26 oktober 2009

Hoofddoek en keppeltje: geen godsdienstige verplichting

Het dragen van keppeltjes of hoofddoeken is geen verplichting om een goede jood of een goede moslim te zijn. Waar zijn we dus mee bezig? Kan men die attributen niet uit zichzelf thuis laten, in plaats van te eisen altijd en overal een levend reclamebord voor een bepaalde interpretatie van zijn godsdienst te kunnen zijn? In het maandblad 'Joods Actueel' van donderdag 22 oktober '09 komt hoofdredacteur Michael Freilich terug op de hoofddoek, in een artikel met de titel 'Het verschil tussen keppeltje, hoofddoek en pruik'.

"Het dragen van een keppeltje is geen religieus gebod uit de Thora. Deze hoofdbedekking werd ingevoerd ten tijde van de Talmoed (*), die haar beschrijft als ‘een scheiding tussen hemel en aarde’. Het keppeltje is dus een erkenning van de aanwezigheid van het Opperwezen boven ons, boven ons hoofd. Omdat het echter geen halachische verplichting is (joodse wetgeving) werd het keppeltje jarenlang enkel in de privésfeer gedragen, thuis en in de synagoge. Op het werk en in andere publieke ruimten werd dat zo typische joodse minihoedje steeds netjes in de binnenzak opgeborgen. Het is pas sinds de jaren ‘60, in een veranderende en meer open maatschappij, dat het keppeltje ook buiten de huiselijke levenssfeer werd gedragen. Maar ook vandaag nog zijn er veel mannen die thuis wel maar op het werk niet hun keppeltje opzetten. En dat met goedkeuring van de rabbijn!"

Dat is dan al duidelijk: het keppeltje is geen religieuze verplichting.

Hoe zit het dan met de zogenaamde 'islamitische hoofddoek'?

Volgens de fervente verdediger van de Palestijnen en Midden-Oostenspecialist Lucas Catherine staat er in de Koran geen enkel gebod om een sluier te dragen. Dat schreef hij in een artikel in januari 2003, te lezen op de website van 'de democratische school': 'Lucas Catherine over de hoofddoek' :

"De term die men nu het vaakst hoort is hijab, en dat vinden we in de koran terug in Soera 33: 'En als gij de vrouwen van de profeet iets vraagt, vraag het dan vanachter het gordijn (hijab), dat is reiner voor uw hart en haar hart.' Je kan hier hijab moeilijk anders dan met gordijn vertalen want in tegenstelling tot de twee eerste voorbeelden staat bij het woord geen bezittelijk partikel, dus gaat het niet om iets wat de vrouwen toebehoort. Gordijn is logisch, want de term gebruikt men nu nog voor een onderdeel van een bedoeïenentent. Het voorste deel van de tent, waar gasten in komen, is met een hijab afgesloten van de rest van de tent, waar de vrouwen verblijven. In de koran gaat het dus niet om een sluier, want dat is een lapje stof dat voor het gelaat wordt gedragen." En verder: "Tijdens de klassieke islam, bijvoorbeeld in Andaloesië, schonk de religieuze autoriteit niet echt veel aandacht aan specifieke kledingsvoorschriften voor vrouwen. Averroës/Ibn Rushd was niet alleen de grootste Arabische filosoof, hij was ook Opperrechter over Andaloesië en Marokko. In deze laatste functie schreef hij een handboek voor rechters (Bidayat al Mujtahid). Mijn Engelse vertaling telt 1200 pagina’s en er staat niet één paragraaf in over de kledij van de vrouw."

Dat is dan ook duidelijk: de hoofddoek is evenmin een religieuze verplichting.

Symbool van een misogyne visie

Maar van waar komt het dan? Uitleg van Lucas Catherine : "Er is voor het eerst sprake van kledijvoorschriften voor de vrouw bij een vijftiendeeuwse puritein Ibn Taymiya. Hij was zeer conservatief en werd omwille van zijn reactionaire ideeën uit zijn geboortestreek Syrië verbannen. Daarna trok hij naar Egypte, maar daar vloog hij dan weer in de gevangenis omdat hij de orde verstoorde door het verkondigen van een te rigide islam. De huidige fundamentalisten hebben hem dan ook met reden tot voorloper gebombardeerd. Hij verhief de hoofddoek en de sluier tot symbool voor de kuisheid van de vrouw in zijn boek Hijab al mara’a wa libasuha fi al salat (De hoofddoek van de Vrouw en de manier waarop ze tijdens het gebed gekleed moet zijn). Vijftig pagina’s lang dramt deze vijftiende-eeuwse puritein erover door. Van een vrouw mag volgens hem niets zichtbaar zijn: het gelaat niet, het haar niet, de ogen niet. Vrouwen mogen elkaar tijdens het baden niet naakt zien en een moslimse mag niet met een ongelovige vrouw naar het badhuis gaan. De hijab werd het symbool voor een bepaalde manier om de islam te interpreteren: preuts, puriteins, hard, maar ook onzeker."

En voor wie dit nog niet voldoende duidelijk is, het vervolg bij Lucas Catherine: "De eerste feministen in de Arabische wereld waren dan ook tegen niqab, hijab of hoe het ding ook mocht heten. Dat begon in Egypte, en het ging nog niet om de hoofddoek, maar om de gezichtssluier... Faris Shidjaq stelt al in 1855 dat er geen heropleving (nahda) van de Arabische cultuur mogelijk is zonder de bevrijding van de vrouw en het afleggen van de sluier. Ook Qassim Amin, die in 1899 het eerste ’feministische’ boek in het Arabisch schreef, Tahrir al Mara’a (De Bevrijding van de Vrouw) is tegen het dragen van de sluier en eist van vrouw en dochters dat ze ongesluierd de straat opgaan. In 1916 wordt in Egypte een vrouwenblad gesticht dat Al Sufur (De Ontsluiering) heet. De redactie bestaat nu wel uit vrouwen. In een beginselverklaring stelt de redactie dat de strijd op twee fronten moet worden gevoerd: de vrouwen moeten hun sluier afleggen, maar de mannen moeten ook de mentale sluier, waardoor ze naar de vrouw kijken afleggen en haar met andere ogen gaan bekijken. Dat het om een symbolische strijd ging wordt duidelijk als men weet dat Al Sufur in 1919 schrijft dat 84% van de Egyptische vrouwen ongesluierd lopen."

Geen goddelijke verplichting

Enkele uitspraken van de betogende moslima's voor het Antwerps atheneum deze zomer, volgens de kranten:
'Blijven volhouden, zusters. We doen dit voor Allah', 'Mijn hoofddoek is geen stukje stof dat je zomaar kunt wegnemen. Hij is een goddelijke verplichting', 'Een hoofddoek is een deel van onze identiteit en een goddelijke verplichting. Raak je daaraan, dan raak je onze ziel.'
Nog enkele reacties op de website van De Standaard n.a.v. het hoofddoekenverbod in Antwerpen: Siham Ettahiri: Want dan worden de vrijwillige hoofddoekdragende weer onderdrukt door de rechtsstaat - samiha atauil: ik ben moslima ik accepteer wat er in de koran staat en niemand kan mijn gedachten veranderen - Salaheddine Salaheddine: Een man die zijn vrouw niet toestaat de hijab te dragen, heeft niet veel van de Islam begrepen.

Ze dwalen, gezien er is geen enkele 'goddelijke verplichting' bestaat in de Koran, evenmin als in de Thora. In de Koran is de hijab een gordijn. Of moeten de moslima's dan wellicht met een gordijn rondlopen? Wat we bij moslima's en hun betogende moeders vandaag de dag zien is echter zelfs geen hijab meer, maar een khimar, een capevormige doek, die een heel stuk langer is dan een hoofddoek, waardoor ook nek en schouders worden bedekt, maar het gezicht wel (voorlopig?) vrij blijft, samen gedragen met een lang vormeloos eenkleurig kleed. Moesten ze nu al eens beginnen zich wat minder 'exotisch' als woestijnbewoners en zich meer zoals 'lokaal' gebruikelijk is te kleden, zou dat al niet helpen veel weerstand uit de weg te ruimen? Voorstanders van het overal en altijd mogen dragen van een hoofddoek komen dikwijls aandraven met het argument dat oma's hier ook lang een 'fichu' of een 'foulard' droegen. Alleen gingen ze er niet voor op straat, waren ze niet aggressief om te eisen die altijd en overal te mogen dragen. En toen pastoors en nonnen hier begrepen dat hun rokken en kappen geen goddelijke verplichting was, maar ze waren blijven stilstaan bij kledij die gangbaar was in de 17de of 18e eeuw, was de omslag snel gemaakt.

Het is dus niet nodig een hoofddoek (hijab), laat staan een khimar, te dragen om een 'echte' moslim te zijn. Koning Hassan II van Marokko zegde al twintig jaar geleden dat de hoofddoek geen verplichting is volgens de Koran, dat de wetten van het gastland gelden voor de jonge moslims en hun families, en school lopen belangrijker is dan een hoofddoek dragen. Vandaag zegt de Marokkaanse ambassadeur in België hetzelfde in Le Vif/L'Express van vrijdag 25 september '09. Edouard Delruelle, de Franstalige (adjunct)directeur van het CGKR, in La Libre Belgique (21.09.09): "Het dragen van een hoofddoek is trouwens geen religieus voorschrift." Een hoofddoeken- of keppelverbod op specifieke plaatsen kan geen schending zijn van de 'vrijheid van godsdienst', gezien noch de joodse noch de islamitische godsdienst dit opleggen.

Moet daar nog een tekeningetje bij gemaakt worden? Er bestaat gewoon geen 'islamitische kledij' die zich op de Koran kan beroepen. Waarom blijven sommigen dan doordrammen en eisen toch altijd en overal een hijab te mogen dragen? Kunnen in deze de moslims en moslima's de strijdbijl niet begraven? Het zou een mooi teken zijn dat ze geen fundamentalisten zijn, en een geste willen doen om te tonen dat ze wel degelijk hier thuis willen zijn, en niet naar een islamitische staat streven. Wat zegt directrice Karin Heremans: "De hoofddoek is steeds meer een politiek symbool geworden, en niet religieus. Het is steeds meer de uiting van een groep mensen die zich afzetten tegen de rest van de samenleving." (DS 5.09.09).

Vrouwonvriendelijke praktijken

Terug naar hoofdredacteur Michael Freilich:
"Maar nu naar de kern van de zaak. In dit debat dient men niemand iets wijs te maken, de recente vragen om religieuze symbolen te weren in onze maatschappij, eerst bij de overheiddiensten, dan bij de rechtbanken, nu op scholen, en straks misschien op elke publieke locatie, hebben niets te maken met het neutraliteitsprincipe of een plotse afkeer van religieuze symbolen. Neen, het draait allemaal om de discriminatie van de vrouw in de islam. Toen Patrick Dewael, in navolging van een rits lekenmaatregelen in Frankrijk bij ons het debat aanzwengelde in 2001 (hij was toen minister van Binnenlandse Zaken), was er maar één aanklacht in zijn discours en die betrof de schrijnende taferelen van onderdrukte moslima’s die verbaal of zelfs fysiek aangevallen werden omdat ze zich niet plooiden naar de wens van islamitische mannen. “Vrouwen als lustobjecten en meisjes die op steeds jongere leeftijd gedwongen worden een hoofddoek te dragen”, dáár draait het debat om. Wat men nu doet, door alle religieuze uitingen te verbannen, is het kind met het badwater weggooien. Dat is trouwens ook ongrondwettelijk en druist in tegen één van onze basiswaarden, te weten de vrijheid van religie. Noem een kat een kat, zeg ik dan, zeg ‘ja’ tegen religieuze symbolen in het openbaar – er is heus niets mis met een kerststal op de Meir – en zeg tegelijkertijd krachtig ‘neen’ tegen middeleeuwse, discriminerende en vrouwonvriendelijke praktijken."

Ongrondwettelijk, want tegen de vrijheid van religie? Mijnheer Freilich, niet overdrijven.. De politie kan een parcours opleggen aan een katholieke processie. Is zoiets ook tegen de vrijheid van religie? Gezien hoofddoeken of keppeltjes geen noodzakelijk religieus attribuut zijn, hoeft het dragen dus niet verboden te worden omdat het een religieus teken is, maar kan het gewoon verboden worden zoals alle andere, ook 'ludieke' hoofddeksels: piratenpetjes, vergieten, lampenkappen en trechters. Waarom moet men zoiets eigenlijk verbieden? Kan men die attributen niet uit zichzelf thuis laten, in plaats van een levend reclamebord voor een bepaalde interpretatie van zijn godsdienst te willen zijn? Dan zou er geen enkel probleem ontstaan zijn.

Respect waarvoor?

Dat zou pas getuigen van 'sociale cohesie, ondanks de religieuze verschillen', waar Patrick Loobuyck en een hele sliert ondertekenaars voor pleitten in hun opiniestuk in De Standaard van 26 september 'Het respect moet terugkeren'. Het opiniestuk begint met de woorden: 'Met groeiende bezorgdheid hebben wij....'. Loobuyck is niet alleen doctor in de moraalfilosofie (2004), maar studeerde eerst godsdienstwetenschappen (1992-96) aan de KULeuven. Het vermoeden kan dus terecht zijn dat hij hiermee alludeert op de beginwoorden van een encycliek van paus Pius XI van 1937. Dit is een van de weinige encyclieken ooit die niet in het Latijn zijn geschreven, maar uitsluitend in het Duits, om aan alle Duitse bisschoppen bezorgd te worden. De Duitse titel, tevens de aanvangswoorden: 'Mit brennender Sorge..' Daarin wordt het nationaal-socialisme en racisme veroordeeld. Een subliminale boodschap van Loobuyck om wie het niet met hem eens is in die stromingen te stoppen? Daarom wellicht ook wordt op het einde van de 'encycliek' van Loobuyck het hoofddoekenverbod een 'ontsporing' genoemd.

Loobuyck vindt dat we "nood hebben aan politieke verantwoordelijken die duidelijk het signaal geven dat de medeburgers met een moslimachtergrond er voor eens en voor altijd bijhoren". Is de eis om altijd en overal een hoofddoek te mogen dragen niet eerder 'een ontsporing'? En kunnen medeburgers met een moslimachtergrond niet het duidelijk signaal geven dat ze er voor eens en voor altijd bijhoren, door die doek thuis te laten? Of is die sluier dan toch iets anders dan een - ik herhaal het nog eens voor u: een niet door de Koran opgelegd - 'religieus teken', mijnheer Loobuyck? Een uitdrukking van, zoals u ze noemt, "gevaarlijke tendensen binnen de islam, die niet mogen verzwegen worden". Tendensen die juist niet willen aanvaarden wat u noemt "een aantal verworvenheden waarop niet kan worden toegegeven"? Als daar zijn, de door u opgesomde verworvenheden: "de mensenrechten (ook de godsdienstvrijheid, die de vrijheid inhoudt om die in het openbaar te beleven, om géén godsdienst te hebben of om van levensbeschouwing te veranderen); de vrijheid van meningsuiting en de gelijkheid tussen man en vrouw, (hetero en homo); de autonomie van de wetenschap (geen creationisme in de biologieles); de autonomie van de democratische rechtsstaat." Gevaarlijke achterliggende tendensen die juist leiden tot de ook door u erkende "veelgenoemde en niet goed te keuren sociale druk om een hoofddoek te dragen"?


(*) De Talmoed is na de Tenach (Wet of Thora, plus Profeten en Geschriften) het belangrijkste boek binnen het jodendom. Het bevat de commentaren van belangrijke rabbijnen en andere schriftgeleerden op de Tenach, veelal in de vorm van discussies tussen voor- en tegenstanders van een bepaald standpunt. De Talmoed heeft zowel een wetgevend als een verhalend karakter en beslaat alle facetten van het menselijk leven. De tekst van dit omvangrijke werk heeft zich tussen ca. 200 en ca. 500 ontwikkeld in de joodse leerscholen in Babylonië en Palestina, vandaar dat er zowel een Talmoed Bawli (uit Babylonië) als een Talmoed Jeroesjalmi (uit Palestina) is.

3 Comments:

At 26/10/09 16:14, Anonymous Anoniem said...

....quelques mots seulement sur la situation de la culture arabe vis-à-vis de la nôtre.

Quant à la répulsion réciproque, il n'y a pas à en douter. Nos pères du moyen âge ont pu admirer de près les merveilles de l'Etat musulman, lorsqu'ils ne se refusaient pas à envoyer leurs étudiants dans les écoles de Cordoue. Cependant rien d'arabe n'est resté en Europe hors des pays qui ont gardé quelque peu de sang ismaélite, et l'Inde brahmanique ne s'est pas montrée de meilleure composition que nous. Comme nous, soumise à des
maîtres mahométans, elle a résisté avec succès (sic) à leurs efforts.

Gobineau

 
At 27/10/09 09:34, Anonymous Anoniem said...

"The Mohammedan conquest of India is probably the bloodiest story in history. It is a discouraging tale, for its evident moral is that civilization is a precious thing, whose delicate complex of order and liberty, culture and peace may at any time be overthrown by barbarians invading from without or multiplying from WITHIN."
- W. Durant, "Story of Civilization"

 
At 27/10/09 13:18, Anonymous Anoniem said...

"The prophet has commanded us to rule the world. Where in all your land of Spain is the glory of Allah? When men speak of you they speak of poets, music makers, doctors, scientists. Where are your warriors? You dare call yourselves sons of the prophet? You have become women! Burn your books, make warriors of your poets, let your doctors invent new poisons for our arrows, let your scientists invent new war machines. And then, kill. Burn. Infidels live on your frontiers. Encourage them to kill each other. And when they are weak and torn, I will sweep up from Africa. And thus the empire of the one God, the true God Allah, will spread first across Spain, then across Europe, then the whole world!"

Ben Youssef's famous speech in the opening scene of the film "El Cid" (1961).

 

Een reactie plaatsen

<< Home

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>