30 december 2013

De Standaard steunt islamfundamentalisme (1)

De Standaard publiceerde recent een reeks reportages onder de titel ‘Racisme in Vlaanderen’. De islam werd er uitvoerig in behandeld, en de reeks stelt zo ‘islamofobie’ gelijk met racisme. Hierdoor gaat De Standaard mee in het discours van de meest fundamentalistische islamisten, die islamofobie, zelfs eender welke kritiek op de koran of hun profeet willen laten verbieden en bestraffen. De Standaard steunt zo het idee van het inperken van de godsdienstvrijheid en het aan banden leggen van godsdienstkritiek. 
Deel 1: over de zeer eenzijdige inhoud, verkeerde en tendentieuze statistieken.

De Standaard publiceerde van 26 oktober tot 2 november dagelijks reportages onder de titel ‘Racisme in Vlaanderen’.

Discriminatie van Vlamingen met Turkse en Marokkaanse roots

Het openingsartikel van zaterdag 26 oktober gaat over discriminatie van Vlamingen met Turkse en Marokkaanse roots: in het openbaar vervoer, op het werk, aan de deur van de discotheek, bij een politiecontrole. Volgens DS voelt een groot deel hiervan zich in die situaties wegens hun achtergrond oneerlijk behandeld. Het vaakst voelen ze zich gediscrimineerd op het openbaar vervoer of op straat: 64 procent van wie Marokkaanse roots heeft, zegt er ‘soms’ of ‘vaak’ geconfronteerd te worden met discriminatie (vaak 12%, soms 52%). Bij wie Turkse roots heeft, is dat 53 procent (vaak 6%, soms 47%). Dat moet blijken uit onderzoek van de KU Leuven (Faculteit Sociale Wetenschappen, Instituut voor Sociaal en Politiek Opinieonderzoek, gepubliceerd op 20.10.13, in het Engels) bij meer dan 670 Antwerpenaren tussen 18 en 35 jaar met Turkse en Marokkaanse roots, de ‘tweede generatie’ dus, die hier zijn geboren. Vraag is natuurlijk wat men verstaat onder ‘vaak’ en ‘soms’. Dat wordt niet uitgelegd, noch in het artikel, noch in de studie (in de studie heet het ‘systematic’ en ‘incidental’). Het ‘vaak’ schommelt van 3% van het aantal met Turkse roots die zich gediscrimineerd voelen bij het zoeken van een woning (tegen 9% met Marokkaanse roots), tot 24% met Marokaanse roots tijdens het uitgaan, tegen slechts 10% bij het uitgaan met Turkse roots.

In de Leuvense studie wordt ook bericht dat ‘belgische Belgen’, van volledig autochtone afkomst dus, zich eveneens gediscrimineerd voelen in vele situaties, zij het iets minder dan Antwerpse inwoners met Turkse roots, en zeer veel minder dan dezen met Marokkaanse roots. Zo voelt 35% van de Belgen zich gediscrimineerd op straat of op het openbaar vervoer (3% systematisch, 32% soms). Daarover niets in DS. Er wordt verzwegen dat het onderzoek niet alleen 670 deelnemers omvatte met Turkse of Marokkaanse roots, maar in totaal 973 mensen werden ondervraagd, waaronder 358 met Turkse roots, 312 met Marokkaanse roots en 303 ‘belgische Belgen’ (‘natives’). Dat ook autochtonen zich in grote getale gediscrimineerd kunnen voelen, wordt in DS volledig verzwegen.

‘Hoogbegaafde’ krantenlezers

De basisgegevens van die ‘nieuwe’ studie komen uit een onderzoek uitgevoerd in 2007-2008, een zogenaamde ‘TIES survey’, (The Integration of the European Second generation‟. Meer in detail over de ‘nieuwe’ studie: “using data from the Belgian TIES surveys 2007-2008 of the Turkish and Moroccan second generation in Antwerp and a native comparison group in the same ethnically diverse urban neighborhoods, indertijd gedaan door Swyngedouw, Phalet, Baysu, Vandezande & Fleischmann, 2008).

De ‘nieuwe’ Leuvense studie kan op geen enkele manier overtuigen, het lijkt routinewerk zonder veel eigen onderzoek. De besluiten die de ‘onderzoekers’ trekken zijn maar slappe kost. Zo pakken ze volgens DS uit met het besluit: “wie kranten leest voelt zich meer gediscrimineerd”. Citaat uit DS:
“Om te weten hoe ‘geïntegreerd’ en ‘maatschappelijk betrokken’ de deelnemers zijn, vroegen de onderzoekers naar hun opleidingsniveau en of ze het nieuws volgden. (Onderzoeker) Phalet: ‘Iemand die de krant leest, interesseert zich voor de samenleving en blijft niet in zijn oorspronkelijke gemeenschap. Het nieuws volgen is dus een goede maatstaf voor integratie.’ En juist de krantenlezers blijken het sterkst discriminatie te ervaren. Zo klagen de jonge mannen en vrouwen van Turkse origine die de krant lezen, veel vaker over discriminatie bij politiecontroles. Van hen zegt 33 procent gediscrimineerd te worden bij controles. Van degenen die onverschillig staan tegenover het nieuws, is dat 23 procent.” (Einde citaat).

De onderzoekers noemen dat zelfs de ‘integratieparadox’:
“hoewel allochtonen zich mengen, blijven ze benadeeld”….

Echter, de vraag die gesteld werd was niet ‘of ze kranten lezen’, maar ‘of ze soms het lokale nieuws volgen in kranten, TV, radio of op Internet’ ( Letterlijk de vraag volgens de ‘studie’: “Do you sometimes follow the news about Antwerp’s local politics in the newspapers, television, radio, or on the Internet?”). Meer niet dus dan of ze af en toe iets volgen over het lokale politieke nieuws, op een of ander medium. Dat kan dus gaan over rellen in Borgerhout op ATV, de vergunning voor de bouw van een moskee op de website van de Federatie van Marokkaanse verenigingen of de Unie van Turkse verenigingen, het aantal slachtvloeren dat de stad voorziet voor het offerfeest in Gazet van Antwerpen?…, tussen het zappen door naar de vele satelietzenders? In de inleiding van het artikel in DS wordt dat zelfs opgeblazen tot: “Opmerkelijk: geïntegreerde allochtonen die studeren en de krant lezen, worden het vaakst gediscrimineerd.”

En in een interview in de editie van maandag met Zuhal Demir, N-VA Kamerlid en voorzitter van het districtscollege Antwerpen (die meldt zeer ontgoocheld te zijn over de eerste aflevering van het racisme-dossier: “Twee clichés werden weer bevestigd: dat van de zeurende allochtoon en dat van de racistische Vlaming”), worden die sporadische volgers van het lokaal politieke nieuw plots zelfs ‘hoogopgeleiden’! Interviewer tegen Zuhal Demir: “Neemt niet weg dat de studie van de KU Leuven aantoont dat allochtonen in Vlaanderen nog steeds gediscrimineerd worden - ook de hogeropgeleiden.”

Die – bovendien verkeerd en tendentieus gepresenteerde - statistieken zijn een zeer flauwe basis om over racisme te spreken, de opzet van de reeks in DS. Is ‘zich gediscrimineerd voelen’ hetzelfde als gediscrimineerd zijn? En is dat zich gediscrimineerd ‘voelen’ gelijk te stellen met ‘racisme in Vlaanderen’? Is de achterliggende opzet de Vlamingen een slecht geweten te schoppen omdat ze volgens de journalisten niet voldoende ‘multicultureel’ zijn?

De reeks gaat verder

Maandag 28.10 gaat het over de school. Titel: “Vooroordelen belemmeren schoolcarrière allochtonen” Samenvattende lead:
“Veel leerlingen van Turkse en Marokkaanse origine voelen zich door hun leerkrachten niet gerespecteerd. Een studie bij meer dan 11.000 scholieren waarschuwt dat ze zich daardoor minder aantrekken van school.”
Valt dat ook al onder de noemer racisme?
In de tekst, citaten van twee leraressen van de Middenschool in Genk:
“De steun van de ouders en de motivatie van het kind geven de doorslag. Die verschilt sterk, afhankelijk van het thuisland van de ouders. In het voormalige Oostblok bijvoorbeeld is school belangrijk. De Russische en Poolse ouders weten dus goed dat ze hun kinderen moeten helpen met hun huiswerk, en dat oudercontacten belangrijk zijn. De kinderen met Russische of Poolse roots zijn inderdaad heel gedreven. Ze wíllen opklimmen, ook al zitten ze in de B-stroom. Bij de Turkse leerlingen zien we dat veel minder vaak.”
Russische en Poolse kinderen voelen zich dus blijkbaar veel meer gerespecteerd? En is het weer de schuld van de autochtone leerkrachten, die zich collectief schuldig maken aan racisme?

Dinsdag 29 oktober komt het thema van de arbeidsmarkt aan bod. De vette titel op de voorpagina: ‘Nergens werken zo weinig allochtonen’, met in de lead (vette ondertitel), die meteen een besluit betekent: ‘Nergens in Europa worden mensen met buitenlandse roots zo sterk benadeeld op de jobmarkt als in België’. Is dat een zo vaststaand besluit, dat ze nergens zo sterk benadeeld worden, en er daarom zo weinig allochtonen aan het werk zijn? Dat er (bijna) nergens zo weinig werken als hier is een feit, maar dat dit komt doordat ze ‘nergens zo sterk benadeeld worden’, daar wordt geen degelijk bewijs van aangebracht. Volgens Koen Van Laer, professor personeel en organisatie (Universiteit Hasselt), geciteerd in het artikel, ligt een deel van de verklaring in het specifieke profiel van de allochtonen die naar hier kwamen, om in de industrie te werken, terwijl die sector stilaan verdwijnt. Ze komen dan meestal terecht in uitzendarbeid of de schoonmaaksector, en daarvan zijn er volgens hem in sommige landen veel meer dan in ons land, en is daarom de tewerkstelling van allochtonen er hoger dan bij ons. Een andere drempel zijn de strenge taalvereisten, waar de werkgevers veel belang aan hechten.
Er duikt ook weer een islam-item in op, een van de tien ‘vastellingen’ over de arbeidmarkt is: ‘Hoofddoek: niet bij klanten’.

Verkeerde cijfers!

Ombudsman Tom Naegels behandelt in zijn stuk van 13 november de statistieken die DS gebruikte in het artikel over de arbeidsmarkt van dinsdag 29 oktober. Hierbij moest hij toegeven dat de journalisten verkeerde cijfers hadden gebruikt:
“Ik heb de statistieken opgevraagd waar de redactie zich op heeft gebaseerd om dit stuk te schrijven, en daaruit blijkt dat er inderdaad een vergissing is gebeurd. De genoemde cijfers, en de gepubliceerde grafiek, geven niet de werkzaamheidsgraad (employment rate) van allochtonen in de verschillende EU-landen weer, maar de activiteitsgraad (activity rate). Dat maakt wel verschil, want de activiteitsgraad meet niet het percentage inwoners dat aan het werk is, maar ‘de mate waarin de bevolking op actieve leeftijd zich aanbiedt op de arbeidsmarkt, met andere woorden een job heeft of zoekt’. Het gaat dus om de optelsom van wie werkt en wie actief op zoek zijn naar werk, wat in Vlaanderen wordt gemeten als ‘minstens één sollicitatie in de afgelopen vier weken, en beschikbaar om binnen de twee weken te beginnen werken’. Als de Belgische allochtonen de laagste activiteitsgraad in de hele EU kennen, zegt dat iets over het hoge percentage dat zich niet eens aanbiedt op de arbeidsmarkt. Dat cijfer is dan ook geen vanzelfsprekende kandidaat om conclusies uit te trekken over de invloed van discriminatie, al kom ik daar dadelijk op terug.”

Hij probeert wel de fout te vergoeilijken, want die vergissing “heeft op zich weinig invloed op de geldigheid van de algemene boodschap van het stuk, zoals die werd samengevat in de titel ‘Nergens werken zo weinig allochtonen’. Bekijk ik de echte Eurostat-statistiek over de werkzaamheidsgraad van inwoners die geboren zijn buiten de EU, dan zie ik dat België daar nog altijd bijzonder laag scoort. Ons land is de op één na laatste van de EU-landen, met 47,8 procent. (En kijk ik naar die van inwoners met een nationaliteit van buiten de EU, wat nog iets anders is dan geboorteland, dan ligt die nog lager: 38,9 procent. De algemene werkzaamheidsgraad in België ligt op 67,2 procent.) Het volstrekt absolute van de krantentitel (‘Nergens werken…’) klopt dan niet meer: in beide statistieken scoort nieuwkomer Kroatië nog slechter.”

Tom Naegels probeert de blunder dus wel min of meer toe te dekken, maar hoeveel vertrouwen in de uitspraken en de besluiten van het artikel kan men nog hebben, als het uitgangspunt een andere statistiek is dan de journalisten beweren?

Racisme, of teveel analfabeten?

Een van de publieke reacties op het artikel over de arbeidsmarkt legt een pijnpunt bloot dat helemaal niets met racisme te maken heeft. Volgens VBO-adviseur Michèle Claus is gezinshereniging een belangrijke factor, ‘zonder vereisten op het vlak van kwalificaties of talenkennis. Door te huwen met een partner uit het thuisland heeft dit ook gevolgen voor de tweede en zelfs derde generatie’, meent ze. De daar volgens haar uit volgende taalachterstand en minder bewuste studiekeuzes spelen ook parten, en ‘ook buitenschoolse activiteiten zijn minder bekend’.

Enkele citaten uit artikels van die zelfde De Standaard, die aangeven dat er wel ook heel andere aspecten verantwoordelijk zijn voor de lage activiteitsgraad van burgers die buiten de EU geboren zijn dan racisme van de Vlamingen:

- De Standaard van 1 okt ’13, n.a.v. een reis van minister Bourgeois naar Quebec: “In 2012 was 73 procent van de immigratie in Vlaanderen zogenaamde passieve immigratie (asiel, gezinshereniging, enzovoort), terwijl de actieve immigratie (gekwalificeerde werknemers, ondernemers, enzovoort) op 27 procent bleef steken. In Québec is de situatie zo goed als omgekeerd: daar is 72 procent een actieve immigrant. .. De minister wees erop dat meer dan 45 procent van de immigranten in Québec meer dan 14 jaar geschoold is. ‘Dat is een heel andere populatie dan bij ons. Bij ons is het grootste deel van de immigranten laaggeschoold. En dat maakt de inburgering en arbeidsparticipatie moeilijker.” (In een ander artikel zegt Bourgeois dat zelfs 11% van de immigranten hier analfabeet is, DS, 5 jan ’13)

- De Standaard, 27 sept ’13: “Het Grondwettelijk Hof ziet geen graten in de verstrenging van de gezinshereniging die het parlement twee jaar geleden, in juni 2011, heeft goedgekeurd. Door de nieuwe regels moeten Belgen en niet-EU’ers die een familielid willen laten overkomen, kunnen bewijzen dat ze over behoorlijke huisvesting en voldoende bestaansmiddelen beschikken. Voor Belgen kan gezinshereniging ook alleen wanneer ze 21 jaar zijn. Een opvallende nieuwigheid was het onderscheid dat gemaakt werd tussen Belgen en EU-inwoners. Binnen de Unie gelden overal dezelfde regels, maar de lidstaten kunnen hun eigen onderdanen strengere normen opleggen. Nederland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Denemarken gingen België hier al voor.”

Bilal Benyaich, politicoloog verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel, de Hogeschool-Universiteit Brussel en Senior Fellow aan het Itinera Instituut, in opiniestuk nr. 44, 13.11.13 van Itinera, vond de artikelenreeks ‘meer dan verdienstelijk’. Maar hij vervolgt: “In de reacties werd er echter te vaak gesuggereerd dat discriminatie de enige verklaring van de achtergestelde positie van heel wat nieuwe Belgen zou zijn. Discriminatie is een verklaringsgrond voor de achtergestelde situatie van heel wat nieuwe Belgen maar lang niet de enige. Achterstelling wegwerken eindigt niet maar begint pas bij discriminatiebestrijding…
Discriminatie alleen volstaat niet als verklaringsgrond voor het onderwijsfiasco onder jonge Belgen van vreemde herkomst. De thuistaal, de vroege schoolkeuze en dynamieken van sociale en etnische segregatie in het scholenlandschap spelen ook een rol. De sociaaleconomische achtergrond evenzeer. Ons onderwijs blijft jammer genoeg ongelijkheid reproduceren - of men nu uit een ‘blank’ of ‘zwart’ kansarm milieu komt.
Daarenboven reproduceren een aantal Belgen van de tweede en derde generatie ook nog eens zelf de precaire levensomstandigheden van de eerste generatie. Een voorbeeld. Bij Marokkaanse Belgen stellen we vast dat zowat de helft trouwt met iemand van het herkomstland – althans tot net voor de recente verstrenging van de wet op de gezinshereniging. Marokko is echter een land waar gemiddeld de helft analfabeet is. De laatste kwart eeuw zijn er tienduizenden Belgische kinderen wiens (over)grootvader in de jaren zestig als gastarbeider naar België kwam, geboren in een gezin waarbij een van de ouders zelf eerstegeneratiemigrant is - vaak vrouwen en in heel wat gevallen analfabeet of laaggeletterd. Het is ondertussen geweten dat het diploma van de moeder en de herkomst
invloed heeft op het schooltraject van kinderen. Het feit dat veel kinderen van de derde en vierde generatie blijven steken in het klassieke ‘tweedegeneratieverhaal’ verklaart dus mee de schoolse achterstand.”

Een slappe en eenzijdige reeks

Het feit dat veel moeders analfabeet zijn is toch wel een duidelijke reden voor de zeer lage activiteitsgraad van de Belgische allochtonen. Hoe kan men zich op de arbeidsmarkt aanbieden, als men niet kan lezen noch schrijven, zelfs niet in het Arabisch? Als die importbruiden al de deur uit mogen om te werken? Dat kwam echter allemaal niet aan bod in dat ‘racisme’-dossier: de journalisten hebben er zich toch wel al te simplistisch van afgemaakt.

Verder ging de reeks nog over:
Woensdag 30 okt: Racisme in de kunst
Donderdag 31 okt: Waarom wonen we liever niet naast een allochtoon?
Zaterdag 2 nov: Waarom zijn er geen allochtonen in Vlaamse rusthuizen?
Daar gaan we niet verder meer op in, ze zijn te veel ‘human intrest’-reportages, stijl weekendkranten, met weinig tot geen enkel hard bewijs dat België/Vlaanderen een land vol racisten is en een ’kleuronvriendelijk land’.

Wat moet men besluiten over die reeks? Volgens Eddy Daniels (gewezen hoofdredacteur Imediair. Hij publiceerde over de islam en over paus Benedictus XVI), die meer in het algemeen spreekt: “Heel de inspanning van het politiek correcte apparaat is erop gericht de autochtonen aan de schandpaal te nagelen en een bevolking die van meet af aan ruim laat meedelen in de door haar opgebouwde sociale verworvenheden, ook door nieuwkomers, als intrinsiek racistisch voor te stellen.” (Website De Bron, 31.10.13, artikel ‘Zuinige ouders moeten vervolgd worden’).

1 Comments:

At 30/12/13 22:10, Anonymous Marc Huybrechts said...

Of De Standaard nu islamfundamentalisme zou steunen of niet is van weinig belang. Openlijk zullen ze dat zeker niet doen, want dat zou hun zakencijfer slecht beinvloeden. Wat wel telt is dat DS er geen probleem mee heeft dat de Belgische wetgever het vrijemeningsuitingsrecht kan ondermijnen door het arbitrair criminaliseren van vage subjectieve termen gelijk "racisme, negationisme, enz...".

Het is niet onredelijk van "islamofobie" (nog een vaag subjectief etiket dat van alles en nog wat kan betekenen), te interpreteren als een vorm van "racisme" (breed geinterpreteerd). Maar, het is onaanvaardbaar dat men in Belgique het grondwettelijke individuele vrijemeningsuitingsrecht in de prullemant kan gooien. Een 'kwaliteitskrant' die daar aan mee doet is geen echte.....kwaliteitskrant, maar een propaganda orgaan.

 

Een reactie plaatsen

<< Home

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>