7 oktober 2011

Het neersabelen van Bart De Wever en de N-VA

Mark Grammens schreef recent over de haat die bezit genomen heeft van sommige media bij het demoniseren van de Vlamingen. In het bijzonder wordt hierbij geschoten op Bart De Wever, en bij uitbreiding op de N-VA. Enkele recente artikels bevestigen deze analyse: Belgisch-nationalisten en politiek correcten als Paul Goossens en Bart Brinckman blijven 'valsheid in geschrifte' plegen als het over de N-VA en De Wever gaat. Verder behaalde een ABVV-medewerkster haar master met 'het bewijs' dat de N-VA een populistische partij is. Niet iedereen vindt populisme echter een negatief begrip, sommigen noemen populisme zelfs een zegen.

Mark Grammens, in een artikel van Journaal van 10 februari '11, met de krasse titel 'De Standaard, vijand van Vlaanderen':

'De Franstalige media schelden er duchtig op los, en daar volgt van Vlaamse zijde geen antwoord op, integendeel: Vlaanderen wordt door de eigen media kapotgeschreven. Ik heb een test gedaan, en tijdens de weekends van 29 januari en 5 februari de tijd genomen om De Standaard ietwat zorgvuldiger dan gewoonlijk te bekijken, en wat blijkt: tijdens die twee weekends kreeg de Standaard-lezer uitsluitend berichtgeving en artikelen aangeboden die op een of andere manier tot doel of tot resultaat hadden om de Vlamingen te demoraliseren, of ze een schuldgevoel aan te praten, indien niet erger. Uitsluitend! Vlaanderen wordt in deze kopij voorgesteld als achterlijk, provinciaals, kneuterig, dorps, bekrompen, ..., indien niet erger. Dat was bijvoorbeeld het geval met het braaksel van Tom Lanoye in De Standaard van 29.1.11. Terwijl ik deze tirade tegen Vlaanderen en de Vlamingen las. dit teatrale staccato van driftige herhalingen, begon ik steeds meer een gevoel van déja lu te krijgen. Waar, dacht ik, heb ik dat nog gelezen? Wat zegt die stijl van het louter herhalen - zonder argumenten - van een verbeten etnische woede mij? En ja, daar had ik het: dat is pure Céline, de Céline van de vooroorlogse anti-semitische pamfletten. Literatuur van de haat....
In een vlaag van onnavolgbare zelfgenoegzaamheid schrijft Bart Brinckman, die voorgesteld wordt als de leider van de "Wetstraatredaktie", het volgende weekend in De Standaard (5.2.11), dat "de kranten van vandaag een stuk frisser, genuanceerder en beter zijn dan twintig jaar geleden". Brinckman gelooft zijn eigen leugens, en laat hierop dus de bedenking volgen dat dit de reden is "waarom het lidmaatschap van een partij tegenwoordig niet strookt met de deontologische code van journalisten". Toe maar! Bijna de hele Vlaamse pers steunt vandaag zo krachtig mogelijk één partij, namelijk die van het Hof en het establishment, die van het Belgisch-nationalisme en de politieke korrektheid, tegen het Vlaams-nationalisme. Als Bart de Wever daar terecht zijn beklag over doet, krijgt hij van Brinckman te horen dat hij moet ophouden met "zagen". ...

"Omdat de N-VA de gezapige Belgische evenwichten kwam verstoren, stond (sinds de verkiezingen) voor velen zowat alles in het teken van het neersabelen van Bart de Wever. Het lijkt komplete bijzaak te zijn geworden dat deze partij een monsteroverwinning behaalde in Vlaanderen" (Johan van Overtveldt, in Trends, 13.1.11). Nee, het is geen bijzaak, maar de reden zelf voor het neersabelen van De Wever. De N-VA sloeg de Waals-Belgische alliantie rond het Hof murw in juni 2010, en sindsdien zijn de partij en haar voorzitter het mikpunt geworden van buitensporige persoonlijke aanvallen, die het karakter van een regelrechte hetze hebben aangenomen, eerst in Le Soir en op RTBf, dan in de rest van de Franstalige media, en tenslotte in De Standaard, op VRT en bij hun soortgenoten. Vrijheid van meningsuiting is in deze media synoniem geworden met het tot op het bot beledigen van Vlamingen. Haat heeft bezit genomen van deze lieden, .....
De grootste vijand van Vlaanderen vandaag is zijn eigen pers. Het kwaad dat kranten als De Standaard Vlaanderen berokkenen, is niet in woorden te vatten. Het resultaat ervan is dat het Franstalige afwijzingsfront tegen een grotere autonomie voor Vlaanderen moreel wordt gelegitimeerd, en dat de haatcampagne van de Franstalige media (door Luc Lowel van VOKA-Antwerpen in De Tijd, 12.1.11, "ronduit stuitend" genoemd) erdoor in het gelijk wordt gesteld.'

Mijn mediakritiek

Tot zover Mark Grammens. Ik meen dat hij in het begin van zijn analyse lichtjes overdrijft, want de hatelijke aanvallen in de Franstalige pers zijn wel vaak globaal tegen 'de Vlamingen' gericht (een fascistisch volk), maar in de Vlaamse media schrijft men niet tegen 'de Vlamingen' in het algemeen, maar vallen fervente Belgisch-nationalisten en links-syndicalisten voornamelijk de N-VA, en heel specifiek De Wever aan. Dat blijkt overduidelijk uit het stuk van Lanoye, die over De Wever meent dat deze 'een product is van zijn tijd, waarin ideologie op alle terreinen wordt verdrongen door idolatrie, ... een trotse academicus die, zoals Marc Reynebeau opmerkte, spot met academici om populistisch te scoren, ... die op de publieke planken met zichtbaar plezier de bullebak van het gezond verstand en de droge grap speelt, die lak beweert te hebben aan politieke spelletjes, en verlekkerd is op alle andere en zich de liefde laat welgevallen van desnoods de grootste idioten, ... vergeleken met een reeks buitenlandse politici - die Lanoye opsomt - is De Wever een showman en geen staatsman. Een hedendaagse Hamlet.'

Dat is inderdaad geen objectieve berichtgeving, maar het gaat ook om een opiniestuk, wat na de scheldtirade tegen De Wever duidelijk bedoeld was als een pleidooi dat CD&V afstand zou nemen van de N-VA, het toen nog bestaande kartel dus zou opblazen. Want Lanoye eindigt zijn stuk als volgt: 'Als CD&V de politieke poleposition wil heroveren, zal ze juist moeten leren om Bart De Wever tegen te spreken. Zo niet zal ze zich, als partij zonder bodem, laten pletten en uiteenrukken. Ze heeft eigenlijk maar één keuze. Met bravoure het voortouw nemen om de Belgische staat te hervormen, liefst tegen de N-VA in. Het is dat of verdwijnen. Hetzij in de muil van de tijd, hetzij in die van de andere partijen.'

Het is een heel ander verhaal als een columnist als Paul Goossens, of journalisten van een krant leugens en haatproza publiceren. Vorig jaar schreef ik ondermeer al dat de artikels van Bart Brinckman in De Standaard over de N-VA, Bart De Wever en Bart Maddens zo tendentieus zijn, dat men zich moet afvragen of hij op de loonlijst staat van het ABVV/FGTB als militant, eerder dan op de loonlijst van De Standaard als journalist. ('Bart Brinckman: geen journalist maar propagandist', 28.10.10). Vandaag moet gezegd worden dat er niets veranderd is, en Paul Goossens en Bart Brinckman recent nieuwe staaltjes van desinformatie produceerden waarin ze proberen De Wever en de N-VA 'neer te sabelen'.

NOOT: voor alle duidelijkheid herhaal ik hier wat ik al schreef in mijn artikel over 'Bart Brinckman: geen journalist maar propagandist'. Ik heb niet de bedoeling om de N-VA te verdedigen. De aanvallen hebben trouwens blijkbaar het omgekeerde van het beoogde effect: hoe meer er op hen ingehakt wordt in de pers, hoe meer stemmen ze halen in de peilingen. Het is wel mijn bedoeling om kritisch te zijn over zeer tendentieuse reportages in de media. Mediakritiek dus, zoals ik eerder een artikel schreef over de vraag of Evita Neefs, met haar zeer eenzijdige artikels vóór de Europese Unie, zonder enig kritisch geluid, niet op de loonlijst staat van de Europese Commissie als militante. Artikel: 'Evita Neefs: geen journaliste maar propagandiste'. 17.09.10. Deze zomer tikte ik haar nog op de vingers voor haar tendentieuse reportages over de VS, waarin ze als een volleerde passionele Obama-militante te keer gaat tegen alles wat naar Republikeins neigt: 'Evita Neefs: geen journaliste maar fanatieke militante', 3.08.11.

Even ter zijde. Haar reportages over de Tea Party waren steeds eenzijdige karikaturen. Ik moest daarom lachen met de titel van haar artikel, als ze maandag (3 okt 11) in De Standaard over bijna een volle bladzijde bericht 'over de 700 betogers die zaterdag in New York werden opgepakt terwijl ze de graaicultuur van Wall Street aanklaagden'. Uit haar reportage: 'De jonge bezetters gaven gehoor aan een internetoproep van enkele linkse groepen,... maar vooral: de vakbonden besloten de beweging te steunen.' Dan zit het voor haar natuurlijk al helemaal snor, en dus vervolgt ze: 'De ether werd de voorbije jaren compleet gedomineerd door rechts. Met haar knap geregisseerde en luidruchtige acties leek het alsof de ruim gefinancierde Tea Party-beweging de meerderheid van de Amerikanen vertegenwoordigde, terwijl ze hooguit goed was voor een kwart. De Democraten, zelfs president Obama, leken er door verlamd als konijnen door een lichtbak. Of hier echt een links alternatief voor de Tea Party, laat staan tot een massabeweging in de maak is, is verre van zeker.' Waar haalt Neefs het vandaan dat het leek alsof de Tea Party-beweging de meerderheid van de Amerikanen vertegenwoordigde? En dat och arme haar Obama daardoor als een verlamd konijn voor een lichtbak zat te staren? Haar Idool lijkt dan toch maar een zwak figuur als president te zijn, als hij zelfs volgens zijn militante Neefs als een verstijfd konijn wordt door de acties van de Tea Party? Maar ze ziet een mogelijk ander licht opduiken: een links alternatief voor de Tea Party, waarmee de eindredacteur meteen een titel heeft, en boven het artikel over twee lijnen zet: 'Geboorte van een linkse Tea Party?' En Neefs dus de vraag mag beantwoorden: waarom fulmineren tegen een Tea Party als die rechts is, maar een linkse Tea Party verwelkomen?

Maar nu terug naar de Belgische politiek en het neersabelen van De Wever en de N-VA.

Eurofiel Paul Goossens

Paul Goossens heeft een veertiendaagse column in De Standaard. Hij is blijkbaar zo door Bart De Wever geobsedeerd, dat hij nu zelfs al met diens naam een column begint (zaterdag 1 oktober '11, titel: 'Copernicus in Europa' - enkel toegankelijk voor betalende lezers), om dan verder de meest bizarre, niet steekhoudende redenering te houden over het feit dat De Wever zogenaamd de 'copernicaanse Europese revolutie' niet heeft zien aankomen. Een uittreksel:

'Bart De Wever is niet langer incontournable en dat is hem aan te zien. Enkele weken geleden was hij in de Wetstraat nog de maat van alle dingen, nu zit hij weer op het bankje in de wachtkamer, tussen Dewinter en Dedecker. Dat heeft hij vooral aan zichzelf te danken. Het gevecht voor het eerzame compromis met de eigen achterban durfde hij niet aan, en tegelijkertijd miste hij compleet de op til zijnde machtsverschuiving in Europa. Zo belandde hij opnieuw in het isolement en is hij het aureool van de onfeilbaarheid kwijt. Aan de zijde van de even charismatische als beginselvaste Ludo Van Campenhout kan hij zich nu voor de Antwerpse veldslag klaarstomen. Wat een triomfantelijke bekroning van een politieke zegetocht kon worden, dreigt nu een pathetische afknapper te worden.
Het grootste verwijt dat De Wever zich kan maken, is dat hij de copernicaanse revolutie die in aantocht was, niet zag aankomen. Niet in België, wel in Europa. De Wever en zijn discipelen waren zo vol van het eigen gelijk en hun tactische geleuter over Vlaamse fronten dat ze niet eens merkten dat in Europa een politieke aardverschuiving zonder voorgaande bezig was. Hoe blind kan een politiek orakel zijn? Uitgerekend De Wever, die van de daken riep dat de Belgische staat gedoemd was om in Europa te verdampen, zag niet dat de nationale staten op het punt stonden om te capituleren en één van hun kerntaken haast uit handen wilden geven. Sinds woensdag is het zo ver en is de Europese omwenteling een feit. Op 28 september keurde het Europees Parlement het fameuze en omstreden 'sixpack' goed.
Na maanden touwtrekkerij tussen de instellingen en de Europese hoofdsteden zijn de wetteksten goedgekeurd die de Europese Commissie het laatste woord over de nationale begrotingen geven. Er zijn in het continent voor veel minder opstanden uitgeroepen en staatsgrepen gepleegd. De lidstaten in de eurozone leveren een wezenlijk stuk soevereiniteit in. Het is onbegrijpelijk dat Bart De Wever niet op die 28ste september anticipeerde....
Nu het sixpack er is, wordt duidelijk welke kolossale inschattingsfout hij maakte. De manoeuvreerruimte van Di Rupo is sinds woensdag zo fors ingeperkt dat er voor de linkerzijde bij deze begrotingsopmaak weinig eer valt te halen. België staat nu onder curatele van de Europese Commissie. Niet Di Rupo, wel de conservatief José Manuel Barroso zal het laatste oordeel over de Belgische cijfers geven. Zelfs de top van de christelijke vakbond, zoveel alerter dan de N-VA, moet naar adem happen. 'Het sixpack is', aldus Chris Serroyen, het hoofd van de ACV-studiedienst, 'een beschamende onderwerping van de nationale democratieën aan de neoliberale haviken.'

Paul Goossens heeft het recht het niet voor De Wever te hebben, maar intellectuele eerlijkheid en correcte argumenten zijn dan het minste wat men van een columnist mag verwachten. Maar hier, wat een mesthoop van rommelredeneringen! Wat komt De Wever bij de 'sixpack' doen? Hoe miste hij compleet de op til zijnde machtsverschuiving in Europa, en belandt hij zo in het isolement en verliest zijn aureool van onfeilbaarheid..? Wat voor wartaal. Wie beweerde ooit dat De Wever onfeilbaar is? Verder klopt het ook al niet dat de manoeuvreerruimte van Di Rupo 'fors is ingeperkt'. Zolang België een begroting met een dalend deficit indient en de staatsschuld vermindert, krijgt het van 'Europa' groen licht, ook als dat gebeurt met voornamelijk ter linkerzijde gewenste belastingsverhogingen. Het is wel duidelijk dat de lidstaten in de eurozone opnieuw een wezenlijk stuk soevereiniteit inleveren, waarover Goossens als Eurofiel toch zeer verheugd zou moeten zijn? Maar neen, hij profiteert ervan om De Wever aan te vallen en het onbegrijpelijk te noemen dat Bart De Wever daar niet op 'anticipeerde'. Waarmee hij had moeten 'anticiperen', zegt Goossens helemaal niet, en hij weet het wellicht zelf helemaal niet. Een zoveelste voorbeeld van 'neersabelen' van De Wever, stemmingmakerij waarbij argumenten helemaal niet correct hoeven te zijn, en men als lezer nog, los van de aanval op De Wever, verkeerd geïnformeerd wordt over de 'sixpack'. Landen worden welliswaar aangespoord hun financiën structureel te saneren via een beperking van de uitgaven, en als de uitgaven sneller stijgen dan de economische groei, kan een financiële sanctie opgelegd worden. Dat zegt alleen iets over meer uitgeven, niets over besparen. Hogere belastingen om het begrotingsdeficit te verminderen zijn niet meer uitgeven, en vallen dus niet onder de regel van het beperken van de uitgaven. Of verstaat Goossens daar niets van? Of liegt hij er bewust op los?


S.PA-propagandist Bart Brinckman

De Standaard, donderdag 29 september 2011. Bart Brinckman bespreekt over een hele bladzijde (aangevuld met een grote cartoon met de tekstballon: 'Mag ik uw scheldwoordenboek eens lenen?' - 'Ook bezig aan een stuk over de Wever?', en een kaderstukje van Guy Tegenbos over de 'diabolisering' van Bart De Wever in de Franstalige media, die al bij al nog zeer zou meevallen, want van een echte diabolisering is er geen sprake, toch volgens een masterproef onder leiding van Marc Hooghe... ) een honderdzestig bladzijden dikke zogenoemde 'analyse' (plus 40 blz. bronverwijzingen) door vrijwillige medewerkers aan KifKifMediawatch ('Kif Kif is een interculturele beweging die strijdt voor gelijkheid en tegen racisme. Kif Kif bouwt mee aan een solidaire, democratische en interculturele samenleving.') over 'Het Rijpen van de Geesten. De woorden van De Wever en de strijd om uw ziel'. Samenvatting van de 'analyse' van KifKif door Brinckman: ‘Als we de N-VA laten doen, hebben we meer te verliezen dan België alleen: we dreigen ook allerhande rechten en sociale bescherming te verliezen. Een land waar de rijken het voor het zeggen zullen hebben en de gewone mens opdraait voor het prijskaartje.' Hij voegt er aan toe: 'De conclusie van KifKif liegt er niet om. De organisatie distilleerde uit het N-VA-discours de ideologische krijtlijnen. Dat beeld oogt niet fraai. De N-VA droomt van een etnocratie, een gemeenschap waarin alleen de Vlaming volledige politieke rechten kan claimen. Moslims, Walen en mensen ter linkerzijde – die de N-VA bekritiseren – passen niet in dat plaatje. De partij bepleit bovendien een neoliberaal economisch beleid.'
Maar, moet Brinckman toegeven: 'hun conclusie neigt naar een karikatuur'. En dat vindt hij jammer, want 'hun ambitie was nobel.' 'Neersabelen' van de N-VA is 'uiteraard' voor Brinckman een nobel doel. Verder meent hij dat 'ondanks het harde werk de analyse kreunt onder een ideologische verstarring.... Het verstrengen van de regels voor gezinshereniging past niet in de beschuldiging dat de partij op een etnische basis aan gemeenschapsvorming wil doen, omdat alle Vlaamse partijen – op Groen! na – hiervoor hebben gepleit... Het verkapte pleidooi om alle sociale rechten te kunnen opeisen wanneer iemand geen deel wil uitmaken van de Vlaamse gemeenschap klinkt niet overtuigend. Wie zijn neus ophaalt voor de familie kan toch moeilijk verbaasd zijn dat hij geen uitnodiging ontvangt voor het feest.'

Eigenlijk is dus zelfs voor Brinckman de KifKif-analyse ondermaats en bevat ze valse aanteigingen. Maar toch wordt in de titel op die bladzijde het omgekeerd voorgesteld, want de vette hoofdtitel over twee lijnen heet: 'Hoe de N-VA van Vlamingen nationalisten maakt'. Volgens de titel maakt de N-VA dus van Vlamingen nationalisten, terwijl dat juist tegengesproken wordt tegen het einde van het artikel zelf.Intellectueel even oneerlijk als de tekst van Goossens.

Populisme van de N-VA in Sampol

Is de N-VA een populistische partij? Politieke wetenschapper Teun Pauwels (ULB) en ABVV-onderzoekster Gina Heyrman buigen zich in het septembernummer van 'Samenleving en Politiek' (Sampol, nr. 7/11, niet-partijgebonden sociaal-democratisch maandblad) over die vraag, maar komen tot volledig tegengestelde besluiten uit hun respectievelijk onderzoek..

Gina Heyrman behaalde haar master in de politieke wetenschappen met een masterproef in mei '11 aan de VUB: 'Populisme en Vlaams nationalisme. Een discoursanalytisch onderzoek naar populisme bij de N-VA.' Als u weet dat ze al langer werkzaam is bij het ABVV, dan zal het u niet verwonderen dat ze de N-VA een zeer populistische partij vindt. Waarom? Ze heeft in haar onderzoek naar het N-VA-discours 'gekeken naar de wijze waarop deze partij spreekt over de staatshervorming. Dit thema krijgt binnen de nationalistische ideologie van N-VA bijzondere aandacht. Voor de N-VA zijn de staatshervormingen belangrijke strategische stappen op de toegangsweg van een unitair België, over een federale structuur, naar een gewenst confederalisme en uiteindelijk een onafhankelijk Vlaanderen. De N-VA gaat er in haar programma van uit dat een staatshervorming, elke staatshervorming, een middel is om een onafhankelijk Vlaanderen te bekomen. Voor de N-VA is een staatshervorming geen middel om, door bevoegdheidsverdeling, het behoud van een intergewestelijke solidariteit tussen gemeenschappen en gewesten (m.b.t. de organisatie van de sociale zekerheid), meer financiële verantwoordelijkheid voor de gewesten en subsidiariteit en een hervorming van de parlementaire instellingen tegemoet te komen aan problemen van de toekomst.'
Dat de N-VA niet zorgt 'voor het behoud van een intergewestelijke solidariteit', is natuurlijk voor een ABVV-medewerkster onaanvaardbaar. Eerst gaat ze in op het 'nationalisme' van de N-VA, om daarna tot het besluit te komen dat nationalisme en populisme elkaar vinden in gemeenschappelijke kenmerken: 'Populisme accordeert het best met nationalisme.' En DUS is de N-VA niet alleen nationalistisch, maar ook populistisch. Simpel, te primitief simpel voor een masterproef. Heyrman moet wel toegeven dat 'ook binnen het socialisme gebruik gemaakt wordt van populistische technieken (bijvoorbeeld socialistische Latijns-Amerikaanse regeringsleiders,) en het dan dikwijls samengaat met een bepaalde vorm van nationalisme'. Dus houdt ze staande: 'Populisme accordeert het best met nationalisme.' Daarmee haal je vandaag dus blijkbaar een masterdiploma...

Teun Pauwels (ULB, onderzoeker, Vakgroep Politieke Wetenschappen) komt net tot het omgekeerde besluit.... Hij komt tot de conclusie dat de N-VA in tegenstelling tot het Vlaams Belang en LDD niet onder de noemer 'populisme' valt: 'Hoewel de N-VA zeer sceptisch is ten aanzien van het Belgische federale model, gaat de partij niet zo ver om te spreken van een homogene corrupte elite. De wat ambigue relatie die de partij onderhoudt met 'het establishment' is een ding, Pauwels vindt vooral het feit dat de N-VA als conservatieve partij zelf elitaire kenmerken vertoont en zich dus niet zozeer als de vox populi profileert een argument om de partij niet als populistisch te catalogiseren: 'De man in de straat wordt niet verheerlijkt en de stem van het volk is bijgevolg niet heilig'. Daar komt nog eens bij dat de N-VA 'in tegenstelling tot de meeste huidige populistische partijen niet eurosceptisch is. Bovendien strookt het beeld van kopman Bart De Wever evenmin met de basiskenmerken van een populist'.
Pauwels blijkt een tegenstander van directe democratie, die hij koppelt aan populisme: 'Populisme meent dat directe democratie en referenda oplossingen zijn om 'de stem van het volk' te herstellen'. De Zwitsers zullen het niet graag horen, dat Pauwels hen populisten vindt. Verder: 'Daar waar populisten argumenteren zich te schikken naar de wil van het volk, probeert De Wever het volk juist voor zijn standpunt te winnen. In tegenstelling tot de partijprogramma's van het VB en LDD, vindt men bij de N-VA dan ook geen enkele referentie naar het referendum terug'. En dat is een van de redenen waarom volgens hem de N-VA geen populistische partij is.

Troostende toemaat: Populisme in Res Publica

Van een heel andere orde is het debat over 'Populisme: zegen of vloek?', gepubliceerd in het trimestrieel blad 'Res Publica' (april-juni '11, nr 2011/2. 'Politiek-wetenschappelijk tijdschrift van de Lage Landen' ook genoemd 'het lijfblad voor Vlaamse en Nederlandse politicologen', met sinds 2008 als hoofdredacteur Carl Devos, UGent). Het bevat de uiteenzettingen gegeven tijdens een symposium op 23 maart '11 over de zegeningen en gevaren van het populisme, georganiseerd door het Studium Generale van de Universiteit Tilburg en de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur.

Uit de inleiding door Herman Lelieveldt, Roosevelt Academy, Middelburg:

'Populisme is bij veel politici en wetenschappers een taboe. Het zou zich slecht verhouden tot het dragen van verantwoordelijkheid en zou zelfs ronduit gevaarlijk zijn. In het ergste geval vormt het zelfs een bedreiging voor de rechtsstaat, onder meer omdat het weinig oog zou hebben voor de rechten van minderheden. Populisten willen dat de wil van 'het volk' vertaald wordt in het landsbestuur en zijn argwanend tegenover elites en instituties die dat lijken te belemmeren. Populistische bewegingen worden meestal geleid door een charismatisch leider en negeren nogal eens de politieke en parlementaire omgangsvormen. Toch worden ook steeds vaker de positievere kanten van het populisme belicht. Enkele politici en vooral jonge politicologen lijken niet ronduit negatief tegenover het verschijnsel te staan. Misschien zijn populistische bewegingen juist erg verfrissend: ze schudden het establishment op, vertegenwoordigen nieuwe groepen in de samenleving en na een tijd worden ze toch wel ingekapseld in de Nederlandse bestuurscultuur.Tijdens het symposium kruisten twee wetenschappers (Rinus van Schendelen, Erasmus Universiteit Rotterdam en Paul Frissen, Universiteit van Tilburg) en twee politici (Marco Pastors, raadslid Leefbaar Rotterdam en Jack de Vries, communicatieadviseur, oud-staatssecretaris) de degens, met als achtergrond het recent verschenen proefschrift van Julien van Ostaaijen (universiteit van Tilburg), een studie naar de opkomst van de populistische lokale politiek in Rotterdam. Van deze vier sprekers toont Paul Frissen zich uitermate kritisch over het populisme, terwijl volgens de andere drie sprekers de populistische tijdgeest ervoor zorgt dat de politiek eens goed wordt opgeschud. Van Ostaaijen zelf somt in een afsluitende bijdrage nog eens kort op wat de goede en minder goede kanten van het populisme zijn en benadrukt dat we hier met een veelzijdig fenomeen te maken hebben.'

Tot slot, een citaat uit de afsluitende voordracht van Van Ostaaijen, die het juist positief vindt dat populisten vaak voor directe democratie zijn:

'Aan de andere kant zijn er ook voordelen van het populisme te geven. Allereerst wordt wel gezegd dat populisten echte democraten zijn. Populisten willen meer invloed van de burger op besluitvormingsprocessen en op de politiek en zijn vaak voor directe democratie. Ten tweede vertegenwoordigen populistische bewegingen nieuwe groepen. Uit exit polls blijkt onder meer dat Fortuyn en Wilders nieuwe kiezers naar de stembus kregen. Misschien maar enkele procenten, maar het zijn wel mensen die voorheen niet gingen stemmen. Ruud Koole verwoordt het als volgt: "het vertrouwen in het parlement is gegroeid omdat de onvrede over de politiek er vaker wordt verwoord" (Koole, 2010, 51). En ten slotte is het een zegening dat het stelsel af en toe eens wordt opgeschud, dat nieuwe partijen de wat ingeslapen politiek tot leven brengen. Ik heb dat voor mijn proefschrift zelf onderzocht in Rotterdam, waar Leefbaar Rotterdam die functie ook enigszins vervulde (Van Os-taaijen, 2010). Ik zeg niet dat de manier waarop populisten dat doen altijd goed is, maar het heeft zeker nut. In het systeem van de Nederlandse democratische rechtstaat zijn er allerlei checks and balances, macht en tegenmacht, de wetgevende macht en de uitvoerende macht, het lokale niveau en het nationale niveau en allerlei (Europese) juridische kaders waaraan we ons moeten houden. Het populisme kan als een dergelijke tegenmacht binnen het politieke spel worden gezien. Het is een nieuwe vorm van verantwoording, hoe zeer andere politici de scherpe stijl en populistische retoriek ook verafschuwen.'

1 Comments:

At 8/10/11 01:18, Anonymous fcal said...

Dank u wel, een verademing was hard nodig in deze door regime-media allerhande gestuurde berichtgeving en duiding.

 

Een reactie plaatsen

<< Home

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>