiteenlopend gehalte en belang bevinden. De term "mensenrechten" komt er eigenlijk op neer dat men de echte fundamentele vrijheden zoals de vrijheid van geweten, meningsuiting, godsdienst en vereniging verdrinkt en inperkt door ze te verlagen tot het niveau van allerlei andere zogenaamde rechten. In ieder geval is die ene zogenaamde misbruikbepaling van de ontwerp-grondwet al voldoende abject om dat Charter en daarmee ook die hele grondwet te verwerpen, omdat ze een nieuwe vorm van totalitarisme, een nieuw soort secularistische theocratie bekrachtigt.

5. Deze afschaffing van de vrijheid van meningsuiting wordt onder druk van de overheid ook doorgevoerd in de academische wereld. De zogenaamde antidiscriminatieverklaring van de Universiteit Gent bevat een verregaande beperking van de meningsvrijheid, tot en met bepalingen die gelijk luiden met wetsbepalingen die door het grondwettelijk Hof ongrondwettig zijn verklaard. En vanzelfsprekend zijn er altijd wel academici te vinden die in plaats van er een punt van eer van te maken de vrijheid van denken te verdedigen, collaboreren aan die repressie, ze legitimeren, en ertoe aanzetten.

Behalve de meningsbreidel door de regering en het gerechtelijk apparaat, is er ook de vaak nog verregaander publieke intimidatie van "afwijkende meningen" door de weldenkenden van onze maatschappij.

Ik ben hoogleraar in de rechten. Het is dus mijn professionele taak om rechtsontwikkelingen, inbegrepen rechterlijke beslissingen, kritisch te becommentariëren. Ik moet toegeven dat ik het niet meer durf te zeggen en te schrijven wat ik denk van sommige rechterlijke beslissingen, zoals in het bijzonder het cassatie-arrest van 9 november 2004 in de zaak van het Centrum voor Gelijke Kansen en racismebestrijding - een overheidinstelling die is opgericht om de fundamentele vrijheden met overheidsgeld te lijf te gaan - tegen de Vlaamse concentratie. Niet alleen zou ik woorden te kort komen, ik durf ze ook niet te publiceren, omdat ik het me als advocaat in dit land niet kan permitteren (6).

De kern van de zaak: een dubbel onderscheid

6. Nadat ik U hopelijk wakker heb gemaakt, probeer ik de kern van de zaak even samen te vatten. En die kern van de zaak vertrekt bij een dubbel onderscheid: enerzijds het onderscheid tussen recht en moraal en anderzijds het onderscheid tussen de vrijheid van de burger en die van de overheid. Die twee onderscheidingen vormen de essentie van het verschilt tussen een totalitaire maatschappij en een vrije democratische samenleving: de eerste maakt die twee onderscheidingen niet of nauwelijks, van de tweede vormen ze het belangrijkste fundament.

7. Het totalitarisme wordt bovenal gekenmerkt door een duidelijk onderscheid tussen goed en kwaad; datgene wat als goed geldt moet dan ook worden opgelegd - desnoods met geweld - en wat als kwaad geldt bestreden in plaats van getolereerd (7). In een democratie is er weinig zwart of wit en veel grijs, veel ruimte voor twijfel. In dubiis libertas. Die ruimte is het domein van de burgerlijke samenleving, niet van de staat. Het is de ruimte voor het morele debat, opengehouden door de juridische vrijheden.

Dit onderscheid tussen recht en moraal, en tussen staat en civil society, en de daarmee samenhangende fundamentele vrijheden, zijn belangrijke evolutionaire verworvenheden van het Westen. Ze zijn niet vanzelfsprekend, en dienen dan ook steeds opnieuw tegen totalitaire tendensen te worden verdedigd. Deze totalitaire tendensen vermommen zich daarbij maar al te vaak als verdedigers van het goede, als intolerante verdedigers van het goede. Want zoals de Joods-Nederlandse historicus Jacques Presser het al enkele decennia geleden zei "als het fascisme ooit terugkomt, zal het dat doen onder de naam antifascisme" (7bis).

8. Het onderscheid tussen recht en moraal is in twee richtingen essentieel: op de eerste plaats betekent het dat de juridische vrijheid ook - ja zelfs vooral - de vrijheid omvat om door anderen immoreel geachte meningen te uiten. Zij mogen niet met geweld worden bestreden Maar even belangrijk is natuurlijk dat dit onderscheid ook betekent dat het morele debat niet door het recht wordt gesmoord: de juridische vrijheid om iets te doen of te zeggen is nog geen morele legitimatie. Zij verhindert anderen niet om die mening of gedraging immoreel te vinden en op geweldloze manier te bestrijden.

Vandaag de dag zien we echter meer en meer een perverse identificatie van recht en moraal:
- enerzijds leidt dit ertoe dat te veel fatsoensregels - bv. niet aanzetten tot haat - tot dwingende rechtsregels worden verheven - hypertrofie van de moraal -, wat het morele debat verstikt door het opleggen van te veel uniformiteit.
- maar omgekeerd leidt het er ook toe dat de niet afdwingbaar gestelde fatsoensregels elke morele aanspraak verliezen. Dit fenomeen zien we de laatste jaren sterk in de pervertering van het begrip "tolerantie", waarmee het burgers onmogelijk wordt gemaakt om dingen die ze immoreel achten nog geweldloos te bestrijden. Het meest uitgesproken voorbeeld daarvan is de criminalisering van de zogenaamde "homofobie"- begrip dat als knots gebruikt wordt om elk moreel debat te fnuiken.

Het is deze perversiteit die geleid heeft tot het wegsturen van de Italiaanse christendemocraat Rocco Buttiglione als eurocommissaris. De nieuwe europese staatsgodsdienst, de Eu-religie, aanvaardde namelijk niet meer het door hem gehanteerde onderscheid tussen misdrijf (recht) en zonde (moraal). Buttiglione aanvaarde als perfecte democraat dat wat zondig was nog niet moet verboden worden, de secularisten konden echter niet aanvaarden dat iemand iets wat niet wettelijk verboden was nog zonde mag vinden (8).

9. Het is dus dringend tijd om meer ruimte te scheppen voor moreel zowel als politiek debat - ook inzake de zogenaamde multiculturele samenleving. Deze ruimte vereist het herstel van de vrijheid van meningsuiting, dus de afschaffing van alle wetgeving die zogenaamd racistische of discriminerende meningsuitingen verbiedt. Onfatsoenlijke meningen dient men niet te verbieden, maar door tegenmeningen te bestrijden. Iedereen heeft het recht om Rocco Buttiglione homofoob te noemen, net zoals ik het recht heb om iemand die het woord homofobie gebruik een intolerante en gevaarlijke fobomaan te noemen (9); doch zodra homofobie in meningsuitingen een misdrijf is, leven we niet meer in een democratie maar in een totalitaire staat.

Het is juist alleen maar door juridische vrijheid en morele verantwoording te onderscheiden, dus door onfatsoenlijke meningen niét te verbieden dat de vrijheidsruimte wordt gecreëerd om gedragingen of opvattingen van anderen die wij onethisch vinden ook als onethisch te bestrijden. Want een regime dat ermee begint alles wat onfatsoenlijk is juridisch te verbieden eindigt ermee alles wat niet juridisch verboden is tot fatsoenlijk uit te roepen en van anderen te eisen dat zij dit ook fatsoenlijk vinden. Het onderscheid tussen recht en moraal of fatsoen is dus een noodzakelijke mogelijkheidsvoorwaarde voor elk ethisch debat.

10. Het hedendaagse dogma van de multiculturele samenleving daarentegen, het dogma van het antiracisme, van de bestrijding van allerlei beweerde fobiëen zoals homofobie of islamofobie, heeft met multicultuur niets te maken, maar creëert een moreel nihilistische monocultuur, die ik elders ironisch het multinihilisme heb genoemd (10). Dit dogma houdt helemaal géén openheid in voor andere culturen of religies, want geen enkele van die andere culturen of religies aanvaardt het verregaande discriminatieverbod dat onder de vlag van multiculturalisme in het Westen is ingevoerd. Een multiculturele ingesteldheid zou immers precies het recht moeten inhouden om er andere morele opvattingen op na te houden dan de heersende, en om de al dan niet heersende opvattingen die men immoreel vindt op geweldloze manier te bestrijden. Het officiële multiculturalisme daarentegen komt er vandaag op neer dat culturele overtuigingen van onder meer etnische of religieuze minderheden waaraan deze vaak erg gehecht zijn, in het bijzonder in bio-ethische of sexuele materies, evenzeer gecriminaliseerd worden.

11. Het hier geschetste onderscheid tussen recht en moraal is ook een uiterst morele opvatting. Het is namelijk een zeer belangrijk aspect van de deugd der tolerantie. De ethiek vereist namelijk helemaal niet dat alles wat men kwaad acht ook moet verboden worden; het met geweld bestrijden van wat men kwaad acht is in de meeste gevallen een groter kwaad dan het tolereren ervan. Het via een wet of rechter verbieden van een onfatsoenlijke meningsuiting is in alle gevallen een groter kwaad dan die uiting zelf, voor zover het louter om een meningsuiting gaat: "De schade die het vrije woord ongetwijfeld berokkent is de prijs die betaald moet worden voor het grootste rechtsgoed dat een vrije samenleving kent" (11). Het morele antwoord op onfatsoenlijke meningen kan enkel "more speech, not less speech" zijn.

Het gaat dus niet om een tegenstelling tussen recht en moraal, in die zin dat de rechtsorde in strijd mag zijn met de ethiek. Zij is enkel in strijd met de simplistische opvatting van ethiek die eigen is aan het totalitaire denken. Maar het is allesbehalve immoreel maar juist essentieel ethisch om de heersende moraliteit (d.i. die van de politieke machthebbers) in vele gevallen niet met rechtelijke geboden en verboden (en dus geweld) op te leggen. Een rechtsorde die onfatsoenlijke en zelfs immorele meningen en zelfs gedragingen tolereert, is een morele orde, want zij beoefent de deugd van de tolerantie; zij realiseert een complexere moraal dan de simplistische moraal die van oordeel is dat alles wat onfatsoenlijk is ook door rechters en inquisiteurs, juridisch dus, moet worden bestreden.

Juridische grenzen aan de meningsuiting ?

12. De in antiracisme- en antidiscriminatiewetten ingevoerde beperkingen aan de - aldus niet meer vrije - meningsuiting zijn m.i. dus ethisch zowel als democratisch onaanvaardbaar. Ik heb het hier dus wel over juridische beperkingen die het mogelijk maken meningsuitingen met geweld te onderdrukken.

De vrije meningsuiting wordt door die breidelwetten in ons huidig regime vooral ingeperkt in zoverre de uiting een "aanzetten" vormt tot iets, en niet meer alleen, zoals vroeger in zeer beperkende voorwaarden (laster), omwille van de inhoud van de mening. Maar behalve bij het gebruik van geweld of dwang ligt tussen het aanzetten tot iets en de aangezette daad ligt nog de vrije wil van de persoon die aangezet wordt. Dat is een essentieel verschil met handelingen die op zichzelf schade berokkenen, of iemand anders dwingen schade te berokkenen (in welk geval het niet meer om aanzetten maar om dwingen gaat, wat een heel ander register is, omdat daar de vrijheid van de gedwongene rechtstreeks in het geding is; hier is er dus minstens sprake van misbruik van een machtspositie die men heeft over de persoon die aangezet wordt). Een samenleving die de mens als een wezen met vrije wil erkent, kan onmogelijk een uiting die zou aanzetten tot een onwettige gedraging zonder daartoe te dwingen, met die onwettige gedraging gelijkstellen - laat staan dat men nog van een democratische samenleving kan spreken wanneer het aanzetten tot onfatsoenlijke maar zelfs niet onwettige gedragingen kan worden gestraft (zoals vandaag in België).

13. Nog erger is het omdat de huidige wetgeving niet alleen het aanzetten tot geweld verbiedt - daar heb ik nog enig begrip voor, met name wanneer er een rechtstreekse bedreiging is voor de fysieke integriteit van personen. Maar ook het aanzetten tot haat wordt verboden, terwijl haat geen misdrijf is, maar een gevoel, dat overigens in bepaalde omstandigheden moreel volstrekt begrijpelijk kan zijn. Natuurlijk is haat in de meeste gevallen niet het meest fatsoenlijke gevoel. Het zal meestal een ondeugd zijn te haten en een deugd om geen haat te voelen. Maar het opleggen van die deugd en verbieden van die ondeugd is een veel grotere ondeugd dan het tolereren ervan. Iets hatelijk vinden en dat zeggen is overigens vanzelfsprekend een mening. "Haat is geen mening" (12) is dan ook één van de belachelijkste argumenten die ik ooit gehoord heb in het debat over de vrije meningsuiting, een typisch voorbeeld van Newspeak. Het recht om te haten en het recht om lief te hebben zijn fundamentele rechten van elke persoon. Overigens is het vaak zo dat bij de verdedigers van het verbod op bepaalde meningen de haat jegens andersdenkenden ervan afdruipt. Van bepaalde rechterlijke uitspraken zoals het arrest van 21 april 2004 druipt de haat jegens andersdenkenden af. En als er één plaats is waar haat in een democratische samenleving juist niet kan worden toegestaan, dan is het precies in rechterlijke uitspraken. Voor het overige erken ik graag eenieders recht om ook bepaalde meningen te haten, maar willen ze dan misschien een beetje consequent zijn en het verbod op aanzetten tot haat uit de wet schrappen ?

14. Een al even schabouwelijke inperking van de meningsuiting betreft het verbod op het aanzetten tot discriminatie of het uiten van een voornemen tot discriminatie. Omdat ik specifiek dit aspect elders uitvoeriger heb besproken, ga ik er hier niet nader op in (13).

15. Een inperking van de vrijheid van meningsuiting eis democratisch en ethisch enkel verantwoord wanneer de uiting een individuele persoon in zijn persoonlijke waardigheid treft. Maar het is nonsens om de belediging van een groep strafbaar te stellen. Er is een fundamenteel verschil tussen een algemene beledigende of valselijk beschuldigende uitspraak en een uitspraak die uitdrukkelijk een of meer bepaalde individuele personen beledigt of valselijk beschuldigt. Het "recht op goede naam" dat een beperking van de uitingsvrijheid rechtvaardigt, is een individueel recht van personen en géén collectief recht, zeker niet wanneer blijkt dat dit collectief recht blijkbaar alleen voor bepaalde soorten groepen geldt. Het is strijdig met de gelijkheid van de burgers om die beperkingen van de uitingsvrijheid, die de rechten van individuen beschermen, uit te breiden om "groepen" te beschermen. Daarmee kent men aan die groepen - met name goed georganiseerde groepen die erin slagen zich te laten erkennen als een beledigde of gediscrimineerde groep - allerlei collectieve rechten toe die de groep van gewone burgers niet heeft. Het kan dus niet dat meningsuitingen verboden zijn omdat zij krenkend zouden zijn voor een groep en niet voor een bepaalde persoon.

16. De verantwoordingen voor die inperking van de meningsuiting rammelen dus aan alle kanten, ook het argument van de bescherming van de rechten van anderen. Als het om de bescherming van anderen gaat zou men overigens de uiting van onfatsoenlijke meningen in het openbaar moeten verplichten in plaats van te verbieden. Onfatsoenlijke meningen zijn namelijk juist des te gevaarlijker naarmate ze niet meer in het openbaar geuit worden. De mogelijkheid gevoelens van haat of discriminerende opinies te uiten bespaart een samenleving veel gevaarlijker uitingen van opgekropte frustratie.

Dat onfatsoenlijke meningen juist met meer in plaats van minder meningsuiting moeten worden bestreden, maakt dan wel dat het perfect verantwoord is de rechten van personen te beschermen door hen een recht op antwoord toe te kennen en media een verplichting tot rechtzetting op te leggen. Daarmee wordt de vrijheid van meningsuiting immers niet aangetast.

Morele grenzen

17. Overigens zijn meningsuitingen m.i. niet alleen als dusdanig nooit juridisch te verbieden, maar ook op het ethische niveau niet te snel immoreel te noemen. Zoals de reeds genoemde de Brits-Nederlandse rechtsanthropoloog John Griffiths (14) schrijft kan het misbruik - dat dus ook voor hem door de staat niet mag worden beperkt, maar wel door de burgers als onfatsoenlijk mag worden bestreden - niet bestaan uit de gedachte die ten grondslag ligt aan de uiting, maar enkel "in de onnodig kwetsende wijze waarop een gedachte wordt geuit. En het "onnodige" zit niet in de pijn die de gedachte zelf doet, maar in het ontbreken van enige communicatieve meerwaarde in de woorden of beelden die nodeloze pijn toevoegen: schuttingtaal, beladen termen zoals "nazi", heilige teksten op blote lijven, enzovoorts" - einde citaat. Ongeacht of men het met dit laatste voorbeeld eens is of niet, de kern van de zaak is moeilijk beter te verwoorden.

Ik vraag niet liever dan dat alle meningsuitingen binnen de grenzen van het fatsoenlijke zouden blijven. Maar hoe kan men tegelijk zeggen dat het volkomen onfatsoenlijk was van Theo Van Gogh om over geitenneukers te spreken - dat was het ook, ook al was het een toespeling op een advies van ayatollah Khomeini - en tegelijkertijd overheidscampagnes in de scholen te brengen die schuttingtaal promoten en allerlei verstrengelde blote lijven brengen zonder communicatieve meerwaarde. Hoe kan men tegelijk meningen verbieden omdat ze immoreel zouden zijn, maar tegelijk het choqueren van gelovigen tot officiële politiek maken, door een bewuste aanval op precies die zaken waaraan alle grote godsdiensten een bijzondere sacraliteit toekennen, zoals bv. het huwelijk ?

18. In ieder geval hebben we de vrijheid van meningsuiting precies nodig om onfatsoenlijke, onethische opvattingen (zowel als gedragingen) te bestrijden - te bestrijden met woorden, niet met geweld. Meer nog, in tegenstelling tot de overheid moet iedere burger precies de vrijheid hebben om anderen te discrimineren, onder meer omdat ze die ander onfatsoenlijk vinden. Die discriminatievrijheid is met andere woorden een noodzakelijke voorwaarde voor morele weerbaarheid.

Beperking van de meningsuiting door private personen en organisaties.

19. Consequent doorgedacht houdt het voorgaande ook in dat private organisaties personen mogen discrimineren wegens hun mening en op die wijze de vrije meningsuiting mogen inperken. Ik heb het recht in mijn huis iemand de deur te wijzen omdat wat hij zegt me niet aanstaat. Eenieder heeft de vrijheid te zeggen wat hij wil, maar elke private organisatie heeft de vrijheid hem om die reden niet in dienst te nemen, aan hem niet te leveren of bij hem niet aan te kopen, hem niet als lid te aanvaarden, e.d.m. Het kan uitermate onfatsoenlijk zijn om dat te doen, zoals ook het uiten ven bepaalde meningen onfatsoenlijk is. Maar het is ethisch volkomen gerechtvaardigd dat die vrijheid bestaat, omdat het inperken van die vrijheid moreel een groter kwaad is. Dit betekent niet dat we private personen en organisaties niet moreel ter verantwoording kunnen roepen, maar wel dat zij niet verplicht kunnen worden zich daarvoor in rechte te verantwoorden.

20. Diezelfde vrijheid geldt vanzelfsprekend niet voor de overheid, om de eenvoudige reden dat de overheid een monopoliepositie heeft, met name een geweldmonopolie. Keerzijde van dat monopolie zijn het legaliteitsbeginsel, dat het de overheid verbiedt anders te beslissen dan aan de hand van op voorhand bepaalde, voor iedereen gelijk geldende algemene regels en het verbod voor de overheid om te discrimineren (d.i. de eigen burgers ongelijk te behandelen zonder dit objectief en redelijk te rechtvaardigen). Dit zowel als de erkenning van vrijheidsruimten door de overheid heeft essentieel te maken met het feit dat de wet ook wordt opgelegd aan wie er niet mee instemt. Zonder die terughoudendheid is een democratie niets meer dan een dictatuur van de meerderheid.

Op de grens tussen beiden liggen private organisaties die weliswaar geen wettelijk, maar toch een feitelijk monopolie bezitten, alleen of met andere organisaties waarmee ze hun beleid afstemmen. Zolang een dergelijke situatie aanhoudt, is het verantwoord aan die organisaties vergelijkbare plichten op te leggen als aan de overheid.

Toegepast op de universiteiten

21. Laten we dit even toepassen op organisaties die voor academici natuurlijk van bijzonder belang zijn: onze Universiteiten. In beginsel moeten we dus een onderscheid maken tussen publieke en private universiteiten. De laatste kunnen bv. ideologische of religieuze eisen stellen bij de aanwerving van hun personeel. Zij kunnen ook eisen stellen aan de meningsuitingen van hun personeel. Zij moeten zich natuurlijk wel houden aan de regels die contractueel zijn afgesproken, maar kunnen in beginsel meningsuitingsbeperkende regels hanteren, althans wanneer die uitdrukkelijk zijn bedongen bij de aanwerving.

22. De vraag rijst evenwel of er in ons land nog sprake is van private universiteiten in de echte zin des woords, en of er in bepaalde opzichten geen feitelijk op vele vlakken elk alternatief uitsluit. Anders dan in de Verenigde Staten is het in ons land onmogelijk om zomaar een nieuwe private universiteit op te richten. De vraag is dus hoe groot de keuzevrijheid nog is. Indien met name alle Universiteiten zich "bekennen" tot de ideologie van het multiculturalisme heeft die ideologie daarmee een feitelijk monopolie op de markt van de universiteiten, en is het dus niet aanvaardbaar dat een universiteit iemand zou discrimineren omdat hij de officiële opvatting over het multiculturalisme niet deelt. Op andere vlakken geldt dat monopolie nog niet: het is dus nog steeds perfect aanvaardbaar dat een zich katholiek noemende universiteit religieuze eisen stelt aan haar personeel, precies omdat er op dat vlak voldoende alternatieven zijn. Jammer genoeg moeten we vaststellen dat de zich katholiek noemende universiteit in recente tijden weinig graten ziet in uitgesproken niet-katholieke opvattingen onder haar personeel, en veel meer problemen schijnt te hebben met opvattingen die afwijken van de staatsgodsdienst van multiculturalisme en non-discriminatie.

De opdracht van de universiteit ter verdediging van de vrije meningsuiting

23. Ik beschouw het daarentegen precies als een belangrijke taak voor onze universiteiten om meer dan welke instelling ook de vrijheid van meningsuiting te bevorderen en te vrijwaren. Ik vind het bedroevend om vast te stellen dat personen die zich lenen tot het verdrukken van de vrije meningsuiting een plaats hebben aan onze Universiteiten. en daarvoor nooit verontrust worden, wat niet kan gezegd worden van diegenen die juist hun nek uitsteken voor die vrijheid. De Universiteiten zouden juist weerstand moeten bieden aan de repressie door de overheid in plaats van er zich toe te lenen een dergelijke politiek mee uit te voeren. De Universiteiten moeten een vrijhaven zijn van het denken (15). De daarmee strijdige bepalingen van allerhande antidiscriminatieverklaringen zijn een onaanvaardbare aanslag op die vrijheid van denken en spreken (16).

De Universiteiten zouden zich integendeel moeten opwerpen als beschermheren van hun kritische professoren, wanneer die bv. door de media of door andere lobby's worden aangevallen. Natuurlijk moeten de Universiteiten niet de inhoud verdedigen van wat alle professoren vertellen - bespaar ons dat in Godsnaam - maar wel het feit dat zij de vrijheid hebben dat te zeggen. Zij zouden luidop moeten protesteren telkens wanneer de buitenwereld de inperking vraagt van de vrije meningsuiting van professoren of sancties vraagt tegen professoren die onwelgevallige meningen uiten. Naarmate de Universiteiten versagen in deze plicht, zullen de groepen die het luidst roepen of het meest intimideren door vrijdenkers van allerlei fobieën te beschuldigen, er steeds meer in slagen hun partijdige kijk op te dringen aan het publieke debat en worden de gedachten steeds minder vrij. Ik ben er al evenmin als Paul Cliteur gerust in.

Deze bijdrage verscheen in Ethische perspectieven 2005 nr. 3


* Nader uitgewerkte versie van een lezing op het 3rd Ethical Forum van de Universiatire Stichting, Brussel 25 november 2004 "Free to speak out ? On the rights and responsibilities of academics in the public debate". Het onderdeel over de specifieke verantwoordelijkheden van academici werd niet uitgewerkt, daar het in andere bijdragen uitvoeriger aan bod komt (zie http://www.fondationuniversitaire.be/fr/forum3.php#prog).
Voetnoten:
1. Een ander aspect van deze nieuwe godsdienst kwam maanden na deze lezing aan de oppervlakte. In een zomer 2005 bekendgemaakt zogenaamd charter van de democratie wil het paars bewind aan alle burgers een akte van geloof in abortus, euthanasie en homohuwelijk opleggen.
2. Arrest 21 april 2004 inzake CGKR t. Vlaamse concentratie, punt 2.2.1.: "Wat het “aanzetten” betreft, is het zo dat een algemene aanmoediging tot het bedrijven van discriminatie, rassenscheiding, haat of geweld reeds volstaat. Een ten aanzien van medeburgers in de openbaarheidvereisten van het artikel 444 van het Strafwetboek gehouden pleidooi voor een discriminerende wetswijziging kan derhalve, ook al kan dergelijke wetswijziging slechts tot stand komen op de door de Grondwet voorziene wijze, ongetwijfeld als een algemene aanmoediging tot het bedrijven van discriminatie worden aangezien."
3. Althans wanneer die invraagstelling in een richting gaat van een onderscheid dat door het regime als niet redelijk verantwoord wordt beschouwd. Discriminatie van mensen wegens hun politieke overtuiging bv. is zelfs een officiële politiek.
4. "De fundamenteelste vrijheid: de vrijheid om te discrimineren", Molinarilezing bij de ontvangst van de Prijs voor de vrijheid, Vivat Academia 2005, nr. 126, p. 3-27 en in Teksten, Kommentaren en Studies (TeKoS) 2005 nr. 118, p. 3-14, ook op .
5. “Geen van de bepalingen van dit Handvest mag worden uitgelegd als zou zij het recht inhouden enige activiteit te ontplooien of enige daad te verrichten met als doel de in dit Handvest erkende rechten of vrijheden teniet te doen of de rechten en vrijheden verdergaand te beperken dan door dit Handvest is toegestaan.”
6. Het volstond overigens dat ik nog maar in algemene bewoordingen kritiek had geuit op die rechtspraak of ik werd de volgende dag publiekelijk aangevallen door de voormalige directeur van datzelfde Centrum met het argument dat ik de scheiding der machten niet eerbiedigde. Nota Bene door de directeur van een centrum dat juist is opgericht in strijd met de grondwettelijke scheiding der machten en bevoegdheden heeft gekregen die normaal enkel aan de magistratuur toekomen. Die ging dus beweren dat een hoogleraar in de rechten, die betaald wordt om de rechtspraak kritisch te ontleden, precies dat niet meer zou mogen doen. De uitval toont trouwens opnieuw aan hoezeer het onderscheid tussen de positie van de staat en de burger is geperverteerd: men past hier opnieuw tegen de burger regels toe die bedoeld zijn om de burger tegen de staat te beschermen (nl. de scheiding tussen uitvoerende en rechterlijke macht).
7. Over tolerantie, zie uitvoeriger mijn bijdrage "Tolerantie, lezing Nationaal Congres Davidsfonds, Antwerpen 20 april 2002, in "De Vlaamse Beweging.Welke toekomst ?", Davidsfonds Leuven 2002, p. 164-179; licht gewijzigde versie in Nova et Vetera, Tijdschrift voor Onderwijs en Opvoeding, jg. LXXX, 2002-2003, nr. 6, p. 435-449; licht gewijzigd op http://www.storme.be/tolerantie.html.
7bis. Onder meer aangehaald door Michaël Zeeman in "Dood aan de column", Knack 2003 nr. 8
8. Zie hierover nader mijn bijdrage "Ontslag Buttiglione illustreert machtsgreep Europese tegenreligie", volledig op http://www.storme.be/Buttiglione.html, licht ingekort in 't Pallieterke 9 november 2004, sterk ingekort in de TIJD 8 november 2004.
9. Zie voor het begrip fobomanie mijn hoger geciteerde bijdrage "Tolerantie".
10. In "Opmars van het multinihilisme - Waarden om voor te vechten ?", Doorbraak december 2001, p. 3, en in "(Inter)nationalist zijn vandaag - tussen individualisme en totalitarisme, universalisme en particularisme, cultuurimperialisme en multiculturalisme, schizofrenie en paranoia", emeritaatsviering prof. Ponette, 6 oktober 2001, in Vivat Academia 2002, licht verkort in Civis Mundi 2002 nr. 1, p. 51-56, ook op http://www.storme.be/inter-nationalisme.pdfr-nationalisme.pdf.
11. J. GRIFFITHS, "Meer fatsoen en minder recht", NJB 2004
12. Titel van een artikel van D. VOORHOOF, in De Standaard 7 mei 2004, ook op (ook te vinden op http://www.mensenrechten.be/main.php?item_content=106). De argumenten van de auteur zijn autoriteitsargumenten: het verbod op aanzetten tot haat of discriminatie volgt uit internationale zogenaamde mensenrechtenverdragen en wie zich daartegenover op de vrijheid van meningsuiting beroept maakt bij de rechters in Straatsburg toch geen kans. Ook hier vinden we de afdreiging in de trant van "durf het niet om de dogma's van de mensenrechten" en de interpretatie ervan door politieke benoemde rechter sin vraag te stellen.
13. "De fundamenteelste vrijheid: de vrijheid om te discrimineren", hoger aangehaald.
14. J. GRIFFITHS, "Meer fatsoen en minder recht", NJB 2004
15. Natuurlijk hebben Universiteiten het recht en zelfs de plicht na te gaan of hun professoren hun taak vervullen, of ze naar behoren hun onderwijsopdrachten vervullen, onderzoek verrichten, of aan dienstverlening doen, of ze geen fraude plegen of tolereren, zich niet aan plagiaat bezondigen e.d.m. En natuurlijk houdt de vrijheid van meningsuiting van professoren niet in dat zij tijdens het onderwijs gelijk wat mogen zeggen, en hun colleges zouden mogen misbruiken om ideologische meningen te uiten die voor de opleiding van de studenten niet relevant zijn. En natuurlijk hebben de professoren ook een vorm van beroepsgeheim. De lezer zal ook wel beseffen dat het er hier niet daarom te doen is. Deze vragen komen in andere bijdragen aan dit Forum aan bod.
16. Zo heeft de universiteit Gent de dictatuur van de politieke correctheid en de fobomanie al ingevoerd door het verbieden van "discriminerende stereotiepen en vooroordelen" in colleges en syllabusmateriaal en te eisen dat bij het formuleren van uitspraken en het aangaan van discussies "de mensenrechten" (welke ??) als leidraad dienen (zie art. 4 antidiscriminatieverklaring van 16 januari 2004). Op deze wijze wordt dus duidelijk één bepaalde ideologie als enige toegelaten in het onderwijs.
Read more...

15 oktober 2005

Belastingsdruk gestegen (Politiek Incorrect)

De OESO maakte deze week niet alleen een uitermate kritisch rapport over de Belgische maatregelen om de eindeloopbaanproblematiek aan te pakken; blijkbaar is het de hobby van deze organisatie een complete anti-Belgische campagne op getouw te zetten. Op 12 oktober stelde ze namelijk haar ranking voor van alle OESO-landen betreffende de totale fiscale druk (gecumuleerd resultaat van de personenbelasting, SZ-bijdragen, indirecte belastingen, vermogensbelastingen, vennootsschapsbelastingen en ga zo de hele reeks pesterijen maar af) voor 2004. Het besluit? De totale fiscale druk is in België alleen maar toegenomen tegenover vorig jaar, en staat gewoon terug op hetzelde punt als na één jaar na de aantrede van Verhofstadt als premier. (2000)

Volgens de OESO bedroeg de fiscale druk in 2004 in België maar liefst 45,6%. Dat is een stijging van 0,2% tegenover het jaar daarvoor. België dient de weinig trotse eer inzake fiscale druk echter nog voor te laten aan Denemarken (49,6%) en Zweden (50,7%). En ja, de inkomsten uit BTW en de indirecte belastingen liggen in de Scandinavische landen dan wel veel hoger in vergelijking met ons, maar ' a tax is a tax is a tax', dat op lange termijn alleen maar schadelijk kan zijn voor de economie.

Met de overheidsinbeslagname van 45,6% van onze welvaart lijdt België toch wel aan een ernstige vorm van obesitas in vergelijking met de Europese Unie (15 lidstaten), en de OESO. De gemiddelde fiscale druk in de Europese Unie bedroeg namelijk 40,5%, en in de OESO zelfs maar gemiddeld 36,3% (in 2003). Het EU-land waar thans het minste beslag wordt gelegd op de economie is Ierland, waar de totale fiscale druk slechts 30,2% bedraagt. Jammer dat dit land hier geen voorbeeld aan durft nemen.

Verhoftaks doet na publicatie van dit statistisch materiaal alleszins wederom zijn naam alle eer aan. Jammer genoeg.
Read more...

Rood-groene meerderheidsregering in Noorwegen (Hoegin)

Deze dagen zijn historisch voor Noorwegen: voor het eerst in twintig jaar krijgt het land weer een meerderheidsregering, zij het deze keer een rood-groene.

De komende dagen neemt opnieuw een meerderheidsregering de macht over in Noorwegen. De laatste Noorse regering die een parlementaire meerderheid achter zich had was het conservatieve kabinet onder leiding van Kåre Willoch dat regeerde van 1983 tot 1985. Die regering zorgde overigens voor een deregularisatie en een afbouw van het staatsmonopolie op allerlei vlakken, zaken die ondertussen politiek gemeengoed zijn geworden. Of de komende regering onder leiding van Jens Stoltenberg even vooruitziend zal zijn is echter zeer de vraag.

Overigens zijn er wel meerdere aspecten die de nieuwe regering historisch maakt. De sociaal-democratische Arbeiderspartij (Ap) heeft al vaak de regeringsmacht in handen gehad, maar nu zal het de eerste keer zijn dat de partij in een coalitie stapt. De Centrumspartij (Sp) dan weer heeft al vaak aan een coalitieregering deelgenomen, maar nu is het de eerste keer dat het deelneemt aan een linkse coalitie. De linkser-dan-linkse Socialistische Partij van Links (SV) ten slotte heeft nog nooit deelgenomen aan de macht, en is trouwens historisch ontstaan uit protest tegen het buitenlands beleid van… de Arbeiderspartij.

Ondanks het feit dat de nieuwe regering aan een gedekte tafel komt —ekonomisch gaat het Noorwegen vandaag voortreffelijk— zal er voor de regeringspartijen gelegenheid genoeg zijn om in conflict te komen. Zo is de Centrumspartij, die vroeger onder de naam Boerenpartij ging, traditioneel de verdediger van de belangen van het platteland, terwijl SV meer begaan is met natuurbescherming. De kwestie kristalleert zich al jaren rond de vraag of Noorwegen een eigen wolvenstam moet hebben, dan wel of elke wolf neergeschoten mag worden in het belang van de schapenboeren. SV vindt het onzin dat men leeuwen en luipaarden in Afrika wil beschermen, maar de eigen inheemse roofdieren zonder pardon wil neerschieten. Er valt iets te zeggen voor dat punt, maar je zal toch maar de schapenboer zijn die elke week de kadavers kan gaan tellen, en daar in het beste geval wat compensaties voor krijgt van een welwillende regering. Ook met de Arbeiderspartij heeft SV een conflict lopen, omdat SV fundamenteel tegenstander is van olieontginning in de Noordelijke IJszee en in de buurt van de Lofoten, terwijl de Arbeiderspartij eerder de kaart van de industrie, en de dus arbeiders die er werken, trekt.

Ook op het financiële vlak zijn er genoeg meningsverschillen tussen de rood-groene regeringspartijen. In het bijzonder staat SV er niet bepaald voor bekend voorstander te zijn van een strikte orthodoxie in de staatsfinanciën, om het zacht uit te drukken, en de partij zal dan ook onder druk van haar achterban staan om de financiële sluizen open te zetten. De benoeming van partijvoorzitster Kristin Halvorsen tot Minister van Financiën werd daarom ook niet echt op enthousiasme onthaald op de financiële beurs van Oslo.

Ten slotte is er ook nog de buitenlandse politiek. SV en de Centrumspartij staan wat betreft Irak aan dezelfde kant, namelijk een volledige terugtrekking, terwijl de Arbeiderspartij altijd de Atlantische lijn gekozen heeft, en dat waarschijnlijk zal willen blijven doen. Verder zijn zowel SV als de Centrumspartij tegenstanders van een toetreding tot de Europese Unie, terwijl de Arbeiderspartij juist een uitgesproken voorstander is. De Centrumspartij wil overigens zo ver gaan Noorwegen terug te trekken uit de EER, terwijl SV dan weer wil dat Noorwegen de Schengen-akkoorden zou opzeggen. Dat laatste is overigens hoogst onrealistisch, al was het maar omdat het als gevolg zou hebben dat Noorwegen plots de grens met Zweden zou moeten gaan controleren.
Read more...

Stay the course (The Flemish Beerdrinker)

For those who still believe that poverty and inequality is the cause of terrorism, here is a shocker. Poverty is lowest in the most fertile region of terrorism in the developing world: the Middle-East and North-Africa. The Poverty Head Count of $1 a Day is only 2,0%. In Latin-America it’s 14,9%. In Sub-Saharan Africa it’s 42,2%! The same is true for inequality. Only in parts of Asia is inequality lower. But in Sub-Saharan Africa and Latin-America inequality is much higher. So if terrorism is caused by poverty and inequality why don’t we see almost much more terrorism coming from Latin-America or South-Africa?

Other explanations seem to be more promising. Although poverty and inequality are low, unemployment is high, especially among young people. Furthermore, the labour market has a dual structure, whith many young muslims waiting in line for better paying jobs in the overprotected public sector, but having to settle for less amenable working conditions in the informal sector. The result is resentment and social grievances.

However, one should not underestimate the role of governance. There are essentialy two kinds of regimes to deal with terror and violence. The one is a totalitarian dictatorship where any kind of violence is repressed. Of course this does not mean there is no violence. We have to settle here for terror from above. The other is a liberal democracy with a vibrant private sector creating jobs and with a political system where the "frustrated" can voice their grievances with peacefull means. Now we don’t have to accept the solution of a totalitarian dictatorship. But we do have to accept the fact that the transition from a dictatorship towards a full-blown democracy can be very bloody. Indeed, nations in transition are the most vulnerable for terrorism and conflict. Look what’s happening in Iraq, but we had an earlier example in Algeria:

After the fall in oil prices in the mid-1980s, the country experienced severe macroeconomic imbalances and negative output growth. These shocks took place just as the country’s youth population was reaching its peak after growing rapidly in the 1980s by about 3.8 percent a year. Large numbers of young cohorts were entering the labor force, putting labor markets under tremendous stress. Unemployment rose from 16 percent in 1980 to 24 percent in 1992, and for youth, unemployment reached close to 40 percent. The Algerian government was in the middle of implementing moderate political reforms. In 1992, the country was poised to initiate open parliamentary elections. The Islamists, buoyed by the political support of a frustrated young population, seized the day, and the government reacted by canceling the election results. The state’s reserved application of democratic reforms backfired, setting the spark to a conflict that has yet to come to an end

The hesitating transation towards democracy gave Islamists the opportunity and the means to express their frustrations in a violent way. Unfortunately this lead to the cancellation of democratic reforms and the return of dictatorship. However, this did not end the violence. What is the lesson for Iraq? The lesson is i think that we should stay the course. Ultimately, we can only beat the terrorists by making Iraq a democracy. It will be their final defeat. But in the meantime, be prepared that they will do everything to prevent that. However, Algeria has learned that it’s not a solution to give in and abandon the quest for democracy and liberalization.
Read more...

Capitalism: the unknown ideal (The Flemish Beerdrinker)

In the beginning there was Karl Marx who wrote that capitalism would create giant inequalities between a few rich capitalists and scores of starving poor.

He was wrong.

Lenin saw that de poor in the capitalistic West became richer. The working class became a class of consumers. The victims would be non-Western poor countries who got poorer while the West got richer.

He was wrong.

In 1989 socialist Robert Heilbroner admitted that capitalism lead to prosperty. Poor countries only got poorer because of too little capitalism and markets, not too much. But capitalism, he said, by creating too much wealth, would destroy the environment.

He was wrong.

Bjorn Lomborg proved that, while the economy grew, and we got richer, almost every environmental problem got better, not worse. We saw the most environmental destruction in the control and command economies of the former communist countries is Eastern-Europe. So Marxist historian Eric Hobsbawn had too admit that capitalism was good in almost everything. But, he said, what it could not provide is happiness. So says also Richard Layard. They are wrong:

happiness hasn’t stopped increasing. According to the World Database of Happiness, directed by the leading Dutch researcher Ruut Veenhoven, satisfaction has increased in most Western countries where we have surveys since 1975. There are diminishing returns , but even at our standard of living people do get happier when societies grow richer. And the happiest places are the most individualist – North America , Northern Europe and Australasia . Another reason for this happiness is that a liberal and market-oriented society allows people freedom to choose. If we get used to it we will get increasingly better at choosing to live and work in ways we like. And if you don’t think you get happier by hard work and mobility, just skip it. A survey showed that 48 percent of Americans had, in the last five years, reduced their working hours, declined promotion, lowered their material expectations or moved to a quieter place. Fast-food or slow-food, no logo or pro logo? In a liberal society, you decide. That is, as long as we are free to make the decisions ourselves. Those who use happiness studies to put forth an anti-market agenda would deny us that freedom. They would tell us how to live our lives, and therefore they would reduce our ability to make such decisions in the future. Despite Layard’s criticism against individualism and materialism even he admits that “we in the West are probably happier than any previous society”. Well, in that case, please, please, please, don’t undermine that society.

As Ayn Rand has said capitalism really seems to be the unknown ideal. Then why so many enemies? And why keep they coming? Johan Norberg, is this brilliant lecture has some suggestions. It appears that we are naturally destined to expect the worst, with the media magnifying this tendency. Take this hilarious example:

A few weeks ago, the first story in the leading news shows on television was that there is a “growing environmental threat” in Europe . The problem was shipping, which is rapidly becoming the biggest emitter of sulphur dioxide in Europe . However, if you listened closely to the report, you understood that this was not because of growth of emissions from shipping – it did grow but very modestly – but because of a rapid reduction in emission from other sources. Total sulphur dioxide emissions in Europe (including shipping) have been reduced by about 60 percent in 15 years. So the real story was one about a dramatic improvement in environmental conditions – but shipping was now the thing we have to deal with, and so it was news.

Or this:

In September the United Nations Development Program, UNDP, released its annual report on human development. The press statement talks about the places with growing problems and about the 18 countries that have lagged behind. The report summarises the worldwide situation with statements like ”the overall report card on progress makes for depressing reading” and ”the world is heading for a heavily sign-posted human development disaster”. But how has the poor countries developed as a whole? Hidden away in another place of the report, with much less dramatic wording, the UNDP concludes: ”Looking back over the past decade the long-run trend towards progress in human development has continued. On average, people born in a developing country today can anticipate being wealthier, healthier and better educated than their parent’s generation.” It goes on to say that the last 15 years in poor countries have seen less poverty, reduced infant mortality, better access to clean water, less illiteracy, fewer conflicts and more democracies. This is what they summarise as a “human development disaster”!

And this:

The film, produced by the Public Broadcasting Service, was about the fact that Wal-Mart buys most of its goods from China . This was portrayed as a disaster for America , and for almost an hour it interviewed workers and factory owners who lost their jobs and businesses because of cheap Chinese imports. 1-0 to the anti-globalists. It is true that an American manufacturing worker might lose his job because of this, but there are other effects that the film didn’t show. A Chinese worker gets a job, of course, and if he does he will spend his new income somehow, which means more jobs for export companies and/or Chinese companies. American consumers get cheaper prices, and when they do they can spend their extra purchasing power on new goods and services, and so an unemployed American can get a new job in a new sector. Chinese worker – export company –consumers – new sectors develop: Four good results, in other words 4-1 to the globalists and free-traders.

Like Americans abroad, capitalism can’t be a force for good, so good news is swept under the rug, or washed away with the bad news. Capitalism, the deliberately unknown ideal.
Read more...

Vandela en de discriminatie van laaggeschoolden (LVB)

Zonet zag ik op het VTM-nieuws Johan Vande Lanotte, de kersverse SP.A-voorzitter, die het congres van zijn partij toesprak. "Hoelang nog zullen de werkgevers allochtone jongeren en ongeschoolde jongeren blijven discrimineren?", riep de politicus vanop het podium.

De discriminatie van allochtonen is inderdaad een punt waarover de discussie al jaren woedt. Maar "discriminatie van ongeschoolden", hallo? Ik dacht dat de scholing, het opleidingsniveau, de aangeleerde skills, dat dit objectieve criteria waren die een rechtstreeks verband hebben met de geschiktheid voor het uitvoeren van een bepaalde taak. Volgens de antidiscriminatiewetgeving komt het maken van een onderscheid tussen personen of groepen op basis van een objectieve verantwoording niet neer op discriminatie.
Er is sprake van directe discriminatie indien een verschil in behandeling niet objectief en redelijkerwijze wordt gerechtvaardigd.
Als een verschil in diploma geen objectieve grondslag meer mag zijn bij de aanwerving, dan weet ik het ook niet meer. Het is alvast niet verwonderlijk dat "discriminatie van ongeschoolden" momenteel in Google nul "hits" geeft. Is dit een slip of the tongue van Vande Lanotte, een staaltje van platte demagogie, of wordt het publiceren van een personeelsadvertentie voor een schoonmaakster waarbij minstens een diploma hoger secundair onderwijs vereist wordt, straks ook strafbaar?
Read more...

Vlaamse regering verk(n)ocht aan 'eerlijke handel' (Politiek Incorrect)

De Vlaamse minister van Ontwikkelingssamenwerking - ook met Wallonië! - Geert Bourgeois (N-VA) weet blijkbaar niet alleen waar hij zoal zijn boodschappen gaat doen, maar ook de boodschappenlijstjes van de Vlaamse ministeries, kabinetten en administraties worden door de minister opgesteld. En het gaat het er de minister niet echt om wat er gekocht wordt, wel waar het gekocht wordt. En de winkel die deze despoot uit Izegem mag ontvangen is... Oxfam!

Jawel, de koekjes bij de koffie, alsook de koffie zelf, die de Vlaamse ambtenaren in het vervolg zullen kunnen knabbelen en slurpen komen van Oxfam-wereldwinkels. En het mag geld kosten voor de minister: Zo kondigde hij in een persbericht aan dat er 30 ton 'eerlijke koffie' zal worden aangekocht, 16.000 1-literflessen fruitsap en nog eens enkele kisten 'eerlijke wijn'. Daarenboven zal voor 15.000 Vlaamse ambtenaren een "(h)eerlijke maaltijd" opgediend worden (jakkes!), bestaande uit 1.800 porties soep, 1.200 desserten, 1.230 vleesschotels en 240 koude schotels. Alsof dat nog niet voldoende is, reikt minister Bourgeois nog eens 142.000 euro uit aan een gemeenschappelijk 'gemeenteproject' van Oxfam-wereldwinkels en Vredeseilanden; plus andermaal een eenmalige 100.000 euro aan het 'Common Code for the Coffee Community'-project.

Dit alles zou ons, de belastingbetaler, en de minister dus in staat moeten stellen een zuiver geweten aan te meten. Er is gestreden geweest tegen het 'boosaardige kapitalisme', en wederom enkele honderden landbouwers in derde wereldlanden hebben nu een 'eerlijk loon' kunnen ontvangen. Is dit zo? Absoluut niet. Het al dan niet kopen van producten bij de zogenaamde 'eerlijke' wereldwinkels lost niets, maar dan ook niets, op aan het probleem terzake. In zekere zin wordt het probleem zelfs alleen maar vergroot: Oxfam heeft tot doelstelling producten aan te bieden, geproduceerd door landbouwers/arbeiders die hiervoor een eerlijk loon - wat dit precies is, houdt men echter wel achterwege... - aan te bieden. Om als bedrijf in een ontwikkelingsland waar Oxfam actief is in aanmerking te komen om mee te kunnen coöperen met Oxfam, dien je dan wel rekening te houden met de 'Oxfam-normen' over bedrijfspolitiek. Oxfam doet dus eigenlijk aan niets meer of minder dan modern 21ste eeuws nepotisme. Het gevolg is dus dat het bedrijf dat de eer heeft voor Oxfam te werken, welliswaar hogere lonen krijgt, maar dit is uitermate nefast voor de concurrerende bedrijven. Hoezo, nefast? U zult zich hoogstwaarschijnlijk afvragen of ik nu een van de meest fundamentele principes van het liberalisme zomaar zou verloochenen. U vergist zich. Het is inderdaad zo dat wanneer een bedrijf zich vestigt in 'een ontwikkelingsland' en hogere lonen dan normaal uitkeert, er hierdoor een kettingreactie ontstaat van loonsstijgingen in andere bedrijven van dezelfde sector --> meer loon voor de werknemers --> meer koopkracht --> meer particuliere consumptie --> hogere economische groei --> meer welvaart. En zo is de positieve cirkel is. Waarom verwelkom ik Oxfam dan niet bepaald? Om de simpele reden dat hoger uitgelegde kapitalistische theorie alleen maar kan werken in een wereld van vrije handel. En juist daar wringt het protectionistische schoentje - het kan maar niet genoeg benadrukt worden - zijnde de landbouwsubsidies en hoge invoerrechten in Europa, en (zij het in iets mindere mate) de VSA. Dit betekent dus dat de 'kleinere' ondernemingen (dus concurrenten van de Oxfam-ondernemingen) nooit hogere lonen aan hun werknemers zullen kunnen uitkeren, om de simpele reden dat tot de laatste centiem toe, het geld in rook opgaat aan contraproductieve invoerheffingen. De 'Oxfam-onderneming' kan dit wel, omdat Oxfam zelf een grote onderneming is die die invoerrechten wel kan betalen. Het gevolg is dan ook dat de meeste werknemers van de 'gewone' onderneming zullen pogen over te stappen naar de Oxfam-onderneming. Het gevolg is dan ook dat op den duur het gevaar loert dat Oxfam in een bepaalde regio als onderneming een monopoliepositie zou kunnen vergaren. En dat is in een economie steeds een zeer gevaarlijke factor.

Maar nog gevaarlijker wordt het wanneer aan die onderneming nog eens staatssteun gegeven wordt, zoals minister Bourgeois nu doet. Hierdoor wordt Oxfam - in zekere zin - een overheidsbedrijf. Een overheidsbedrijf met een monopoliepositie? Een nieuwe vorm van Vlaams 'solidair' Stakhanovisme zeker? Alleszins bestaat de enige oplossing er in de protectionistische handelsregels in Europa en de VS onverwijld, excuseer, onmiddellijk, aan banden te leggen. Niet alleen in de Westerse wereld, maar in sommige gevallen soms ook in de ontwikkelingslanden zelf. Alleen zo kan de arme landbouwer uit het slop geholpen worden. Want door alleen maar te rekenen op de 'goodwill' van de consument om enkele euro's extra op tafel te leggen om de zuiderse landbouwer aan een hoger loon te helpen, ben je utopisch bezig om op die manier structureel de wereldeconomie te veranderen. En als u of Oxfam dan toch ondanks de verstikkende subsidies, quota en importheffingen toch nog iets wil veranderen aan de gevestigde protectionistische wereldorde, dan is het beter projecten zoals de Grameen Banking - opgericht in Bangladesh door professor Economie Muhammad Yunus - te steunen. Het zou me te ver leiden dit hele project in detail te beschrijven, maar meer info hierover vindt u op http://www.grameen-info.org

Eén ding staat alleszins vast: Zolang Geert Bourgeois op de Vlaamse kabinetten zowel minister alsook keukenpiet blijft spelen; zien ze mij daar toch niet direct als werknemer...
Read more...

Post uit Denemarken (Politiek Incorrect)

Na geflirt te hebben met de Franse post en het Nederlandse TPG; is er voor de Belgische Post dan toch een partner gevonden om het Belgische overheidsbedrijf uit het slop te helpen. Die partner komt uit Denemarken, en blijkbaar moeten hun sprookjes van Hans Christian Anderssen geholpen hebben: De Denen hebben direct de weg naar het Belgische lelijke eendje gevonden.

De bedoeling van de Denen - samen met de Britse durfkapitalist CVC Capital Partners - is om een minderheidsaandeel in De Post te kunnen bemachtigen ten belope van de helft min één aandeel. Hierdoor zou de Belgische overheid toch nog altijd de hoofdaandeelhouder van De Post blijven. Een Deense investering van een goede 260 miljoen euro zou De Post moeten klaarstomen om tegen 2009, na de dwingende liberalisering van de Europese postdiensten, naar de beurs te stappen. De vraag is echter of de externe druk niet te groot zal zijn om reeds vroeger de markt open te gooien: Op dit moment is de postmarkt in Europa alleen maar vrij in Zweden en Finland; maar ook het Nederlandse TPG heeft reeds aangedrongen de postdiensten in Nederland reeds tegen 2007 open te gooien, op voorwaarde dat hetzelfde gebeurt in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. De vraag is dan of de Belgische postdiensten wel kunnen achterblijven op de andere evoluties in Europa. Een andere, totaal andere vraag, is wat de Deense Post eigenlijk heeft bezield in zee te gaan met de weinig performante Belgische Post. Volgens Helge Israelsen, topman van 'Post Danmark', heeft de Deense post zo'n grote relance doorgemaakt na de jaren 80 dat ze - ondanks haar kleine omvang - toch ook nog naar de rest van Europa had willen 'uitbreiden'. Maar het is maar ten stelligste te hopen dat deze beslissing de Denen niet zuur zal opbreken, gezien er toch wel een mijlenver verschil is tussen de performanie van de Deense en de Belgische post, ondanks hun gelijkwaardige grootte.

Want neen, de Post doet het in vergelijking met de nieuwe Deense partner absoluut niet goed. De omzet van De Post daalt jaarlijks met 2%, en haalt op diezelfde omzet die 2,1 miljard euro bedraagt een kasstroom (= het geheel van financiële middelen van een bedrijf waarmee geen courante verrichtingen mee hoeven gefinancierd te worden) van 5%, terwijl dit percentage bij de Deense post 15% is op een omzet van 1,5 miljard euro. De winst op jaarbasis bedraagt bij de Belgische Post 40 miljoen euro, maar de Denen boeken echter bijna het dubbele: 73 miljoen euro. Organisatorisch zijn er evenzeer hemelsbrede verschillen: Terwijl er in België 36.000 werknemers bij De Post zijn, zijn dit er in Denemarken maar 22.000. Ook het systeem van postwinkels in plaats van steeds bemande (en dikwijls lege...) postkantoren kent in Denemarken veel groter succes dan hier. Postwinkels zijn degelijke alternatieven voor de vaste postkantoren: Het zijn eigenlijk geen winkels 'an sich', maar meestal krantenwinkels, tankstations, supermarkten en dergelijke waar postproducten verkocht worden. In het Zuid-Scandinavische land zijn er zo'n 800 van deze postwinkels in gebruik, in België slechts 45. Daar staat - helaas - tegenover dat er in België veel meer vaste postkantoren zijn: 1.300 tegenover slechts 300 in Denemarken. Omgerekend per 100.000 inwoners betekent dit dat er in België 13 postkantoren zijn (opmerkelijke communautaire verschillen overigens: 17 in Wallonië en 11 in Vlaanderen!!!); in het land van de soepele ontslagwetgeving niet meer dan 6. Het spreekt voor zich dat de Deense post het systeem van de alternatieve postwinkels ook hier graag uitgebreid zou zien, maar daardoor had het personeelsbestand bij de Post bijna gehalveerd moeten worden. Dit stuitte uiteraard op onomstotelijk verzet bij de vakbonden, en eigenlijk nog voor Deense post partner van de Belgische post was, moest zij op papier plechtig beloven niemand te zullen ontslaan. Zo gaat dat in dit landje... Er zijn bovendien nog meer problemen die de kop op steken om het nochtans mooie systeem van postwinkels uit te breiden: Niets of niemand minder dan de PS heeft geëist dat er per gemeente minstens één vast postkantoor zal blijven. Ook voor die druk zullen de Denen dus moeten toegeven. Jammer, want hierdoor zullen dus verlieslatende kantoren geopend blijven met ditto (overheids)personeel. Dit dus in plaats van de tewerkstelling te verplaatsen naar de (volledig) private sector, zijnde de handel. De PS blijkt dus klaarblijkelijk niet gehinderd te worden door het feit dat tewerkstelling niet kunstmatig gecreërd of behouden kan worden. Indien de wetten der vrije markt zeggen dat het personeelsbestand bij De Post dient af te slanken, dan weze het zo. Bovendien zou een verlaging van het aantal postkantoren zeker niet tot gevolg hebben dat de dienstverlening zou dalen. Integendeel zelfs: Ondanks het lage aantal postkantoren en werknemers, wordt in Denemarken 95% van de priorzendingen daags nadien al afgeleverd. In België is dit 88%. Rekening houdend met het feit dat Denemarken een veel dunner bevolkt land is, en sommige plaatsen voor de postbodes hoogstwaarschijnlijk moeilijker te bereiken zullen zijn, is het Belgische resultaat dus niet al te best. Als conclusie kunnen we eigenlijk wel stellen dat de Deense post veel performanter werkt dan de Belgische, ofschoon ook de Deense post voor maar liefst 78% in overheidshanden is, de overige 22% behoort toe aan het Britse CVC, dat overigens ook in het hele Belgisch-Deense verhaal een sleutelrol zal krijgen. Maar de ene regering is natuurlijk de andere niet...

Er staan de Denen dus nog spannende tijden tegemoet. De vraag is echter of ze het zullen kunnen waarmaken om van de Post binnen de vijf jaar een competitief bedrijf te maken. Of om op het sprookje van Anderssen terug te komen: Het ding te laten transformeren tot een prachtige zwaan. Vergeet namelijk niet dat bij de Belgische Post de vakbonden nog steeds zeer machtig zijn. Koppel dit aan het gegeven dat de vakbonden in dit apenland geen rechtspersoonlijk bezitten, en de Denen zullen vlug spijt hebben van hun beslissing in dit land hun geld en tijd te hebben gesleten. De voormalige topman van De Post, Frans Rombouts, kan er van meespreken: Hij werd op 21 december 2001 na een termijn van nog geen twee jaar door de regering ontslagen als topman van De Post, omdat de vakbonden zijn veto tegen hem hadden gebruikt. Rombouts had namelijk gezegd dat hij het torenhoge absenteïsme bij de Post dringend wou aanpakken. Hierop hadden de vakbonden hun scalpeermes reeds te boven gehaald. Het vervolg van het verhaal kent u.
Read more...

14 oktober 2005

Een lichtzinnige professor (victa placet mihi causa)


Op zoek naar de identiteit van Europa

Het is merkwaardig om Turkije het Europese lidmaatschap te ontzeggen op grond van culturele argumenten
Hendrik Vos

WAARSCHIJNLIJK begint de Europese Unie maandag te onderhandelen met Turkije. Onderhandelingen die op een dag zullen leiden tot Turks lidmaatschap van de Unie. Echt van harte is het niet. Wie luistert naar wat er in de hoofdsteden wordt gezegd, hoort dat het van moeten is. Er werd de Turken in het verleden veel beloofd en dat heeft nu zijn consequenties.
In de diplomatie kan men zich niet aan een toezegging onttrekken zonder dat dit tot conflicten en miserie leidt. We beginnen te onderhandelen omdat het niet netjes zou zijn om ons woord te breken of omdat we ons nog meer ellende op de hals halen als we het niet zouden doen. Bij de Britten en misschien de Italianen is er een sprankeltje enthousiasme, maar de andere lidstaten zijn in het beste geval koele minnaars van gesprekken met Turkije. In landen als Frankrijk en Oostenrijk zit die koelheid rond het vriespunt.

“Merkwaardig” noemt Vos de reserves van de Europese bevolking, maar hij bekent wel meteen openhartig dat de toetreding onafwendbaar is geworden, en dat we ons nu zeker miserie op de hals halen, maar dat er “anders” nog meer miseries zouden komen, al vertelt hij ons niet wat die zouden inhouden. Vos lijkt gewillig in te gaan op iets dat sterk lijkt op chantage.

Grote delen van de bevolking zien Turkije liever niet in de Unie. Er is schrik dat de Turken onze banen zullen afpakken, er is angst voor de onbegrepen islam, er is ook onvrede over een falend migratiebeleid in nogal wat grote steden. In het debat lopen deze en andere zorgen door elkaar, waarbij vele tegenstanders uiteindelijk menen vast te stellen dat een Europese Unie mét Turkije niet Europees meer zal zijn. Giscard d'Estaing, de gewezen Franse president die veel aanzien geniet in Europese kringen, heeft het met die woorden gezegd en het wordt door velen herhaald.

Ik ben geen politicoloog en dus zeggen enquêtes mij niet zoveel, maar die “grote delen” zou ik toch durven vervangen door “de grote democratische meerderheid”. Foutenmarges lijken mij hier niet zo’n punt namelijk, want we spreken over meerderheden van ongeveer zeventig procent, Engeland en Italië inbegrepen…
Ook lijkt de “onbegrepen islam” mij niet het probleem, de begrepen islam des te meer. De islam is in Europa in het geheel niet onbekend, vaak kennen Europeanen de islamleer beter dan vele islamieten zelf. Maar ik weet natuurlijk niet wat voor boeken professor Vos heeft gelezen.
“Nogal wat grote steden” betekent dat Vos ook enkele goéde voorbeelden in gedachten heeft: hier maakt hij ons nieuwsgierig maar hij blijft zwijgzaam.


Maar wat is dat dan, die fameuze 'Europese identiteit' die, met de Turken erbij, bezoedeld dreigt te raken? Het is vandaag ook om een andere reden een interessante vraag: sinds de negatieve referenda over de Europese grondwet, weet Europa met zichzelf geen raad.

"Europa" lijkt juist wél raad te weten met zichzelf, goede professor. Het zijn enkel de zelfbenoemde regentjes en de EU-"parlementsleden" die niet goed raad weten. Hun buiksprekertjes weten vanzelfsprekend nog minder wat ze moeten vertellen.

Zonder snel akkoord over het budget, loopt de uitbreiding naar het Oosten in het honderd. Geen enkele politicus lijkt het leiderschap te hebben om de trein weer op de rails te zetten. En de Commissie houdt zich gemakshalve bezig met het schrappen van wetten, in plaats van met het uitwerken van regels om nieuwe uitdagingen aan te pakken. Officieel heet het dat we ons in een 'reflectieperiode' bevinden. Een eufemisme voor 'existentiële crisis'. Het hanteren van verbloemend taalgebruik zou alvast een eerste kenmerk kunnen zijn van die Europese identiteit. In elk geval, op dit soort momenten is het niet slecht om eens na te denken over de vraag wat die Europese Unie nu eigenlijk is.

Dat mag Vos wel zeggen van dat verbloemend taalgebruik! Maar we hadden het over Europa dacht ik, en over de Europese identiteit? En hij begint ineens over de EU. Mij goed ...nieuw onderwerp dan maar? Nee, we schakelen dadelijk weer over naar die identiteit. De wetenschap der politicologie lijkt geen aanspraak te maken op systematiek.

Maar identiteit is een moeilijk vatbaar begrip. Het kan gewoon een gevoel zijn, hoewel vaak wordt geprobeerd om er een meer objectieve omschrijving aan te geven.

Het Europa-gevoel

Eerst dat gevoel. Dat we ons Belg of minstens Vlaming voelen, is vorig weekend gebleken. Een kerel uit Balen werd in Madrid wereldkampioen wielrennen en daar waren we erg opgetogen over. Het werd de opener van het journaal en het haalde de voorpagina's van alle kranten. Wie smalend doet over deze gekte en zijn persoonlijk geluk niet wil laten afhangen van de sprintsnelheid van Boonen, zou die niet gesupporterd hebben voor de Belg in de finale van de Elisabethwedstrijd?

Dit badinerend gedoe is misplaatst in een ernstig bedoelde analyse. Proficiat overigens met uw kampioenen Hendrik Vos, maar Tom en Kim, en zelfs die hele koninklijke vioolwedstrijd kunnen mij gestolen worden.

Een soort nationale trots bestaat wel degelijk en als u eerlijk bent, geeft u toe dat u het ook wel eens voelt. België en Vlaanderen zijn historisch gezien nogal toevallige constructies, maar dat neemt niet weg dat we het plezierig vinden als iemand van ons kampioen wordt, zelfs al hebben we persoonlijk weinig met de betrokkene gemeen en is hij zonder ondertiteling wat moeilijk te verstaan voor mensen uit andere provincies. We voelen ons ook verbonden met een sympathiek meisje uit Limburg dat veel van honden houdt en goed tennis speelt. Het valt niet rationeel te verklaren, maar we hebben er allemaal wel last van en moeten er ons niet voor schamen.

Maar voelen we ons ook Europeaan? Is er een Europees wij-gevoel, dat 450 miljoen burgers omvat, van Nicosia tot Dublin, van Lissabon tot Tallinn? Medewerkers van de Commissie, die er beroepshalve mee bezig zijn om dit soort zaken te meten, zijn nog nooit euforisch geworden over de resultaten van hun enquêtes. Mensen voelen zich verbonden met hun land of regio, met hun buurt, hun familie, desnoods met hun hond of parkiet, maar Europa komt in alle lijstjes betrekkelijk achteraan. Geen enkel onderzoek toont aan dat er zoiets bestaat als een Europa-gevoel.

Als Frankrijk tegen Senegal speelt, staat heel Europa dan pal achter Frankrijk? Erg twijfelachtig. Misschien komt hij er ooit wel, die emotionele band met Europa. Maar we zijn nog lang zo ver niet en er is de laatste tijd in de Unie weinig gebeurd wat de liefde kan doen groeien.

Vos gelooft kennelijk dat zulke metingen ook echt iets meten. Maar meer dan die misvatting – hij is tenslotte zelf een professional – staat het verachtende toontje van mijnheer mij tegen. En nu we toch over sport aan het klappen zijn: op dit niveau is natuurlijk elk argument even geldig. Beste professor, misschien staan de Fransen op dat moment wél achter hun ploeg? Europa speelt toch niet? Ik herinner mij schaakwedstrijden Sovjet-Unie – Rest van de Wereld. De Rest verloor altijd, maar ik zag nooit een schaakspeler die daarbij in zak en as zat. En als Wales tegen een of andere continentale ploeg voetbalt, staat dan heel het Verenigd Koninkrijk achter de prei-eters? Ik weet dat niet, et je m’en fiche, maar er bestaat wél een Britse identiteit en die is historisch en cultureel bepaald. Weet u: iemand die beroepsmatig en “wetenschappelijk” over politiek prakkezeert, die zou met zijn gedachten beter wat minder bij tennis en voetbal zitten, zoniet zullen wij burgers de bestaansreden en de werkingskredieten van zijn vakgroep eens herbekijken.

Riskante onderneming

Misschien is er wel een meer objectief te omschrijven Europese identiteit. Het tastbaar vaststellen van identiteiten is evenwel een riskante onderneming.

In het begin van de jaren negentig was het een tijdje in de mode om de Vlaamse eigenheid te omschrijven. Er werden allerlei prettige kenmerken opgesomd (sterk arbeidsethos, perfectionisme, roemrijk verleden, fundamentele vredelievendheid, enzovoort) die ofwel een kritische toets niet konden doorstaan, ofwel typisch bleken te zijn voor zowat alle volkeren ter wereld. Het definiëren van de Vlaming is op deze manier dus niet gelukt. De Vlaamse identiteit, zo bleek bij nader inzien, dat is toch vooral bloemkool in bechamelsaus, een plaasteren kabouter in de voortuin en een porseleinen herderinnetje op de vensterbank. Maar omdat zelfs niet iedereen aan dat stereotype beantwoordt, is ook deze omschrijving weinig bruikbaar.

Zeg dat wel Thomas: tastbaar vaststellen! Wat mag dat betekenen?
Ik zal even niet opgelet hebben toen die Vlaamse eigenheid werd vastgesteld, maar de wetenschap der politicologie heeft natuurlijk niet stilgestaan ondertussen. Waar heeft die man het toch over? Vos richt zelf een stroman op die hij vervolgens vakkundig tegen de grond slaat. Ach, onze man is niet ernstig ...erger: hij is dus ook niet grappig.


Wie de identiteit van de Europeaan wil omschrijven, staat dan ook voor een haast onmogelijke klus. Toch worden naar aanleiding van de Turkije-discussie nogal wat pogingen ondernomen om die Europese eigenheid af te bakenen, in een zoektocht naar een Europese essentie, die de Turken dan vreemd zou zijn.

Die heroïsche en mij helaas onopgemerkt gebleven poging tot definitie is, wat de Vlamingen betreft, mislukt verneem ik en inderdaad: het is denkbaar dat de verschillen met de naburen, Fransen, Hollanders, Duitsers te klein waren. Daarom meteen een onderscheid tussen Europeanen en Turken uitsluiten lijkt mij een onverantwoorde veralgemening, een non sequitur. Vos verwerpt zonder enig argument die mogelijkheid, al is juist dat probleem onderwerp van zijn stukje!

Applaus voor Europa!

Er wordt dan in de eerste plaats verwezen naar onze grootse geschiedenis. Europa, dat is de erfenis van de Grieken en de Romeinen. Het is in dat verband trouwens spijtig dat de piramiden aan de verkeerde kant van de Middellandse Zee liggen. Het doet een beetje pijn om die geometrische wonderen op conto van het Midden-Oosten of, zwijg stil, Afrika te moeten schrijven. Gelukkig hebben we andere fraaie zaken waarop we trots kunnen zijn. Er zijn hier grootse kathedralen gebouwd en prachtige schilderijen gemaakt. Europa zou ook de bakermat zijn van het humanisme en het christendom, de Renaissance en de Verlichting. Wie de geschiedenis zo wil lezen, ziet een vloeiende lijn van grootse daden en heuglijke gebeurtenissen.

“Er wordt… ” : een typische passieve wending. Ze insinueert veel maar staaft niets. Een rechtstreeks debat aangaan met een echte tegenstander doet Vos niet: liever bestormt hij de onbemande wallen van zijn eigen luchtkastelen. In welk "verband" staan bijvoorbeeld de Grieken en Romeinen tot uw piramiden, professor? Kent u echt mensen die hun treurnis hebben kenbaar gemaakt over het feit dat de piramiden aan de verkeerde kant staan? Waar zijn die kennissen van u naar school geweest?
En ja, ik heb wel eens gelezen dat Christendom, Renaissance, Humanisme en Verlichting in Europa zijn voorgekomen. U mag de voorwaardelijke wijs met een gerust hart achterwege laten. Heel subtiel onderscheid overigens tussen Humanisme en Renaissance, al had ik hier graag een woordje van toelichting gehoord.


Dus mogen we tegen Amerikanen en Chinezen best wel opscheppen over onze voorvaderen, die filosoof of staatsman waren, schilder of schrijver. Maar het is een selectieve lezing. Bij die fantastische Romeinen hoorde ook Nero en de kruistochten waren niet bepaald ingegeven door christelijke vredelievendheid. Bij momenten werden er al eens boeken verbrand en ook heksen. Misschien zelfs iets te veel om het nog als een spijtige aberratie te beschouwen. Europa, is dat trouwens ook niet de bakermat van het kolonialisme? De holocaust?

Hier gaat onze wetenschapper te ver. Och, hij is zo onbekommerd ...ça cause.
Ik kan mij vergissen, maar lijkt Vos niet zijn wijsheden over Nero uit een of andere TV-reeks te halen? In de bibliotheek van de politicologie zal het niet te vinden zijn, maar bijvoorbeeld "The Roman Revolution" (1939, en nog steeds in druk) van zijn Oxford-collega Ronald Syme is hier wat substantiëler.

Maar erger: de laatste boekverbrandingen waar ik weet van heb zijn die van Rushdie’s Duivelsverzen, en recent nog in Turkije die van Pamuks werken. Deze autodafé’s zullen Vos ontgaan zijn. Tenminste, dat hoop ik voor hem, want als hij er kennis van had dan begaat hij hier een morele laagheid.
En Europa is de bakermat van kolonialisme en holocaust? Van geen van beide mijnheer Vos! Mensen die zich ernstig met geschiedenis bezighouden zijn wel oudere voorbeelden bekend. Heel gênant voor onze professor is dat het woord “holocaust” voor het eerst werd gebruikt in een Engelstalige krant ... om er de Turkse genocide op de Armeniërs mee te beschrijven. Controleer je dat straks even, Hendrik?


Als er pogingen worden ondernomen om de Europese identiteit te omschrijven, worden ook de grote figuren uit de geschiedenis wel eens van stal gehaald. Shakespeare, Dante, Erasmus, Beethoven, Dostojevski, Da Vinci. We zouden dan een volk zijn dat doordrongen is van de erfenis van deze buitengewone persoonlijkheden. Misschien zijn zij het wel, en hun boeken, muziek en schilderijen, die ons tot Europeanen maken. Zou het niet hun intellectuele erfenis zijn die het wezen uitmaakt van de Europeaan? De échte Europeaan is dan iemand die op Arte naar documentaires kijkt over de bouw van de Acropolis, die met zijn opera-abonnement alles van Verdi meepikt, en 's avonds voor het slapengaan nog wat bladert in het verzameld werk van Plato.

Nu ben ik zo iemand, en ik ken er nog zo, maar de karikatuur die de fiere zelfverklaarde barbaar Vos hier ophangt is alweer een gruwelijk non sequitur.

Maar wat dan te denken van die andere Europeaan, in de volksbuurten van Praag, in de winkelcentra van Lissabon of op het Bretoense platteland, die zich van het Rad van Fortuin nog wel meent te herinneren dat Shakespeare de uitvinder is van ' to be or not be ', maar die geen enkele cd van Mozart in huis heeft.

De Toverfluit vind ik wel mooi, en iedereen vindt dat, zelfs op het "Bretoense platteland" waar u zo te zien al eens geweest bent. Maar Europese cultuur is meer dan enkel de Toverfluit, Vos: er zijn nog mooie Europese liedjes.

Die op zondagavond naar de voorronde van het Eurovisiesongfestival kijkt, en hoopt dat een treurig liedje in slecht Engels het haalt. Die tot overmaat van ramp al eens een Big Mac durft te eten of een Hollywoodfilm bekijkt. Die vermoedt dat Erasmus de toeristische dienst is van de Europese Commissie, ook wel verbonden met het departement Onderwijs, en die bij Dante denkt aan een bereidingswijze voor spaghetti. Da Vinci, dat heeft iets met een ingewikkelde code te maken. En Dostojevski, is dat de nieuwe spits bij Dynamo Kiev?

Hebben we hier te maken met een slechte Europeaan? Of is er een foutje gebeurd in de opvoeding? Elitaire definities van Europese eigenheid hebben weinig raakpunten met de realiteit. Laten we dus maar opletten met onze identiteit te baseren op grootse voorvaderen (opvallend weinig vrouwen, overigens), wiens geschriften en gedachten ons doordrenkt zouden hebben, en die ons bestaan een unieke richting hebben gegeven. Waardoor de Turken niet in Europa passen, want zij zijn verstoken gebleven van de invloed van al deze ronkende namen.

Ja, "voorvaderen wiens"... in het Nederlands zeiden wij altijd "voorvaderen wier". Die naamvallen behoren natuurlijk tot een onbestaand cultureel erfgoed.
Ik zou professor Vos niet graag ontmoeten in een sportkwis, maar voor het overige erkent hij blijkbaar niet eens het onderscheid tussen high en low culture... begrippen die, en laat ik dat te zijner intentie er meteen bijzeggen, geen waardeoordeel inhouden, maar wél elk hun functie hebben. En er zijn inderdaad ronkende namen die althans ik niet zou willen missen.


Het wapenschild van Indonesië

De Europese identiteit omschrijven op cultureel-historische gronden en daar dan een Europese essentie uit afleiden, is eigenlijk onzin. Er is geen gedeeld verleden, waarmee alle Europeanen in aanraking zijn gekomen.

Dat we geen platonische essentie moeten zoeken is waar, maar die Vossische wijsheid is al ééuwen een platitude. Dat er echter geen "gedeeld verleden" zou zijn is onzin: Vos ontkent hiermee de hele Europese geschiedenis. Het is te gek om los te lopen, maar laat ik toch één schrijver noemen waar elke Europeaan, op de Griekssprekenden na – die hadden hem niet nodig – mee te maken heeft gehad: Hiëronymus.

Een zoektocht naar culturele, etnische of religieuze fundamenten van de Europese eigenheid, gaat overigens voorbij aan de strijd tussen uiteenlopende belangen en aan de conflicten en tegenstellingen die er hier constant geweest zijn.

Juist niet! die zoektocht is daar het resultaat van.

Net als op de meeste andere plekken ter wereld, trouwens. Europa is een mozaïek van culturen en subculturen en laat zich niet vangen in één essentie. Er is geen kern, die we allemaal delen en die ons doet verschillen van niet-Europeanen.

Toen de Europese grondwet werd opgesteld, meende men de oplossing te vinden. Europa is 'eenheid in verscheidenheid', en deze zin werd meteen tot motto verheven. Al valt het met die 'eenheid' de laatste tijd wel wat tegen. Maar goed, het klinkt niet slecht en de zoektocht naar een essentie kan worden opgeschort. Impliciet wordt gezegd dat die verscheidenheid de eigenheid van Europa uitmaakt. Maar is Amerika ook niet 'eenheid in verscheidenheid'? Of China? Dezelfde spreuk staat al in het wapenschild van Indonesië. Zo typisch Europees is dat dus nu ook weer niet.

Kijk, dat van dat wapenschild wist ik niet! Feitjes kun je werkelijk van iedereen leren. Goede stijl echter niet: in mooie opstellen komen er geen opstapelingen van éénlettergrepige woorden voor als: “…is dat dus nu ook weer niet”.

Een politieke zaak

Er is maar één perspectief dat een aanknopingspunt biedt in de zoektocht naar Europese identiteit. Als we Europa's grootste vergelijkingspunt nemen, namelijk Amerika (ook het continent waarop we het meest lijken), dan valt toch wel een en ander op. De VS doen niet mee met Kyoto, terwijl alle lidstaten van de Europese Unie het protocol intussen ratificeerden. In de VS bestaat de doodstraf nog, terwijl wij daar in ons Handvest van Grondrechten afstand van nemen. Er is hier meer sociale bescherming dan aan de andere zijde van de Atlantische Oceaan en Europa voelt meer voor diplomatie dan voor gewapende conflicten.

Hij noemt zo’n beetje wat hem op het moment invalt.

Er zijn dus wel degelijk verschillen, maar die hebben te maken met politieke keuzes. Als er dus al een Europese identiteit bestaat, dan is die gebaseerd op de beleidskeuzes die hier wél en elders niet gemaakt worden. De lijm die Europa bindt, is een politiek project, geen culturele essentie. We zijn er ons trouwens maar best van bewust dat de verschillen niet zo absoluut zijn als ze lijken. Er is in de VS ook wel protest tegen de doodstraf en de gevoerde milieupolitiek. En bij verkiezingen in Europa neemt het succes toe van politieke partijen die pleiten voor de invoering van de doodstraf en de beperking van sociale rechten. De oorlog met Irak was amper begonnen of de eerste Polen en Britten liepen al mee in de voorste gelederen.

Krankzinnig als stellingname: zeker vanuit het perspectief van de mogelijkheid ener “wetenschap van de politiek” kun je niet de politieke keuzes tot een grondgegeven verklaren, maar moet je juist zoeken naar oorzaken van politieke beslissingen, en die zullen op een ander vlak liggen…een dieperliggend vlak: ze liggen op cultureel vlak. Vos verwart zijn eigen “vak”, de politicologie, met de theologie, en dan nog met een inderdaad platonische of esoterische tak ervan.
En misschien wil hij origineel formuleren, maar wat Vos over de Polen en Britten vertelt is onzin: die verklaarden vooraf dat ze zouden meevechten. Muggezifterij? nee toch als we de “politicologie” ernstig moeten nemen ?

Vooraleer we vol euforie ons beleid als het meest beschaafde de hemel in prijzen, staan we dus maar beter stil bij de relatieve broosheid ervan. Maar toch is dit de enige reële omschrijving van de Europese eigenheid: de politieke keuzes die we maken, en die in mindere of meerdere mate verschillen van keuzes die elders gemaakt worden.

Wat nu met de Turken?

Tot slot keren we terug naar Turkije. De identiteit van Europa is een nogal schimmig gegeven en zeker niet helder af te bakenen op cultureel-historische gronden. Europa is een groot lappendeken en recent wees groen europarlementslid Daniël Cohn-Bendit er nog op dat er vandaag al meer moslims dan Belgen in de Unie wonen. Geen enkel onderzoek doet bovendien vermoeden dat er zoiets bestaat als een Europa-gevoel. Het is dus merkwaardig om Turkije het Europese lidmaatschap te ontzeggen op grond van culturele argumenten.

Vos heeft veel moeite met woorden als "dus" of "bovendien". Dat zijn ook moeilijke woorden. Er is geen "Europa-gevoel" dat de heer Vos kan meten, en dat verwondert mij niet want hij weet vooreerst niet wàt hij wil meten, gesteld nog dat zoiets zou kunnen. Maar dat er "dus" geen culturele argumenten meer zouden zijn om Turkije niet-Europees te noemen, dat lijkt een zoveelste onmogelijke gevolgtreking, een non sequitur.
En wat Cohn-Bendit daar zegt lijkt mij juist een tegenargument… al heeft die dubieuze kerel natuurlijk wél een zekere woordbegaafdheid.


Als er trouwens één constante is in de Europese geschiedenis, dan is het wel het permanente verschuiven van grenzen. Wie op een rommelmarkt naar oude kaarten kijkt, ziet dat er in Europa duchtig met de grenzen geschoven is. Slechts in de rand rond Brussel klampt men zich vast aan het naïeve geloof dat grenzen voor eeuwig gebetonneerd kunnen worden.

Professor Vos raakt weer verward: nu slaat hij taalgrenzen en staatsgrenzen door elkaar. Ik weet niet of het hem bekend is dat bij uitstek de taalgrens die hij bedoelt eeuwenlang zo goed als onbeweeglijk is gebleven. Taalkundigen hebben zich vaak de vraag gesteld hoe dat mogelijk was.

De Europese Unie is een politieke club en we moeten de discussie over de grenzen niet vertroebelen met weinig relevante overwegingen. Daardoor riskeren de zaken die wél van belang zijn in de schaduw te belanden. Het gaat dan om kwesties die precies te maken hebben met die politieke invulling van de Europese eigenheid. In de eerste plaats de basisregels van de club.

Eerloos neemt Hendrik Vos de kleinerende formule van Recep Tayyip Erdoðan over: ik van mijn kant aanvaard niet de term “club”. Vervolgens duikt het platonische begrip “eigenheid” weer op: een “eigenheid” die daarnet nog onbestaande was?

In de Europese Unie horen alleen democratieën thuis, waar man en vrouw gelijke rechten hebben, rechten van minderheden gerespecteerd worden en fundamentele vrijheden gewaarborgd zijn. Wat dit betreft heeft Turkije op korte tijd een grote sprong gemaakt. De volgende jaren zal moeten blijken of die beweging zich ook op het terrein doorzet, in de politiekantoren van de dorpen, in de militaire posten in het oosten, in het oordeel van de rechters. Europa kan hier geen toegevingen doen - het gaat om axioma's waarop de Unie is gebouwd.

Ver van toegevingen te doen: Europa heeft hier nog nooit één eis hard gemaakt. Daar is een goede reden voor: Amerika zou dat niet dulden. En ja, er worden in Turkije nog gevangenisstraffen uitgedeeld aan auteurs en zo, maar kom.
Ik weet niet of de politicologie ook hulpwetenschappen kent, maar de wiskunde leert ons dat de “reductie” van 23% christenen naar 0,3 % christenen héél groot is. Dat is net wat de “lekenstaat” Turkije heeft bereikt sinds zijn ontstaan. Als Turkije nog flink vooruitgang maakt in de mensenrechten, en in de komende decennia er enkel nog in slaagt om ook dat laatste derde-van-een-percentje uit te schakelen, dan hebben zij het statistisch heel goed gedaan zal Vos besluiten. Inderdaad ze doen het dan ongeveer 75 keer beter dan vroeger.


De tweede kwestie ligt ingewikkelder: wat als een Europese Unie mét Turkije te groot wordt om nog beleidskeuzes te maken? Het is de vrees van Karel Van Miert, en het meest politiek-correcte van alle argumenten tegen Turks lidmaatschap: we hebben niets tegen de Turken, toffe jongens allemaal, maar helaas kunnen we geen beleid meer maken als we hen erbij nemen. Er zit iets pervers in het argument. Het is vandaag, met vijfentwintig lidstaten namelijk al moeilijk om nog een krachtig Europees beleid te maken.

Inderdaad: waarom de chaos dan niet nog wat vergroten ? (in het Witte Huis zullen ze onze wetenschapper graag bezig horen).

Als de Unie overeind wil blijven, zullen de spelregels volgens dewelke ze functioneert snel moeten aangepast worden. Of we dat nu grondwet noemen of niet. Het versterken van de instellingen en het uitwerken van vlottere beslissingsmechanismen, moet heel dringend gebeuren, met of zonder Turkije. Precies om te vermijden dat een groot Europa ook een verwaterd Europa wordt.

Er moet plotseling nogal veel. Democraat Vos: laat ons misschien de burger eens raadplegen over wat er moet?

Er is de Turken veel beloofd, de voorbije jaren. Misschien wat snel en wat veel, maar aan die bedenking hebben ze aan de oevers van de Bosporus niets. Turkije hervormt zijn binnenlandse politiek en is op weg om te doen wat Europa vraagt. De rest is niet de Turkse karwei, maar de onze. En met navelstaren, op zoek naar onze essentie, zullen we er niet komen.

Turkije ligt niet aan de oevers van de Bosporus, vriend Vos, dat is maar 2,7% van Turkije. De meeste Turken hebben uw Bosporus nooit gezien want Turkije ligt in Azië. Geschiedenis, aardrijkskunde ...allemaal niks hoor ik u denken.
Toch, "Bosporus"... het is geen regelrechte fout maar ikzelf schrijf meestal Bosphorus, omdat ik weet dat het een Grieks woord is, dat zoveel betekent als Oxford. De plaats waar de koe of os oversteekt, bijvoorbeeld als Zeus achter hem aan zit. Maar ja, etymologie is minder belangrijk dan sport.


Hendrik Vos
(De auteur is politicoloog aan de Universiteit Gent.)

De illustratie bovenaan, Europa en de Stier, is van Hugo Claus.

Read more...

13 oktober 2005

I'm anti-war (The Flemish Beerdrinker)

Yes. I am. Consider:

I opposed the invasion of Iran by Saddam Hussein;
I opposed the invasion of Kuwait by Saddam Hussein;
I opposed the war of Saddam against his own people;
I oppose the war against the West and Western values started by Al-Qaeda and escalated with the destruction of the Twin Towers on 9/11/2001;
I oppose the war against the infidels openly declared by al-Zarqawi;
I oppose the war of Al-Qaeda and al-Zarqawi against fellow muslims in Iraq and other Western and non-Western countries.

That’s at least six wars. Over the same time period I only supported two. And only because it were wars against tyrannies (Saddam and the Taliban). So generally one can say i’m anti-war. Why not join me to demonstrate our anti-war credentials?
Read more...

12 oktober 2005

Verhofstadt geeft beleggers koude douche (De andere kijk)

Gisteren was het door een gebrek aan informatie nog niet mogelijk om in te gaan op de volgende twee begrotingsmaatregelen: de invoering van een roerende voorheffing van 15% op inkomsten van fondsen die voornamelijk in obligaties beleggen en de invoering van een taks van 1,1% op premies die betaald worden voor levensverzekeringen met vast rendement (tak 21) of gekoppeld aan beleggingsfondsen (tak 23).

Blijkbaar waren de twee maatregelen die samen 455 miljoen euro moeten opbrengen een tegeneis van de PS nadat de liberalen met een “tweemalige bevrijdende aangifte” op de proppen waren gekomen. Aangezien de tijd begon te dringen, het was al 5 uur ’s ochtends en enkele uren later moest de premier naar het parlement, werd besloten om beide partijen hun zin te geven. Het gevolg is dat een éénmalige maatregel - waarvan de opbrengst onzeker is, want wie niet van de éénmalige bevrijdende aangifte gebruik maakte, gaat nu wel berouw tonen met betaling van de ontdoken belasting (zonder bijkomende boete) - verkocht werd ten koste van een permanente taxatie op bepaalde beleggingsproducten.

De invoering van een roerende voorheffing op inkomsten van fondsen die overwegend in obligaties beleggen, verdedigt de regering met het argument dat een buitenlander die in dezelfde Belgische fondsen belegt, in het kader van het spaarakkoord dat op 1 juli jl. inging, nu al 15% betaalt. Buiten het feit dat het hoogst uitzonderlijk is dat een regering, zonder aandringen vanwege de Europese instanties, een discriminatie van buitenlanders t.o.v. haar eigen ingezetenen opheft, vergeet de regering erbij te vermelden dat volgens datzelfde akkoord het tarief voor buitenlanders in twee fasen moet verhoogd worden tot 35%! Benieuwd of de regering dan nog even happig zal zijn om de gelijkschakeling door te voeren.

De invoering van een premietaks van 1,1% op levensverzekeringen van de takken 21 en 23 vormt een eerste aanval op de algehele fiscale vrijstelling van deze producten. Zij worden het slachtoffer van hun succes. Het is weliswaar de bedoeling dat niet de belegger, maar de verzekeringsmaatschappij opdraait voor de taks, maar je kan er gif op innemen dat de sector, ondanks de pleidooien van de regering om het niet te doen, toch wegen zal vinden om de taks door te rekenen aan haar klanten, de particuliere beleggers.

Kortom, deze beide maatregelen getuigen van liberale politieke onhandigheid en roepen ethische vragen op. Zitten de liberalen meer in met het buitenlandse zwarte/grijze geld van grote belastingontduikers dan met het eerlijk verdiende spaargeld van de modale belegger of ben ik nu te streng?
Read more...

De oktoberwensen van Verhofstadt (Politiek Incorrect)

Een goede twee weken nadat zijn Vlaamse collega Yves Leterme reeds de regeringsintenties voor het Vlaams parlement voorlas, volgde Verhofstadt gisteren zijn voorbeeld door in de koffiekletsbarak tussen de Leuvenseweg en de Wetstraat te Brussel ook zijn goede paarse voornemens voor het komende jaar te nemen. De verklaring is misschien ietwat 'stoffiger' dan die van de vorige jaren, waar tot aan de hemel groeiende bomen en het behoud van DHL in België (hahaha) beloofd werden. Deze keer bestaat de beleidsverklaring eigenlijk uit een soort 'tweeluik': De presentatie van de evenwichtige begroting, en de maatregelen die genomen zullen worden om ouderen langer aan het werk te houden.

Om te beginnen bij het eerste grote 'luik'. Aftredend minister van Begroting en vanaf volgende week SP.A-partijvoorzitter Johan Vande Lanotte kondigde trots aan dat hij zijn ministeriële loopbaan kon beëindigen met een begroting in evenwicht, en dit al voor het zevende jaar op rij. Meer zelfs: Er bestaat zelfs een (geconsolideerd) begrotingsoverschot, ten belope van 0,1%. En dit terwijl andere Europese landen zich doorheen gigantische tekorten worstelen. Hoed af voor Vande Lanotte! Maar ook weer niet te lang, want de noodzaak dwingt ons die hoed - goochelhoed voor Vande Lanotte - direct terug op het hoofd te zetten: Als we de Studiecommissie voor de Vergrijzing mogen geloven, is er nu reeds een begrotingsoverschot van minstens 1,5% nodig om de kosten van de vergrijzing te kunnen torsen. Dat is dus een inspanning die eigenlijk minstens anderhalve keer hoger ligt dan wat de regering nu heeft gepresteerd. Bovendien blijven enkele zaken toch nog steeds verontrustend: Het primair saldo bedraagt na de slotsom van deze begrotingsopmaak nog maar 4% van het BBP, wat dus een terugval van 0,8% is tegenover vorig jaar! Komt nog eens bij dat de staatsschuld tegen 2006 dan wel verlaagd zal zijn tot 90,7%/BBP, en daarmee zit de regering prima op schema, maar hoelang zal dit nog duren? Hoelang nog vooral de interestlastenballon weer zal opstijgen? Want vanaf dan zal de overheid toch wel andere middelen moeten zoeken.

Over de begroting kan eveneens gezegd worden dat er eigenlijk fundamenteel niet veel aan is gewijzigd. Al jaren sleept de regering een structureel tekort van 1 à 1,5% mee, en ook dit jaar werd er met veel eenmalige lapmiddelen gewerkt. Een eerste middel was een eenzijdige aanslag op de Vlaamse kassen te plegen. Vlaanderen gaat zeker 145,3 miljoen euro opzij leggen. Niet direct om de federale overheid mee te financieren, maar wel om te pompen in de (Vlaamse) zorgverzekering. Doch, geld opzij leggen in de zorgverzekering wordt conform de Europese begrotingsregels bezien als geld 'sparen voor de toekomst', en daarom dat de federale regering die 145,3 miljoen euro kan opnemen in de geconsolideerde Begrotingsentiteit II. Vreemd echter wel dat het Vlaanderen weer is dat de federale redder in nood speelt. In het zuiden des lands waren de reacies ronduit hallucinant: "Er is geen geld beschikbaar", wist Michel Daerden (PS), minister van Begroting in zowel de Waalse gewest- als de Franstalige Gemeenschapsregering te melden. Hij is bereid hoogstens 70 miljoen euro op tafel te leggen, en dit dan nog onder hoogst strikte voorwaarden. Zo wil Daerden dat het Waalse geld op termijn terug gerecuppereerd zou kunnen worden. In feite gaat het dus niet langer meer om een bijdrage, maar om een lening dat de Waalse regering bij gratie zou willen verlenen. Voorts vindt Daerden dat de Brusselse regering ook maar een extra inspanning ten belope van 27 miljoen euro moet ophoesten... Zo'n 20 miljoen meer dan aanvankelijk afgesproken! Maar om even op Vlaanderen terug te komen: Begin juli dit jaar had begrotingsminister Van Mechelen na overleg op de interministeriële conferentie een korting van 157 miljoen euro gekregen, omdat de Vlaamse regering de jaren voordien al een flinke bijdrage had geleverd. Van die korting blijft na vandaag echter al niet veel meer over, en we kunnen dus concluderen dat het weeral Vlaanderen is dat ervoor zorgt dat de Belgische rekeningen blijven kloppen. Een andere direct in het oog springde financieringsbron van de begroting is de ondertussen beruchte heffing van 15% die op beleggingen in beleggingsfondsen die voor meer dan 40% in obligaties investeren zal worden geheven. Hiermee worden vooral beleggingsvennootschapen met veranderlijk kapitaal (beveks) die minder risicodragend zijn dan de meer speculatieve beleggingen in aandelen e.d. geviseerd. Verhofstadt verdedigde deze heffing door te claimen dat hierdoor de particuliere belegger zal worden aangespoord meer in risicodragende beleggingen te investeren, en dus in ondernemingen. Dat door deze maatregel vooral de 'kleinere' belegger, die wegens minder kapitaalkrachtig meestal ook minder risicovol gaat beleggen, getroffen wordt zal Verhofstadt worst wezen. De individuele vrijheid van de belegger om te investeren in risicovol of risico-arme beleggingen wordt dus volledig gefnuikt door deze heffing. Febelfin, de beroepsvereniging uit de financiële sector, waarschuwde overigens dat de beveks goed zijn voor een totale kapitaalcirculatie van om en bij de 70 miljard euro. Dat is niet niks, en het is wel sterk dat met deze astronomische sommen geen rekening mee wordt gehouden. Bovendien schiet de overheid zichzelf in eigen voet: Indien de belegger door deze 15%-heffing wordt ontmoedigd in obligaties te investeren, zal dit nefaste gevolgen hebben op termijn om de staatsschuld af te bouwen. Daarenboven bestaat er voor al deze financiële producten reeds de beurstaks, die welliswaar thans veel lager ligt dan deze eenmalige heffing, maar toch ook getuigt van weinig respect jegens de belegger. Alsof dat nog niet genoeg is, komt er ook nog eens een heffing van 1,1% op verzekeringsproducten, zoals levensverzekeringen. Al deze heffingen op beleggingsproducten en verzekeringen zouden de regering 455 miljoen euro moeten opleveren, hoewel diverse bronnen reeds hebben laten weten dat dit ver bovenschat is. En dan is er uiteraard nog de 'eenmalige fiscale regularisatie' - amnestie, jaja, u herinnert het zich hoogstwaarschijnlijk nog wel - waarbij de duistere personen die nog hun zwarte gelden op buitenlandse spaarrekeningen hebben staan, dit geld alsnog bij de Belgische overheid kunnen aangeven zonder hiervoor een bijkomende boete te moeten betalen. Wel dienen alle belastingen die ontdoken zijn integraal te worden betaald, dus geen gunsttarieven van 6 à 9 procent zoals destijds bij de EBA. De vraag is natuurlijk of deze fiscale regularisatie eigenlijk wel echt opportuun geweest is te melden, gezien met het in voege treden van de Europese spaarrichtlijn sedert 1 juli dit jaar, er toch maar weinig nut is met je geld naar het buitenland te vluchten. Bovendien: Herinner u bijvoorbeeld bij de fiscale amnestie, toen minister van Financiën Reynders verwachtte dat de maatregel op zijn 'allerminst' 700 miljoen euro ging opleveren. Het zijn er uiteindelijk maar 500 miljoen geworden. En met de fiscale regularisatie wordt nu 400 miljoen euro voor het oog gehouden; de vraag is maar of dit bedrag ooit wel gehaald zal worden; zeker nu de belastingsontduiker de volle pot dient te betalen. Of het nu echter een EBA-maatregel of een fiscale regularisatie is; beide principes blijven steeds even onethisch tegenover de eerlijke burger die braaf zijn of haar belastingen - willens nillens - betaalt. Het is en blijft dan ook een schande dat deze regering niet direct de bron wenst aan te pakken waardoor spaarders met hun geld naar het buitenland vluchten. Zulk een 'aanpak van de bron' vergt bijvoorbeeld een drastische daling van de fiscale druk, en de introductie van de vlaktaks. Andere middelen waarmee deze begroting voorts zijn gefinancierd, zijn de gedeeltelijke verkoop van overheidsgebouwen via een privé-partner (560 miljoen euro) en de effectivisering van BTW-schulden (600 miljoen euro). Kortom, de begroting is weer in een zeer wankel evenwicht opgesteld geweest.

Over dan naar het meer politieke luik van de beleidsverklaring dan. In het oog springt de toch wel fenomenale lastenverlagingen die de regering-Verhofstadt in het verschiet biedt: Maar liefst 960 miljoen korting, voornamelijk bedoeld om 50-plussers en jongeren meer aan het werk te krijgen. Ook voor ploegenarbeid worden aanzienlijke reducties voorzien. 960 miljoen euro? Tja... de werkgevers zullen blij moeten zijn met een dode mus: Alleen al ten gevolge van de stijgende olieprijzen en de hieraan verbonden automatische loonindexering zijn de loonkosten reeds met 1 miljard euro gestegen. Die 960 miljoen zijn dus zelfs niet voldoende om die effecten alleen al te kunnen compenseren. Om het dan nog even niet te hebben over de reeds structurele loonkostenhandicap tegenover onze drie buurlanden. Een ander groot onderdeel van Verhofstadts beleidsverklaring was het zogenaamde Generatiepact, dat 66 maatregelen omvat om de activiteitsgraad op te krikken. Het valt echter op dat dit pact ook niet meer of minder is dan wat gemorrel in de marge: de invoering van een pensioenbonus, canada dry-regelingen die ontmoedigd worden, de aanpassing van de wet-Renault inzake bedrijfsherstructureringen, de brugpensioenleeftijd die wordt opgetrokken (de studie van de OESO eergisteren toonde echter zonneklaar aan dat dit een nutteloze maatregel is die haar effect zal missen), de verplichting van de werkgever outplacement (= begeleiding van ontslagen werknemers) te bieden aan ontslagen werknemers boven de 45 jaar enzomeer. Niets over de hoogte van de brugpensioenuitkeringen, niets over de individuele vrijheid zelf op pensioen te kunnen gaan (en het zelf te financieren uiteraard), geen doortastende loonkostenverlaging, geen beperking van de werkloosheidsuitkeringen in tijd of regionalisering van de pensioenen. Niets, maar dan ook niets staat hierover te lezen. Uiteraard niet, want daar zitten de socialisten voor in de regering, om zulke lumineuze maatregelen te dwarsbomen. Bovendien is het nog maar de vraag of de sociale partners de tekst van het zogenaamde Generatiepact nog zullen goedkeuren, want indien dit niet het geval mocht zijn, kan de regering-Verhofstadt haar werk opnieuw maken. In de beleidsverklaring stond ook nog een kleine noot omtrent buitenlandse zaken, waarbij Verhofstadt nog eens terugkwam op het Franse en Nederlandse 'neen' bij de referenda over de Europese grondwet. Zou Verhofstadt ook gelijkaardig referendum in België - met waarschijnlijk dezelfde resultaten als in Frankrijk en Nederland, en nog eens een markante hoogtsvoorspelbare communautaire ontblotende breuklijn in het midden - propageren? Neen, Verhofstadt zweert erbij dat België zo snel mogelijk dit Europees verdrag moet ratificeren, teneinde 'gewicht te geven aan de voorstanders van Europese integratie '. Doch, het hele zaakje zit momenteel nog te wachten in de laden van het Vlaams parlement waar het nog ter stemming moet worden voorgelegd vooraleer het definitief door België en diens gewesten en gemeenschappen implicerende kan worden goedgekeurd. En het is maar te hopen dat het in die Vlaams-parlementaire lade eeuwig zal blijven liggen.

Verdacht is ook dat Verhofstadt deze keer geen communautaire kwelduivels oproept. Geen 'Institutionele Fora' en 'Interministeriële Conferenties' meer, in tegenstelling tot zoals vorig jaar aangekondigd. En we weten maar al te goed wat die fora enzomeer hebben opgeleverd: een dode BHV-muis. Om over het vertrek van DHL nog maar te zwijgen. Vorige jaren kon Verhofstadt het volk nog paaien met stoere, ronkende verklaringen af te leggen over institutionele hervormingen en de drastische reformatie van de staat; dit jaar is de eerste minister blijkbaar niet meer bij krachte om hier ook maar één woord over te durven/willen zeggen! Omerta of kwaad opzet? Alleszins is deze beleidsverklaring weerom een flauw paars afkooksel, waar voor elk wat wils inzit: voor de liberalen wat fiscale regularisatie, voor de socialisten - en voornamelijk de PS - nieuwe belastingen. Hiermee is onze toekomst echter verre van gered.
Read more...

11 oktober 2005

Rapport: kan beter! (De andere kijk)

Update 12/10/05: op basis van nieuwe informatie is onderstaande post enigszins aangepast. Zoek de verschillen!

Premier Guy Verhofstadt (VLD) heeft vanmiddag de federale beleidsverklaring (in pdf-formaat) voorgelezen in de Kamer. Een meer uitgebreide versie is hier (eveneens in pdf-formaat) te vinden.

De regering zal voor de zevende keer een begroting op rij in evenwicht indienen. Gezien de tweecijferige tekorten en de driecijferige schuldratio’s uit het verleden zeker een vooruitgang, maar tegelijkertijd ook een noodzaak te noemen. Het is evenwel jammer dat de begroting, in tegenstelling tot eerder aangekondigd door afscheidnemend minister van Begroting Johan Vande Lanotte (SP.A), geen structureel evenwicht vertoont en dat de regering nogmaals een beroep doet op éénmalige inkomsten om de rekening rond te krijgen. Het gaat om de beproefde recepten: strijd tegen de fraude, verkoop van overheidsactiva (gebouwen), effectisering van belastingschulden en de “tweemalige” bevrijdende aangifte, voor een bedrag van 1,2 miljard euro. Verhofstadt schermde in zijn beleidsverklaring wel met het argument dat de éénmalige inkomsten moeten dienen om éénmalige tegenvallers te compenseren, over welke tegenvallers het ging, daar ging de premier tijdens het voorlezen van zijn beleidsverklaring niet op in. Nader onderzoek (in ppt: slide 4 en 10) leert dat het gaat om een bedrag van bijna 1 miljard euro, daarvan nemen de gemeenten (met verkiezingskoorts) drievierde voor hun rekening. Waarschijnlijk beseft Verhofstadt zelf wel dat er geen sprake is van een structureel evenwicht. Laat staan van structurele begrotingsoverschotten die nodig zijn om de op ons afkomende vergrijzing te betalen. Komt daar nog bij dat de begrotingscijfers globale cijfers zijn, inclusief die van de gewesten/gemeenschappen en de lokale overheden. Voor 2006 wordt voor de federale overheid deze keer na jaren van tekorten wel een overschot van 0,1% begroot, maar daarnaast wordt een extra inspanning van de gewesten/gemeenschappen gevraagd. Bovendien was, zoals hierboven al aangehaald, enige ongerustheid ontstaan door de budgettaire toestand van de gemeenten die in het vooruitzicht van de gemeenteraadsverkiezingen aan het investeren zijn geslagen. Aan de regionale voogdijoverheid werd dringend gevraagd om één en ander niet uit de hand te laten lopen.

Op het vlak van de begroting zou de regering dus beter moeten doen. De meeste aandacht gaat evenwel naar de maatregelen op het vlak van de eindeloopbaan. Feit is dat zonder hervormingen de verhouding actieven/niet-actieven volledig scheefgroeit en er dan slechts twee opties overblijven: of er wordt ingrijpend gesnoeid in de sociale zekerheid, of de economie wordt totaal gewurgd door een steeds zwaarder wegende belastingdruk. De nadruk ligt dan ook, deels terecht, vooral op het aan het werk houden van 50-plussers en, in iets mindere mate, op de bestrijding van de jeugdwerkloosheid. De regering heeft daartoe een batterij maatregelen uitgewerkt. Eén daarvan is de oprichting van een tewerkstellingscel die 50-plussers die ‘slachtoffer’ zijn geworden van een herstructurering moet begeleiden naar een nieuwe job, maar waarbij je je kan afvragen of die mensen niet met 6 maanden vertraging toch weer in het brugpensioen terechtkomen, want als hen geen gebrek aan medewerking kan verweten worden, zal dat het resultaat zijn als er voor hen geen job beschikbaar is. Het blijft allemaal nogal vaag, veel zal dus afhangen van de concrete uitwerking van deze maatregel. De problemen met de controle op de beschikbaarheid van werklozen voor de arbeidsmarkt liggen evenwel nog vers in het geheugen. Uiteindelijk hangt een groeiende tewerkstelling van ouderen en jongeren echter af van een sterke, groeiende economie ondersteund door een gepast economisch beleid. Op het vlak van verlaging van de belastingdruk, flexibilisering van de arbeidsmarkt, vrijmaking van de producten- en dienstenmarkten en hervorming van de sociale zekerheid (het feit dat een innoverende industrie als de farmaceutische industrie in tegenspraak met eerdere beloftes toch weer een heffing van 162 miljoen euro aan zijn broek heeft, alhoewel het initieel om een éénmalige heffing voor 2005 ging, is hemeltergend te noemen) blijf ik niettemin enigszins op mijn honger zitten. Verhofstadt beroemt zich wel op de hoger dan gemiddelde economische groei in België van de laatste jaren, maar zoals Johan Van Overtveldt en Geert Janssens (beide VKW) in Knack aanvoerden, groeide de economie trager dan het Europese gemiddelde in de eerste jaren van Paars en moeten bovendien vraagtekens gesteld worden bij de kwaliteit van de recente economische groei, die voornamelijk bestond uit een groei van de overheidsconsumptie en van de voorraden bij de bedrijven.

De politiek is inderdaad de kunst van het haalbare, maar laat dat in een coalitie met de socialisten net het jammerlijke zijn aan de hele zaak. Dit land moet beter doen.
Read more...

OESO-rapport over eindeloopbaan (Politiek Incorrect)

Over de regeringsverklaring van vandaag, en de hieraan verbonden maatregelen zal op deze webstek een dezer dagen uiteraard nog een lange publicatie aan worden gewijd, maar toch is het interessant om reeds een kleine anticipatie te doen op het luik over de aangereikte oplossingen over het eindeloopbaandebat. Niets of niemand minder dan de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) vindt dat de regering te weinig inspanningen doet om de eindeloopbaanproblematiek op te lossen.

De regering heeft namelijk beslist dat de officiële brugpensioenleeftijd van 58 naar 60 jaar zal worden opgetrokken tegen 2008, en dit na een loopbaan van minstens 30 jaar. Uiteraard dienden de vakbonden ook voldoende gepaaid te worden, en zuller er voldoende uitzonderingen worden voorzien. Volgens de OESO gaat deze maatregel echter niet ver genoeg: De economische denktank wijst erop dat de brugpensioenleeftijd niet moet worden opgetrokken, maar het hele systeem moet worden afgeschaft. De organisatie gaat uit van de meest zwartgallige prognoses: Indien België haar systeem niet grondig bijschaaft, betekent dit een daling van de Belgische beroepsbevolking met 10% tegen 2050. In al de OESO-landen tezamen zou de economische groei met 30% dalen tot 1,7% per jaar. Daarom dus ook dat brugpensioen volgens de OESO naar de geschiedenisboeken moet worden verwezen: Het is een pervers systeem dat, welke de mimumleeftijd om ervoor in aanmerkingen te komen ook moge zijn, mensen van de arbeidsmarkt afstoot. Want opvallend is bijvoorbeeld ook dat de regering over de hoogte van de brugpensioensuitkeringen maar zeer weinig spreekt. Nochtans zijn zij ook een van de cruciale factoren om de mensen aan te zetten het brugpensioen op te nemen.

Deze stelling van de OESO was al zeer gedurfd, zij gaat echter nog een stapje verder wanneer zij stelt dat niet alleen de brugpensioenleeftijd, maar zelfs de pensioenleeftijd in haar geheel moet worden afgeschaft. De organisatie wijst erop dat de individuele vrijheid van de werknemer om zelt te kiezen wanneer op pensioen te gaan eigenlijk beknot wordt. Eindelijk toch een instelling die durft te zeggen waar het op staat! Weg met die vermaledijde overheidsbemoeienis. Het wordt inderdaad eindelijk eens tijd om over te schakelen op de totale privatisering van de pensioenen, waarbij de overheid dan wel een minimale rente op de pensioenspaarrekeningen garandeert, maar waarbij de werknemer de volledige vrijheid dient te worden gelaten wanneer en hoeveel krediet van dit geld op te nemen om op pensioen te gaan. Dit biedt het bijkomende voordeel dat de overheid een besparing van 7,3 miljard euro per jaar kan uitvoeren (dit was het bedrag dat in 2004 aan pensioenen werd uitgegeven), en gezien dit kapitaal dus naar de privé-sector zal worden overgebracht, betekent dit een potentiële meerwaarde voor de economie. Het is echter jammer dat de regering hier geen rekening mee heeft gehouden, en er eigenlijk maar wat in de marge wordt gerommeld. Een spijtige zaak.
Read more...

Betalen voor een plicht is absurd (WillemCoppenolle.be)

Waarom de kosten van het identiteitsbewijs lager moeten zijn

Terwijl de Europese staten in de negentiende eeuw geleidelijk aan hun huidige vorm kregen, verschenen ook de eerste Grondwetten van deze naties. De Franse Revolutie zat de revolutionaire Constituantes nog vers in het geheugen en deze Grondwetspecialisten verkozen dan ook een staatsstructuur vast te leggen, die de burgers een zo groot mogelijke vrijheid garandeerde. De nieuwe staten en hun regeringen wilden voorgoed breken met de willekeur van het "Ancien Régime" uit de Middeleeuwen en schreven een uitgebreid aantal rechten en vrijheden neer in deze Grondwetten, zodat elke willekeur of wispelturigheid van de toekomstige regeringen en leiders de kop zou worden ingedrukt. Tegenover elke vrijheid of elk recht die of dat aan een burger werd toegekend, stond een plicht tot handelen of tot nalaten in hoofde van de overheid: de willekeurige veroordelingen van het Ancien Régime werden verboden door het recht op een eerlijk proces, kinderarbeid werd ingeperkt dankzij het recht op onderwijs, de voorkeur voor dees of geen politiek systeem mocht vrij worden verdedigd met het recht op vrije meningsuiting, een quasi volledig onafhankelijke rechterlijke macht werd geïnstalleerd om de grondrechten te beschermen, etc. Uit alle voorgaande voorbeelden blijkt dat rechten en vrijheden voor de burgers van de staat, tegelijk plichten en beperkingen van de vrijheid van die staat impliceren. De "geest", d.w.z. de achterliggende gedachte, van deze verschillende Europese Grondwetten, was dat burgers zoveel mogelijk vrijheid moeten genieten, zodat ze hun talenten en eigenheden op de meest uitgebreide manier kunnen benutten.

Meer dan een eeuw later is echter gebleken dat niet alle burgers even vlot met die vrijheden overweg kunnen. Vrijheden brengen immers ook verantwoordelijkheden met zich mee. Van het optimisme van de negentiende eeuw en de daarmee gepaard gaande inperking van de overheidsmacht, is vandaag dan ook niet veel meer terug te vinden. Rechten en vrijheden zijn met elkaar in conflict gekomen (denk aan het recht op vrije meningsuiting dat pal tegenover het verbod op discriminatie staat), overheidsuitgaven werden steeds hoger, het ambtenarenbestand (en dus ook de staat zelf) groeide sterk aan, etc. Deze rechten en vrijheden van de staat impliceren mutatis mutandis dat steeds meer plichten en beknottingen van de vrijheid van de burgers zijn ontstaan: we betalen opnieuw hoge belastingen, waarbij de staat onze privacy schendt (ons inkomen, onze gezinssituatie, onze woning en bezittingen, ... moeten gedetailleerd worden beschreven op ons belastingsformulier), niet alleen om sociale correcties te financieren, maar ook om de andere stijgende kosten van een steeds actievere (en dus machtigere en duurdere) staat in te vullen.

Een klassieke plicht van de belgische burger is het dragen van een identiteitskaart. In liberale kringen wordt vaker geprotesteerd tegen plichten van de burger (en dus tegen rechten van de overheid), vandaar dat recentelijk nog (in 1994) een klacht werd ingediend tegen de verplichting een identiteitskaart te dragen. De klacht werd verworpen omdat het paspoort er in eerste instantie toe dient de betrokken persoon te kunnen identificeren en hem te plaatsen in het bevolkingsregister. Het mag echter duidelijk zijn dat het dragen van een paspoort enkel plichten met zich meebrengt: er is geen enkel voorbeeld te bedenken waarbij we voordeel zouden kunnen halen (lees: extra rechten en vrijheden krijgen), net omdat we het paspoort hebben gekocht en op zak hebben. Hoewel de staat zelf hieruit enkel voordelen haalt, is deze plicht voor de burger compleet nutteloos en in zekere mate zelfs belastend. Je moet de pas niet alleen verplicht op zak hebben, bovendien kan de politiemacht (en bv. zelfs treinconducteurs) er op elk moment inzage in krijgen. Het is dan ook te gek voor woorden, ja zelfs absurd dat wij, burgers, nog een extra verplichting hebben om voor die identiteitskaart (een onredelijk hoog bedrag) te betalen!

Uit respect voor onze vrijheid mogen plichten enkel worden opgelegd indien deze noodzakelijk zijn voor de vrijheid van andere individuen, en redelijk en evenredig zijn tegenover het te bereiken doel. Daarnaast doet de overheid er beter aan elke plicht aan een gelijkwaardig recht te koppelen, om het evenwicht tussen plicht en vrijheid – d.i. het "evenredigheidsbeginsel" – te waarborgen. Zo moet de overheid er voor instaan dat in ruil voor het naleven van de opkomstplicht bij verkiezingen, deze verkiezingen eerlijk en objectief verlopen, dat elke burger toegang krijgt tot het stemlokaal en dat de kiezer wordt vergoed voor buitensporige reiskosten naar "zijn" stembureau. Dat het verplichte bezit en dragen van een identiteitskaart wordt belast met een vergoeding voor de kaart, is dan ook de wereld op zijn kop: stel je voor dat het verplicht is te stoppen aan het rode verkeerslicht en dat iedereen die die plicht respecteert bovendien nog een extra vergoeding moet betalen, net omdat hij stopt of omdat het rode licht slijt – een "stop-belasting" als het ware. Dit voorbeeld klinkt al even onredelijk als belachelijk, maar toch is de situatie compleet dezelfde als deze voor de vergoeding van het verplichte paspoort – de "paspoortbelasting" zeg maar. Het doet ons denken aan de mistoestanden onder het voormelde Ancien Régime en in het niet zo verre verleden, waarbij de overheid haar geldtekort compenseerde met belastingen op de hoeveelheid deuren of ramen die zich in een woning bevonden – de zgn. raambelasting (met toegemetselde ramen als gevolgen vandien).
Opvallend is dat deze situaties schering en inslag zijn in gemeentelijke administraties: niet alleen het identiteitsbewijs, maar ook het rijbewijs, de geboorte- en overlijdensaangiftes, afschriften van diploma's en andere documenten en uittreksels uit het kadaster zijn voorbeelden van plichten die in voorkomend geval steeds een supplementaire vergoeding behoeven.
Ook de plicht een pasfoto mee te brengen is een extra last: vier pasfoto's (waarvan men er één gebruikt en de rest in de kast bewaart om ze uiteindelijk nooit meer boven te halen) zijn al snel even duur als de prijs van het identiteitsbewijs op zich! Daarnaast moeten de afmetingen van de foto wettelijk correct zijn, moet de foto duidelijk zijn en recent genomen, ...

Vergeten we ten slotte niet te vermelden dat elke gemeente zelf de prijs van de kaart mag bepalen. Het gevolg is dat in Vlaanderen een paspoort gemiddeld tien tot vijftien euro kost, maar ook dat in een gemeente als Lommel de pas gratis verdeeld wordt! Het prijsverschil is makkelijk te verklaren: een gemeente kan en mag winst maken (jawel!) dankzij de verkoop van de verplicht aan te kopen identiteitskaart en dit ten koste van de portefeuille van de burger... Voor alle duidelijkheid toch opmerken dat "gratis" in staatstermen niet bestaat, dus ook niet in Lommel.

Dankzij de groeiende informatisering van onze maatschappij en van de overheid zijn nochtans een ruim aantal alternatieven bedenkbaar die in de eerste plaats goedkoper zijn voor de burger alsook voor de overheid, en die bovendien de rompslomp voor beiden in grote mate zullen verminderen, zonder afbreuk te doen aan de plicht een identiteitsbewijs te dragen. Digitale fototoestelen worden steeds goedkoper en zijn voor een gemeente slechts een eenmalige kost. Ze nemen amper plaats in op de afdeling burgerlijke stand en met een klein en goedkoop stukje software kan de foto al snel bewerkt worden en in een identiteitskaart worden ingepast. Op die manier gebruikt de afdeling ook steeds de meest recente foto op de kaart. Universiteiten, o.m. de KULeuven, en hogescholen gebruiken al geruime tijd dit aan te moedigen systeem om hun studentenkaarten te ontwikkelen. De burger kan ook zelf zijn foto meebrengen op media als geheugenstaafjes, diskettes, CD-ROM, ... Op die manier zal zelfs de (zij het lage) kost voor een fototoestel niet via belastingen op de burger moeten worden verhaald. De overheid moet meegaan met zijn tijd, vooral wanneer zowel burger als overheid er goedkoper, met minder tijdverlies, bureaucratie en rompslomp en met een minieme beperking van de grondwettelijke vrijheden van af komen. De administratieve kosten zo laag mogelijk houden voor de burger is dus de plicht van elke overheid.

Ruim beschouwend concluderen we uit bovenstaande dat het noodzakelijk blijft om als burger kritisch na te denken over de rol van de overheid en over de vraag hoeveel macht deze overheid moet krijgen om die rol te vervullen. De belgische Grondwet van 1831 geldt vandaag nog steeds, maar de toenmalige idealen en de revolutionaire geest van de wet, zijn in zekere mate verloren gegaan, soms zelfs verkracht. Steeds opnieuw moeten we een denkoefening durven maken, waarbij we ons afvragen of onze vrijheid als burger, als individu en als Mens voldoende wordt gerespecteerd. Vrijheid is het hoogste goed dat een burger kan bezitten. We mogen dan ook niet aanvaarden dat dit goed om eender welke reden of op eender welke manier zomaar wordt aan banden gelegd. Het doel van een plicht moet verantwoord kunnen worden en redelijk en evenredig staan tegenover het recht dat erdoor wordt geschonden. Dat een verplichting, nl. het dragen van een paspoort, bovendien met een supplementaire plicht tot (dure) vergoeding, wordt belast, is onaanvaardbaar conform de geest van alle Grondrechten die in de westerse wereld werden en worden gewaarborgd. Het wordt dan ook hoog tijd dat onze gemeenteraden zich over deze praktijken bezinnen.
Read more...

10 oktober 2005

En Demotte gaat maar door (Politiek Incorrect)

De onderhandelingen met de sociale partners zijn vandaag - met eindtekst, maar zonder definitieve goedkeuring - afgerond, de begrotingsopmaak wordt nog voorbereid vooraleer Vande Lanotte zichzelf definitief SP.A-voorzitter kroont en... Rudy Demotte maakt zich weeral eens schuldig aan een gedurfd staaltje van socialistisch wanbeheer.

Zoals reeds eerder op deze webstek aangegeven (zie http://politiekincorrect.web-log.nl/log/3669615) bestaat het fantastische begrotingsevenwicht dat Demotte heeft gevonden uit weinig stabiele maatregelen. Niet alleen de artsen worden voortdurend gepest, ook de farmaceutische sector deelt raak in de klappen. Maar wat blijkt nu? Dat laatstgenoemde niet alleen dient op te draaien voor de budgettaire ontsporingen in de ziekteverzekering, maar zelfs voor de deficits in de sociale zekerheid in het algemeen.

Omdat de ziekteverzekering nu met budgetsoverschotten zit, dienen echter andere gaten in de sociale zekerheid - zoals de pensioenen en werkloosheidsuitkeringen - gevuld te worden. Demotte wenst dat de ziekteverzekering volgend jaar zo'n 240 miljoen euro aan de sociale zekerheid levert om mee het tekort van 1,2 miljard euro weg te werken. Gezien de nogal marginale budgetoverschotten in de ziekteverzekering, zal die meerkost van 240 miljoen euro echter volledig op de schouders van de farmaceutische sector rusten. Ook volgend jaar zal de geneesmiddelenindustrie de gevreesde omzettaks van 5,5% dienen op te hoesten. Die taks levert 190 miljoen euro op in het laatje. Daarenboven wordt van de farmasector gevraagd een buffer van 70 miljoen euro aan te leggen, om eventuele budgetoverschreidingen in het geneesmiddelenbeleid te compenseren. In feite is die buffer niet meer of niet minder dan de voorafname van de 'claw back', waardoor de farmaceutische industrie gedwongen wordt 72% van de tekorten in het geneesmiddelenbeleid op te vangen.

Het is dus eigenlijk wel sterk dat de farmaceutische industrie steeds weer gebruikt wordt als melkkoe, nu ook al voor de sociale zekerheid in het algemeen. In plaats van te snoeien in de werkloosheidsuitkeringen - of te regionaliseren, mijnheer Demotte? - pest men de farmasector haast dood. Zeer jammer dus, want de farmaceutische sector vormt juist een esstentieel element van onze Westerse kenniseconomie. Bovendien is de sector goed voor ruim 29.000 arbeidsplaatsen in België, wat dus zelfs meer is als de automobielsector. Mijnheer Demotte, wees u zich er wel degelijk terdege van bewust dat u met vuur speelt!
Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>