9 mei 2009

Te veel lezen is ook niet goed ! (vpmc)

Omdat we politiek gesproken min of meer in de komkommertijd zitten –politieke of maatschappelijke thema’s komen nergens nog aan bod aangezien er verkiezingen op komst zijn, én aangezien ten tweede wij tot ieders tevredenheid toch al een soort regering hebben– daarom zullen wij het vandaag over literatuur hebben. Meer bepaald over de gevaren daarvan.

Mocht u, toevallige bezoeker, liever iets gelezen hebben over het lego-mannetje van de VLD, Bartje Somers, of anders over de coach van de LDD, JMDD, dan kunt u voor zulke mededelingen altijd terecht bij de kwaliteitsjournalisten.
De laatstgenoemde, Jean-Marie dus, heb ik te vaak meegemaakt ’s avonds op de trein vanuit Brussel (hij reed naar Oostende, maar ik stapte in Gent al uit), in het gezelschap van zijn maat Bart Tommelein.
De laatste tijd zie ik géén van de twee nog trouwens – niet samen en niet afzonderlijk. Misschien zijn ze niet eens meer samen? voor mij niet gelaten alleszins, want dat luidruchtig getelefoneer met hun thuisbasis –waar ik gelukkig niets van verstond, anders was het nog erger geweest– stoorde mij vaak genoeg bij de lectuur van grote werken.
U zult het met mij eens zijn, lezer: het is niet eenvoudig om bijvoorbeeld Schopenhauer te lezen als er recht voor u twee zwaargewichten constant in hun blackberries zitten te roepen.

Dat roepen brengt mij op mijn eigenlijke onderwerp: Verhofstadt. Al bedoel ik hier niet de man die door de tv, de radio, de kranten en weekbladen zo gedorloteerd wordt, maar zijn stillere broertje, Dirk.

Die mens leest veel is mijn indruk! Maar wellicht niet op de trein naar Oostende. Ik maak dat op uit zijn mededelingen op Facebook. Dirk brengt daar dagelijks verslag uit van zijn intellectuele inspanningen.
Om u een idee te geven, lezer: op dag één deelt Dirk mee dat hij een boek over de holocaust aan het lezen is. Laten we een rond getal zeggen: vierhonderd bladzijden. Op dag twee leest hij dan een boek over Stuart Mill, ook vierhonderd. Op dag drie is het weer holocaust (ander boek). En op dag vier een Stuart Mill. Dag vijf is ontspannender, bijvoorbeeld een nieuwe Mortier, of er wordt een Claus hernomen.
Op die manier is een week snel om, en tot voor kort kon ik dat allemaal goed volgen omdat ik vriendjes was met Dirk op Facebook, maar daar is nu een eind aan gekomen.
De schuld ligt bij mij. Ik maakte een ongelukkige opmerking over de Burgermanifesten, dunne boekjes nochtans, tot daar, maar ik kon het niet laten en begon over de vorige keer dat grote broer Guy Europese ambities koesterde, en onze vriendschap werd in de knop gebroken.

Elke breuk is triestig, omdat er dan zaken onafgewerkt blijven. Zo had ik Dirk nog een raad willen meegeven, niet van mijzelf afkomstig maar van Schopenhauer, en die gelegenheid heb ik nu verbeurd.

Wat ik met de hulp van de filosoof had willen zeggen is dat constant lezen ook nadelen in zich bergt. Volgens Arthur Schopenhauer moet je tussen twee boeken altijd een kleine pauze inlassen, omdat anders het pasgelezen boek verdrongen wordt door het nieuwe. Het eerste had dan bij wijze van spreken net zo goed ongelezen kunnen blijven.

Misschien, zou ikzelf nog durven toevoegen, is het zelfs de vraag of veel lezen überhaupt tot aanbeveling strekt? Mensen die naar tv kijken worden vaak daartoe aangespoord, maar is dat wel goed? Kunnen zij niet beter in hun geliefkoosde programma's ...enkel daartoe aangespoord worden, en ook aangespoord blijven?
Er zijn aanwijzingen: in de laatste New York Review of Books stond een artikel met een mooie titel: "A Constant Reader". Ze gaven er een foto bij van iemand die blijkbaar heel veel las:



Maar laat ik na deze derde impertinentie van mij, liever aan Schopenhauer zelf het woord geven:


Wanneer wij lezen, denkt een ander voor ons: wij herhalen enkel zijn mentaal proces. Het is de situatie van de schooljongen die leert schrijven, en met zijn pen over de potloodlijntjes gaat die de leraar heeft getrokken. Van denkarbeid zijn wij tijdens het lezen dus grotendeels ontslagen. Vandaar de voelbare opluchting als wij onze eigen gedachten kunnen achterlaten en ons aan het lezen zetten. Dat is ook de reden waarom iemand die zeer veel, en bijna de hele dag leest, en tussendoor op krachten komt met gedachteloos tijdverdrijf, allengs het vermogen tot zelfstandig denken verliest, – zoals iemand die altijd paardrijdt ten slotte het stappen verleert.
Nochtans verkeren vele geleerden in dat geval: zij hebben zich dom gelezen. Want een bestendige, bij elk vrij ogenblik direct weer opgenomen lectuur is nog geestverlammender dan bestendige handenarbeid; want bij deze laatste kan men de eigen gedachten nog de vrije loop geven. Maar net zoals een springveer door de voortdurende druk van een vreemd lichaam haar elasticiteit ten slotte inboet, zo de geest de zijne door een aanhoudend opdringen van vreemde gedachten. En zoals men zijn maag bederft met teveel eten, en het hele lichaam hierdoor schade berokkent, zo kan men ook door een teveel aan geestelijk voedsel de geest overladen en verstikken. Want zelfs het gelezene maakt men zich pas eigen door latere overpeinzingen erbij, door herkauwen. Leest men daarentegen bestendig door, zonder naderhand er nog over na te denken, dan vat het geen wortel en gaat het in de meeste gevallen verloren. Met het geestelijke voedsel immers verloopt het over het algemeen niet anders dan met het lichamelijke: amper een vijftigste deel van hetgeen men tot zich neemt wordt geassimileerd: het overige vloeit af door evaporatie, respiratie en dergelijke.
Komt bij dit alles nog, dat op papier gezette gedachten hoegenaamd niets méér zijn dan het spoor van een voetganger in het zand: men ziet wel de weg die hij genomen heeft, maar om te weten wat hij onderweg heeft gezien moet men zijn eigen ogen gebruiken.



Wann wir lesen, denkt ein Anderer für uns: wir wiederholen bloß seinen mentalen Proceß. Es ist damit, wie wenn beim Schreibenlernen der Schüler die vom Lehrer mit Bleistift geschriebenen Züge mit der Feder nachzieht. Demnach ist beim Lesen die Arbeit des Denkens uns zum größten Theile abgenommen. Daher die fühlbare Erleichterung, wenn wir von der Beschäftigung mit unsren eigenen Gedanken zum Lesen übergehn. Eben daher kommt es auch, daß wer sehr viel und fast den ganzen Tag liest, dazwischen aber sich in gedankenlosem Zeitvertreibe erholt, die Fähigkeit, selbst zu denken, allmälig verliert, – wie Einer, der immer reitet, zuletzt das Gehn verlernt. Solches aber ist der Fall sehr vieler Gelehrten: sie haben sich dumm gelesen. Denn beständiges, in jedem freien Augenblicke sogleich wieder aufgenommenes Lesen ist noch geisteslähmender, als beständige Handarbeit; da man bei dieser doch den eigenen Gedanken nachhängen kann. Aber wie eine Springfeder durch den anhaltenden Druck eines fremden Körpers ihre Elasticität endlich einbüßt; so der Geist die seine, durch fortwährendes Aufdringen fremder Gedanken. Und wie man durch zu viele Nahrung den Magen verdirbt und dadurch dem ganzen Leibe schadet; so kann man auch durch zu viele Geistesnahrung den Geist überfüllen und ersticken. Denn selbst das Gelesene eignet man sich erst durch späteres Nachdenken darüber an, durch Rumination. Liest man hingegen immerfort, ohne späterhin weiter daran zu denken; so faßt es nicht Wurzel und geht meistens verloren. Ueberhaupt aber geht es mit der geistigen Nahrung nicht anders, als mit der leiblichen: kaum der funfzigste Theil von dem, was man zu sich nimmt, wird assimilirt: das Uebrige geht durch Evaporation, Respiration, oder sonst ab.
Zu diesem Allen kommt, daß zu Papier gebrachte Gedanken überhaupt nichts weiter sind, als die Spur eines Fußgängers im Sande: man sieht wohl den Weg, welchen er genommen hat; aber um zu wissen, was er auf dem Wege gesehn, muß man seine eigenen Augen gebrauchen.

Arthur Schopenhauers Werke in fünf Bänden
Nach den Ausgaben letzter Hand herausgegeben von
Ludger Lütkehaus
Band V
Parerga und Paralipomena II
1988, Haffmans Verlag AG Zürich,
SS.480-1
.

Labels: ,

Read more...

20 maart 2009

Joods Actueel schuwt de leugen niet (Hoegin)

Het tijdschrift Joods Actueel reageert verbolgen op de uitzending van een misviering op 1 maart omwille van een passage die voorgelezen werd tijdens het evangelie, en vraagt hierover een «sereen» debat. De vraag is alleen of een sereen debat wel mogelijk is wanneer het duidelijk is dat Joods Actueel dat debat met een grove leugen wil starten. Op haar webstek schrikt het tijdschrift er immers niet voor terug op een essentieel punt te knippen in het beeldmateriaal dat als bewijsmateriaal moet dienen.

De passage waarover Joods Actueel valt is Matt 6:2 («Dus wanneer je aalmoezen geeft, bazuin dat dan niet rond, zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat om door de mensen geprezen te worden. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen.») Aan duidelijkheid laat die passage eigenlijk weinig te wensen over, en indien Joods Actueel meent dat ze «gevoelig» is, kan ik niet anders dan vermoeden dat Joods Actueel in het beste geval overgevoelig is, in het slechtste geval gewoon van slechte wil. Het is immers duidelijk dat niet iedereen in de synagoge schijnheilig is, maar wel dat schijnheilige mensen hun ding in het openbaar doen, onder meer in de synagogen. En op de hoeken van de straten dus. (Of moeten ook straathoekwerkers zich aangesproken voelen door de passage?) Wat Joods Actueel graag in de plaats had gezien van die synagogen is me trouwens volkomen een raadsel, want voor kerken of moskeeën was het toen nog veel te vroeg, en een verwijzing naar Romeinse of Griekse tempels zou wel heel merkwaardig geweest zijn. Bovendien worden dus in één adem met de synagogen ook de hoeken van de straten genoemd, waarmee duidelijk is dat vooral naar openbare plaatsen verwezen worden.

Erger is echter dat de zaken nog slechter zijn dan het hierboven vermelde slechtste geval, want Joods Actueel biedt op haar webstek een videoclip aan dat als bewijsmateriaal moet dienen, maar… na ongeveer 32 seconden is duidelijk te zien en te horen dat er geknipt werd. Daarmee «censureert» het blad het doorstreepte in de volgende passage weg: «Dus wanneer je aalmoezen geeft, bazuin dat dan niet rond, zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat om door de mensen geprezen te worden. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen.» Onschuldig kan men dat niet bepaald noemen. Dat er in de videoclip geknipt werd is trouwens goed te horen wanneer de videoclip vergeleken wordt met het fragment dat afgespeeld wordt in het Radio 1-programma Feyten of Fillet als inleiding voor een interview met Michael Freilich, hoofdredacteur van Joods Actueel. Nog ironischer is dat vlak boven de videoclip Dirk Verhofstadt geciteerd wordt terwijl hij zich afvraagt of «die man dat goed gelezen heeft». Het antwoord is eenvoudig: ja, die man heeft dat goed gelezen, maar Joods Actueel toont de waarheid niet. Het zou trouwens interessant zijn te weten of Dirk Verhofstadt deze valse praktijken van Joods Actueel even schokkend vindt als een priester die in zijn homilie geen duiding geeft bij wat Joods Actueel twee weken later bij mekaar knipt uit het evangelie dat hij net voorgelezen heeft, om over opgeroepen vraagtekens bij Dirk Verhoftstadt nog maar te zwijgen. Het is in ieder geval duidelijk dat hij graag veel kritiek levert op de katholieke Kerk, maar zijn bijbel helemaal niet kent. Ik wil niet uitsluiten dat hij er zelfs prat op zou gaan.

Persoonlijk heb ik nog het meest te doen met de joodse gemeenschap, die op deze manier door Joods Actueel nog maar eens stevig te kijk wordt gezet. Als de redactie van het blad al iets aantoont, dan wel dat er wel degelijk joden bestaan die over heel lange tenen bezitten die ze met veel ijver en op valse wijze onder de schoenen van nietsvermoedende slachtoffers stoppen, om het vervolgens heel hard uit te schreeuwen. Hoeveel media-aandacht heeft zielepoot Michael Freilich zich trouwens op deze wijze toegeëigend, zonder dat ook maar één journalist de moeite nam eens te controler hoeveel er eigenlijk van zijn verhaal werkelijk klopte? Over opgeroepen vraagtekens gesproken!

Verder heb ik ook problemen met het relaas dat het blad brengt over hoe ze op de hoogte werd gebracht van dit «voorval». Moet ik nu echt denken dat er in Vlaanderen (of Nederland) mensen rondlopen –overigens noch christelijk noch joods volgens Michael Freilich– die op zondagochtend niets beters te doen hebben dan naar de misviering te kijken of te luisteren, om bij de eerste de beste vermelding van het woord synagoge verontwaardigd naar Joods Actueel te bellen? Nu ja, wie één leugen in artikelt stopt, kan er ook twee in gestopt hebben, maar als dat deel van het verhaal toch zou kloppen, zou de enige passende reactie van de redactie geweest zijn die mensen een andere hobby aan te raden in plaats van zich met zulke onzin bezig te houden. De redactie van het blad zou in ieder geval kunnen beginnen met zich in het vervolg een beetje meer aan de waarheid te houden.

Labels: , ,

Read more...

<<Oudere berichten