29 januari 2010

Impact grond- en pandenbeleid fout ingeschat? Helemaal niet ingeschat!

"De Vlaamse begroting 2009 sluit het jaar af met een tekort van 1,2 miljard euro," kon men eind december '09 lezen in de kranten. Volgens begrotingsminister Philippe Muyters (N-VA) blijkt ondermeer "dat de regering-Peeters I de impact van het grond- en pandenbeleid fout heeft ingeschat." De impact fout ingeschat? Er is geen enkele berekening te vinden van die 'impact'. Het moet eerder heten: het was een zware fout de impact niet vooraf in te schatten. En het loopt al meteen mis met dat decreet.

"De Vlaamse begroting 2009 sluit het jaar af met een tekort van 1,2 miljard euro," kon men eind december '09 lezen in alle kranten. Volgens begrotingsminister Philippe Muyters (N-VA) "blijkt ondermeer dat de regering-Peeters I langs de uitgavenzijde de reglementaire subsidies fors te hebben onderschat. Zo werd het prijskaartje van de renovatiepremies volgens Muyters met 30 procent onderschat, terwijl ook de impact van het grond- en pandenbeleid fout werden ingeschat." De impact van het grond- en pandenbeleid fout ingeschat? Terwijl er geen enkele berekening te vinden is van die 'impact'. Het zou eerder moeten heten: het was een zware fout de impact niet vooraf in te schatten. We schreven daarover eerder bij de bespreking van dit decreet (21.03.09): 'Decreet Grond- en pandenbeleid: kostprijs onbekend'
Muyters geeft ook niet aan, in tegenstelling tot sommige andere posten, wat die impact dan wel kan zijn. Het is vermoedelijk meer bedoeld als een sneer naar de VLD, want in de vorige regering waren de twee VLD-ministers, Van Mechelen en Keulen, de peetvaders van dit grond- en pandendecreet.

Een van de doelstellingen van het decreet is dat minimaal 25 percent van de onbebouwde bouwgronden en kavels in eigendom van Vlaamse besturen en Vlaamse semipublieke rechtspersonen beschikbaar moet gesteld worden voor het creëren van een sociaal woonaanbod. En hier loopt het al meteen mis. De gemeenten worden hier in een regiefunctie geplaatst, die ze niet kunnen waarmaken. Het heet dat de gemeenten, samen met de andere publieke actoren op hun grondgebied, afspraken moeten maken die ertoe leiden dat minimaal 25 percent van de realiseerbare onbebouwde bouwgronden en kavels die eigendom zijn van de publieke sector binnen een gemeente, worden bestemd voor een sociaal woonaanbod. De gemeenten zijn hier 'de regisseurs'. In het decreet heet dit: "Door middel van haar regiefunctie, vermeld in artikel 28 van de Vlaamse Wooncode, waakt de gemeente er over dat de diverse Vlaamse besturen en Vlaamse semipublieke rechtspersonen geconcerteerde acties ondernemen opdat, binnen de tijdshorizon van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, ten minste een kwart van deze gezamenlijke oppervlakte aangewend wordt voor de verwezenlijking van een sociaal woonaanbod. De gemeenteraad stelt ter zake een actieprogramma vast." (Artikel 4.1.7).

Echter, het is onmogelijk te achterhalen wie die 'Vlaamse semipublieke rechtspersonen' allemaal zijn, zo blijkt uit het antwoord van minister Muyters op een 'Vraag om uitleg' van Wilfried Vandaele (N-VA) "over het activeren van bouwgronden en het register van de onbebouwde percelen" gesteld in de commissie op 6 januari '10 (Handelingen Commissievergadering nr. C78 – LEE13 (2009-2010) – 6 januari 2010). Indien het sociaal objectief niet behaald wordt, kan de Vlaamse Regering publieke actoren die de gemaakte afspraken niet honoreren, aanmanen om hun onbebouwde bouwgronden of kavels te activeren. Maar hoe kan ze dat doen bij de semipublieke rechtspersonen, als die niet eens allemaal bekend zijn? (Wilfried Vandaele is gemeenteraadslid in De Haan sinds 1988, schepen van Ruimtelijke ordening sinds 2006, en cummuleert dit sinds 2009 met Vlaams volksvertegenwoordiger).

Semipublieke rechtspersonen

Vlaamse semipublieke rechtspersonen zijn volgens het grond- en pandendecreet:
rechtspersonen die niet behoren tot de Vlaamse besturen, doch met één of meer Vlaamse besturen een bijzondere band vertonen, doordat zij voldoen aan beide hiernavolgende voorwaarden:
a) hun werkzaamheden worden in hoofdzaak gefinancierd of gesubsidieerd door één of meer Vlaamse besturen;
b) hun werking is rechtstreeks of onrechtstreeks onderworpen aan enig toezicht in hoofde van een Vlaams bestuur middels één van de hiernavolgende regimes:
1) een administratief toezicht;
2) een toezicht op de aanwending van de werkingsmiddelen;
3) de aanwijzing, door een Vlaams bestuur, van ten minste de helft van de leden van de directie, van de raad van bestuur, of van de raad van toezicht;

Het enige wat men in de Memorie van Toelichting hierover kan lezen is: "De begripsafbakening van de 'Vlaamse semipublieke rechtspersonen' is ontleend aan de criteria die in de overheidsopdrachtenregelgeving gelden." Nergens een motivatie of verklaring waarom die betrokken worden bij dat grondbeleid, nergens een voorbeeld van wat die rechtspersonen eigenlijk zijn. Zitten daarin de culturele centra, de scholen, of wat dan wel? En hebben semipublieke rechtspersonen wel gronden die in aanmerking komen?

Alleen in het advies van de Minaraad en van de Vlaamse Woonraad staat iets over die 'semipublieke rechtspersonen'. Minaraad: "De definitie van semi-publiekrechtelijke rechtspersonen wordt niet verduidelijkt. De Minaraad vraagt waarom deze uitbreiding voor semi-publiekrechtelijke personen werd toegevoegd." Daar kreeg ze geen antwoord op. De Vlaamse Woonraad: "Een vertegenwoordiger van de VVSG: De Vlaamse regering kan een niet-limitatieve lijst opstellen van Vlaamse semipublieke rechtspersonen. Deze lijst is echter essentieel om een aantal bepalingen in het decreet uitvoerbaar te maken. De opmaak van deze lijst is dus niet vrijblijvend maar essentieel." Er werd ook geen lijst opgesteld. En dus komen er nu problemen.

Wilfried Vandaele: "Om te kunnen bepalen welke grondreserves in het bezit zijn van de Vlaamse besturen en de Vlaamse semipublieke rechtspersonen, moet een lijst worden opgemaakt van die besturen en rechtspersonen. Dat lijkt niet moeilijk, maar blijkbaar is de definitie die wordt gehanteerd in het decreet niet zo gemakkelijk hanteerbaar. Het decreet bepaalt dat gemeenten uiterlijk tegen oktober 2009 een eerste berekening moesten maken van de onbebouwde percelen. Uiterlijk eind maart 2010 moeten de Vlaamse besturen en de Vlaamse semipublieke rechtspersonen hun lijsten met onbebouwde percelen overmaken aan de gemeentebesturen. Wij denken, mijnheer de minister, dat het aangewezen is om op korte termijn duidelijke richtlijnen te verspreiden en de acties op dat gebied te coördineren."

Minister Philippe Muyters: "Op basis van gegevens die ter beschikking werden gesteld door het departement Binnenlandse Aangelegenheden, heeft mijn administratie de identificatiegegevens van de Vlaamse besturen geïntegreerd in de nieuwe versie van het geoloket ROP dat eind maart 2010 beschikbaar zal zijn. Voor de Vlaamse semipublieke rechtspersonen ligt de situatie anders. Er bestaan bij het departement Binnenlandse Aangelegenheden geen standaardlijsten van organisaties die aan de door het decreet gestelde voorwaarden voldoen noch andere databanken die hiervoor zouden kunnen worden aangewend. Er is duidelijk een probleem: het is niet eenduidig vast te stellen.
Mijn administratie geeft mij aan dat het bijvoorbeeld praktisch onhaalbaar is om enkel op Vlaams niveau voor elke organisatie na te gaan wat haar eigen inkomsten zijn naast de inkomsten die zij van de Vlaamse besturen krijgt, dan wel welke rechtspersonen door een Vlaams bestuur al dan niet deels gefinancierd worden. De voorziene combinatie van voorwaarden, met name financiële en toezichtsvoorwaarden, veronderstellen een gedetailleerde kennis van de statuten, de financiering en de raad van bestuur van elke te onderzoeken rechtspersoon en bovendien een permanente monitoring van mogelijke wijzigingen. Deze kennis is echter noodzakelijk om een nuttige lijst van Vlaamse semipublieke rechtspersonen te kunnen afleveren. Een vastgestelde lijst met grote onvolledigheden biedt zeker geen rechtszekerheid. Ik kan bijgevolg enkel met u concluderen dat het bepalen door de gemeenten van de onbebouwde bouwgronden en kavels in eigendom van de Vlaamse semipublieke rechtspersonen waarin is voorzien door de decreetgever, voor de gemeenten inderdaad een moeilijke opdracht is."

Gemeenten: zoek het zelf maar uit

Muyters heeft een slimme truk gevonden om dit probleem voor zijn Vlaamse administratie op te lossen, door de zwarte piet naar de gemeenten door te schuiven. Die moeten het maar uitzoeken: "De gemeenten zouden tijdens de opmaak van het betreffende register een oplijsting kunnen maken van de organisaties die volgens hen in aanmerking zouden kunnen komen om bestempeld te worden als semipubliek. Deze organisaties zouden op hun beurt kunnen worden aangeschreven door de gemeente of de Vlaamse overheid met de vraag om aan te tonen of ze al dan niet in aanmerking komen om te worden geclassificeerd als semipublieke rechtspersoon. Op basis van die gegevens kunnen ze worden opgenomen in het eerder vermelde geoloket, en die lijst zou dan op basis van de opmaak van de registers in de verschillende gemeenten kunnen aangroeien. Het is heel omslachtig, en jammer genoeg kan ik, gezien de gegevens, niets anders voorstellen. Het decreet is nog maar net van toepassing, maar het geeft de nodige problemen. Dat ondervinden we in de praktijk."

Wilfried Vandaele: "De conclusie is dat de gemeenten momenteel niet aan de decretale bepalingen kunnen beantwoorden. De decreetgever heeft blijkbaar een voorwaarde in het leven geroepen die niet uitvoerbaar is voor de gemeenten, althans niet binnen de vooropgestelde termijnen. Dat is een pijnlijke vaststelling."

Minister Philippe Muyters zegt daarop dat hij "niet onmiddellijk een oplossing heeft voor de semipublieke kwestie. Het Grond- en Pandendecreet is nog maar pas van toepassing. In het regeerakkoord staat dat het volledig moet worden uitgevoerd. Ik sta open voor suggesties die voor een oplossing kunnen zorgen."

Suggestie voor een oplossing

Na die tussenkomst weten we nog altijd niet wie die semipublieke rechtspersonen allemaal kunnen zijn... Het bepalen door de gemeenten van de onbebouwde bouwgronden en kavels in eigendom van de Vlaamse semipublieke rechtspersonen is voor de gemeenten niet 'een moeilijke opdracht', zoals minister Muyters beweert, maar een onmogelijke opdracht. Er is hiervoor een heel eenvoudige oplossing, die veel geld spaart, en de zeer omslachtige, niet sluitende oplijsting door de gemeenten uit de wereld helpt: schrap gewoon die schimmige semipublieke rechtspersonen in het decreet. Wilfried Vandaele: aan de slag. Dien een kort wetsvoorstel hierover in, en los zo het probleem op.
______________________________________________________

Toemaat 1 en 2: de minister doet aan bijscholing
Na lectuur hieronder zal het u niet meer verwonderen dat de decreten zo ondermaats zijn; de commissieleden zelf weten niet eens wat er in de door hen goedgekeurde decreten staat.

Toemaat 1

Diezelfde dag was er een 'Vraag om uitleg' van Tom Dehaene (CD&V) tot minister Muyters, 'over het register onbebouwde percelen'. Zijn kennis van de door het Vlaams parlement goedgekeurde decreten is duidelijk ondermaats, zoals blijkt uit zijn vraag. (Tom Dehaene: was provincieraadslid in Vlaams-Brabant van 1995 tot 2004, is sinds 2001, en nog steeds, OCMW-voorzitter in Zemst, plus schepen sinds 2007, en daar bovenop vanaf 2004 Vlaams volksvertegenwoordiger).

Tom Dehaene wou iets weten over een bepaling in verband met het register van onbebouwde percelen uit het vorige decreet. "Op 10 juli 2008 heeft de Vlaamse Regering uitvoering gegeven aan een artikel in dat decreet. Het is verschenen in het Belgisch Staatsblad op 28 augustus en is van kracht geworden op 1 september 2008. Het bepaalt dat de gemeenten een register van onbebouwde percelen moeten maken. Alle gemeenten moesten uiterlijk op 1 maart 2009 een dergelijk register hebben. Die termijn hield rekening met een aantal overgangsbepalingen voor zij die al gestart waren. Er zijn in september 2008 ook een aantal technische richtlijnen gegeven. Daarin werd duidelijk gemaakt waaraan zo’n register moest voldoen en wat er allemaal moest worden bijgehouden. Het was trouwens ook een van de drie of vijf voorwaarden om ontvoogd te kunnen worden.... Hoeveel gemeenten hebben vandaag een register? Hebt u instrumenten om de gemeenten die nog geen register hebben, aan te zetten om daar werk van te maken? "

Minister Muyters: "Noch het decreet Grond- en Pandenbeleid noch het besluit van de Vlaamse Regering van 2008 leggen een directe deadline op voor het opmaken van een register onbebouwde percelen. In het besluit van 10 juli 2008 was de datum van 1 maart vooropgesteld als uiterste datum waarop gemeenten het register konden opmaken conform de vroegere regelgeving van het KB van 1980. Deze overgangsbepaling bood gemeenten de mogelijkheid om te kiezen voor de opmaak van het register in de toenmalig geldende procedure, of al over te stappen naar het nieuwe systeem. Er was dus geen deadline om te bepalen tegen wanneer het moest worden ingeleverd. De opmaak van een register door een gemeente kan enkele maanden in beslag nemen. En door deze overgangsregeling werd vermeden dat een gemeente die reeds bezig was met de opmaak volgens het oude systeem, voor een voldongen feit wordt gesteld, en de opmaak van het register diende te hervatten. Tegelijkertijd liet dit toe aan gemeenten die nog geen initiatief hadden genomen, om een register onmiddellijk volgens de nieuwe werkwijzen aan te maken. Vandaar de datum van 1 maart.. 213 gemeenten beschikken nu over een register van onbebouwde percelen. De lijst met de namen van deze gemeenten kan worden geraadpleegd op de website."

Toemaat 2

En dan was er nog nieuwbakken parlementslid Valerie Taeldeman (CD&V), die het decreet RO, heden Codex RO genoemd, niet goed kent. (Valerie Taeldeman: gemeenteraadslid Maldegem, 2000 - 2006, schepen sinds 2007, ondermeer van Woonbeleid, grondbeleid en ruimtelijke ordening, Stedenbouw en huisvesting, cummuleert dit sinds 2009 met Vlaams parlementslid, als vervangster van Joke Schauvliege). In plaats van dit decreet in te studeren, wat ze toch ook voor haar taak als schepen van ruimtelijke ordening nodig heeft, stelde ze diezelfde dag dan maar een vraag aan de minister: "In het verleden waren er vijf ontvoogdingsvoorwaarden. De gemeente moest een stedenbouwkundig ambtenaar hebben, een vergunningenregister, een planregister enzovoort om te kunnen ontvoogden. Op de indiening van bijna alle registers stond er een bepaalde deadline. Dat zou worden gecontroleerd via steekproeven. Met het Grond- en Pandendecreet komt er ook een leegstandsregister bij. Alle gemeenten zijn verplicht om tegen eind augustus – de precieze datum ontsnapt me – een eerste leegstandsregister over te maken aan de administratie. Er wordt verwacht dat al die registers op een bepaalde termijn worden ingediend, maar nergens komen we te weten wat er zal gebeuren als een gemeente de deadline niet haalt. Welke sancties staan daar tegenover?"

Antwoord van de minister: "Er is geen sanctie op het niet tijdig indienen van een register, want de sanctiebepalingen in het decreet Ruimtelijke Ordening in het verleden werden geschrapt. De enige sanctie in het decreet Ruimtelijke Ordening is de onmogelijkheid om met bijzondere plannen van aanleg (BPA’s) af te wijken van het gewestplan. Dat kan enkel nog met de opmaak van de ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s). Hiervoor hebben de gemeenten een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (GRS) nodig."

Zo hebt u misschien ook nog iets bijgeleerd...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>