30 januari 2009

Partijtucht: democratie in België al lang dood

"Parlementaire democratie moet leven van het parlementaire debat en het onafhankelijk oordeel van ongebonden volksvertegenwoordigers. Wie partijtucht oplegt, zondigt tegen een basisprincipe van democratie," schrijft Geert Van Hout. Vanuit dit oogpunt bekenen is de democratie in België al lang dood. De Belgische Kamer kent b.v. één van de hoogste cohesiegraden in West-Europa. De fractiecohesie in de Belgische Kamer ligt tegen de 100%. Fractiecohesie betekent: in hoeverre durft een individueel kamerlid ingaan tegen de instructies van de partij? Met bijna 100% fractiecohesie: NIET dus. Frederik Verleden: "Het volledig ontbreken van parlementaire rebellen fnuikt het ontzag dat van een assemblee moet uitgaan, wil die tenminste nog zijn controlefunctie kunnen uitoefenen." De Belgische kamerleden zijn niets anders dan gedisciplineerde partijmandatarissen. Marc Reynebeau noemt ze zelfs 'partijslaafjes'. Ernstig genoeg dus om daar bij stil te staan.

Walter Zinzen stelde in De Standaard van 19 januari '09 nog maar eens de ziekte van de dubbele kandidatuurstelling aan de kaak: "Ach, respect voor de kiezer. Daar zal ook op 7 juni weer weinig van te merken zijn. Frank Vanhecke (Vlaams Belang) geeft nu al het slechte voorbeeld door op twee lijsten tegelijk op te komen. Velen zullen hem volgen. Ze zullen dan op 8 juni beslissen waar ze naartoe gaan: Europa of het Vlaams parlement. In welke parlementaire democratie, die naam waardig, wordt de kiezer zo soeverein geminacht? Want wie op twee lijsten tegelijk verkozen wordt, moet zich één keer laten vervangen, meestal door een nobele onbekende, altijd door iemand waar de kiezer niets aan te zeggen heeft gehad. Voor een versterking van de kwaliteit - en dus van de onafhankelijkheid - van onze parlementen moet de dubbele kandidaatstelling verboden worden..."

Marc Reynebeau volgde hem in DS van 27 jan '09: "Dezer dagen worden de kandidatenlijsten opgesteld en daarvoor duiken weer allerlei namen op van lui die daar eigenlijk niets te zoeken hebben. Anders gezegd, het kiezersbedrog is weer in aantocht.... De aanstaande pseudo-kandidaten hebben tegenover de kiezer geen enkel palmares in het Vlaams parlement te verdedigen, want daar zetelen ze niet. Toch zullen ze grote beloften doen over het toekomstige Vlaamse beleid, en die vallen al evenmin ernstig te nemen. Want zij willen alleen wat stemmen bijeen graaien omdat ze nu eenmaal 'bekend' zijn en in veel gevallen zullen ze doodleuk verder federaal of Europees politicus blijven.
Dat schaadt de democratische essentie. Het maakt van verkiezingen een populariteitstest. Steracteur, sterartiest, haal uw gsm maar boven. Zo wordt de politiek een rondreizend circus - maar vooral een circus. Telkens als dat zijn tenten opslaat in het dorp, komen de lokale coryfeeën erop af, ze vertonen hun kunstje, ontvangen het applaus en de volgende dag gaan ze verder alsof er niets is gebeurd. Als die in juni verkozen politici dan toch naar het Vlaamse parlement verkassen, bedriegen ze hun federale kiezers van 2007. Doen ze dat niet, dan staan ze hun zitje af aan een nobele onbekende voor wie niemand heeft gestemd. Doorgaans zijn dat trouwe partijslaafjes, want die beseffen goed genoeg aan wie ze hun mandaat te danken hebben: niet aan de kiezer, maar aan de partijbonzen die hen een mooi plekje op de opvolgerslijst hebben gegund..."

Dat het om partijslaafjes gaat, daar kregen we op 23 januari nog een voorbeeld van: op de melding van Marie-Rose Morel dat ze past voor een plaats op de Vlaamse lijst (enkele dagen voor ze op 28.01 aankondigde een ernstige baarmoederkanker te hebben), reageert Gerolf Annemans met: 'Als militant is het haar plicht om op te komen'. Ook het gerommel rond Mia De Vits en Kathleen Van Brempt voor de Europese lijst bij de SP toont dit aan. Gennez trekt heel waarschijnlijk de Antwerpse Kamerlijst, die met burgemeester Patrick Janssens nog een 'stemmenkanon' heeft. Voor de Antwerpse Van Brempt is er dan daar vermoedelijk geen verkiesbare plaats meer, en moet ze dus terug naar Europa. Daarom moet Mia De Vits (203.000 voorkeurstemmen voor het Europees parlement in 2004) maar naar het Vlaams parlement voor Vlaams-Brabant verhuizen, ook al zag ze dat eerst helemaal niet zitten. Huidig Vlaams parlementslid Else De Wachter krijgt dan de eerste opvolgerplaats op de lijst. Als De Vits Vlaams minister wordt, geraakt ze zo toch nog in het Vlaams parlement. En om het circus hier rond te maken zal Van Brempt ook nog eens de Antwerpse SP-lijst 'duwen'... Als lijsttrekkers (!!) voor het Vlaams parlement doen nu al de namen de ronde (DS 24 januari) van federale ministers (Vincent Van Quickenborne, misschien Karel De Gucht), senatoren (Jean-Jacques De Gucht) en federale kamerleden (Peter van Velthoven, Freya Van den Bossche, maar ook Jean-Marie Dedecker en Bart De Wever). Helaas lijkt dus ook nieuwkomer LDD niet genezen van de ziekte, en zal die duchtig meedoen aan het plaatsen van kandidaten op verschillende lijsten. LDD doet dus volop mee aan het 'rondreizend circus' en het kiezersbedrog.

Geminachte kiezer...
"In welke parlementaire democratie, die naam waardig, wordt de kiezer zo soeverein geminacht?" vraagt Walter Zinzen. Recent gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek dat ik hier onder de aandacht wil brengen bevestigt dat de partijhoofdkwartieren de plaatsen bepalen en de pionnen verplaatsen, helemaal niet meer de kiezer. Tot eind van de jaren '60 hadden de lokale leden nog een inbreng en bepaalden ze in een 'poll' (mee) de kandidaten, maar dat gebeurt nu uitsluitend op het hoofdkwartier. Partijen verschuiven steeds meer hun boegbeelden tussen regeringen en parlementen. Niet alleen wordt de kiezer soeverein geminacht, erger voor de democratie is wellicht nog dat men op die manier geen sterke parlementen krijgt, want de vele opvolgers maken het de regering niet moeilijk. Als 'hun' minister door wie ze een plaatsje kregen valt, zijn ze hun mandaat kwijt.

Zelfs de halvering van het gewicht van de lijststem bracht de kiezer niet meer inspraak in wie verkozen wordt. Het geeft zogenaamd de mogelijkheid om, door meer voorkeurstemmen te geven dan aan een hoger op de lijst geplaatste, men toch nog iemand anders kan laten verkiezen dan volgens de volgorde die de partij beslistte. Bram Wauters en Karolien Weekers, in Res Publica: "In de praktijk gaat het meestal om de verkiezing van 'lijstduwers' die eigenlijk alleen maar dienen om stemmen aan te trekken, maar niet zinnens zijn te gaan zetelen waar ze het laatst werden verkozen. In 2007 hebben 7 van de 17 Kamerleden (hun namen aan Vlaamse kant: Kris Peeters, Patrick Janssens, Marijke Dillen, Johan Sauwens, Hilde Claes) en 5 van de 9 senatoren (hun namen aan Vlaamse kant: Frieda Brepoels, Bert Anciaux, Filip Dewinter) die werden verkozen buiten de nuttige volgorde hun mandaat niet opgenomen. Het gaat om respectievelijk 41% voor de Kamer en 55% voor de Senaat." (Het gebruik van de voorkeurstemmen bij de federale parlementsverkiezingen van 10 juni 2007.) (Uitgebreider citaat onder *)

.. leidt tot zwakke parlementen zonder invloed
Frederik Verleden en Christophe Heyneman, in Res Publica (okt-dec '08): "De centralisering van de lijstensamenstelling plaatst de parlementsleden in een zwakkere positie ten opzichte van de partijleiding. Grotere kiesomschrijvingen en het financieringssysteem van politieke partijen hebben de balans sinds de jaren '60 verder in het voordeel van de partij doen overhellen... De electorale sterkhouders worden door alle partijen steevast bij iedere verkiezing ingezet. Parlementsleden worden als het ware als pionnen verschoven, waar het de partijlogica het beste uitkomt... Het bestaan van de opvolgers laat de politieke partijen - die opereren op meerdere bestuursniveaus - toe om een actief 'personeelsbeleid' te voeren. Ze spelen hun electorale boegbeelden telkens opnieuw uit, ongeacht het bestuursniveau, en laten hun mandatarissen zonder zetelverlies naar een andere assemblee verschuiven: de vacante zetel blijft in principe bij dezelfde partij. De wijdverspreide praktijk om als parlementslid naar een ander bestuursniveau over te stappen heeft tot kritische vragen geleid over de democratische representativiteit van het Belgische politieke systeem. Aan het eind van de legislatuur 2003-2007 telt de Kamer 56 leden (één op drie) die via opvolging zetelen.... Zo heeft de grondwetsherziening van 1993 de feitelijke machtspositie van de kamerleden niet versterkt. De parlementaire opvolging van een regeringslid is louter tijdelijk: zodra een kamerlid ontslag neemt uit een regering, moet zijn parlementaire opvolger weer plaatsruimen. Critici noemen de opvolging van ministers een maat voor niets: in plaats van het parlement te versterken tegenover de uitvoerende macht, hebben opvolgers van ministers er helemaal geen baat bij om het de regering moeilijk te maken. De parlementaire opvolging van een minister betekent voor de partijen bovendien een extra te begeven mandaat. Een wet uit 1996 heeft deze regeling nog uitgebreid. Sindsdien krijgt een kamerlid een tijdelijke opvolger, ongeacht het beleidsniveau waarop hij minister wordt. Partijen hebben het met andere woorden gemakkelijker gemaakt om hun boegbeelden te verschuiven over diverse regeringen, net zoals er bij verkiezingen geschoven wordt tussen parlementen. Na de federale en regionale verkiezingen van juni 1999 is een derde van alle ministers eigenlijk verkozen in een parlement van een ander beleidsniveau." ('Parlementaire circulatie in de Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers, 1831-2008') (Zie uitgebreider citaat onder **)

Makke uitvoerders
Dat partijpolitieke geschuif leidt ertoe dat we geen parlementairen meer hebben met uitgesproken meningen, maar makke uitvoerders van de partijrichtlijnen. Dat fnuikt het ontzag dat van een assemblee moet uitgaan, wil die tenminste nog zijn controlefunctie kunnen uitoefenen.

Frederik Verleden in SAMPOL: "Politieke waarnemers en politicologen delen de opvatting dat het Belgische parlement door te volgzame verkozenen geen vuist meer kan maken tegen de uitvoerende macht en de dominantie van de politieke partijen... In een parlementair systeem is het nu eenmaal de norm dat de regering kan rekenen op zijn meerderheid. Voor veel waarnemers uit journalistieke of academische hoek heeft de volgzaamheid van de parlementsleden echter te grote vormen aangenomen. Het zijn niet de fracties die de politieke lijnen uitzetten. Politieke macht ligt bij regering en partijvoorzitters. Dit tast uiteraard het prestige van het parlement aan... Tussen 2003 en 2007 is er bij 10% van de stemmingen één dissidente stem ('de dissidentie in de breedte'), zonder de onthouding als dissidentie mee te rekenen. Ter vergelijking: in de periode 1991-1995 is dat nog 15%, dan al laag in vergelijking met het buitenland. Kijken we naar de dissidentie 'in de diepte' (het aantal dissidenten per stemming), dan zijn omvangrijke dissidenties onbestaande. Op de 183 volksvertegenwoordigers die tussen 2003 en 2007 zetelen, zijn er 86 die geen enkele dissidente stem laten noteren.... De grote voorspelbaarheid van het parlementaire debat leidt tot een toenemende onverschilligheid bij pers en politieke actoren over de betekenis van het parlementaire werk. Op hoeveel persaandacht kan de Kamer nog rekenen? Tenzij misschien om verslag te doen hoeveel het allemaal wel niet kost. Fractiecohesie is op zich niet problematisch; het is zelfs onontbeerlijk voor een vlotte parlementaire werking. Maar het volledig ontbreken van (mogelijke) parlementaire rebellen fnuikt het ontzag dat van een assemblee moet uitgaan, wil die tenminste nog zijn controlefunctie kunnen uitoefenen..." ('Waar zijn de parlementaire rebellen gebleven?') (Zie uitgebreider citaat onder ***)

Waarvoor betalen we dat allemaal?
Om de 150 kamerleden te 'ondersteunen' heeft de Kamer een zeshonderdvijftig man/vrouw in dienst. Daarnaast krijgen de kamerleden ook verschillende soorten medewerkers ter beschikking, betaald door de begroting van de Kamer.
Het betreft :
- de secretarissen van de politieke fracties (één per erkende fractie);
- de universitaire medewerkers (1,05 per lid van de fractie);
- de secretarissen van de fractievoorzitters, de ondervoorzitters, de quaestoren en de voorzitters van de vaste commissies (één per functie)
- de medewerkers van de Kamervoorzitter;
- de administratieve medewerkers van de Kamerleden (één per lid).
In het totaal dus een duizendtal personen, alleen al in de Kamer.
De Standaard van 13.10.08 publiceerde cijfers die betrekking hebben op de begroting van 2008. De Kamer kost 129,4 miljoen euro, en de Senaat 76,7 miljoen, of in totaal 206,1 miljoen euro (8,3 miljard BEF). Wel erg duur voor een stemmachine..
Zie ook "Belgisch parlement: 206 miljoen euro per jaar in een sterfput"

Hoe de democratie herstellen?
Het hele systeem van dubbele kandidaten dat leidt tot een zwak parlement ondergraaft grondig de democratie. Op korte termijn is daar een beperkte oplossing voor mogelijk door de oproep van Walter Zinzen te volgen: "stem op 7 juni op de partij van uw voorkeur, maar geef uw voorkeurstem niet aan mensen die op twee lijsten tegelijk staan of al een mandaat hebben in Kamer of Senaat. Laten we als kiezer onszelf respecteren. De politici zullen snel volgen." Maar dat zal niet volstaan om sterkere parlementen te krijgen, die echt als vertegenwoordigers van het volk optreden, en de democratie in ere te herstellen. In een uitgebreid artikel gaat Geert Van Hout in op de partijtucht, die hij een zonde tegen de basisprincipes van de democratie noemt. Zijn vraag "Zou er ook maar iets aan de resultaten van parlementaire stemmingen veranderen als vanaf heden elke partijvoorzitter met één druk op de knop alle stemmen van zijn of haar partij mocht toewijzen?" wordt met bovenstaand onderzoek volmondig bevestigd. Verder schrijft hij "Wie partijtucht oplegt of aanvaardt, zondigt dus tegen een basisprincipe van democratie. De verkozen politici van zowat alle partijen in zowat alle westerse 'democratieën' overtreden dan ook systematisch de regels van de democratie. Maar dat is niet alles: in crisistijden kan fractiediscipline de democratie zelfs de fatale nekslag toedienen. De geschiedenis van de Weimarrepubliek leert dat dit geen loze kreet is." Hij stelt ook een aantal hervormingen voor om het sluipend gif van de partijtucht tegen te werken.
Zijn volledig artikel 'Partijtucht: sluipend gif voor de democratie'

En dat het ook anders kan, bewijst het Britse parlement. Frederik Verleden citeert de afsluiter van de Britse premier Blair bij zijn laatste question time in het Lagerhuis: 'I can pay the House the greatest compliment I can by saying that from the first to last, I never stopped fearing it. ... And it is in that fear that the respect is contained'. (Ik kan het Huis het grootste compliment geven dat ik maar kan door te zeggen dat ik van het begin tot het einde niet opgehouden heb het te vrezen... En het is in die vrees dat het respect vervat zit).

Ruimere uittreksels waarin de gebruikte citaten voorkomen, onder (*) (**) en (***)
staan HIER

10 Comments:

At 30/1/09 17:38, Anonymous Tom Vandendriessche said...

Ik heb in 2007 een korte studie gemaakt betreffende de invloed van partijen op WIE verkozen wordt. De partijmacht dus. Dat is nog maar een eerste fase in een bredere analyse over onze democratie, het is dan ook treffend dat we al bij deze eerste stap tot de vaststelling komen dat de invloed van de burger op de samenstelling van het parlement bijzonder klein is.

De oplossingen die in de bijdrage hierboven aangegeven worden passen in een breder kader, maar zijn niet specifiek om de partijmacht in te perken wat betreft de samenstelling van de parlementen.

Deze zijn dat wel:

1) onverkiesbaarheid voor zetelende
leden van de Vlaamse uitvoerende of
wetgevende macht om zich verkiesbaar te stellen voor de federale uitvoerende of wetgevende macht en vice versa

2) Zo een zetelend lid van de uitvoerende of wetgevende macht ontslag neemt, is deze onverkiesbaar tot het einde van de legislatuur van het parlement waaruit hij ontslag nam.

3) Afschaffing van de opvolgerslijst

4) Afschaffing van de ongelijke verdeling van de lijststemmen. De kandidaten met de meeste voorkeurstemmen worden steeds verkozen of volgen desgevallend op.

5) Rechtstreekse verkiezing van gemeenschapssenatoren bij gewestverkiezingen

6) Afschaffing van de gecoöpteerde
senatoren en senatoren van rechtswege

7) Volksinitiatief: op vraag van 100.000 burgers wordt een bindend referendum uitgeschreven

8) Vervanging van provinciale kieskringen en de 5%-kiesdrempel door één Vlaamse kieskring waarbij een absolute proportionaliteit geldt. Het kiescijfer wordt berekend door aantal stemgerechtigden te delen door het
aantal zetels.

9) Invoeren van meervoudig stemrecht voor gezinshoofden als het kiescijfer verder berekend wordt op basis van bevolkingscijfer en niet op basis van het aantal stemgerechtigden.

10) Vertegenwoordiging van alle blanco, ongeldige en niet-uitgebrachte stemmen in het parlement. Deze (lege) zetels tellen mee voor het quorum en
bij elke stemming wordt een onthouding per zetel genoteerd.

het volledige artikel:

Vandendriessche, T., Belgische democratie subtielste vorm van dictatuur, 2007, Ons Verbond, pp 4-9
http://www.gent.kvhv.org/system/files/onsverbond/OVzomer07.pdf

 
At 31/1/09 06:16, Anonymous bartvs said...

(technische opmerking - na uitvoering te verwijderen)

Koppeling stuk

De koppeling in "Zijn volledig artikel 'Partijtucht: sluipend gif voor de democratie'" (http://www.blogger.com/%20http://www.nieuwpierke.be/forum_voor_democratie/nl/node/412) is stuk.

Het onderdeel "http://www.blogger.com/%20" (dat laatste is een spatie) moet eruit worden verwijderd, zodat er dan komt te staan: "Zijn volledig artikel 'Partijtucht: sluipend gif voor de democratie'" (http://www.nieuwpierke.be/forum_voor_democratie/nl/node/412), wat wel de juiste koppeling is.

Overigens bedankt voor het artikel.

Vriendelijke groet,

Bart.

 
At 31/1/09 08:38, Blogger geert van hout said...

Ter info: mijn tekst (sluipend gif enz.) staat ook op www.democratie.nu.

De meer filosofisch aangelegde lezer vindt daar overigens een bijzonder sterk stuk ('De logica van de democratie') van Jos Verhulst.

Die tekst is de neerslag van de eerste lezing in een reeks van drie over 'vrijheid, democratie en recht in een nieuw Vlaanderen'. De volgende lezing, op 10 februari in Kortenberg: Frank van Dun over "Overheid zonder recht, recht zonder overheid: democratie en rechtsstaat". Meer informatie alweer op democratie.nu.

 
At 31/1/09 11:46, Anonymous Stand your ground said...

Quis custodiet ipsos custodes? Wie gaat de wachters bewaken? Het artikel is op zich een interessante analyse, maar het grote probleem ligt bij de internationale organisaties. Bij een bezoek aan het Belgisch parlement wisten ze mij te vertellen dat 80% van de stemmingen, aanvaardingen zijn van Europese richtlijnen, etc. Dus wat stelt de parlementaire democratie nog voor, de uitdrukking van de volkswil? Ik wil maar zeggen dat we kandidaten kiezen die voor een groot deel kant en klare beslissingen aanvaarden, de macht van instellingen als bijvoorbeeld de VN en de EU is totalitair. De controle op deze instellingen is nagenoeg onbestaande, de zogenaamde bewakers worden verre van bewaakt door het volk, de logica van de democratie is ver te zoeken in deze supranationale instellingen. Een analyse van de democratie moet men daarom in samenhang zien met de internationale organisaties.

 
At 31/1/09 12:39, Blogger Philippe Van den Abeele said...

@bartvs
bedankt voor de melding van de verkeerde link - is verbeterd

@ Tom Vandendriessche (en aan alle andere lezers van deze reactie):
Je geeft 10 punten aan om tot meer democratie te komen, als antwoord op de 'subtielste vorm van dictatuur'. Dat is interessant, maar nog interessanter zou zijn als dit niet alleen 'tekst' zou zijn, net als bij mij, maar dat er een kleine groep wakkere burgers zou opstaan om dat 'dagdagelijks' aan de kaak te stellen. Bijvoorbeeld al beginnen met een lijst op te stellen van de schijnkandidaten voor de verkiezingen van juni, met een oproep daar niet voor te kiezen. De echte kandidaten kunnen dan het 'label' krijgen 'democratisch kandidaat'. Tegen de volgende verkiezingen zouden de eisen kunnen aangescherpt worden om als 'democratisch kandidaat' aangeduid te worden: bv dat ze er zich toe verbinden een aantal van je tien punten te realiseren. En zo stilaan de eisen verhogen om het label te krijgen. Elke vergelijking loopt mank natuurlijk, maar ik bedoel een soort 'Gaia' op te richten om tot meer democratie te komen. Niet voor 'animal rights' maar voor 'burgerrechten', om de democratie te herstellen voor de burgers. Dat kan met een kleine groep denk ik, veel volk is daar niet voor nodig. Wel een dosis goede 'aggresiviteit' om daar voor op te komen. Democratie.Nu ijvert voor directe democratie, met bindende referenda, maar dat is dus maar één (welliswaar zeer belangrijk) aspect om tot meer democratie te komen: zie jouw tien punten, en de reeks punten van Geert Van Hout. Een groep(je) zou dus een ruimere actie moeten voeren, tenzij Democratie.Nu eventueel dat ruimere kader tot het zijne zou maken?
(Ik zou er wel zelf aan meedoen, maar mijn fysieke conditie maakt dit helaas totaal onmogelijk. Daarom kan ik het alleen maar als een suggestie aan anderen voorstellen).

@ Stand your ground
"Een analyse van de democratie moet men daarom in samenhang zien met de internationale organisaties."
Zeer terechte bedenking waar ik hier niet direct een reactie op kan plaatsten. Zal er wel verder op broeden, en hopelijk anderen met mij.

 
At 31/1/09 17:05, Anonymous Tom Vandendriessche said...

@ Philippe. Ik ben van plan een korte studie te maken waarbij anteriori de partijmacht zal berekenen bij de komende verkiezingen. En dat verspreid ik dan via de kanalen die ik heb. Vzw de wakkere burger houdt zich ook met dergelijke dingen bezig.

Het grote probleem is echter dat er geen hefboom is om partijen niet afgestraft worden (wel integendeel!) door de kiezer voor dat gemarchandeer. Dus waarom zouden die in 's hemelsnaam hun eigen particratische macht inperken ten voordele van de burgergemeenschap? Herinner u de Nieuwe Politieke Cultuur. Die is zo dood als een pier momenteel.

 
At 2/2/09 11:09, Anonymous e. said...

Hoe dan ook moet eerst en vooral de opkomstplicht worden afgeschaft. De hoge kiezersopkomst verleent het politieke systeem een legitimiteit die het niet verdient. Als de opkomstplicht wordt afgeschaft, valt te voorspellen dat de opkomst bij elke verkiezing lager zal liggen. Maatregelen om het politieke systeem weer relevant te maken, kunnen dan niet uitblijven.

 
At 2/2/09 13:00, Anonymous Tom Vandendriessche said...

Er zijn argumenten voor en argumenten tegen opkomstplicht/-recht.

Zoals je terecht aanstipt moet er een soort van "correctiemechanisme" zijn.

De Europese verkiezingen in bijvoorbeeld Nederland wijzen alvast uit dat de partijpolitieke kaste zich niet zo ongerust maakt als die burger massaal afwezig blijft. Sensu stricto "kiest" deze daarvoor en worden de volksvertegenwoordigers correct verkozen. Overigens, de grote structurele kosten die gepaard gaan met passieve politieke rechten geven macht aan partijen, dus dat is geen afdoend middel.

Je moet dus op zoek naar andere correctiemechanismen. Daarom denk ik dat je het werk van de partijen moet hinderen door de blanco/ongeldige stemmen niet te herverdelen over de partijen maar als niet-verkiesbare zetels open te laten. Een nadeel is dat de bestuurskracht in gevaar kan komen en partijen nog meer tot elkaar veroordeeld zijn dan heden. Een voordeel is dat de legitimiteit van coalities versterkt wordt.

van allergrootst belang is echter dat de opvolgerslijsten afgeschaft worden en de ongelijke verdeling van de lijststemmen. Dat is vrij eenvoudig aan te passen en heeft nefaste gevolgen voor de partijmacht.

 
At 2/2/09 17:27, Blogger geert van hout said...

Voorstel: de opkomstplicht afschaffen en de partijfinanciering van de opkomst afhankelijk maken, bvb. een vast bedrag (50 cent, ik zeg maar wat) per uitgebrachte stem.

Nog beter: elke kiezer beslist bij het uitbrengen van zijn/haar stem welke partij 'zijn' of 'haar' 50 cent krijgt. Of de kiezer kent dat geld niet toe. In dat geval wordt de totale pot voor partijfinanciering 50 cent kleiner. (Dit voorstel is van Hans Herbert von Arnim, hij doet het in zijn boek 'Deutschlandakte').

 
At 2/2/09 20:06, Anonymous Tom Vandendriessche said...

dat zou een piste kunnen zijn. Het concept erachter is evenwel dat in het ideologisch/politiek veld niet de staat moet beslissen maar de burger zelf. Men heeft de partijfinanciering ingevoerd om een disproportioneel gewicht van kapitaalkrachtigen in de secundaire politieke macht te beperken. Het nadeel is dat giften aan partijen zeer beperkt worden waardoor partijen verslaafd worden aan het overheidsgeld. Wil men een fiscaal aftrekbare gift doen, moet de vereniging ook erkend zijn door de overheid.

Een soort van kerkbelasting zoals die in Duitsland bestaat zou standaard moeten kunnen, of men nu erkend is door de overheid of niet, precies om het initiatief in handen van de burger te geven en niet in handen van de staat.

 

Een reactie plaatsen

<< Home

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>